DE 2e WERELDOORLOG EN DE ARTILLERIE INRICHTINGEN deel 4 van 4

Uit het dagboek Ir. F. Q. den Hollander 3

F.Q. Den Hollander Directeur der AI

III
Beschouwingen en conclusies.

     Hoewel het in het algemeen vermetel moet schijnen, zoo kort na geweldige gebeurtenissen van de hoogste historische beteekenis conclusies daaruit voor de toekomst te willen trekken, zoo meen ik toch dat enkele feiten of gebeurtenissen daartoe reeds nu wel aanleiding kunnen geven, al zal later herziening van dit oordeel wellicht noodig zijn.
     Te minder zal die herziening noodig zijn naarmate de conclusies uitsluitend van interne betekenis voor het bedrijf zijn; waar het contact betreft met buiten het bedrijf staande autoriteiten of personen, is het oordeel uit den aard der zaak eenzijdig.

De Vesting Holland begin mei 1940

Vesting Holland.

Ter algemeene inleiding moge worden geconstateerd, dat de ultra moderne wijze, waarop Duitschland den oorlog met ons land heeft gevoerd – geheel afwijkend van het klassieke beeld dat men zich klaarblijkelijk hier te lande daarvan had gevormd en waarbij men met name meende, dat de Vesting Holland althans gedurende zekeren tijd, een min of meer veilig  stuk grondgebied zou zijn, waar de oorlogsindustrie zou kunnen handhaven – heeft gemaakt dat van de eerste oogenblikken af het geheele leven in ons land, ja men zou zelfs geneigd zijn te zeggen dat juist in het belangrijke centrum, dat door het begrip Vesting Holland wordt omspannen, ernstig was gestoord.
     Militair beschouwd mogen dan al de strategische overvalling zijn mislukt – in zooverre dat overal krachtige weerstand werd geboden – ernstige stoornissen in het Maatschappelijk leven in ’t bedrijf, in ’t werken, traden dadelijk op.
     De ligging van de Artillerie Inrichtingen binnen de Vesting Holland; het inschakelen van de particuliere industrie  aldaar  en het overbrengen van bedrijven van de buitenprovincies naar de Vesting Holland vanwege de veiligheid en de Mogelijkheid van doorwerken in oorlogstijd is gebleken een verkeerde illusie te zijn geweest.

Ernstige stoornissen.

Uit het relaas de voornaamste gebeurtenissen I en II*1 blijkt toch duidelijk hoe ernstig de stoornissen waren en al kan niet worden gezegd, dat het bedrijf verlamd heeft gelegen, zoo is toch van regelmatig doorwerken in meer of mindere mate geen sprake is geweest.

patronen scherpe nr. 1

     Het is toch een hoogst ernstig feit, dat de aanmaak van hulzen en kogels tot scherpe patroon No. 1 te Delft op den 2e dag moest stopgezet worden; dat van het regelmatig doorwerken van het Scheikundig Laboratorium geen sprake meer is; dat het herhaalde luchtalarm aan de Hembrug maakt dat een niet onbelangrijke werkzaamheid bij het herstellen van hulzen achterwege gelaten wordt; dat het verkeer tusschen Rotterdam, waar belangrijke industrieën van ons werkten en de Hembrug vrijwel gestremd was en een belangrijk transport veiligheidshalve te ’s Gravenhage moest overnachten.
     Hoewel het telefonisch verkeer tusschen de deelen van het bedrijf niet al te veel te wenschen heeft overgelaten, was dat met de particuliere industrie vrijwel gestremd.
     Daar ook behoefte aan bepaalde soorten munitie zich eerst tijdens het verloop der gevechtshandelingen gaat afteekenen, kan men wel zeggen dat van een regelmatige productie eerst na een dag of vier, vijf geen sprake kan zijn.

Uitspraak G.T. van Dam.

G.Th. van Dam Directeur AI

  De reeds in 1924 gedane uitspraak door de toenmaligen Directeur G.T. van Dam (G.Th. van Dam)  dat “voor zoveel den aanmaak betreft, de taak der A.I. zich dient te beperken tot hetgeen in vredestijd of oorlogstijd, vóór ons land rechtstreeks in de vijandelijkheden wordt betrokken, kan worden gedaan.Wat daarna komt is een toevallige bate waarop in verband met de geringe diepte van ons land en het vliegersgevaar niet mag worden gerekend” kan op grond van de opgedane ervaring als juist worden beschouwd, al kan men er dadelijk aan toevoegen, dat de toevallige bate, zelfs in dez 4 dagen nog wel is meegevallen, dank zij het feit, dat van rechtstreeksche gevaar brengende aanvallen op de bedrijven, weinig of geen sprake is geweest.
Maar dat wist men niet van tevoren.

Luchtaanvallen en schuilpaatsen.

De bescherming tegen luchtaanvallen nader aangaande, trekt in de eerste plaats aandacht, dat niettegenstaande het mobilisatie tijdperk 8 maanden heeft geduurd, de verduisteringsmaatregelen voor de Fabriek Hembrug nog niet in orde waren.
ware dit wel het geval geweest, dan had men ’s nachts kunnen doorwerken en kunnen profiteren van de betrekkelijke rust, die tijdens de duisternis in de lucht heerste.

Bovengrondse schuilplaatsen op het terrein en bij de woningen van de Delftse Rij *2

     De schuilplaatsen bleken te ver van de werkplaatsen te liggen, in die zin dat door de groote snelheid der vliegtuigen eenerzijds en de tijd benoodigd voor het doordringen van het signaal luchtalarm, het verlaten van de werkplaats en het zich spoeden naar de schuilplaatsen anderzijds, het personeel nog niet in de schuilplaatsen was, als de vliegtuigen reeds boven de Fabriek waren.
     Zoowel te Hembrug als te Delft heeft men zich moeten losmaken van het Gemeentelijk luchtalarm en een eigen alarmdienst ingesteld, waarbij klaarblijkelijk wat meer risico werd genomen. Dit is begrijpelijk en stemt overeen met het karakter van het bedrijf.
     In of op gebouwen van het bedrijf was geen luchtafweer opgesteld. Het is aannemelijk, dat dit juist gezien is geweest, al kan niet worden, dat het ontbreken van dit geschut de reden is geweest van het niet uit de lucht aanvallen onzer bedrijven.

Bewaking en verdediging.

     De bewaking en verdediging tegen aanvallen op den grond is een moeilijk punt. Men kan van tweeërlei standpunt uitgaan, of wel de bedrijven beschouwen als een zuiver burger bedrijf en dus geen afzonderlijke militaire bewaking en bescherming nemen, of wel het bedrijf als militaire instelling beschouwen en wel afzonderlijk doen bewaken en beschermen tegen een zgn, “Coupe de – main”. Geleerd door de ervaring met parachute troepen zal men den laatste weg moeten kiezen, maar dan moet ook in vredestijd worden bezien hoe de bewaking en de bescherming moet gebeuren, hoeveel troepen en welke bewapening daarvoor noodig zijn onder één verantwoordelijke commandant, die een en ander in overleg met de Directie-organen ter plaatse regelt.
     Men moet daarvoor geen reserve off. Spec. Diensten der Artillerie gebruiken, die hun gewone taak in het bedrijf hebben en die taak toch moeten blijven vervullen  of voor een tijdelijke andere  bedrijfstaak beschikbaar moeten blijven.

Controlepost op de Hemkade 14 Mei 1940

Noodgedwongen heeft men zoowel te Delft als te Hembrug aan verschillende reserve officieren van Speciale Diensten bewakings- of verdedigingsmaatregelen opgedragen. Het oordeel over het nut daarvan is zeer verschillend; Het Hoofd van de Vestiging Delft is er zeer over tevreden; het Hoofd van het Scheidkundig Laboratorium drukt zich misprijzend uit door te zeggen; “dat aan het stelsel van res.off. voor Sp.D. onoverkomelijke bezwaren kleven. Tot de oorlogsdagen is van hen zeer veel profijt getrokken en was het Scheikundige Laboratorium in staat alle aanvragen en verzoeken op korten termijn te voldoen. Het feit echter, dat deze personen in feite militairen zijn, reduceerde hun werkkracht tot nul, toen de vijandelijkheden haar intrede deden. De omstandigheid, dat deze niet geschoolde militairen, die nauwelijks met een vuurwapen kunnen omgaan al deze dagen een verdedigingslinie op zichzelf vormden, welke in geen enkel opzicht organisch verband stond tot de bevelvoerende militaire autoriteiten moet als onjuist worden aangemerkt”.
     Dit, alsmede de uitgebreide improvisaties op dit gebied aan de Hembrug, toonden dat in de toekomst de bewaking en beveiliging te land vooraf in vredestijd oordeelkundig moet worden geregeld.

Herstellingsdienst.

     De herstellingsdienst, welke ten behoeve van het gemobiliseerde en vechtende leger was ingesteld ondervond op zeker oogenblik moeilijkheden doordat de militaire commandanten geen burgers wilden doorlaten. Deze dienst behoort een zuiver militaire dienst te zijn; opleidng van personeel, uitrusting van de noodige voertuigen enz. zou over de A.I. kunnen loopen, maar het militaire personeel hoort te ressorteeren onder een militaire autoriteit.
     Op dezelfde wijze zal ook een afzonderlijke militaire opruimingsdienst van gevaarlijke voorwerpen noodig zijn. (dit is na den oorlog trouwens min of meer geschied).

     Ten slotte valt op te merken, dat behoudens een zeer nauw contact met den D.M.L., de Directie nog van de zijde van het Departement ( C.O.W. IV Afd.b.) noch van andere militaire autoriteiten in de dagen van 10/14 Mei veel heeft bemerkt.
     Wellicht zou zich bij een langer duren van de strijd dit contact weer hebben hersteld, maar in ieder geval blijkt welk dat men in de eerste dagen van een oorlog vrijwel op zich zelf is aangewezen.
     Mede door gebrek aan telefonisch contact met de talrijke leveranciers en medewerkers in de particuliere industrie stonden de werkzaamheden bij de Technischen Aanschaffings en Voorlichtingsdienst vrijwel stil. Er viel geen voorlichting meer te geven, zoodat de vraag rijst, of de in dezen dienst verzamelde, bij uitstek militair-technische krachten in het Bedrijf (Hembrug/Delft) niet beter op hun plaats zouden geweest zijn.

     Met een woord van lof over de in het algemeen rustige, en kordate wijze waarop het personeel aan alle moeilijkheden en bezwaren het hoofd heeft geboden en in het bijzonder met een woord van waardering voor de houding van het Korps chauffeurs, dat meermalen met gevaar voor eigen leven het verband over den weg tusschen de verschillende onderdeelen heeft onderhouden, moge dit overzicht worden beëindigd.

——————–

Bronnen NIMH, Archieven.nl ©PDKAIH2019

*1 zie deel 2 en 3 van DE 2e WERELDOORLOG EN DE ARTILLERIE INRICHTINGEN elders op deze site.
*2 Delftse Rij – Omdat er in Zaandam een tekort was aan ter zake kundig personeel voor de afdeling optiek (kijkers, richtmiddelen etc.) werd er personeel van die afdeling te Rijswijk (Delft) overgeplaatst naar Zaandam. De toenmalige administrateur van het bedrijf had een plan bedacht om deze mensen te huisvesten, een aantal woningen te laten bouwen langs de aan het terrein grenzende Havenstraat. De in 1929 gebouwde rij huizen kregen naam van de adminstrateur. Het rijtje van Houtwipper. Omdat bijna iedereen het altijd had over die Delftenaren die daar in dat rijtje woonden, Werden de woningen al snel in de volksmond aangeduid als de Delftse Rij.

Gebruikte afkortingen.

A.I. – Artillerie Inrichtingen
C.O.W. – centraal orgaan weermacht
D.M.L. – dienst matrieel landmacht
enz – enzovoort
off. – officier
Res.off. – reserve officier
Sp.D. –speciale diensten
zgn. – zogenaamde

Zie ook:

Advertenties

WAAROM DE ARTILLERIE INRICHTINGEN FIETSEN GINGEN MAKEN / HERSTELLEN

WAAROM DE ARTILLERIE INRICHTINGEN FIETSEN GINGEN MAKEN / HERSTELLEN

Ruim een eeuw geleden werd besloten het kavaleriepaard dat eeuwen lang de trouwe kameraad van soldaten en daarvoor zelfs van krijgers en ridders was geweest niet meer van deze tijd was, en daarom moest worden vervangen door de legerfiets, toen nog vélocipède genaamd.

Opgezadeld voorpaard voor Artilleriespan

De voordelen van dit besluit zouden er legio zijn:

1 .Door het gebruik van fietsen worden er geen paarden aan de landbouw onttrokken.
2. Er hoeven geen koetsiers meer ingehuurd te worden.
3. Bij een eventuele brand loopt de fiets niet zoals een paard de vlammenzee in.
4. Bij het verplaatsen van kavalerie en rijdende artillerie is minder ruimte in de spoortreinen nodig.
5. Bij aanvallen op carrés (legeropstelling) kan de fiets eventueel van een stormram worden voorzien.
6. Bij oproer in steden gaat er geen tijd verloren als gevolg van het opzadelen.
7. Een fiets is van voren erg smal en heeft dus weinig trefkans bij schermutselingen.
8. De veterinaire dienst kon afgeschaft worden door het vervallen van kwade droes, kolieken, overkooting, kreupelheid en dergelijke.
9. De besparing aan kosten voor hoefijzers en sporen zal er toe leiden dat in minder dan twee eeuwen onze landsdefensie geheel op orde is.

Of dit laatste waar is zal de toekomst leren, feit is wel dat de wielrijders inmiddels al weer uit het zicht verdwenen zijn en vervangen door allerlei futuristische zaken.

Als gevolg van dit besluit werd in 1913 het korps wielrijders opgericht. Kort na hierna werden de constructiewerkplaatsen in Delft uitgebreid met een rijwielherstelwerkplaats. Omdat de fietsen overal vandaan kwamen (veelal gevorderd) was er een groot gebrek aan onderdelen want er was werkelijk geen één fiets gelijk aan een ander. Omstreeks 1915 kwam daarin verandering en begon men fietsen uit aangekochte en zelf vervaardigde onderdelen samen te stellen en ontstond er meer eenheid in de fietsen van het korps wielrijders.

Tekening van een legerrijwiel 1915

Ook voor het K.N.I.L. werden er fietsen geleverd. Tot c.a. 1932 werden deze door het ministerie van Koloniën aangeschaft bij het Groningse rijwielbedrijf A. Fongers. Maar ongeveer halverwege de jaren 30 stapte men over op door de Artillerie Inrichtingen gemonteerde exemplaren. Deze waren aanmerkelijk goedkoper. Het normale met twee versnellingen uitgeruste Fongers rijwiel koste in 1931, Hfl. 149,41 per stuk. Het standaard legerrijwiel dat door de Artillerie Inrichtingen geleverd werd was gemaakt van dikker materiaal dan een civiel exemplaar. Voor het K.N.I.L. waren zij voorzien van een dof grijsgroene kleur en op het balhoofd bevonden zich een rode en daaronder een blauwe band van elk 10 cm hoog.

Door de AI vervaardigd rijwiel voor het KNIL ca. 1930

Verder waren zij samengesteld uit B.S.A. onderdelen en voorzien van een dubbele torpedonaaf voorzien van twee versnellingen. In het voorwiel bevond zich een naaf rem die d.m.v. een handel op het stuur bediend kon worden, Voor het achterwiel was het voorzien van een terugtraprem. Het voorwiel was voorzien van 32 spaken nr.14 en het achterwiel had voor de stevigheid en grotere belasting 40 van deze spaken. Verder was het rijwiel voorzien van een bagagedrager, fietspomp en een bel. De framehoogtes die geleverd konden worden waren 56 en 58 centimeter en op verzoek kon men ook 60 cm hoge exemplaren bestellen. De prijs die voor een dergelijk rijwiel betaald moest worden was in 1938 hfl. 80,00 .

Rijwielherstelwerkplaats te Delft ca. 1915

Vanaf 1895 moesten de werkplaatsen o.a. al gevolg van andere inzichten en ruimte gebrek in de steeds meer bebouwde van Leeuwenhoeksingel en Delftse Houttuinen de stad verlaten. In 1924 werd besloten de Constructiewerkplaatsen op te heffen en de laatste werkzaamheden ook naar het Hembrugterrein te verplaatsen. In 1926 was de verhuizing voltooid. De rijwielherstelwerkplaats bevond zich toe al bijna vier jaar aan de Hembrug. Hun verhuizing had al op 31 december 1922 plaatsgevonden. ©PDKAIH2017

Zie ook:

 

DE ARTILLERIE INRICHTINGEN VAN 1679 TOT 1925 deel 11 van 11.

DE ARTILLERIE INRICHTINGEN VAN 1679 TOT 1925 deel 10 van 11.

DELFT IS DE ARTILLERIE INRICHTINGEN NOG NIET GEHEEL KWIJT.

Zoals al gezegd, was Delft tijdens de mobilisatie de Artillerie Inrichtingen niet geheel kwijt. Er werd daar een rijwielafdeling opgericht en later een automobielafdeling. Het aantal werknemers was 600 a 700 man.

Rijwielwerkplaats Delft 1915

Tijdens de mobilisatie waren zeer veel rijwielen gevorderd. Deze waren echter van zeer verschillend model en niet berekend op militair gebruik. Men kwam daarom tot een legermodel.

Carosserie bouw in de Automobielenwerkplaats Delft 1915

De autodienst was in de mobilisatietijd geïmproviseerd met krachten uit de burgerindustrie en handel. De werkplaats te Delft was alleen ingericht voor herstellingen en assemblage van automobielen en motorrijwielen.

Drie schepen van de motordienst Hembrug

In de mobilisatietijd werd er tevens de beschikking gekregen over een 8 tal (mogelijk zelfs 10) motorboten voor de verzending van de goederen. Deze  motorschepen  kregen de naam Motordienst Hembrug en een eigen nr.

Na afloop van de oorlog ging al spoedig het gerucht dat de Constructie werkplaatsen naar de Hembrug zouden worden verplaatst. Dit gerucht werd al spoedig waarheid. Ondanks verwoede pogingen van het gemeentebestuur en anderen mocht het niet lukken de werkplaatsen voor Delft te behouden. In 1924 werden de machines en werktuigen geleidelijk over gebracht naar Hembrug. Delft was daarmee een voorname bestaansbron kwijt. In 1925 was de verhuizing voltooid. Een zeer klein gedeelte van het bedrijf en de automobiel en rijwielafdeling bleven in Delft achter. Hieraan kwam na het uitbreken van de 2e wereldoorlog een einde. De gebouwen te Delft werden door het Rijk verhuurd en gedeeltelijk als opslagplaatsen voor de Artillerie Inrichtingen bestemd. Later zijn daarin diverse industrieën gevestigd of zijn zij als bergruimten in gebruik genomen.

Nu, we schrijven 2014 is vrijwel alles door de modernisering verdwenen. Het gehele staatsbedrijf was  dus sinds die tijd bij de Hembrug geconcentreerd. Het is begrijpelijk dat deze concentratie enorm bijdraagt aan een zo efficiënt mogelijk beheer. Niet alleen oorlogsgoederen werden er vervaardigd, sinds 1919 voerden de Artillerie Inrichtingen de autodiensten uit voor de posterijen te Amsterdam en Rotterdam en voor de departementen van Defensie en Justitie.

Door de AI geassembleerde en gebruikte postauto met het AI embleem op het portier

Er wordt vaak verteld en geschreven dat dit was om de militairen bekend te maken met aardrijkskundige kennis van Nederland. Dit voor het geval er weer oorlog zou komen. In werkelijkheid was het om het automateriaal, dat bij de demobilisatie voor het leger niet meer nodig was, productief te maken. Maar de fabricage van wapens en munitie was toch hoofdzaak gebleven. Wij verlangden, ook nu nog, allemaal naar de wereldvrede maar zelfs nu hij is nog niet verzekerd. Zolang er nog geen internationale ontwapening is, blijft de nationale bewapening een noodzakelijk kwaad. En als er dan bewapening nodig is, moet zij goed zijn. Aan de Artillerie Inrichtingen heeft het zeker niet gelegen. Zij hebben getoond wat te kunnen presteren als onze neutraliteit gevaar dreigde te lopen. Dat ons leger in 1914 tot 1918 paraat was, danken wij voor een zeker niet gering deel aan haar. En daarvoor zijn wij, ook nu het bedrijf niet meer bestaat, nog zeer erkentelijk. ©PDKAIH2014