DE AI EN HET RAADSEL VAN DE DODE DUITSER

Het zou de titel van een spannend jongensboek kunnen zijn, maar dat is het niet. Het is een serieuze speurtocht naar één van de vele geheimen van het Hembrugterrein.

Ik heb vanaf 1979 tot 2003 op de afdeling bedrijfsbeveiliging van Eurometaal gewerkt. Tot onze taken behoorde o.a. de beveiliging van het gehele Hembrugterrein. Na die tijd werkte ik als bewaker toezichthouder bij Hembrug beroepsopleidingen en werd door deze in die functie uitgeleend aan de dienst der Domeinen, eigenaar van het gehele terrein. Dit eindigde in 2013. Verder was  ik mij gedurende deze laatste functie en ook in de drie jaren daarna, dus tot 2016 vrijwilliger bij het Hembrugmuseum. Maar dit terzijde.

Gedurende mijn tijd bij Eurometaal, was mijn directe chef er altijd als de kippen bij als er ergens in het bos op het terrein gegraven, gekapt of anderszins werkzaamheden werden uitgevoerd. Toen ik heb eens vroeg waarom hij daar altijd zo nieuwsgierig naar was vertelde hij mij het volgende:

“Aan het einde van de tweede wereldoorlog werkte er hier een Duitse soldaat bij de wacht die bij niemand maar dan ook niemand geliefd was. Het was een etter van een kerel die al menigeen  wat geflikt had. Toen de Duitsers hun strijd op moesten geven is deze man, vermoedelijk door het verzet neergeschoten en hebben ze zijn lichaam met alles er op er aan ergens op het terrein begraven. Ben er alleen nooit achter gekomen wie dat gedaan hebben en waar hij ligt.”

Dat was op zich best een spannend verhaal, maar ik wist niet wat ik er verder van moest denken. Jaren nadat de chef was overleden heb ik nog wel eens geprobeerd om de waarheid achter dit verhaal te achterhalen. Dat kwam om dat iemand na een lezing in het verzorgingstehuis het Pennemes aan mij vroeg : “hebben ze die dooie Duitser nu al eens gevonden?” Ik heb toen dadelijk naar meer informatie van dit verhaal gevraagd, maar meer dan dit heb ik ooit eens van mijn ouwe heer gehoord, dat die mof daar ergens ligt, kwam er niet uit. Omdat ik verder geen enkel aanknopingspunt had heeft dit tot niets geleid en verdween het verhaal weer in de doofpot.

Totdat ik vorige week het volgende stukje tekst en een tekening van een destijds vijfjarig jongetje in handen kreeg. Het maakt deel uit van een veel groter verhaal waarover ik later meer zal schrijven.

“Verder zal ik ook nooit vergeten dat ik na de bevrijding met wat vriendjes, op de spoordijk direct achter de huizen van de Archangelstraat, speelde en we naar het bebouwde Hembrug terrein liepen. Daar stond toen nog geen hek voor maar alleen een wachthokje waar in altijd een bewaker zat die je wegstuurde als je te dicht bij kwam. We waren toen in uitgelaten stemming, kennelijk was de druk die van de ouders was afgevallen ook niet meer bij de kinderen aanwezig. En om een of andere reden dachten we dat we nu ook het Hembrugterrein op mochten gaan en er waren ook wel wat grotere jongens bij die de leiding hadden. 

We troffen het wachthokje op zijn kant aan en er was geen bewaker te zien.

We vonden het geweldig dat er geen bewaking meer was, we konden nu zo het terrein verkennen. Dat was heel spannend gebied en het feit dat het eigenlijk niet mocht maakte het nog spannender. Op dit terrein waren namelijk veel interessante gebouwen waarvan er door veel deels leeg stonden doordat de fabriek gesloten was en ook was er een echt bos met veel vogels waaronder veel reigers.

Maar toen ik bij het omgevallen wachthokje aankwam en naar binnen keek lag daarin een bewegingloze man in Duits uniform op de grond. Hij was natuurlijk dood maar dat besefte ik niet en het leek alsof hij me aankeek. Ik schrok me wild en ben als een haas naar huis gerend maar er daar vermoedelijk niets over gezegd. Ik was toen nog geen vijf jaar en begreep wel dat er iets mis was maar niet wat ik daar mee aan moest.

Het omgevallen wachthokje met daarin de dode Duitse soldaat.

Wat de andere jongens gedaan hebben weet ik ook niet, wel dat het hokje later weer overeind stond en leeg was maar ik durfde er toen eerst zelfs niet meer in de buurt te komen.”

Dit geeft het verhaal weer een heel andere bijzondere wending. Om nu eindelijk achter het hoe wat waar en waarom van dit verhaal te komen heb ik het Zaans gemeente archief benaderd met enkele vragen. Als de soldaat echt ergens zomaar in het bos begraven ligt, moet er ergens iets geregistreerd zijn van zijn vermissing. Is de man gevonden en begraven zou dat ook ergens geregistreerd moeten zijn.

Heb tot op heden nog geen antwoord maar het verzoek is pas van de week gedaan en ook daar moeten ze de gelegenheid hebben om het een en ander uit te zoeken. Verder heb ik vandaag met Merel Kan van de Orkaan een bezoekje aan de locatie gebracht en ook zij zal een oproepje plaatsen met het doel meer informatie over dit verhaal te vinden. Maar ook onder de trouwe lezers van deze site zijn er misschien mensen die wat meer van of over dit bijzondere verhaal weten. U kunt uw info via het contactformulier op deze site naar mij toezenden. ©PDKAIH2017

p.s. de naam van de schrijver van het stukje en de maker van deze tekening is mij bekend maar om diverse redenen wordt deze op dit ogenblik nog even niet vermeldt.

Het filmpje uit de Orkaan:

Naar aanleiding van dit verhaal en het filmpje heb ik enige reacties ontvangen. In één daarvan werd er gezocht naar een voorval dat rond of op dezelfde tijd in Zaandam heeft plaats gevonden. Mede namens zijn familie ben ik hierdoor nu ook opzoek naar de Nederlander Peter Johannes Nijkamp. Weet u wat over hem is overkomen dan horen wij dat natuurlijk ook erg graag.

Advertenties

EEN JEUGDIGE VERZETSDAAD BIJ DE ARTILLERIE INRICHTINGEN.

EEN JEUGDIGE VERZETSDAAD BIJ DE ARTILLERIE INRICHTINGEN.

Het zal de zomer van 1941 geweest zijn. Met ons vaste clubje van de Lijnbaanstraat gingen we salamanders vangen. Lopend de sluis over en via de Hogendijk en het Zwarte pad naar de sloot langs de spoordijk.

Het Zwarte pad

Daar zaten prachtige salamanders. Jampotjes met gaatjes in de deksel en schepnetje mee. Richting van de pont was er tussen de volkstuintjes langs de spoordijk en het fietspad een sloot met helder water. Je kon de salamanders duidelijk zien. De mannetjes waren het mooiste. Ik had al eerder een paar salamanders gehad. In een glazen kom met een stukje hout er drijvend in. Daar klommen ze op. Ik voerde ze met miereneitjes. Een lang leven hadden ze niet. Nu op jacht naar vervangende exemplaren. Dat lukte en met gevulde potjes liepen we verder naar de pont. We troffen het. De indrukwekkende Hembrug draaide voor een Duits oorlogsschip. We liepen verder langs de pontwachterswoningen en de gebouwen van de Artillerie Inrichting. Bij de fabrieksingang stonden een paar moffen.

De kraan nabij de hoofdingang van de Artillerie Inrichtingen

Verder stond een hijskraan aan de kanaalkant. Nieuwsgierig gingen we op onderzoek en tot onze verbazing kon je op de plaats van de kraanmachinist komen. Aan een wand een klembord met gereedschap. Iemand opperde dat de moffen de kraan niet konden gebruiken zonder dat gereedschap. Vlug pakte ieder wat van het glimmende gereedschap en snel verder langs de Hemkade en Havenstraat op huis af. Hadden we die Duitsers mooi een loer gedraaid©Dick Bakker

 

MET “DE SIK” NAAR DE ARTILLERIE INRICHTINGEN.

MET “DE SIK” NAAR DE ARTILLERIE INRICHTINGEN.

1000 km op een groene Jumbo was de titel van een door mij verslonden jongensboek uit de bibliotheek aan de Vinkenstraat. Wij zeiden altijd dat we naar de leeszaal gingen. Het ging over en jongen, die mee mocht rijden op een stoomlocomotief. Nu vraag je je af waarom werd het een jongensboek genoemd. Kennelijk werden meisjes niet geacht zoiets te doen. Het was niet alleen een leuk boek, je leerde meteen van alles over hoofdseinen, voorseinen, baanvakken enz.

Geïnspireerd door het boek trok ik naar het rangeerterrein bij het station aan de provinciale weg. Ik keek geboeid naar het keren van stoomlocomotieven op de draaikuil en het rangeren met de goederenwagens. Ook praatte ik mij naar binnen bij het overwachters huis bij de Hoornse lijn over de Provincialeweg. Heel interessant waren de signalen die hier binnenkwamen wanneer het boemeltje naar Purmerend onderweg was. De spoorbomen werden handmatig gesloten en met grote hendels wissels en seinen omgezet.

Op het rangeerterrein maakte ik kennis met rangeerder Pierre, een heel vriendelijke man van ik denk Vlaamse afkomst. Hij was altijd in de weer met “De Sik”, een kleine diesellocomotief.

De Sik onderweg naar de Artillerie Inrichtingen ©A.Heino

Reeksen volle goederenwagens moesten verdeeld worden op de verschillende laad en losplaatsen en lege wagons moesten weer opgehaald en tot een sleep aan elkaar gekoppeld. Dat laatste was link werk. De Sik gaf een uitgekiende stoot aan een losse wagon. Die reed dan langzaam richting van de sleep. Pierre rende dan voorbij de rijdende wagon en sprong vlak voor het botsen tussen de wagons en tilde de koppeling omhoog. Op het moment dat de verende buffers in elkaar veerden, gooide Pierre de koppeling over de haak.

Ik mocht meerijden. Soms een echte rit naar station Oostzaan om een wagon te brengen of te halen. Dan reden we over het hoofdnet en soms naar de Artillerie Inrichtingen, in de volksmond de Hembrug genoemd. Dat vond ik geweldig. Na telefonisch contact met de seinpost bij de Westzanerdijk reden we dan een stukje over het hoofdspoor tot de wissel naar links. Vervolgens kwamen we dan bij een op geen enkele manier beveiligde oversteek van de Provincialeweg. Pierre pakte dan een rode vlag en ging op de weg staan.

De kruising met de Provinciale weg en het hek naar de Artillerie Inrichtingen ©PDKAIH2018

En dan mocht ik de Sik rijden naar de overkant. Daar was de rails richting Artillerie Inrichtingen, afgesloten met een groot hek en hangslot. Pierre opende het hek en ik reed de Sik tot voorbij het hek, dat door Pierre zorgvuldig werd afgesloten.

Goederenwagons op het terrein van de Artillerie Inrichtingen ©PDKAIH2018

Nee, ik werd geen machinist maar kantoorbediende en daarna Marechaussee. En daar kwam mijn droom toch nog uit. Meerijden voorin een echte locomotief, weliswaar geen stoom maar een elektrische loc. Ik moest dan mee als beveiliger met een transport militair materiaal van rangeerterrein Watergraafsmeer naar Amersfoort. In de nacht voorin bij de machinist. Fascinerend al die seinen. De machinist was verbaasd over hoeveel ik wist over het seinstelsel. © Dick Bakker 

In memoriam. De naam van deze zeer ervaren rangeerder was E.G.M. (Pierre) Boussen, hij woonde destijds met zijn gezin in de Anna Paulownastraat tegenover het toenmalige station Zaandam. Pierre is na zijn pensionering  als rangeerder, hetwelk hij 40 jaar geweest was, op 10-11-1960 ’s avonds tijdens zijn werkzaamheden als express goederen transporteur bij het oversteken van perron 1 naar perron 2 misgestapt en daarbij onder zijn geliefde Sik terecht gekomen en als gevolg daarvan overleden. Het gezin heeft daarna nog jaren tegenover het station gewoond. Niet lang na dit voorval zijn de motorlocs van dit type als zijnde gevaarlijk uit dienst genomen. ©PDKAIH2018

1980 DE HEMBRUG

In 1980 maakte M.Scheffer deze film over de nog in volledig bedrijf zijnde spoorbrug en de gelijknamige halte in de spoorlijn aan de Zaanse zijde van het Noordzeekanaal. Drie jaar later, na de ingebruikstelling van de Hemspoortunnel, vielen beide ten prooi aan de slopershamer. Het enige wat er nog zichtbaar is op die plaats aan het Noordzeekanaal is de Hempont.

DE AI IN DE STELLING VAN AMSTERDAM.

DE AI IN DE STELLING VAN AMSTERDAM.

Regelmatig wordt deze site benaderd met vragen als: “De Artillerie Inrichtingen Hembrug lagen in het laatste bolwerk van de landsverdediging, de Stelling van Amsterdam, maar wat is dat nu eigenlijk die stelling?, Hoe stak dat in elkaar?, Hoe werkt dat nu precies zo’n stelling?”enz.

Hoewel er op het wereld wijde web heel veel informatie te vinden is over het hoe wat en waarom van de stelling en ook op de vele forten veel wordt uitgelegd, zullen we ook hier het één en ander met behulp van een aantal filmpjes uitleggen en verduidelijken.

De Stelling van Amsterdam is de laatste van een aantal verdedigingslinies en had als doel in geval van een oorlog, als laatste te verdedigen gebied enige maanden geheel zelfstandig te kunnen functioneren, dit in afwachting van buitenlandse bondgenoten die ons zouden komen helpen.

Deze laatste verdedigingskring die voor het grootste deel tussen 1881 en 1914 door het Departement van Oorlog is aangelegd, heeft een lengte van 135 km en ligt op afstanden tussen de 15 en 20 km rondom het centrum van Amsterdam. Verder is de stelling verdeeld in 5 sectoren. Aan de buitenzijden bevinden zich 3 tot 5 km brede inundatie gebieden die in geval van nood onder water gezet kunnen worden. De vijand kan dan niet zien waar wegen, paden, greppels en sloten zijn en zakken met hun zware materiaal in slappe grond of lopen in sloten. Verder zijn ze door hun langzame en soms stagnerende opmars een makkelijke prooi voor de verdedigers en kanonnen en mitrailleurs van de forten, die bij de weinige accessen (doorgangen) staan opgesteld en elkaars schootsveld bestrijken.

De Stelling van Amsterdam

De verdediging bestaat uit:  Fort bij Edam, Fort bij Kwadijk, Fort benoorden Purmerend, Fort aan de Nekkerweg, Fort aan de Middenweg, Fort aan de Jisperweg, Fort bij Spijkerboor, Fort bij Marken-Binnen, Fort bij Krommeniedijk, Fort aan Den Ham, Fort bij Veldhuis, Fort aan de St. Aagtendijk, Fort bij Velsen, Fort Zuidwijkermeer, Fort bij IJmuiden, Fort benoorden Spaarndam, Fort bezuiden Spaarndam, Fort bij Penningsveer, Fort bij de Liebrug, Fort aan de Liede, Fort bij Vijfhuizen, Fort bij Heemstede, Batterij aan de IJweg, Fort bij Hoofddorp, Batterij aan de Sloterweg, Fort bij Aalsmeer, Fort bij Kudelstaart, Fort bij De Kwakel, Fort aan de Drecht, Fort bij Uithoorn, Fort Waver-Amstel, Fort in de Botshol, Fort aan de Winkel, Fort Abcoude, Batterij aan het Gein, Fort bij Nigtevecht, Fort bij Hinderdam, Fort Uitermeer, Vesting Weesp Fort aan de Ossenmarkt, Vesting Muiden Muizenfort, Vesting Muiden Fort H, Vesting Muiden Westbatterij, Fort Coehoorn, Kustbatterij bij Diemerdam, Fort aan het Pampus, Kustbatterij bij Durgerdam

In september 1995 werden de Nieuwe Hollandse Waterlinie en dit deel van de Stelling van Amsterdam aangemeld om op de UNESCO Werelderfgoedlijst geplaatst te worden. In 1996 werd het geheel op deze lijst geplaatst. (De Organisatie der Verenigde Naties voor Onderwijs, Wetenschap en Cultuur (United Nations Educational, Scientific and Cultural Organization, UNESCO))

Verder een aantal nevenbatterijen, magazijnen, inundatiesluizen en natuurlijk een groot aantal manschappen.

Binnen de Stelling bevonden zich vele zaken die alle monden binnen in de stelling van voedsel, kleding, materialen en nog veel meer moesten voorzien en verder waren er ziekenhuizen, pakhuizen, transportmiddelen enz. En natuurlijk ook een wapen en munitiefabriek (De Artillerie Inrichtingen Hembrug). Omdat dit bedrijf zich zo’n beetje in het midden van de stelling bevond, wordt het vaak aangeduid als “Het hart van de Stelling.” De Artillerie Inrichtingen bevoorraden de sectorparken en van daaruit werden de forten en baterijen van de nodige wapens, munitie en materialen voorzien. Al deze voorzieningen staan niet op de Werelderfgoedlijst maar vele van deze gebouwen behoren wel tot lands Rijksmonumenten. ©PDKAIH2017

Bron van de kaart en lijst van de forten : © Stelling van Amsterdam 

Bron van de filmpjes Museion Media iov ©Provincie Noord Holland 

“Onderstaande filmpjes zijn gemaakt door Museion Media in opdracht van de provincie Noord Holland en maken onderdeel uit van de Les kist Stelling van Amsterdam” Een project om scholieren kennis bij te brengen over het waarom en de werking van de Stelling en het dagelijks leven op en in de forten.

Deel 1, De stelling van Amsterdam en de mobilisatie van 1914 – 1918.

Deel 2, De werking van een fort, bewapening en bescherming.

Deel 3, Het leven op de forten.

Deel 4, De inundatie, het geheim van de militaire onderwaterzetting.

 

Deel 5, Het nationale reduit, de strategie van de laatste wijkplaats.

NEDERLANDS EERSTE TANK

NEDERLANDS EERSTE TANK

In de periode vlak na de 1e wereldoorlog had Nederland behoefte aan een zwaar wapen dat zonder problemen ons vochtige polderland kon bedwingen. Na veel wikken en wegen werd besloten tot de aanschaf van een kleine en vooral lichte tank. De keuze viel uiteindelijk op de Franse Renault FT-17. Het was de enige tank die Nederland tussen beide wereldoorlogen bezat. Hij is uitvoerig getest en aan diverse proeven onderworpen. Waarom het bij deze ene tank bleef ziet u in dit filmpje.

BALDADIGHEDEN IN DE WERKLIEDENTREINEN DOOR WERKVOLK AI.

BALDADIGHEDEN IN DE WERKLIEDENTREINEN DOOR WERKVOLK AI.

Begin oktober 1901 regende het bij de H.IJ.S.M.¹ en bij de redacties van diverse Amsterdamse en Zaanse kranten klachten over het gedrag van het Amsterdamsche werkvolk van de Zaanse Artillerie Inrichtingen dat ’s middags met de trein van 17.45 uur vanaf de halte Hembrug naar Amsterdam terugkeert.

 

Een werkliedentrein anno 1901

 

Een inzender die zijn klacht bij de Amsterdamse Courant deponeerde, deelde mede, “ dat opgeschoten jongens van ongeveer 20 jaar door het plegen van allerlei baldadigheden, zoals het smijten met de portieren en deuren (met name in de doorloop van de 3e klasse), het tegen elkaar open zetten van de raampjes en niet in het minst door het bezigen van liederlijke taal, dag aan dag voor de medereizigers een grote ergernis zijn”.

Niet zelden gebeurde het dan ook, dat de toorn van het reizend publiek werd opgewekt en dat men door hardhandig optreden de belhamels tot orde trachtte te dwingen, wat niet zelden kleine vechtpartijen tot gevolg had.

Bij den Stationschef van het Centraal station waren dan ook meermalen ernstige klachten dienaangaande ingekomen; waren de namen van de onruststokers bekend, dan werden hunne werkmanskaarten ingetrokken, doch overigens was de directie van de H.IJ.S.M. niet bij machte verbetering in den toestand aan te brengen.

De redactie van de Amsterdamsche Courant was om zichzelf te overtuigen met de bovengenoemde trein naar Amsterdam meegereden. Van de halte chef aan de Hembrug hadden zij vernomen dat het voornamelijk de jongens uit de geweermakerij van de Artillerie Inrichtingen waren die de last veroorzaakten. Ook hij had zich bijna dagelijks over hun gedrag beklaagd.

Zelfs was er onlangs even voorbij de Hembrug, in drie wagons, die geheel gevuld waren met aan de Artillerie Inrichtingen werkende jongeren, aan den noodrem getrokken, waardoor de trein tot stilstand werd gebracht. Het was onder zo’n groot aantal jongeren onmogelijk geweest de daders te vinden.

Dat de klachten niet overdreven waren, had de Redactie zelf kunnen constateren. Een minuut of tien voordat de trein aan zou komen, kwam er een groep van circa 180 man de fabrieken uit, waaronder een honderdtal opgeschoten jongens, die de halte onveilig maakten door het gooien met stenen.

Nog voor de trein op het grindperron was aangekomen, waren de jongens al op de treeplanken gesprongen, wat natuurlijk uiterst gevaarlijk was. Portieren werden opengesmeten en alle coupés te gelijk bestormd. Ze liepen over de banken en bevuilden deze in ernstige mate en stoorden zich niet in de minste aan de vele verzoeken van medereizigers en maakten gedurende de rit een hels kabaal. Nauwelijks was de trein op het emplacement van het Centraal station, of de portieren werden reeds geopend, men ging op de treeplanken staan en sprongen er nog voor de trein onder de kap van het station was vanaf.

Het was te hopen dat de autoriteiten van de Artillerie Inrichtingen aan de Hembrug maatregelen zouden nemen om een einde aan dergelijk taferelen te maken want dat was hoog nodig. Door het sturen van enige militairen die toezicht moesten houden, zou het kabaal spoedig tot het verleden moeten gaan behoren.

De redactie van de Amsterdamse Courant wees er tevens op dat het werkvolk de spoorwegmaatschappijen er zeker niet toe zouden bewegen tot het inleggen² van meer werkliedentreinen, wat ze dan ook aan hun eigen gedrag te wijten zouden hebben.

Ruim een maand later op 9 november 1901 deelde de directie van de Artillerie Inrichtingen het volgende mee:

Voor eenige tijd kwamen herhaaldelijk klachten in over het gedrag van jongens, werkzaam aan de Artillerie Inrichtingen Hembrug alhier tegenover passagiers in den trein van en naar Amsterdam. Naar aanleiding daarvan is een ernstig onderzoek daaromtrent is ingesteld met het gevolg, dat eenige dier jongens ontslagen zijn en van anderen het salaris verminderd is.

Na dit bericht werd het weer rustig in de werklieden treinen al zouden er in de jaren erna nog regelmatig berichten verschijnen over het op en van de trein springen alvorens deze stil stond en ook over de ernstige en zelfs dodelijke gevolgen van deze gevaarlijke bezigheden. ©PDKAIH2018 

¹ H.IJ.S.M. = Hollandsche IJzeren Spoorweg Maatschappij.   ² Inleggen = het toevoegen van meer wagons aan de bestaande treinen.

DEMONTEREN EN SCHIETEN MET EEN AR-10

In 2015 maakte Forgotten Weapons een video over het demonteren van een door de Artillerie Inrichtingen in licentie gemaakte AR 10 (Portugees model) Omdat er toen geen beelden waren van het schieten met het wapen omdat het inmiddels verkocht was, (Tombstone Territorial Firearms, waar hij de eerdere beelden had gemaakt was inmiddels gesloten en had zijn collectie en voorraad verkocht) zijn de opnames van het schieten gemaakt met een zelfde wapen echter van het Soedanese model. Behalve deze 2 modellen werden van de AR-10 nog een aantal andere modellen geproduceerd.  Het betrof hier niet enkel verbeteringen maar ook praktische aanpassingen aan het wapen. Zoals bv een andere laadhendel, pistoolgreep en verbeteringen van het materiaal van de verschillende onderdelen. ©PDKAIH2017

HOE TE HANDELEN BIJ BRAND BIJ DE ARTILLERIE INRICHTINGEN.

HOE TE HANDELEN BIJ BRAND BIJ DE ARTILLERIE INRICHTINGEN.

Toen de Artillerie Inrichtingen zich rond 1895/1900 op het Hembrugterrein hadden gevestigd, moesten er natuurlijk een aantal zaken met de gemeente Zaandam worden geregeld.

Behalve dat er afspraken werden gemaakt over de diverse vergunningen voor o.a. het verbranden van afval, het bouwen van de diverse gebouwen, het plaatsen van afscheidingen enz. werden er ook afspraken gemaakt over wat te doen bij een eventuele brand, die zou kunnen ontstaan bij de toch wel gevaarlijke werkzaamheden die er op het Hembrugterrein zouden gaan plaats vinden.

Omdat de gemeente brandweer de kennis ontbrak over hoe te handelen bij branden met explosieve en zeer brandbare stoffen werd in overleg met de gemeente op september 1898 besloten dat er geen hulp van de gemeentelijke brandweer werd ingeroepen bij een eventuele brand bij de Artillerie Inrichtingen.

Brandweerbesluit van de gemeente Zaandam

Buiten het hier bovenstaande bericht werd de volgende order via de plaatselijk pers en op de mededelingenborden bij de gemeente brandweer en de Artillerie Inrichtingen bekend gemaakt:

ORDER

Bij een eventueelen brand in de Rijks-artillerie inrichtingen bij de Hembrug wordt de hulp van de gemeentelijke brandweer niet verlangd. In zoodanig geval zal uitsluitend hulp worden verleend door de werklieden behoorende tot de brandploeg der artillerie-inrichtingen;

deze werklieden wonen in de Sophiastraat, de Czaar-Peterstraat, de Jasykoffstraat en de Mensikoffstraat;

in die straten zal het alarmeeren door ratels geschieden, en wel door of vanwege de gemeentelijke politie.

De gemeentelijk politie zal uitgenoodigd worden tot het maken van dit alarm:

Hetzij per telegram,

Hetzij door tusschenkomst van den stationschef van de Hollandsche IJzeren Spoorweg Maatschappij,

Hetzij per signaal van de stoomfluit door de artillerie-inrichtingen,

Hetzij door een bode.

Zaandam, 26 September 1898.

De wethouder-gedelegeerde

Voor de brandweerzaken,

LATENSTEIN

©PDKAIH2017

WAAROM DE ARTILLERIE INRICHTINGEN FIETSEN GINGEN MAKEN / HERSTELLEN

WAAROM DE ARTILLERIE INRICHTINGEN FIETSEN GINGEN MAKEN / HERSTELLEN

Ruim een eeuw geleden werd besloten het kavaleriepaard dat eeuwen lang de trouwe kameraad van soldaten en daarvoor zelfs van krijgers en ridders was geweest niet meer van deze tijd was, en daarom moest worden vervangen door de legerfiets, toen nog vélocipède genaamd.

Opgezadeld voorpaard voor Artilleriespan

De voordelen van dit besluit zouden er legio zijn:

1 .Door het gebruik van fietsen worden er geen paarden aan de landbouw onttrokken.
2. Er hoeven geen koetsiers meer ingehuurd te worden.
3. Bij een eventuele brand loopt de fiets niet zoals een paard de vlammenzee in.
4. Bij het verplaatsen van kavalerie en rijdende artillerie is minder ruimte in de spoortreinen nodig.
5. Bij aanvallen op carrés (legeropstelling) kan de fiets eventueel van een stormram worden voorzien.
6. Bij oproer in steden gaat er geen tijd verloren als gevolg van het opzadelen.
7. Een fiets is van voren erg smal en heeft dus weinig trefkans bij schermutselingen.
8. De veterinaire dienst kon afgeschaft worden door het vervallen van kwade droes, kolieken, overkooting, kreupelheid en dergelijke.
9. De besparing aan kosten voor hoefijzers en sporen zal er toe leiden dat in minder dan twee eeuwen onze landsdefensie geheel op orde is.

Of dit laatste waar is zal de toekomst leren, feit is wel dat de wielrijders inmiddels al weer uit het zicht verdwenen zijn en vervangen door allerlei futuristische zaken.

Als gevolg van dit besluit werd in 1913 het korps wielrijders opgericht. Kort na hierna werden de constructiewerkplaatsen in Delft uitgebreid met een rijwielherstelwerkplaats. Omdat de fietsen overal vandaan kwamen (veelal gevorderd) was er een groot gebrek aan onderdelen want er was werkelijk geen één fiets gelijk aan een ander. Omstreeks 1915 kwam daarin verandering en begon men fietsen uit aangekochte en zelf vervaardigde onderdelen samen te stellen en ontstond er meer eenheid in de fietsen van het korps wielrijders.

Tekening van een legerrijwiel 1915

Ook voor het K.N.I.L. werden er fietsen geleverd. Tot c.a. 1932 werden deze door het ministerie van Koloniën aangeschaft bij het Groningse rijwielbedrijf A. Fongers. Maar ongeveer halverwege de jaren 30 stapte men over op door de Artillerie Inrichtingen gemonteerde exemplaren. Deze waren aanmerkelijk goedkoper. Het normale met twee versnellingen uitgeruste Fongers rijwiel koste in 1931, Hfl. 149,41 per stuk. Het standaard legerrijwiel dat door de Artillerie Inrichtingen geleverd werd was gemaakt van dikker materiaal dan een civiel exemplaar. Voor het K.N.I.L. waren zij voorzien van een dof grijsgroene kleur en op het balhoofd bevonden zich een rode en daaronder een blauwe band van elk 10 cm hoog.

Door de AI vervaardigd rijwiel voor het KNIL ca. 1930

Verder waren zij samengesteld uit B.S.A. onderdelen en voorzien van een dubbele torpedonaaf voorzien van twee versnellingen. In het voorwiel bevond zich een naaf rem die d.m.v. een handel op het stuur bediend kon worden, Voor het achterwiel was het voorzien van een terugtraprem. Het voorwiel was voorzien van 32 spaken nr.14 en het achterwiel had voor de stevigheid en grotere belasting 40 van deze spaken. Verder was het rijwiel voorzien van een bagagedrager, fietspomp en een bel. De framehoogtes die geleverd konden worden waren 56 en 58 centimeter en op verzoek kon men ook 60 cm hoge exemplaren bestellen. De prijs die voor een dergelijk rijwiel betaald moest worden was in 1938 hfl. 80,00 .

Rijwielherstelwerkplaats te Delft ca. 1915

Vanaf 1895 moesten de werkplaatsen o.a. al gevolg van andere inzichten en ruimte gebrek in de steeds meer bebouwde van Leeuwenhoeksingel en Delftse Houttuinen de stad verlaten. In 1924 werd besloten de Constructiewerkplaatsen op te heffen en de laatste werkzaamheden ook naar het Hembrugterrein te verplaatsen. In 1926 was de verhuizing voltooid. De rijwielherstelwerkplaats bevond zich toe al bijna vier jaar aan de Hembrug. Hun verhuizing had al op 31 december 1922 plaatsgevonden. ©PDKAIH2017

Zie ook Op de fiets naar de constructiewerkplaatsen Delft