HOE ONS LEGER AAN ZIJN BEWAPENING KOMT.

HOE ONS LEGER AAN ZIJN BEWAPENING KOMT.

Deze week (28 october 1916) heeft, de Minister van Oorlog aan een twintigtal vertegenwoordigers van de Nederlandsche pers gelegenheid gegeven een kijkje te nemen in onze wapen- en ammunitiefabrieken. Een goede gedachte voorwaar. Wel was reeds eenige tijd geleden een overzicht gegeven van wat er voor ons leger is aangemaakt sedert het begin der mobilisatie, maar het publiek leest in de oorlogsberichten voortdurend van zoo’n ontzaglijk verbruik van ammunitie en wapens, dat werkelijk wel meer dan een officieele meededeling gewenscht is, om de overtuiging te vestigen dat er inderdaad héél wat gedaan is om de bewapening van ons leger te brengen op het peil dat de oorlog van onze dagen eist.

Dat journalistenbezoek gold natuurlijk allereerst de artillerie-inrichting aan de Hembrug, waarheen in 1897 al de wapen-inrichtingen werden overgebracht die wij toen in verschillende plaatsen hadden, en waar sedert 1904 onze geweren in hun geheel worden gemaakt.

Oude foto van de Artillerie Inrichtingen

Toch is sedert de mobilisatie de inrichting aan de Hembrug tot een volledige wapenfabriek geworden. Het aantal werklieden is er vertiendubbeld, de gebouwen zijn vergroot door bijbouw en door nieuwe verdiepingen. Maar nu wordt dan ook de geheele bewapening van ons leger in al zijn tallooze onderdeelen, daar vervaardigd. Om een klein begrip te geven wat bijvoorbeeld het maken van een geweer beteekent, vermelden we, dat een geweer bestaat uit 88 onderdelen. Er zijn onder die onderdelen verschillende, die 60 en 70 bewerkingen en meer, ja tot zelfs 138 bewerkingen moeten ondergaan.

Voor de bewerking van de kolven alleen is een geheele afdeeling ontstaan, die zelf haar boomen koopt, zelf de planken zaagt, waaruit de kolven, na droging van het hout, machinaal worden vervaardigd.

Tegenwoordig worden ook de propellers (schroefbladen) der vliegmachines hier gemaakt. Vroeger werden deze uit Frankrijk betrokken. Onze vliegers wilden aanvankelijk van het Ned. fabrikaat weinig weten, doch toen ten slotte geen invoer meer plaats had, moest men noodgedwongen gebruik maken van het eigen fabrikaat en… ze bleken beter te zijn dan de buitenlandsche.

De wapenfabriek bezichtigende, zagen we achtereenvolgens alle bewerkingen die de verschillende onderdeelen van het geweer moeten ondergaan, alles met machines, zoo vernuftig en zeker arbeidend dat één man vaak vijf machines kan bedienen, we denken bv. aan het boren der loopen. Dit gedeelte van het werk is zeker wel het meest belangrijke en toch is er slechts één werkman voor verschillende machines noodig. De boor der machine is zo gesteld, dat zij tot op een gedeelte van een millimeter nauwkeurig steeds ‘t gat op de juiste plaats in den juiste vorm boort.

Na de interessante bewerkingen te hebben gezien, kregen we in de controle-afdeeling gelegenheid ons een denkbeeld te vormen van de scherpe controle, die ieder onderdeel tot het allerkleinste deeltje van het geweer, moet ondergaan, alvorens gebruikt te mogen worden. Met allerlei werktuigen worden de onderdeelen onderzocht op de maten, de hardheid van het staal enz. Een buitengewoon secuur werkje is het onderzoeken van de looprichtingen, wat op het oog geschiedt, slechts door langdurige ervaring kan men daarin een zekere vaardigheid verkrijgen. De tenslotte goedgekeurde deelen komen dan in de afdeling ,,samenstelling”, waar de geweren in elkaar worden gezet, om dan geheel gereed te worden afgeleverd. Zonder het juiste aantal te noemen, mogen we wel vermelden, dat dagelijks honderden geweren dit gedeelte van de fabriek verlaten. Nog eenmaal worden dan de geweren beproefd. Geen enkel geweer wordt in gebruik genomen, voordat het is ingeschoten.

Zoals met de geweren, geschiedt ook de afwerking van alle andere wapens. Ook deze fabricatie geschiedt machinaal. Handenarbeid is er, behalve de controle, bijna niet. De werklieden van deze fabrieken zijn in hoofdzaak burger-werklieden, doch een groot deel hunner is aan de verschillende troepenafdeelingen onttrokken, dit zijn dienstplichtigen met verlof. In den laatsten tijd is een inrichting aan de fabriek geopend, waar militieplichtigen tot geweermaker worden opgeleid.

Getuigschrift wapenmaker ©Emiel

Maar ook de munitie-industrie moest worden aangevat. Het was noodzakelijk, dat men er op rekende op eigen kracht te zijn aangewezen. Gelukkig hebben we ons kunnen overtuigen, dat ook onze munitie-productie een groote vlucht genomen heeft. Het is ons niet geoorloofd mede te deelen, wat op dit gebied gemaakt wordt, doch wel kunnen we vermelden, dat in de munitiefabrieken alle ammunitie gemaakt wordt, alle soorten kogels voor handvuurwapens en voor kanonnen van de kleinste tot de grootste afmetingen, waarbij bleek, dat ook het zware geschut niet meer ontbreekt, handgranaten, mijnenwerpers, bommen voor vliegmachines, granaatkartetsen, eenheidsprojectielen, brisantgranaten, enz.

Heintje Garenstroom met de grootste en kleinste granaat. ©ANP

Op aanschouwelijke wijze werd ook hier weer aangetoond, hoeveel machines er noodig zijn voor de afwerking van één patroon, één bom of granaat. Hoe tot in tiende deelen van millimeters nauwkeurig de afwerking moet zijn. Slechts voor enkele onderdelen van de munitiefabricage wordt op dit ogenblik gebruik gemaakt van de particuliere industrie.

Het aantal onderdeelen van granaten enz. is al even talrijk als van de handvuurwapens en de bewerking dier onderdeelen moet zo mogelijk, met nog grooter nauwkeurigheid plaats hebben dan die van de vuurwapens. De minste afwijking kan niet alleen het projectiel onbruikbaar of ondeugdelijk maken, maar bovendien alle berekeningen omtrent den tijd van ontploffing enz. omver werpen. Zoo nauwkeurig is dan ook de controle, dat b.v. voor één granaat 156 mallen en meetwerktuigen noodig zijn, om de controleering te doen plaatshebben.

De afdeeling voor de vervaardiging en de behandeling van de springstoffen ligt geheel afzonderlijk. Alle springstoffen worden ook al weer in de artillerie-inrichting vervaardigd. Het spreekt vanzelf, dat alle mogelijke voorzorgen zijn genomen zoowel voor de werklieden, die met de springstof omgaan, als voor hun in de omgeving werkende mede-arbeiders.

Het zeer gevaarlijke slagkwik wordt in huisjes, achter af liggende, gedroogd en met andere ontplofbare bestanddeelen vereenigd tot sas, de springstof voor de slaghoedjes. In ieder huisje, dat met een netwerk van bliksemafleiders is omgeven, werkt slechts één man. Het huisje is door hooge aarden wallen geheel geïsoleerd. Nimmer kan dus iemand, die hier werkt, door de onvoorzichtigheid van een collega een ongeluk krijgen, terwijl ook door eigen onvoorzichtigheid nimmer een ernstige ramp kan ontstaan.

Vullen van munitie

Het sas wordt verdeeld in kleine hoeveelheden in doosjes, die van buitenaf, door den vervaardiger worden geplaatst in een lokaaltje, dat geheel met pantserstaal is afgesloten. In een volgend lokaaltje, dat verdeeld is in celletjes, weer met pantserstaal omgeven, zitten eenige werklieden, die belast zijn met het vullen van de slaghoedjes en die daartoe de gevulde doosjes wegnemen door een klein luikje. Ze nemen een hoeveelheid voor een paar vullingen en zetten het doosje dan weer achter het luikje. De vulling geschiedt door de verdeeling over een messing-liniaal, waarin twaalf slaghoedjes zijn geplaatst. Door een spleet, die juist ruim genoeg is, om de gevulde liniaal door te geven, schuiven ze de gevulde linialen naar den achter den pantsermuur werkende man, die de liniaal verder doorgeeft ter afwerking. De vulling der linialen geschiedt onder een plaat van onbreekbaar glas, zodat wanneer de kleine hoeveelheid sas nog eens tot ontploffing zou komen, de werkman daarvan geen of althans weinig hinder zou hebben.

We hadden nog gelegenheid een kijkje te nemen in de kogelgieterij, waar de kartetsen en handgranaten o.a. gegoten worden.

Uit de groote koepelovens vloeit het vloeibare ijzer als water weg om dan in de vormen gegoten te werden voor de gietijzeren projectielen. Het smelten van messing, het metaal voor de patroon en granaathulzen heeft plaats in hel opvlammende olie-ovens.

Koepelovens in de gieterij

In wording is de inrichting voor het persen van stalen granaten, die tot dusver uit het buitenland betrokken werden.

Het vullen der hulzen, het mallen en controleeren daarvan, het vullen van de projectielen, geschiedt in afzonderlijk liggende gebouwen onder de strengst mogelijke controle en voorzorgen.

Ons volgend bezoek gold de elders gelegen opslagplaatsen en werkplaatsen der artillerie, een sedert de mobilisatie in gebruik genomen, uitgestrekt terrein met grote magazijnen en stapelplaatsen. Op de buitenterreinen zagen we grote voorraden staal voor projectielen en reeds gedeeltelijk afgewerkte projectielen, terwijl de magazijnen volgepakt zijn met allerlei onderdeelen.

Vullen en samenstellen

De munitie zelf wordt hier niet opgestapeld, doch zoo spoedig mogelijk gedistribueerd of elders opgeslagen. Het vullen der granaten met springstof en buskruit is een arbeid, die niet alleen buitengewone voorzichtigheid vereischt, maar vooral groote nauwkeurigheid, wat de hoeveelheid buskruit betreft. Het buskruit wordt gedeeltelijk nog ingevoerd, in hoofdzaak uit Zweden, doch tegenwoordig ook reeds voor een groot deel in ons land gefabriceerd. De springstof voor de granaten, het trinitrotoluol of TNT wordt machinaal in ronde blokken geperst, en in dien vorm in de hulzen gebracht.

Het vullen van de revolver-patronen en het verpakken geschiedt mede in deze afdeeling. Ondanks de bergen materiaal en de groote voorraden afgewerkte artikelen, heeft de directie van de artillerie-inrichtingen op deze terreinen nog flinke ruimte om zoo noodig tot uitbreiding te kunnen overgaan.

Ten slotte stond nog op het programma een bezoek aan de constructie-werkplaatsen. Deze werkplaatsen zijn een afdeeling van het staatsbedrijf der Artillerie-Inrichtingen, doch munitie of wapens worden hier niet gemaakt.

De werkzaamheden beslaan in het fabriceeren en herstellen der affuitage, artillerie-voertuigen, richtmiddelen en bedieningsgereedschappen van het geschut, van de bespanningen, de hulpmiddelen voor het in richting brengen der vuurmonden, de optische instrumenten,  kijkers, afstandmeters, telescopen enz.

Gedurende de mobilisatie is een afdeeling ingericht waar de rijwielen hersteld en gefabriceerd worden, benevens een afdeeling waar de motorrijwielen en automobielen hersteld worden.

Voor de goede uitvoering van één en ander heeft men de beschikking over een metaaldraaierij, instrumentmakerij, wagenmakerij, ververij, rijwielafdeeling, motorrijwiel-herstelwerkplaats, automobiel-herstelwerkplaats, magazijnen voor materialen, controle en expeditie.

Het bedrijf werd tijdens de mobilisatie belangrijk uitgebreid. Het aantal werklieden van voor de mobilisatie is thans ongeveer vervijfvoudigd. Het meerdere personeel moest voor een groot gedeelte werden onttrokken aan de gemobiliseerden. Toch ondervond de uitbreiding in den aanvang groote moeilijkheden, omdat men hier, in tegenstelling met de munitie- en wapenfabrieken, in hoofdzaak bekwame vaklieden noodig had. Dit was dan ook de oorzaak, dat een belangrijk deel van het personeel aan het leger onttrokken moest worden.

Hoewel het hoofddoel is het verrichten van herstellingen, voor zoover dit bij de verschillende korpsen niet ter plaatse kan geschieden, wordt toch tegenwoordig vooral, ook zeer veel materieel aangemaakt als: goederenwagens, proviandwagens, keukenwagens, keuken-automobielen (de motoren niet), affuiten voor de veldartillerie en de houwitserafdeeling, caissons voor houwitserafdeelingen, zadels, raderen, materieel, bestemd voor vervoer van mitrailleurpatronen, instrumenten voor het richten, en niet te vergeten, rijwielen.

Bij het begin van de mobilisatie waren er betrekkelijk weinig rijwielen bij het leger in gebruik, dadelijk werden er toen een groot aantal gerequireerd, meest natuurlijk gewone toerkarretjes. ’t Bleek spoedig, dat deze niet zo geschikt waren voor het meer ruwe gebruik van den soldaat, terwijl er ook zooveel soorten waren, dat men vaak groote moeilijkheden had met het verkrijgen van de noodige verwisselstukken.

Dit leidde tot de samenstelling van een militair-rijwiel, dat met vermijding van alle luxe, een maximumweerstandsvermogen had. Men hoopt hierdoor langzamerhand een eenheidsrijwiel te krijgen. De meeste onderdeelen moeten nog uit het buitenland verkregen worden omdat de binnenlandsche industrie ze niet kan leveren. Nu kan men ook langzamerhand een stapelmagazijn krijgen, van waaruit voor alle rijwielen de verwisselstukken kunnen verkregen worden. Tijdens ons bezoek was er juist een compagnie wielrijders aan de fabriek, die de oude karretjes kwam inleveren, om daarvoor een nieuw rijwiel –militair model– in ontvangst te nemen. De rijwielen met de uniforme uitmonstering zagen er keurig uit en gaven een indruk van buitengewone soliditeit.

Men is thans ook bezig met het maken van affuiten voor afweergeschut tegen vliegtuigen. Een exemplaar van een afweerkanon op affuit was in de fabriek opgesteld.

Belangrijk is ook, dat de meeste richtwerktuigen voor het geschut geheel hier worden gemaakt en hersteld, terwijl speciale afstandmeters voor de kust-artillerie in de fabriek worden gemaakt, ook alle optische instrumenten, telefoon, telescopen enz. kunnen in de instrumentwerkplaatsen worden hersteld.

Detailtekening van een Houwitser en Affuit 1904

Binnenkort zal de werkplaats voor het herstellen en maken van optische werktuigen, die in de tegenwoordige oorlog van zulk een groote waarde zijn gebleken, aanzienlijk worden uitgebreid.

We hadden verder gelegenheid enkele juist aangekomen exemplaren van het Zweedsche houwitsergeschut te bezichtigen, dat reeds in gebruik is genomen en spoedig in de eigen fabrieken zal worden gemaakt, daar het gieten van geschut, dat in 1904 werd gestaakt, thans opnieuw zal worden ter hand genomen en wel allereerst het gieten van houwitsers.

In de elders gelegen automobielherstelplaats kregen we een idee van de omvang van deze afdeeling. Niet minder dan 60 auto’s waren in herstelling.

De indrukken, die wij hebben opgedaan, samenvattende, menen we te mogen constateren, dat het staatsbedrijf der artillerie-inrichtingen alleszins rekening heeft gehouden met de eischen, die aan een dergelijke inrichting onder de tegenwoordige tijdsomstandigheden moeten worden gesteld; dat het is geworden een enorme industrie of liever een complex van industrieën; dat men alle moeilijkheden zoo goed mogelijk heeft overwonnen en dat, als we binnenkort ook zelf weer geschut gieten, onze legervoorziening in gene deele van het buitenland afhankelijk is.

We willen geenszins ontkennen, dat niet te een of anderen tijd gebrek aan enkele materialen groote moeilijkheden zal kunnen veroorzaken, doch daartegen over meenen we te mogen vaststellen, dat onze wapen- en munitie-productie, ieder geval van oorlog toch ongetwijfeld de belangrijkste takken van het artillerie-bedrijf, in afzienbaren tijd geen gevaar loopen. Niet alleen toch, dat nu reeds maanden en maanden door de tot het maximum opgevoerde productie ongetwijfeld een belangrijke voorraad is aangemaakt, maar zoals ons uit eigen bezichtiging gebleken is —  voor zover dit althans door ons te beoordelen is — zal de nog beschikbare voorraad grondstoffen nog langen tijd voor de grootst mogelijke massa-productie voldoende zijn.

De gehele legeruitrusting, die een belangrijke factor is gebleken te zijn, is bij de artillerie-inrichting in goede handen.

Bronnen, de Middelburgsche Courant, foto’s Emiel, ANP en eigen collectie  ©PDKAIH2019

DE ARTILLERIE INRICHTINGEN HEMBRUG ZAANDAM 1947.

DE ARTILLERIE INRICHTINGEN HEMBRUG ZAANDAM 1947.

De herinneringen van ex werknemer Goos Vonk. (09-06-1932)

Ik ben als 15 jarige jongen als handlanger begonnen in de afdeling landbouw, voor 8 cent per uur. Ik was pas van school en net na de oorlog zaten de goos-vonkambachtsscholen vol en kon ik nergens geplaatst worden. Totdat mijn buurman Van der Bend, die opzichter was bij de Hembrug tot mij zei, nou joh dan kom je toch bij mij op de afdeling. En zo gebeurde het dat ik, in een hele grote hal, gleuven in de kroonmoeren van de landbouwwagens stond te frezen. Maar jongen wat viel dat tegen de eerste  tijd. Ik was dat vrije leven in Oostzaan gewent,  en nu, 7 uur je bed uit, fietsend naar Zaandam en om  8 uur beginnen.  Na een poosje verdiende ik 12 centen per uur. De hal was heel solide gebouwd maar er was heel veel herrie wat werd veroorzaakt door al het aandrijfwerk dat door de hele fabriek aanwezig was en diende voor de aandrijving van de vele draai en freesbanken. Als de grote hoofd aandrijfriem zo nu en dan brak, viel er gelijk een geweldige stilte in de hal vol oude machines. Maar ja, we moesten het er voorlopig mee doen. De moffen hadden alles wat redelijk was naar Duitsland getransporteerd, tot zelfs de centrale verwarming aan toe. Daarom stonden we met vuurpotten in de fabriek, dit heeft niet al te lang geduurd want de verwarming werd snel weer werkend gemaakt, want ijs in de koelvloeistof kon je niet gebruiken. Je kreeg in die tijd extra voedselbonnen, vanwege de zware industrie en ook een overall en / of polshorloge. Langzamerhand kwamen er in het kader van de Marshallhulp nieuwe draai en revolverbanken. Dat waren veelal Engelse machines van de merken Ward, Herbert enz. Hiermee werd de productie langzaam opgevoerd mede omdat er ook beter spaangereedschap kwam.

Fabricage landbouwwagens

In het begin moest ik nog wel eens in de smederij wezen, daar liep een meneer Jonker en die smeedde de mooiste beitels, die hij later harde in olie. Ja, we werkten toen 48 uur, dus ook zaterdags tot half één. We kregen 6 vakantie en 6 snipperdagen. Ja, want Nederland herrees en daar moest door iedereen voor gewerkt worden. Achter een kleine draaibank stond meneer Lassie, die liep in een lederen korset. Die man was door de bezetter helemaal de vernieling in geslagen, maar hij werkte elke dag. Ik heb hem nooit horen klagen, het was nu eenmaal niet anders en bovendien was hij echt niet de enige, er liepen meer van die mensen in de voormalige landbouw. Zo heette die afdeling toen der tijd. Er werd van alles gemaakt zoals wiedmachines, zaaimachines, hooiharken, landbouwwagens, ploegen enz. Als ik dan om half 6 thuis was, dan was het 4 dagen in de week gauw eten, wassen en verkleden. Dan weer op de fiets naar de ambachtsschool, van 7 tot half 10, 5 jaar lang zo’n 8 maanden per jaar. Dit alles om toch de benodigde theorie te vergaren.

gvonk2

Geneeskundige dienst

Zo ben ik mijn loopbaan begonnen, op het toen der tijd geweldig dynamiek bedrijf. Er werkte zo’n 3200 man in de geschut revisie, geweren revisie, bankschroeven fabriek, de gieterij, de AGW 1 en 2 waar metaalbewerkingsmachines gemaakt werden, de smederij, de harderij, het laboratorium en nog diverse andere afdelingen en magazijnen. Dan had je ook nog de geneeskundige dienst, die zat ondergronds in een oude schuilkelder met van die stalen deuren. Als je daar voor de tandarts kwam, moest je in de gang wachten en dan hoorde je de tanden en kiezen van de geen die getrokken werd in een emmer vallen. Zo gehorig was het daar. Overdag liepen er 2 verpleegkundigen ene Siem en ……. De wc had je buiten, een gebouwtje met een stuk of 12 houten deurtjes. Deze stonden bij diverse gebouwen. Door die halve deurtjes kon je goed zien of er gerookt werd, dat was namelijk streng verboden. Er zaten ook diverse schuilkelders op het terrein. Ik kan mij nog herinneren dat wij als jongens eens in schafttijd over het fabrieksterrein zwierven, en een zekere Luuk met een kantoormeisje een schuilkelder zagen in gaan en hoe zij de deur achter zich dicht trokken. Maar er waren enige knapen die de zon niet in het water konden zien schijnen en die hebben een dot hooi in de luchtgaten geduwd en aangestoken. Met als gevolg een enorme rook ontwikkeling waar dan ook de brandweer en de bedrijfspolitie op af kwam. Het gevolg was dat er voortaan tussen de middag veel strenger gecontroleerd werd. Met zomerse dagen zaten wij tussen de middag ook wel eens langs het kanaal of liepen naar de pont.

Na drie jaar in de landbouw heb ik een half jaar in de revisie gewerkt met een zeker Buter. Daar zijn we begonnen om oude stans persen uit Engeland te reviseren en te moderniseren, want die draaiden toen nog op het aandrijfwerk en de kruklagers en glijbanen waren versleten. Die persen waren bedoeld voor de op te starten kleine munitiefabriek. Later kwamen er ook nog persen uit Duitsland, die waren moderner maar ook half versleten omdat er bij gebrek aan koper stalen hulzen op geperst waren. Toen wij klaar waren met die persen moest ik weer naar de afdeling landbouw. Daar werd de afdeling stempels en matrijzen voor kleine munitie gerealiseerd. Onder leiding van de heer Soetterhuis werd ik weer draaier, samen met een heel stel collega’s die net uit Indië terug kwamen, Bos, Baak, Wiersma, van Tuune enz. Maar op een gegeven moment wil je toch wel wat meer verdienen. Toen heb ik een proef werkstuk gemaakt op de leerschool en daar door kwam ik in een vakgroep hoger. Bij de geschut revisie was een draaier ziek en men vroeg mij of ik daar een week of 8 zou willen invallen. Toen de man terug kwam moest ik weer terug naar mijn afdeling. Dit was niet voor lang want ze hadden in de Gereedschap aanmaak (GA) een draaier nodig. Dat hield in dat je gereedschap en proefstukken moest maken, vaak slechts een enkel stuk. Daar werkte ik tegenover een kantoorraam waar de werktuigkundige de heer Brand zat te samen met nog een andere man genaamd Vezon. Die twee hadden eeuwig ruzie met elkander. Het duurde voort tot hij met pensioen is gegaan. De opzichter was Gerd Held. Je werkte daar met allerlei vaklieden, zo’n man. Meneer Hoekstra, Gert Keet en Joop Haak. Die laatste twee zijn later samen leraar op de bedrijfsschool geworden. Maar ik was 25 en wilde meer verdienen. Dat kon niet want ik was te jong. Je moest toen der tijd 26 jaar of ouder wezen om in vakgroep 1 te kunnen komen. Maar ik wel als bankensteller in de AGW 1 komen. Dan kreeg je 15% meer bovenop je salaris. Er bleef niets anders over dus, ik ben bankensteller geworden, onder de opzichters Jan van Leeuwen en Hogerheiden. Er veranderde gelijk een hoop. Ik mocht mij broodje niet meer op eten in de manschappenkantine. Nee, ik moest gelijk naar de beambtekantine, met een gedekte tafel compleet met mes en vork. Ook moest ik voortaan af en toe een dag naar het bureau van de arbeid psychologie.

Maar nu wat anders, want er is in die jaren heel wat gepasseerd. Om maar wat te noemen: de nieuwe gieterij, de modernste van Nederland. Heeft een moment volop gedraaid maar werd later buiten gebruik gesteld als gevolg van protesten van het bedrijfsleven. Onze nieuwe .50 en kleine munitiefabriek. De modernste van Europa is gesloten en verkocht aan Dynamiet Nobel. Het nieuwe geweer AR10. Er zij en er 3000 van gemaakt voor Griekenland en 3000 voor Portugal. Toen mocht het opeens niet meer want Nederland koos voor het FN geweer.

AR10

Wij hadden in de GA een vergroting apparaat van Carl Seis, een echt goed ding. Maar er waren mensen die hadden zich zelf een snoepreisje belooft en hebben in Engeland een nieuwe gekocht. Nu ja, je kon er na een aantal aanpassingen mee werken, maar daar was dan ook alles mee gezegd. Het was een stuk antiek! Dan had je voorheen ook nog voorbij de ronding Zaan – Noordzeekanaal een marine loods staan. Althans zo noemden ze die loods. Hij stond vol met oude en ongebruikte machines. Op een zekere dag hadden ze er weer een stel voor een luttel bedrag verkocht aan machinehandel Voet (Foeth). Toen ze erachter kwamen dat ze er toch nog een aantal van nodig hadden moesten ze het drie dubbele betalen om ze terug te kopen. En dan heb ik het nog niet gehad over al die 2e kamer leden. Zo nu en dan kwam er weer een delegatie. En die liepen dan te verkondigen, al dat spul om mensen dood te maken dat kan toch niet. Maar men vergat ondertussen dat je de soldaten ook niet met houtjes kan uitrusten!!!!!  Dan de heren ingenieurs, de één na de ander haalde soms zijn vriendje in het bedrijf, maar of zij capabel waren. Anders hadden zij de draai en freesbanken wel eerder gemoderniseerd. Al waren zij aardig op weg met de DR200 traploos, maar toch te laat voor het NC (Numerical Control) gebeuren.

Aan de andere kant bezat de oude kern van de Hembrug een geweldig vakmanschap. Als je door de projectiel draaierij liep zag je soms wel 5 beitels tegelijk het toekomstige projectiel bewerken. Ook werd er hoog frequent verhit voor het punten van de huls. Granaten geperst uit een vierkant stuk staal. Of het persen van grote hulzen voor het scheepsgeschut, uit dikke grote ronde koperen platen. Dan hoorde je die pers brullen! Man, wat is het toch verrekte zonde dat de AI naar de bliksem geholpen is door onze regering. De AGW 2 die ze helemaal leeggeroofd hebben. De loopkranen, de verwarming alles wat geld opbracht is meegenomen, want er moest zo nodig genationaliseerd worden. Later is de machinebouw door Figee in Haarlem overgenomen. De hal landbouw, later een wapenfabriek, was een geweldig gebouw met dikke muren en een zaagdak. Zomers was het er heerlijk koel en s ’winters warm. Het is nu helemaal gesloopt. Ik had in dat gebouw enorm veel herinneringen leggen. De trekbank waar zo’n 100.000 sten lopen op gemaakt werden, eerst met olie en later met trichloor dan werden de trekken en velden gladder. Door die trichloor stonden de mensen stoned achter hun draaibank. Er werd al snel een enorme afzuiger geplaatst. Ook was er een gedeelte afgezet door een glazen wand. Daar achter zaten een man of 5 met behulp van poleerschijven onderdelen te poetsen. De mensen mochten ook daar niet roken, dus kauwden ze pruimtabak. Zo nu en dan spuwden ze precies in een bakje met zaagsel, wat soms zo’n 2 meter ver weg stond. En ik zweer je dat het waar is want, ik heb het zelf gezien.

Iets anders wat ik in die tijd ook gezien heb en minder leuk was is dat er mensen die lid van de EVC waren achter hun machines vandaan werden gehaald en ter plekke ontslagen werden. De EVC (Eenheids Vak Centrale) was een Nederlandse vakcentrale gelieerd aan de Communistische Partij Nederland (CPN), die bestond van 1944 tot 1964. Als centraal orgaan publiceerde de EVC het tijdschrift “Werkend Nederland”. Het in het bezit hebben en / of verspreiden / delen van dit blad, lid of geen lid was al genoeg voor ontslag. Zo heb ik menig goed en hardwerkende collega zien vertrekken.

gvonk3

Trotyl gieten

Ook zie nog die mensen lopen in grove witte pakken, hun gezichten soms geel oranje als gevolg van het volgieten van granaten met trotyl. Een heel enkele keer ben ik wel eens in het bos geweest, daar stonden gebouwen met losliggende daken en ze waren omringd met aarden wallen. Boven de gebouwen was een netwerk van koperen draden voor de bescherming tegen bliksem inslag. Daar zaten de springstof deskundigen in een prachtige omgeving met allerlei soorten vogels. Je mocht daar eigenlijk niet komen, maar ik heb daar diverse onderdelen moeten maken voor een Indische ingenieur, meneer Mantel.  Die man werkte daar aan een schokbuis voor 3 cm granaten. Ook kwam ik wel eens in de harderij, waar ze materialen harden in van die grote potten met gesmolten zouten. De temperatuur van die potten werd op 500 – 800 graden gehouden. Oh, er was zoveel te zien daar. Maar na 15 jaar bij de AI, werd mij een baan als banksteller bij de DIF. Een machinefabriek die als toeleveringsbedrijf spangereedschappen maakte voor diverse bedrijven. Ik kon daar zo’n fl. 10, – in de week meer verdienen. Ik kon dat met een gezin niet laten lopen, ondanks de goede vooruitzichten die ik volgens een ingenieur bij de AI had. Ik heb zo’n 3 jaar bij de DIF gewerkt, maar ik moet bekennen dat dat soms niet mee viel. Want je kreeg daar mensen binnen die tuinder waren geweest en dan was het mijn taak om ze het vak van frezer of metaaldraaier eigen zien te maken. Die mensen haalden de stomste streken uit en die moest ik samen met nog 2 collega’s maar weer zien op te knappen. De laatste 25 jaar was ik chef van de machinale bij de firma Meijn, een bedrijf in pluimvee slachtapparatuur. Maar dat vertel ik een andere keer  nog wel.

P.S

Maar het moet mij toch nog even van het hart dat het doodzonde zou zijn, als het Hembrugterrein volgebouwd wordt met woningen. Zo’n prachtig terrein is uitstekend geschikt voor zware industrie.

©PDKAIH2017.

Gebruikte afkortingen: GA Gereedschaps Aanmaak / AGW Afdeling Gereedschaps Werktuigen