EEN JEUGDIGE VERZETSDAAD BIJ DE ARTILLERIE INRICHTINGEN.

EEN JEUGDIGE VERZETSDAAD BIJ DE ARTILLERIE INRICHTINGEN.

Het zal de zomer van 1941 geweest zijn. Met ons vaste clubje van de Lijnbaanstraat gingen we salamanders vangen. Lopend de sluis over en via de Hogendijk en het Zwarte pad naar de sloot langs de spoordijk.

Het Zwarte pad

Daar zaten prachtige salamanders. Jampotjes met gaatjes in de deksel en schepnetje mee. Richting van de pont was er tussen de volkstuintjes langs de spoordijk en het fietspad een sloot met helder water. Je kon de salamanders duidelijk zien. De mannetjes waren het mooiste. Ik had al eerder een paar salamanders gehad. In een glazen kom met een stukje hout er drijvend in. Daar klommen ze op. Ik voerde ze met miereneitjes. Een lang leven hadden ze niet. Nu op jacht naar vervangende exemplaren. Dat lukte en met gevulde potjes liepen we verder naar de pont. We troffen het. De indrukwekkende Hembrug draaide voor een Duits oorlogsschip. We liepen verder langs de pontwachterswoningen en de gebouwen van de Artillerie Inrichting. Bij de fabrieksingang stonden een paar moffen.

De kraan nabij de hoofdingang van de Artillerie Inrichtingen

Verder stond een hijskraan aan de kanaalkant. Nieuwsgierig gingen we op onderzoek en tot onze verbazing kon je op de plaats van de kraanmachinist komen. Aan een wand een klembord met gereedschap. Iemand opperde dat de moffen de kraan niet konden gebruiken zonder dat gereedschap. Vlug pakte ieder wat van het glimmende gereedschap en snel verder langs de Hemkade en Havenstraat op huis af. Hadden we die Duitsers mooi een loer gedraaid©Dick Bakker

 

RIJKSVAARTUIGEN BIJ MOTORDIENST AI HEMBRUG.

RIJKSVAARTUIGEN BIJ MOTORDIENST AI HEMBRUG.

In de periode tussen de beide wereld oorlogen maakten de Artillerie Inrichtingen aan de Hembrug, voor het transport van wapens en munitie gebruik van een acht tal motorschepen.

Voor de wal bij de AI

Deze motorvrachtschepen van de “ Motordienst Hembrug” waren Rijksvaartuigen die bij de AI waren ondergebracht. Ze droegen behalve een nummer ook allemaal de naam “Rijksvaartuigendienst Motordienst (nummer) Hembrug A.I. Ook werden zij wel aangeduid als “luxe motors”. Verder waren ze als ze geladen waren met munitie voorzien van de buskruitvlag en een duidelijk bord met de tekst : BUSKRUIT

Buskruit vlag en bord

Voor WWII vervoerden zij wapens en munitie door geheel Nederland.

Laden bij de AI

Laden bij de AI

Wapens en munitie voor de export en voor de overzeese gebiedsdelen werden naar Rotterdam gebracht en daar overgeladen in zeeschepen.

Laden vanHMS de Ruyter in de munitiehaven te Buitenhuizen

Verder bevoorraden ze ook schepen van de marine o.a. in de Buskruithaven te Buitenhuizen.

De schepen hadden verschillende tonnages

Rijksvaartuig Motordienst    I AI  25 ton
Rijksvaartuig Motordienst   II AI  80 ton, schipper F. Mos
Rijksvaartuig Motordienst  III AI  93 ton, schipper A.C. de Lindt
Rijksvaartuig Motordienst  IV AI  86 ton, schipper Z. Hoogezand
Rijksvaartuig Motordienst   V AI
Rijksvaartuig Motordienst  VI  AI
Rijksvaartuig Motordienst VII  AI schipper A. Beukers
Rijksvaartuig Motordienst VIII AI 130 ton, schipper A. Beukers

Voor de wal met kraan bij de AI

Arie Beukers was behalve schipper op de VIII ook schipper op de VII. En tevens na de oorlog ook kraandrijver op de kraan staande op de loswal van de AI te Zaandam. Ook is er bekend dat er op 10 mei 1940 een militair geneeskundig dienst in een daarvoor speciaal voor de oorlog gebouwde schuilkelder was ingericht . Ook waren er twee motorschepen omgebouwd voor het vervoer van gewonden naar Amsterdam. Eén van de vaartuigen betrof een schip van de AI motordienst die plaats bood aan 30 bedden een tweede schip was ingehuurd en had 65 bedden aan boord.

Tijdens de zomer van 1942 werden de schepen II, III, IV, VI en IX door de Duitsers gevorderd.
Het is volgens het bovenstaande  dus heel goed mogelijk dat er nog een negende schip (IX) was, maar daar over is behalve dat (nog) niets bekend.
In 1943 was ook de VIII aan de beurt en werd toegevoegd aan de Nord-Reederei. Hij ging verder door het leven als de Nord 150 en deed gedurende de oorlog dienst in Noorwegen. Na de oorlog kwamen de schepen weer terug en werden voor herstel van en transport door Nederland ingezet. De schepen zouden eind jaren 40 zijn verkocht en hier zou hun verhaal eindigen. Het is echter bekend dat één van de schepen hierna als DB 21 dienst heeft gedaan bij het Depot Bruggenbouw en in 1953 is omgebouwd tot hulpbergingsvaartuig RV 30. De gegevens van dit schip waren na het ombouwen 31,32 x 5,12 x 1,40 meter, laadvermogen 60 ton en voorzien van een Kromhoutmotor van 80 pk. Oorspronkelijk gebouwd in 1922 bij Scheepsbouw en Reparatiewerf “De Hoop” v/h Gebr. Boot te Leiden.  Een ander en tevens het grootste schip van de vloot de VIII (130 ton) werd door de AI weer ingezet voor munitietransporten en voor de levering van de door hen vervaardigde landbouwwerktuigen aan de in ontwikkeling zijnde Noordoostpolder. Tijdens de watersnood van 1953 is het schip ingezet voor het vervoer van hulpgoederen naar de ondergelopen plaatsen Halsteren, Fijnaart en Willemstad.

De Hembrug III in Willemstad

Deze laatste plaats was bekend bij de schippers van de Hembrug want op een foto van voor de oorlog zien we de III van schipper A.C. de Lindt in de haven van Willemstad. De VIII van schipper A. Beukers werd eind jaren 50 via de dienst domeinen verkocht. ©PDKAIH2017

06122019 UPDATE uit teruggevonden documenten is inmiddels gebleken dat er behalve een negende IX ook nog een tiende X is geweest. Nader info volgt later.