DE 2e WERELDOORLOG EN DE ARTILLERIE INRICHTINGEN Deel 2 van 4

Uit het dagboek Ir. F. Q. den Hollander 1

Het dagboek

Op 1 juni 1940 beantwoorde de directeur van het Staatsbedrijf der Artillerie Inrichtingen, Ir. F.Q. Den Hollander, een schrijven dat hij op 24 mei 1940 had ontvangen van de O.L.Z.1.

De brief.

“Naar aanleiding van Uw brief van 24 Mei 1940, Afd. Landmacht Sectie I  b Nº 172 A Geheim, doen wij Uwer Excellentie hierbij toekomen een opgave van berichten van het A.H.K2 ontvangen in het tijdvak 10/14 Mei.
Voorts deelen wij U mede, dat dezerzijds reeds aanwijzingen waren verstrekt om een beknopt overzicht samen te stellen van de gebeurtenissen in voormeld tijdvak bij de Directie, de Fabriek Hembrug en de Vestiging Delft.
Na voltooiing van dit werk zullen wij U het overzicht – tot een door U te bepalen aantal exemplaren – toezenden”.

De bijlage.

opgave van berichten, ontvangen van het A.H.K. in het tijdvak 10/14 Mei 1940

11 Mei. Telefonisch, tijdstip van ontvangst niet genoteerd.

De O.L.Z. verzoekt:
1e ± 2000 onbg. van 10,5 hw. Te doen omlaboreeren in scherpe schoten. Wanneer klaar?
2e 25.000 bg. Patronen verminderde lading van 7 veld te doen aanmaken.

12 Mei. Telefonisch, tijdstip van ontvangst niet genoteerd.

De O.L.Z. vraagt met aandrang naar tb. Nº 7 H.N. gew. en naar eihandgranaten.Overigens zijn van het A.H.K. geen bevelen of berichten bij de Directie der Artillerie Inrichtingen binnen gekomen”.

1 O.L.Z. =  Opperbevelhebber van Land en Zeemacht
2 A.H.K. = Algemeen Hoofd Kwartier

Het toegezegde overzicht.

BEKNOPT OVERZICHT VAN DE VOORNAAMSTE GEBEURTENISSEN IN DE DAGEN VAN 10 – 14 MEI 1940.

     Het hieronder beknopt overzicht is samengesteld met behulp van de berichten, door de Hoofden van de verschillende onderdelen van het bedrijf ingediend, terwijl tevens de van de Directie uitgaande telexberichten zijn geraadpleegd.
Voor een goed overzicht en ook om te trachten het belangrijke van het minder belangrijke te scheiden zijn in het 1e Gedeelte slechts algemeene zaken, betrekking hebbende op het personeel, de veiligheid, de algemeene werkgelegenheid enz. opgenomen, in het 2e Gedeelte n.m.m.3 het belangrijkste omdat daaruit eventueel leering voor de toekomst valt te trekken – zijn meer bijzonderheden vermeld aangaande productie en productiemogelijkheden in deze dagen, alsmede aangaande hulpverleening enz. buiten het bedrijf en contact met de particuliere nijverheid, terwijl in het derde gedeelte is getracht enkele beschouwingen en conclusies uit de gebeurtenissen vast te leggen.

3 n.m.m. = namens mijn mening

1E GEDEELTE
A l g e m e e n e  Z a k e n.

Zooveel mogelijk met inachtneming de chronologische volgorde worden achtereenvolgens de gebeurtenissen te ’s Gravenhage, Hembrug en Delft in het kort vermeld.

’s Gravenhage.

a.   Te ’s Gravenhage werden de noodige aanwijzingen verstrekt om alle kantoorgebouwen doorlopend bezet te houden, zoowel met het oog op het geven van en ontvangen van telefonische orders als met het oog op het doorlopend bedrijfsvaardig zijn der brandploegen en van het personeel belast met het vervoer.
     Door het hoofd van de Afdeeling Brandweer werden onverwijld alle brandbluschmiddelen in de verschillende gebouwen geïnspecteerd en waar noodig nadere voorlichting aan het personeel gegeven. Alle bluschmiddelen en de gereedschappen voor den luchtbeschermingsdienst werden in goede staat aangetroffen.
     De noodige verduisteringsmaatregelen en maatregelen tot bescherming der ruiten werden genomen.
     H.T.A.Vo.4 deed in verband met een op het Malieveld opgestelde batterij luchtdoelgeschut, de naar die zijde gekeerde lokalen van het gebouw Prinssese(n)gracht 19 ontruimen.
     In het bijzonder bij de Hoofdadministratie werd gelast de dosiers en boeken zooveel mogelijk in stalen kasten opgeborgen te houden, alléén het hoog noodige mocht op de schrijftafels blijven liggen; belangrijke dossiers werden, met het oog op een eventueele ontruiming, bij de hand gehouden.

4 H.T.A.Vo. =  Hoofd van de Technische Aanschaffings- en Voorlichtingsdienst (van de Artillerie Inrichtingen).

Het pand van de Artillerie Inrichtingen aan de Prinsessegracht 19 te ’s Gravenhage

In het Directiegebouw Lange Voorhout102, werd de  radio doorloopend bezet; alle berichten werden stenografisch opgenomen en uitgewerkt.
     Per telex-telefoon werd op alle heele uren verbinding opgenomen met de fabriek en op alle halve uren met de Vestiging Delft teneinde byzondere gebeurtenissen te vernemen en berichten uit te wisselen. Deze verbinding is nagenoeg doorlopend, nacht en dag bruikbaar gebleken.
     De opkomst van het personeel, werkzaam op diverse kantoren  te ’s Gravenhage , was voor Zoover aldaar woonachtig normaal te noemen. Verschillende personen, woonachtig buiten ’s Gravenhage, konden door plaatselijk vervoer, hun bestemming, niet, niet altijd, of althans niet dan met groote vertraging bereiken.
     Ook in de stad zelve werd door  de veelvuldige controle op straat veel oponthoud ondervonden, waardoor het personeel vaak te laat kwam. Dit gaf aanleiding tot een wijziging in de kantooruren, waarbij de koffiemaaltijd in de kantoorgebouwen werd gebruikt.
     De werkzaamheden aan kantoorgebouwen werden allen en dan ook herhaaldelijk gestoord door het in de Gemeente gegeven “luchtalarm”. Bij dit alarm moest het personeel zich hetzij in de schuilkelders in of buiten de gebouwen, hetzij in de lokalen of gangen gelijkvloers, bevinden.
Op den duur werd de reactie op het groot aantal malen, dat alarm gemaakt werd, minder.
     Ter vermijding van ongevallen bij te groote opeenhoping van personeel werden de bovenste twee verdiepingen van het Directiegebouw Lange Voorhout 102 ontruimd en het personeel ondergebracht in lokalen van het gebouw van de Octrooiraad, Willem Witsenplein. De verhuizing bracht natuurlijk stagnatie in den dienst mede. Even eens werden naar dit gebouw overgebracht diensten uit een der andere gebouwen, n.l. Prinssessegracht 6a, hetwelk door de in de nabijheid ingeslagen bommen tijdelijk onbewoonbaar was geworden.
     De houding van het personeel was – nadat de eerste ernstige schok van den plotseling ingetreden oorlogstoestand was verwerkt – rustig en beheerscht, het werk werd, niettegenstaande de veelvudige stoornissen met nauwgezetheid en groote plichtsbetrachting verricht.
     In overleg met de Directie werd door de Hoofdaministrateur bepaald, dat voorloopig geen rekeningen zouden worden betaald; aan de arbeiders werd een voorschot op het loon verstrekt, aangezien niet gerekend kon worden op normale geldtransporten in de eerstkomende dagen. Op den 14e Mei werd aan de ambtenaren het salaris voor de maan Juni uit betaald.

b.     Te Hembrug werd door den E.A. ambtenaar reeds te circa 4.00 uur van den 10e Mei waargenomen dat zich in de omgeving een luchtgevecht afspeelde waarop het signaal “luchtalarm”werd gegeven, waardoor de nachtploeg, dankzij een toevallig den vorigen dag gehouden oefening, in zeer korten tijd in de schuilplaatsen was.

Op het terrein bevonden zich ook bovengrondse schuilplaatsen (Zie bij X)

Personeel.

      Na gewaarschuwd te zijn besloot het Hoofd van de fabriek Hembrug de nachtploeg zekerheidshalve onverwijld naar huis te zenden, behoudens het daaruit aangewezen personeel voor de luchtbeschermingsdienst.
     Maatregelen werden genomen om het van de dagploeg opkomende opzichtvoerend- en werkliedenpersoneel te waarschuwen, dat dien dag slechts enkele fabrieksafdeelingen zouden werken, in het bijzonder de laboreerwerkplaatsen. Dit Personeel werd per boot naar de Fabriek gebracht. Later op de dag werd per radio bekend gemaakt, dat het geheele personeel op 11 Mei de arbeid zou hervatten.
     Van het op den eerste dag opgeroepen personeel ter sterkte van ruim 800 man hebben intusschen slechts rond 450 man aan dezen oproep gehoor (kunnen) (ge)geven. Op den volgenden dagen was de opkomst van het personeel heel normaal te achten.
     In verband met het luchtgevaar werd besloten, des nachts niet te werken, voordat de geheele fabriek afdoende zou kunnen worden verduisterd, waartoe direct met een ploeg van ruim 100 man, later uitgebreid tot pl.m 150 man werd begonnen.
     Het is in het tijdvak 10 – 14 Mei niet meer gekomen tot nachtarbeid; de daguren waren van 7,30 – 18,30 uur.
     Het werk werd herhaaldelijk door luchtalarm gestoord.
     Aangezien het van het meesten belang was, dat de Fabriek bleef doorwerken werd het alarmeeren beperkt tot die gevallen, waarbij het aantal en soort der vliegtuigen een opgezetten aanval deden verwachten. Het aantal alarmeeringen is hierdoor gering gehouden en was veel geringer als die in de Gemeente Amsterdam zelve. Meldingen werden zoowel van de luchtmachtdienst Amsterdam als van den C(entrale).Luchtverdedigingsdienst Amsterdam verkregen, terwijl bovendien nog eigen uitkijkposten waren uitgezet, welke geinstrueerd waren in zake de kenmerken van vijandelijke toestellen. Het eigen alarmsysteem heeft naar behooren gefunctioneerd; de vluchttijd was in den aanvang veel te groot, doch werd later aanzienlijk korter. Toch bleef de in verhouding tot de snelheid van doorkomen der meldingen en de vliegsnelheid der vijandelijke toestellen te groot.

Geneeskundige dienst.

     Terstond na het uitbreken van de vijandelijkheden werd de geneeskundige hoofdpost overgebracht naar den daarvoor ingerichte schuilkelder, waarvan de inrichting alleszins heeft voldaan.
     Door de I.G.D.L.5, werden 2 officieren van gezondheid, ter versterking van het geneeskundig personeel, gezonden. Deze zijn eenige dagen na het staken van vijandelijkheden weder vertrokken.
     Behalve het voorzien van enkele schot- en scherfwonden van militairen, die vanaf het front onderdeelen en munitie kwamen halen en in eenige verwondingen door het aanschieten van een auto bij het Pontveer ontstaan, is geen verdere geneeskundige hulp noodig geweest.
     Ten behoeve van een eventueel transport naar Amsterdam werden 2 motorhospitaalschepen ingericht, 1 vaartuig van de A.I. met 30 bedden en 1 ingehuurd vaartuig met 65 bedden.

5I.G.D.L = Inspectie Geneeskundige Dienst (Koninklijke) Landmacht

Fabrieksbewaking en verdere veiligheidsmaatregelen.

     Het detachement infanterie, 1 onderofficier, 1 korporaal en 22 manschappen, in normale tijden reeds aanwezig voor bewaking van het terrein in en om de fabriek, bezette met eenige mitrailleurs enkele posten in en om de fabriek ter directe beveiliging tegen parachutisten en laagvliegende vliegtuigen.
     Aangezien het aantal bezette posten voor een afdoende bescherming te gering werd geacht, werd versterking gevraagd aan den Garnizoenscommandant van Amsterdam.
     In afwachting van de komst van deze versterking werden reserve-officieren voor Speciale Diensten tijdelijk aangewezen voor de bezetting van eenige posten, terwijl de diensten van deze officieren werd ook gebruik gemaakt voor het bezetten  van den commandopost, voor de controle van autos bestemd voor de fabriek, bij het handhaven van de orde op de posten en bij de ingang van de Fabriek bij den aanvang van den werktijd.

Aangezien buiten een versterking met 16 marechaussées geen verdere uitbreiding van het bewakingsdetachement te verkrijgen was, werden door hoofd Fabriek. Ten einde de bewaking en de verdediging aan redelijke eischen te doen beantwoorden, pl.m. 150 dienstplichtigen behoorende tot het werkliedenkorps en met industrieel verlof zijnde, in dienst teruggeroepen.
     Naast de directe bewaking en verdediging van de Fabriek moest nog worden voorzien in de bewaking van schepen, geladen met ontplofbare stoffen en loodsen met materieel, alles liggende buiten het fabrieksterrein.
     In de namiddag van 13 mei kwam een detachement infanterieter sterkte van 1 officier en 60 manschappen ter bewaking van de Hembrug, den spoorweg en het terrein ter weerszijden van d spoorweg, voor zoover ten N(oorden). Van het Noordzeekanaal gelegen.
     Uiteindelijk werd er derhalve op 14 Mei beschikt over het volgende militaire personeel:
     1 onderofficier, 1 korporaal met 22 manschappen infanterie vat bewakingsdetachement.
     16 leden van het korps Koninklijke Marechaussee.
     1 onderofficier en 10 manschappen uit Zaandam.
     4 dpl. Wachtmeesters der artillerie.
     29 beroepsofficieren en reserve-officieren voor Speciale Diensten.
     5 dpl. sergeanten-vuurwerkers.
     4 dpl. onder-officieren en korporaals in opleiding voor vuurwerker en opzichter.
     150 dpl. van het werkliedenkorps.
     De militaire bewaking stond onder commando van Majoor van Erpenbeek de Wolff.
Daadwerkelijker aanvallen op de Fabriek, zoowel vanaf de grond al vanuit de lucht, zijn uitgebleven.
     Verliezen aan personeel en beschadiging aan materieel, gereedschappen en outilage door óóvijandelijk ingrijpen, derhalve geene, terwijl op een telefonische vraag van Hoofd Fabriek of bij vijandelijke nadering zelf de noodige vernielingen mochten worden uitgevoerd door de Directie ontkennend werd beslist.

Delft.

     Te Delft werden op de 10e Mei reeds te 3.30 uur groote formaties Duitsche vliegtuigen waargenomen. Het vliegveld Ypenburg werd aangevallen, terwijl rondom Delft o.m. de Kleiweg, in den Wippolder en aan de Schie, parachutisten waren neergekomen.
     Om 6.00 uur was het mogelijk eenigzins een overzicht van den toestand te verkrijgen. Hierbij bleek dat het terrein aan de Schie niet meer bereikbaar was, de laboreerwerkplaatsen waren in Duitsche handen, de reserve 2e Luitenant van Speciale Diensten Ir. Capel, was gevangen genomen.
     De gebouwen aan de Julianalaan lagen onder vuurbereik, zoodat het verblijf aldaar slechts mogelijk was in de ruimten, welke van de Wippolder afgekeerd waren.
     Het werk aan de v.m. Constructie-werkplaatsen aan de Hooikade en in de Werkplaatsen aan het Koningsveld werd op normale wijze aangevangen en voorgezet. Op het Koningsveld werd met ons personeel de houtvoorraad van de firma ’t Mannetje’, welke een gedeelte van de gebouwen aldaar in huur heeft, naar een naburig gelegen voetbalveld overgebracht.
Aan de Julianalaan waren de voor ons personeel aangelegde schuiltunnels in gebruik genomen door personeel van de Nederlandsche Weermacht, waardoor deze voor ons niet meer bruikbaar waren. Als schuilplaats werd een der kelderlokalen bestemd, hetgeen als zoodanig echter niet was ingericht.
     Het te Delft wonende personeel kon de Julianalaan bereiken. Het van elders komende personeel werd dikwijls door de omstandigheden gedwongen tot verzuim.
     Nadat het bericht was ingekomen dat de toestand aan het Koningsveld in verband met het optreden der parachutisten, critiek begon te worden, werd besloten slechts de gebouwen aan de Julianalaan en de Hooikade te laten bewaken.

     Voor de beide complexen werden de brandploegen, de E.H.B.O.-ploegen en de ploegen voor den bedrijfsdienst volledig ingedeeld. Twee officieren van Speciale Diensten werden voor elke wacht ingedeeld, terwijl de pl.m 20 aanwezige militairen over beide complexen werden verdeeld voor het doen van gewapende wachtdiensten, Van de v.m. Constructiewerkplaatsen werden zoowel  vóór als achterpoort bewaakt. In verband met het door het Gemeentebestuur afgekondigde verbod zich na 20.00 uur op straat te bevinden werden de noodige maatregelen getroffen, pl.m. 20 man in ieder complex te doen overnachten. Nadat echter onderdeelen  der Ned. Weermacht zich in den avond van dezen dag in het gebouw Julianalaan gingen vestigen werd een deel van de eigen bewaking van dit gebouw teruggetrokken, met name ook de E.H.B.O.-ploeg. De ziekenauto en de motorbrandspuit werden aan de v.m C.W. tot uitrukken gereed opgesteld.

     Op 11 Mei werden de gebouwen der v.m. C.W. zoowel van af den Leeuwenhoeksingel als van af de Vest herhaaldelijk beschoten; in de stad heerste die dag groote onrust.
     Een gedeelte van het gebouw Julianalaan werd door II-2 R.A. in gebruik genomen; de toren van het gebouw werd als waarnemingspost gebezigd. Door de gevechtshandelingen in de onmiddellijke nabijheid van dit gebouw en door het hiervoren genoemde zuiver militair gebruik van een gedeelte van het gebouw, was het uit den aard der zaak niet mogelijk op het Scheikundig Laboratorium regelmatig door te werken. Ook het gebruiken van de reserve officieren voor Speciale Diensten voor zuiver militaire doeleinden – wachtdiensten, verdediging van het gebouw e.d. – maakte, dat zij hun oorspronkelijk werk niet of nagenoeg niet meer konden volvoeren.
     De archieven van het S.L. werden voor een groot deel vernietigd, om het in vreemde handen vallen te beletten.
     Aan de v.m. C.W., werd een eigen luchtalarmdienst ingesteld. Het bleek toch, dat de stad Delft van af Vrijdagmorgen vrijwel doorloopend in staat van luchtalarm verkeerde. Precies volgens de voorschriften handelende, zou dus feitelijk het personeel zich doorloopend in de schuilplaatsen hebben moeten bevinden.
     Aan de post van de vóórpoort werd nu opdracht gegeven een signaal te geven zoodra vliegtuigen  boven Delft begonnen te cirkelen: op recht overvliegende vliegtuigen werd geen acht meer geslagen. Toch is het werk dien dag meermalen ernstig gehinderd, eenmaal werd zelfs 2 uur aan één stuk geschuild in verband met ernstige vuurgevechten tusschen Nederlandsche en Duitsche troepen in Delft.
     Mede rekening houdende met de mogelijkheid van plotselinge aanvallen in duikvlucht op het talrijke personeel, dat zich bij (eigen) luchtalarm van de werkplaatsen naar de schuilplaatsen moest begeven, werd het werk aan de patroonfabriek in de v.m. C.W.  gestopt ; de overige diensten aldaar werden in bedrijf gehouden.
     Alle uitgangen van de gebouwen, die verhuurd waren, werden gesloten en gebarricadeerd, de huurders werd tot nader order het werken aldaar verboden, vooral omdat het Hoofd van de Vestiging Delft geen controle had op het personeel dezer huurders en niet zeker was van hun betrouwbaarheid.
     Op 12 Mei werd het werk in het gebouw Julianalaan gestopt, d.w.z. de messingperserij, optische-afdeeling en gasmaskerafdeeling stonden dus stil; dit gebouw had een sterke militaire bezetting gekregen en werd ter verdediging ingericht. De in aanbouw zijnde laboreerwerkplaatsen waren inmiddels in Nederlandsche handen over gegaan, de reserve Luitenant Sp. D. Capel was in vrijheid gesteld. Het werk aldaar werd niet hervat wegens het gevaar bij bombardementen op het nabij gelegen vliegveld Ypenburg.
     Een groot deel van buit gemaakt Duitsch materieel werd aan de v.m. C.W. opgeslagen; een tijdelijk bij de Vestiging Delft werkzaam gestelde 1e Luit. Van het K.N.I.L. werd op 13 Mei met het beheer en weder uitgifte aan Ned. Troependeelen belast.
     Op 14 Mei vlogen in buitengewoon groote aantallen Duitsche toestellen boven Delft, vooral, in de richting Rotterdam. In verband met het verloop der krijgsverrichtingen, welke een minder gunstige wending namen en om bij een eventueele bezetting van de gebouwen der Vestiging Delft door Duitsche eenheden militaire conflicten te vermijden, werd de geheele militaire bezetting te 11.00 uur op de Hembrug gedirigeerd; het burgerpersoneel bleef in de verschillende gebouwen op zijn post.

Sergeant-opzichter gesneuveld.

     De verliezen aan personeel zijn gering, alleen de sergeantopzichter in opleiding P. Dietrich is in de nabijheid van het gebouw Julianalaan gesneuveld op weg naar zijn huis zijnde. Nadere bijzonderheden omtrent dit ongeval ontbreken verder.
     De gebouwen en de outillage daarvan zijn behoudens talrijke gesprongen ruiten en lichte beschadigingen, volkomen intact gebleven; door de Directie was bepaald, dat niet tot vernietiging mocht worden over gegaan.

Bronnen Dagboek Ir. F.Q . den Hollander, Archieven.nl©PDKAIH2019

Advertenties

DE AIRRAID SHELTER / BRANDWEER OBSERVATIEKOEPEL

DE AIRRAID SHELTER / BRANDWEER OBSERVATIEKOEPEL.

 

Beide cirkels provisorische schuilplaatsen. 1:gesloopte commandobunker, 2: plaats observatiekoepel. 3: nog bestaande commandobunker.gehele terrein.

Op het Hembrugterrein ontstond al snel nadat de Artillerie Inrichtingen vanuit Delft naar Zaandam waren gekomen de behoefte aan veilige schuilplaatsen voor het geval er iets mis zou gaan tijdens het beproeven van en produceren van wapens en munitie. Toen eind jaren 30 van de vorige eeuw de dreiging van een wereldoorlog steeds duidelijker vormen begon aan te nemen, nam die behoefte alleen nog maar toe en begon men voortvarend met de bouw van een aantal kelders (tevens commandopost), tunnels en commandoposten( Bunkers) op het gehele terrein.

Commandobunker 382 (op foto nr.3) © J.Waterreus

In diezelfde periode werden de zeer goed uitgeruste en getrainde bedrijfsbrandweer en de geneeskundig dienst uitgebreid met een afdeling van de luchtbeschermingsdienst. Deze dienst kreeg voor een goede uitoefening van haar taken onder andere de beschikking over een observatiekoepel. Het gevaarte had de vorm van een taps toelopende zes m/m dikke en twee meter hoge stalen cilinder voorzien van een deur, een ontsnappingsluik vlak boven de vloer tussen de twee tegenover elkaar geplaatste houten zitplaatsen en rondom vier kijksleuven. Voor de bevestiging van het geheel was het aan de onderzijde uitgerust met vier stalen beugels.

Folder voor console shelters van Constructors Nuckel Works Erdington (Birmingham

Het geheel was vervaardigd door het Engelse bedrijf “Constructors Nuckel Works Erdington (Birmingham)” en kwamen op de markt onder de naam “Consol shelters”. Hij werd veel toegepast op fabrieksterrein, kazernes en rangeerterreinen.

Observatiekoepel 217 (op foto nr 2) © Marinus Venhuis

Omdat er aan het optiekgebouw, waar men zich onder ander bezig hield met het ontwikkelen en testen van richtmiddelen, nachtkijkers, periscopen enz. Had men voornamelijk voor de periscopen een toren aan het gebouw gebouwd waarop men deze rechtstandig kon testen en tevens een vrij uitzicht had over het terrein en de wijde omgeving, was dit dus tevens de plek die men had gekozen de observatiekoepel te plaatsen en branden, bominslagen, vijandelijke vliegtuigen enz. in een vroeg stadium te kunnen waarnemen en alarm te slaan. Dat gebeurde door luid te roepen of naar het gebouw af te dalen en daar telefonisch de commandoposten in kennis te stellen. Deze zorgden ervoor dat het personeel naar de aangewezen schuilplaatsen ging en de hulpdiensten werden ingeschakeld en zo nodig ook hulp van buitenaf.

De provisorische schuilgelegenheden voor het rijtje van Houtwipper (Delftse rij) aan de Havenstraat.

Dit geheel zou later nog worden uitgebreid met een aantal provisorische schuilplaatsen in de noord/west en zuid/oosthoek van het terrein. Ook werden er langs het rijtje van Houtwipper*, de woningen op de Havenstraat die daar in 1929 gebouwd waren voor de medewerkers van de optiekafdeling die van uit Rijswijk (Delft) naar Zaandam waren verhuisd, enige provisorische schuilgelegenheden gebouwd.

Tegenwoordig we spreken juni 2018, zijn de commando bunker (op de foto nr.3) de diverse ondergrondse schuilkelders (Er moet er waarschijnlijk nog één, bewust niet meer op tekeningen staande zijn, die in het verleden is afgesloten) en de koepel nog aanwezig. Als er niets wijzigt tijdens de planvorming blijven deze alle behouden. Alle provisorische bouwwerken zijn na WW2 verwijderd en de 2e commandopost (nr. 1 op de foto) is 2003/2004 gesloopt en alleen de bodem en fundering nog ondergronds aanwezig.

Voor zover bekend is de koepel de enige die nog op zijn originele standplaats staat. Ook waren er indertijd niet veel van dit soort koepels die geschikt waren voor twee personen.

*Deze rij woningen is oorspronkelijk vernoemd naar de bedenker van het plan om deze werknemers naar Zaandam te halen en voor hen een woning te bouwen (1929) (Houtwipper, administrateur en later directeur). Zaankanters noemden het al snel de Delftse rij omdat de mensen die er woonden uit Delft (Rijswijk) kwamen en deze naam is tot op de dag van vandaag blijven hangen en wordt nu zelfs in officiële documenten gebruikt.

Bronnen persoonlijk archief, J. Waterreus en Marinus Venhuis. Foto’s tenzij anders vermeld ©PDKAIH2018.

 

 

DE ARTILLERIE INRICHTINGEN HEMBRUG ZAANDAM 1947.

DE ARTILLERIE INRICHTINGEN HEMBRUG ZAANDAM 1947.

De herinneringen van ex werknemer Goos Vonk. (09-06-1932)

Ik ben als 15 jarige jongen als handlanger begonnen in de afdeling landbouw, voor 8 cent per uur. Ik was pas van school en net na de oorlog zaten de goos-vonkambachtsscholen vol en kon ik nergens geplaatst worden. Totdat mijn buurman Van der Bend, die opzichter was bij de Hembrug tot mij zei, nou joh dan kom je toch bij mij op de afdeling. En zo gebeurde het dat ik, in een hele grote hal, gleuven in de kroonmoeren van de landbouwwagens stond te frezen. Maar jongen wat viel dat tegen de eerste  tijd. Ik was dat vrije leven in Oostzaan gewent,  en nu, 7 uur je bed uit, fietsend naar Zaandam en om  8 uur beginnen.  Na een poosje verdiende ik 12 centen per uur. De hal was heel solide gebouwd maar er was heel veel herrie wat werd veroorzaakt door al het aandrijfwerk dat door de hele fabriek aanwezig was en diende voor de aandrijving van de vele draai en freesbanken. Als de grote hoofd aandrijfriem zo nu en dan brak, viel er gelijk een geweldige stilte in de hal vol oude machines. Maar ja, we moesten het er voorlopig mee doen. De moffen hadden alles wat redelijk was naar Duitsland getransporteerd, tot zelfs de centrale verwarming aan toe. Daarom stonden we met vuurpotten in de fabriek, dit heeft niet al te lang geduurd want de verwarming werd snel weer werkend gemaakt, want ijs in de koelvloeistof kon je niet gebruiken. Je kreeg in die tijd extra voedselbonnen, vanwege de zware industrie en ook een overall en / of polshorloge. Langzamerhand kwamen er in het kader van de Marshallhulp nieuwe draai en revolverbanken. Dat waren veelal Engelse machines van de merken Ward, Herbert enz. Hiermee werd de productie langzaam opgevoerd mede omdat er ook beter spaangereedschap kwam.

Fabricage landbouwwagens

In het begin moest ik nog wel eens in de smederij wezen, daar liep een meneer Jonker en die smeedde de mooiste beitels, die hij later harde in olie. Ja, we werkten toen 48 uur, dus ook zaterdags tot half één. We kregen 6 vakantie en 6 snipperdagen. Ja, want Nederland herrees en daar moest door iedereen voor gewerkt worden. Achter een kleine draaibank stond meneer Lassie, die liep in een lederen korset. Die man was door de bezetter helemaal de vernieling in geslagen, maar hij werkte elke dag. Ik heb hem nooit horen klagen, het was nu eenmaal niet anders en bovendien was hij echt niet de enige, er liepen meer van die mensen in de voormalige landbouw. Zo heette die afdeling toen der tijd. Er werd van alles gemaakt zoals wiedmachines, zaaimachines, hooiharken, landbouwwagens, ploegen enz. Als ik dan om half 6 thuis was, dan was het 4 dagen in de week gauw eten, wassen en verkleden. Dan weer op de fiets naar de ambachtsschool, van 7 tot half 10, 5 jaar lang zo’n 8 maanden per jaar. Dit alles om toch de benodigde theorie te vergaren.

gvonk2

Geneeskundige dienst

Zo ben ik mijn loopbaan begonnen, op het toen der tijd geweldig dynamiek bedrijf. Er werkte zo’n 3200 man in de geschut revisie, geweren revisie, bankschroeven fabriek, de gieterij, de AGW 1 en 2 waar metaalbewerkingsmachines gemaakt werden, de smederij, de harderij, het laboratorium en nog diverse andere afdelingen en magazijnen. Dan had je ook nog de geneeskundige dienst, die zat ondergronds in een oude schuilkelder met van die stalen deuren. Als je daar voor de tandarts kwam, moest je in de gang wachten en dan hoorde je de tanden en kiezen van de geen die getrokken werd in een emmer vallen. Zo gehorig was het daar. Overdag liepen er 2 verpleegkundigen ene Siem en ……. De wc had je buiten, een gebouwtje met een stuk of 12 houten deurtjes. Deze stonden bij diverse gebouwen. Door die halve deurtjes kon je goed zien of er gerookt werd, dat was namelijk streng verboden. Er zaten ook diverse schuilkelders op het terrein. Ik kan mij nog herinneren dat wij als jongens eens in schafttijd over het fabrieksterrein zwierven, en een zekere Luuk met een kantoormeisje een schuilkelder zagen in gaan en hoe zij de deur achter zich dicht trokken. Maar er waren enige knapen die de zon niet in het water konden zien schijnen en die hebben een dot hooi in de luchtgaten geduwd en aangestoken. Met als gevolg een enorme rook ontwikkeling waar dan ook de brandweer en de bedrijfspolitie op af kwam. Het gevolg was dat er voortaan tussen de middag veel strenger gecontroleerd werd. Met zomerse dagen zaten wij tussen de middag ook wel eens langs het kanaal of liepen naar de pont.

Na drie jaar in de landbouw heb ik een half jaar in de revisie gewerkt met een zeker Buter. Daar zijn we begonnen om oude stans persen uit Engeland te reviseren en te moderniseren, want die draaiden toen nog op het aandrijfwerk en de kruklagers en glijbanen waren versleten. Die persen waren bedoeld voor de op te starten kleine munitiefabriek. Later kwamen er ook nog persen uit Duitsland, die waren moderner maar ook half versleten omdat er bij gebrek aan koper stalen hulzen op geperst waren. Toen wij klaar waren met die persen moest ik weer naar de afdeling landbouw. Daar werd de afdeling stempels en matrijzen voor kleine munitie gerealiseerd. Onder leiding van de heer Soetterhuis werd ik weer draaier, samen met een heel stel collega’s die net uit Indië terug kwamen, Bos, Baak, Wiersma, van Tuune enz. Maar op een gegeven moment wil je toch wel wat meer verdienen. Toen heb ik een proef werkstuk gemaakt op de leerschool en daar door kwam ik in een vakgroep hoger. Bij de geschut revisie was een draaier ziek en men vroeg mij of ik daar een week of 8 zou willen invallen. Toen de man terug kwam moest ik weer terug naar mijn afdeling. Dit was niet voor lang want ze hadden in de Gereedschap aanmaak (GA) een draaier nodig. Dat hield in dat je gereedschap en proefstukken moest maken, vaak slechts een enkel stuk. Daar werkte ik tegenover een kantoorraam waar de werktuigkundige de heer Brand zat te samen met nog een andere man genaamd Vezon. Die twee hadden eeuwig ruzie met elkander. Het duurde voort tot hij met pensioen is gegaan. De opzichter was Gerd Held. Je werkte daar met allerlei vaklieden, zo’n man. Meneer Hoekstra, Gert Keet en Joop Haak. Die laatste twee zijn later samen leraar op de bedrijfsschool geworden. Maar ik was 25 en wilde meer verdienen. Dat kon niet want ik was te jong. Je moest toen der tijd 26 jaar of ouder wezen om in vakgroep 1 te kunnen komen. Maar ik wel als bankensteller in de AGW 1 komen. Dan kreeg je 15% meer bovenop je salaris. Er bleef niets anders over dus, ik ben bankensteller geworden, onder de opzichters Jan van Leeuwen en Hogerheiden. Er veranderde gelijk een hoop. Ik mocht mij broodje niet meer op eten in de manschappenkantine. Nee, ik moest gelijk naar de beambtekantine, met een gedekte tafel compleet met mes en vork. Ook moest ik voortaan af en toe een dag naar het bureau van de arbeid psychologie.

Maar nu wat anders, want er is in die jaren heel wat gepasseerd. Om maar wat te noemen: de nieuwe gieterij, de modernste van Nederland. Heeft een moment volop gedraaid maar werd later buiten gebruik gesteld als gevolg van protesten van het bedrijfsleven. Onze nieuwe .50 en kleine munitiefabriek. De modernste van Europa is gesloten en verkocht aan Dynamiet Nobel. Het nieuwe geweer AR10. Er zij en er 3000 van gemaakt voor Griekenland en 3000 voor Portugal. Toen mocht het opeens niet meer want Nederland koos voor het FN geweer.

AR10

Wij hadden in de GA een vergroting apparaat van Carl Seis, een echt goed ding. Maar er waren mensen die hadden zich zelf een snoepreisje belooft en hebben in Engeland een nieuwe gekocht. Nu ja, je kon er na een aantal aanpassingen mee werken, maar daar was dan ook alles mee gezegd. Het was een stuk antiek! Dan had je voorheen ook nog voorbij de ronding Zaan – Noordzeekanaal een marine loods staan. Althans zo noemden ze die loods. Hij stond vol met oude en ongebruikte machines. Op een zekere dag hadden ze er weer een stel voor een luttel bedrag verkocht aan machinehandel Voet (Foeth). Toen ze erachter kwamen dat ze er toch nog een aantal van nodig hadden moesten ze het drie dubbele betalen om ze terug te kopen. En dan heb ik het nog niet gehad over al die 2e kamer leden. Zo nu en dan kwam er weer een delegatie. En die liepen dan te verkondigen, al dat spul om mensen dood te maken dat kan toch niet. Maar men vergat ondertussen dat je de soldaten ook niet met houtjes kan uitrusten!!!!!  Dan de heren ingenieurs, de één na de ander haalde soms zijn vriendje in het bedrijf, maar of zij capabel waren. Anders hadden zij de draai en freesbanken wel eerder gemoderniseerd. Al waren zij aardig op weg met de DR200 traploos, maar toch te laat voor het NC (Numerical Control) gebeuren.

Aan de andere kant bezat de oude kern van de Hembrug een geweldig vakmanschap. Als je door de projectiel draaierij liep zag je soms wel 5 beitels tegelijk het toekomstige projectiel bewerken. Ook werd er hoog frequent verhit voor het punten van de huls. Granaten geperst uit een vierkant stuk staal. Of het persen van grote hulzen voor het scheepsgeschut, uit dikke grote ronde koperen platen. Dan hoorde je die pers brullen! Man, wat is het toch verrekte zonde dat de AI naar de bliksem geholpen is door onze regering. De AGW 2 die ze helemaal leeggeroofd hebben. De loopkranen, de verwarming alles wat geld opbracht is meegenomen, want er moest zo nodig genationaliseerd worden. Later is de machinebouw door Figee in Haarlem overgenomen. De hal landbouw, later een wapenfabriek, was een geweldig gebouw met dikke muren en een zaagdak. Zomers was het er heerlijk koel en s ’winters warm. Het is nu helemaal gesloopt. Ik had in dat gebouw enorm veel herinneringen leggen. De trekbank waar zo’n 100.000 sten lopen op gemaakt werden, eerst met olie en later met trichloor dan werden de trekken en velden gladder. Door die trichloor stonden de mensen stoned achter hun draaibank. Er werd al snel een enorme afzuiger geplaatst. Ook was er een gedeelte afgezet door een glazen wand. Daar achter zaten een man of 5 met behulp van poleerschijven onderdelen te poetsen. De mensen mochten ook daar niet roken, dus kauwden ze pruimtabak. Zo nu en dan spuwden ze precies in een bakje met zaagsel, wat soms zo’n 2 meter ver weg stond. En ik zweer je dat het waar is want, ik heb het zelf gezien.

Iets anders wat ik in die tijd ook gezien heb en minder leuk was is dat er mensen die lid van de EVC waren achter hun machines vandaan werden gehaald en ter plekke ontslagen werden. De EVC (Eenheids Vak Centrale) was een Nederlandse vakcentrale gelieerd aan de Communistische Partij Nederland (CPN), die bestond van 1944 tot 1964. Als centraal orgaan publiceerde de EVC het tijdschrift “Werkend Nederland”. Het in het bezit hebben en / of verspreiden / delen van dit blad, lid of geen lid was al genoeg voor ontslag. Zo heb ik menig goed en hardwerkende collega zien vertrekken.

gvonk3

Trotyl gieten

Ook zie nog die mensen lopen in grove witte pakken, hun gezichten soms geel oranje als gevolg van het volgieten van granaten met trotyl. Een heel enkele keer ben ik wel eens in het bos geweest, daar stonden gebouwen met losliggende daken en ze waren omringd met aarden wallen. Boven de gebouwen was een netwerk van koperen draden voor de bescherming tegen bliksem inslag. Daar zaten de springstof deskundigen in een prachtige omgeving met allerlei soorten vogels. Je mocht daar eigenlijk niet komen, maar ik heb daar diverse onderdelen moeten maken voor een Indische ingenieur, meneer Mantel.  Die man werkte daar aan een schokbuis voor 3 cm granaten. Ook kwam ik wel eens in de harderij, waar ze materialen harden in van die grote potten met gesmolten zouten. De temperatuur van die potten werd op 500 – 800 graden gehouden. Oh, er was zoveel te zien daar. Maar na 15 jaar bij de AI, werd mij een baan als banksteller bij de DIF. Een machinefabriek die als toeleveringsbedrijf spangereedschappen maakte voor diverse bedrijven. Ik kon daar zo’n fl. 10, – in de week meer verdienen. Ik kon dat met een gezin niet laten lopen, ondanks de goede vooruitzichten die ik volgens een ingenieur bij de AI had. Ik heb zo’n 3 jaar bij de DIF gewerkt, maar ik moet bekennen dat dat soms niet mee viel. Want je kreeg daar mensen binnen die tuinder waren geweest en dan was het mijn taak om ze het vak van frezer of metaaldraaier eigen zien te maken. Die mensen haalden de stomste streken uit en die moest ik samen met nog 2 collega’s maar weer zien op te knappen. De laatste 25 jaar was ik chef van de machinale bij de firma Meijn, een bedrijf in pluimvee slachtapparatuur. Maar dat vertel ik een andere keer  nog wel.

P.S

Maar het moet mij toch nog even van het hart dat het doodzonde zou zijn, als het Hembrugterrein volgebouwd wordt met woningen. Zo’n prachtig terrein is uitstekend geschikt voor zware industrie.

©PDKAIH2017.

Gebruikte afkortingen: GA Gereedschaps Aanmaak / AGW Afdeling Gereedschaps Werktuigen