HEMBRUGTERREIN EN DE BENDE VAN 4

HEMBRUGTERREIN EN DE BENDE VAN 4

Op 6 januari 2017 was de Hans Kuyper, de schrijver van het kinderboek “het geheim van het Kruitpaleis” weer terug op het Hembrugterrein. Ditmaal niet om inspiratie op te doen voor een nieuw verhaal, maar om met zijn toenmalige band “De bende van 4” een lied / clip op te nemen.

Behalve op het Hembrugterrein werd er ook gefilmd in Ons huis, De Eismolenbuurt (Rosmolenbuurt) en in de school “de Eendracht” in Wormer. Ondanks het feit dat het die dag stervenskoud was, wisten zij de clip “Sams droom zonder bibberende stemmetjes op te nemen.

De bende van 4 – “Sams droom”
Advertenties

DE AIRRAID SHELTER / BRANDWEER OBSERVATIEKOEPEL

DE AIRRAID SHELTER / BRANDWEER OBSERVATIEKOEPEL.

 

Beide cirkels provisorische schuilplaatsen. 1:gesloopte commandobunker, 2: plaats observatiekoepel. 3: nog bestaande commandobunker.gehele terrein.

Op het Hembrugterrein ontstond al snel nadat de Artillerie Inrichtingen vanuit Delft naar Zaandam waren gekomen de behoefte aan veilige schuilplaatsen voor het geval er iets mis zou gaan tijdens het beproeven van en produceren van wapens en munitie. Toen eind jaren 30 van de vorige eeuw de dreiging van een wereldoorlog steeds duidelijker vormen begon aan te nemen, nam die behoefte alleen nog maar toe en begon men voortvarend met de bouw van een aantal kelders (tevens commandopost), tunnels en commandoposten( Bunkers) op het gehele terrein.

Commandobunker 382 (op foto nr.3) © J.Waterreus

In diezelfde periode werden de zeer goed uitgeruste en getrainde bedrijfsbrandweer en de geneeskundig dienst uitgebreid met een afdeling van de luchtbeschermingsdienst. Deze dienst kreeg voor een goede uitoefening van haar taken onder andere de beschikking over een observatiekoepel. Het gevaarte had de vorm van een taps toelopende zes m/m dikke en twee meter hoge stalen cilinder voorzien van een deur, een ontsnappingsluik vlak boven de vloer tussen de twee tegenover elkaar geplaatste houten zitplaatsen en rondom vier kijksleuven. Voor de bevestiging van het geheel was het aan de onderzijde uitgerust met vier stalen beugels.

Folder voor console shelters van Constructors Nuckel Works Erdington (Birmingham

Het geheel was vervaardigd door het Engelse bedrijf “Constructors Nuckel Works Erdington (Birmingham)” en kwamen op de markt onder de naam “Consol shelters”. Hij werd veel toegepast op fabrieksterrein, kazernes en rangeerterreinen.

Observatiekoepel 217 (op foto nr 2) © Marinus Venhuis

Omdat er aan het optiekgebouw, waar men zich onder ander bezig hield met het ontwikkelen en testen van richtmiddelen, nachtkijkers, periscopen enz. Had men voornamelijk voor de periscopen een toren aan het gebouw gebouwd waarop men deze rechtstandig kon testen en tevens een vrij uitzicht had over het terrein en de wijde omgeving, was dit dus tevens de plek die men had gekozen de observatiekoepel te plaatsen en branden, bominslagen, vijandelijke vliegtuigen enz. in een vroeg stadium te kunnen waarnemen en alarm te slaan. Dat gebeurde door luid te roepen of naar het gebouw af te dalen en daar telefonisch de commandoposten in kennis te stellen. Deze zorgden ervoor dat het personeel naar de aangewezen schuilplaatsen ging en de hulpdiensten werden ingeschakeld en zo nodig ook hulp van buitenaf.

De provisorische schuilgelegenheden voor het rijtje van Houtwipper (Delftse rij) aan de Havenstraat.

Dit geheel zou later nog worden uitgebreid met een aantal provisorische schuilplaatsen in de noord/west en zuid/oosthoek van het terrein. Ook werden er langs het rijtje van Houtwipper*, de woningen op de Havenstraat die daar in 1929 gebouwd waren voor de medewerkers van de optiekafdeling die van uit Rijswijk (Delft) naar Zaandam waren verhuisd, enige provisorische schuilgelegenheden gebouwd.

Tegenwoordig we spreken juni 2018, zijn de commando bunker (op de foto nr.3) de diverse ondergrondse schuilkelders (Er moet er waarschijnlijk nog één, bewust niet meer op tekeningen staande zijn, die in het verleden is afgesloten) en de koepel nog aanwezig. Als er niets wijzigt tijdens de planvorming blijven deze alle behouden. Alle provisorische bouwwerken zijn na WW2 verwijderd en de 2e commandopost (nr. 1 op de foto) is 2003/2004 gesloopt en alleen de bodem en fundering nog ondergronds aanwezig.

Voor zover bekend is de koepel de enige die nog op zijn originele standplaats staat. Ook waren er indertijd niet veel van dit soort koepels die geschikt waren voor twee personen.

*Deze rij woningen is oorspronkelijk vernoemd naar de bedenker van het plan om deze werknemers naar Zaandam te halen en voor hen een woning te bouwen (1929) (Houtwipper, administrateur en later directeur). Zaankanters noemden het al snel de Delftse rij omdat de mensen die er woonden uit Delft (Rijswijk) kwamen en deze naam is tot op de dag van vandaag blijven hangen en wordt nu zelfs in officiële documenten gebruikt.

Bronnen persoonlijk archief, J. Waterreus en Marinus Venhuis. Foto’s tenzij anders vermeld ©PDKAIH2018.

 

 

GIFGROND HEMBRUGTERREIN KOST STEEDS MEER BOMENLEVENS

GIFGROND KOST STEEDS MEER BOMENLEVENS

NHD 09-06-2018

Door Willemien Schenkeveld


Peter Kruit: Aardig artikel maar over openbaar toegankelijke plaatsen waar in het verleden zware verontreinigen zijn aangetroffen en nu mensen met metaaldetectoren ongestoord munitie / munitieonderdelen zoeken en vinden, planten worden uitgegraven etc. en verontreinigen die zijn verspreid door de saneringen wordt nog steeds gezwegen. Evenals over de gevaren waaraan bezoekers en deelnemers aan de mil. evenementen hebben blootgestaan toen zij zichzelf in die zelfde levensgevaarlijke grond ingroeven er doorheen kropen en slopen, en er zelfs lagen te slapen. Paarden liepen er te grazen en de boel werd omgeploegd, ook over de vernielingen van broedgelegenheden en nestgelegenheden van de uil, spechten etc en diverse zoogdieren, reptielen en het dichtmetselen van vleermuisverblijfplaatsen zwijgt men als het graf. Zelfs een simpel verbods / waarschuwingsbordje bij de openbare verontreinigen is teveel. ps, De nabestaanden zijn dusdanig gekwetst door het gehele gebeuren en door de reacties op hun vragen, dat zij op geen enkele wijze, met wie dan ook, nog contact willen over de wijze waarop dit allemaal gebeurd is. Hoop dat dit wel gerespecteerd wordt.

Mascha Jonkman: Heb ook de onderzoeken van cobra gelezen en in de Facebookgroep Groen Zaans geplaatst. Wat ik mis is goede informatievoorziening door de gemeente, een overtuigende uitleg over de noodzaak van de kap. Ook kon mijn wob verzoek geen duidelijkheid geven over of er wel een ontheffing op grond van de wet natuurbescherming was. En of dus op passende wijze is omgegaan met fauna. Waarom kan niet worden volstaan met afgraven en nieuwe aarde? Moet er echt worden opgehoogd en in die mate? Ik begrijp ook uit dit artikel dat de gemeente de aanvraag voor kap in het kleibos kritisch beoordeelt. Ik hoop dat er dan ook goed wordt uitgelegd wat er gebeurt en waarom.

DE SPOORDIJK – HERINNERINGEN UIT DE HAVENBUURT

De havenbuurt te Zaandam is een buurt die grotendeels is gebouwd voor de werknemers van de Artillerie Inrichtingen Hembrug. Het is altijd overigens net als andere gemeenschapjes  uit de Zaanstreek een min of meer gesloten gebied geweest  met zijn eigen regels en gebruiken. Een aantal bewoners heeft zijn / haar belevenissen uit de tijd dat zij er kwamen wonen, woonden en werkten aan het papier toevertrouwd. Deze prachtige boekjes, die een mooi tijdsbeeld vormen uit een voorbije tijd hadden een beperkte oplage en werden voornamelijk door mede Havenezen gekocht of bij diverse gelegenheden geschonken. Sommige van deze boekjes waren alleen voor familieleden bestemd. De rest van Zaandam had er weinig interesse in  of zelfs helemaal geen weet van. Eén van de schrijvers van zo’n boekje was een zoon van een werknemer van de Artillerie Inrichtingen. Het boekje dat hij schreef heet  “Buitenbeentje in het Havenkwartier” en het onderstaande verhaal komt uit het hoofdstuk De Spoordijk.

DE SPOORDIJK

Lang geleden, rond 1906, was de Hembrug, toen de grootste Europese draaibrug voor treinen, gebouwd. Daarvoor was er een paar honderd meter meer oostwaarts al een eerdere spoorlijn en spoorbrug geweest. Die eerste brug was echter te laag voor het vele scheepvaartverkeer en moest worden vervangen en de spoorlijn werd meer naar het Westen verlegd. Maar een stukje oude spoorlijn dat vlak achter de huizen aan de Archangelstraat liep was blijven liggen en splitste zich nu voor aan de haven af van de NS hoofdlijn van Zaandam naar Amsterdam. Dat liep nu via een toegangshek naar het A.I. terrein. Regelmatig werd dat deel van die oude spoorlijn, ook op een dijklichaam was aangelegd, nog gebruikt voor aan- en afvoer van materiaal voor deze fabriek.

1. de aftakking, 2. de poort naar de AI, 3. de spoorlijn naar Amsterdam

Tussen deze spoorlijn en de achtertuintjes van de mensen aan de Archangelstraat stond een ca. 2 meter hoog hek met harmonica gaas bespannen en weelderig begroeid met winde die vaak prachtig bloeide. In het gaas van dat hek zaten echter veel gaten waardoor jong en oud gemakkelijk op de spoordijk kon komen. Die spoordijk was in de oorlog en de eerste jaren daarna een ontmoetingsplaats voor de jongeren waar van alles te doen was en op het brede laatste toegankelijke deel zelfs ruimte genoeg om te voetballen. Er waren wat plekken grasvrij gemaakt die als zandbak benut werden door veel buurtkinderen. Als je er heen ging, ging je  ‘nog even naar de dijk’.

R. Klopper op de wissel in het smalle gedeelte van de spoorlijn

Schuin tegenover onze straat zat in de Archangelstraat een steeg naar het Hembrug hek en daar was een poort in dat hek naar het pad wat vanuit de woonbuurt over de dijk leidde naar de volkstuinen. Die volkstuinen, ´Nut en Genoegen´ geheten, waren met smalle kikkerslootjes gescheiden van de oude spoordijk en aan de andere kant van de Provinciale weg. Als het winter was konden we er zo over de bevroren slootjes lopen en dan scoorden we wel eens een spruitje op die volkstuinen om dat rauw op te eten.

Volkstuinen complex “Nut en Genoegen” op de achtergrond de spoordijk achter de woningen van de Havenstraat.

Er werden ook wel eens stiekem vuurtjes gestookt op de dijk. Soms ging er zelfs een klein hooiklampje in de hens en daardoor kwam ikzelf helaas nog eens bij de kinderpolitie terecht, toen nog gevestigd op de hoek Gedempte Gracht en Carinastraat. Maar ja fikkies stoken was dan ook wel een spannende bezigheid voor jongetjes van bepaalde leeftijd. Als je ‘lucies’ bij je had was je een hele Piet. 

Zomers was er op die dijk een pracht aan bloemen en vlinders te zien van grote pauwen tot kleine blauwe en gele die je tegenwoordig bijna nooit meer ziet.En uiteraard vingen we er ook veel sprinkhanen en plukten er bramen waarvan we even aten in het voorbijgaan. Aan de kant van de woonwijk was de dijk niet zo hoog maar aan de andere zijde liep hij vrij steil af met een hoogte tot wel een meter of zes bij het hek van de A.I.

In de winter kon je geweldig van die kant van de dijk af sleeën en de slootjes ernaast en die tussen de volkstuintjes en de Provinciale Weg waren de plekken waar ik en vele andere het schaatsen nog hebben geleerd.Toen ik ooit aan mijn ouders wilde tonen dat ik ook kon schaatsen en ze speciaal naar de slootjes kwamen om te kijken naar mijn vorderingen lukte dat ineens helemaal niet meer en gleed ik steeds met één been weg. Ik begreep er niets van maar toen we daarna teleurgesteld naar huis terugliepen ontdekte ik dat bij één van de schaatsen het ijzer er niet meer onder zat. Mijn schaatscapriolen met 1 ijzer werden nog jaren aangehaald in ons gezin.

Sleeën kon je er dus ook geweldig, van de dijk af, op de hoogste plaatsen ging dat zelfs in twee delen eerst een stijl stukje, dan vlak en dan weer stijl. Je ging er als een speer van af. Onze slee was door buurman van het Veer gemaakt, de timmerman die achter in zijn schuurtje in opdracht van ouders voor speelgoed en kindermeubilair van de kinderen in de buurt heeft gezorgd. Alleen waren zijn ontwerpen wel eens niet zo geweldig, de deurtjes van de garages waren zo krap dat je er bijna geen autootje in kon krijgen. Hij maakte ook ophaalbruggen naar het voorbeeld van de kippenbrug bij het Zwarte Pad en pakhuizen. In de meeste gezinnen was wel iets van hem te vinden en ik had ook een dergelijke garage en ophaalbrug, gekregen op een verjaardag of van de Goedheiligman. En later kwam er nog een kindertafeltje en -stoeltje en poppenwieg voor mijn zus.

De slee was ook verkeerd gemaakt met de ondersteuning er in de breedte opgetimmerd in plaats van overlangs. Hij zag er mooi uit, roodgelakt met blanke spijlen, en gewoon met sneeuw op straat ging het sleeën er prima mee maar toen ik samen met zus Erica van de spoordijk af roetsjte viel de slee vrijwel in onderdelen uiteen en lag het hele zitgedeelte eraf. We hebben hem wel weer in elkaar gezet maar nooit meer echt gebruikt, alleen nog als zitplaats op onze slaapkamer. Hij bleef toch een beetje krakkemikkig. 

Als je op die spoordijk met je oor op de rails luisterde kon je het Hembrug treintje in de verte al horen aankomen en dan kon je zo mooi oude munten of kiezels laten pletten op de spoorrails als het treintje, dat waren van die kleine motorlocs, langs kwam. Dan legden we die centen of stenen op de rails en verscholen ons in het lange gras tot ze al knarsend en vaak fluitend voorbij waren. Soms mocht je ook op die trein meerijden van voor aan de haven tot het Hembrug terrein en als het soms niet mocht en het was een beetje lange trein probeerde je er later al rijdend toch op te klimmen want ze gingen nooit hard.

Motorloc 225 “de Sik” het Hembrugtreintje.

In de sloten naast de dijk en door het weiland naast de volkstuinen en langs de Provinciale Weg kon je ook dikkopjes, stekelbaarsjes en salamanders met die mooie oranje buiken vangen. We namen ook wel watertorretjes en slakken mee naar huis om de glazen potten etc. waarin we salamanders of stekeltjes hielden schoon van algen te likken. We wisten op den duur precies de plekken waar het meeste te vangen was. En dan gingen we later kleine wormpjes zoeken in het plantsoen om ze te voeren.  Maar meestal gingen de vissen en salamanders binnen een week al weer dood door bedorven of stilstaand zuurstofarm water en het overvoeren.

Veel ouders kwamen regelmatig op de dijk kijken naar de bezigheden van hun kroost en vooral ’s avonds bij het voetballen was het er aardig druk. En natuurlijk was het daar door het ontbreken van verkeer ook een vrij veilige speelplaats. Later, ik denk zo tegen 1951, werd er een betonnen schutting neergezet met prikkeldraad er bovenlangs en was het er over klimmen veel moeilijker. Ook waren er toen af en toe bewakers die je wegjoegen en achtervolgden en dus kwamen de ouders er ook niet meer maar was het voor ons jongens nog wel spannend om uit hun handen te blijven. Overigens een tamelijk ondoordachte actie voor een terrein wat verder helemaal niet in gebruik was. Het heeft vermoedelijk alleen maar extra geld gekost maar dat was bij het toenmalig staatsbedrijf vermoedelijk geen bezwaar.¹

De kinderen moesten nu weer tussen huizen in de smalle straatjes spelen en voetballen en dat gaf veel meer overlast in de buurt. Ik zag recent dat veel bewoners van de Archangelstraat stukken van de van rails ontdane spoordijk bij hun erf getrokken hebben.

Hier nog een klein stukje spoordijk en de betonnen schutting maar waar de rails echter al weg waren.

Verhaal ©J. de Jong, overige tekst ©PDKAIH2018, Foto’s ©J.de Jong / PDKAIH2018 

¹(de werkelijke redenen voor het vervangen van het gazen hek door een betonnen schutting en prikkeldraad waren de vele gevaarlijke plaatsen op het terrein, het ontvreemden van rijks eigendommen, op en van de trein springen, voorwerpen op de rails leggen en de belangrijkste en echt ontoelaatbare: het ondergraven van de spoordijk!. De enthousiaste jeugd bouwde hutten (holen) in het hoge deel van de spoordijk zich totaal niet bewust van de onvoorspelbare gevolgen dit kon hebben wanneer een al dan niet met munitie geladen trein plots in de dijk zou wegzakken).

LAATSTE BEELDEN VAN HET BOS OP HET HEMBRUGTERREIN

Laatste beelden van het ooit unieke historische en bosrijke Hembrugterrein vlak voor men begon met het rigoureus slopen van gebouwen en het rooien van nagenoeg alle onder begroeiing en het kappen van meer dan ruim 700 bomen en daarmee niet alleen de flora maar ook de fauna een onherstelbare slag toebrengend. En het voor Nederland unieke kleibos gelegen midden in een veenweidegebied voor altijd heeft vernietigd ©PDKAIH2018

DE AI EN HET RAADSEL VAN DE DODE DUITSER

Het zou de titel van een spannend jongensboek kunnen zijn, maar dat is het niet. Het is een serieuze speurtocht naar één van de vele geheimen van het Hembrugterrein.

Ik heb vanaf 1979 tot 2003 op de afdeling bedrijfsbeveiliging van Eurometaal gewerkt. Tot onze taken behoorde o.a. de beveiliging van het gehele Hembrugterrein. Na die tijd werkte ik als bewaker toezichthouder bij Hembrug beroepsopleidingen en werd door deze in die functie uitgeleend aan de dienst der Domeinen, eigenaar van het gehele terrein. Dit eindigde in 2013. Verder was  ik mij gedurende deze laatste functie en ook in de drie jaren daarna, dus tot 2016 vrijwilliger bij het Hembrugmuseum. Maar dit terzijde.

Gedurende mijn tijd bij Eurometaal, was mijn directe chef er altijd als de kippen bij als er ergens in het bos op het terrein gegraven, gekapt of anderszins werkzaamheden werden uitgevoerd. Toen ik heb eens vroeg waarom hij daar altijd zo nieuwsgierig naar was vertelde hij mij het volgende:

“Aan het einde van de tweede wereldoorlog werkte er hier een Duitse soldaat bij de wacht die bij niemand maar dan ook niemand geliefd was. Het was een etter van een kerel die al menigeen  wat geflikt had. Toen de Duitsers hun strijd op moesten geven is deze man, vermoedelijk door het verzet neergeschoten en hebben ze zijn lichaam met alles er op er aan ergens op het terrein begraven. Ben er alleen nooit achter gekomen wie dat gedaan hebben en waar hij ligt.”

Dat was op zich best een spannend verhaal, maar ik wist niet wat ik er verder van moest denken. Jaren nadat de chef was overleden heb ik nog wel eens geprobeerd om de waarheid achter dit verhaal te achterhalen. Dat kwam om dat iemand na een lezing in het verzorgingstehuis het Pennemes aan mij vroeg : “hebben ze die dooie Duitser nu al eens gevonden?” Ik heb toen dadelijk naar meer informatie van dit verhaal gevraagd, maar meer dan dit heb ik ooit eens van mijn ouwe heer gehoord, dat die mof daar ergens ligt, kwam er niet uit. Omdat ik verder geen enkel aanknopingspunt had heeft dit tot niets geleid en verdween het verhaal weer in de doofpot.

Totdat ik vorige week het volgende stukje tekst en een tekening van een destijds vijfjarig jongetje in handen kreeg. Het maakt deel uit van een veel groter verhaal waarover ik later meer zal schrijven.

“Verder zal ik ook nooit vergeten dat ik na de bevrijding met wat vriendjes, op de spoordijk direct achter de huizen van de Archangelstraat, speelde en we naar het bebouwde Hembrug terrein liepen. Daar stond toen nog geen hek voor maar alleen een wachthokje waar in altijd een bewaker zat die je wegstuurde als je te dicht bij kwam. We waren toen in uitgelaten stemming, kennelijk was de druk die van de ouders was afgevallen ook niet meer bij de kinderen aanwezig. En om een of andere reden dachten we dat we nu ook het Hembrugterrein op mochten gaan en er waren ook wel wat grotere jongens bij die de leiding hadden. 

We troffen het wachthokje op zijn kant aan en er was geen bewaker te zien.

We vonden het geweldig dat er geen bewaking meer was, we konden nu zo het terrein verkennen. Dat was heel spannend gebied en het feit dat het eigenlijk niet mocht maakte het nog spannender. Op dit terrein waren namelijk veel interessante gebouwen waarvan er door veel deels leeg stonden doordat de fabriek gesloten was en ook was er een echt bos met veel vogels waaronder veel reigers.

Maar toen ik bij het omgevallen wachthokje aankwam en naar binnen keek lag daarin een bewegingloze man in Duits uniform op de grond. Hij was natuurlijk dood maar dat besefte ik niet en het leek alsof hij me aankeek. Ik schrok me wild en ben als een haas naar huis gerend maar er daar vermoedelijk niets over gezegd. Ik was toen nog geen vijf jaar en begreep wel dat er iets mis was maar niet wat ik daar mee aan moest.

Het omgevallen wachthokje met daarin de dode Duitse soldaat.

Wat de andere jongens gedaan hebben weet ik ook niet, wel dat het hokje later weer overeind stond en leeg was maar ik durfde er toen eerst zelfs niet meer in de buurt te komen.”

Dit geeft het verhaal weer een heel andere bijzondere wending. Om nu eindelijk achter het hoe wat waar en waarom van dit verhaal te komen heb ik het Zaans gemeente archief benaderd met enkele vragen. Als de soldaat echt ergens zomaar in het bos begraven ligt, moet er ergens iets geregistreerd zijn van zijn vermissing. Is de man gevonden en begraven zou dat ook ergens geregistreerd moeten zijn.

Heb tot op heden nog geen antwoord maar het verzoek is pas van de week gedaan en ook daar moeten ze de gelegenheid hebben om het een en ander uit te zoeken. Verder heb ik vandaag met Merel Kan van de Orkaan een bezoekje aan de locatie gebracht en ook zij zal een oproepje plaatsen met het doel meer informatie over dit verhaal te vinden. Maar ook onder de trouwe lezers van deze site zijn er misschien mensen die wat meer van of over dit bijzondere verhaal weten. U kunt uw info via het contactformulier op deze site naar mij toezenden. ©PDKAIH2017

p.s. de naam van de schrijver van het stukje en de maker van deze tekening is mij bekend maar om diverse redenen wordt deze op dit ogenblik nog even niet vermeldt.

Het filmpje uit de Orkaan:

Naar aanleiding van dit verhaal en het filmpje heb ik enige reacties ontvangen. In één daarvan werd er gezocht naar een voorval dat rond of op dezelfde tijd in Zaandam heeft plaats gevonden. Mede namens zijn familie ben ik hierdoor nu ook opzoek naar de Nederlander Peter Johannes Nijkamp. Weet u wat over hem is overkomen dan horen wij dat natuurlijk ook erg graag.

WAAROM DE ARTILLERIE INRICHTINGEN FIETSEN GINGEN MAKEN / HERSTELLEN

WAAROM DE ARTILLERIE INRICHTINGEN FIETSEN GINGEN MAKEN / HERSTELLEN

Ruim een eeuw geleden werd besloten het kavaleriepaard dat eeuwen lang de trouwe kameraad van soldaten en daarvoor zelfs van krijgers en ridders was geweest niet meer van deze tijd was, en daarom moest worden vervangen door de legerfiets, toen nog vélocipède genaamd.

Opgezadeld voorpaard voor Artilleriespan

De voordelen van dit besluit zouden er legio zijn:

1 .Door het gebruik van fietsen worden er geen paarden aan de landbouw onttrokken.
2. Er hoeven geen koetsiers meer ingehuurd te worden.
3. Bij een eventuele brand loopt de fiets niet zoals een paard de vlammenzee in.
4. Bij het verplaatsen van kavalerie en rijdende artillerie is minder ruimte in de spoortreinen nodig.
5. Bij aanvallen op carrés (legeropstelling) kan de fiets eventueel van een stormram worden voorzien.
6. Bij oproer in steden gaat er geen tijd verloren als gevolg van het opzadelen.
7. Een fiets is van voren erg smal en heeft dus weinig trefkans bij schermutselingen.
8. De veterinaire dienst kon afgeschaft worden door het vervallen van kwade droes, kolieken, overkooting, kreupelheid en dergelijke.
9. De besparing aan kosten voor hoefijzers en sporen zal er toe leiden dat in minder dan twee eeuwen onze landsdefensie geheel op orde is.

Of dit laatste waar is zal de toekomst leren, feit is wel dat de wielrijders inmiddels al weer uit het zicht verdwenen zijn en vervangen door allerlei futuristische zaken.

Als gevolg van dit besluit werd in 1913 het korps wielrijders opgericht. Kort na hierna werden de constructiewerkplaatsen in Delft uitgebreid met een rijwielherstelwerkplaats. Omdat de fietsen overal vandaan kwamen (veelal gevorderd) was er een groot gebrek aan onderdelen want er was werkelijk geen één fiets gelijk aan een ander. Omstreeks 1915 kwam daarin verandering en begon men fietsen uit aangekochte en zelf vervaardigde onderdelen samen te stellen en ontstond er meer eenheid in de fietsen van het korps wielrijders.

Tekening van een legerrijwiel 1915

Ook voor het K.N.I.L. werden er fietsen geleverd. Tot c.a. 1932 werden deze door het ministerie van Koloniën aangeschaft bij het Groningse rijwielbedrijf A. Fongers. Maar ongeveer halverwege de jaren 30 stapte men over op door de Artillerie Inrichtingen gemonteerde exemplaren. Deze waren aanmerkelijk goedkoper. Het normale met twee versnellingen uitgeruste Fongers rijwiel koste in 1931, Hfl. 149,41 per stuk. Het standaard legerrijwiel dat door de Artillerie Inrichtingen geleverd werd was gemaakt van dikker materiaal dan een civiel exemplaar. Voor het K.N.I.L. waren zij voorzien van een dof grijsgroene kleur en op het balhoofd bevonden zich een rode en daaronder een blauwe band van elk 10 cm hoog.

Door de AI vervaardigd rijwiel voor het KNIL ca. 1930

Verder waren zij samengesteld uit B.S.A. onderdelen en voorzien van een dubbele torpedonaaf voorzien van twee versnellingen. In het voorwiel bevond zich een naaf rem die d.m.v. een handel op het stuur bediend kon worden, Voor het achterwiel was het voorzien van een terugtraprem. Het voorwiel was voorzien van 32 spaken nr.14 en het achterwiel had voor de stevigheid en grotere belasting 40 van deze spaken. Verder was het rijwiel voorzien van een bagagedrager, fietspomp en een bel. De framehoogtes die geleverd konden worden waren 56 en 58 centimeter en op verzoek kon men ook 60 cm hoge exemplaren bestellen. De prijs die voor een dergelijk rijwiel betaald moest worden was in 1938 hfl. 80,00 .

Rijwielherstelwerkplaats te Delft ca. 1915

Vanaf 1895 moesten de werkplaatsen o.a. al gevolg van andere inzichten en ruimte gebrek in de steeds meer bebouwde van Leeuwenhoeksingel en Delftse Houttuinen de stad verlaten. In 1924 werd besloten de Constructiewerkplaatsen op te heffen en de laatste werkzaamheden ook naar het Hembrugterrein te verplaatsen. In 1926 was de verhuizing voltooid. De rijwielherstelwerkplaats bevond zich toe al bijna vier jaar aan de Hembrug. Hun verhuizing had al op 31 december 1922 plaatsgevonden. ©PDKAIH2017

Zie ook: