EEN GROTE RAMP VOORKOMEN.

EEN GROTE RAMP VOORKOMEN.

Op en rond twee maart 1927 meldden verschillende kranten en bladen het volgende: De minister van Oorlog heeft onlangs schriftelijk, door het toekennen van een geldbedrag en door het betuigen van zijn grote tevredenheid aan de sergeant P.Berghuis en de chauffeur J. Kurschmer, beiden van de afdeling expeditie der Artillerie Inrichtingen aan de Hembrug en de jeugdige landbouwer Stolwijk, wonende in den Groote IJpolder bij het kruitvoorraadmagazijn onderscheiden. Die onderscheiding viel hun ten deel voor het manmoedig optreden, waardoor de westkant van Amsterdam voor een verschrikkelijke ramp werd gespaard. Om de gemoederen van de Amsterdammers niet te verontrusten, is het gebeurde geruime tijd geheim gehouden. Maar nu, enkele maanden later, mag aan de daden van deze dappere mannen bekendheid worden gegeven.

Situatie Grooten IJpolder

De feiten zijn de volgende: Op zekere dag in het late najaar werd, zoals wel vaker gebeurd gebeurt, een voorraad patronen, schietkatoen en nog meer hoogst gevaarlijke ontplofbare goederen, onder leiding van sergeant Berghuis, per vrachtauto van de Hembrug naar het kruitmagazijn aan de andere zijde van het Noordzeekanaal vervoerd. De militaire chauffeur Kurschmer zat achter het stuur.

Sergeant P. Berghuis

Chauffeur J. Kurschmer

Toen de wagen aan de overkant, in de Grooten IJpolder, op ongeveer vijftig meter afstand van het kruitmagazijn gekomen was, sloegen plotseling de vlammen uit de motorkast. De sergeant en chauffeur sprongen van de auto en schreeuwden de in het land werkenden boerenarbeiders toe: „Mannen vlucht, redt je leven!” Beide op lijfsbehoud bedacht gaven daartoe aanvankelijk het voorbeeld. Maar direct daarop volgend keerde de sergeant, op de voet gevolgd door de chauffeur terug en begonnen nerveus en haastig de kisten met de gevaarlijke lading van de wagen te halen. Ze waren hiermee nog maar net begonnen, toen zij hulp kregen van de boerenzoon Stolwijk die de wagen op handen en voeten kruipend was genaderd. Het dappere drietal wist in korte tijd de gevaarlijke lading op een veilige afstand te brengen en de vlammen met opgespitte aarde te doven. De wagen was geheel uitgebrand, maar dat had geen enkele betekenis tegenover de ramp die door deze wakkere mannen was voorkomen. Met het kruithuis in de onmiddellijke nabijheid en de petroleumhaven, tankinstallaties en enige grote fabrieken op niet al te grote afstand, zou er bij het in aanraking komen met het vuur van de exploderende lading van de grote vrachtauto een reusachtige explosie hebben kunnen ontstaan die zeker een belangrijk deel van Amsterdam had weggevaagd. Het is dan ook geen wonder dat de regering de moedige daad van dit drietal heeft erkend. De uitreiking die afgelopen zondag aan de Heerengracht plaats vond, heeft menigeen doen inzien welke ernstige gevolgen een ontploffing teweeg kan brengen. Wij achten het niet ondienstig, er op te wijzen, voor welk een groot gevaar door dit kordate optreden, Amsterdam enkele maanden geleden, is behoed.

Op vier maart 1927, verscheen het volgende bericht:  Toen wij enige dagen geleden de namen hebben vermeld van de. drie wakkere mannen, om hun kranig optreden hij het gebeurde in de Grooten IJpolder door de minister van Oorlog een beloning en een tevredenheidsbetuiging waardig gekeurd, hadden wij allerminst de bedoeling ongerustheid te wekken. Maar wat in de met kruitmagazijnen bestrooide Grooten IJpolder geschied, was nu eenmaal gebeurd en de aanleiding tot de regeringsonderscheiding voor sergeant P. Berghuis, chauffeur J. Kurschmer en de landbouwer H. Stolwijk mocht eveneens gereleveerd: en ter waarschuwing voor de toekomst, en als dankbaarheidsuiting uit de ambtelijke sfeer tegenover hen, die mogelijk iets ernstigs hebben weten te voorkomen. Nu echter van ambtelijke zijde wordt getracht de betekenis van hetgeen voorviel en dus ook het kordate optreden van de genoemden, te verkleinen, worden wij genoodzaakt andermaal het gebeurde op te halen. Wij laten daarom enkele ooggetuigen aan het woord.

Landbouwer Stolwijk vertelt:

Landbouwer Stolwijk

„Het is gebeurd in den namiddag van den 16e september 1926.” „Op een stuk land gelegen op enige afstand van den Noorderweg in de Grooten IJpolder was mijn tractordorsmachine aan het werk, twaalf of dertien knechten waren er ook aan dn arbeid. Ik bevond mij in een boerderij op enige afstand, zag plotseling vlammen slaan uit een munitie auto die van het patronenmagazijn, waarbij sergeant Berghuis woont, op weg was naar de Artillerie Inrichtingen. Er voor bevreesd dat er een ontploffing zou plaats hebben, die ook voor mijn dorsmachine gevaar zou opleveren, rende ik naar de machine, zette die stop en zag dat het volk in het land zich met grote snelheid verwijderde. Ik zag, toen ik naar het bouwland toeliep, dat de sergeant en de chauffeur van de munitiewagen de armen ophieven in de richting van de knechten, zij moeten ook iets hebben geroepen maar wat, kon ik niet verstaan, al begreep ik dat het een soort van waarschuwing was, om te vluchten. Nauwelijks had ik de dorsmachine stopgezet of ik zag sergeant en chauffeur weer op de auto toelopen, zij begonnen aan; de achterzijde de wagen te lossen. Ik ging onmiddellijk helpen, sergeant Berghuis zei: „Flink zo”, en „gauw mannen, want het is een gevaarlijke lading”.

Wij brachten er met gezamenlijke krachten twee grote gevulde kisten uit, ze voelden ten minste zwaar aan, en ook enige kardoezen. Nadat de lading op enige afstand was neergezet, is de brandende auto, door duwen, verder van de ontplofbare stoffen, afgereden.”

„Vreesde u ernstig gevaar?” vroegen wij.

„Ja, mooi was het niet, wij wonen hier feitelijk tussen de kruithuizen, en de auto raakte ook tussen twee munitiemagazijnen, al liggen die op enige afstand, in brand. Het vuur had het houten bovenstuk achter de chauffeurszitting reeds vernield, de asbestplaat werd warm en de zeilen kap werd óók al aangetast. Toen de wagen was weggereden is de brand, die onder de carburateur zijn haard had, met aarde geblust; een blustoestel heb ik niet zien bezigen, maar op die mededeling kunt u geen peil trekken. De twee mannen van de Artillerie Inrichtingen begonnen dadelijk de wagen af te breken. Enige uren later is lading en het auto overschot, door een Hembrugauto weggehaald. De sergeant bedankte mij voor mijn hulp en vroeg of ik, bij het onderzoek naar de schuldvraag, als getuige zou willen optreden. Ik stemde daarin toe en werd dientengevolge enige tijd later door iemand van de rijksrecherche, gestationeerd aan de Hembrug, opgezocht. Hij vroeg mij of ik enig denkbeeld had aangaande de oorzaak; ik antwoordde ontkennend. Wel zei ik hem dat ik het als leek gevaarlijk vond dat die munitiewagens, die hier toch dagelijks de polder van en naar de kruithuizen, doorkruisen, een kap van zeildoek hebben. „Is het zeil door de zon om zo te zeggen uitgedroogd”, dan is het bij het minste wissewasje, onmiddellijk in brand.”

„Ja”, antwoordde de rechercheur, „ik heb ze dat aan de Hembrug al zoo dikwijls gezegd, maar ze trekken er zich niets van aan!”

Een andere ooggetuige.

Cornelis de Kegt, landbouwersknecht, was op die middag va de 16e september 1926 op het land bij de Noorderweg, bij de dorsmachine van Stolwijk werkzaam.

,,Het zal omstreeks drie uur geweest zijn toen uit de bedoelde munitie auto de vlammen sloegen.

De sergeant van het patronenmagazijn en de chauffeur sprongen er af, zwaaide met de armen en riepen ons toe: „Mensen berg je, denk om je leven!” U begrijpt, wij liepen als hazen, maar op zowat vijftig meter afstand, ging ik liggen bij een sloot, zodat ik van verre kon zien wat er gebeurde. Een ogenblikje later zag ik dat sergeant en chauffeur terugkwamen, een stuk van de kap brandde toen al. Zij begonnen aan de achterzijde de lading te lossen, even later kwam mijn baas Stolwijk er ook bij. Zij werkten had met hun drieën en sjouwden kisten en projectielen van grote afmeting weg. De wagen is, na te zijn ontladen, weggeduwd, de militairen zetten daarna het blussingswerk in met een spuit die slootwater en bagger opzoog en het op de vlammen werpen van aarde, voort. Zij braken later de verbrande houten delen van de auto en smeten die in de sloot. De sergeant heeft later op den middag nog verklaard, dat het hachelijke ogenblikken waren geweest”.

Bronnen diverse kranten waaronder het Algemeen Handelsblad van 2 en 4 maart 1927  foto’s Nationaal Archief , ©PDKAIH2015

 

 

ARTILLERIE INRICHTINGEN BETROKKEN BIJ AFVUREN EERSTE NEDERLANDSE RAKET.

ARTILLERIE INRICHTINGEN BETROKKEN BIJ AFVUREN EERSTE NEDERLANDSE RAKET.

Op maandag 02 december 1963 vond op het experimentele raket lanceerterrein nabij de Eierlandse vuurtoren op Texel, Nederlands eerste officiële  raketlancering plaats. Men had al eerder dat jaar  enkele pogingen gedaan, maar door o.a. slechte weersomstandigheden verdween er een raket in een fractie van een seconde in de mist en waren anderen nog niet helemaal technisch perfect. Het gebeuren zal niet veel Texelaars zijn ontgaan, want aan het einde van de ochtendmarkt in Den Burg, kwamen er drie bussen vol met geleerden, technici en vertegenwoordigers van de pers het plein op rijden en stopten bij hotel ,,De Lindeboom Texel”, waar zij naar binnen gingen om van een koffiemaaltijd te genieten.

Hotel de Lindeboom Texel
Den Burg

Dit was voor de genodigden de eerste deel van het programma over het raketplan van de Artillerie Inrichtingen te Zaandam en de Koninklijke Nederlandse Springstoffenfabriek uit Amsterdam en dat geheel was opgezet naar de eisen van het Lucht en Ruimtevaartlaboratorium te Amsterdam. De bedoeling was om de eerste raket van Nederlandse makelij af te schieten. Dat Nederlandse was niet helemaal waar want de booster (aanjaagraket) was van Britse makelij. Er waren belangstellenden van de Koninklijke Landmacht, de Koninklijke Marine en verder veel technici en mensen van de pers. Er waren zelfs enige aspirant kopers voor de raket. Voorwaarde was wel dat de proef geheel zou slagen. Dat laatste gebeurde zeker maar was verre van spectaculair.

Bovenste deel van één v/d raketten ©Nationaal Ruimtevaart Museum

Na de koffiemaaltijd begon de rit naar het lanceerterrein nabij de vuurtoren. De genodigden kwamen er al snel achter dat Texel in de winterse mist heel wat anders was dan in de hen bekende zomerse zon. De bescheiden lanceerbasis, hij was niet erg groot bevatte een afvuurinrichting, een radarpost, meetapparatuur en een helikopter. Voor de gelegenheid was hij ook nog voorzien van de wel heel toepasselijke naam ,,Cape Kou”. De bedoeling van de geslaagde lancering was een duidelijk visitekaartje af te geven en daarmee aan te tonen waar Nederland op het gebied van raketbouw allemaal toe in staat is.  Met name in de richting van wetenschappelijk onderzoek en bescheiden militaire en civiele doeleinden zal de raket in de toekomst kunnen worden gebruikt. Aan de lancering was al vanaf 1960 (dus drie jaar)  intensieve research vooraf gegaan. De Koninklijke Nederlandse Springstoffenfabriek moest een vaste brandstof ontwikkelen en leveren die de raket direct op volle snelheid moest brengen en de Artillerie Inrichtingen waren verantwoordelijk voor het vervaardigen van de metalen raket. In oktober 1962 werd in de Noordoostpolder het eerste product succesvol statistisch beproefd en kon men gaan denken aan de lancering van dit Engels / Nederlandse product. Het zou door het Nationaal Nederlands Lucht en Ruimtevaartlaboratorium voor het onderzoek naar modellen in vrije vlucht worden gebruikt. Tijdens een beproeving in Frankrijk werden de motoren in orde bevonden. Vorige maand werd zonder enige ophef het eerste exemplaar gelanceerd. En vandaag durfde men het aan de vakmensen en critici te laten zien wat er na drie jaar hard werken was bereikt.

TWEE-TRAPS RAKET.

Zoals eerder vermeld was de booster (aanjaagraket) van Engels fabricaat. Waar het allemaal om ging was de 2e trap de zogenaamde sustainer (ondersteuningsraket). Acht seconden nadat de booster is uitgebrand en heeft losgelaten treed de sustainer gedurende 9,5 seconden in werking en kan de raket een hoogte van 10 en een afstand van 18 kilometer bereiken. Na het uitbranden van de sustainer heeft de raket een topsnelheid van 500 meter per seconde bereikt. Hoewel deze snelheid zeker niet spectaculair was, er zijn snellere vliegtuigen, was de lancering zeer interessant.  Toen de genodigden bij de lanceerbasis aankwamen heerste er al een grote drukte en spanning veroorzaakt door het nerveuse heen en weer geloop van alle direct betrokkenen bij het project en het duurde dan ook even voor alles in gereedheid was gebracht en men kon beginnen Alle genodigden werden op een afstand van minimaal 100 meter van de raket geplaatst en op 50 meter van de raket de fotografen en cameramensen van de televisie. Hier konden zij hun apparatuur instellen en hopen dat de lancering, die er na het luid aftellen tot NUL plaatsvond en waarop de raket omhoogschoot ook daadwerkelijk door hun camera’s kon worden vastgelegd.

SPANNING VERDREEF DE KOU.

De raket vlak voor de lancering

foto’s ©Peter van Zoest

ANP FOUNDATION

De spanning rondom de lancering liep dusdanig op dat de mensen de geweldige kou een moment vergaten en toen het aftellen begon, bevonden zich in de directe omgeving van de raket, die in een hoek van 70 graden omhoog wees enkel 3 meeuwen en nam de spanning nog meer toe. Vijf, vier, drie, twee, een. Op “nul,, klonk er een enorm gesis, een oranje steekvlam verscheen en in minder dan een halve seconde was de raket verdwenen en hoorde men nog even het gedonder waarmee de raket zich nog sneller van de aardbodem verwijderde. Daarna werd het stil en zelfs van de meeuwen was in geen velden of wegen meer iets te bekennen. De proef was geslaagd maar men kon nog niet zeggen waar de raket aan zijn parachutes was geland en of er al iets van de zes rookgeneratoren die de plaats van de landing moesten markeren was gezien. De telefoonlijn naar Den Burg deed het niet meer en de ijlbode die daarop per jeep was vertrokken om de betrokken achteraf verder te informeren was niet op tijd terug. Nadat de genodigden weer in de zaal van hotel De Lindeboom Texel waren terug gekeerd konden ze nog een filmpje kijken over hoe de raket werkte.

TEXELAARS NIET ENTHOUSIAST.

Toen de drie bussen ’s middags bij het hotel De Lindeboom Texel aankwamen gisten veel van de markthandelaren waar Texel midden in de winter zoveel vreemden aan had te danken. Uit hun opmerkingen was op te maken dat men meer dacht aan het olie zoeken op het Waddeneiland dan aan het lanceren van raketten. Misschien omdat dat olie zoeken doet denken aan enorme winsten, terwijl raketlanceringen heel kostbaar zijn. Met betrekking tot toekomstige proefnemingen werd uitdrukkelijk gezegd dat Texel geen klein Cape Canavral zal worden en dat de KNSF en de Artillerie Inrichtingen slechts streven naar het inlopen van de achterstand die Nederland heeft op het gebied van de raketbouw. Men heeft wel oog voor de commerciële gevolgen van de proeven. Als de raketten die nu worden beproefd in serie zullen worden vervaardigd zullen zij c.a. f. 20.000 kosten. ©PDKAIH2017

RIJKSVAARTUIGEN BIJ MOTORDIENST AI HEMBRUG.

RIJKSVAARTUIGEN BIJ MOTORDIENST AI HEMBRUG.

In de periode tussen de beide wereld oorlogen maakten de Artillerie Inrichtingen aan de Hembrug, voor het transport van wapens en munitie gebruik van een acht tal motorschepen.

Voor de wal bij de AI

Deze motorvrachtschepen van de “ Motordienst Hembrug” waren Rijksvaartuigen die bij de AI waren ondergebracht. Ze droegen behalve een nummer ook allemaal de naam “Rijksvaartuigendienst Motordienst (nummer) Hembrug A.I. Ook werden zij wel aangeduid als “luxe motors”. Verder waren ze als ze geladen waren met munitie voorzien van de buskruitvlag en een duidelijk bord met de tekst : BUSKRUIT

Buskruit vlag en bord

Voor WWII vervoerden zij wapens en munitie door geheel Nederland.

Laden bij de AI

Laden bij de AI

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Wapens en munitie voor de export en voor de overzeese gebiedsdelen werden naar Rotterdam gebracht en daar overgeladen in zeeschepen.

 

Laden vanHMS de Ruyter in de munitiehaven te Buitenhuizen

Verder bevoorraden ze ook schepen van de marine o.a. in de Buskruithaven te Buitenhuizen.

De schepen hadden verschillende tonnages

Rijksvaartuig Motordienst    I AI  25 ton
Rijksvaartuig Motordienst   II AI  80 ton, schipper F. Mos
Rijksvaartuig Motordienst  III AI  93 ton, schipper A.C. de Lindt
Rijksvaartuig Motordienst  IV AI  86 ton, schipper Z. Hoogezand
Rijksvaartuig Motordienst   V AI
Rijksvaartuig Motordienst  VI  AI
Rijksvaartuig Motordienst VII  AI schipper A. Beukers
Rijksvaartuig Motordienst VIII AI 130 ton, schipper A. Beukers

Voor de wal met kraan bij de AI

Arie Beukers was behalve schipper op de VIII ook schipper op de VII. En tevens kraandrijver op de kraan staande op de loswal van de AI te Zaandam.

Tijdens de zomer van 1942 werden de schepen II, III, IV, VI en IX door de Duitsers gevorderd.
Het is volgens het bovenstaande  dus heel goed mogelijk dat er nog een negende schip (IX) was, maar daar over is behalve dat (nog) niets bekend.
In 1943 was ook de VIII aan de beurt en werd toegevoegd aan de Nord-Reederei. Hij ging verder door het leven als de Nord 150 en deed gedurende de oorlog dienst in Noorwegen. Na de oorlog kwamen de schepen weer terug en werden voor herstel van en transport door Nederland ingezet. De schepen zouden eind jaren 40 zijn verkocht en hier zou hun verhaal eindigen. Het is echter bekend dat één van de schepen hierna als DB 21 dienst heeft gedaan bij het Depot Bruggenbouw en in 1953 is omgebouwd tot hulpbergingsvaartuig RV 30. De gegevens van dit schip waren na het ombouwen 31,32 x 5,12 x 1,40 meter, laadvermogen 60 ton en voorzien van een Kromhoutmotor van 80 pk. Oorspronkelijk gebouwd in 1922 bij Scheepsbouw en Reparatiewerf “De Hoop” v/h Gebr. Boot te Leiden.  Een ander en tevens het grootste schip van de vloot de VIII (130 ton) werd door de AI weer ingezet voor munitietransporten en voor de levering van de door hen vervaardigde landbouwwerktuigen aan de in ontwikkeling zijnde Noordoostpolder. Tijdens de watersnood van 1953 is het schip ingezet voor het vervoer van hulpgoederen naar de ondergelopen plaatsen Halsteren, Fijnaart en Willemstad.

De Hembrug III in Willemstad

Deze laatste plaats was bekend bij de schippers van de Hembrug want op een foto van voor de oorlog zien we de III van schipper A.C. de Lindt in de haven van Willemstad. De VIII van schipper A. Beukers werd eind jaren 50 via de dienst domeinen verkocht. ©PDKAIH2017

WERKMAN MITRAILLEURS AFDELING AI DOOD GESCHOTEN.

WERKMAN MITRAILLEURS AFDELING AI DOOD GESCHOTEN.

Op donderdag 6 februari 1919 vond ’s avonds een noodlottig ongeval plaats aan de Artillerie Inrichtingen Hembrug. Nadat de geniesoldaten van de spoorwegcompagnie bezig waren geweest met het onderhoud en de uitbreiding van de bij het Regiment Genietroepen in beheer zijnde normaal en smalspoorwegen en met name de spoorwegaansluiting Hembrug, hield één van die soldaten zich bezig met het schieten op houtduiven.

Aftakking van de spoorlijn Zaandam Amsterdam naar de Artillerie Inrichtingen

Een kogel, hij schoot met scherpe patronen, kwam terecht in het magazijn van de mitrailleurs afdeling. De werkman D. Mars, die daar op dat ogenblik zat te schrijven werd door het projectiel in het hoofd getroffen. Als gevolg van dit gebeuren viel Mars, een 28 jarige, ongehuwde en zeer oppassende werkman dood neer. Aan enige opzet bij dit noodlottige ongeval werd tijdens het onderzoek, dat na het vinden van Mars plaatsvond niet gedacht. Dit omdat de vermoedelijke schutter, Br., die later op de avond in zijn kwartier aan de Nieuwe Heerengracht werd gearresteerd verklaarde: ‘’Ik heb op een houtduif geschoten maar ik wist niet dat het geweer met scherp geladen was,,.  Na het afleggen van deze verklaring werd hij op vrije voeten gesteld.

In het geweer, dat aan de kok van voornoemde troepen bleek te behoren zaten tijdens het onderzoek nog vier scherpe patronen. Op het lichaam van Mars is werd door de politie beslag gelegd om er de volgende dag nog een gerechtelijke schouwing op te laten plaatsvinden.

In 1926 werden de werkzaamheden en onderhoud door het Regiment Genietroepen overgedragen aan de Nederlandse Spoorwegen.©PDKAIH2017

OP DE FIETS NAAR DE CONSTRUCTIEWERKPLAATSEN DELFT.

OP DE FIETS NAAR DE CONSTRUCTIEWERKPLAATSEN DELFT.

Korps wielrijders en de rijwielherstelwerkplaats

Korps wielrijders / De rijwielherstelwerkplaats te Delft

Na een lange rit, bij temperaturen tussen de – 1,5 en 2,3 graden kwamen er op woensdagmiddag 21 maart 1917 onder luid trompetgeschal, twee escadrons van het korps wielrijders in Dordrecht aan en werden daar voor een nacht ingekwartierd. Zij waren die ochtend uit Vechel en Sint Oedenrode vertrokken. De volgende morgen zetten zij hun reis voort naar de constructiewerkplaatsen der Artillerie Inrichtingen te Delft om daar hun oude en half versleten fietsen om te ruilen voor volledig herstelde exemplaren. Op de terugtocht reden zij weer naar Dordrecht, waar ze weer ingekwartierd werden en rust konden houden. De volgende morgen zetten zij hun reis naar hun Brabantsche bestemmingen voort. En zo hadden zij behalve een andere fiets ook nog flink aan hun conditie gewerkt. ©PDKAIH2017

VERKEERDE POLITIEKE KLEUR? ONTSLAG!

 

 

 

 

VERKEERDE POLITIEKE KLEUR? ONTSLAG!

Rond de jaren 30 van de vorige eeuw was je niet zeker van je baan bij de Artillerie Inrichtingen als je lid was van sommige politieke stromingen. Met name leden van de Sociaal Democratische Arbeiders Partij (SDAP), die republikeins en anti militaristisch was en de  Communistische Partij Holland  (CPH) moesten hun ideeën afzweren. Zo niet. dan lag je ontslagbrief op de mat. Sympathisanten en anderen (bijvoorbeeld arbeiders wiens familieleden banden hadden met die partijen) werden systematisch weggepest.

 

De Munitiewerker

De communisten gaven een eigen blaadje uit ,,Munitiewerker” , dat bestemd en geschreven was voor en door medewerkers van de AI. Het kon voor 5 cent worden aangeschaft. De Centrale Inlichtingendienst (CI) hield kopers en verkopers nauwlettend in de gaten en maakte van hun bevindingen geheime rapporten voor de Minister van Justitie.

 

Geheime C.I. documenten ©Rijksarchief Den Haag

Of dat goed werkte is de vraag, want diverse exemplaren bereikten toch de arbeiders van de fabriek. Een artikel in het blad van januari 1930 (nr 1 van de 2e jaargang) , was ,,Het schafttafelpraatje”, dat u hier onder kunt lezen.

 

HET SCHAFTTAFELPRAATJE.

Goeie morgen! Elkaar in geen tijd gezien, he? Ik werk tegenwoordig aan de expeditie. Nou, moet ik jullie eerlijk zeggen dat hoewel je evengoed poot-an moet, ik er niet voor in de fabriek wil. Ze maken je daar mesjogge met die rationalisatie. Weet je niet wat dat beteekent? Wat nou de juiste vertaling is weet ik ook niet zoo precies, maar het komt in ieder geval hierop neer, dat twee man het werk doen voor drie en er voor één betaald krijgen. Of ’t link is! De Hollandse arbeiders nemen het. Praten jullie nou niet van de S.D.A.P. of moderne vakbeweging, want beide hebben zich voor de rationalisatie onder het kapitalisme uitgesproken. Dat komt omdat jullie uitsluitend ,,De Courant” lezen, vandaar dat je d’r niks van weet. Accoord! Een volgend maal als ik hier weer schaft, zal ik jullie er meer van vertellen.

Maar nou wil ik jullie nog eens herinneren aan die Bedrijfskrant, welke is uitgegeven bij het 250-jarig jubileum. Absoluut een succes! Ik hoorde zeggen, dat er 500 nummers verkocht zijn. Flinke vrouwen, hé, die met de bedrijfskrant colporteerden. Dat geloof ik ook! De directie heeft er geen rekening mee gehouden. Of ze ‘m lezen? Reken maar!

Die twee S.D.A.P.ers Lispet en Gorlé zijn toch maar volkomen in hun eer hersteld. Je weet wel, die ééne huilde omdat hij veertig jaar aan de brug werkte en de bedrijfschef er geen notie van genomen had, en die tweede wou geen privaat schoonhouden. De ,,Munitiewerker” nam ’t voor de lui op en met succes. Ja de eerste is door den B.C. gefeliciteerd en die tweede is weer aan zijn vroegere werk gezet. De privaten aan de wapenfabriek worden ook beter onderhouden en aan de mitrailleur-afdeling zijn meer handdoeken afgegeven en tenslotte heeft ouwe Piet de stratenmaker, een medaille gekregen. Dit laatste zal wel niet in de bedoeling van de ,,Munitiewerker” gelegen hebben.

Hebben jullie nog foto’s gekocht? Ik zou je danken! Stel je voor, je koopt ‘t portret van je bedrijfschef om thuis op te hangen en je krijgt ff later je ontslagbrief. Twaalf bankwerkers zijn er ontslagen aan de wapenfabriek. Een bestuurder van de Federatie moet met nog een paar bestuurders een onderhoud gehad hebben met de directie over het ontslag en nu zijn er negen overgeplaatst. Die andere drie? Nu, die moesten weg. Die beten teveel af tegen baas Rotteveel. Als je dat zo hoort, moet het ook een fijne vogel wezen. Daar heb je nou het geval met die ontslagen bankwerker, één van de drie natuurlijk, Peele genaamd. Die man heeft zes kinderen en verliest kort geleden zijn vrouw. Hij sukkelde ook reuze met z’n kinderen. Daarvoor bleef hij vaker thuis dan een ander, maar kreeg dat verzuim van de directeur betaald. Ja zeker, dat is mooi. Daar zeg ik ook niks van. Maar wat zeg je me van die baas Rotteveel? Die had op die Peele een kijkie en telkens sarde hij die man met: ,, als je weer wegblijft, kan je wel helemaal thuis blijven.” Ja, die gabber is vergeten, dat ie-zelf met de vijl in zijn knuisten heeft gestaan. Zoo houdt-ie er ook twee gepensioneerde sergeanten in, die nota bene 33 gld. per week pensioen hebben en pas zes maanden aan de Hembrug werken en daar mot een ander, die er vijf jaar is, en diploma-leeraar Ambachtsonderwijs heeft, voor ruimen. Een zoodje, hè? Ja, jongens, soms pesten de neten je meer dan de luizen.

Ach wel nee kerel, de Metaalbewerkersbond heeft aan ’t intrekken van het ontslag niks gedaan. Die hadden het te druk met den Metaalbond. Lezen jullie dan geen krant? Er is een contract afgesloten met de metaalbond. Van de dertigduizend leden van den modernen metaalbewerkersbond mochten alleen zij stemmen, die bij een lid van den metaalbond werkten. Zoo doende werden er maar elf duizend stemmen uitgebracht; acht duizend voor het contract; de rest tegen en blanco. Maar de patroons niet aangesloten bij den metaalbond, betalen dezelfde loonen. Ook onze directie bepaalt zich daarnaar. Maar wij, hoewel leden van den Metaalbewerkersbond mochten niet stemmen. Zoo zie je dat, tachtigduizend in de metaalnijverheid werkzame arbeiders, zich moeten voegen naar de acht duizend voorstemmers van ’t contract.

De leiders hebben nou weer een paar jaar rust. Ja, zeg dat wel. Het is zeker droevig. Er werken hier toch een driehonderd leden van den Metaalbewerkersbond. Hoor jij van eenige activiteit? Als je zoo eens hoort hoe ’t er aan toe gaat in de draaierij van de patroonfabriek. Daar worden de tarieven zoo opgejaagd, dat per week soms zestig gulden wordt over verdiend. Nou, je mag me ville als ‘t niet waar is. De oudere werklieden kunnen heelemaal niet meer meekomme. Vroeger hield een baas rekening met je ouderdom of zwakte of anderszins. Maar tegenwoordig hebben ze in dat opzicht niks meer te vertellen. Dat doen die ingenieurtjes, die in den laatsen tijd bij dozijnen worden aangesteld. Je werkt nu volgens een planbord, d.w.z. administratief wordt alles ingedeeld, jij en ’t werk. Degene die dat doen, zijn die ingenieurs en die kenne de menschen niet eens. Onder laatst nog is er een draaier van een dikke zestig weer aan ’t werk gezet, waar zijn opzichter hem jaren geleden had afgenomen, omdat hij zulk fijn werk niet meer kon doen. Maar het ingenieurtje werkt volgens het planbord en die ouwe kreeg weer dat werk. De ingenieur werd er op gewezen, dat die man dat …. ,,Niks mee te maken,” was het antwoord.

Jij kletst maar: Ze moeten naar de modernen bond gaan. Ik heb je zoo straks al gezegd, dat die voor de rationalisatie is. Nou zeg jij wel dat het de arbeiders hun eigen schuld is en zich maar dood moeten werken, maar dat standpunt deel ik niet. Maar van dood gesproken. Opzichter Muchel is ook nog betrekkelijk plotseling overleden. Wat waren daar een hooge gasten bij tegenwoordig. Majoor Duquesne von Brukem, luitenant Jansen en de bedrijfschef Bokma. Ja die mot een hooge hoed opgehad hebben. Die kachelpijpen zijn anders knap uit de tijd. Je mot er een staljas bij dragen.

Zeg, weet je bij wiens dood de directie niet vertegenwoordigd was, dat was bij de begrafenis van Dirk Klokman, bestuurder van den Christelijken Bond. Ik weet zeker, dat ie er ook niks op gesteld was geweest. Ik moet zeggen, dat hij als bestuurder een flinke kerel was. Daarom was hij ook bij zijn hooge chefs niet in aanzien. Hij heeft ’t eens meegemaakt, dat ie als voorzitter van het Hembrugfonds de heer Houtwipper moest spreken. Hij klopt aan de deur, doet open en ziet dat er belet is. Hij trekt zich natuurlijk terug. Even later komt de bedrijfschef van de patroonfabriek uit de kamer en, pats, gaat de deur op de grendel. De bedrijfschef lacht en zegt tegen Klokman: ,,Daar sta je naast.” Ja vindt je niet? Onbehoorlijk! Klokman was woedend. ’t Is ook om uit je vel te springen. Dat de directie niet op zijn graf was, vind ik per slot juist, omdat de scheidingslijn goed getrokken is. Nou jongens, ’t is weer tijd! Tot ziens.

Geraadpleegde bron Rijks Archief (Den Haag) ©PDKAIH2017

 

EEN FORT TEN ZUIDEN VAN ZAANDAM?

FORT TEN ZUIDEN VAN ZAANDAM, OOIT BEDACHT MAAR NOOIT GEBOUWD.

De plannen voor de bouw van de Stelling van Amsterdam zagen er in 1871 nog heel anders uit dan wat uit eindelijk is gebouwd en uitgevoerd.

Deel van de plannen voor de bouw van de Stelling van Amsterdam en de bouw van een fort in Zaandam, ca 1874

Deel van de plannen voor de bouw van de Stelling van Amsterdam en de bouw van een fort in Zaandam, 1871

Bovenstaand deel van het militaire plan van kap. J.H. Kromhout voor de bouw van gebastionneerde forten met geschut op de wallen en weinig bomvrije gebouwen wijkt sterk af van de uiteindelijk na 1881 gerealiseerde forten. Zijn plan was om de uit het begin van de negentiende eeuw gebouwde “posten van Krayenhof” om te bouwen en de inundatievelden te verbeteren om zo tot een nieuwe Stelling van Amsterdam te komen. Omdat technische ontwikkelingen van het geschut, dat daardoor een grotere draagwijdte kreeg er voor zorgde dat de kring rondom de hoofdstad al spoedig veel te klein werd, is al spoedig van dit plan afgezien. De kring rondom Amsterdam kreeg daardoor uiteindelijk zijn huidige omvang.  In de plannen van Kromhout zou de bewapening van het fort ten zuiden van Zaandam moeten bestaan uit:

  • 4 getrokken Kanons van 16 cm. Lcht. (Licht)
  • 1 getrokken Kanon van 12 cm. Br.K. (Brons Kort)
  • 3 getrokken Kanons van 12 cm. IJ.Lg. (IJzer Lang)
  • 2 gladde Kanons van 9 cm. Br.K. (Brons Kort)
  • 2 gladde Kanons van 15 cm. Lcht. (Licht)
  • 2 Houwitsers van 20 cm. K. (Kort)
  • 2 Houwitser van 15 cm. Lg. (Lang)
  • 2 Coehoorn mortieren.

©PDKAIH2017. Met dank aan René Ros van het  documentatiecentrum Stelling van Amsterdam 

VREDESWERK IN EEN UITHOEK VAN ZAANDAM.

VREDESWERK IN EEN UITHOEK VAN ZAANDAM.

Het ligt zover uit de kom van onze gemeente, dat een vreemdeling soms niet kan begrijpen dat het stuk grond, dat reeds eeuwen onder de naam ,,De Hem” of ,,De Hemlanden” bekend was, tot Zaandams grondgebied behoort en dat de Zaankanter het eigenlijk maar als een aanhangsel van onze gemeente beschouwt. Een uithoek. Maar toch is het een oord waarover de historie niet ongemerkt is heen gegaan. Want reeds voor de tijd, waarin de aan de Zaan gelegen gemeenten ontstonden lag daar het oude dorp Saenden of Zaanden, dat van zo’n betekenis was, dat het een kerkgebouw bezat. In het jaar 1155 werd het door de West Friezen geheel verwoest. De naam van het dorp had daarna nog slechts historische betekenis. Maar de naam ,,Hem” is gebleven en toen in de zeventiger jaren van de negentiende eeuw over het toen gereed gekomen Noordzeekanaal een spoorbrug werd gebouwd, sprak men niet meer over de Hem of Hemlanden, maar had de Zaankanter het verder uitsluitend over de Hembrug, waarmee hij niet de brug zelf bedoelde, maar het grondgebied dat er omheen ligt.

En toen in het jaar 1895 door de regering aan de noordzijde van het Noordzeekanaal de Artillerie Inrichtingen werden gesticht, nam men voor het gemak ook maar in de collectieven de naam ,,Hembrug” op en sprak men van ,,Hij werkt aan de Hembrug” of ,,de Hembrug vlagt”. Dit terwijl er aan die brug geen arbeider te zien was en de vlag op de Artillerie Inrichtingen wapperde. Door de vestiging van de bedrijven van de Artillerie Inrichtingen werd het oude Hemland voor Zaandam van zeer grote betekenis. Dit was niet minder het geval toen achtereenvolgend de nieuwe monumentale Hembrug over het kanaal werd gebouwd, de grote zeehaven ten westen van die brug werd aangelegd en het miniatuurpontje door grote stoomponten werd vervangen. Door deze ponten kon het intensieve verkeer en de provincie beter opgevangen worden.

In oktober 1946 werd door verslaggevers van de Typhoon een bezoek gebracht aan de NV Nederlandsche Machinefabriek ,,Artillerie Inrichtingen”. Met grote welwillendheid liet de directie zien welke nuttige werkzaamheden er op dat moment voor de opbouw van het land werden verricht.

Vredeswerk in grote stijl.

 Reeds bij den aanvang van onzen rondgang door de werkplaatsen worden wij getroffen door de grootsche afmetingen der hoog opgetrokken gebouwen, waar in men, wanneer niet hier en daar een hindernis in den weg stond, gemakkelijk per fiets zou kunnen rondrijden. Onze eerste gedachte gaat heen naar die jaren, toen het moffenpak hier zijn entree maakteen vooral huiveren wij wanneer wij denken aan die nadagen van den Dolle Dinsdag, toen de ,,kulturhelden” door een helsche angst en vernielingswaanzin aangegrepen, hier de prachtige machines begonnen weg te rooven en wat ze niet meer mee konden nemen of wat niet van hun gading was met duivelsche wellust vernietigden.

leeggeroofd-1-4

De door de Duitsers leeggeroofde bedrijfshallen

En wanneer wij dan nog één der totaal leeggeroofde gebouwen in de achtergelaten, zij het opgeruimden, toestand binnentreden, dan bewonderen wij de groote energie van directie en arbeiders, die in ruim één jaar tijds al die andere gebouwen geheel of zoo goed als geheel, weer hebben omgetooverd in prachtig geoutilleerde fabrieken, waar de bloem van Nederlands vakmanschap gebogen staat over werkstukken die voor ons wonderen der techniek zijn. En wat bovenal weldadig aandoet, dat is het feit, dat de sfeer van den arbeid, behoudens enkele uitzonderingen, slechts vrede ademt. Zeker, er wordt nog oorlogstuig gerepareerd, er staan nog tanks op de terreinen, er worden nog andere werkzaamheden verricht, die bij god Mars thuishoren, maar verreweg wordt dat overtroffen door het werk des vredes, door den bouw van machine, werktuigen en onderdeelen, die nodig zijn voor den wederopbouw van ons vaderland.

 Als soldaten in het gelid.

 Want daar staan zij, de schitterende landbouwmachines, als soldaten in het gelid, de zaaimachines, de wiedmachines, de aardappelsorteerders en de landbouwwagens, die geleverd zijn aan de Wieringermeer, den Noord-Oost Polder en voor het Landbouwherstel Walcheren. Prachtige producten waarvan de ingenieuse constructie van den landbouwwagen bijzonder treft. Diens onderbouw b.v. is zóó geconstrueerd, dat al gaat de wagen over nog zulk ongelijk terrein, het wagenvlak toch steeds horizontaal blijft liggen. Op verschillende plaatsen in de fabriek zien wij onderdelen smeden of timmeren tot ze tenslotte door bekwame schilders tot de uiterlijke kleur en glans gegeven worden die het aanzien nog aantrekkelijker maken.

Landbouwwagen fabricage / landbouwmachines en kanonnen

Landbouwwagens / kunstmeststrooiers en kanonnen / fabricage landbouwwagens

Maar het is niet alleen de landbouw, die aan nieuwe werktuigen moet worden geholpen. Ook de Nederlansche industrie in al haar geledingen moet worden opgebouwd en uitgebreid en daarvoor zijn ook weer tal van de meest uiteenlopende machines en werktuigen voor nodig. En ook daarvoor zijn verschillende afdelingen in de Artillerie Inrichtingen in volle actie. Want in de daarvoor bestemde gebouwen worden gemaakt draaibanken, fraismachines, slijpmachines, schaafbanken, revolver draaibanken, boormachines, vlakplaatmeetgereedschappen, machineklemmen enz. enz. Met de thans beschikbare outillage wordt daadwerkelijk bij gedragen aan den opbouw der Nederlandsche industrie. De grootste fabrieken in ons land wenden al deze machines reeds in belangrijke mate aan. De zeer groote precissie van de machines, welke wordt verkregen door uitstekend vakmanschap, maakt ze evenwaardig aan de meest vooraanstaande buitenlandsche producten. Inderdaad in deze machinefabrieken ziet men vredes en opbouwwerk in grooten stijl.

 Precisie buiten normaal observatievermogen.

Meetklok

Meetklok

 

Ten behoeve van het fabriceeren van al deze producten beschikt de fabriek over een centrale meetafdeeling, die uniek is in de Nederlandsche industrie. Hier ziet men apparaten, bij het aanschouwen waarvan wij het gebied van ons normaal observatie-vermogen verlaten. Hier zien wij de precisie-instrumenten, waarvan de meetklokken afwijkingen op machine-onderdeelen aangeven tot op een tienduizendste deel van een millimeter. Een voorbeeld. Onder één dezer instrumenten staat een klein blokje staal. Wij leggen onze hand erop en de meetklok geeft oogenblikkelijk aan, dat het staalblokje tengevolge van de warmte onzer hand een drieduizendste millimeter is uitgezet. Het is op deze manier, dat men op elk onderdeel de minimaalste afwijkingen kan constateeren. Ook kan men die niet met het oog waarneembare afwijkingen, op ontstellende afmetingen vergroot, op verlichte glasplaten afgebeeld zien. Het zijn alle vindingen van den menschelijken geest, waarop de toeschouwer in diepe bewondering neer ziet.

De harpoenkanonnen voor den walvischvaarder.

 Wij zijn er nog niet, o neen, nog lang niet. Want nog steeds wandelen wij verder, het eene gebouw uit en het andere in. En nu komen wij weer in de militaire afdeeling, waar draagbare wapenen en geschut worden gereviseerd (nieuwe worden hier thans niet gemaakt, daar de regeering die van het buitenland koopt). En hier zien wij de kleine kanonnen die bestemd zijn voor den grooten walvischvaarder, die thans in het IJ ligt te wachten op het sein van vertrek naar de Zuidpool.

willembarendsz1-nv-nederlandse-maatschappij-voor-de-walvisvaart

Willem Barendsz 1 ©NV Nederlandse maatschappij voor de walvisvaart

En een oogenblik denken wij terug aan den tijd van ,,den man onder den beer”,den bekenden Zaandamschen Walvischvaarder, die leefde in het glorietijdperk van de Zaansche Groenlandsvaart, den tijd waarin met gebrekkige hulpmiddelen de jacht op de walvisch werd beoefend, ten koste van vele menschenlevens en schepen.

bankschroefEn steeds maar weer wandelen wij door nieuwe afdelingen. Daar is de eigen gieterij, die van groote capaciteit is en die gietstukken vervaardigt voor de eerder genoemde producten. Ook bijzonder gietwerk wordt gemaakt, b.v. van lichtmetaal en brons. Hier worden ook gietstukken gemaakt voor de bankschroeven fabricage, waarvan er wekelijks 300 de fabriek verlaten met bestemming naar de Nederlandsche werkplaatsen. Wij gaan door naar het laboratorium. Dat noodzakelijk is voor de juiste materiaalkeuze en dat eveneens door grootte en outillage eenig in ons land is, terwijl het nog steeds wordt geperfectioneerd. En tenslotte is er een afzonderlijke school voor vakopleiding, waar volgens het Leerlingstelsel wordt gewerkt en waar jeugdige arbeiders met diploma ambachtsschool, in twee jarigen cursus, voor het bedrijf worden opgeleid.

Zoo zijn wij dan aan het einde van onzen rondgang gekomen en verlaten de fabrieken onder den indruk van het machtige industrieele apparaat, dat wij hier hebben mogen aanschouwen. Ja, wij praten over den opbouw van ons land en wij critiseeren zelfs, dat het niet snel genoeg gaat. Maar wie eens in den gelegenheid wordt gesteld om met dien opbouw kennis te maken, die zegt ,,Hoed af!,, Zoo is het ook bij de A.I.!                                                                                               ©PDKAIH2017. Bron: Dagblad de Typhoon 1946.

DE MUNITIEFABRIEK ARTILERIE INRICHTINGEN HEMBRUG IN WW1.

DE MUNITIEFABRIEK ARTILERIE INRICHTINGEN HEMBRUG IN WW1.

De Leger en vlootfilm is een in 1917 door Willy Mullens gemaakte film die moest laten zien dat het gemobiliseerde leger er klaar voor was om de neutraliteit van het land te waarborgen. In de Nederlandse versie van deze film komt dit stukje van de Artillerie Inrichtingen Hembrug voor. In de buitenlandse versie zijn beelden over fabricage van wapens en munitie zorgvuldig weggelaten.

POSTWAGENS VAN DE ARTILLERIE INRICHTINGEN.

POSTWAGENS VAN DE ARTILLERIE INRICHTINGEN.

De Chenard & Walker en de Franz postwagen

De Chenard & Walker en de Franz postwagen

De Artillerie Inrichtingen bezat een aantal eigen postwagens die in opdracht van de PTT het vervoer van poststukken verzorgden. De eerste was een Franse Chenard & Walcker postauto. De ander een in 1919 bij het Nederlandse leger overbodig geworden vrachtauto van het Oostenrijkse merk Franz (werd later Gräf & Stift) en was nog voorzien van massieve banden. Of het allemaal zo veilig was met dat grote reclamebord met ooievaar. Het ging wel allemaal niet zo snel als nu maar het is toch een beste windvanger.

©PDKAIH2017, Foto’s ©fotoafdrukken KL,