HET ONTSLAG VAN A.WILOD VERSPRILLE

A. WILOD VERSPRILLE

De 1e Luitenant der infanterie A. WILOD VERSPRILLE was in de mobilisatiejaren voorafgaande en gedurende de 1e wereldoorlog tewerkgesteld bij de Artillerie Inrichtingen Hembrug en daar verantwoordelijk voor het keuren van de door het bedrijf in Amerika aangeschafte Colt mitrailleurs.

M1895 Colt Browning mitrailleur

Aan het einde van deze oorlog, werd hij door de directie van de Artillerie Inrichtingen belast met het op grote schaal aanmaken van lichte mitrailleurs.
Toen het een en ander, ondanks diverse gesprekken met hem niet naar volle tevredenheid werd uitgevoerd, werd VERSPRILLE ontslagen.
Volgens VERSPRILLE was dit ontslag volkomen onterecht en hij schreef dan ook een brief naar het Departement van Oorlog met het verzoek een onderzoek in te stellen naar zijn ontslag.

DE BEHANDELING VAN HET VERZOEK

Het verzoek werd onder n°.166 op de agenda geplaatst: 166. Inlichtingen op het adres van A. WILOD VERSPRILLE, 1e luitenant der infanterie op non-activiteit, te Nijmegen, houdende verzoek een onderzoek te willen instellen naar zijn ontslag bij het Staatsbedrijf der Artillerie-Inrichtingen. (Gedrukt onder n°. 439 der Zitting 1921—1922.)

(439. 1.)

BRIEF VAN DE MINISTER VAN OORLOG

Aan den Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal.

’s Gravenhage, 21 februari 1922,

Ter voldoening aan het gevraagde in Uw schrijven van 11 november 1921, n°. 154, heb ik de eer U Hoogedelgestrenge het volgende te berichten omtrent het verzoekschrift van den 1e luitenant A. WILOD VERSPRILLE.

 De directie der Artillerie Inrichtingen belastte in februari 1918 den eerste-luitenant A. WILOD VERSPRILLE met de leiding en de aanmaak op grote schaal van lichte mitrailleurs, o. a. omdat deze officier gedurende zijn verblijf aan de Artillerie-Inrichtingen een uitgebreide kennis omtrent verschillende stelsels van mitrailleurs had opgedaan en hij belast was geweest met de keuring van de tijdens de mobilisatiejaren in Amerika bestelde COLT-mitrailleurs, welke keuring hij zeer tot tevredenheid van den vertegenwoordiger van het munitiebureau te New-York had verricht en waardoor hij zijn kennis omtrent de vervaardiging van mitrailleurs had verrijkt.
Voorts werd mede rekening gehouden met het gunstige oordeel, dat de directie had omtrent den technische aanleg van requestrant, in verband met diens vroeger werk bij de Wapenfabriek. Op grond van een en ander mocht de directie verwachten, dat de mitrailleuraanmaak bij meer genoemden officier in goede handen zou zijn.
De heer WILOD VERSPRILLE behoefde geenszins tot het op zich nemen der leiding te worden overgehaald; hij had bij de directie krachtig op het ter hand nemen van de mitrailleuraanmaak aangedrongen en zich geheel vrijwillig en gaarne voor de leiding van die aanmaak beschikbaar gesteld.
Dat de directie alleen de heer WILOD VERSPRILLE tot de aanmaak in staat zou hebben geacht is niet juist. Aanvankelijk werkte genoemde officier onder de bedrijf chef van de Wapenfabriek, terwijl de directie uitdrukkelijk verlangde, dat zoveel mogelijk overleg zou worden gepleegd met de beproefde speciale wapentechnici, die de voorafgegane voorbereiding en gedeeltelijke uitvoering van de aanmaak voor deze mitrailleurs op kleiner schaal hadden geleid, doch nu te zeer bezet waren met ander werk om ook met de aanmaak in het groot te worden belast.
Na het vertrek van genoemde bedrijf chef in augustus 1918 kreeg de heer WILOD VESSPRILLE geheel zelfstandig de leiding van de mitrailleurfabriek; ook daarna werd hem er meermalen op gewezen, dat hij het gewenste verband met de Wapenfabriek zoveel mogelijk in het oog had te houden.

Inderdaad werden na ongeveer een jaar enkele mitrailleurs ter oplevering aangeboden; deze bleken evenwel ongeschikt voor het gebruik, omdat zij onvoldoende werkten en de te eisen onderlinge verwisselbaarheid van de onderdeden alles te wensen overlieten.
Voorts had de inmiddels ingetreden demobilisatie gelegenheid gegeven, meer tijd en zorg te besteden aan het zoeken naar de meest doeltreffende vorm en de beste wijze van harden en afwerken van de onderdelen.
Dit had echter niets te maken met de kardinale fouten, welke, zo langzamerhand bleek, aan het werk van de heer WILOD VERSPRILLE kleefden.
De instelling van een zogenaamde keuringscommissie ten einde zekerheid te krijgen, dat aan billijke eisen beantwoorde wapens zouden worden geleverd, was niets anders dan de toepassing van de bij de Wapenfabriek steeds gevolgde regel om afgewerkte wapens te laten onderzoeken door personeel, dat onafhankelijk is van degene, die met de aanmaak daarvan is belast.
Daarbij werden geenszins zwaardere eisen gesteld dan redelijkerwijze behoord te geschieden. Trouwens, later is alles wat men indertijd van den heer WILOD VERSPRILLE ten aanzien van de mitrailleurs verlangde — en meer dan dat — bereikt geworden. Evenmin als voor andere wapens was voor deze mitrailleurs schriftelijke formulering nodig om tussen vakmensen te kunnen weten, welke eisen op redelijke wijze moesten en konden worden gesteld. Deze waren in hoofdzaak, dat de wapens behoorlijk zouden schieten en de delen onderling verwisselbaar zouden zijn. Ook nu zijn die eisen nog niet nader schriftelijk vastgelegd, zonder dat daarom iemand in twijfel verkeert hoe de wapens moeten zijn.

Lewis mitrailleur

Er is ook geen ruimte voor de opvatting alsof requestrant als bij verrassing’ voor eisen zou zijn gesteld, waarop hij niet van de aanvang af had behoren te rekenen. Schriftelijke formulering heeft hij nooit gevraagd, noch aan de keuringscommissie, noch aan de directie. Voor hem bestond verder niet de minste verplichting om zich te onderwerpen aan eisen van de commissie als die hem onredelijk zouden zijn voorgekomen. In dergelijk geval had hij zich tot de directie kunnen en moeten wenden. Afgezien wellicht van enkele zaken van ondergeschikt belang, heeft hij echter nooit meningsverschillen omtrent keuringseisen aan het oordeel van de directie onderworpen.

Wel was er herhaaldelijk een meningsverschil tussen den heer WILOD VERSPRILLE en de keuringscommissie over de vermoedelijke oorzaak van gevonden gebreken, de beste wijze om die weg te nemen, enz., doch dit was voornamelijk te wijten aan zijn streven om anderen, meer dan wenselijk zou zijn geweest, buiten de bijzonderheden van de fabricage te houden en gemaakte fouten zoveel mogelijk te verbergen. Dat hierdoor snel afleveren niet werd bevorderd spreekt vanzelf.
De voorstelling alsof het optreden van de commissie remmend zou hebben gewerkt op de goede gang van zaken is ten enenmale onjuist. Integendeel, de commissie heeft voortdurend met buitengewone toewijding getracht slechts het belang van de zaak in het oog te houden en opbouwend te werken. Het model van de mitrailleur heeft door het optreden van de keuringscommissie geen verandering ondergaan. Wel zijn, even goed als dit voor de instelling van de commissie en na het vertrek van den heer WILOD VERSPRILLE geschiedde, ook gedurende de samenwerking met de commissie kleine veranderingen, waarvan de ondervinding de wenselijkheid had leren inzien, aangebracht, als zulks met het oog op leveringstijd, kosten, enz., zonder bezwaar mogelijk was. Echter wees de directie er herhaaldelijk met veel klem op, dat de heer WILOD VERSPRILLE de volle verantwoordelijkheid bleef behouden en dat hij verbeteringen, door de keuringscommissie aangegeven, alleen dan had te aanvaarden, als hij die ook zelf werkelijk voor verbeteringen hield. Bij verschil van mening, hetwelk niet door proeven kon worden opgelost, zou de directie kunnen beslissen. Inderdaad zou door hen, die na het vertrek van de heer WILOD VERSPRILLE de fabricage tot een goed eind wisten te brengen, veel onderdeden als onbruikbaar ter zijde gelegd moeten worden. De oorzaak daarvan lag echter uitsluitend bij de eerst later in hare volle omvang duidelijk geworden onverantwoordelijke en lichtvaardige werkwijze van requestrant. Een gedeelte de afgekeurde onderdeden heeft later bij de aanmaak van exercitiemitrailleurs nuttige aanwending gevonden.

Toen de directie bij het persoonlijk nagaan van wat zij op gezag de aan haar verantwoordelijke personen gemeend had te kunnen aannemen, tot de overtuiging kwam, dat zij geen vertrouwen meer kon blijven stellen in de opgaven van de heer WILOT VERSPRILLE omtrent levertijd, prijs, enz. alsmede omtrent de door hem aangegeven oorzaken van vertragingen, oordeelde zij dat een onderzoek nodig was. Daar zij zelf te zeer door andere bezigheden in beslag werd genomen, droeg zij dit onderzoek op aan een commissie, bestaande uit de drie bedrijfschefs. Dat deze commissie van huis uit noch requestrant noch zijn werk ooit sympathiek gezind was, is een bewering, waarvoor niet de geringste redelijke grond is bij te brengen. Hoewel slechts een van deze bedrijfschefs bijzondere ervaring had van de wapenfabricage, waren allen zonder enige twijfel zeer goed in staat te beoordelen, welke fouten er aan de leiding van den mitrailleuraanmaak kleefden.
De commissie ontdekte bij haar onderzoek zeer ernstige tekortkomingen; het na het vertrek van de heer WILOD VERSPRILLE voortgezette meer gedetailleerde onderzoek heeft de juistheid van het rapport van de bedrijfschefs volkomen bevestigd. De commissie had volle vrijheid haar taak op te vatten zoals zij nuttig achtte. Dat zij den heer WILOD VERSPRILLE niet voortdurend bij het onderzoek aanwezig lieten zijn, is begrijpelijk. Zij achten zich genoodzaakt verschillende ploegbazen buiten tegenwoordigheid van requestrant te horen, omdat zij de indruk had gekregen, dat laatstgenoemde de directie en de keuringscommissie niet eerlijk inlichtte en zijn ondergeschikten er toe aanzette, gemaakte fouten te verzwijgen en te verbergen.

Op grond van vorenbedoeld rapport moest de directie tot de overtuiging komen, dat niet mocht worden gerekend op aflevering van lichte mitrailleurs in afzienbaren tijd, indien werd voortgegaan als tot dusverre; zij achtte het daarom noodzakelijk, de heer WILOD VERSPRILLE de leiding van den mitrailleuraanmaak te ontnemen. Dit besluit en de gronden daarvoor werden de heer WILOD VERSPRILLE door een van de directeuren persoonlijk in een langdurig onderhoud in zijn huis medegedeeld en toegelicht. Hem werd aangeraden gedurende 14 dagen of een maand met verlof te gaan, waarna men, in verband ook met het verdere verloop van het onderzoek naar de toestand, nader zou kunnen beslissen. Het maakte de indruk, dat de heer WILOD VERSPRILLE hierop zou ingaan.
De volgenden dag bleek echter, dat hij zich tot het Departement van Oorlog had gewend met een weinig doordacht schrijven, waarin hij beweerde, dat hem grof onrecht werd aangedaan, dat niet hij schuld droeg aan de mislukking maar de directie en de keuringscommissie, en dat de fabricage in dé war zou lopen als hij niet bleef. Hij wenste ook de leiding niet over te geven en verklaarde zijn functie als bedrijf chef te zullen blijven bekleden, totdat de beslissing van den Minister van Oorlog omtrent zijn ontheffing als zodanig zou zijn genomen.
Deze houding kan natuurlijk niet worden geduld. Het eind was, dat hem de toegang tot het terrein van de fabrieken moest worden ontzegd. Hij kwam toen terug op zijn besluit om geen gebruik te maken van het aangeboden verlof. Door deze wijze van optreden had de heer WILOD VERSPILLE zowel bij zijn chefs en kameraden als bij zijn ondergeschikten zoveel van zijn prestige ingeboet, dat het onmogelijk zou zijn geweest om hem te handhaven in enige betrekking bij de Artillerie-Inrichtingen. Daarom stelde de directie voor, hem bij zijn wapen terug te plaatsen.

De aflevering van mitrailleurs aan de korpsen, ongeveer 5 maanden nadat requestrant uit zijn functie van bedrijf chef van de mitrailleurfabriek was ontheven, is uitsluitend te danken geweest aan de ingrijpende wijziging, welke na zijn vertrek in de fabricage werd aangebracht.
Het ontslaan van losse werklieden hield verband met de. bedoeling om de in verkeerde banen geleide fabricage van verschillende onderdelen tijdelijk stop te zetten, totdat al het aangemaakte door de nieuwe leiders grondig zou zijn nagegaan; en geschift, en de nodige verbeteringen zouden zijn aangebracht.

Minister van Oorlog J.J.C. van Dijk

De beschuldiging, dat de directie bij de moeilijkheden van 1919 in gebreke zou zijn gebleven in het geven van leiding ter zake, mist elke grond. Zij heeft, zoveel het haar mogelijk was aandacht aan de mitrailleurfabriek gewijd en daarbij aanhoudend getracht de zo nodige samenwerking te verzekeren, wat haar, voor zover het de keuringscommissie betreft, ook ten volle gelukte, doch bij requestrant afstuitte op diens overdreven gevoel van eigenwaarde en zijn zucht om liever fouten te verbergen dan eerlijk naar verbetering te streven. Het waren zijn laakbare handelingen die tot gevolg hadden, dat de leiding niet altijd het gewenste effect kon hebben. Dat vele vervaardigde onderdelen als waardeloos werden afgekeurd, had kunnen worden voorkomen als requestrant volgens de bedoelingen der directie had willen samenwerken met anderen; bij de besprekingen erkende hij. dat zulks nodig was en beloofde hij, dat hij dit verder ook zou doen.
Het geldelijk nadeel, ontstaan door vervanging van het groot aantal onderdelen, moet worden geweten aan de onverantwoordelijke werkwijze van requestrant; het behoeft geen betoog dat de directie nooit zoveel delen zou hebben afgekeurd, als die behoorlijk voor oorlogswapens bruikbaar hadden kunnen worden geacht.

Zowel uit de behandeling van deze aangelegenheid vanwege het Departement van Oorlog, als uit het destijds ingestelde onderzoek door een commissie, bestaande uit 2 officieren buiten de Artillerie-Inrichtingen, omtrent verschillende onderwerpen, welke in de Tweede Kamer der Staten-Generaal ten aanzien van dit Staatsbedrijf te berde waren gebracht, is overtuigend gebleken, dat requestrant de hem opgedragen taak op zeer onvoldoende wijze heeft uitgevoerd en dat de scherpe vorm, die het optreden tegenover hem heeft moeten aannemen, gevolg is geweest van zijn eigen ondoordachte handelwijze.
Op grond van een en ander oordeelde mijn ambtsvoorganger het niet nodig, een nader onderzoek te doen instellen. Ook ondergetekende acht een nader onderzoek overbodig, terwijl hij van mening is, dat voor het geven van genoegdoening geen termen aanwezig zijn.

De Minister van Oorlog,
VAN DIJK

NOGMAALS WILOD VERSPRILLE

Wie dacht dat WILOD VERSPRILLE nu van het toneel was verdwenen heeft het mis.
Vlak voor het uitbreken van de 2e wereldoorlog had de Artillerie Inrichtingen een order voor de levering van pantsergranaten voor het Böhler PAG geschut geplaatst bij de munitiewerkplaats NV Metaalwarenmaatschappij Johan de Witt gelegen aan De Staart in Dordrecht

In stelling gebrachte Böhler PAG met op de achtergrond twee pantserwagens

Deze fabriek viel militair gezien officieel onder het DMKL, maar vanwege de order en het ter plaatse aanwezig zijn twee Böhler PAG stukken verantwoording voor deze zaken verschuldigd aan de Artillerie Inrichtingen. Bij het uitbreken van de oorlog werd er regelmatig telefonisch contact onderhouden met directeur Den Hollander van de Artillerie Inrichtingen. Deze gaf de zo verkregen informatie direct door aan het A.H.K.

Op 29 juli beantwoorde Den Hollander een brief N.M. Japikse van het Regelings Bureau van het Algemeen Hoofdkwartier die hem had verzocht om een kopie van de aantekeningen van de telefonisch doorgegeven berichten.

13 mei 1940 ± 10 uur

De Reserve Majoor voor spec.diensten A.WILOD VERSPRILLE, bedrijfsleider van de N.V. Johan de Witt te Dordrecht deelt telefonisch vanuit de fabriek dezer N.V. mede:

“In Dubbeldam zijn Duitsche pantserwagens gezien. De verdediging van de verbinding Moerdijk Rotterdam is onvoldoende sterk. De garnizoenscommandant te Dordrecht is pessimistisch gestemd”

Dit bericht werd door mij aanstonds doorgegeven aan het A.H.K.
Toestel nr. 426

Iets later

Dezelfde berichtgever deelt vanaf dezelfde plaats telefonisch mede:

“De pantserwagens welke te Dubbeldam zij gezien, zouden door de Duitsche troepen buitgemaakte Nederlandsche pantserwagens zijn. Er is ten zuiden van Dordrecht behoefte aan geroutineerde troepen onder leiding van oude, actieve officieren. Een kapitein Dokter, behorende bij een afdeling van 17 R.A. vertelde de reserve Majoor VERSPRILLE, dat zijn afdeling door Duitsche troepen gevangen genomen is na hevig vechten. Daarbij heeft zich moedig gedragen de Kapitein Tenge, die een “flink officier” genoemd werd. Onbekend is waar de krijgsgevangen Nederlanders zijn afgevoerd.
Hedenmorgen waren Duitsche troepen in het Oranjepark te Dordrecht. Ze zijn thans weggetrokken. Ondertussen zijn nog geen uur geleden 50 parachutisten bij Zwijndrecht geland.”

Doorgegeven aan het A.H.K.

Duitse parachutisten thv Zwijndrecht

12.15 uur

De Res.Majoor v. spec.diensten A.WILOD VERSPRILLE telefoneert mij uit zijn fabriek:

“Zo even is in de fabriek een soldaat binnengekomen, naam Colignon, radio telegrafist van de Genie bij de Lichte Divisie. Hij was met vier anderen belast met de bediening van een radiouitzendingsauto van de I.D. te Dubbeldam en kreeg de tussen 7 en 8 uur opdracht van kapitein Mulder opdracht de zendinstallatie van deze auto onklaar te maken en zich met de vier anderen naar het veer in Papendrecht te begeven. Ook de wielrijders, bescherming van zijn afdeling moesten weg. Op weg naar het veer werden zij aangevallen door een Duitsche patrouille die hen verspreidde. Colignon komt nu een bootje vragen om daarmee naar Papendrecht over te steken.
Ingenieur Lambeek van de fabriek Johan de Witt heeft telefonisch bericht van de Gemeente secretaris van Dubbeldam, dat enige pantserwagens, beschilderd met een zwart kruis opgerukt zijn in de richting Dordrecht. Daarachter volgt een Nederlandsche Motorafdeeling.”

Door mij doorgegeven aan het A.H.K.

14.10 uur

De Res.Majoor v. spec.diensten A.WILOD VERSPRILLE telefoneert vanuit zijn fabriek:

“De Gemeente Secretaris van Dubbeldam heeft opnieuw gebeld en gevraagd naar een vertrouwde verbinding met Den Haag. Gisteren heeft hij driemaal getracht het A.H.K. te telefoneren, doch slaagde daarin niet. De burgemeester van Dubbeldam had hem opgedragen mede te delen aan Kapt. Lagas van het A.H.K., dat hedenmorgen drie Duitsche pantserwagens, volgens de burgemeester komende uit Brabant en gevolgd door een overvalwagen Dubbeldam in de richting Dordrecht waren gepasseerd. Nederlandsche soldaten lopen in Dubbeldam rond zonder enige leiding, zonder officieren en zonder verbindingen.”

Deze mededeling is door de Re. Majoor VERSPRILLE doorgegeven aan Kapt. Van der Mark, adjudant van de Garnizoenscommandant te Dordrecht.

Door mij doorgegeven aan het A.H.K., toestel nr. 426

IETS LATER

De Commissaris van Politie te Dordrecht telefoneerde ons ter waarschuwing, dat over ongeveer een uur de Duitsche troepen Dordrecht zullen bezetten. Wij (de res. Officieren v. spec. Diensten WILOD VERSPRILLE en Lambeek) trekken ons terug in de richting Rotterdam, na overgave van het beheer van de fabriek aan onze oudste administratieve kracht Wagenaar”

Bronnen Nationaal Archief, Grebbeberg ©PDKAIH2019

GEBRUIKTE AFKORTINGEN

A.H.K.= Algemeen Hoofd Kwartier
DMKL = Directie Materieel Koninklijke Landmacht
 I.D. = Inlichtingen Dienst
PAG = Pantser Afweer Geschut
R.A. = Regiment Artillerie
Requestrant = degene die het /een verzoek doet
SD = speciale dienst

VERKEERDE POLITIEKE KLEUR? ONTSLAG!

 

 

 

 

VERKEERDE POLITIEKE KLEUR? ONTSLAG!

Rond de jaren 30 van de vorige eeuw was je niet zeker van je baan bij de Artillerie Inrichtingen als je lid was van sommige politieke stromingen. Met name leden van de Sociaal Democratische Arbeiders Partij (SDAP), die republikeins en anti militaristisch was, de  Communistische Partij Holland  (CPH) moesten hun ideeën afzweren. Zo niet. dan lag je ontslagbrief op de mat. Sympathisanten en anderen (bijvoorbeeld arbeiders wiens familieleden banden hadden met die partijen) werden systematisch weggepest.

Dit heeft nog lang voort geduurd want het bovenstaande was later ook van toepassing op leden van en de Eenheids Vak Centrale (EVC)  een Nederlandse vakcentrale gelieerd aan de Communistische Partij Nederland (CPN), (1944 tot 1964). Als centraal orgaan publiceerde de EVC het tijdschrift “Werkend Nederland”. In de jaren 50 waren de werknemers van de Artillerie inrichtingen en Bruynzeel die de Waarheid lazen ook nog slachtoffer van dit beleid. Een onbekend aantal ontsprong de dans. Jaren later bleek dat de bezorgers van de Waarheid waren gevolgd door agenten van de Binnenlandse Veiligheids Dienst (BVD) die alle adressen waar de krant werd ingegooid hadden genoteerd. Een aantal verderaf en niet in een wijk wonende abonnees ontving de krant echter in een aan hun geadresseerde enveloppe en stonden dus niet op die lijsten.

 

De Munitiewerker

De communisten gaven een eigen blaadje uit ,,Munitiewerker” , dat bestemd en geschreven was voor en door medewerkers van de AI. Het kon voor 5 cent worden aangeschaft. De Centrale Inlichtingendienst (CI) hield kopers en verkopers nauwlettend in de gaten en maakte van hun bevindingen geheime rapporten voor de Minister van Justitie.

 

Geheime C.I. documenten ©Rijksarchief Den Haag

Of dat goed werkte is de vraag, want diverse exemplaren bereikten toch de arbeiders van de fabriek. Een artikel in het blad van januari 1930 (nr 1 van de 2e jaargang) , was ,,Het schafttafelpraatje”, dat u hier onder kunt lezen.

 

HET SCHAFTTAFELPRAATJE.

Goeie morgen! Elkaar in geen tijd gezien, he? Ik werk tegenwoordig aan de expeditie. Nou, moet ik jullie eerlijk zeggen dat hoewel je evengoed poot-an moet, ik er niet voor in de fabriek wil. Ze maken je daar mesjogge met die rationalisatie. Weet je niet wat dat beteekent? Wat nou de juiste vertaling is weet ik ook niet zoo precies, maar het komt in ieder geval hierop neer, dat twee man het werk doen voor drie en er voor één betaald krijgen. Of ’t link is! De Hollandse arbeiders nemen het. Praten jullie nou niet van de S.D.A.P. of moderne vakbeweging, want beide hebben zich voor de rationalisatie onder het kapitalisme uitgesproken. Dat komt omdat jullie uitsluitend ,,De Courant” lezen, vandaar dat je d’r niks van weet. Accoord! Een volgend maal als ik hier weer schaft, zal ik jullie er meer van vertellen.

Maar nou wil ik jullie nog eens herinneren aan die Bedrijfskrant, welke is uitgegeven bij het 250-jarig jubileum. Absoluut een succes! Ik hoorde zeggen, dat er 500 nummers verkocht zijn. Flinke vrouwen, hé, die met de bedrijfskrant colporteerden. Dat geloof ik ook! De directie heeft er geen rekening mee gehouden. Of ze ‘m lezen? Reken maar!

Die twee S.D.A.P.ers Lispet en Gorlé zijn toch maar volkomen in hun eer hersteld. Je weet wel, die ééne huilde omdat hij veertig jaar aan de brug werkte en de bedrijfschef er geen notie van genomen had, en die tweede wou geen privaat schoonhouden. De ,,Munitiewerker” nam ’t voor de lui op en met succes. Ja de eerste is door den B.C. gefeliciteerd en die tweede is weer aan zijn vroegere werk gezet. De privaten aan de wapenfabriek worden ook beter onderhouden en aan de mitrailleur-afdeling zijn meer handdoeken afgegeven en tenslotte heeft ouwe Piet de stratenmaker, een medaille gekregen. Dit laatste zal wel niet in de bedoeling van de ,,Munitiewerker” gelegen hebben.

Hebben jullie nog foto’s gekocht? Ik zou je danken! Stel je voor, je koopt ‘t portret van je bedrijfschef om thuis op te hangen en je krijgt ff later je ontslagbrief. Twaalf bankwerkers zijn er ontslagen aan de wapenfabriek. Een bestuurder van de Federatie moet met nog een paar bestuurders een onderhoud gehad hebben met de directie over het ontslag en nu zijn er negen overgeplaatst. Die andere drie? Nu, die moesten weg. Die beten teveel af tegen baas Rotteveel. Als je dat zo hoort, moet het ook een fijne vogel wezen. Daar heb je nou het geval met die ontslagen bankwerker, één van de drie natuurlijk, Peele genaamd. Die man heeft zes kinderen en verliest kort geleden zijn vrouw. Hij sukkelde ook reuze met z’n kinderen. Daarvoor bleef hij vaker thuis dan een ander, maar kreeg dat verzuim van de directeur betaald. Ja zeker, dat is mooi. Daar zeg ik ook niks van. Maar wat zeg je me van die baas Rotteveel? Die had op die Peele een kijkie en telkens sarde hij die man met: ,, als je weer wegblijft, kan je wel helemaal thuis blijven.” Ja, die gabber is vergeten, dat ie-zelf met de vijl in zijn knuisten heeft gestaan. Zoo houdt-ie er ook twee gepensioneerde sergeanten in, die nota bene 33 gld. per week pensioen hebben en pas zes maanden aan de Hembrug werken en daar mot een ander, die er vijf jaar is, en diploma-leeraar Ambachtsonderwijs heeft, voor ruimen. Een zoodje, hè? Ja, jongens, soms pesten de neten je meer dan de luizen.

Ach wel nee kerel, de Metaalbewerkersbond heeft aan ’t intrekken van het ontslag niks gedaan. Die hadden het te druk met den Metaalbond. Lezen jullie dan geen krant? Er is een contract afgesloten met de metaalbond. Van de dertigduizend leden van den modernen metaalbewerkersbond mochten alleen zij stemmen, die bij een lid van den metaalbond werkten. Zoo doende werden er maar elf duizend stemmen uitgebracht; acht duizend voor het contract; de rest tegen en blanco. Maar de patroons niet aangesloten bij den metaalbond, betalen dezelfde loonen. Ook onze directie bepaalt zich daarnaar. Maar wij, hoewel leden van den Metaalbewerkersbond mochten niet stemmen. Zoo zie je dat, tachtigduizend in de metaalnijverheid werkzame arbeiders, zich moeten voegen naar de acht duizend voorstemmers van ’t contract.

De leiders hebben nou weer een paar jaar rust. Ja, zeg dat wel. Het is zeker droevig. Er werken hier toch een driehonderd leden van den Metaalbewerkersbond. Hoor jij van eenige activiteit? Als je zoo eens hoort hoe ’t er aan toe gaat in de draaierij van de patroonfabriek. Daar worden de tarieven zoo opgejaagd, dat per week soms zestig gulden wordt over verdiend. Nou, je mag me ville als ‘t niet waar is. De oudere werklieden kunnen heelemaal niet meer meekomme. Vroeger hield een baas rekening met je ouderdom of zwakte of anderszins. Maar tegenwoordig hebben ze in dat opzicht niks meer te vertellen. Dat doen die ingenieurtjes, die in den laatsen tijd bij dozijnen worden aangesteld. Je werkt nu volgens een planbord, d.w.z. administratief wordt alles ingedeeld, jij en ’t werk. Degene die dat doen, zijn die ingenieurs en die kenne de menschen niet eens. Onder laatst nog is er een draaier van een dikke zestig weer aan ’t werk gezet, waar zijn opzichter hem jaren geleden had afgenomen, omdat hij zulk fijn werk niet meer kon doen. Maar het ingenieurtje werkt volgens het planbord en die ouwe kreeg weer dat werk. De ingenieur werd er op gewezen, dat die man dat …. ,,Niks mee te maken,” was het antwoord.

Jij kletst maar: Ze moeten naar de modernen bond gaan. Ik heb je zoo straks al gezegd, dat die voor de rationalisatie is. Nou zeg jij wel dat het de arbeiders hun eigen schuld is en zich maar dood moeten werken, maar dat standpunt deel ik niet. Maar van dood gesproken. Opzichter Muchel is ook nog betrekkelijk plotseling overleden. Wat waren daar een hooge gasten bij tegenwoordig. Majoor Duquesne von Brukem, luitenant Jansen en de bedrijfschef Bokma. Ja die mot een hooge hoed opgehad hebben. Die kachelpijpen zijn anders knap uit de tijd. Je mot er een staljas bij dragen.

Zeg, weet je bij wiens dood de directie niet vertegenwoordigd was, dat was bij de begrafenis van Dirk Klokman, bestuurder van den Christelijken Bond. Ik weet zeker, dat ie er ook niks op gesteld was geweest. Ik moet zeggen, dat hij als bestuurder een flinke kerel was. Daarom was hij ook bij zijn hooge chefs niet in aanzien. Hij heeft ’t eens meegemaakt, dat ie als voorzitter van het Hembrugfonds de heer Houtwipper moest spreken. Hij klopt aan de deur, doet open en ziet dat er belet is. Hij trekt zich natuurlijk terug. Even later komt de bedrijfschef van de patroonfabriek uit de kamer en, pats, gaat de deur op de grendel. De bedrijfschef lacht en zegt tegen Klokman: ,,Daar sta je naast.” Ja vindt je niet? Onbehoorlijk! Klokman was woedend. ’t Is ook om uit je vel te springen. Dat de directie niet op zijn graf was, vind ik per slot juist, omdat de scheidingslijn goed getrokken is. Nou jongens, ’t is weer tijd! Tot ziens.

Geraadpleegde bron Rijks Archief (Den Haag) ©PDKAIH2017