KRUITHUISJE ONTPLOFT

KRUITHUISJE ONTPLOFT

 

Gevarenbord

In de namiddag van maandag 31 december 1934 vond door een onbekende oorzaak een ontploffing plaats in een gebouwtje op het terreinencomplex bij de Artillerie Inrichtingen aan de Hembrug. Het gebouwtje behoort niet tot de gebouwen van de AI maar is valt wel onder het eigendom van het Departement van Defensie. Bij dit ongeval is niemand gewond geraakt. Door de bevoegde autoriteiten wordt een onderzoek ingesteld. De ontploffing heeft plaats gehad in een magazijntje van drie bij drie meter waar ontstekingsmiddelen lagen opgeslagen.

 

Het gebouwtje bestaat uit een zogenaamde spalmuur (spouw), erachter bevind zich nog een gemetselde muur. De dakconstructie is van een zeer licht materiaal, zodat de krachten die in het geval van een ontploffing vrijkomen het gebouwtje via het dak kunnen verlaten. Tijdens de ontploffing van heden namiddag is dat ook inderdaad gebeurd. De het dak, twee ijzeren deuren en de gemetselde buitenmuren zijn geheel weggeslagen. De betonnen wanden zijn intact gebleven. Daar zich op het moment van het ongeluk geen mensen in of in de nabijheid van het gebouw verbleven, zijn er geen persoonlijke ongelukken gebeurd. Ook is er als gevolg van de ontploffing geen brand uitgebroken en hebben de overige gebouwen op het complex geen schade opgelopen. Omdat er nog onontploft materiaal tussen de brokstukken kon bevinden werd de omgeving afgezet en er besloten de boel de volgende dag, bij voldoende licht op te ruimen.

D.Rijnders

Naar aanleiding van het feit, dat enige dagen geleden geruchten de ronde hebben gedaan omtrent het beramen van een communistische aanslag op de Artillerie fabrieken, hebben wij de D.Rijnders, bedrijfschef vuurwerkerij van de Artillerie Inrichtingen, zijn mening verzocht omtrent de vraag, of hier sabotage in het spel zou kunnen zijn. Rijnders antwoordde dat ook die geruchten hem ter ore ware gekomen Persoonlijk had hij echter geen reden omtrent de oorzaak van het één en ander in die richting te zoeken. Voorlopig staat men nog steeds voor een raadsel. In de twee dagen waren er, voor zover de directie bekend is, geen personen in het gebouwtje geweest. ©PDKAIH2019

 

DE ARTILLERIE INRICHTINGEN VAN 1679 TOT 1925 deel 10 van 11.

DE ARTILLERIE INRICHTINGEN VAN 1679 TOT 1925 deel 10 van 11.

Artillerie Inrichtingen worden Staatsbedrijf en de 1e wereldoorlog breekt uit.

In 1913 werden de Artillerie Inrichtingen een Staatsbedrijf met een eigen begroting en kregen een burger directie. Ook de leiding van de bedrijven gingen in burgerdienst over. Dit was een grote vooruitgang omdat men zodoende personeel kreeg dat zich blijvend aan het bedrijf kon wijden. Kort nadat deze maatregel was genomen, brak de 1e wereldoorlog uit.

 

De directie der Artillerie Inrichtingen. Zittend vlnr de heren: Directeur G. Th. van Dam, Directeur; J.H.A. Mijsberg, Directeur; H.M. van Unen, Secretaris; B.J. Top. Staand vlnr. L.L.E. Ornstein,Bedrijfschef Patroonfabriek; J. Jungeling.Bureauchef voor de Technische Zaken; D. Rijnders.bedrijfschef Vuurwerkerij; J.D. Berkhout,Technoloog; N.P.A. du Quesne van Bruchem, waarnemend Bedrijfschef Wapenfabriek; E. Zuidema. Administrateur.

 

Wat is er in die tijd aan de Hembrug gebeurd? Voor het organiseren van de munitieaanmaak met behulp van de particuliere industrie werd het Munitiebureau ingesteld. Later heeft de zorg van dat bureau zich ook over andere zaken dan enkel munitie uitgestrekt. Bij de aanmaak door particulieren werden aanvankelijk opdrachten gegeven aan verschillende fabrikanten. Tenslotte kwam men echter tot geconcentreerde aanmaak, die in een fabriek over het IJ door Belgische fabrikanten van automobielen en met behulp van uit het Oosten van het land overgebrachte werktuigen werd opgezet.  Dit bleek grote voordelen op te leveren. Het benodigde buskruit kon van de fabriek te Muiden worden betrokken. Trotyl werd eerst op kleine schaal uit toluol dat van de gasfabrieken kwam gemaakt.Later werd er een afzonderlijke fabriek gebouwd bij de Hembrug, waar de Bataafsche het maakte uit toluolbenzine.  Deze fabriek bevond zich aan de Amsterdamse zijde van het Noordzeekanaal.

 

Kruitfabriek te Muiden.

 

Behalve artillerieprojectielen werden ook handgranaten in verschillende soorten aangemaakt.Omdat de weermacht die ondertussen was versterkt met de langzamerhand goed geoefende reservetroepen te kunnen bewapenen werd besloten de productie van wapens belangrijk opvoeren. De particuliere industrie hielp om zo snel mogelijk de aan de Hembrug aanwezige werktuigen in een behoorlijk aantal te vermenigvuldigen. Dit ging in een rap tempo omdat zij alleen maar gekopieerd hoefden te worden en er van een groot gedeelte van deze werktuigen al gietmodellen aanwezig waren. Het doel was het zogenaamde wisselbedrijf aan de Hembrug om te vormen in een inrichting waar alle onderdelen van het wapen tegelijkertijd naast elkaar konden worden afgewerkt.

 

Machines bestemd voor fabricage van geweerlopen.Op de voorgrond vier trekbanken waarop de geweerlopen van trekken voorzien worden. Op den voorgrond links: de Bedrijfschef van de Wapenfabriek, D.H.Peereboom Voller. rechts van hem: de Opzichter van de lopenfabricage, M.A. v.d.Ende.

 

De honderden werktuigen die daarvoor nodig waren zijn alle in Nederland gemaakt. Het personeel werd in die tijd sterk uitgebreid naar ongeveer 8500 personen. Een groot probleem tijdens deze oorlog was het verkrijgen van de benodigde materialen. De gewoonlijk gebruikte materialen waren niet te krijgen en men moest zich vaak behelpen met allerlei mindere kwaliteit. Tenslotte zijn zelfs geweren gemaakt van oude rails (het enige staal dat nog in het binnenland in grote hoeveelheden aanwezig was). Telegraafdraad dat eigenlijk bestemd was om prikkeldraad van te maken maar dat toevallig hardbaar bleek werd gebruikt.

 

De voorraad notenhout 1916-1917

 

Ook de inlandse notenbomen werden niet gespaard. Toen het land werd afgezocht bleken er heel wat meer aanwezig dan men aanvankelijk dacht en vielen er duizenden ten offer aan de wapenproductie. Gemiddeld was slechts één op de drie bomen voor het doel geschikt. Al spoedig beschikte men voor de vordering, het rooien en vervoeren van de bomen over zodanig geoefend personeel dat de aanvoer geregeld geschiede. En het kwam slechts zeer zelden voor dat een boom verborgen gebreken vertoonde. ©PDKAIH2017