DE REVOLVER M73

DE REVOLVER M73.

Tot het jaar 1873 was de Nederlandse landmacht met een grote hoeveelheid verschillende wapens bewapend. Dit waren voornamelijk oude pistolen met een kaliber van 17,1 m/m, een gemoderniseerde percussie inrichting maar lopen zonder trekken en velden. De pistolen waren van de modellen uit 1815 en 1820 (de M 1815 en de M 1820).

Bij de Marine beschikte men toen al geruime tijd over een revolver. Het was een percussie wapen, met een kaliber van 11,2 m/m vervaardigd bij de Maastrichtse vuurwapenfabrikant Beaumont. De officiële naam van het wapen was de Beaumont-Adams revolver, model 1856. In 1869 werd dit type gemoderniseerd volgens een ontwerp van Van Wely ,een Marine officier. Na de modernisering was het wapen geschikt voor eenheids – patronen en omdat het een achterlader was werd het “Revolver A” genoemd. Dit model werd tot ca. 1900 gebruikt.

Filmpje over de werking van een de Beaumont Adams percussie revolver

J.J. Bergansius, kapitein der Artillerie, geen onbekende in de wapenindustrie was hoofd van de Maastrichtse wapenkeuringscommissie en had vele contacten op dat gebied. Hij had grote interesse in de fabricage van handvuurwapens en daarom heel wat uren doorgebracht bij de Nederlandse maar ook Belgische (Luikse) wapen industrie. In 1869 verscheen er een boek van zijn hand. “Handleiding tot de kennis en inrichting en het gebruik van revolverpistolen” In dit boek stond een ontwerp voor het vervaardigen van een snelvuur oorlogsrevolver. Volgens dit ontwerp werden een aantal modellen gemaakt. Deze werden door hem ter beoordeling aan de Minister van Oorlog aangeboden.

Ongetwijfeld zal zijn jongere broer J.W. Bergansius, ook officier en werkzaam bij de Pyrotechnische Werkplaats Delft hem daarbij met raad en daad hebben bijgestaan. Deze broer werd later directeur van de Artillerie Inrichtingen, bevorderd tot Luitenant Generaal. In van 1888 tot 1891 werd hij Minister van Oorlog. Dit beviel hem blijkbaar zo goed dat hij die functie 10 jaar later, van 1901 tot 1905 weer aanvaarde in deze functie was hij de verantwoordelijke persoon voor de invoering van het geschut 7 veld. En als of het nog niet genoeg was, bekleedde hij vanaf 1903 ook nog de functie Minister van Staat.

Kanon van 7 veld

Enige jaren na het verschijnen van zijn boek paste J.J. Bergansius  zijn ontwerp aan en maakte daarmee het wapen geschikt voor eenheids randmunitie met een kaliber van 9,4 m/m. Het model kreeg de lange naam “revolver met zes schoten en een lange worp” en werd in 1873 ingevoerd. De naam werd volgens de gebruikelijke regels naar het jaar van invoering genoemd : M 73 model 1873.

Het Bergansius ontwerp was gebaseerd op een in Juli 1862 gepatenteerde uitvinding van J. Chamelot en H.J. Deville die een wapen door middel van een double action systeem  / centraalvuring geschikt maakte om eenheidsmunitie, ontworpen door H. Smith en D. Wesson (Smith&Wesson) te gebruiken. Het wapen kon net als de revolver van A Van Welly aan de achterzijde worden geladen. De kamer/trommel kon zijwaarts geklapt worden waardoor de hulzen uitgenomen en de nieuwe patronen geladen konden worden. Men doet Bergansius vaak tekort door te schrijven dat het wapen volgens het systeem Chamelot-Delvigne is gemaakt. Dit misverstand is in 1879 ontstaan door een foute tekst in een handleiding van 1e Ltn. Husink en is een eigen leven gaan leiden. Het wapen is o.a, gebaseerd en vervaardigd volgens het stelsel Bergansius!

De verschillende modellen / tekening met de werking / tekening met onderdelen

De M73 was het wapen om de gedateerde M 1815 en de M1820 te vervangen. Het was zo’n beetje het modernste wat er maar te krijgen was en een hele vooruitgang om van een enkel schots naar een zes schots wapen te gaan. Het had echter ook nadelen. Als je zes schoten had gelost, was je voorlopig wel even bezig om de hulzen er met behulp van de pompstok of de meegeleverde schroevendraaier uit te halen uit te halen en het van nieuwe patronen te voorzien.

De bedrijven die M73 revolvers maakten waren :

P.Stevens in Maastricht, die er in de periode 1873 – 1877, de eerste 3500 gemaakt heeft. Daarna niet meer, E. de Beaumont te Maastricht, J.F.J. Bar te Delft.

Rond 1900 werden zij ook gemaakt in de W.D.W (Werkplaats Draagbare Wapens) te Delft en later ook aan de Hembrug. De meeste hier vervaardigde wapens werden meestal vervaardigd van aangekochte onderdelen, deze waren slechts voorbewerkt en moesten door de geweermakers en  leerling geweermakers pas gemaakt en daarna geassembleerd worden. Bijna alle bewerkingen waren handwerk en dus een goede leerschool. Er werden er op die manier totaal zo’n 13.000 gemaakt.

In 1907 gaf de Minister van Oorlog het hoofd van de WDW, de Majoor M.J.A. Masthoff de opdracht om complete revolvers van het bestaande model  bij de verschillende leveranciers aan te kopen. De Majoor stelde de Minister daarop voor, om de benodigde revolvers in de eigen werkplaatsen aan te maken.  Hij had voor dit idee diverse wijzigingen bedacht, waardoor een groot aantal handelingen voortaan machinaal konden worden gedaan, wat de productie tijd en het vele handwerk zouden kunnen verminderen. Zijn voorstel hield o.a in dat de loop van het wapen in plaats van achtkantig voortaan rond zou worden , de haan, trekker en laadklep zouden een andere vorm krijgen en de trekker-beugel zou smaller  gemaakt moeten worden. Verder was het wapen 4,5 centimeter korter als zijn voorganger en ca. honderd gram lichter. De Minister stemde toe met deze wijzigingen en gaf de opdracht er 4000 te vervaardigen, de eerste verschenen begin 1908. In 1913 volgde er een opdracht voor nog 2100 exemplaren.

Het oorspronkelijke wapen uit 1873 kreeg  om het te onderscheiden van de aangepaste versie de toevoeging OM wat zoveel betekende als oud model. De gewijzigde versie zou door het leven gaan onder de oorspronkelijke naam M73. Het kreeg al snel de niet officiële toevoeging NM (nieuw model). De wapens die bij de Hembrug werden gemaakt werden aan de rechter voorzijde van de kast voorzien van het stempel “HEMBRUG”. De M73 OM hadden buiten de vermelding van de fabrikant waar het geproduceerd was een productienummer van 1 tot ca. 13.000, een wapennummer en vaak ook een stempel met het jaartal van in gebruikname. De nummering van de NM wapens die van de Hembrug  kwamen hadden als nummer een combinatie van een letter en een nummer dat liep van 1 tot 1000. Daarna volgde een nieuwe letter. Dus na de letter A een nummer van 1 tot 1000 en vervolgens B en wederom een nummer van 1 tot 1000 etc. etc.  Er werd er ook een aantal revolvers geproduceerd die geen trekken of velden hadden, maar voorzien een gladde loop. Deze waren bestemd voor het afvuren van traangaspatronen.

De M73 was ingevoerd bij de landmacht en het KNIL (Koninklijk Nederlands Indische Leger) en het standaard vuist vuurwapen van de artillerie, cavalerie en de Koninklijke Marechaussee. Omstreeks 1891 werd een deel van de oude modellen in gevoerd bij de Koninklijke Marine en de Mariniers. Deze revolvers hadden een M voor het nummer of een alleen staande M aan de voorzijde van de kast. Omstreeks 1930 verschenen een aantal van de op deze manier gemerkte wapens bij de landmacht. De landmacht kocht haar handvuurwapens niet zoals gebruikelijk bij de firma Beaumont, maar schafte ze aan bij J.F.J. Bar te Delft en P. Peters te Maastricht. De koninklijke Marine kocht wel bij E. de Beaumont te Maastricht.

De M73 werd kosteloos aan dienstplichtigen uitgereikt. Voor officieren was het een  standaardwapen dat ze op eigen kosten dienden aan te schaffen. Voor hen was er een verkorte uitvoering met achtkantige loop. Het wapen werd gedragen in een leren revolvertas met aan de buitenzijde plaats voor een schroevendraaier, die aan het koppel werd bevestigd of door middel van draagriemen over de schouder gedragen, een patroontas voor 48 patronen, een blikje vet, een messing pompstok en voor de beredenen een revolverkoord.  Op bovenstaande waren een aantal variaties mogelijk.

Het wapen kon overweg met de patronen no.5 en no.6. De scherpe patroon no.5 bestond uit een messing huls met rand en ligplaats met aambeeld en brandgat, een slaghoedje en een loden kogel. Deze  was vast geperst in de huls en had een groef die gevuld was met vet. Dit vet diende om kruitslijm in de loop te voorkomen. De lading bestond uit 0,7 gram fijnkorrelig zwart buskruit. De patronen waren verpakt in pakjes van zes en of kartonnen doosjes voorzien van een wit etiket, voorzien van de tekst patroon no.5, de hoeveelheid (12), het hulsmerk en jaartal van aanmaak, en fabrikant.

De losse / oefenpatroon no.6 bestond uit een huls met daarin 1,25 gram zwart buskruit, die aan de bovenzijde was afgesloten met een met zaagsel gevulde prop patroonpapier. De patronen waren verpakt in pakjes van zes en of kartonnen doosjes voorzien van een rood etiket, voorzien van de tekst patroon no.5, de hoeveelheid (12), het hulsmerk en jaartal van aanmaak,  de fabrikant.

Technische specificaties M73
Een recent gevonden M73 OM

Gedurende de mobilisatie waren er ca. 17.500 revolvers van de voornoemde modellen M73 bij het Nederlandse leger in gebruik, in de meidagen van 1940 was de revolver M73 het oudste nog in gebruik zijnde wapen. Bovenstaand exemplaar van de M73 is vrij recent aangetroffen in een water nabij Ypenburg waar op de 10e mei 1940 een felle strijd is geleverd met het doel om het vliegveld uit handen van de vijand te houden.Bronnen de Grebbenberg, D.Kikkert, het Militair magazijn ©PDKAIH2019

Advertenties

DE EERSTE HEMBRUG

DE EERSTE HEMBRUG

Tijdens het graven van het Noordzeekanaal moesten er ook een aantal verbindingen komen om van de ene zijde van het kanaal naar de andere zijde te kunnen komen. Daar werd indertijd tussen alle partijen veelvuldig over vergaderd.

Na veel gesteggel over en weer werd er in 1867 een akkoord bereikt over de bouw van een brug nabij de Hem met daarop een spoorlijn naar en van de hoofdstad Amsterdam. De brug en spoorlijn zouden in eerste instantie dienen voor het vervoer van zand en rails voor de verlenging van het spoor naar Amsterdam CS. Als deze lijn klaar was kon hij ook voor goederen en personenvervoer in gebruik worden genomen.

Ook werd er afgesproken dat hij het grootste deel van de tijd open moest staan omdat er nu eenmaal meer scheepvaartverkeer was dan treinverkeer en de scheepvaart vooral bij hevige wind veel last had van het obstakel. In 1870 begon men met de bouw van de brug en in 1875 was hij gereed. Een jaar later was ook de spoorlijn gereed en konden de eerste passagiers het kanaal met de trein passeren.

1875 Beproeven van de net gereedgekomen 1e Hembrug.

De brug bestond uit twee vaste delen en een draaibaar middendeel, dat door de brugwachters door middel van het draaien aan twee zogenaamde kaapstanders (windassen) kon worden geopend. De doorvaart opening bedroeg dan 19 meter.

Voor de brugwachters waren zowel aan de Zaanse als aan de Amsterdamse kant enige dienstwoningen gebouwd zodat ze net als de pontwachters vlak bij hun werk woonden en snel ter plaatste konden zijn. Eén van de brugwachters genaamd Aris Klomp heeft aan beide zijden van het kanaal gewoond en heeft ons enige mooie foto’s nagelaten.

1902. Het openen van de brug d.m.v. de kaapstanders, 2e van rechts Cor Klomp.

In 1904 werd een aanvang gemaakt met de bouw van een nieuwe hogere en van bredere doorgangen voorziene Hembrug tegelijkertijd werd in de dienstwoning aan de Amsterdamse zijde van het kanaal Cor Klomp geboren.

1905 Bouw nieuwe 2e Hembrug.

Trotse brugwachter Klomp nam Cor en zijn broer geregeld mee met het roeibootje van en naar de oude brug en later ook naar het seinhuis van de nieuwe brug.

1907 Aris Klomp met Cor (links) en zijn broer nabij de 1e Hembrug.

1926 Aris, Cor en een onbekende persoon voor het seinhuis op de nieuwe Hembrug.

1907 Ansicht met beide bruggen. Op de nieuwe brug 4 locomotieven voor de laatste beproeving voor de officiële ingebruikname.

Toen de oude brug gesloopt werd zette opa Klomp zijn werk als brugwachter voort op de 2e Hembrug. Dat was een stuk gemakkelijker want in plaats van de zware kaapstanders werkte nu alles met eenvoudige handels en knoppen die je zonder krachtsinspanningen kon bedienen. En al was het niet op de oude brug die inmiddels gesloopt is, de nieuwe brug mocht er ook wezen en was ooit de grootste draaibrug van Europa.

1907 sloop van de oude en op de achtergrond de nieuwe Hembrug.

In 1927 vierde Aris Klomp zijn 25 jarige dienstjubileum als brugwachter en kreeg daarbij als cadeau van zijn werkgever een massief zilveren schaalmodel van de 2e Hembrug. Het is nog steeds in de familie en zijn kleinzoon Cor die het weer van zijn vader Cor kreeg is er met recht apetrots op.

2018 Kleinzoon en naamgenoot opa Cor Klomp met het bijzondere cadeau.

Een aantal malen was het noodzakelijk om het Noordzeekanaal uit te diepen of te verbreden. In 1937 was het gebied nabij de Fordfabrieken aan de beurt en daar werd het kanaal over een lengte van 300 meter met 25 meter verbreed. De noordelijke en de middenpijler van de Hembrug stonden in het water. De zuidelijke pijler al ruim 30 jaar op het land en hoewel men tijdens de bouw wel rekening gehouden had met het feit dat het kanaal ooit breder zou worden, was deze pijler mede omdat hij toch niet aangevaren kon worden en waarschijnlijk ook om de kosten te drukken veel lichter uitgevoerd als de andere pijlers. (In het model van opa Klomp staat de pijler ook nog on versterkt op de vaste wal.)Dit probleem diende dus te worden opgelost en nog voor dat de pijler in het water kwam te staan is hij aan twee zijden versterkt.

1937 De versterkingen die aan beide zijden van de zuidelijke pijler werd aangebracht.

De brug werd in 1983 na de aanleg van de Hemspoortunnel overbodig en werd gesloopt en als oud ijzer afgevoerd. Een deel van de draaikrans ligt samen met de jaarstenen op het Hembrugterrein.

De eerste Hembrug werd in 1907 gedeeltelijk verkocht en heeft nog jaren in Dordrecht over het Wantij gelegen.

1908 Plaatsen van de oude Hembrug over het Wantij in Dordrecht.

1910 De oude Hembrug na de plaatsing over het Wantij te Dordrecht.

1910. Officiële opening van de oude Hembrug door Prins Hendrik. V.l.n.r.: Prins Hendrik met A. Bos, burgemeester Wichers, CDK?, wethouder P.J. de Kanther, directeur Gemeentewerken Van Ruisen , wethouder Hordijk, secretaris Van Houten, verslaggever A. van Son.

Omdat de brug door de gemeente Dordrecht van een nieuwe naam was voorzien werd deze op 12 februari 1910 door Prins Hendrik als de Prins Hendrikbrug geopend.

1912 De Prins Hendrikbrug voorzien van smalspoor.

In 1912 werd de brug aangesloten op het smalspoor en was de Lips goederentrein regelmatig op de brug te zien. ©PDKAIH2018, ©foto’s Cor Klomp Jr en Gemeente archief Dordrecht.

Meer info over de beide bruggen en de verbreding van het kanaal vind u in De beide Hembruggen in een notendop en in het verbreden van het noordzeekanaal