DE EERSTE HEMBRUG

DE EERSTE HEMBRUG

Tijdens het graven van het Noordzeekanaal moesten er ook een aantal verbindingen komen om van de ene zijde van het kanaal naar de andere zijde te kunnen komen. Daar werd indertijd tussen alle partijen veelvuldig over vergaderd.

Na veel gesteggel over en weer werd er in 1867 een akkoord bereikt over de bouw van een brug nabij de Hem met daarop een spoorlijn naar en van de hoofdstad Amsterdam. De brug en spoorlijn zouden in eerste instantie dienen voor het vervoer van zand en rails voor de verlenging van het spoor naar Amsterdam CS. Als deze lijn klaar was kon hij ook voor goederen en personenvervoer in gebruik worden genomen.

Ook werd er afgesproken dat hij het grootste deel van de tijd open moest staan omdat er nu eenmaal meer scheepvaartverkeer was dan treinverkeer en de scheepvaart vooral bij hevige wind veel last had van het obstakel. In 1870 begon men met de bouw van de brug en in 1875 was hij gereed. Een jaar later was ook de spoorlijn gereed en konden de eerste passagiers het kanaal met de trein passeren.

1875 Beproeven van de net gereedgekomen 1e Hembrug.

De brug bestond uit twee vaste delen en een draaibaar middendeel, dat door de brugwachters door middel van het draaien aan twee zogenaamde kaapstanders (windassen) kon worden geopend. De doorvaart opening bedroeg dan 19 meter.

Voor de brugwachters waren zowel aan de Zaanse als aan de Amsterdamse kant enige dienstwoningen gebouwd zodat ze net als de pontwachters vlak bij hun werk woonden en snel ter plaatste konden zijn. Eén van de brugwachters genaamd Aris Klomp heeft aan beide zijden van het kanaal gewoond en heeft ons enige mooie foto’s nagelaten.

1902. Het openen van de brug d.m.v. de kaapstanders, 2e van rechts Cor Klomp.

In 1904 werd een aanvang gemaakt met de bouw van een nieuwe hogere en van bredere doorgangen voorziene Hembrug tegelijkertijd werd in de dienstwoning aan de Amsterdamse zijde van het kanaal Cor Klomp geboren.

1905 Bouw nieuwe 2e Hembrug.

Trotse brugwachter Klomp nam Cor en zijn broer geregeld mee met het roeibootje van en naar de oude brug en later ook naar het seinhuis van de nieuwe brug.

1907 Aris Klomp met Cor (links) en zijn broer nabij de 1e Hembrug.

1926 Aris, Cor en een onbekende persoon voor het seinhuis op de nieuwe Hembrug.

1907 Ansicht met beide bruggen. Op de nieuwe brug 4 locomotieven voor de laatste beproeving voor de officiële ingebruikname.

Toen de oude brug gesloopt werd zette opa Klomp zijn werk als brugwachter voort op de 2e Hembrug. Dat was een stuk gemakkelijker want in plaats van de zware kaapstanders werkte nu alles met eenvoudige handels en knoppen die je zonder krachtsinspanningen kon bedienen. En al was het niet op de oude brug die inmiddels gesloopt is, de nieuwe brug mocht er ook wezen en was ooit de grootste draaibrug van Europa.

1907 sloop van de oude en op de achtergrond de nieuwe Hembrug.

In 1927 vierde Aris Klomp zijn 25 jarige dienstjubileum als brugwachter en kreeg daarbij als cadeau van zijn werkgever een massief zilveren schaalmodel van de 2e Hembrug. Het is nog steeds in de familie en zijn kleinzoon Cor die het weer van zijn vader Cor kreeg is er met recht apetrots op.

2018 Kleinzoon en naamgenoot opa Cor Klomp met het bijzondere cadeau.

Een aantal malen was het noodzakelijk om het Noordzeekanaal uit te diepen of te verbreden. In 1937 was het gebied nabij de Fordfabrieken aan de beurt en daar werd het kanaal over een lengte van 300 meter met 25 meter verbreed. De noordelijke en de middenpijler van de Hembrug stonden in het water. De zuidelijke pijler al ruim 30 jaar op het land en hoewel men tijdens de bouw wel rekening gehouden had met het feit dat het kanaal ooit breder zou worden, was deze pijler mede omdat hij toch niet aangevaren kon worden en waarschijnlijk ook om de kosten te drukken veel lichter uitgevoerd als de andere pijlers. (In het model van opa Klomp staat de pijler ook nog on versterkt op de vaste wal.)Dit probleem diende dus te worden opgelost en nog voor dat de pijler in het water kwam te staan is hij aan twee zijden versterkt.

1937 De versterkingen die aan beide zijden van de zuidelijke pijler werd aangebracht.

De brug werd in 1983 na de aanleg van de Hemspoortunnel overbodig en werd gesloopt en als oud ijzer afgevoerd. Een deel van de draaikrans ligt samen met de jaarstenen op het Hembrugterrein.

De eerste Hembrug werd in 1907 gedeeltelijk verkocht en heeft nog jaren in Dordrecht over het Wantij gelegen.

1908 Plaatsen van de oude Hembrug over het Wantij in Dordrecht.

1910 De oude Hembrug na de plaatsing over het Wantij te Dordrecht.

1910. Officiële opening van de oude Hembrug door Prins Hendrik. V.l.n.r.: Prins Hendrik met A. Bos, burgemeester Wichers, CDK?, wethouder P.J. de Kanther, directeur Gemeentewerken Van Ruisen , wethouder Hordijk, secretaris Van Houten, verslaggever A. van Son.

Omdat de brug door de gemeente Dordrecht van een nieuwe naam was voorzien werd deze op 12 februari 1910 door Prins Hendrik als de Prins Hendrikbrug geopend.

1912 De Prins Hendrikbrug voorzien van smalspoor.

In 1912 werd de brug aangesloten op het smalspoor en was de Lips goederentrein regelmatig op de brug te zien. ©PDKAIH2018, ©foto’s Cor Klomp Jr en Gemeente archief Dordrecht.

Meer info over de beide bruggen en de verbreding van het kanaal vind u in De beide Hembruggen in een notendop en in het verbreden van het noordzeekanaal

Advertenties

DE SPOORDIJK – HERINNERINGEN UIT DE HAVENBUURT

De havenbuurt te Zaandam is een buurt die grotendeels is gebouwd voor de werknemers van de Artillerie Inrichtingen Hembrug. Het is altijd overigens net als andere gemeenschapjes  uit de Zaanstreek een min of meer gesloten gebied geweest  met zijn eigen regels en gebruiken. Een aantal bewoners heeft zijn / haar belevenissen uit de tijd dat zij er kwamen wonen, woonden en werkten aan het papier toevertrouwd. Deze prachtige boekjes, die een mooi tijdsbeeld vormen uit een voorbije tijd hadden een beperkte oplage en werden voornamelijk door mede Havenezen gekocht of bij diverse gelegenheden geschonken. Sommige van deze boekjes waren alleen voor familieleden bestemd. De rest van Zaandam had er weinig interesse in  of zelfs helemaal geen weet van. Eén van de schrijvers van zo’n boekje was een zoon van een werknemer van de Artillerie Inrichtingen. Het boekje dat hij schreef heet  “Buitenbeentje in het Havenkwartier” en het onderstaande verhaal komt uit het hoofdstuk De Spoordijk.

DE SPOORDIJK

Lang geleden, rond 1906, was de Hembrug, toen de grootste Europese draaibrug voor treinen, gebouwd. Daarvoor was er een paar honderd meter meer oostwaarts al een eerdere spoorlijn en spoorbrug geweest. Die eerste brug was echter te laag voor het vele scheepvaartverkeer en moest worden vervangen en de spoorlijn werd meer naar het Westen verlegd. Maar een stukje oude spoorlijn dat vlak achter de huizen aan de Archangelstraat liep was blijven liggen en splitste zich nu voor aan de haven af van de NS hoofdlijn van Zaandam naar Amsterdam. Dat liep nu via een toegangshek naar het A.I. terrein. Regelmatig werd dat deel van die oude spoorlijn, ook op een dijklichaam was aangelegd, nog gebruikt voor aan- en afvoer van materiaal voor deze fabriek.

1. de aftakking, 2. de poort naar de AI, 3. de spoorlijn naar Amsterdam

Tussen deze spoorlijn en de achtertuintjes van de mensen aan de Archangelstraat stond een ca. 2 meter hoog hek met harmonica gaas bespannen en weelderig begroeid met winde die vaak prachtig bloeide. In het gaas van dat hek zaten echter veel gaten waardoor jong en oud gemakkelijk op de spoordijk kon komen. Die spoordijk was in de oorlog en de eerste jaren daarna een ontmoetingsplaats voor de jongeren waar van alles te doen was en op het brede laatste toegankelijke deel zelfs ruimte genoeg om te voetballen. Er waren wat plekken grasvrij gemaakt die als zandbak benut werden door veel buurtkinderen. Als je er heen ging, ging je  ‘nog even naar de dijk’.

R. Klopper op de wissel in het smalle gedeelte van de spoorlijn

Schuin tegenover onze straat zat in de Archangelstraat een steeg naar het Hembrug hek en daar was een poort in dat hek naar het pad wat vanuit de woonbuurt over de dijk leidde naar de volkstuinen. Die volkstuinen, ´Nut en Genoegen´ geheten, waren met smalle kikkerslootjes gescheiden van de oude spoordijk en aan de andere kant van de Provinciale weg. Als het winter was konden we er zo over de bevroren slootjes lopen en dan scoorden we wel eens een spruitje op die volkstuinen om dat rauw op te eten.

Volkstuinen complex “Nut en Genoegen” op de achtergrond de spoordijk achter de woningen van de Havenstraat.

Er werden ook wel eens stiekem vuurtjes gestookt op de dijk. Soms ging er zelfs een klein hooiklampje in de hens en daardoor kwam ikzelf helaas nog eens bij de kinderpolitie terecht, toen nog gevestigd op de hoek Gedempte Gracht en Carinastraat. Maar ja fikkies stoken was dan ook wel een spannende bezigheid voor jongetjes van bepaalde leeftijd. Als je ‘lucies’ bij je had was je een hele Piet. 

Zomers was er op die dijk een pracht aan bloemen en vlinders te zien van grote pauwen tot kleine blauwe en gele die je tegenwoordig bijna nooit meer ziet.En uiteraard vingen we er ook veel sprinkhanen en plukten er bramen waarvan we even aten in het voorbijgaan. Aan de kant van de woonwijk was de dijk niet zo hoog maar aan de andere zijde liep hij vrij steil af met een hoogte tot wel een meter of zes bij het hek van de A.I.

In de winter kon je geweldig van die kant van de dijk af sleeën en de slootjes ernaast en die tussen de volkstuintjes en de Provinciale Weg waren de plekken waar ik en vele andere het schaatsen nog hebben geleerd.Toen ik ooit aan mijn ouders wilde tonen dat ik ook kon schaatsen en ze speciaal naar de slootjes kwamen om te kijken naar mijn vorderingen lukte dat ineens helemaal niet meer en gleed ik steeds met één been weg. Ik begreep er niets van maar toen we daarna teleurgesteld naar huis terugliepen ontdekte ik dat bij één van de schaatsen het ijzer er niet meer onder zat. Mijn schaatscapriolen met 1 ijzer werden nog jaren aangehaald in ons gezin.

Sleeën kon je er dus ook geweldig, van de dijk af, op de hoogste plaatsen ging dat zelfs in twee delen eerst een stijl stukje, dan vlak en dan weer stijl. Je ging er als een speer van af. Onze slee was door buurman van het Veer gemaakt, de timmerman die achter in zijn schuurtje in opdracht van ouders voor speelgoed en kindermeubilair van de kinderen in de buurt heeft gezorgd. Alleen waren zijn ontwerpen wel eens niet zo geweldig, de deurtjes van de garages waren zo krap dat je er bijna geen autootje in kon krijgen. Hij maakte ook ophaalbruggen naar het voorbeeld van de kippenbrug bij het Zwarte Pad en pakhuizen. In de meeste gezinnen was wel iets van hem te vinden en ik had ook een dergelijke garage en ophaalbrug, gekregen op een verjaardag of van de Goedheiligman. En later kwam er nog een kindertafeltje en -stoeltje en poppenwieg voor mijn zus.

De slee was ook verkeerd gemaakt met de ondersteuning er in de breedte opgetimmerd in plaats van overlangs. Hij zag er mooi uit, roodgelakt met blanke spijlen, en gewoon met sneeuw op straat ging het sleeën er prima mee maar toen ik samen met zus Erica van de spoordijk af roetsjte viel de slee vrijwel in onderdelen uiteen en lag het hele zitgedeelte eraf. We hebben hem wel weer in elkaar gezet maar nooit meer echt gebruikt, alleen nog als zitplaats op onze slaapkamer. Hij bleef toch een beetje krakkemikkig. 

Als je op die spoordijk met je oor op de rails luisterde kon je het Hembrug treintje in de verte al horen aankomen en dan kon je zo mooi oude munten of kiezels laten pletten op de spoorrails als het treintje, dat waren van die kleine motorlocs, langs kwam. Dan legden we die centen of stenen op de rails en verscholen ons in het lange gras tot ze al knarsend en vaak fluitend voorbij waren. Soms mocht je ook op die trein meerijden van voor aan de haven tot het Hembrug terrein en als het soms niet mocht en het was een beetje lange trein probeerde je er later al rijdend toch op te klimmen want ze gingen nooit hard.

Motorloc 225 “de Sik” het Hembrugtreintje.

In de sloten naast de dijk en door het weiland naast de volkstuinen en langs de Provinciale Weg kon je ook dikkopjes, stekelbaarsjes en salamanders met die mooie oranje buiken vangen. We namen ook wel watertorretjes en slakken mee naar huis om de glazen potten etc. waarin we salamanders of stekeltjes hielden schoon van algen te likken. We wisten op den duur precies de plekken waar het meeste te vangen was. En dan gingen we later kleine wormpjes zoeken in het plantsoen om ze te voeren.  Maar meestal gingen de vissen en salamanders binnen een week al weer dood door bedorven of stilstaand zuurstofarm water en het overvoeren.

Veel ouders kwamen regelmatig op de dijk kijken naar de bezigheden van hun kroost en vooral ’s avonds bij het voetballen was het er aardig druk. En natuurlijk was het daar door het ontbreken van verkeer ook een vrij veilige speelplaats. Later, ik denk zo tegen 1951, werd er een betonnen schutting neergezet met prikkeldraad er bovenlangs en was het er over klimmen veel moeilijker. Ook waren er toen af en toe bewakers die je wegjoegen en achtervolgden en dus kwamen de ouders er ook niet meer maar was het voor ons jongens nog wel spannend om uit hun handen te blijven. Overigens een tamelijk ondoordachte actie voor een terrein wat verder helemaal niet in gebruik was. Het heeft vermoedelijk alleen maar extra geld gekost maar dat was bij het toenmalig staatsbedrijf vermoedelijk geen bezwaar.¹

De kinderen moesten nu weer tussen huizen in de smalle straatjes spelen en voetballen en dat gaf veel meer overlast in de buurt. Ik zag recent dat veel bewoners van de Archangelstraat stukken van de van rails ontdane spoordijk bij hun erf getrokken hebben.

Hier nog een klein stukje spoordijk en de betonnen schutting maar waar de rails echter al weg waren.

Verhaal ©J. de Jong, overige tekst ©PDKAIH2018, Foto’s ©J.de Jong / PDKAIH2018 

¹(de werkelijke redenen voor het vervangen van het gazen hek door een betonnen schutting en prikkeldraad waren de vele gevaarlijke plaatsen op het terrein, het ontvreemden van rijks eigendommen, op en van de trein springen, voorwerpen op de rails leggen en de belangrijkste en echt ontoelaatbare: het ondergraven van de spoordijk!. De enthousiaste jeugd bouwde hutten (holen) in het hoge deel van de spoordijk zich totaal niet bewust van de onvoorspelbare gevolgen dit kon hebben wanneer een al dan niet met munitie geladen trein plots in de dijk zou wegzakken).

DE ARTILLERIE INRICHTINGEN VAN 1679 TOT 1925 deel 10 van 11.

DE ARTILLERIE INRICHTINGEN VAN 1679 TOT 1925 deel 10 van 11.

Artillerie Inrichtingen worden Staatsbedrijf en de 1e wereldoorlog breekt uit.

In 1913 werden de Artillerie Inrichtingen een Staatsbedrijf met een eigen begroting en kregen een burger directie. Ook de leiding van de bedrijven gingen in burgerdienst over. Dit was een grote vooruitgang omdat men zodoende personeel kreeg dat zich blijvend aan het bedrijf kon wijden. Kort nadat deze maatregel was genomen, brak de 1e wereldoorlog uit.

 

De directie der Artillerie Inrichtingen. Zittend vlnr de heren: Directeur G. Th. van Dam, Directeur; J.H.A. Mijsberg, Directeur; H.M. van Unen, Secretaris; B.J. Top. Staand vlnr. L.L.E. Ornstein,Bedrijfschef Patroonfabriek; J. Jungeling.Bureauchef voor de Technische Zaken; D. Rijnders.bedrijfschef Vuurwerkerij; J.D. Berkhout,Technoloog; N.P.A. du Quesne van Bruchem, waarnemend Bedrijfschef Wapenfabriek; E. Zuidema. Administrateur.

 

Wat is er in die tijd aan de Hembrug gebeurd? Voor het organiseren van de munitieaanmaak met behulp van de particuliere industrie werd het Munitiebureau ingesteld. Later heeft de zorg van dat bureau zich ook over andere zaken dan enkel munitie uitgestrekt. Bij de aanmaak door particulieren werden aanvankelijk opdrachten gegeven aan verschillende fabrikanten. Tenslotte kwam men echter tot geconcentreerde aanmaak, die in een fabriek over het IJ door Belgische fabrikanten van automobielen en met behulp van uit het Oosten van het land overgebrachte werktuigen werd opgezet.  Dit bleek grote voordelen op te leveren. Het benodigde buskruit kon van de fabriek te Muiden worden betrokken. Trotyl werd eerst op kleine schaal uit toluol dat van de gasfabrieken kwam gemaakt.Later werd er een afzonderlijke fabriek gebouwd bij de Hembrug, waar de Bataafsche het maakte uit toluolbenzine.  Deze fabriek bevond zich aan de Amsterdamse zijde van het Noordzeekanaal.

 

Kruitfabriek te Muiden.

 

Behalve artillerieprojectielen werden ook handgranaten in verschillende soorten aangemaakt.Omdat de weermacht die ondertussen was versterkt met de langzamerhand goed geoefende reservetroepen te kunnen bewapenen werd besloten de productie van wapens belangrijk opvoeren. De particuliere industrie hielp om zo snel mogelijk de aan de Hembrug aanwezige werktuigen in een behoorlijk aantal te vermenigvuldigen. Dit ging in een rap tempo omdat zij alleen maar gekopieerd hoefden te worden en er van een groot gedeelte van deze werktuigen al gietmodellen aanwezig waren. Het doel was het zogenaamde wisselbedrijf aan de Hembrug om te vormen in een inrichting waar alle onderdelen van het wapen tegelijkertijd naast elkaar konden worden afgewerkt.

 

Machines bestemd voor fabricage van geweerlopen.Op de voorgrond vier trekbanken waarop de geweerlopen van trekken voorzien worden. Op den voorgrond links: de Bedrijfschef van de Wapenfabriek, D.H.Peereboom Voller. rechts van hem: de Opzichter van de lopenfabricage, M.A. v.d.Ende.

 

De honderden werktuigen die daarvoor nodig waren zijn alle in Nederland gemaakt. Het personeel werd in die tijd sterk uitgebreid naar ongeveer 8500 personen. Een groot probleem tijdens deze oorlog was het verkrijgen van de benodigde materialen. De gewoonlijk gebruikte materialen waren niet te krijgen en men moest zich vaak behelpen met allerlei mindere kwaliteit. Tenslotte zijn zelfs geweren gemaakt van oude rails (het enige staal dat nog in het binnenland in grote hoeveelheden aanwezig was). Telegraafdraad dat eigenlijk bestemd was om prikkeldraad van te maken maar dat toevallig hardbaar bleek werd gebruikt.

 

De voorraad notenhout 1916-1917

 

Ook de inlandse notenbomen werden niet gespaard. Toen het land werd afgezocht bleken er heel wat meer aanwezig dan men aanvankelijk dacht en vielen er duizenden ten offer aan de wapenproductie. Gemiddeld was slechts één op de drie bomen voor het doel geschikt. Al spoedig beschikte men voor de vordering, het rooien en vervoeren van de bomen over zodanig geoefend personeel dat de aanvoer geregeld geschiede. En het kwam slechts zeer zelden voor dat een boom verborgen gebreken vertoonde. ©PDKAIH2017