GEZAGVOERDER HEMPONT BETROKKEN BIJ VERWIJDEREN EXPLOSIEVEN

Op 7 november 1964 verscheen onderstaand interview met pontwachter Prinsen in ,,DE VRIJE ZEEUW”.

HET SPANDE OM DE HEMBRUG

In de woning Theodorus de Vriesstraat nr.4, te Zaandam, hangt een Delfts blauw bord aangeboden door de directie van de Nederlandse Spoorwegen N.V. aan de hr. H.G. Prinsen.
Dit bord is helemaal niet overbrekelijk verbonden met deze woning, wel met die aan de Hemkade 40 te Zaandam. Daar woonde de heer Prinsen, als gezagvoerder van de Hemponten, sinds 1938 toen hij uit Brabant kwam om in dienst te treden van Rijkswaterstaat, afdeling verendienst, nadat hij ook in Brabant een aantal jaren het landverkeer over het water had gebracht.

Het bord, dat de N.S. aanboden als blijk van waardeering.

Op dat Delfts blauwe bord is de volgende tekst aangebracht ,,Ter herinnering aan uw heldhaftig optreden ter bescherming van de Hembrug in september 1944”. De heer Prinsen bezit hiermee één van de vier borden, die de N.S. destijds heeft laten maken. De anderen waren bestemd voor Remmert Aten, Gerrit Jb. Boll jr. en Cees Standhardt, die er gezamenlijk in slaagden in de nacht van de 26e september 1944, 1750 kilogram dynamiet uit de middelste pijler van de Hembrug weten weg te slepen.

Wij hadden een gesprek met de heer Prinsen en hij vertelde ons. Dat hij al voor deze daad op zijn eigen manier een poging had gedaan om het gevaar, dat telkens opnieuw dreigde, te keren. Hoe vele malen ging het gerucht niet: “De Hembrug wordt vannacht opgeblazen” in die bange verzetstijd. Het is nog maar twintig jaar geleden, maar velen, vooral de jongeren zullen het zich niet meer herinneren, dat vele mensen die in de omgeving van Europa’s grootste draaibrug woonden, dan in paniek wegvluchtten. Zij gingen naar de noordelijke zaangemeenten, naar Haarlem of Amsterdam. Per fiets met masieve banden, per handkar, beladen met beddegoed en andere artikelen, die tot de eerste levensbehoefte behoren. Het gerucht bleek even zo vele malen vals te zijn, maar dat kon men van te voren niet weten.

In de loop van het jaar 1944 was de heer Prinsen in nauwer contact gekomen met één van de Duitse soldaten, die tot de bewakingstroepen van de Hembrug behoorden. Hij had van hem een foto gekregen, nadat de heer Prinsen er stukje voor stukje achter gekomen was, dat deze knaap het met het Duitse regiem niet volledig eens was. Maar was dat de werkelijkheid of camouflage om hem in de val te laten lopen?

Een helderziende.

Met de foto ging hij naar de psychometrist C. Boering. Laatst genoemde beweerde zeer positief, dat de Duitser een communist was en dat zijn vader in de Gladbachstrasse in Krefeld woonde. Dit laatste was juist, zodat de heer Prinsen ook aannam, dat het eerste goed zou zijn. Zeer voorzichtig, stap voor stap, spande hij deze Duitser voor zijn plan om een stukje draad uit de kabel te knippen, die voor het exploderen zou worden gebruikt.
De Duitser deed het. Maar uit angst, dat het uit zou komen, gaf hij zichzelf een schot in de buik.
Hij werd toen van de onheilsplaats Hembrug naar een ziekenhuis in Amsterdam afgevoerd. Of hij de oorlog heeft overleefd, is niet bekend.
Bij Remmert Aten, die toen 49 jaar was, rijpte toen het plan, de lading dynamiet uit de pijler te halen. Hij had een blauwdruk van een opzichter van de Nederlandse Spoorwegen gekregen en aan de hand daarvan werd een plan de campagne opgesteld.
Zijn maat werd de 24 jarige Jacobus Boll Jr., destijds penningmeester der Zaandamse Zwemclub Neptunus.

Aan de slag.

Er was haast bij de uitvoering van het plan. Algemeen werd verwacht, dat de Engelsen en Canadezen zouden doorzetten om noord Nederland te bevrijden. De mogelijkheid, dat de Duitsers zich achter het Noordzeekanaal zouden terugtrekken, nadat de Hembrug was opgeblazen was niet uitgesloten.

De leiding van de ondergrondse, district Zaanstreek, werd op de hoogte gesteld van de plannen. Naar de zin van de heren Aten en Boll duurde het erg lang eer de goedkeuring verleend werd. Intussen was vanuit de woning Hemkade 40 al wel een verkenningstocht gemaakt.

Prinsen had vernomen, dat de brug uitsluitend aan de noord en zuidzijde bewaakt werd door een schildwacht. Vandaar, dat besloten werd bij de circa 70 meter oostelijk van de woning gelegen aanlegsteiger te water te gaan en naar de westelijke pijler te zwemmen.
Vanaf de westelijke kant af zou men dan naar de middelste pijler gaan. Op anderhalve meter onder de waterlijn vanden ze het gat, waar een groot aantal kabels door naar binnen ging. Wanneer die kabels opzij geduwd werden, zouden ze in de koker kunnen komen.

Het water in.

Het jaargetijde werd ongunstige en elke dag uitstel was verlies vonden Aten en Boll. Aan de andere kant werd gewikt en gewogen of de operatie succesvol zou kunnen verlopen. In de loop van de 26ste september kwam van het commando de mededeling, dat de zaak zou kunnen worden uitgevoerd.
‘s Avonds waren de jongens al vroeg bij de familie Prinsen. Tegen half elf maakten zij zich klaar. De gezichten, de armen en de benen werden zwart gemaakt en daarna werden zij met vaseline ingesmeerd. De keuken van de familie Prinen was in een sminkkamer veranderd. Om half twaalf stapten ze de deur uit, nadat de hele familie hen veel geluk had toegewenst.

Onder dekking van Cees Standhardt en S. van Nugter (Siem van Nugteren), die ligplaats kozen onder het steigertje, “doken” Aten en Boll te water. Aten ging voorop. Men kan zich de schrik van Boll voorstellen toen deze zag, dat de bewegingen van Aten fluoresceerden.
“Dieper die armen en benen” was het devies. Nabij het gat van de middelste pijler te zijn gekomen, richtte Aten een zwake zaklantaarn naar boven. Boll zag tot zijn stomme verbazing een aantal dozen, naast en op elkaar gezet, dat zo nodig het misdadig werk zou kunnen doen. Aten pakte de dozen van de voorkant van het horizontale kanaal, dat op ongeveer drie meter hoogte ligt. Boll deponeerde ze, terwijl hij met één voet op de kabels ruste en voor de ander een dwars uitsteeksel van de gang had gevonden, al bukkende in het water.

Onder het bruggetje links dekte C. Standhardt met een stengun de zwemmers
die eerst naar de rechterpijler zwommen en vervolgens naar de middenpijler gingen.

Over tijd.

Inmiddels zat de familie Prinsen maar in zak en as, wat het werd één uur, twee uur, drie uur en nog kwam niemand terug. Het werd half vier maar toen had men de gang dan ook volkomen leeg gemaakt. Op de brug werden intussen de Duitse wachten afgelost. Er voeren schepen rakelings voorbij.

Het waren uiterst spannende momenten, te meer daar bleek, dat in twee dozen de ontbrandingsstoffen zaten. Toen nummer één te water gelaten werd, oordeelden Aten en Boll het nuttig om de andere voorlopig maar wat vast te houden. Stel dat beide net op elkaar terecht zouden komen …
De vreugde in huize Prinsen was groot, toen alle mannen behouden terug waren. Er werden teilen met water gewarmd, de grond afgedekt met zakken vanwege de vaseline. Na de wasbeurt kropen de mannen nog een paar uur in bed.

Maar voor gezagvoerder Prinsen kwamen er enkele benauwde uurtjes. Hij moest ‘s morgens vroeg dienst doen en hij zag dadelijk de her en der drijvende dozen waar de springstof ingezeten had. Ze werden ook alras opgemerkt door de andere pontwachters, die probeerden het karton te bemachtigen. “Laat die rotzooi toch drijven jongens,” merkte Prinsen laconiek op.
Niemand besefte op dat moment nog wat er gaande was geweest.

Opnieuw beginnen.

De Duitsers hebben het wel ondekt. De lading werd vernieuwd. Ook op de middelste pijler werden nu wachte gezet, hetgeen Aten en Boll anderhalve maand later niet belette, om toch weer eens een kijkje te nemen. Toen bleek er een luik boven de kabel ingang gelegd.

Bij de pogingen de Hembrug voor opblazen te behoeden, mag ook de naam van mevrouw Lies Schouten ongenoemd blijven. Ze heeft de kabel met een injectienaald bewerkt, zodat deze onklaar raakte. Zij heeft bij die gelegenheid niet geschroomd in een Duits uniform met een Duitser in de pijler af te dalen.

Een dag voor de capitulatie brachten de Duitsers allemaal blokken met dynamiet aan, onder de brug.
Met behulp van een in Haarlem woonachtige Duitser, die weer bij de familie werd gebracht, heeft men het onheil weer kunnen afwenden. De man heeft een burgerpak gekregen en nam de benen.
“We hebben nooit meer iets van hem gehoord”, zegt de heer Prinsen.

Bijna zes jaar nadat de poging om het in de lucht te laten springen van de Hembrug was voorkomen, op 9 september, kreeg de heer Hendrikus Gijsbertus Prinsen machtiging tot het dragen van het Mobilisatie Oorlogskruis.

Bron “De vrije Zeeuw”, ©PDKAIH2020

Meer over het verwijderen van de explosieven vind u hier: Het verzet en de springladingen in de Hembrug 

 

DE EERSTE HEMBRUG

DE EERSTE HEMBRUG

Tijdens het graven van het Noordzeekanaal moesten er ook een aantal verbindingen komen om van de ene zijde van het kanaal naar de andere zijde te kunnen komen. Daar werd indertijd tussen alle partijen veelvuldig over vergaderd.

Na veel gesteggel over en weer werd er in 1867 een akkoord bereikt over de bouw van een brug nabij de Hem met daarop een spoorlijn naar en van de hoofdstad Amsterdam. De brug en spoorlijn zouden in eerste instantie dienen voor het vervoer van zand en rails voor de verlenging van het spoor naar Amsterdam CS. Als deze lijn klaar was kon hij ook voor goederen en personenvervoer in gebruik worden genomen.

Ook werd er afgesproken dat hij het grootste deel van de tijd open moest staan omdat er nu eenmaal meer scheepvaartverkeer was dan treinverkeer en de scheepvaart vooral bij hevige wind veel last had van het obstakel. In 1870 begon men met de bouw van de brug en in 1875 was hij gereed. Een jaar later was ook de spoorlijn gereed en konden de eerste passagiers het kanaal met de trein passeren.

1875 Beproeven van de net gereedgekomen 1e Hembrug.

De brug bestond uit twee vaste delen en een draaibaar middendeel, dat door de brugwachters door middel van het draaien aan twee zogenaamde kaapstanders (windassen) kon worden geopend. De doorvaart opening bedroeg dan 19 meter.

Voor de brugwachters waren zowel aan de Zaanse als aan de Amsterdamse kant enige dienstwoningen gebouwd zodat ze net als de pontwachters vlak bij hun werk woonden en snel ter plaatste konden zijn. Eén van de brugwachters genaamd Aris Klomp heeft aan beide zijden van het kanaal gewoond en heeft ons enige mooie foto’s nagelaten.

1902. Het openen van de brug d.m.v. de kaapstanders, 2e van rechts Cor Klomp.

In 1904 werd een aanvang gemaakt met de bouw van een nieuwe hogere en van bredere doorgangen voorziene Hembrug tegelijkertijd werd in de dienstwoning aan de Amsterdamse zijde van het kanaal Cor Klomp geboren.

1905 Bouw nieuwe 2e Hembrug.

Trotse brugwachter Klomp nam Cor en zijn broer geregeld mee met het roeibootje van en naar de oude brug en later ook naar het seinhuis van de nieuwe brug.

1907 Aris Klomp met Cor (links) en zijn broer nabij de 1e Hembrug.

1926 Aris, Cor en een onbekende persoon voor het seinhuis op de nieuwe Hembrug.

1907 Ansicht met beide bruggen. Op de nieuwe brug 4 locomotieven voor de laatste beproeving voor de officiële ingebruikname.

Toen de oude brug gesloopt werd zette opa Klomp zijn werk als brugwachter voort op de 2e Hembrug. Dat was een stuk gemakkelijker want in plaats van de zware kaapstanders werkte nu alles met eenvoudige handels en knoppen die je zonder krachtsinspanningen kon bedienen. En al was het niet op de oude brug die inmiddels gesloopt is, de nieuwe brug mocht er ook wezen en was ooit de grootste draaibrug van Europa.

1907 sloop van de oude en op de achtergrond de nieuwe Hembrug.

In 1927 vierde Aris Klomp zijn 25 jarige dienstjubileum als brugwachter en kreeg daarbij als cadeau van zijn werkgever een massief zilveren schaalmodel van de 2e Hembrug. Het is nog steeds in de familie en zijn kleinzoon Cor die het weer van zijn vader Cor kreeg is er met recht apetrots op.

2018 Kleinzoon en naamgenoot opa Cor Klomp met het bijzondere cadeau.

Een aantal malen was het noodzakelijk om het Noordzeekanaal uit te diepen of te verbreden. In 1937 was het gebied nabij de Fordfabrieken aan de beurt en daar werd het kanaal over een lengte van 300 meter met 25 meter verbreed. De noordelijke en de middenpijler van de Hembrug stonden in het water. De zuidelijke pijler al ruim 30 jaar op het land en hoewel men tijdens de bouw wel rekening gehouden had met het feit dat het kanaal ooit breder zou worden, was deze pijler mede omdat hij toch niet aangevaren kon worden en waarschijnlijk ook om de kosten te drukken veel lichter uitgevoerd als de andere pijlers. (In het model van opa Klomp staat de pijler ook nog on versterkt op de vaste wal.)Dit probleem diende dus te worden opgelost en nog voor dat de pijler in het water kwam te staan is hij aan twee zijden versterkt.

1937 De versterkingen die aan beide zijden van de zuidelijke pijler werd aangebracht.

De brug werd in 1983 na de aanleg van de Hemspoortunnel overbodig en werd gesloopt en als oud ijzer afgevoerd. Een deel van de draaikrans ligt samen met de jaarstenen op het Hembrugterrein.

De eerste Hembrug werd in 1907 gedeeltelijk verkocht en heeft nog jaren in Dordrecht over het Wantij gelegen.

1908 Plaatsen van de oude Hembrug over het Wantij in Dordrecht.

1910 De oude Hembrug na de plaatsing over het Wantij te Dordrecht.

1910. Officiële opening van de oude Hembrug door Prins Hendrik. V.l.n.r.: Prins Hendrik met A. Bos, burgemeester Wichers, CDK?, wethouder P.J. de Kanther, directeur Gemeentewerken Van Ruisen , wethouder Hordijk, secretaris Van Houten, verslaggever A. van Son.

Omdat de brug door de gemeente Dordrecht van een nieuwe naam was voorzien werd deze op 12 februari 1910 door Prins Hendrik als de Prins Hendrikbrug geopend.

1912 De Prins Hendrikbrug voorzien van smalspoor.

In 1912 werd de brug aangesloten op het smalspoor en was de Lips goederentrein regelmatig op de brug te zien. ©PDKAIH2018, ©foto’s Cor Klomp Jr en Gemeente archief Dordrecht.

Meer info over de beide bruggen en de verbreding van het kanaal vind u in De beide Hembruggen in een notendop en in het verbreden van het noordzeekanaal