DE AI IN DE STELLING VAN AMSTERDAM.

DE AI IN DE STELLING VAN AMSTERDAM.

Regelmatig wordt deze site benaderd met vragen als: “De Artillerie Inrichtingen Hembrug lagen in het laatste bolwerk van de landsverdediging, de Stelling van Amsterdam, maar wat is dat nu eigenlijk die stelling?, Hoe stak dat in elkaar?, Hoe werkt dat nu precies zo’n stelling?”enz.

Hoewel er op het wereld wijde web heel veel informatie te vinden is over het hoe wat en waarom van de stelling en ook op de vele forten veel wordt uitgelegd, zullen we ook hier het één en ander met behulp van een aantal filmpjes uitleggen en verduidelijken.

De Stelling van Amsterdam is de laatste van een aantal verdedigingslinies en had als doel in geval van een oorlog, als laatste te verdedigen gebied enige maanden geheel zelfstandig te kunnen functioneren, dit in afwachting van buitenlandse bondgenoten die ons zouden komen helpen.

Deze laatste verdedigingskring die voor het grootste deel tussen 1881 en 1914 door het Departement van Oorlog is aangelegd, heeft een lengte van 135 km en ligt op afstanden tussen de 15 en 20 km rondom het centrum van Amsterdam. Verder is de stelling verdeeld in 5 sectoren. Aan de buitenzijden bevinden zich 3 tot 5 km brede inundatie gebieden die in geval van nood onder water gezet kunnen worden. De vijand kan dan niet zien waar wegen, paden, greppels en sloten zijn en zakken met hun zware materiaal in slappe grond of lopen in sloten. Verder zijn ze door hun langzame en soms stagnerende opmars een makkelijke prooi voor de verdedigers en kanonnen en mitrailleurs van de forten, die bij de weinige accessen (doorgangen) staan opgesteld en elkaars schootsveld bestrijken.

De Stelling van Amsterdam

De verdediging bestaat uit:  Fort bij Edam, Fort bij Kwadijk, Fort benoorden Purmerend, Fort aan de Nekkerweg, Fort aan de Middenweg, Fort aan de Jisperweg, Fort bij Spijkerboor, Fort bij Marken-Binnen, Fort bij Krommeniedijk, Fort aan Den Ham, Fort bij Veldhuis, Fort aan de St. Aagtendijk, Fort bij Velsen, Fort Zuidwijkermeer, Fort bij IJmuiden, Fort benoorden Spaarndam, Fort bezuiden Spaarndam, Fort bij Penningsveer, Fort bij de Liebrug, Fort aan de Liede, Fort bij Vijfhuizen, Fort bij Heemstede, Batterij aan de IJweg, Fort bij Hoofddorp, Batterij aan de Sloterweg, Fort bij Aalsmeer, Fort bij Kudelstaart, Fort bij De Kwakel, Fort aan de Drecht, Fort bij Uithoorn, Fort Waver-Amstel, Fort in de Botshol, Fort aan de Winkel, Fort Abcoude, Batterij aan het Gein, Fort bij Nigtevecht, Fort bij Hinderdam, Fort Uitermeer, Vesting Weesp Fort aan de Ossenmarkt, Vesting Muiden Muizenfort, Vesting Muiden Fort H, Vesting Muiden Westbatterij, Fort Coehoorn, Kustbatterij bij Diemerdam, Fort aan het Pampus, Kustbatterij bij Durgerdam

In september 1995 werden de Nieuwe Hollandse Waterlinie en dit deel van de Stelling van Amsterdam aangemeld om op de UNESCO Werelderfgoedlijst geplaatst te worden. In 1996 werd het geheel op deze lijst geplaatst. (De Organisatie der Verenigde Naties voor Onderwijs, Wetenschap en Cultuur (United Nations Educational, Scientific and Cultural Organization, UNESCO))

Verder een aantal nevenbatterijen, magazijnen, inundatiesluizen en natuurlijk een groot aantal manschappen.

Binnen de Stelling bevonden zich vele zaken die alle monden binnen in de stelling van voedsel, kleding, materialen en nog veel meer moesten voorzien en verder waren er ziekenhuizen, pakhuizen, transportmiddelen enz. En natuurlijk ook een wapen en munitiefabriek (De Artillerie Inrichtingen Hembrug). Omdat dit bedrijf zich zo’n beetje in het midden van de stelling bevond, wordt het vaak aangeduid als “Het hart van de Stelling.” De Artillerie Inrichtingen bevoorraden de sectorparken en van daaruit werden de forten en baterijen van de nodige wapens, munitie en materialen voorzien. Al deze voorzieningen staan niet op de Werelderfgoedlijst maar vele van deze gebouwen behoren wel tot lands Rijksmonumenten. ©PDKAIH2017

Bron van de kaart en lijst van de forten : © Stelling van Amsterdam 

Bron van de filmpjes Museion Media iov ©Provincie Noord Holland 

“Onderstaande filmpjes zijn gemaakt door Museion Media in opdracht van de provincie Noord Holland en maken onderdeel uit van de Les kist Stelling van Amsterdam” Een project om scholieren kennis bij te brengen over het waarom en de werking van de Stelling en het dagelijks leven op en in de forten.

Deel 1, De stelling van Amsterdam en de mobilisatie van 1914 – 1918.

Deel 2, De werking van een fort, bewapening en bescherming.

Deel 3, Het leven op de forten.

Deel 4, De inundatie, het geheim van de militaire onderwaterzetting.

 

Deel 5, Het nationale reduit, de strategie van de laatste wijkplaats.

HEMBRUG VERSLAGEN NIET VERSLETEN.

HEMBRUG VERSLAGEN NIET VERSLETEN.
De aloude Pampus hit in een nieuw jasje. Dit gedicht werd als poster door de hele Zaanstreek verspreid als protest tegen de sloop van de grootste draaibrug van Europa. Project Aalscholver is bedoeld als hommage aan de teksten van schipper-dichter Dirk Versteeg. In 1984 werd “Hembrug” voor het eerst live gespeeld door de Zaanse band Pampus. In 2016 opnieuw opgenomen door Klaas Versteeg en hier samen gezongen met Gerrit de Vries.

VLIEGVELD IN ZAANDAM.

VLIEGVELD IN ZAANDAM.

luchthaven (1)

Overzicht Artillerie Inrichtingen met rechtsboven het vliegveld

In juli 1913 werd, na goedkeuring van het parlement, als onderdeel van de landmacht een militaire luchtvaartafdeling (LVA) opgericht. Thuisbasis was Soesterberg. Vanaf augustus 1914 beschikte de LVA over zeven Franse Farman verkenningsvliegtuigen en twee vliegtuigen die door de Nederlandse vliegtuigbouwer Marinus van Meel waren gebouwd. De LVA voerde vanaf de eerste mobilisatiedag van datzelfde jaar al patrouilles langs de Nederlandse grens uit en droegen op die manier bij aan de neutraliteitshandhaving. De grensgemeenten hadden op kerken en openbare gebouwen de Nederlandse driekleur gehesen. Hierdoor konden de vliegers het verloop en de ligging van de grens volgen en was het ook voor de strijdende partijen duidelijk waar de grens precies lag. Ook België gaf op deze wijze haar grenzen aan. Al spoedig waren er meer vliegveldjes nodig en die werden dan ook ingericht bij Gilze-Rijen, Venlo, Vlissingen en op de Kemperheide bij Arnhem. Op 20 augustus 1914 vond het eerste vuurcontact plaats en werd er een Duits toestel neergehaald. De piloot werd in Alkmaar geïnterneerd, waar hij aan uitvoerige verhoren onderworpen werd, zijn vliegtuig werd naar de Constructiewerkplaatsen van de Artillerie Inrichtingen in Delft gebracht, waar het aan een uitvoerig technisch onderzoek werd onderworpen. Deze handelswijze werd de norm en op die manier werd veel informatie verzameld en sommige nieuwe ontdekkingen werden ook nagemaakt of toegevoegd aan de Nederlandse toestellen. Hoewel de LVA geen bommenwerpers had, konden de verkenningstoestellen toch zodanig worden ingericht. In 1915 begon men te experimenteren met het werpen van oefenbommen en handgranaten. De eerste scherpe bommen werden in augustus van datzelfde jaar door de Artillerie Inrichtingen geleverd. Ook bij het plaatsen van mitrailleurs op de toestellen waren de Artillerie Inrichtingen betrokken. In eerste instantie waren die wapens veel te zwaar maar na het bestuderen van een neergehaald Frans toestel met een Hotchkiss mitrailleur en een Engels neergehaald toestel dat was voorzien van een Lewis mitrailleur, vervaardigden de Constructiewerkplaatsen in Delft een bok waarmee een in Denemarken aangeschafte Madsen geweermitrailleur aan de zijkant van een vliegtuig geplaatst kon worden. Het wapen was ontworpen om vanaf de grond op luchtdoelen te schieten, maar was door zijn lage vuursnelheid nu niet direct het meest geschikte. Het werd daarom later vervangen door verkregen Lewis mitrailleurs. Andere mitrailleurs die later werden toegepast waren de Vickers en Spandau die tussen de propellerbladen doorschoten. Ook werden er nog een aantal Duitse Parabellums buitgemaakt en gebruikt. Een deel van deze wapens moest worden aangepast aan de Nederlandse munitie.Een nadeel van de vliegveldjes en met name Soesterberg was dat zij buiten de Stelling van Amsterdam lagen. Ook als de Nieuwe Hollandse Waterlinie zou worden aangevallen moest het vliegkamp al ontruimd worden. Vlak na het uitbreken van de 1e wereldoorlog was dit gevaar echter al onderkend en men had daarom eind 1914 een klein vliegveldje ingericht in de in Zaandam gelegen Achtersluispolder. Recht tegenover de Artillerie Inrichtingen en nabij de Hembrug. Enige maanden later bleek dat de plek slecht gekozen was, het was er veel te drassig. Er moest dus een nieuwe plek worden gevonden. Kolonel Walaardt Sacré, commandant van de LVA werd door het opperbevel van het Nederlandse leger, de generaal Snijders met deze taak belast. Hij vond geschikte locaties nabij Halfweg en in de Zeeburgerpolder. Maar omdat de Minister van Oorlog, de heer Bosboom, als eis had gesteld dat het allemaal niet te veel mocht kosten vielen deze locaties af.

vliegveld schiphol

Luchthaven Schiphol 1920 -1921

Wallaardt Sacré ging weer op pad en belandde in januari 1916 op een stuk grond in de Haarlemmermeer. Het was gelegen langs de ringvaart nabij het fort Schiphol. De eigenaar van de grond, boer Kribbe (Knibbe), was bereid om hem twaalf hectare weide en bouwgrond te verkopen voor de som van 55.290 gulden en 40 cent. De koop werd gesloten, de sloten gedempt, het land omgezet naar grasland, er werden enige loodsen geplaatst en half augustus was alles gereed voor de plaatsing van drie vliegtuigen. Vlak daarna kwam men tot de het besef dat het allemaal veel te klein was en dat er door de steeds zwaarder wordende vliegtuigen meer ruimte nodig was om veilig te kunnen opstijgen en landen. De boeren waren niet erg happig om hun grond te verkopen maar daar had de regering spoedig iets op gevonden. Omdat het Nederlandse leger zich in algehele staat van mobilisatie bevond, kon zij gebruik maken van een noodwet uit 1851:”onteigening ten algemeen nutte”. En zo geschiedde, in de lente van 1917 ontving de buurman van Kribbe (Knibbe), Boer Roos een vorderingsorder voor een deel van zijn land. Een half jaar later werd de rest gevorderd en waren ook boer Noordam, Rombouts en Myer aan de beurt. Aan het eind van de 1e wereldoorlog, 11-11-1918 was Schiphol zestig hectare groot en behoorde het tot de grootste vliegvelden in Europa. Het was in het begin heel erg pionieren op de luchthaven want er was geen elektra en waterleiding en de omwonenden protesteerden tegen van alles wat er maar gebeurde. Wat dat betreft is er niets veranderd en is de vliegveldje uitgegroeid tot de luchthaven die het nu is. ©PDKAIH2016, foto’s ©boek SVA en NHA.

DE GELE RIJDERS.

DE GELE RIJDERS.

Toen de munitiefabriek Eurometaal NV het Hembrugterrein verlaten had, werden de gebouwen en het terrein ondekt als decor voor reclames, fotoshoots, films, videoclips, tvprogramma’s, evenementen en nog veel meer. In 2015 waren de Gele rijders één van de vele deelnemers aan de tweede editie van het Militair Weekend Hembrug. In het filmpje ziet u hoe hun kleurrijke verschijning schitterend afstak tussen het vele groen.

Meer over het kanon 6 veld vind u hier

 

KAMPEMENT RE-ENACTMENTGROEP NEDERLAND NEUTRAAL 1900-1918.

KAMPEMENT RE-ENACTMENTGROEP NEDERLAND NEUTRAAL 1900-1918.

Toen de munitiefabriek Eurometaal NV het Hembrugterrein verlaten had, werden de gebouwen en het terrein ondekt als decor voor reclames, fotoshoots, films, videoclips, tvprogramma’s evenementen en nog veel meer. In 2015 was de re-enacmentgroep Nederland Neutraal 1900-1918 één van de vele deelnemers aan de tweede editie van het Militair Weekend Hembrug. In het filmpje ziet u  hoe hun kampenement er uit zag.

 

OPBLAZEN PIJLER HEMBRUG.

OPBLAZEN PIJLER HEMBRUG.

Toen de tweede Hembrug in 1983 gesloopt was, moesten de pijlers die een obstakel in het Noordzeekanaal vormden natuurlijk ook worden verwijderd. Dit gebeurde met behulp van explosieven. Dit gaf een schokgolf die niet alleen het water over de oevers spoelde, en vele kijkers natte voeten bezorgde, maar zich ook door de grond verplaatste. Om schade te voorkomen werden computers en servers in de omgeving daarom even uitgezet. Dat het bij één van de pijlers niet helemaal ging zoals gepland was geen probleem. Gewoon nog een plof en ook hij was verdwenen.

HET WEER BEVAARBAAR MAKEN VAN HET NOORDZEEKANAAL.

HET WEER BEVAARBAAR MAKEN VAN HET NOORDZEEKANAAL.

bevrijding1

 

 

 

 

In 1944 lieten de Duitsers die beseften dat de oorlog een verloren zaak was geworden, nabij de Voorzaan een aantal schepen zinken (zie foto’s bij het verhaal Het verzet en de springladingen in de Hembrug) en richten hun springcommando’s  enorme vernielingen aan in de havens en bedrijven langs het kanaal. In 1945 werd zo snel mogelijk een begin gemaakt met het verwijderen van deze schepen en andere obstakels. Zo werd de hoofdstad weer bereikbaar voor alle schepen en kon men weer de hoognodige zaken voor de opbouw van ons land aan en afvoeren. ©PDKAIH2016

 

BOOTTOCHTJE NAAR DE ARTILLERIE INRICHTINGEN.

BOOTTOCHTJE NAAR DE ARTILLERIE INRICHTINGEN

Op 01 jan 1920 maakten een aantal personen een groepsexcursie per salonvaartuig over de Zaan vanuit Amsterdam met afsluitend een bezoek aan de Artillerie-Inrichtingen naast de Hembrug. Voor het bezoek zijn er ook al een aantal beelden van het bedrijf te zien.

 

DE TERUGKEER VAN DE KANAALGRAVER.

DE TERUGKEER VAN DE KANAALGRAVER.

In dit filmpje van de stichting Kist zie u een stukje uit de theatervoorstelling “De terugkeer van de kanaalgraver” die zondag 15 november 2015 in de Grote Kerk van Beverwijk  werd opgevoerd door Piet Paree en Frank Edam. Zij wisten overtuigende wijze de tijd dat het Noordzeekanaal kanaal gegraven werd tot leven te wekken. Als kanaalgraver deed Piet Paree uit de doeken hoe het dagelijks leven was rond 1865, hoe hij met de schep van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat in het duin aan het zwoegen was. En dat allemaal voor een hongerloontje.