HOE ONS LEGER AAN ZIJN BEWAPENING KOMT.

HOE ONS LEGER AAN ZIJN BEWAPENING KOMT.

Deze week (28 october 1916) heeft, de Minister van Oorlog aan een twintigtal vertegenwoordigers van de Nederlandsche pers gelegenheid gegeven een kijkje te nemen in onze wapen- en ammunitiefabrieken. Een goede gedachte voorwaar. Wel was reeds eenige tijd geleden een overzicht gegeven van wat er voor ons leger is aangemaakt sedert het begin der mobilisatie, maar het publiek leest in de oorlogsberichten voortdurend van zoo’n ontzaglijk verbruik van ammunitie en wapens, dat werkelijk wel meer dan een officieele meededeling gewenscht is, om de overtuiging te vestigen dat er inderdaad héél wat gedaan is om de bewapening van ons leger te brengen op het peil dat de oorlog van onze dagen eist.

Dat journalistenbezoek gold natuurlijk allereerst de artillerie-inrichting aan de Hembrug, waarheen in 1897 al de wapen-inrichtingen werden overgebracht die wij toen in verschillende plaatsen hadden, en waar sedert 1904 onze geweren in hun geheel worden gemaakt.

Oude foto van de Artillerie Inrichtingen

Toch is sedert de mobilisatie de inrichting aan de Hembrug tot een volledige wapenfabriek geworden. Het aantal werklieden is er vertiendubbeld, de gebouwen zijn vergroot door bijbouw en door nieuwe verdiepingen. Maar nu wordt dan ook de geheele bewapening van ons leger in al zijn tallooze onderdeelen, daar vervaardigd. Om een klein begrip te geven wat bijvoorbeeld het maken van een geweer beteekent, vermelden we, dat een geweer bestaat uit 88 onderdelen. Er zijn onder die onderdelen verschillende, die 60 en 70 bewerkingen en meer, ja tot zelfs 138 bewerkingen moeten ondergaan.

Voor de bewerking van de kolven alleen is een geheele afdeeling ontstaan, die zelf haar boomen koopt, zelf de planken zaagt, waaruit de kolven, na droging van het hout, machinaal worden vervaardigd.

Tegenwoordig worden ook de propellers (schroefbladen) der vliegmachines hier gemaakt. Vroeger werden deze uit Frankrijk betrokken. Onze vliegers wilden aanvankelijk van het Ned. fabrikaat weinig weten, doch toen ten slotte geen invoer meer plaats had, moest men noodgedwongen gebruik maken van het eigen fabrikaat en… ze bleken beter te zijn dan de buitenlandsche.

De wapenfabriek bezichtigende, zagen we achtereenvolgens alle bewerkingen die de verschillende onderdeelen van het geweer moeten ondergaan, alles met machines, zoo vernuftig en zeker arbeidend dat één man vaak vijf machines kan bedienen, we denken bv. aan het boren der loopen. Dit gedeelte van het werk is zeker wel het meest belangrijke en toch is er slechts één werkman voor verschillende machines noodig. De boor der machine is zo gesteld, dat zij tot op een gedeelte van een millimeter nauwkeurig steeds ‘t gat op de juiste plaats in den juiste vorm boort.

Na de interessante bewerkingen te hebben gezien, kregen we in de controle-afdeeling gelegenheid ons een denkbeeld te vormen van de scherpe controle, die ieder onderdeel tot het allerkleinste deeltje van het geweer, moet ondergaan, alvorens gebruikt te mogen worden. Met allerlei werktuigen worden de onderdeelen onderzocht op de maten, de hardheid van het staal enz. Een buitengewoon secuur werkje is het onderzoeken van de looprichtingen, wat op het oog geschiedt, slechts door langdurige ervaring kan men daarin een zekere vaardigheid verkrijgen. De tenslotte goedgekeurde deelen komen dan in de afdeling ,,samenstelling”, waar de geweren in elkaar worden gezet, om dan geheel gereed te worden afgeleverd. Zonder het juiste aantal te noemen, mogen we wel vermelden, dat dagelijks honderden geweren dit gedeelte van de fabriek verlaten. Nog eenmaal worden dan de geweren beproefd. Geen enkel geweer wordt in gebruik genomen, voordat het is ingeschoten.

Zoals met de geweren, geschiedt ook de afwerking van alle andere wapens. Ook deze fabricatie geschiedt machinaal. Handenarbeid is er, behalve de controle, bijna niet. De werklieden van deze fabrieken zijn in hoofdzaak burger-werklieden, doch een groot deel hunner is aan de verschillende troepenafdeelingen onttrokken, dit zijn dienstplichtigen met verlof. In den laatsten tijd is een inrichting aan de fabriek geopend, waar militieplichtigen tot geweermaker worden opgeleid.

Getuigschrift wapenmaker ©Emiel

Maar ook de munitie-industrie moest worden aangevat. Het was noodzakelijk, dat men er op rekende op eigen kracht te zijn aangewezen. Gelukkig hebben we ons kunnen overtuigen, dat ook onze munitie-productie een groote vlucht genomen heeft. Het is ons niet geoorloofd mede te deelen, wat op dit gebied gemaakt wordt, doch wel kunnen we vermelden, dat in de munitiefabrieken alle ammunitie gemaakt wordt, alle soorten kogels voor handvuurwapens en voor kanonnen van de kleinste tot de grootste afmetingen, waarbij bleek, dat ook het zware geschut niet meer ontbreekt, handgranaten, mijnenwerpers, bommen voor vliegmachines, granaatkartetsen, eenheidsprojectielen, brisantgranaten, enz.

Heintje Garenstroom met de grootste en kleinste granaat. ©ANP

Op aanschouwelijke wijze werd ook hier weer aangetoond, hoeveel machines er noodig zijn voor de afwerking van één patroon, één bom of granaat. Hoe tot in tiende deelen van millimeters nauwkeurig de afwerking moet zijn. Slechts voor enkele onderdelen van de munitiefabricage wordt op dit ogenblik gebruik gemaakt van de particuliere industrie.

Het aantal onderdeelen van granaten enz. is al even talrijk als van de handvuurwapens en de bewerking dier onderdeelen moet zo mogelijk, met nog grooter nauwkeurigheid plaats hebben dan die van de vuurwapens. De minste afwijking kan niet alleen het projectiel onbruikbaar of ondeugdelijk maken, maar bovendien alle berekeningen omtrent den tijd van ontploffing enz. omver werpen. Zoo nauwkeurig is dan ook de controle, dat b.v. voor één granaat 156 mallen en meetwerktuigen noodig zijn, om de controleering te doen plaatshebben.

De afdeeling voor de vervaardiging en de behandeling van de springstoffen ligt geheel afzonderlijk. Alle springstoffen worden ook al weer in de artillerie-inrichting vervaardigd. Het spreekt vanzelf, dat alle mogelijke voorzorgen zijn genomen zoowel voor de werklieden, die met de springstof omgaan, als voor hun in de omgeving werkende mede-arbeiders.

Het zeer gevaarlijke slagkwik wordt in huisjes, achter af liggende, gedroogd en met andere ontplofbare bestanddeelen vereenigd tot sas, de springstof voor de slaghoedjes. In ieder huisje, dat met een netwerk van bliksemafleiders is omgeven, werkt slechts één man. Het huisje is door hooge aarden wallen geheel geïsoleerd. Nimmer kan dus iemand, die hier werkt, door de onvoorzichtigheid van een collega een ongeluk krijgen, terwijl ook door eigen onvoorzichtigheid nimmer een ernstige ramp kan ontstaan.

Vullen van munitie

Het sas wordt verdeeld in kleine hoeveelheden in doosjes, die van buitenaf, door den vervaardiger worden geplaatst in een lokaaltje, dat geheel met pantserstaal is afgesloten. In een volgend lokaaltje, dat verdeeld is in celletjes, weer met pantserstaal omgeven, zitten eenige werklieden, die belast zijn met het vullen van de slaghoedjes en die daartoe de gevulde doosjes wegnemen door een klein luikje. Ze nemen een hoeveelheid voor een paar vullingen en zetten het doosje dan weer achter het luikje. De vulling geschiedt door de verdeeling over een messing-liniaal, waarin twaalf slaghoedjes zijn geplaatst. Door een spleet, die juist ruim genoeg is, om de gevulde liniaal door te geven, schuiven ze de gevulde linialen naar den achter den pantsermuur werkende man, die de liniaal verder doorgeeft ter afwerking. De vulling der linialen geschiedt onder een plaat van onbreekbaar glas, zodat wanneer de kleine hoeveelheid sas nog eens tot ontploffing zou komen, de werkman daarvan geen of althans weinig hinder zou hebben.

We hadden nog gelegenheid een kijkje te nemen in de kogelgieterij, waar de kartetsen en handgranaten o.a. gegoten worden.

Uit de groote koepelovens vloeit het vloeibare ijzer als water weg om dan in de vormen gegoten te werden voor de gietijzeren projectielen. Het smelten van messing, het metaal voor de patroon en granaathulzen heeft plaats in hel opvlammende olie-ovens.

Koepelovens in de gieterij

In wording is de inrichting voor het persen van stalen granaten, die tot dusver uit het buitenland betrokken werden.

Het vullen der hulzen, het mallen en controleeren daarvan, het vullen van de projectielen, geschiedt in afzonderlijk liggende gebouwen onder de strengst mogelijke controle en voorzorgen.

Ons volgend bezoek gold de elders gelegen opslagplaatsen en werkplaatsen der artillerie, een sedert de mobilisatie in gebruik genomen, uitgestrekt terrein met grote magazijnen en stapelplaatsen. Op de buitenterreinen zagen we grote voorraden staal voor projectielen en reeds gedeeltelijk afgewerkte projectielen, terwijl de magazijnen volgepakt zijn met allerlei onderdeelen.

Vullen en samenstellen

De munitie zelf wordt hier niet opgestapeld, doch zoo spoedig mogelijk gedistribueerd of elders opgeslagen. Het vullen der granaten met springstof en buskruit is een arbeid, die niet alleen buitengewone voorzichtigheid vereischt, maar vooral groote nauwkeurigheid, wat de hoeveelheid buskruit betreft. Het buskruit wordt gedeeltelijk nog ingevoerd, in hoofdzaak uit Zweden, doch tegenwoordig ook reeds voor een groot deel in ons land gefabriceerd. De springstof voor de granaten, het trinitrotoluol of TNT wordt machinaal in ronde blokken geperst, en in dien vorm in de hulzen gebracht.

Het vullen van de revolver-patronen en het verpakken geschiedt mede in deze afdeeling. Ondanks de bergen materiaal en de groote voorraden afgewerkte artikelen, heeft de directie van de artillerie-inrichtingen op deze terreinen nog flinke ruimte om zoo noodig tot uitbreiding te kunnen overgaan.

Ten slotte stond nog op het programma een bezoek aan de constructie-werkplaatsen. Deze werkplaatsen zijn een afdeeling van het staatsbedrijf der Artillerie-Inrichtingen, doch munitie of wapens worden hier niet gemaakt.

De werkzaamheden beslaan in het fabriceeren en herstellen der affuitage, artillerie-voertuigen, richtmiddelen en bedieningsgereedschappen van het geschut, van de bespanningen, de hulpmiddelen voor het in richting brengen der vuurmonden, de optische instrumenten,  kijkers, afstandmeters, telescopen enz.

Gedurende de mobilisatie is een afdeeling ingericht waar de rijwielen hersteld en gefabriceerd worden, benevens een afdeeling waar de motorrijwielen en automobielen hersteld worden.

Voor de goede uitvoering van één en ander heeft men de beschikking over een metaaldraaierij, instrumentmakerij, wagenmakerij, ververij, rijwielafdeeling, motorrijwiel-herstelwerkplaats, automobiel-herstelwerkplaats, magazijnen voor materialen, controle en expeditie.

Het bedrijf werd tijdens de mobilisatie belangrijk uitgebreid. Het aantal werklieden van voor de mobilisatie is thans ongeveer vervijfvoudigd. Het meerdere personeel moest voor een groot gedeelte werden onttrokken aan de gemobiliseerden. Toch ondervond de uitbreiding in den aanvang groote moeilijkheden, omdat men hier, in tegenstelling met de munitie- en wapenfabrieken, in hoofdzaak bekwame vaklieden noodig had. Dit was dan ook de oorzaak, dat een belangrijk deel van het personeel aan het leger onttrokken moest worden.

Hoewel het hoofddoel is het verrichten van herstellingen, voor zoover dit bij de verschillende korpsen niet ter plaatse kan geschieden, wordt toch tegenwoordig vooral, ook zeer veel materieel aangemaakt als: goederenwagens, proviandwagens, keukenwagens, keuken-automobielen (de motoren niet), affuiten voor de veldartillerie en de houwitserafdeeling, caissons voor houwitserafdeelingen, zadels, raderen, materieel, bestemd voor vervoer van mitrailleurpatronen, instrumenten voor het richten, en niet te vergeten, rijwielen.

Bij het begin van de mobilisatie waren er betrekkelijk weinig rijwielen bij het leger in gebruik, dadelijk werden er toen een groot aantal gerequireerd, meest natuurlijk gewone toerkarretjes. ’t Bleek spoedig, dat deze niet zo geschikt waren voor het meer ruwe gebruik van den soldaat, terwijl er ook zooveel soorten waren, dat men vaak groote moeilijkheden had met het verkrijgen van de noodige verwisselstukken.

Dit leidde tot de samenstelling van een militair-rijwiel, dat met vermijding van alle luxe, een maximumweerstandsvermogen had. Men hoopt hierdoor langzamerhand een eenheidsrijwiel te krijgen. De meeste onderdeelen moeten nog uit het buitenland verkregen worden omdat de binnenlandsche industrie ze niet kan leveren. Nu kan men ook langzamerhand een stapelmagazijn krijgen, van waaruit voor alle rijwielen de verwisselstukken kunnen verkregen worden. Tijdens ons bezoek was er juist een compagnie wielrijders aan de fabriek, die de oude karretjes kwam inleveren, om daarvoor een nieuw rijwiel –militair model– in ontvangst te nemen. De rijwielen met de uniforme uitmonstering zagen er keurig uit en gaven een indruk van buitengewone soliditeit.

Men is thans ook bezig met het maken van affuiten voor afweergeschut tegen vliegtuigen. Een exemplaar van een afweerkanon op affuit was in de fabriek opgesteld.

Belangrijk is ook, dat de meeste richtwerktuigen voor het geschut geheel hier worden gemaakt en hersteld, terwijl speciale afstandmeters voor de kust-artillerie in de fabriek worden gemaakt, ook alle optische instrumenten, telefoon, telescopen enz. kunnen in de instrumentwerkplaatsen worden hersteld.

Detailtekening van een Houwitser en Affuit 1904

Binnenkort zal de werkplaats voor het herstellen en maken van optische werktuigen, die in de tegenwoordige oorlog van zulk een groote waarde zijn gebleken, aanzienlijk worden uitgebreid.

We hadden verder gelegenheid enkele juist aangekomen exemplaren van het Zweedsche houwitsergeschut te bezichtigen, dat reeds in gebruik is genomen en spoedig in de eigen fabrieken zal worden gemaakt, daar het gieten van geschut, dat in 1904 werd gestaakt, thans opnieuw zal worden ter hand genomen en wel allereerst het gieten van houwitsers.

In de elders gelegen automobielherstelplaats kregen we een idee van de omvang van deze afdeeling. Niet minder dan 60 auto’s waren in herstelling.

De indrukken, die wij hebben opgedaan, samenvattende, menen we te mogen constateren, dat het staatsbedrijf der artillerie-inrichtingen alleszins rekening heeft gehouden met de eischen, die aan een dergelijke inrichting onder de tegenwoordige tijdsomstandigheden moeten worden gesteld; dat het is geworden een enorme industrie of liever een complex van industrieën; dat men alle moeilijkheden zoo goed mogelijk heeft overwonnen en dat, als we binnenkort ook zelf weer geschut gieten, onze legervoorziening in gene deele van het buitenland afhankelijk is.

We willen geenszins ontkennen, dat niet te een of anderen tijd gebrek aan enkele materialen groote moeilijkheden zal kunnen veroorzaken, doch daartegen over meenen we te mogen vaststellen, dat onze wapen- en munitie-productie, ieder geval van oorlog toch ongetwijfeld de belangrijkste takken van het artillerie-bedrijf, in afzienbaren tijd geen gevaar loopen. Niet alleen toch, dat nu reeds maanden en maanden door de tot het maximum opgevoerde productie ongetwijfeld een belangrijke voorraad is aangemaakt, maar zoals ons uit eigen bezichtiging gebleken is —  voor zover dit althans door ons te beoordelen is — zal de nog beschikbare voorraad grondstoffen nog langen tijd voor de grootst mogelijke massa-productie voldoende zijn.

De gehele legeruitrusting, die een belangrijke factor is gebleken te zijn, is bij de artillerie-inrichting in goede handen.

Bronnen, de Middelburgsche Courant, foto’s Emiel, ANP en eigen collectie  ©PDKAIH2019

Advertenties

DE ARTILLERIE INRICHTINGEN VAN 1679 TOT 1925 deel 7 van 11.

DE ARTILLERIE INRICHTINGEN VAN 1679 TOT 1925 deel 7 van 11.

Overplaatsing naar het Hemveld

De invoering van het draagbare wapen model 1895, die een geheel nieuwe machinale inrichting voor de patroonfabricage nodig maakte, werd er de aanleiding van om in 1897 het grootste deel van de werkplaatsen over te brengen binnen de Stelling van Amsterdam. Dit was volgens de toen geldende begrippen het reduit van onze landsverdediging.Daar werden achtereenvolgens gebouwd: de Patroonfabriek, de Werkplaats voor Draagbare Wapenen, de Vuurwerkerij met een Buizenfabriek en IJzergieterij.

Infanterie geweer model 1895

De te ‘s-Gravenhage achter gebleven geschutgieterij, die in 1871 door het Rijk van de familie Maritz was overgenomen werd in 1904 opgeheven. Zij hadden zich toegelegd op de vervaardiging van het bronzen en hardbronzen achterlaatgeschut en maakten daarna ook stalen vuurmonden. Door deze opheffing onderging de Werkplaats voor Draagbare Wapenen een kleine uitbreiding. Dit om in het vervolg ook de herstellingen aan geschut te kunnen uitvoeren. Jammer genoeg werden bij die op zichzelf staande bezuinigingsmaatregel de boor- en trekbanden voor oud-ijzer verkocht iets wat men in de mobilisatietijd zou betreuren.

De Stelling van Amsterdam werd grotendeels aangelegd tussen 1874 en 1914 en is een 135 kilometer lange verdedigingslinie ter verdediging van de Nederlandse hoofdstad

Bij de inrichting van de Werkplaats der Draagbare Wapenen in 1897 aan de Hembrug was het aanvankelijk niet de bedoeling daar een volledige wapenfabriek van te maken. Men dacht de benodigde wapens M95 te blijven kopen bij de Oesterreichische Waffenfabrikgesellschaft te Steyer en bestemde de eigen fabriek als herstellingswerkplaats en aanschaffingsorgaan. Verder diende hij voor de opleiding van geweermakers, zwaardvegers (wapensmeden) en van officieren van wapening. Om bij die opleidingen enig denkbeeld te kunnen geven van de zogenaamde uitwisselbare fabricage, waren er werktuigen met spaninrichtingen en gereedschappen aangeschaft. Dit om van een aantal van de eenvoudigste onderdelen de voor herstellingen benodigde verwisselstukken in eigen werkplaats te kunnen aanmaken.

Lademaker aan het werk in de geweerfabriek aan de Hembrug ©Herman de Ruijter

Die toestand duurde tot 1900, toen er in de Tweede Kamer der Staten-Generaal een vraag werd gesteld over de prijs waarvoor in de Italiaanse Staatsfabrieken het veel met het Nederlandse model overeenkomende geweer werd gemaakt.

Eén van de officieren, die tot de keuringscommissie te Steyr behoord had, was daar al tot de slotsom gekomen, dat de aanmaak van wapens in eigen beheer niet onmogelijk behoefde te zijn. Hij werd naar Italië gezonden. In het rapport over zijn onderzoek daar, stelde hij voor de al aanwezige werktuigelijke inrichting van de wapenfabriek uit te breiden. Daardoor zou het mogelijk zijn om zonder vergroting van de fabrieksruimte door eigen aanmaak tot in 1918 geleidelijk zoveel wapens te verkrijgen, als nodig zouden zijn om tijdig in de behoefte van de te verwachten legeruitbreiding te voorzien.

In twee stappen werd die uitbreiding van machines tot stand gebracht, waardoor men vanaf 1904 in staat was het gehele geweer van de grondstoffen af, in eigen fabriek aan te maken. Dat was geen kleinigheid, een geweer heeft 81 onderdelen. De kwaliteit van de Hembrug wapens bleek niet voor de Steyersche onder doen en de prijs ervan was behoorlijk lager.

Het grootste voordeel van het gaan aanmaken in eigen beheer was wel de ervaring van weloverwogen werken die hierdoor werd verkregen. Daardoor kreeg men de beschikking over zeer deskundig personeel. Dat zou in de toekomst efficiënter kunnen optreden als keurmeester tijdens het inkopen bij andere bedrijven. Ook de verworven kennis en routine zouden kunnen worden toegepast bij andere producten en werk op het eigen en aanverwante gebieden. Dit op dezelfde wijze als waar op de wapenfabricage wegberijdster is geweest voor vele andere takken van industrie.

De Geweerwinkel was dan wel van Delft naar de Hembrug verplaatst en daar uitgegroeid tot een volledige wapenfabriek. Het zou daar niet bij blijven. Delft verloor ook de Pyrotechnische werkplaatsen. Tot ver na de 1e wereldoorlog bleven de Artillerie-Inrichtingen nog gedeeltelijk in het historische stadje. Aan de Hembrug werkte men intussen verder. Men begon met het fabriceren van klewangs. Eerst voor het Indische en later voor het Nederlandse leger. In de mobilisatietijd zou ten volle blijken waartoe men door de verkregen oefening in staat was geworden. ©PDKAIH2017

Eindcontrole van de wapens ©Herman de Ruijter

Hembrug klewang model 1898 bestemd voor het KNIL