DE ARTILLERIE INRICHTINGEN VAN 1679 TOT 1925 deel 11 van 11.

DE ARTILLERIE INRICHTINGEN VAN 1679 TOT 1925 deel 10 van 11.

DELFT IS DE ARTILLERIE INRICHTINGEN NOG NIET GEHEEL KWIJT.

Zoals al gezegd, was Delft tijdens de mobilisatie de Artillerie Inrichtingen niet geheel kwijt. Er werd daar een rijwielafdeling opgericht en later een automobielafdeling. Het aantal werknemers was 600 a 700 man.

Rijwielwerkplaats Delft 1915

Tijdens de mobilisatie waren zeer veel rijwielen gevorderd. Deze waren echter van zeer verschillend model en niet berekend op militair gebruik. Men kwam daarom tot een legermodel.

Carosserie bouw in de Automobielenwerkplaats Delft 1915

De autodienst was in de mobilisatietijd geïmproviseerd met krachten uit de burgerindustrie en handel. De werkplaats te Delft was alleen ingericht voor herstellingen en assemblage van automobielen en motorrijwielen.

Drie schepen van de motordienst Hembrug

In de mobilisatietijd werd er tevens de beschikking gekregen over een 8 tal (mogelijk zelfs 10) motorboten voor de verzending van de goederen. Deze  motorschepen  kregen de naam Motordienst Hembrug en een eigen nr.

Na afloop van de oorlog ging al spoedig het gerucht dat de Constructie werkplaatsen naar de Hembrug zouden worden verplaatst. Dit gerucht werd al spoedig waarheid. Ondanks verwoede pogingen van het gemeentebestuur en anderen mocht het niet lukken de werkplaatsen voor Delft te behouden. In 1924 werden de machines en werktuigen geleidelijk over gebracht naar Hembrug. Delft was daarmee een voorname bestaansbron kwijt. In 1925 was de verhuizing voltooid. Een zeer klein gedeelte van het bedrijf en de automobiel en rijwielafdeling bleven in Delft achter. Hieraan kwam na het uitbreken van de 2e wereldoorlog een einde. De gebouwen te Delft werden door het Rijk verhuurd en gedeeltelijk als opslagplaatsen voor de Artillerie Inrichtingen bestemd. Later zijn daarin diverse industrieën gevestigd of zijn zij als bergruimten in gebruik genomen.

Nu, we schrijven 2014 is vrijwel alles door de modernisering verdwenen. Het gehele staatsbedrijf was  dus sinds die tijd bij de Hembrug geconcentreerd. Het is begrijpelijk dat deze concentratie enorm bijdraagt aan een zo efficiënt mogelijk beheer. Niet alleen oorlogsgoederen werden er vervaardigd, sinds 1919 voerden de Artillerie Inrichtingen de autodiensten uit voor de posterijen te Amsterdam en Rotterdam en voor de departementen van Defensie en Justitie.

Door de AI geassembleerde en gebruikte postauto met het AI embleem op het portier

Er wordt vaak verteld en geschreven dat dit was om de militairen bekend te maken met aardrijkskundige kennis van Nederland. Dit voor het geval er weer oorlog zou komen. In werkelijkheid was het om het automateriaal, dat bij de demobilisatie voor het leger niet meer nodig was, productief te maken. Maar de fabricage van wapens en munitie was toch hoofdzaak gebleven. Wij verlangden, ook nu nog, allemaal naar de wereldvrede maar zelfs nu hij is nog niet verzekerd. Zolang er nog geen internationale ontwapening is, blijft de nationale bewapening een noodzakelijk kwaad. En als er dan bewapening nodig is, moet zij goed zijn. Aan de Artillerie Inrichtingen heeft het zeker niet gelegen. Zij hebben getoond wat te kunnen presteren als onze neutraliteit gevaar dreigde te lopen. Dat ons leger in 1914 tot 1918 paraat was, danken wij voor een zeker niet gering deel aan haar. En daarvoor zijn wij, ook nu het bedrijf niet meer bestaat, nog zeer erkentelijk. ©PDKAIH2014

 

 

 

Advertenties

DE ARTILLERIE INRICHTINGEN VAN 1679 TOT 1925 deel 7 van 11.

DE ARTILLERIE INRICHTINGEN VAN 1679 TOT 1925 deel 7 van 11.

Overplaatsing naar het Hemveld

De invoering van het draagbare wapen model 1895, die een geheel nieuwe machinale inrichting voor de patroonfabricage nodig maakte, werd er de aanleiding van om in 1897 het grootste deel van de werkplaatsen over te brengen binnen de Stelling van Amsterdam. Dit was volgens de toen geldende begrippen het reduit van onze landsverdediging.Daar werden achtereenvolgens gebouwd: de Patroonfabriek, de Werkplaats voor Draagbare Wapenen, de Vuurwerkerij met een Buizenfabriek en IJzergieterij.

Infanterie geweer model 1895

De te ‘s-Gravenhage achter gebleven geschutgieterij, die in 1871 door het Rijk van de familie Maritz was overgenomen werd in 1904 opgeheven. Zij hadden zich toegelegd op de vervaardiging van het bronzen en hardbronzen achterlaatgeschut en maakten daarna ook stalen vuurmonden. Door deze opheffing onderging de Werkplaats voor Draagbare Wapenen een kleine uitbreiding. Dit om in het vervolg ook de herstellingen aan geschut te kunnen uitvoeren. Jammer genoeg werden bij die op zichzelf staande bezuinigingsmaatregel de boor- en trekbanden voor oud-ijzer verkocht iets wat men in de mobilisatietijd zou betreuren.

De Stelling van Amsterdam werd grotendeels aangelegd tussen 1874 en 1914 en is een 135 kilometer lange verdedigingslinie ter verdediging van de Nederlandse hoofdstad

Bij de inrichting van de Werkplaats der Draagbare Wapenen in 1897 aan de Hembrug was het aanvankelijk niet de bedoeling daar een volledige wapenfabriek van te maken. Men dacht de benodigde wapens M95 te blijven kopen bij de Oesterreichische Waffenfabrikgesellschaft te Steyer en bestemde de eigen fabriek als herstellingswerkplaats en aanschaffingsorgaan. Verder diende hij voor de opleiding van geweermakers, zwaardvegers (wapensmeden) en van officieren van wapening. Om bij die opleidingen enig denkbeeld te kunnen geven van de zogenaamde uitwisselbare fabricage, waren er werktuigen met spaninrichtingen en gereedschappen aangeschaft. Dit om van een aantal van de eenvoudigste onderdelen de voor herstellingen benodigde verwisselstukken in eigen werkplaats te kunnen aanmaken.

Lademaker aan het werk in de geweerfabriek aan de Hembrug ©Herman de Ruijter

Die toestand duurde tot 1900, toen er in de Tweede Kamer der Staten-Generaal een vraag werd gesteld over de prijs waarvoor in de Italiaanse Staatsfabrieken het veel met het Nederlandse model overeenkomende geweer werd gemaakt.

Eén van de officieren, die tot de keuringscommissie te Steyr behoord had, was daar al tot de slotsom gekomen, dat de aanmaak van wapens in eigen beheer niet onmogelijk behoefde te zijn. Hij werd naar Italië gezonden. In het rapport over zijn onderzoek daar, stelde hij voor de al aanwezige werktuigelijke inrichting van de wapenfabriek uit te breiden. Daardoor zou het mogelijk zijn om zonder vergroting van de fabrieksruimte door eigen aanmaak tot in 1918 geleidelijk zoveel wapens te verkrijgen, als nodig zouden zijn om tijdig in de behoefte van de te verwachten legeruitbreiding te voorzien.

In twee stappen werd die uitbreiding van machines tot stand gebracht, waardoor men vanaf 1904 in staat was het gehele geweer van de grondstoffen af, in eigen fabriek aan te maken. Dat was geen kleinigheid, een geweer heeft 81 onderdelen. De kwaliteit van de Hembrug wapens bleek niet voor de Steyersche onder doen en de prijs ervan was behoorlijk lager.

Het grootste voordeel van het gaan aanmaken in eigen beheer was wel de ervaring van weloverwogen werken die hierdoor werd verkregen. Daardoor kreeg men de beschikking over zeer deskundig personeel. Dat zou in de toekomst efficiënter kunnen optreden als keurmeester tijdens het inkopen bij andere bedrijven. Ook de verworven kennis en routine zouden kunnen worden toegepast bij andere producten en werk op het eigen en aanverwante gebieden. Dit op dezelfde wijze als waar op de wapenfabricage wegberijdster is geweest voor vele andere takken van industrie.

De Geweerwinkel was dan wel van Delft naar de Hembrug verplaatst en daar uitgegroeid tot een volledige wapenfabriek. Het zou daar niet bij blijven. Delft verloor ook de Pyrotechnische werkplaatsen. Tot ver na de 1e wereldoorlog bleven de Artillerie-Inrichtingen nog gedeeltelijk in het historische stadje. Aan de Hembrug werkte men intussen verder. Men begon met het fabriceren van klewangs. Eerst voor het Indische en later voor het Nederlandse leger. In de mobilisatietijd zou ten volle blijken waartoe men door de verkregen oefening in staat was geworden. ©PDKAIH2017

Eindcontrole van de wapens ©Herman de Ruijter

Hembrug klewang model 1898 bestemd voor het KNIL