DE REVOLVER M73

DE REVOLVER M73.

Tot het jaar 1873 was de Nederlandse landmacht met een grote hoeveelheid verschillende wapens bewapend. Dit waren voornamelijk oude pistolen met een kaliber van 17,1 m/m, een gemoderniseerde percussie inrichting maar lopen zonder trekken en velden. De pistolen waren van de modellen uit 1815 en 1820 (de M 1815 en de M 1820).

Bij de Marine beschikte men toen al geruime tijd over een revolver. Het was een percussie wapen, met een kaliber van 11,2 m/m vervaardigd bij de Maastrichtse vuurwapenfabrikant Beaumont. De officiële naam van het wapen was de Beaumont-Adams revolver, model 1856. In 1869 werd dit type gemoderniseerd volgens een ontwerp van Van Wely ,een Marine officier. Na de modernisering was het wapen geschikt voor eenheids – patronen en omdat het een achterlader was werd het “Revolver A” genoemd. Dit model werd tot ca. 1900 gebruikt.

Filmpje over de werking van een de Beaumont Adams percussie revolver

J.J. Bergansius, kapitein der Artillerie, geen onbekende in de wapenindustrie was hoofd van de Maastrichtse wapenkeuringscommissie en had vele contacten op dat gebied. Hij had grote interesse in de fabricage van handvuurwapens en daarom heel wat uren doorgebracht bij de Nederlandse maar ook Belgische (Luikse) wapen industrie. In 1869 verscheen er een boek van zijn hand. “Handleiding tot de kennis en inrichting en het gebruik van revolverpistolen” In dit boek stond een ontwerp voor het vervaardigen van een snelvuur oorlogsrevolver. Volgens dit ontwerp werden een aantal modellen gemaakt. Deze werden door hem ter beoordeling aan de Minister van Oorlog aangeboden.

Ongetwijfeld zal zijn jongere broer J.W. Bergansius, ook officier en werkzaam bij de Pyrotechnische Werkplaats Delft hem daarbij met raad en daad hebben bijgestaan. Deze broer werd later directeur van de Artillerie Inrichtingen, bevorderd tot Luitenant Generaal. In van 1888 tot 1891 werd hij Minister van Oorlog. Dit beviel hem blijkbaar zo goed dat hij die functie 10 jaar later, van 1901 tot 1905 weer aanvaarde in deze functie was hij de verantwoordelijke persoon voor de invoering van het geschut 7 veld. En als of het nog niet genoeg was, bekleedde hij vanaf 1903 ook nog de functie Minister van Staat.

Kanon van 7 veld

Enige jaren na het verschijnen van zijn boek paste J.J. Bergansius  zijn ontwerp aan en maakte daarmee het wapen geschikt voor eenheids randmunitie met een kaliber van 9,4 m/m. Het model kreeg de lange naam “revolver met zes schoten en een lange worp” en werd in 1873 ingevoerd. De naam werd volgens de gebruikelijke regels naar het jaar van invoering genoemd : M 73 model 1873.

Het Bergansius ontwerp was gebaseerd op een in Juli 1862 gepatenteerde uitvinding van J. Chamelot en H.J. Deville die een wapen door middel van een double action systeem  / centraalvuring geschikt maakte om eenheidsmunitie, ontworpen door H. Smith en D. Wesson (Smith&Wesson) te gebruiken. Het wapen kon net als de revolver van A Van Welly aan de achterzijde worden geladen. De kamer/trommel kon zijwaarts geklapt worden waardoor de hulzen uitgenomen en de nieuwe patronen geladen konden worden. Men doet Bergansius vaak tekort door te schrijven dat het wapen volgens het systeem Chamelot-Delvigne is gemaakt. Dit misverstand is in 1879 ontstaan door een foute tekst in een handleiding van 1e Ltn. Husink en is een eigen leven gaan leiden. Het wapen is o.a, gebaseerd en vervaardigd volgens het stelsel Bergansius!

De verschillende modellen / tekening met de werking / tekening met onderdelen

De M73 was het wapen om de gedateerde M 1815 en de M1820 te vervangen. Het was zo’n beetje het modernste wat er maar te krijgen was en een hele vooruitgang om van een enkel schots naar een zes schots wapen te gaan. Het had echter ook nadelen. Als je zes schoten had gelost, was je voorlopig wel even bezig om de hulzen er met behulp van de pompstok of de meegeleverde schroevendraaier uit te halen uit te halen en het van nieuwe patronen te voorzien.

De bedrijven die M73 revolvers maakten waren :

P.Stevens in Maastricht, die er in de periode 1873 – 1877, de eerste 3500 gemaakt heeft. Daarna niet meer, E. de Beaumont te Maastricht, J.F.J. Bar te Delft.

Rond 1900 werden zij ook gemaakt in de W.D.W (Werkplaats Draagbare Wapens) te Delft en later ook aan de Hembrug. De meeste hier vervaardigde wapens werden meestal vervaardigd van aangekochte onderdelen, deze waren slechts voorbewerkt en moesten door de geweermakers en  leerling geweermakers pas gemaakt en daarna geassembleerd worden. Bijna alle bewerkingen waren handwerk en dus een goede leerschool. Er werden er op die manier totaal zo’n 13.000 gemaakt.

In 1907 gaf de Minister van Oorlog het hoofd van de WDW, de Majoor M.J.A. Masthoff de opdracht om complete revolvers van het bestaande model  bij de verschillende leveranciers aan te kopen. De Majoor stelde de Minister daarop voor, om de benodigde revolvers in de eigen werkplaatsen aan te maken.  Hij had voor dit idee diverse wijzigingen bedacht, waardoor een groot aantal handelingen voortaan machinaal konden worden gedaan, wat de productie tijd en het vele handwerk zouden kunnen verminderen. Zijn voorstel hield o.a in dat de loop van het wapen in plaats van achtkantig voortaan rond zou worden , de haan, trekker en laadklep zouden een andere vorm krijgen en de trekker-beugel zou smaller  gemaakt moeten worden. Verder was het wapen 4,5 centimeter korter als zijn voorganger en ca. honderd gram lichter. De Minister stemde toe met deze wijzigingen en gaf de opdracht er 4000 te vervaardigen, de eerste verschenen begin 1908. In 1913 volgde er een opdracht voor nog 2100 exemplaren.

Het oorspronkelijke wapen uit 1873 kreeg  om het te onderscheiden van de aangepaste versie de toevoeging OM wat zoveel betekende als oud model. De gewijzigde versie zou door het leven gaan onder de oorspronkelijke naam M73. Het kreeg al snel de niet officiële toevoeging NM (nieuw model). De wapens die bij de Hembrug werden gemaakt werden aan de rechter voorzijde van de kast voorzien van het stempel “HEMBRUG”. De M73 OM hadden buiten de vermelding van de fabrikant waar het geproduceerd was een productienummer van 1 tot ca. 13.000, een wapennummer en vaak ook een stempel met het jaartal van in gebruikname. De nummering van de NM wapens die van de Hembrug  kwamen hadden als nummer een combinatie van een letter en een nummer dat liep van 1 tot 1000. Daarna volgde een nieuwe letter. Dus na de letter A een nummer van 1 tot 1000 en vervolgens B en wederom een nummer van 1 tot 1000 etc. etc.  Er werd er ook een aantal revolvers geproduceerd die geen trekken of velden hadden, maar voorzien een gladde loop. Deze waren bestemd voor het afvuren van traangaspatronen.

De M73 was ingevoerd bij de landmacht en het KNIL (Koninklijk Nederlands Indische Leger) en het standaard vuist vuurwapen van de artillerie, cavalerie en de Koninklijke Marechaussee. Omstreeks 1891 werd een deel van de oude modellen in gevoerd bij de Koninklijke Marine en de Mariniers. Deze revolvers hadden een M voor het nummer of een alleen staande M aan de voorzijde van de kast. Omstreeks 1930 verschenen een aantal van de op deze manier gemerkte wapens bij de landmacht. De landmacht kocht haar handvuurwapens niet zoals gebruikelijk bij de firma Beaumont, maar schafte ze aan bij J.F.J. Bar te Delft en P. Peters te Maastricht. De koninklijke Marine kocht wel bij E. de Beaumont te Maastricht.

De M73 werd kosteloos aan dienstplichtigen uitgereikt. Voor officieren was het een  standaardwapen dat ze op eigen kosten dienden aan te schaffen. Voor hen was er een verkorte uitvoering met achtkantige loop. Het wapen werd gedragen in een leren revolvertas met aan de buitenzijde plaats voor een schroevendraaier, die aan het koppel werd bevestigd of door middel van draagriemen over de schouder gedragen, een patroontas voor 48 patronen, een blikje vet, een messing pompstok en voor de beredenen een revolverkoord.  Op bovenstaande waren een aantal variaties mogelijk.

Het wapen kon overweg met de patronen no.5 en no.6. De scherpe patroon no.5 bestond uit een messing huls met rand en ligplaats met aambeeld en brandgat, een slaghoedje en een loden kogel. Deze  was vast geperst in de huls en had een groef die gevuld was met vet. Dit vet diende om kruitslijm in de loop te voorkomen. De lading bestond uit 0,7 gram fijnkorrelig zwart buskruit. De patronen waren verpakt in pakjes van zes en of kartonnen doosjes voorzien van een wit etiket, voorzien van de tekst patroon no.5, de hoeveelheid (12), het hulsmerk en jaartal van aanmaak, en fabrikant.

De losse / oefenpatroon no.6 bestond uit een huls met daarin 1,25 gram zwart buskruit, die aan de bovenzijde was afgesloten met een met zaagsel gevulde prop patroonpapier. De patronen waren verpakt in pakjes van zes en of kartonnen doosjes voorzien van een rood etiket, voorzien van de tekst patroon no.5, de hoeveelheid (12), het hulsmerk en jaartal van aanmaak,  de fabrikant.

Technische specificaties M73
Een recent gevonden M73 OM

Gedurende de mobilisatie waren er ca. 17.500 revolvers van de voornoemde modellen M73 bij het Nederlandse leger in gebruik, in de meidagen van 1940 was de revolver M73 het oudste nog in gebruik zijnde wapen. Bovenstaand exemplaar van de M73 is vrij recent aangetroffen in een water nabij Ypenburg waar op de 10e mei 1940 een felle strijd is geleverd met het doel om het vliegveld uit handen van de vijand te houden.Bronnen de Grebbenberg, D.Kikkert, het Militair magazijn ©PDKAIH2019

Advertenties

HEMBRUGTERREIN EN DE BENDE VAN 4

HEMBRUGTERREIN EN DE BENDE VAN 4

Op 6 januari 2017 was de Hans Kuyper, de schrijver van het kinderboek “het geheim van het Kruitpaleis” weer terug op het Hembrugterrein. Ditmaal niet om inspiratie op te doen voor een nieuw verhaal, maar om met zijn toenmalige band “De bende van 4” een lied / clip op te nemen.

Behalve op het Hembrugterrein werd er ook gefilmd in Ons huis, De Eismolenbuurt (Rosmolenbuurt) en in de school “de Eendracht” in Wormer. Ondanks het feit dat het die dag stervenskoud was, wisten zij de clip “Sams droom zonder bibberende stemmetjes op te nemen.

De bende van 4 – “Sams droom”

BEUNHAASJES BIJ DE ARTILLERIE INRICHTINGEN

BEUNHAASJES BIJ DE ARTILLERIE INRICHTINGEN.

In jaren 50 van de vorige eeuw verschenen de eerste werpmolens van Nederlands fabricaat op de markt. Ze werden gemaakt door de firma Tamson. Voor veel vissers was een werpmolen een luxe, die je je niet zomaar kon veroorloven. De molentjes waren aardig aan de prijs, maar aanmerkelijk goedkoper dan de buitenlandse modellen. Hoewel de molens het vis plezier verhoogden, was ook hier het gezegde goedkoop is meestal duurkoop van toepassing. De molentjes zagen er op het oog wel goed uit maar het binnenwerk ging door het gebruik van goedkope materialen snel stuk.

Tamson werpmolen

Tamson werpmolen

 

Onder de werknemers van de Artillerie Inrichtingen bevonden zich ook enige fanatieke vissers die in het bezit waren van zo’n luxe werpmolen. Deze werden dan ook tijdens de door de personeelsvereniging georganiseerde viswedstrijden, die meestal plaatsvonden van de aan het terrein grenzende Noordzeekanaal en de Voorzaan gebruikt. De hengels die de vissers gebruikten waren wel van deugdelijke kwaliteit, dat kon ook niet anders want zij waren vervaardigd van oude tankantennes.

Eén van de zaken die zo’n gezellig visdagje konden verpesten was dat het duur aangeschafte molentje stuk ging. Maar niet getreurd want een dag later werd het molentje in de baas zijn tijd en met de voorhanden zijnde betere materialen gerepareerd. Maar toen ook deze gerepareerde molentjes kuren begonnen te vertonen besloot men de molentje dan maar helemaal zelf na te maken. Dat was met behulp van de aanwezige kennis, materialen, gereedschappen en machines geen enkel probleem. Deze nagemaakte molentjes hadden natuurlijk geen merkplaatjes van Tamson, maar ook niet van de AI. Dat laatste natuurlijk om geen slapende honden wakker te maken. Dat was niet zo heel erg moeilijk want ook degenen die toezicht hielden in de diverse werkplaatsen wilden of hadden natuurlijk ook zo’n spotgoedkoop deugdelijk molentje. ©PDKAIH2019

HOE ONS LEGER AAN ZIJN BEWAPENING KOMT.

HOE ONS LEGER AAN ZIJN BEWAPENING KOMT.

Deze week (28 october 1916) heeft, de Minister van Oorlog aan een twintigtal vertegenwoordigers van de Nederlandsche pers gelegenheid gegeven een kijkje te nemen in onze wapen- en ammunitiefabrieken. Een goede gedachte voorwaar. Wel was reeds eenige tijd geleden een overzicht gegeven van wat er voor ons leger is aangemaakt sedert het begin der mobilisatie, maar het publiek leest in de oorlogsberichten voortdurend van zoo’n ontzaglijk verbruik van ammunitie en wapens, dat werkelijk wel meer dan een officieele meededeling gewenscht is, om de overtuiging te vestigen dat er inderdaad héél wat gedaan is om de bewapening van ons leger te brengen op het peil dat de oorlog van onze dagen eist.

Dat journalistenbezoek gold natuurlijk allereerst de artillerie-inrichting aan de Hembrug, waarheen in 1897 al de wapen-inrichtingen werden overgebracht die wij toen in verschillende plaatsen hadden, en waar sedert 1904 onze geweren in hun geheel worden gemaakt.

Oude foto van de Artillerie Inrichtingen

Toch is sedert de mobilisatie de inrichting aan de Hembrug tot een volledige wapenfabriek geworden. Het aantal werklieden is er vertiendubbeld, de gebouwen zijn vergroot door bijbouw en door nieuwe verdiepingen. Maar nu wordt dan ook de geheele bewapening van ons leger in al zijn tallooze onderdeelen, daar vervaardigd. Om een klein begrip te geven wat bijvoorbeeld het maken van een geweer beteekent, vermelden we, dat een geweer bestaat uit 88 onderdelen. Er zijn onder die onderdelen verschillende, die 60 en 70 bewerkingen en meer, ja tot zelfs 138 bewerkingen moeten ondergaan.

Voor de bewerking van de kolven alleen is een geheele afdeeling ontstaan, die zelf haar boomen koopt, zelf de planken zaagt, waaruit de kolven, na droging van het hout, machinaal worden vervaardigd.

Tegenwoordig worden ook de propellers (schroefbladen) der vliegmachines hier gemaakt. Vroeger werden deze uit Frankrijk betrokken. Onze vliegers wilden aanvankelijk van het Ned. fabrikaat weinig weten, doch toen ten slotte geen invoer meer plaats had, moest men noodgedwongen gebruik maken van het eigen fabrikaat en… ze bleken beter te zijn dan de buitenlandsche.

De wapenfabriek bezichtigende, zagen we achtereenvolgens alle bewerkingen die de verschillende onderdeelen van het geweer moeten ondergaan, alles met machines, zoo vernuftig en zeker arbeidend dat één man vaak vijf machines kan bedienen, we denken bv. aan het boren der loopen. Dit gedeelte van het werk is zeker wel het meest belangrijke en toch is er slechts één werkman voor verschillende machines noodig. De boor der machine is zo gesteld, dat zij tot op een gedeelte van een millimeter nauwkeurig steeds ‘t gat op de juiste plaats in den juiste vorm boort.

Na de interessante bewerkingen te hebben gezien, kregen we in de controle-afdeeling gelegenheid ons een denkbeeld te vormen van de scherpe controle, die ieder onderdeel tot het allerkleinste deeltje van het geweer, moet ondergaan, alvorens gebruikt te mogen worden. Met allerlei werktuigen worden de onderdeelen onderzocht op de maten, de hardheid van het staal enz. Een buitengewoon secuur werkje is het onderzoeken van de looprichtingen, wat op het oog geschiedt, slechts door langdurige ervaring kan men daarin een zekere vaardigheid verkrijgen. De tenslotte goedgekeurde deelen komen dan in de afdeling ,,samenstelling”, waar de geweren in elkaar worden gezet, om dan geheel gereed te worden afgeleverd. Zonder het juiste aantal te noemen, mogen we wel vermelden, dat dagelijks honderden geweren dit gedeelte van de fabriek verlaten. Nog eenmaal worden dan de geweren beproefd. Geen enkel geweer wordt in gebruik genomen, voordat het is ingeschoten.

Zoals met de geweren, geschiedt ook de afwerking van alle andere wapens. Ook deze fabricatie geschiedt machinaal. Handenarbeid is er, behalve de controle, bijna niet. De werklieden van deze fabrieken zijn in hoofdzaak burger-werklieden, doch een groot deel hunner is aan de verschillende troepenafdeelingen onttrokken, dit zijn dienstplichtigen met verlof. In den laatsten tijd is een inrichting aan de fabriek geopend, waar militieplichtigen tot geweermaker worden opgeleid.

Getuigschrift wapenmaker ©Emiel

Maar ook de munitie-industrie moest worden aangevat. Het was noodzakelijk, dat men er op rekende op eigen kracht te zijn aangewezen. Gelukkig hebben we ons kunnen overtuigen, dat ook onze munitie-productie een groote vlucht genomen heeft. Het is ons niet geoorloofd mede te deelen, wat op dit gebied gemaakt wordt, doch wel kunnen we vermelden, dat in de munitiefabrieken alle ammunitie gemaakt wordt, alle soorten kogels voor handvuurwapens en voor kanonnen van de kleinste tot de grootste afmetingen, waarbij bleek, dat ook het zware geschut niet meer ontbreekt, handgranaten, mijnenwerpers, bommen voor vliegmachines, granaatkartetsen, eenheidsprojectielen, brisantgranaten, enz.

Heintje Garenstroom met de grootste en kleinste granaat. ©ANP

Op aanschouwelijke wijze werd ook hier weer aangetoond, hoeveel machines er noodig zijn voor de afwerking van één patroon, één bom of granaat. Hoe tot in tiende deelen van millimeters nauwkeurig de afwerking moet zijn. Slechts voor enkele onderdelen van de munitiefabricage wordt op dit ogenblik gebruik gemaakt van de particuliere industrie.

Het aantal onderdeelen van granaten enz. is al even talrijk als van de handvuurwapens en de bewerking dier onderdeelen moet zo mogelijk, met nog grooter nauwkeurigheid plaats hebben dan die van de vuurwapens. De minste afwijking kan niet alleen het projectiel onbruikbaar of ondeugdelijk maken, maar bovendien alle berekeningen omtrent den tijd van ontploffing enz. omver werpen. Zoo nauwkeurig is dan ook de controle, dat b.v. voor één granaat 156 mallen en meetwerktuigen noodig zijn, om de controleering te doen plaatshebben.

De afdeeling voor de vervaardiging en de behandeling van de springstoffen ligt geheel afzonderlijk. Alle springstoffen worden ook al weer in de artillerie-inrichting vervaardigd. Het spreekt vanzelf, dat alle mogelijke voorzorgen zijn genomen zoowel voor de werklieden, die met de springstof omgaan, als voor hun in de omgeving werkende mede-arbeiders.

Het zeer gevaarlijke slagkwik wordt in huisjes, achter af liggende, gedroogd en met andere ontplofbare bestanddeelen vereenigd tot sas, de springstof voor de slaghoedjes. In ieder huisje, dat met een netwerk van bliksemafleiders is omgeven, werkt slechts één man. Het huisje is door hooge aarden wallen geheel geïsoleerd. Nimmer kan dus iemand, die hier werkt, door de onvoorzichtigheid van een collega een ongeluk krijgen, terwijl ook door eigen onvoorzichtigheid nimmer een ernstige ramp kan ontstaan.

Vullen van munitie

Het sas wordt verdeeld in kleine hoeveelheden in doosjes, die van buitenaf, door den vervaardiger worden geplaatst in een lokaaltje, dat geheel met pantserstaal is afgesloten. In een volgend lokaaltje, dat verdeeld is in celletjes, weer met pantserstaal omgeven, zitten eenige werklieden, die belast zijn met het vullen van de slaghoedjes en die daartoe de gevulde doosjes wegnemen door een klein luikje. Ze nemen een hoeveelheid voor een paar vullingen en zetten het doosje dan weer achter het luikje. De vulling geschiedt door de verdeeling over een messing-liniaal, waarin twaalf slaghoedjes zijn geplaatst. Door een spleet, die juist ruim genoeg is, om de gevulde liniaal door te geven, schuiven ze de gevulde linialen naar den achter den pantsermuur werkende man, die de liniaal verder doorgeeft ter afwerking. De vulling der linialen geschiedt onder een plaat van onbreekbaar glas, zodat wanneer de kleine hoeveelheid sas nog eens tot ontploffing zou komen, de werkman daarvan geen of althans weinig hinder zou hebben.

We hadden nog gelegenheid een kijkje te nemen in de kogelgieterij, waar de kartetsen en handgranaten o.a. gegoten worden.

Uit de groote koepelovens vloeit het vloeibare ijzer als water weg om dan in de vormen gegoten te werden voor de gietijzeren projectielen. Het smelten van messing, het metaal voor de patroon en granaathulzen heeft plaats in hel opvlammende olie-ovens.

Koepelovens in de gieterij

In wording is de inrichting voor het persen van stalen granaten, die tot dusver uit het buitenland betrokken werden.

Het vullen der hulzen, het mallen en controleeren daarvan, het vullen van de projectielen, geschiedt in afzonderlijk liggende gebouwen onder de strengst mogelijke controle en voorzorgen.

Ons volgend bezoek gold de elders gelegen opslagplaatsen en werkplaatsen der artillerie, een sedert de mobilisatie in gebruik genomen, uitgestrekt terrein met grote magazijnen en stapelplaatsen. Op de buitenterreinen zagen we grote voorraden staal voor projectielen en reeds gedeeltelijk afgewerkte projectielen, terwijl de magazijnen volgepakt zijn met allerlei onderdeelen.

Vullen en samenstellen

De munitie zelf wordt hier niet opgestapeld, doch zoo spoedig mogelijk gedistribueerd of elders opgeslagen. Het vullen der granaten met springstof en buskruit is een arbeid, die niet alleen buitengewone voorzichtigheid vereischt, maar vooral groote nauwkeurigheid, wat de hoeveelheid buskruit betreft. Het buskruit wordt gedeeltelijk nog ingevoerd, in hoofdzaak uit Zweden, doch tegenwoordig ook reeds voor een groot deel in ons land gefabriceerd. De springstof voor de granaten, het trinitrotoluol of TNT wordt machinaal in ronde blokken geperst, en in dien vorm in de hulzen gebracht.

Het vullen van de revolver-patronen en het verpakken geschiedt mede in deze afdeeling. Ondanks de bergen materiaal en de groote voorraden afgewerkte artikelen, heeft de directie van de artillerie-inrichtingen op deze terreinen nog flinke ruimte om zoo noodig tot uitbreiding te kunnen overgaan.

Ten slotte stond nog op het programma een bezoek aan de constructie-werkplaatsen. Deze werkplaatsen zijn een afdeeling van het staatsbedrijf der Artillerie-Inrichtingen, doch munitie of wapens worden hier niet gemaakt.

De werkzaamheden beslaan in het fabriceeren en herstellen der affuitage, artillerie-voertuigen, richtmiddelen en bedieningsgereedschappen van het geschut, van de bespanningen, de hulpmiddelen voor het in richting brengen der vuurmonden, de optische instrumenten,  kijkers, afstandmeters, telescopen enz.

Gedurende de mobilisatie is een afdeeling ingericht waar de rijwielen hersteld en gefabriceerd worden, benevens een afdeeling waar de motorrijwielen en automobielen hersteld worden.

Voor de goede uitvoering van één en ander heeft men de beschikking over een metaaldraaierij, instrumentmakerij, wagenmakerij, ververij, rijwielafdeeling, motorrijwiel-herstelwerkplaats, automobiel-herstelwerkplaats, magazijnen voor materialen, controle en expeditie.

Het bedrijf werd tijdens de mobilisatie belangrijk uitgebreid. Het aantal werklieden van voor de mobilisatie is thans ongeveer vervijfvoudigd. Het meerdere personeel moest voor een groot gedeelte werden onttrokken aan de gemobiliseerden. Toch ondervond de uitbreiding in den aanvang groote moeilijkheden, omdat men hier, in tegenstelling met de munitie- en wapenfabrieken, in hoofdzaak bekwame vaklieden noodig had. Dit was dan ook de oorzaak, dat een belangrijk deel van het personeel aan het leger onttrokken moest worden.

Hoewel het hoofddoel is het verrichten van herstellingen, voor zoover dit bij de verschillende korpsen niet ter plaatse kan geschieden, wordt toch tegenwoordig vooral, ook zeer veel materieel aangemaakt als: goederenwagens, proviandwagens, keukenwagens, keuken-automobielen (de motoren niet), affuiten voor de veldartillerie en de houwitserafdeeling, caissons voor houwitserafdeelingen, zadels, raderen, materieel, bestemd voor vervoer van mitrailleurpatronen, instrumenten voor het richten, en niet te vergeten, rijwielen.

Bij het begin van de mobilisatie waren er betrekkelijk weinig rijwielen bij het leger in gebruik, dadelijk werden er toen een groot aantal gerequireerd, meest natuurlijk gewone toerkarretjes. ’t Bleek spoedig, dat deze niet zo geschikt waren voor het meer ruwe gebruik van den soldaat, terwijl er ook zooveel soorten waren, dat men vaak groote moeilijkheden had met het verkrijgen van de noodige verwisselstukken.

Dit leidde tot de samenstelling van een militair-rijwiel, dat met vermijding van alle luxe, een maximumweerstandsvermogen had. Men hoopt hierdoor langzamerhand een eenheidsrijwiel te krijgen. De meeste onderdeelen moeten nog uit het buitenland verkregen worden omdat de binnenlandsche industrie ze niet kan leveren. Nu kan men ook langzamerhand een stapelmagazijn krijgen, van waaruit voor alle rijwielen de verwisselstukken kunnen verkregen worden. Tijdens ons bezoek was er juist een compagnie wielrijders aan de fabriek, die de oude karretjes kwam inleveren, om daarvoor een nieuw rijwiel –militair model– in ontvangst te nemen. De rijwielen met de uniforme uitmonstering zagen er keurig uit en gaven een indruk van buitengewone soliditeit.

Men is thans ook bezig met het maken van affuiten voor afweergeschut tegen vliegtuigen. Een exemplaar van een afweerkanon op affuit was in de fabriek opgesteld.

Belangrijk is ook, dat de meeste richtwerktuigen voor het geschut geheel hier worden gemaakt en hersteld, terwijl speciale afstandmeters voor de kust-artillerie in de fabriek worden gemaakt, ook alle optische instrumenten, telefoon, telescopen enz. kunnen in de instrumentwerkplaatsen worden hersteld.

Detailtekening van een Houwitser en Affuit 1904

Binnenkort zal de werkplaats voor het herstellen en maken van optische werktuigen, die in de tegenwoordige oorlog van zulk een groote waarde zijn gebleken, aanzienlijk worden uitgebreid.

We hadden verder gelegenheid enkele juist aangekomen exemplaren van het Zweedsche houwitsergeschut te bezichtigen, dat reeds in gebruik is genomen en spoedig in de eigen fabrieken zal worden gemaakt, daar het gieten van geschut, dat in 1904 werd gestaakt, thans opnieuw zal worden ter hand genomen en wel allereerst het gieten van houwitsers.

In de elders gelegen automobielherstelplaats kregen we een idee van de omvang van deze afdeeling. Niet minder dan 60 auto’s waren in herstelling.

De indrukken, die wij hebben opgedaan, samenvattende, menen we te mogen constateren, dat het staatsbedrijf der artillerie-inrichtingen alleszins rekening heeft gehouden met de eischen, die aan een dergelijke inrichting onder de tegenwoordige tijdsomstandigheden moeten worden gesteld; dat het is geworden een enorme industrie of liever een complex van industrieën; dat men alle moeilijkheden zoo goed mogelijk heeft overwonnen en dat, als we binnenkort ook zelf weer geschut gieten, onze legervoorziening in gene deele van het buitenland afhankelijk is.

We willen geenszins ontkennen, dat niet te een of anderen tijd gebrek aan enkele materialen groote moeilijkheden zal kunnen veroorzaken, doch daartegen over meenen we te mogen vaststellen, dat onze wapen- en munitie-productie, ieder geval van oorlog toch ongetwijfeld de belangrijkste takken van het artillerie-bedrijf, in afzienbaren tijd geen gevaar loopen. Niet alleen toch, dat nu reeds maanden en maanden door de tot het maximum opgevoerde productie ongetwijfeld een belangrijke voorraad is aangemaakt, maar zoals ons uit eigen bezichtiging gebleken is —  voor zover dit althans door ons te beoordelen is — zal de nog beschikbare voorraad grondstoffen nog langen tijd voor de grootst mogelijke massa-productie voldoende zijn.

De gehele legeruitrusting, die een belangrijke factor is gebleken te zijn, is bij de artillerie-inrichting in goede handen.

Bronnen, de Middelburgsche Courant, foto’s Emiel, ANP en eigen collectie  ©PDKAIH2019

ARTILLERIE INRICHTING VERLEENT HULP

ARTILLERIE INRICHTINGEN VERLEEND HULP.

Bij het aantreffen van niet ontplofte munitie, verdachte pakketjes enz., wordt tegenwoordig de hulp van de explosieven opruimingsdienst uit Culemborg ingeschakeld. In vroeger tijden werd hiervoor de hulp van de munitie deskundigen van de Artillerie Inrichtingen ingeroepen. Zo ook bij het aantreffen van niet ontplofte granaat in Den Ilp. In de diverse tijdschriften en kranten werd er altijd melding gedaan van het inroepen van deze hulp. Zo ook in de Dordrechtse  Courant van donderdag 18 februari 1937.

EEN GEVAARLIJKE VONDST

Eén der bewoners van Amsterdam heeft waarschijnlijk een granaat in de vuilnisbak gedaan.

GEVULD MET GIFGAS.

De sorteerders van de vuilnisstorting te Den Ilp in de gemeente Landsmeer hebben dezer dagen, aldus de Telegraaf, een gevaarlijke vondst gedaan. Zij haalden namelijk uit het hoofdstedelijke vuil een groote granaat van Duitsche herkomst, die waarschijnlijk met gifgas gevuld is.

Duitse gifgasgranaten uit WW1 links voorzien van een groen kruis . gevuld met chloorpicrine/fosgeen, midden met geel kruis, gevuld met kaneelolie (mosterdgas) en rechts met blauw kruis gevuld met clark

Bij Den Ilp is een plas water, een zogenaamde breek, die met behulp van de Stadsreiniging wordt gedempt. Dagelijks zendt deze gemeentedienst een aantal afvalbakken met het Amsterdamsche afval naar dit stille plekje in Waterland. Met een knijper wordt dit vuil gestort en over eenige jaren zal het water in vruchtbaren grond herschapen zijn. De werklooze jongens uit deze buurt zoeken elke worp van de knijper precies na. Zij halen er alles uit wat maar eenigzins van hun gading is. De één zoekt koper, de ander zoekt vodden. Altijd is een aantal van deze sorteerders bij het storten aanwezig, die op zoo’n manier nog een zakcentje verdienen. Dat de vreemdste voorwerpen uit het vuil tevoorschijn komen, is te begrijpen.

EEN GRANAAT.

Deze week schoten de jongens toe, toen een volkomen gaaf lang metalen voorwerp uit een greep vuil tevoorschijn kwam. Zij waren nieuwsgierig wat dit wel kon zijn; er zat koper aan en er was nog geen vlekje op het ding. De jongen die het opraapte dacht dat het een thermosflesch was en probeerde den koperen ring aan het einde van het vreemde instrument los te werken. Hij besefte toen niet, welk een levensgevaarlijk spelletje hij speelde.

DE VELDWACHTER GEHAALD.

De andere jongens die wel eens iets van granaten hadden gehoord, wantrouwden het vreemde metalen ding toch. Zij raadden de jongen aan het ding maar neer te leggen; deze vond het nu ook beter en men riep de veldwachter van Den Ilp, den heer Schellingerhout, ter assistentie. Deze zag onmiddellijk, dat het een granaat was en nam ’t gevaarlijke voorwerp in beslag. Het draaien, dat de jongen aan het koperen uiteinde had gedaan, had zeer ernstige gevolgen kunnen hebben. De granaat is 30 cm lang en heeft een middellijn van 7 ½  cm. De rijksveldwachter stelde de Hembrug van de bijzondere vondst op de hoogte en van daar zond men een deskundige naar Den Ilp.

GIFGAS.

Deze stelde vast, dat het gevonden voorwerp een volkomen gave, geladen tijdgranaat was van Duitsche herkomst. De ring onderaan wees aan, dat zij tot 5000 meter kon worden afgesteld. Het was dus geen schokgranaat, die  een veel grooter gevaar gevormd zou hebben. Het gewicht was 7 kilo, waaruit de deskundige afleidde, dat de granaat waarschijnlijk met gifgas gevuld is. Met scherp geladen zou het gewicht 13 ½ kilo moeten zijn. Het gevaarlijke instrument is naar de Hembrug overgebracht, waar het gedemonteerd zal worden. De hoofdstedelijke politie en de stadsreiniging zijn in kennis gesteld van deze gevaarlijke vondst, maar het zal heel moeilijk op te sporen zijn op welke wijze deze granaat in het Amsterdamsche afval terecht is gekomen. Bronnen: Dordrechtse Courant © PDKAIH2019

BEKNOPTE GESCHIEDENIS VAN DE AR 10

BEKNOPTE GESCHIEDENIS VAN DE AR 10.

Het Amerikaanse leger merkte tijdens de 2e wereldoorlog dat hun infanteriegeweer duidelijk minder presteerde dan de wapens van hun tegenstanders. Het duurde echter tot na de 2e wereldoorlog voordat men besloot dat hun wapen aan modernisering en dus vervanging toe was. Een na de oorlog opgerichte commissie besloot uiteindelijk dat de Belgische FN fabrieken en het Amerikaanse Springfield als beste partijen uit de bus kwamen. Het door de FN ontworpen wapen kreeg de codenaam T48 en het Springfield wapen T44 (dit was een gemoderniseerde Springfield-Garand M1). Beide wapens konden echter niet aan de eisen van de commissie voldoen, maar omdat er niets anders voor handen was gingen de beproevingen van beide wapens gewoon door.

De AR 10

Tegelijkertijd (1948) was een medewerker (Georg Sullivan) van de Fairchild fabrieken in de schuur van zijn huis bezig met het verwezenlijken van zijn idee om een lichtgewicht (grotendeels van aluminium vervaardigd) vuurwapen te maken. Toen hij de toenmalige president directeur van Fairchild ( Richard S. Boutelle)  in kennis bracht van zijn plan, zag deze dadelijk de waarde van deze goed uitgewerkte ideeën. Hij zag wel mogelijkheden om het e.e.a. te verwezenlijken en stelde voor om een researchmaatschappij voor het ontwikkelen van lichte wapens op te richten. Vuurwapenexpert Gene Stoner en voor de productie, administratie en financiën Charles Dorchester zouden Sullivan bijstaan in het verder ontwikkelen en uitvoeren van zijn ideeën. Omdat het een dochtermaatschappij van Farchild was, kreeg het de naam ‘Armakte’ en ging men in 1952 voortvarend aan de slag.

Sullivan ontwikkelde de AR 1, een geweer met een dunne stalen loop die in een aluminium loop paste. Verder had het superlichte wapen een met schuim gevulde kolf. Stone ontwikkelde de AR 3 een halfautomatisch geweer, het bleef bij een prototype. Na het verder ontwikkelen werd een type genaamd AR 5 ontwikkeld. Dit wapen werd door de Amerikaanse luchtmacht goed bevonden en ging verder als de MA-1.  De voor het wapen gebruikte munitie was de (30.06 Garand) 7.62 x 63 m/m patroon. In 1955 werd het wapen aangepast voor de ingekorte versie van deze munitie door de (38 Winchester) 7.62 x 51 m/m. Dit voldeed aan de in 1954 door de NAVO ingevoerde standaard maat.

Na diverse wijzigingen / verbeteringen was men in oktober 1956 zover om de twee variaties van de vederlichte, makkelijk te gebruiken en te onderhouden wapens aan de Board of the Infanterie te demonstreren. Het waren het type AR 10a met de korrel op de vlamdemper en de AR 10b met de korrel die op de loop achter de vlamdemper was gemonteerd. De board was zo onder de indruk, dat zij besloten de wapens aan de strijd tussen de T44 en de T48 toe te voegen. Om dit nieuws over de toelating van het wapen internationale bekendheid te geven organiseerde de President Directeur van Fairchild, R. Boutelle, eind november, in zijn eigen huis, in Hagertown, een persconferentie. Op 1 december begon het uitgebreide testprogramma, waarbij de diverse prototypes uitvoerig aan allerlei zeer zware proeven werden onderworpen. Van de zeer vele resultaten van de persconferentie, waarvan in diverse kranten en tijdschriften, over de hele wereld, verslag werd gedaan, was een artikel in “de Time” van 3 december 1956, het zou de geschiedenis van de AR 10 veranderen. Het artikel was vergezeld van foto, met daarop de trotse President-Directeur, staande in zijn tuin en met een prototype van de AR10 in zijn handen. Het was deze foto die de aandacht trok van de toenmalige directeur van het Staatsbedrijf der Artillerie Inrichtingen, de heer Jungeling. Toen hij achterover leunend in zijn stoel, in het kantoor aan de Zaandamse Hemkade het hele artikel las, moest hij gelijk denken aan het door het Nederlandse leger gebruikte M1 Garand geweer dat hoognodig aan vervanging toe was. Ook zag hij hier een kans om van de inmiddels tot gereedschappenfabriek en onderhoudswerkplaats geworden fabriek met zijn enorme kennis en ervaring over wapenproductie, weer een echte Nederlandse wapenfabriek te maken.

 

Techn. Ir. Hilarius houd trots het eerste na de 2e wereldoorlog in Nederland geproduceerde geweer vast, met daarop het AI embleem en serienr 00001. De AR 10 en de fabricage afdeling bij de Artillerie Inrichtingen Hembrug.

Het toeval wilde dat één van de directieleden van de Fokker fabrieken, tot 1940 als hoofdingenieur, één van de vaste medewerkers van Jungeling was geweest. Fokker had de Fairchild fabrieken in Amerika een licentie gegeven voor het vervaardigen van de Fokker F27 in dat werelddeel. Daardoor waren er regelmatig contacten tussen Fokker en Fairchild. De heer Jungeling nam contact op met zijn oud medewerker en vroeg hem of hij tijdens het eerste bezoek van Fairchild aan Schiphol/Fokker een gesprek kon regelen. En na niet al te lange tijd bezocht een delegatie van Fairchild de Artillerie Inrichtingen. Zij zochten productie mogelijkheden in Europa, om aan de enorme vraag naar het nieuwe wapen, welke na de persconferentie was ontstaan te voldoen. Verder werden ze ook door het Congres onder grote druk gezet om zo snel mogelijk te beslissen en zaken te doen met betrekking tot verkoop en invoering van de diverse modellen van het wapen. Het kon dan nog verwerkt worden in het fiscale jaar 1959.

Tijdens proefnemingen bleek dat er tijdens een duurtest op een testbaan in Aberdeen, na zeer langdurige blootstellingen aan zand / water / hitte / kou en het verschieten van 50.000 patronen een roestvrij stalen loop had losgelaten van zijn aluminium mantel. Verder maakte de Board of de infanterie al op 1 mei 1957 bekend te hebben gekozen voor de T44. Dit wapen werd als M14 ingevoerd, een type met een zwaardere loop als MIS. Het US Marine Corps wilde wachten tot het einde van het testprogramma. Amerikaanse deskundigen zei dat het wapen nog niet productierijp, bruikbaar was, maar dat het zeer vele goede zaken in zich had. De verder ontwikkeling zou volgens hen nog wel vijf jaar duren. De verschillende NATO land bleven geïnteresseerd in het wapen. Na vele gesprekken tekenden Fairchild en de Artillerie Inrichtingen, begin juni 1957, een voorlopige overeenkomst.

Op 4 juli werd in een appartement te Parijs ( Waar vroeger de in Nederland geboren, Franse actrice Sara Bernard gewoond heeft)  met gouden pen, waarin de logo’s van Fairchild en de Artillerie Inrichtingen zijn gegraveerd, het officiële 5 jarige contract getekend door Richard Botelle en Georg Sullevan  van Fairchild en Jungeling en J.A. v/d Dijke van de Artillerie Inrichtingen. Het Staatsbedrijf der Artillerie Inrichtingen mochten nu als enige de AR 10 fabriceren. (waarvan 2000 stuks binnen een jaar na ondertekening). Voor de verkoop van de wapens werden de firma’s Interarmco-Alexandrie en Sidem-Brussel verantwoordelijk. In een later stadium werd de firma Cooper Mac Donald-Baltimore hieraan toegevoegd. De gouden pen werd door Sullevan mee terug genomen naar Amerika.

De Artillerie Inrichtingen beschikte over een afdeling gereedschapsmachines en daar werd met grote snelheid gewerkt aan de productielijn voor de AR 10, die in zeer korte tijd gereed was. Een klein maar niet onontkoombaar gebeuren was dat alle tekeningen uit Amerika kwamen en de maatvoering dus in inches was. Armakte stuurde Arthur Miller naar Nederland om de Artillerie inrichtingen te helpen en op de tekenkamer werden nieuwe tekeningen gemaakt in het hier gangbare metrieke stelsel. Dit moest met zeer grote nauwkeurigheid gebeuren, want alle onderdelen van de AR 10 moesten uitwisselbaar zijn en blijven.  Op deze manier hadden ook de diverse onderdelen geen wapen gerelateerd nummer, ze pasten immers overal en altijd.

Tegen het einde van 1957 was de onderdelenproductie gereed en had men al zoveel geproduceerd dat het samenstellen van de wapens in januari 1958 kon beginnen. De door de in Amerika opgedane ervaringen werden al vanaf deze eerste productie toegepast. Een aantal wijzigingen / verbeteringen werden door de Artillerie Inrichtingen doorgevoerd. De busvormige terugstoot en vlamdemper werd verwijderd omdat het door de gewone soldaat bijna niet te doen, zo niet onmogelijke was om hem met name in het veld schoon te maken. Gevolg van deze wijziging was dat het wapen een iets grotere, maar niet onoverkomelijke terugstoot had. Verder werd de gasbuis die het gas naar de grendel afvoerde en aan de zijkant van het wapen zat, werd vervangen door een gasbuis aan de bovenzijde van het wapen en de invoer van de afsluiter werd gewijzigd en verder naar achteren verplaatst. De holle kolf met daarin ruimte voor een buisje olie en schoonmaakgereedschap werd vervangen door een sterker massiever exemplaar. Na buiten de voornoemde wijzigingen, nog wat kleinere wijzigingen aan de diverse modellen te hebben aangebracht en vele testen verder werden er door de Artillerie Inrichtingen voornamelijk voor militairen gefabriceerd. Een klein aantal semi automatische wapens was bestemd voor civiel gebruik. In totaal bedroeg de productie zo’n 9500 wapens in diverse uitvoeringen . Het aantal door de Amerikanen vervaardigde exemplaren bedroeg c.a. 600 stuks.

In 1960 was al bekend dat Fairchild Armalite ontevreden was over de vertragingen tijdens het starten van de gereedschappen en productie van de AR 10 bij de Artillerie Inrichtingen en dat zij om die redenen al besloten hadden de licentie niet te vernieuwen /verlengen.  Door dit feit en de tegenvallende verkopen en de exportbeperkingen die door Nederland werden gehanteerd, besloot de Artillerie Inrichtingen de productie van alle kleine wapens te stoppen.  Alle onderdelen, prototypen en wapen gerelateerde gereedschappen werden verkocht of vernietigd. Overige gereedschappen en machines van de productielijn werden aan Israel verkocht. Documentatie, tekeningen etc. zijn buiten wat door enkele personeelsleden “veiliggesteld” is werd weggegooid of vernietigd.

Bronnen: NMM, Fairchild, eigen archief, foto Jungeling ©P.Marcuse †,  ©PDKAIH2019

Zie ook:

TERREINBEWAKER NEERGESCHOTEN

Terreinbewaker neergeschoten

Dat het bewaken van een munitiefabriek / militair complex niet zonder gevaar is werd op donderdag 14 juni 1973 helaas de waarheid.

Een dertig jarige bewaker (R.D. van den B) in dienst van Eurometaal NV en als zodanig ook belast met het bewaken van het aangrenzende militaire complex Hembrug, werd tijdens het lopen van zijn controle ronde neergeschoten.

prive archief van den Berg Ingang mil complex hembrug 14 juni 1973

Omstreeks 09.30 uur bevond de bewaker zich op het militaire deel van het complex en zag een aantal personen over de terreinafscheiding, gelegen langs de provinciale weg, klimmen. Het betrof een drietal jongelui van ca. 20 jaar.

De bewaker aarzelde geen moment en wist één van hen aan te houden. Terwijl hij bezig was deze te fouilleren werd hij plotsklaps van zeer nabij, van achteren beschoten. Hij werd hierbij door enkele kogels in beide benen, rug en het achterhoofd getroffen. Hoewel hij zwaar gewond was, wist hij nog wel terug te schieten op de in de duisternis vluchtende jongelui.  Van het schot op zijn hoofd zegt de bewaker zelf  ”  dat het bedoeld was als afrekening / genade schot en dat hij ongelooflijk veel mazzel heeft gehad.”

In het Julianaziekenhuis, waarheen hij met spoed was vervoerd , constateerde men dat hij door vijf pistoolkogels was geraakt. Volgens een medische verklaring verkeerde hij, na met spoed te zijn geopereerd, buiten levensgevaar.

Bij een nader ingesteld onderzoek is gebleken dat de vluchtende jongelui waarschijnlijk via de spoordijk en de Hembrug gevlucht zijn. Uit niets is gebleken dat één van hen door de kogels van de bewaker geraakt is. De daders van deze laffe daad zijn nooit gevonden.  ©PDKAIH2019

KRUITHUISJE ONTPLOFT

KRUITHUISJE ONTPLOFT

 

Gevarenbord

In de namiddag van maandag 31 december 1934 vond door een onbekende oorzaak een ontploffing plaats in een gebouwtje op het terreinencomplex bij de Artillerie Inrichtingen aan de Hembrug. Het gebouwtje behoort niet tot de gebouwen van de AI maar is valt wel onder het eigendom van het Departement van Defensie. Bij dit ongeval is niemand gewond geraakt. Door de bevoegde autoriteiten wordt een onderzoek ingesteld. De ontploffing heeft plaats gehad in een magazijntje van drie bij drie meter waar ontstekingsmiddelen lagen opgeslagen.

 

Het gebouwtje bestaat uit een zogenaamde spalmuur (spouw), erachter bevind zich nog een gemetselde muur. De dakconstructie is van een zeer licht materiaal, zodat de krachten die in het geval van een ontploffing vrijkomen het gebouwtje via het dak kunnen verlaten. Tijdens de ontploffing van heden namiddag is dat ook inderdaad gebeurd. De het dak, twee ijzeren deuren en de gemetselde buitenmuren zijn geheel weggeslagen. De betonnen wanden zijn intact gebleven. Daar zich op het moment van het ongeluk geen mensen in of in de nabijheid van het gebouw verbleven, zijn er geen persoonlijke ongelukken gebeurd. Ook is er als gevolg van de ontploffing geen brand uitgebroken en hebben de overige gebouwen op het complex geen schade opgelopen. Omdat er nog onontploft materiaal tussen de brokstukken kon bevinden werd de omgeving afgezet en er besloten de boel de volgende dag, bij voldoende licht op te ruimen.

D.Rijnders

Naar aanleiding van het feit, dat enige dagen geleden geruchten de ronde hebben gedaan omtrent het beramen van een communistische aanslag op de Artillerie fabrieken, hebben wij de D.Rijnders, bedrijfschef vuurwerkerij van de Artillerie Inrichtingen, zijn mening verzocht omtrent de vraag, of hier sabotage in het spel zou kunnen zijn. Rijnders antwoordde dat ook die geruchten hem ter ore ware gekomen Persoonlijk had hij echter geen reden omtrent de oorzaak van het één en ander in die richting te zoeken. Voorlopig staat men nog steeds voor een raadsel. In de twee dagen waren er, voor zover de directie bekend is, geen personen in het gebouwtje geweest. ©PDKAIH2019

 

HOLLAND OP Z’N SMALST (HET NOORDZEEKANAAL)

HOLLAND OP Z’N SMALST (HET NOORDZEEKANAAL)

Omdat het IJ langzaam dicht slibte, werd het steeds moeilijker voor de grote handelsschepen om Amsterdam te bereiken. Er werd besloten om dit probleem op te lossen door een kanaal te graven van Den Helder naar Amsterdam ( Noord-Hollands Kanaal). Al snel bleek dat dit niet de juiste oplossing was, de reis duurde langer en het probleem bij het IJ bleef bestaan.

Om de stad beter bereikbaar te maken zou een rechtstreekse korte verbinding van de zee naar de hoofdstad de oplossing zijn. Na veel vergaderingen over de voors en tegens van het doorgraven van de duinen, werd er uiteindelijk besloten deze verbinding te maken. Op 8 maart 1865 stak de Amsterdamse Kanaal Maatschappij in het smalste deel van Holland nabij Breesaap de eerste schep in de grond. Deze nieuwe waterweg kreeg de naam Noordzeekanaal.

Bij Oneindig Noord-Holland besloot met een korte geanimeerde constructie van deze enorme klus te laten maken. In hun opdracht maakte Mookx de door Koert-Jan de Bruijn ingesproken video. ©video Oneindig Noord -Holland

ONTVREEMD WAPEN NA 15 JAAR GEVONDEN.

 

ONTVREEMD WAPEN NA 15 JAAR GEVONDEN.

Tijdens de sluiting van het Staatsbedrijf der Artillerie inrichtingen in 2003 werd er uit een vitrinekast van de directie een bijzonder vuurwapen ontvreemd. Het betrof hier een Browning M25 9 m/m kort die in 1929 ter gelegenheid van het 250 jarig bestaan van het bedrijf door de Fabrique Nationale dármes de querre Hersel Belgique geschonken was.

 

Browning M25 9 m/m kort in cassette

 

Het wapen was voorzien van gouden versieringen met op de slede een o.a. de tekst 1679 22 november 1929 en een fraai gegraveerde hoofdletter W ( een verwijzing naar koningin Wilhelmina).

Het geheel zat inclusief een patroonhouder en pompstok in een fraaie cassette.

Deksel van de cassette

Het wapen was vanaf 1925 het dienstwapen voor de Nederlandse landmacht, de Bereden Artillerie en het Korps Politietroepen. Onderhoud vond plaats in de Artillerie Inrichtingen en ook de bedrijfsbeveiliging heeft het tot de vervanging door de Walther P5 lange tijd als dienstwapen gebruikt.

Verleden jaar kwam de Amsterdamse politie het wapen na een tip op het spoor. Na langdurig overleg tussen de tipgever, de Amsterdamse politie en het ministerie van Justitie is het wapen afgelopen week gelegaliseerd, waarna het geschonken kon worden aan de Hembrugcollectie van het Zaans Museum. ©foto’s bekend.