DODELIJK ONGEVAL IN DE DOOFPOT GESTOPT

DODELIJK ONGEVAL IN DOOFPOT GESTOPT

Op 14 september 1984 bevond ik mij in de portiersloge van het Militair Complex Hembrug. In het vroege middaguur kreeg ik een telefoontje vanuit de legerplaats Oldenbroek,  waarin werd verzocht om met spoed doorverbonden te worden met de Complex Commandant.
Kort daarop werd ik gebeld door deze, hij vertelde mij dat er een dodelijk ongeval had plaats gevonden tijdens het door personeel van de Commissie van Proefnemingen beproeven van munitie en dat alle telefoon gesprekken met betrekking tot dit gebeuren naar hem doorverbonden moesten worden. De poort gesloten en het al het overige telefoonverkeer  en bezoekers / pers toegang geweigerd moest worden. Reden onbekend, opdracht van de Complex Commandant.
Al snel werd mij duidelijk wat er was voorgevallen. Dat dit alle onderstaande ellende zou opleveren kon niemand vermoeden.

Commissie van Proefnemingen

HET ONGEVAL

Het is rond 11 uur als de Commissie van Proefnemingen in Oldenbroek bezig is met het testen van zeven anti-personeelsmijnen (AP-23). De leider van het team, munitiedeskundige Rob Ovaa had een afvuurlijn aan de ring van het ontstekingsmechanisme  van een mijn bevestigd, hem op scherp gezet en begaf zich daarna naar de schuilbunker, waar ook de rest van het team aanwezig was. Nadat iedereen gereed is geeft hij het commando “vuur”. Er wordt aan de lijn getrokken om de mijn te laten exploderen, maar er gebeurd tegen de verwachtingen in, helemaal niets.
Het team overlegd en komt tot de conclusie dat de lijn gebroken of losgeschoten moet zijn. Nadat er enige minuten verstreken zijn verlaat R. Ovaa de schuilbunker en loopt voorzichtig op de niet geëxplodeerde mijn af. Als hij de mijn op 2 meter genaderd is blijft hij staan, kijkt naar de mijn en loopt vervolgens door. Voorzichtig knielt hij bij de mijn neer. Op het ogenblik dat hij zijn handen uitsteekt ontploft de mijn alsnog. Rob Ovaa, getrouwd en vader van twee kinderen is op slag dood.

DE OPDRACHT

Enkele uren na het ongeval belt de Directeur Generaal Personeel (DGP), Wim Bunnik de bedrijfsmaatschappelijk werker Fred Spijkers. In dit gesprek geeft hij Spijkers de opdracht om de vrouw van Rob Ovaa in te lichten en haar tijdens dat gesprek vertellen dat Rob Ovaa zelf de enige schuldige was van dit ongeval.
Spijkers weet dat dit laatste niet klopt want er heeft nog helemaal geen onderzoek naar de oorzaak van het ongeval plaatsgevonden en er daarom dus ook nog geen schuldige kan worden aangewezen.
Verder is Spijkers op de hoogte dat de uit de zestiger jaren in gebruik zijnde mijnen al eerder in opspraak zijn geweest. Van een eerder ongeval met de AP-23 mijn, waarbij zeven personen waren omgekomen en elf zwaargewond ligt het rapport tussen enkele andere in zijn bureau.
Hij werd door defensie wel vaker ingezet om schades zoveel mogelijk te beperken, maar hij wilde tegenover de weduwe Ovaa, niet liegen over het ongeluk. Omdat het niet opvolgen van een ambtsbevel bij defensie als een doodzonde word beschouwd, voert hij de opdracht uit.
Als hij de vrouw ’s avonds het nieuws brengt schudt hij opzichtig met zijn hoofd. De weduwe begrijpt deze boodschap en zal zich dan ook verzetten tegen deze gang van zaken.

De Anti Personeelsmijn (AP-23)

DE ELLENDE BEGINT

Spijkers kan zich niet verenigen met de gang van zaken en besluit de ongelukken met de AP-23 mijnen te gaan onderzoeken.
De DGP, Bunnik reageert furieus op het door Spijkers zelf ingestelde onderzoek en de door hem gestelde vragen en opmerkingen. Hij laat door de Marine Inlichtingen Dienst (MARID) onderzoeken of Spijkers kan worden aangepakt voor spionage, een zeer zware beschuldiging in de tijd van de koude oorlog. De MARID kan niets ten nadele van Spijkers vinden en het onderzoek wordt overgedragen aan de Landmacht Inlichtingen Dienst (LAMID). In een in 1986, door deze dienst gemaakt en uitgelekt geheim rapport staat dat Spijkers als een ‘politiek crimineel’ moet worden beschouwd.
Als Spijkers er jaren later achter komt vraagt hij defensie om opheldering. De landsadvocaat ( van het advocatenkantoor Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn) geeft na een eerdere ontkenning toe dat Spijkers inderdaad op politiek criminele antecedenten is onderzocht maar niet als politiek crimineel te boek staat. Dit werd door een topambtenaar van defensie met klem tegen gesproken. Spijkers vormt met zijn kennis en handelen een gevaar voor het uiterste geheime mijnendossier en is dus wel degelijk politiek crimineel verklaard.

ILLEGALE EXPORT

Als het Ministerie van Economische Zaken samen met de Binnenlandse Veiligheidsdienst (BVD) een onderzoek start naar illegale export van AP-23 mijnen is ook Spijkers weer volop in beeld en voert Defensie de druk op Spijkers om te stoppen met zijn onderzoek op.
De BVD gaat zich met de zaak bemoeien en het toenmalige hoofd van het kabinet veiligheidszaken zorgt er voor dat Spijkers enige weken in een safehouse verblijft.
In zijn voortdurende strijd met het Ministerie van Defensie wordt hij in de periode 1985-1993 begeleid door BVD medewerkster Ineke IJzerman.
Op 29 februari 1988 verklaart  IJzerman aan de psychiater Van der Post, die Spijker onderzoekt “De ernstige malversaties bij het Ministerie van Defensie zijn feiten die nog veel ernstiger zijn als Spijkers zelf weet en ook zijn angst om door de bedrijfsgeneeskundig dienst weggewerkt te worden is terecht. Men wil hem krankzinnig laten verklaren, zodat zij zijn verklaringen en aantijgingen in de doofpot kunnen laten verdwijnen”.
De DGP Bunnink gelast dat Spijkers zich psychologisch laat testen en hoop hem zo als arbeidsongeschikt zijnde te kunnen dumpen. Spijker stemt in met de test. Als deze door de Defensie arts Lankhorst is uitgevoerd verklaard deze dat Spijkers aan “paranoia, schizofrenie en waangedachten lijdt” Spijkers wordt niet alleen door Van der Post maar ook nog door drie andere onafhankelijke psychiaters onderzocht die allen verklaren dat hij niets mankeert. In 1987 luistert defensie echter alleen naar hun eigen psychiater en dumpt Spijkers.

GIP

ONDERZOEK DOOR DE GIP

Jaren later onderzocht de Mensenrechtenorganisatie Geneva Initiative on Psychiatry (GIP) de zaak Spijkers en schreef in een brandbrief aan de toenmalige defensieminister Joris Voorhoeve (VVD): ‘Wij hebben vastgesteld dat door defensie de psychiatrische rapporten zodanig werden verdraaid dat een geestelijk gezond persoon werd “veranderd” in een psychiatrische patiënt. Het medisch onderzoek van defensie is een duidelijk geval van politiek misbruik van de psychiatrie.
De minister ooit zelf een mensenrechtenactivist heeft hier nooit op gereageerd.

AANSLAG OP SPIJKERS

Op 18 juni 1989, te omstreeks drie uur, draait Spijkers in Huis ter Heide de parkeerplaats van Mac Donalds op, als hij uit zijn auto stapt wordt hij beschoten, het loopt goed af.
Spijkers doet bij de politie in Zeist aangifte van het voorval. De politie draagt de zaak over aan de Koninklijke Marechaussee. De opsporingsambtenaar Schreutelkamp die met de zaak is belast meld na enige weken ‘dat het mogelijk is dat hierbij dienstplichtige militairen van de vliegbasis Soesterberg betrokken zijn’. Bij een fotoconfrontatie herkent Spijkers vijf daders. Deze werden disciplinair gestraft en daarmee was de zaak afgedaan.
Jaren later kwalificeerde Defensie de aanslag als zijnde een kwajongensstreek.

© Mc Donalds Huis ter Heide

DOODSBEDREIGING

Spijkers moet voor zijn leven blijven vrezen.
Op 26 september 2000 word hij door de toenmalige Staatssecretaris van Defensie, Henk van Hoof (VVD) uitgenodigd om in een zaak in Waddinxveen informeel te komen dineren. Tijdens het diner stelt hij van Hoof enige vragen met betrekking tot politici en topambtenaren en toont enige voor hen zeer belastende documenten.
In 1999 had Van Hoof in een poging om het al jaren durende conflict met Spijkers voor eens en altijd uit de weg te ruimen, aan het accountants en adviesbureau Kleynveld, Peat, Marwick, Goerdeler  (KPMG) de opdracht gegeven om deze zaak uit te zoeken. De uitkomst van dit onpartijdige onderzoek zou zoals eerder afgesproken bindend zijn. De stukken die Spijkers toonde waren tijdens het archiefonderzoek van KPMG boven water gekomen.
Van Hoof reageert woedend en bijt Spijkers toe “wanneer jij deze stukken gebruikt en/of naar buiten brengt, dan heb ik ook een wapen dat voor jou absoluut en onherroepelijk dodelijk is”.
Enige dagen na dit voorval stuurt Spijkers van Hoof een brief. In deze brief vraagt hij het hoe en waarom van het dreigement.  Op 13 oktober 2000 antwoord van Hoof heel omslachtig dat, ‘hij dat met een dodelijk wapen heeft gedreigd, maar dat Spijkers dat niet zo serieus moet nemen’.
Het was overigens niet het enige wat KPMG boven tafel had gekregen. Zij schreven dat Spijkers vanaf de datum van het ongeluk (1984) door vertegenwoordigers van het ministerie van Defensie is misleid door hem tijdige, juiste en/of volledige informatie te onthouden, dan wel bewust onjuiste informatie te verstrekken’.

SCHADEVERGOEDING EN ONDERSCHEIDING

Verder werd er afgesproken dat Spijker een belastingvrije schade vergoeding krijgt van 1,6 miljoen euro. En verder moest zijn gehele defensiedossier worden doorzocht op gepleegde misdaden en daarna geschoond van frauduleuze handelingen en documenten.
En buiten dat alles werd hij Koninklijk onderscheiden.
Het klonk als het einde van Spijkers jarenlange nachtmerrie, maar niets was minder waar.

Ridder in de orde van Oranje Nassau

ALWEER EEN AANSLAG

Op zondagavond 16 februari 2003 fietst Spijkers door zijn Gelderse woonplaats als hij wordt aangereden door een grijskleurige Ford Mondeo.
Op het politiebureau verklaart hij: ‘’Het viel mij op dat van tegenovergestelde richting een auto aan kwam met of te hoog afgestelde verlichting of groot licht. ‘Plotseling zag ik dat de bestuurder van die auto zijn stuur draaide, en bijna haaks op mij af kwam gereden en zijn snelheid fors verhoogde. Ik had geen mogelijkheid uit te wijken omdat er veel geparkeerde auto’s stonden’. De auto raakte met zijn linkerzijde Spijkers, die daardoor ten val kwam en meteen tussen de geparkeerde auto’s kroop. ‘ik was doodsbang en dat men nog uit de auto zou stappen. Toen er vanaf de andere kant een auto naderde ging de Mondeo er met gedoofde lichten en hoge snelheid vandoor’
Het politiekorps Gelderland zuid zegt bij monde van de woordvoerster Monique Linthorst Homan: “de aangifte is inderdaad bij ons in behandeling geweest, wij hebben onderzoek gedaan, maar dit heeft niet geleid tot de vaststelling van verdachten. Er onvoldoende opsporingsindicatie om het onderzoek nog voort te zetten’.

ARMOEDE

Toen de Raad van Beroep het ontslag van Spijkers in 1997 had bekrachtigd, was hij werkloos en genoot dus geen inkomsten meer. Hij was onverzekerd en leefde van giften. Volgens gegevens van het UWV uit 2004 heeft hij nog recht op een wachtgeldregeling over de periode oktober 1993 t/m juni 2011. Uit onderzoek dat door Deloitte (zakelijke en financiële dienstverlening) is gedaan, is gebleken dat er bij Achmea Arbo, UWV en het pensioenfonds ABP geen stukken meer zijn die iets kunnen vertellen over de opgebouwde tegoeden, en arbeidsverleden van Fred Spijkers.
Hij verkoos het om in armoede te leven en had de schadevergoeding van 1,6 miljoen op een notariële rekening geparkeerd. Na alles wat hij had meegemaakt vermoedde hij nog een addertje onder het Defensiegras. De schadevergoeding zou zoals afgesproken vrij van belasting aan hem worden overgemaakt. Dat Spijkers het weer goed had gezien openbaarde zich drie weken later toen er een aanslag van 915.123 euro op de mat plofte.

De belastingaanslag

EN DEFENSIE?

Heeft die ook nog wat te zeggen?
Nou nee niet echt: “Defensie en de heer Spijkers hebben een streep onder deze zaak gezet. Defensie voelt zich mitsdien niet vrij over deze zaak van gedachten te wisselen.” Minister Knaap heeft ervoor gezorgd dat de stukken van het dossier Spijkers dat inmiddels uit 175 ordners bestaat tot 2026 geheim blijft.

VERBODEN LANDMIJNEN

De AP-23 was een prestige-wapen van Nederlandse makelij. De mijn werd in de jaren zestig ontwikkeld als wapen in de Koude Oorlog en had als doel de vijand effectief te doden en dat is precies wat de landmijn deed. Maar niet alleen de vijand zou slachtoffer worden van het explosief.
Als de actualiteitenrubriek NOVA in 1987 aandacht aan de mijnen en de daaraan gerelateerde ongevallen besteed wordt de Tweede Kamer wakker.
Zij geven zeer tegen de zin van staatssecretaris Jan Gmelich Meijling (VVD), de Nationale Ombudsman de opdracht om de ongevallen te onderzoeken. Zijn rapport veegt de vloer aan met de manier waarop defensie de voorschriften negeerde en noemt het misleiden van de nabestaanden ‘onthutsend’.
De eerste partij van 1002 stuks die het Zaanse bedrijf Eurometaal in 1968 aan defensie leverde werd al op 12 februari 1969 door de Kwartiermeester Generaal afgekeurd. Maar op een geheime keuringsuitslag ondertekend door kapitein A. A Sip is het woord afgekeurd doorgehaald.
Er boven staat het woord goedgekeurd geschreven.
In 1970 constateert ook de Munitie Onderzoekingsdienst (MOD) een levensgevaarlijke constructiefout aan de mijn.
De AP-23 wordt officieel verboden verklaard, maar in strijd met alle voorschriften en in het grootste geheim wordt er bij Eurometaal op grote schaal verder geproduceerd. Bovendien werd de gebrekkige mijn nog geëxporteerd toen het al lang en breed verboden was.
Waarom defensie het verbod negeerde, vertelt het rapport van de Ombudsman niet. In defensiekringen wordt als verklaring gegeven dat enkele topambtenaren een patent op de AP-23 hadden. Zij zouden zich tot ver in de jaren tachtig hebben verrijkt door de mijn toch te exporteren. Die illegale uitvoer verliep via ambassades en de Portugese munitiefabriek Extra. Het was vooral de route die via Portugal liepen en werd gebruikt als Nederlandse beleid ten aanzien van wapenexportvergunningen moest worden omzeild. De Nederlanders leverden dus aan Portugal en de Portugezen weer aan Zweedse bemiddelaars die de mijnen naar de eindbestemming brachten. Op die manier leverden de Nederlandse wapenfabrikanten decennia lang explosieven, nachtkijkers en chemicaliën aan landen als Irak en Iran die in een bloedige oorlog waren verwikkeld.
Over deze lucratieve handel mocht niets maar dan ook niets in het nieuws komen wat deze handel zou kunnen schaden en daarom verdwenen het productieverbod en de ongelukken met de AP-23 in de doofpot.

Het keuringsrapport met de wijziging door A.A. Sip

FRAUDULEUZE RAPPORTEN

Onder verantwoording van kolonel der marechaussee, Diederik Fabius werden er frauduleuze rapporten opgemaakt met als doel de slachtoffers als schuldigen aan te wijzen. In een door hemzelf geschreven en op 12 april ondertekend rapport over het ongeval dat in 1984 had plaats gevonden schrijft hij dat hij tijdens het justitieel onderzoek een tiental getuigen had gehoord en dat daaruit bleek dat de mijn prima functioneerde en dat de mijnentester Oova zelf schuldig was aan het ongeval. Een jaar eerder besloot het Hoger Militair Gerechtshof dat er twee onderofficieren niet vervolgd werden voor het feit dood door schuld. Deze uitspraak was gebaseerd op het feit dat Fabius ook hier tot de conclusie was gekomen dat de tijdens het ongeluk omgekomen instructeur geheel verantwoordelijk was geweest voor het gebeuren. De Ombudsman kraakt beide door hem uitgevoerde onderzoeken.
Meer dan een kwart eeuw na het verbod is ingesteld begint defensie met het opruimen van de voorraad AP-23 mijnen. Volgens het rapport van de Ombudsman waren er in 1997, 24.953 mijnen vernietigd en stelde staatssecretaris Gmelich Meijling de Tweede Kamer voor om de resterende, instabiele 20.000 stuks die nog in een opslagplaats in Hoogeveen lagen, per vrachtwagen naar een gespecialiseerd vernietigingsbedrijf te brengen. Of dit gevaarlijke transport werkelijk heeft plaats gevonden laat het rapport onvermeld.
Bronnen binnen defensie beweren dat de resterende mijnen te samen met andere in onbruik geraakte explosieven in 1998 uit de militaire opslagplaatsen en van de voorraadlijsten zijn verwijderd. Het transport naar Frankrijk zorgde voor grote logistieke problemen en risico’s. De explosieven zouden naar particuliere opslagplaatsen zijn gebracht. Defensie had op papier aan zijn verplichtingen voldaan en kon niet op zijn gemak gaan zoeken naar andere mogelijkheden voor de vernietiging en of het transport. Of de aantallen opgeslagen en vernietigde AP-23 mijnen kloppen of dat het om nog veel grotere aantallen gaat blijft ook nog een raadsel tot het moment dat alle stukken openbaar worden.

DE VUURWERKRAMP

De door de vuurwerkramp getroffen wijk Roombeek.

De meest geloofwaardige bevestiging van de opslag in particuliere opslagplaatsen is het verhaal van twee ervaren en op het gebied van explosieve stoffen getrainde militaire experts. Nadat op 13 mei 2000 de vuurwerkplaats van het in Enschede gevestigde SE Fireworks ontploft en de hele woonwijk Roombeek is weggevaagd, mogen zij als een van de eersten het rampgebied betreden. Tot hun grote verbazing vinden zij in de puinhopen delen van ontstekingsmechanismen van militaire explosieven, deze zijn mogelijk ook van AP-23 mijnen.

NOG MEER DOODSBEDREIGINGEN

Als ze op de dag na de ramp rapport uitbrengen worden ze onmiddellijk weggestuurd met de mededeling hun ontdekkingen vooral niet wereldkundig te maken.
In de weken na de ramp worden de hulpverleners diverse keren anoniem gebeld en met de dood bedreigd. Ook Alexander Nijeboer schrijver van een artikel in de Nieuwe Revu en het boek Fred Spijker- Een man tegen de Staat is anoniem met de dood bedreigt.

Het boek: EEN MAN TEGEN DE STAAT

In de officiële onderzoeksrapporten naar aanleiding van de vuurwerkramp worden geen meldingen gedaan over de aanwezigheid van militaire ontstekingsmechanismen. Het enige wat aan defensie gelinkt kan worden is het verwijt dat het ministerie zeer onzorgvuldig is geweest bij het verstrekken van vergunningen aan SE Fireworks.

Bronnen: Wikipedia en het boek EEN MAN TEGEN DE STAAT. ©PDKAIH2019

Naschrift: Na de ‘erkenning’ in 2002 volgde in 2010 het werkelijke eerherstel van Fred Spijkers middels een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep na een door Fred Spijkers aangespannen herzieningsprocedure. De uitspraak bevestigt dat de minister van Defensie de ‘hoofdschuldige’ is aan het ontslag van klokkenluider Fred Spijkers in 1993. Ook staat vast dat er een directe relatie ligt tussen het arbeidsconflict rondom Spijkers en diens optreden na het verongelukken van munitie-expert Rob Ovaa.

Advertenties

TERREINBEWAKER NEERGESCHOTEN

Terreinbewaker neergeschoten

Dat het bewaken van een munitiefabriek / militair complex niet zonder gevaar is werd op donderdag 14 juni 1973 helaas de waarheid.

Een dertig jarige bewaker (R.D. van den B) in dienst van Eurometaal NV en als zodanig ook belast met het bewaken van het aangrenzende militaire complex Hembrug, werd tijdens het lopen van zijn controle ronde neergeschoten.

prive archief van den Berg Ingang mil complex hembrug 14 juni 1973

Omstreeks 09.30 uur bevond de bewaker zich op het militaire deel van het complex en zag een aantal personen over de terreinafscheiding, gelegen langs de provinciale weg, klimmen. Het betrof een drietal jongelui van ca. 20 jaar.

De bewaker aarzelde geen moment en wist één van hen aan te houden. Terwijl hij bezig was deze te fouilleren werd hij plotsklaps van zeer nabij, van achteren beschoten. Hij werd hierbij door enkele kogels in beide benen, rug en het achterhoofd getroffen. Hoewel hij zwaar gewond was, wist hij nog wel terug te schieten op de in de duisternis vluchtende jongelui.  Van het schot op zijn hoofd zegt de bewaker zelf  ”  dat het bedoeld was als afrekening / genade schot en dat hij ongelooflijk veel mazzel heeft gehad.”

In het Julianaziekenhuis, waarheen hij met spoed was vervoerd , constateerde men dat hij door vijf pistoolkogels was geraakt. Volgens een medische verklaring verkeerde hij, na met spoed te zijn geopereerd, buiten levensgevaar.

Bij een nader ingesteld onderzoek is gebleken dat de vluchtende jongelui waarschijnlijk via de spoordijk en de Hembrug gevlucht zijn. Uit niets is gebleken dat één van hen door de kogels van de bewaker geraakt is. De daders van deze laffe daad zijn nooit gevonden.  ©PDKAIH2019

DE AI EN HET RAADSEL VAN DE DODE DUITSER

Het zou de titel van een spannend jongensboek kunnen zijn, maar dat is het niet. Het is een serieuze speurtocht naar één van de vele geheimen van het Hembrugterrein.

Ik heb vanaf 1979 tot 2003 op de afdeling bedrijfsbeveiliging van Eurometaal gewerkt. Tot onze taken behoorde o.a. de beveiliging van het gehele Hembrugterrein. Na die tijd werkte ik als bewaker toezichthouder bij Hembrug beroepsopleidingen en werd door deze in die functie uitgeleend aan de dienst der Domeinen, eigenaar van het gehele terrein. Dit eindigde in 2013. Verder was  ik mij gedurende deze laatste functie en ook in de drie jaren daarna, dus tot 2016 vrijwilliger bij het Hembrugmuseum. Maar dit terzijde.

Gedurende mijn tijd bij Eurometaal, was mijn directe chef er altijd als de kippen bij als er ergens in het bos op het terrein gegraven, gekapt of anderszins werkzaamheden werden uitgevoerd. Toen ik heb eens vroeg waarom hij daar altijd zo nieuwsgierig naar was vertelde hij mij het volgende:

“Aan het einde van de tweede wereldoorlog werkte er hier een Duitse soldaat bij de wacht die bij niemand maar dan ook niemand geliefd was. Het was een etter van een kerel die al menigeen  wat geflikt had. Toen de Duitsers hun strijd op moesten geven is deze man, vermoedelijk door het verzet neergeschoten en hebben ze zijn lichaam met alles er op er aan ergens op het terrein begraven. Ben er alleen nooit achter gekomen wie dat gedaan hebben en waar hij ligt.”

Dat was op zich best een spannend verhaal, maar ik wist niet wat ik er verder van moest denken. Jaren nadat de chef was overleden heb ik nog wel eens geprobeerd om de waarheid achter dit verhaal te achterhalen. Dat kwam om dat iemand na een lezing in het verzorgingstehuis het Pennemes aan mij vroeg : “hebben ze die dooie Duitser nu al eens gevonden?” Ik heb toen dadelijk naar meer informatie van dit verhaal gevraagd, maar meer dan dit heb ik ooit eens van mijn ouwe heer gehoord, dat die mof daar ergens ligt, kwam er niet uit. Omdat ik verder geen enkel aanknopingspunt had heeft dit tot niets geleid en verdween het verhaal weer in de doofpot.

Totdat ik vorige week het volgende stukje tekst en een tekening van een destijds vijfjarig jongetje in handen kreeg. Het maakt deel uit van een veel groter verhaal waarover ik later meer zal schrijven.

“Verder zal ik ook nooit vergeten dat ik na de bevrijding met wat vriendjes, op de spoordijk direct achter de huizen van de Archangelstraat, speelde en we naar het bebouwde Hembrug terrein liepen. Daar stond toen nog geen hek voor maar alleen een wachthokje waar in altijd een bewaker zat die je wegstuurde als je te dicht bij kwam. We waren toen in uitgelaten stemming, kennelijk was de druk die van de ouders was afgevallen ook niet meer bij de kinderen aanwezig. En om een of andere reden dachten we dat we nu ook het Hembrugterrein op mochten gaan en er waren ook wel wat grotere jongens bij die de leiding hadden. 

We troffen het wachthokje op zijn kant aan en er was geen bewaker te zien.

We vonden het geweldig dat er geen bewaking meer was, we konden nu zo het terrein verkennen. Dat was heel spannend gebied en het feit dat het eigenlijk niet mocht maakte het nog spannender. Op dit terrein waren namelijk veel interessante gebouwen waarvan er door veel deels leeg stonden doordat de fabriek gesloten was en ook was er een echt bos met veel vogels waaronder veel reigers.

Maar toen ik bij het omgevallen wachthokje aankwam en naar binnen keek lag daarin een bewegingloze man in Duits uniform op de grond. Hij was natuurlijk dood maar dat besefte ik niet en het leek alsof hij me aankeek. Ik schrok me wild en ben als een haas naar huis gerend maar er daar vermoedelijk niets over gezegd. Ik was toen nog geen vijf jaar en begreep wel dat er iets mis was maar niet wat ik daar mee aan moest.

Het omgevallen wachthokje met daarin de dode Duitse soldaat.

Wat de andere jongens gedaan hebben weet ik ook niet, wel dat het hokje later weer overeind stond en leeg was maar ik durfde er toen eerst zelfs niet meer in de buurt te komen.”

Dit geeft het verhaal weer een heel andere bijzondere wending. Om nu eindelijk achter het hoe wat waar en waarom van dit verhaal te komen heb ik het Zaans gemeente archief benaderd met enkele vragen. Als de soldaat echt ergens zomaar in het bos begraven ligt, moet er ergens iets geregistreerd zijn van zijn vermissing. Is de man gevonden en begraven zou dat ook ergens geregistreerd moeten zijn.

Heb tot op heden nog geen antwoord maar het verzoek is pas van de week gedaan en ook daar moeten ze de gelegenheid hebben om het een en ander uit te zoeken. Verder heb ik vandaag met Merel Kan van de Orkaan een bezoekje aan de locatie gebracht en ook zij zal een oproepje plaatsen met het doel meer informatie over dit verhaal te vinden. Maar ook onder de trouwe lezers van deze site zijn er misschien mensen die wat meer van of over dit bijzondere verhaal weten. U kunt uw info via het contactformulier op deze site naar mij toezenden. ©PDKAIH2017

p.s. de naam van de schrijver van het stukje en de maker van deze tekening is mij bekend maar om diverse redenen wordt deze op dit ogenblik nog even niet vermeldt.

Het filmpje uit de Orkaan:

Naar aanleiding van dit verhaal en het filmpje heb ik enige reacties ontvangen. In één daarvan werd er gezocht naar een voorval dat rond of op dezelfde tijd in Zaandam heeft plaats gevonden. Mede namens zijn familie ben ik hierdoor nu ook opzoek naar de Nederlander Peter Johannes Nijkamp. Weet u wat over hem is overkomen dan horen wij dat natuurlijk ook erg graag.

VERLATEN HEMBRUGTERREIN DECOR VOOR ……..

VERLATEN HEMBRUGTERREIN DECOR VOOR ……..

Nadat Eurometaal in 2003 de poorten had gesloten werd het Hembrugterrein ontdekt door verschillende fotografen, lichtvangers, theaterproducenten, reclamemakers, filmmakers enz enz.  Onder toezicht van de bewaker toezichthouder werden er toen behalve vele fotoshoots, ook series, tvreclames,, theatherprodukties, commercials enz. opgenomen/ gemaakt etc.

Onder de videoclips bevonden zich o.a

MISS MONTREAL met haar videoclip Addicted To Crying,

in het door de Uncrowned King Florian Leghters gebouwde decor in gebouw 217.

 

Gebouw 269 (de Dood) vormde het decor voor:

THE MAD met Jump now.

 

Gebouw 217 (optiekgebouw) vormde het decor voor:

NICK EN SIMON met hun videoclip Vallende sterren.

En onder de reclamefilmpjes o.a de C1000 Stars of footballreclame:

VAN WOLFSWINKEL POWNED STEKELENBURG

 

 

Enige voorbeelden van serie’s en films:

1 Erik of het klein insectenboek, 2 Circus Waltz, 3 Staatsgevaarlijk, 4 Lotte

©PDKAIH2017

GRONDRUIL TEN BEHOEVE VAN DE STOOMPONT.

GRONDRUIL TEN BEHOEVE VAN DE STOOMPONT

Wie vroeger van de Zaanse naar de Amsterdamse kant van het Noordzeekanaal of anders om wilde was aangewezen op één van de vele schepen van de schroef stoombootdienst, de salonschepen van onder andere de Alkmaar Packet  of de treinen van de Hollandsche IJzeren Spoorweg Maatschappij (HIJSM).

De water en rail vervoersbedrijven.

In 1888 kwam daar nog een derde mogelijk bij, die met name voor de voetgangers en fietsers en handkarren die in de IJpolders moesten zijn, voor een beterere verbinding zorg droeg. Op het einde van de Havenstraat, begin Hemkade werd een heuse trekpont verbinding ingesteld. In het begin was het veer enkel bestemd voor hoger geplaatste militairen en enkele andere specifiek beschreven personen. Dit om het scheepvaart verkeer niet teveel te hinderen, dat had al last genoeg van de spoorbrug. Maar na hevige protesten van verschillende zijde werden die regels al snel afgeschaft, Wat natuurlijk ook weer tot de nodige protesten van de bootdiensten leidde, die bang waren voor grote verliezen, Dit viel achteraf heel erg mee want de pont bracht de mensen dan wel naar de overkant maar dat was nog lang niet in het centrum van de hoofdstad.

De trekponten met op de achtergrond de pontwachterswoningen op de Zaanse oever / langsvarend schip van de Alkmaar Packet.

Klos waarmee de veerpont langs de kabel getrokken werd.

De pont zat verbonden aan een over het kanaal gespannen staalkabel die tijdens de vaart werd strak getrokken.Daarna kon met de pont door middel van houten klossen op de kabel te plaatsen de pont voorttrekken. Eenmaal ter plaatse aan één van beide oevers, liet men de kabel door middel van een lier weer op de bodem van het kanaal zakken zodat deze geen belemmering voor de scheepvaart vormde. De pontbaas werd tijdens deze handelingen vaak geholpen door de plaatselijke jeugd of één of meerdere passagiers. Toen het te druk werd is er een tweede trekpont in gebruik genomen.

 

Toen de Provinciale weg  in 1932 gereed was, werd het pontveer verbinding, die ongeveer 40 jaar op die op die plaats dienst had gedaan tussen den Amsterdamschen en Zaandamschen oever van het Noordzeekanaal en nu niet meer opgewassen was tegen de  hooge eisen van het drukke verkeer opgeheven. De kranten uit die tijd berichten dat er op 15 september nabij de Hembrug en aansluitend op de nieuwe weg een heuse stoomveerpont zou komen.

De eerste stoomveerpont in januari 1933 / Uitbreiding van de stoomveerpont verbinding

Hij kwam echter pas, bijna twee weken later, op maandagmiddag de 26e aan. Vanaf dinsdag 27 september 1932 vond er in het bijzijn van o.a. de heer ir. Voorst Vader, hoofdingenieur van den Rijkswaterstaat, de heer ir. Breuking, toegevoegd ingenieur bij de verbreeding van het Noordzeekanaal, de heer Kroon uit Velsen, chef van de Noordzeekanaalveren en de heer Zimmerman, chef van de kanaalverlichting een aantal proefvaarten plaats met het aan 25 automobielen plaats biedende stoompontveer. Nadat iedereen tevreden was met de resultaten, werd de stoompont op zaterdag 01 oktober in bedrijf gesteld.

De oude pontwachterswoningen / Het vulhuis dat er voor in de plaats kwam in 2017

Als gevolg van deze verplaatsing en de aanleg van de nieuwe weg, vond er een grondruil plaats tussen Rijkswaterstaat en de Artillerie Inrichtingen. Het stuk grond in de bocht aan het einde van de Havenstraat / Hemkade waar zich ook de pontwachterswoningen bevonden werd geruild tegen het stuk grond langs het kanaal.  De pontwachters kregen van RWS een andere woning aangeboden. Zo kreeg de AI een stuk grond aan de buitenzijde van het terrein ter beschikking waarop zij later een commandobunker voor de ondergrondse schuilplaatsen bouwde. Op de grond waar eerder de woningen stonden en ooit ook nog een groentetuin was geweest, kwam uiteindelijk een vulhuis voor de kleinkaliber munitie. Het stuk waar de bunker kwam is een poosje voor heel andere doeleinden gebruikt, maar daarover in een ander verhaal meer.

Aanleg van de Provinciale weg ter hoogte van de Havenstraat / Aanvoer van zand nabij de Hembrug.

Door de ruil werd het ook mogelijk om de weg langs het Noordzeekanaal open te stellen. Dat stuk kreeg de naam Hemkade. Een straatnaambordje ook in 2017 nog aanwezig geeft de oude grens met de Havenstraat aan. Daarvoor was de weg langs het kanaal fabrieksterrein en afgesloten voor onbevoegden. In WW2 is hij dat ook weer een poosje geweest. Het was een goede ruil voor het bedrijf, want omdat de weg  onderdeel werd en ook nu nog is van de waterstaatkundige werken van Rijkswaterstaat, werd in het contract opgenomen, dat de weg in eeuwig durend onderhoud bij RWS kwam. Na 2003 toen het bedrijf dat inmiddels Eurometaal was gaan heten de poorten sloot, tikte de gemeente de”nieuwe” eigenaar (Domeinen) op de vingers om de weg te onderhouden. De ENHABO had nadat zij toestemming had gekregen van Domeinen om met een klein busje over de autovrije weg te rijden, een klacht over het slechte onderhoud ingediend bij RWS. Deze had ze door verwezen naar de gemeente als zijnde openbaar grondgebied van Zaanstad. Nadat Domeinen waar ik als beheerder / toezichthouder werkzaam was dit aan mij vertelde. Wees ik ze op het oude contract waar ik ooit tijdens mijn speurtochten op het www iets over gelezen had. Na enige nieuw speurwerk kwam het originele contract weer op tafel en bleek nog steeds rechtsgeldig. De weg is na onderling overleg tussen de drie partijen hersteld. En het onderhoud van de weg werd overgedragen aan de gemeente. Die er onmiddellijk allerhande ge en verbodsborden plaatste en er een fietspad van maakte. Uitzondering werd er gemaakt voor het personeel van de onderhoudsdienst en de beveiliging van de Artillerie Inrichtingen (onderhoud gebouwen, hekwerken en surveillanceronden) en de kleine busjes van de ENHABO. De elektra voor de straatverlichting kwam vanaf het door Domeinen beheerde terrein en de eigenaar van het dijklichaam zelf bleef RWS.

De IJpolders met de trotylfabriek, het schietkatoenmagazijn, het munitiemagazijn en de torpedo inschietplaats.

Van de trekponten het latere stoomveer en nog later de Donau en huidige ponten werd ook druk gebruikt werd door de Artillerie Inrichtingen (en in latere jaren Eurometaal en het Militair Complex Hembrug) dit voor transporten van en naar de aan de overzijde van het kanaal gelegen trotylfabriek van het bedrijf,  de torpedo inschietplaats, het munitiemagazijn, het schietkatoenmagazijn en diverse andere plaatsen. Het bedrijf heeft tot aan de sluiting in 2003 voor zijn munitietransporten altijd voorrang gehad op de pontveren. Er werd de laatste jaren wel van te voren een afspraak gemaakt voor zo’n overtocht. De munitie begeleider mocht evenals andere passagiers niet mee tijdens zo’n solovaart en moest omrijden om het transport aan de andere zijde op te vangen. ©PDKAIH2017

Afkortingen: HIJSM – Hollandse IJzeren Spoorweg Maatschappij / RWS – Rijkswaterstaat . ENHABO – Eerste Noord Hollandse Auto Bus Onderneming

 

TIJGER BIJ DE ARTILLERIE INRICHTINGEN.

TIJGER BIJ DE ARTILLERIE INRICHTINGEN.

De tijger in Artis en een foto van zijn eerste woonplaats

In de vergaderzaal van het imposante oude kantoorgebouw van de Artillerie Inrichtingen Hembrug hing een al even imposant portret van een tijger in de sneeuw. Alle bezoekers die hier werden ontvangen en de deelnemers aan de vergaderingen werden door hem nauwlettend in de gaten gehouden. Toen er een modern kantoorgebouw, voor het bedrijf dat inmiddels Eurometaal NV was gaan heten, werd gebouwd, sneuvelde het oude gebouw onder de slopershamer. De tijger mocht echter blijven en verhuisde naar de nieuwe ontvangst / vergaderruimte. Daar heeft hij gewoond tot de sluiting van Eurometaal NV in 2003. Vervolgens werd hij, mede omdat hij te groot was voor het inmiddels in het kantoor gevestigde museum, aan Artis geschonken. Deze heeft hem ontdaan van zijn prachtige lijst en hem in hun expositie ruimte tussen allerlei andere dieren een plaatsje gegeven. Hier wordt hij nog steeds door de bezoekers van Artis met een bezoekje vereerd en komt hij aan aandacht niets te kort.©PDKAIH2017, foto’s tijger ©ChristianAppel2017

HALTE HEMBRUG, EEN STUKJE HISTORIE.

HALTE HEMBRUG, EEN STUKJE HISTORIE.

Als we tegenwoordig (2016) spreken over de halte Hembrug, denkt iedereen in de Zaanstreek en wijde omgeving aan de twee houten gebouwtjes die jarenlang boven op de spoordijk nabij de Hembrug stonden. Dat was immers de plaats waar onder andere het personeel van Bruynzeel en de Artillerie – Inrichtingen, die niet lopend of met de fiets naar hun werk of juist weer naar huis gingen, uit of in de trein stapten.

Halte Hembrug12

Halte Hembrug

Wat echter veel minder bekend is dat er vele tientallen jaren eerder en al ruim voor beide bedrijven zich hier gevestigd hadden, ook al sprake was van een halte Hembrug. Het betrof hier een steiger met dezelfde naam. De Schroef – Stoombootdienst, die met de schepen Dolphijn en Noord Holland, van 15 mei tot 15 oktober een zomerdienst onderhield tussen Amsterdam en IJmuiden, meerde hier al vanaf 1878 bijna dagelijks af. Alleen zaterdags had het personeel soms een vrije dag.

halte hembrug 3.jpg

Reclame uit 1878

De Noord Holland werd een jaar later al vervangen door een nieuw schroefstoomjacht genaamd Stad Purmerend. De Dolphijn was een Salon schroefstoomboot.

Halte Hembrug 45.jpg

De Dolphijn

Na bijna 42 jaar is de zomerdienst, die tot die tijd werd uitgevoerd door de Reederij Gebr. Goedkoop opgeheven. Op 1 mei 1920 werden de schepen, stations, haltes en steigers voor de som van f 475.000, – verkocht aan de N.V. Alkmaar Packet.
Ook werknemers en bezoekers van de Artillerie – Inrichtingen hebben gebruikt gemaakt van deze schroefstoomboten. Maar nu was men weer aangewezen op de benenwagen, (brom)fiets, motor, auto en trein.
Dat wil niet zeggen dat het personeel nooit meer van een boot gebruik heeft gemaakt, want bijna 40 jaar later, op 25 februari 1958, werd als gevolg van hevige sneeuwval het treinverkeer geheel stilgelegd en werden er ongeveer 300 medewerkers met behulp van autobussen en rondvaartboten naar Amsterdam gebracht.

halte hembrug 6

25 februari 1958

Verder werd er tijdens gepensioneerdendagen en het afscheid van de algemeen directeur van Eurometaal, de heer Haasnoot dankbaar gebruik gemaakt van deze vorm van transport.
De zomerdienst tussen Amsterdam en het Hembrugterrein, met het historische IJveer VII dat sinds 2013 vanaf 7 juni tot eind september alleen in de weekeinden vaart, is dus niet een geheel nieuw idee en had meerdere voorgangers.
Foto’s ©GAZ,  (foto’s van de Dolphijn) © Reederij Gebr. Goedkoop. ©PDKAIH2016

DE GELE RIJDERS.

DE GELE RIJDERS.

Toen de munitiefabriek Eurometaal NV het Hembrugterrein verlaten had, werden de gebouwen en het terrein ondekt als decor voor reclames, fotoshoots, films, videoclips, tvprogramma’s, evenementen en nog veel meer. In 2015 waren de Gele rijders één van de vele deelnemers aan de tweede editie van het Militair Weekend Hembrug. In het filmpje ziet u hoe hun kleurrijke verschijning schitterend afstak tussen het vele groen.

Meer over het kanon 6 veld vind u hier