DE REVOLVER M73

DE REVOLVER M73.

Tot het jaar 1873 was de Nederlandse landmacht met een grote hoeveelheid verschillende wapens bewapend. Dit waren voornamelijk oude pistolen met een kaliber van 17,1 m/m, een gemoderniseerde percussie inrichting maar lopen zonder trekken en velden. De pistolen waren van de modellen uit 1815 en 1820 (de M 1815 en de M 1820).

Bij de Marine beschikte men toen al geruime tijd over een revolver. Het was een percussie wapen, met een kaliber van 11,2 m/m vervaardigd bij de Maastrichtse vuurwapenfabrikant Beaumont. De officiële naam van het wapen was de Beaumont-Adams revolver, model 1856. In 1869 werd dit type gemoderniseerd volgens een ontwerp van Van Wely ,een Marine officier. Na de modernisering was het wapen geschikt voor eenheids – patronen en omdat het een achterlader was werd het “Revolver A” genoemd. Dit model werd tot ca. 1900 gebruikt.

Filmpje over de werking van een de Beaumont Adams percussie revolver

J.J. Bergansius, kapitein der Artillerie, geen onbekende in de wapenindustrie was hoofd van de Maastrichtse wapenkeuringscommissie en had vele contacten op dat gebied. Hij had grote interesse in de fabricage van handvuurwapens en daarom heel wat uren doorgebracht bij de Nederlandse maar ook Belgische (Luikse) wapen industrie. In 1869 verscheen er een boek van zijn hand. “Handleiding tot de kennis en inrichting en het gebruik van revolverpistolen” In dit boek stond een ontwerp voor het vervaardigen van een snelvuur oorlogsrevolver. Volgens dit ontwerp werden een aantal modellen gemaakt. Deze werden door hem ter beoordeling aan de Minister van Oorlog aangeboden.

Ongetwijfeld zal zijn jongere broer J.W. Bergansius, ook officier en werkzaam bij de Pyrotechnische Werkplaats Delft hem daarbij met raad en daad hebben bijgestaan. Deze broer werd later directeur van de Artillerie Inrichtingen, bevorderd tot Luitenant Generaal. In van 1888 tot 1891 werd hij Minister van Oorlog. Dit beviel hem blijkbaar zo goed dat hij die functie 10 jaar later, van 1901 tot 1905 weer aanvaarde in deze functie was hij de verantwoordelijke persoon voor de invoering van het geschut 7 veld. En als of het nog niet genoeg was, bekleedde hij vanaf 1903 ook nog de functie Minister van Staat.

Kanon van 7 veld

Enige jaren na het verschijnen van zijn boek paste J.J. Bergansius  zijn ontwerp aan en maakte daarmee het wapen geschikt voor eenheids randmunitie met een kaliber van 9,4 m/m. Het model kreeg de lange naam “revolver met zes schoten en een lange worp” en werd in 1873 ingevoerd. De naam werd volgens de gebruikelijke regels naar het jaar van invoering genoemd : M 73 model 1873.

Het Bergansius ontwerp was gebaseerd op een in Juli 1862 gepatenteerde uitvinding van J. Chamelot en H.J. Deville die een wapen door middel van een double action systeem  / centraalvuring geschikt maakte om eenheidsmunitie, ontworpen door H. Smith en D. Wesson (Smith&Wesson) te gebruiken. Het wapen kon net als de revolver van A Van Welly aan de achterzijde worden geladen. De kamer/trommel kon zijwaarts geklapt worden waardoor de hulzen uitgenomen en de nieuwe patronen geladen konden worden. Men doet Bergansius vaak tekort door te schrijven dat het wapen volgens het systeem Chamelot-Delvigne is gemaakt. Dit misverstand is in 1879 ontstaan door een foute tekst in een handleiding van 1e Ltn. Husink en is een eigen leven gaan leiden. Het wapen is o.a, gebaseerd en vervaardigd volgens het stelsel Bergansius!

De verschillende modellen / tekening met de werking / tekening met onderdelen

De M73 was het wapen om de gedateerde M 1815 en de M1820 te vervangen. Het was zo’n beetje het modernste wat er maar te krijgen was en een hele vooruitgang om van een enkel schots naar een zes schots wapen te gaan. Het had echter ook nadelen. Als je zes schoten had gelost, was je voorlopig wel even bezig om de hulzen er met behulp van de pompstok of de meegeleverde schroevendraaier uit te halen uit te halen en het van nieuwe patronen te voorzien.

De bedrijven die M73 revolvers maakten waren :

P.Stevens in Maastricht, die er in de periode 1873 – 1877, de eerste 3500 gemaakt heeft. Daarna niet meer, E. de Beaumont te Maastricht, J.F.J. Bar te Delft.

Rond 1900 werden zij ook gemaakt in de W.D.W (Werkplaats Draagbare Wapens) te Delft en later ook aan de Hembrug. De meeste hier vervaardigde wapens werden meestal vervaardigd van aangekochte onderdelen, deze waren slechts voorbewerkt en moesten door de geweermakers en  leerling geweermakers pas gemaakt en daarna geassembleerd worden. Bijna alle bewerkingen waren handwerk en dus een goede leerschool. Er werden er op die manier totaal zo’n 13.000 gemaakt.

In 1907 gaf de Minister van Oorlog het hoofd van de WDW, de Majoor M.J.A. Masthoff de opdracht om complete revolvers van het bestaande model  bij de verschillende leveranciers aan te kopen. De Majoor stelde de Minister daarop voor, om de benodigde revolvers in de eigen werkplaatsen aan te maken.  Hij had voor dit idee diverse wijzigingen bedacht, waardoor een groot aantal handelingen voortaan machinaal konden worden gedaan, wat de productie tijd en het vele handwerk zouden kunnen verminderen. Zijn voorstel hield o.a in dat de loop van het wapen in plaats van achtkantig voortaan rond zou worden , de haan, trekker en laadklep zouden een andere vorm krijgen en de trekker-beugel zou smaller  gemaakt moeten worden. Verder was het wapen 4,5 centimeter korter als zijn voorganger en ca. honderd gram lichter. De Minister stemde toe met deze wijzigingen en gaf de opdracht er 4000 te vervaardigen, de eerste verschenen begin 1908. In 1913 volgde er een opdracht voor nog 2100 exemplaren.

Het oorspronkelijke wapen uit 1873 kreeg  om het te onderscheiden van de aangepaste versie de toevoeging OM wat zoveel betekende als oud model. De gewijzigde versie zou door het leven gaan onder de oorspronkelijke naam M73. Het kreeg al snel de niet officiële toevoeging NM (nieuw model). De wapens die bij de Hembrug werden gemaakt werden aan de rechter voorzijde van de kast voorzien van het stempel “HEMBRUG”. De M73 OM hadden buiten de vermelding van de fabrikant waar het geproduceerd was een productienummer van 1 tot ca. 13.000, een wapennummer en vaak ook een stempel met het jaartal van in gebruikname. De nummering van de NM wapens die van de Hembrug  kwamen hadden als nummer een combinatie van een letter en een nummer dat liep van 1 tot 1000. Daarna volgde een nieuwe letter. Dus na de letter A een nummer van 1 tot 1000 en vervolgens B en wederom een nummer van 1 tot 1000 etc. etc.  Er werd er ook een aantal revolvers geproduceerd die geen trekken of velden hadden, maar voorzien een gladde loop. Deze waren bestemd voor het afvuren van traangaspatronen.

De M73 was ingevoerd bij de landmacht en het KNIL (Koninklijk Nederlands Indische Leger) en het standaard vuist vuurwapen van de artillerie, cavalerie en de Koninklijke Marechaussee. Omstreeks 1891 werd een deel van de oude modellen in gevoerd bij de Koninklijke Marine en de Mariniers. Deze revolvers hadden een M voor het nummer of een alleen staande M aan de voorzijde van de kast. Omstreeks 1930 verschenen een aantal van de op deze manier gemerkte wapens bij de landmacht. De landmacht kocht haar handvuurwapens niet zoals gebruikelijk bij de firma Beaumont, maar schafte ze aan bij J.F.J. Bar te Delft en P. Peters te Maastricht. De koninklijke Marine kocht wel bij E. de Beaumont te Maastricht.

De M73 werd kosteloos aan dienstplichtigen uitgereikt. Voor officieren was het een  standaardwapen dat ze op eigen kosten dienden aan te schaffen. Voor hen was er een verkorte uitvoering met achtkantige loop. Het wapen werd gedragen in een leren revolvertas met aan de buitenzijde plaats voor een schroevendraaier, die aan het koppel werd bevestigd of door middel van draagriemen over de schouder gedragen, een patroontas voor 48 patronen, een blikje vet, een messing pompstok en voor de beredenen een revolverkoord.  Op bovenstaande waren een aantal variaties mogelijk.

Het wapen kon overweg met de patronen no.5 en no.6. De scherpe patroon no.5 bestond uit een messing huls met rand en ligplaats met aambeeld en brandgat, een slaghoedje en een loden kogel. Deze  was vast geperst in de huls en had een groef die gevuld was met vet. Dit vet diende om kruitslijm in de loop te voorkomen. De lading bestond uit 0,7 gram fijnkorrelig zwart buskruit. De patronen waren verpakt in pakjes van zes en of kartonnen doosjes voorzien van een wit etiket, voorzien van de tekst patroon no.5, de hoeveelheid (12), het hulsmerk en jaartal van aanmaak, en fabrikant.

De losse / oefenpatroon no.6 bestond uit een huls met daarin 1,25 gram zwart buskruit, die aan de bovenzijde was afgesloten met een met zaagsel gevulde prop patroonpapier. De patronen waren verpakt in pakjes van zes en of kartonnen doosjes voorzien van een rood etiket, voorzien van de tekst patroon no.5, de hoeveelheid (12), het hulsmerk en jaartal van aanmaak,  de fabrikant.

Technische specificaties M73
Een recent gevonden M73 OM

Gedurende de mobilisatie waren er ca. 17.500 revolvers van de voornoemde modellen M73 bij het Nederlandse leger in gebruik, in de meidagen van 1940 was de revolver M73 het oudste nog in gebruik zijnde wapen. Bovenstaand exemplaar van de M73 is vrij recent aangetroffen in een water nabij Ypenburg waar op de 10e mei 1940 een felle strijd is geleverd met het doel om het vliegveld uit handen van de vijand te houden.Bronnen de Grebbenberg, D.Kikkert, het Militair magazijn ©PDKAIH2019

DE EERSTE HEMBRUG

DE EERSTE HEMBRUG

Tijdens het graven van het Noordzeekanaal moesten er ook een aantal verbindingen komen om van de ene zijde van het kanaal naar de andere zijde te kunnen komen. Daar werd indertijd tussen alle partijen veelvuldig over vergaderd.

Na veel gesteggel over en weer werd er in 1867 een akkoord bereikt over de bouw van een brug nabij de Hem met daarop een spoorlijn naar en van de hoofdstad Amsterdam. De brug en spoorlijn zouden in eerste instantie dienen voor het vervoer van zand en rails voor de verlenging van het spoor naar Amsterdam CS. Als deze lijn klaar was kon hij ook voor goederen en personenvervoer in gebruik worden genomen.

Ook werd er afgesproken dat hij het grootste deel van de tijd open moest staan omdat er nu eenmaal meer scheepvaartverkeer was dan treinverkeer en de scheepvaart vooral bij hevige wind veel last had van het obstakel. In 1870 begon men met de bouw van de brug en in 1875 was hij gereed. Een jaar later was ook de spoorlijn gereed en konden de eerste passagiers het kanaal met de trein passeren.

1875 Beproeven van de net gereedgekomen 1e Hembrug.

De brug bestond uit twee vaste delen en een draaibaar middendeel, dat door de brugwachters door middel van het draaien aan twee zogenaamde kaapstanders (windassen) kon worden geopend. De doorvaart opening bedroeg dan 19 meter.

Voor de brugwachters waren zowel aan de Zaanse als aan de Amsterdamse kant enige dienstwoningen gebouwd zodat ze net als de pontwachters vlak bij hun werk woonden en snel ter plaatste konden zijn. Eén van de brugwachters genaamd Aris Klomp heeft aan beide zijden van het kanaal gewoond en heeft ons enige mooie foto’s nagelaten.

1902. Het openen van de brug d.m.v. de kaapstanders, 2e van rechts Cor Klomp.

In 1904 werd een aanvang gemaakt met de bouw van een nieuwe hogere en van bredere doorgangen voorziene Hembrug tegelijkertijd werd in de dienstwoning aan de Amsterdamse zijde van het kanaal Cor Klomp geboren.

1905 Bouw nieuwe 2e Hembrug.

Trotse brugwachter Klomp nam Cor en zijn broer geregeld mee met het roeibootje van en naar de oude brug en later ook naar het seinhuis van de nieuwe brug.

1907 Aris Klomp met Cor (links) en zijn broer nabij de 1e Hembrug.

1926 Aris, Cor en een onbekende persoon voor het seinhuis op de nieuwe Hembrug.

1907 Ansicht met beide bruggen. Op de nieuwe brug 4 locomotieven voor de laatste beproeving voor de officiële ingebruikname.

Toen de oude brug gesloopt werd zette opa Klomp zijn werk als brugwachter voort op de 2e Hembrug. Dat was een stuk gemakkelijker want in plaats van de zware kaapstanders werkte nu alles met eenvoudige handels en knoppen die je zonder krachtsinspanningen kon bedienen. En al was het niet op de oude brug die inmiddels gesloopt is, de nieuwe brug mocht er ook wezen en was ooit de grootste draaibrug van Europa.

1907 sloop van de oude en op de achtergrond de nieuwe Hembrug.

In 1927 vierde Aris Klomp zijn 25 jarige dienstjubileum als brugwachter en kreeg daarbij als cadeau van zijn werkgever een massief zilveren schaalmodel van de 2e Hembrug. Het is nog steeds in de familie en zijn kleinzoon Cor die het weer van zijn vader Cor kreeg is er met recht apetrots op.

2018 Kleinzoon en naamgenoot opa Cor Klomp met het bijzondere cadeau.

Een aantal malen was het noodzakelijk om het Noordzeekanaal uit te diepen of te verbreden. In 1937 was het gebied nabij de Fordfabrieken aan de beurt en daar werd het kanaal over een lengte van 300 meter met 25 meter verbreed. De noordelijke en de middenpijler van de Hembrug stonden in het water. De zuidelijke pijler al ruim 30 jaar op het land en hoewel men tijdens de bouw wel rekening gehouden had met het feit dat het kanaal ooit breder zou worden, was deze pijler mede omdat hij toch niet aangevaren kon worden en waarschijnlijk ook om de kosten te drukken veel lichter uitgevoerd als de andere pijlers. (In het model van opa Klomp staat de pijler ook nog on versterkt op de vaste wal.)Dit probleem diende dus te worden opgelost en nog voor dat de pijler in het water kwam te staan is hij aan twee zijden versterkt.

1937 De versterkingen die aan beide zijden van de zuidelijke pijler werd aangebracht.

De brug werd in 1983 na de aanleg van de Hemspoortunnel overbodig en werd gesloopt en als oud ijzer afgevoerd. Een deel van de draaikrans ligt samen met de jaarstenen op het Hembrugterrein.

De eerste Hembrug werd in 1907 gedeeltelijk verkocht en heeft nog jaren in Dordrecht over het Wantij gelegen.

1908 Plaatsen van de oude Hembrug over het Wantij in Dordrecht.

1910 De oude Hembrug na de plaatsing over het Wantij te Dordrecht.

1910. Officiële opening van de oude Hembrug door Prins Hendrik. V.l.n.r.: Prins Hendrik met A. Bos, burgemeester Wichers, CDK?, wethouder P.J. de Kanther, directeur Gemeentewerken Van Ruisen , wethouder Hordijk, secretaris Van Houten, verslaggever A. van Son.

Omdat de brug door de gemeente Dordrecht van een nieuwe naam was voorzien werd deze op 12 februari 1910 door Prins Hendrik als de Prins Hendrikbrug geopend.

1912 De Prins Hendrikbrug voorzien van smalspoor.

In 1912 werd de brug aangesloten op het smalspoor en was de Lips goederentrein regelmatig op de brug te zien. ©PDKAIH2018, ©foto’s Cor Klomp Jr en Gemeente archief Dordrecht.

Meer info over de beide bruggen en de verbreding van het kanaal vind u in De beide Hembruggen in een notendop en in het verbreden van het noordzeekanaal

AI HEMBRUG – HERINNERINGEN UIT DE HAVENBUURT

De havenbuurt te Zaandam is een buurt die grotendeels is gebouwd voor de werknemers van de Artillerie Inrichtingen Hembrug. Het is altijd overigens net als andere gemeenschapjes  uit de Zaanstreek een min of meer gesloten gebied geweest  met zijn eigen regels en gebruiken. Een aantal bewoners heeft zijn / haar belevenissen uit de tijd dat zij er kwamen wonen, woonden en werkten aan het papier toevertrouwd. Deze prachtige boekjes, die een mooi tijdsbeeld vormen uit een voorbije tijd hadden een beperkte oplage en werden voornamelijk door mede Havenezen gekocht of bij diverse gelegenheden geschonken. Sommige van deze boekjes waren alleen voor familieleden bestemd. De rest van Zaandam had er weinig interesse in  of zelfs helemaal geen weet van. Eén van de schrijvers van zo’n boekje was een zoon van een werknemer van de Artillerie Inrichtingen. Het boekje dat hij schreef heet  “Buitenbeentje in het Havenkwartier” en het onderstaande verhaal komt uit het hoofdstuk De Artillerie Inrichtingen Hembrug.

De Artillerie Inrichtingen Hembrug.

De rest van het oorspronkelijk buitendijks gebied waar onze woonwijk op lag werd in beslag genomen door de toenmalige wapenfabriek  A. I. Hembrug die een grote invloed op de woonwijk had.

Oude foto van de Artillerie Inrichtingen genomen vanaf de “nieuwe”Hembrug

Er werd in de loop van ruim honderd jaar een groot industriecomplex gebouwd. Er is nog veel van over zowel van oude als meer recente bouw.

Artillerie Inrichtingen rond 2008

Deze fabriek nam een belangrijk deel van het gebied waarin ook de havenbuurt lag in beslag en er werkten veel mensen ook uit onze buurt. Zo ook mijn vader dus ik moet wel even wat over deze, van oorsprong, wapenfabriek vertellen. 

Rond 1895 werd het eerste deel van het uiteindelijk grote complex daar neergezet als vervanging van een deel van de wapenfabriek in Delft die wel heel ongunstig lag in de bebouwde kom daar.  De vestiging in Zaandam vond plaats op een stuk braak liggend terrein, zogenaamd buitendijks land in de IJ-polder, langs het Noordzeekanaal ver uit de bewoonde wereld en gunstig gelegen aan waterweg en spoorweg. 

*Meer informatie over het hoe en waarom van de verplaatsing vindt u hier.

De beide Hembruggen in 1907

In 1907 werd de eerste, te lage, Hembrug over het Noordzeekanaal die precies naast het fabrieksterrein lag vervangen door de enkele honderden meters verder Westelijk gelegen nieuwe Hembrug en in 1910 (1907) afgebroken. Die nieuwe Hembrug, altijd de grootste draaibrug van Europa genoemd, werd in 1983 ook al weer afgebroken en vervangen door de Hemspoortunnel.

*Meer informatie over deze beide bruggen vindt u hier.

Maar een deel van de eerste oude spoorlijn bleef liggen als aanvoer- en afvoer lijn voor de fabriek en werd gedurende een aantal jaren het speelterrein voor de haven jeugd. In de topjaren werkten er wel 8500 personen in die fabriek maar later fluctueerde dit erg en varieerde van 2000 tot 3500 maar bij de sluiting nog slechts ca. 200. 

Mijn vader ging er in 1939 werken in een periode waarin het personeelsbestand wegens de oorlogsdreiging weer wat opliep. Toen in 1940 de Duitsers binnenvielen was men van plan de fabriek op te blazen maar dat ging toch niet door, misschien was er teveel risico voor de inmiddels aanliggende woonbuurt. De directeur was toen Ir. F. Q. den Hollander, die bleef omdat het personeel dit eiste ondanks zijn oorspronkelijke weigering de productie te hervatten en zijn latere sabotage aan de producten die hij toen gedwongen moest leveren.

*Meer informatie over F.Q. den Hollander vindt u hier.

Het leeg geroofde bedrijf

In 1944 werd de fabriek gesloten en grotendeels werden de machines weg geroofd door de Duitsers maar in 1945 kon de productie dankzij het Marshall Plan toch weer worden opgestart. Deels werden de machines uit Duitsland teruggehaald.

Hoe mijn vader en moeder financieel die tijd zijn doorgekomen heb ik recent nog maar eens bij mijn moeder (91 jaar) nagevraagd. Ze wist zich nog te herinneren dat ze 19 gulden per week ‘’wachtgeld’’ kregen, dat was met 5 gulden huur en 5 gulden vaste lasten geen vetpot. Maar toch hebben ze het gered want er was ook niet veel te koop. 

Na 1945 werkte pa er soms aan landbouwwerktuigen en wat later weer aan munitie. Er werd in 1955 op de plaats van de oude kolenloods van de Marine een patronen fabriek gebouwd langs het Noordzeekanaal, het nu nog bestaande karakteristieke lange witte gebouw. Mijn vader vertelde me dat er een schietbaan onder lag. *(vier stuks waarvan de kortste 25 en de langste 200 mtr (dezelfde lengte als het gebouw)).

Landbouwwagen fabricage / landbouwmachines en kanonnen

In de eerste jaren na de oorlog had hij wat rookbussen mee naar huis genomen en die stak hij op veler verzoek op zondagmorgen wel eens af in onze straat. Dan was de hele buurt enige tijd onder een dikke gekleurde rookdeken bedekt en kon je geen hand voor ogen zien. Af en toe kon hij een handkar vol aanmaakhout krijgen en dan was ik ook weer blij want de mooiste kleine blokjes waren voor mij en ik had op het laatst een kist vol waar je geweldige huizen etc. mee kon bouwen. Ook waren er veel kistdeksels bij en daar bouwden we hutten van op straat afgedekt met jute zakken en oude vloerkleden. 

Diverse soorten speelgoed zoals fietsjes etc. werd voor het Sinterklaasfeest, voor de kinderen van het personeel op de fabriek gemaakt. Eens kreeg ik een metalen tram die nog in elkaar gezet en geverfd moest worden. Een probleem bij deze tram was dat de onderdelen niet zo best pasten dus de tram is nooit afgekomen.

Een door de werknemers van de AI vervaardigde driewieler.

Pa moest af en toe gevaarlijk werk doen en vertelde wel eens over “ bijna ongelukken”  tijdens het werk in ‘’Het Bos’’. Zo werd de explosieven afdeling genoemd die gescheiden van de rest in het bos lag om bij eventuele calamiteiten de eerste klap op te vangen. Hij kwam af en toe thuis met slaghoedjes in de omslag van zijn werkbroek die daar tijdens zijn werk waren ingevallen. Dan deed hij die slaghoedjes in een oude krant en stak die achter buiten aan, wij keken dan vanachter de ramen naar de vuurflits en hoorden de knal.

Waarschuwing!

Hij vertelde ons altijd hoe voorzichtig je met slagkwik moest werken omdat het heel snel ontplofte. Bij het verplaatsen van de kwikpotjes altijd één hand er omheen en de andere er onder. Hij moest ook enige tijd in de trotylgieterij werken en dat was slecht werk. Granaten moesten vol of leeg worden gemaakt. Je haren werden er rood van en de mensen kregen melk te drinken als tegengif. Toch al een begin van ARBO ?

De beroemde onverwoestbare Hemklem.

Toen ik zelf getrouwd was kreeg ik nog een bankschroef van hem de zogenaamde en beroemde Hem-Klem, waarvan afgekeurde exemplaren voor het personeel te koop waren. Er was altijd veel belangstelling voor en ik gebruik hem ook nog altijd. 

In 1973 werd het bedrijf deels opgesplitst in o.a. Eurometaal en verkocht en in 1975 ging pa met pensioen. Hij kreeg bij zijn afscheid een zilveren sigarettendoos, (plus geldbedrag) ondanks dat hij niet rookte. *(Na enkele poetsbeurten bleek de sigarettendoos niet van zilver maar slechts verzilverd te zijn). Ik herinner me nog dat er de laatste dag een paar collega ’s thuis op bezoek kwamen. In 2003 werd echt alle productie er gestopt en vloeiden de laatste 200 werknemers af.

Ik ben later nog een paar keer op het fabrieksterrein geweest, voor een rondleiding met lezingen in de recreatiezaal, om het museum te bezichtigen en voor exposities van schilderijen en ook nog eens voor manifestaties van diverse verenigingen. Het is een geweldig leuk maar erg vervallen terrein met zelfs nog een echt bos erop waar vroeger veel reigers nestelden.

De oude portiersloge bij de hoofd ingang.

De oude ingang van het terrein, wat  zou er ooit nog van gemaakt worden? 

Verhaal ©J.de Jong, Overige, links en foto’s ©PDKAIH2018, Foto driewieler © E.Geijtenbeek