DE 2e WERELDOORLOG EN DE ARTILLERIE INRICHTINGEN deel 4 van 4

Uit het dagboek Ir. F. Q. den Hollander 3

F.Q. Den Hollander Directeur der AI

III
Beschouwingen en conclusies.

     Hoewel het in het algemeen vermetel moet schijnen, zoo kort na geweldige gebeurtenissen van de hoogste historische beteekenis conclusies daaruit voor de toekomst te willen trekken, zoo meen ik toch dat enkele feiten of gebeurtenissen daartoe reeds nu wel aanleiding kunnen geven, al zal later herziening van dit oordeel wellicht noodig zijn.
     Te minder zal die herziening noodig zijn naarmate de conclusies uitsluitend van interne betekenis voor het bedrijf zijn; waar het contact betreft met buiten het bedrijf staande autoriteiten of personen, is het oordeel uit den aard der zaak eenzijdig.

De Vesting Holland begin mei 1940

Vesting Holland.

Ter algemeene inleiding moge worden geconstateerd, dat de ultra moderne wijze, waarop Duitschland den oorlog met ons land heeft gevoerd – geheel afwijkend van het klassieke beeld dat men zich klaarblijkelijk hier te lande daarvan had gevormd en waarbij men met name meende, dat de Vesting Holland althans gedurende zekeren tijd, een min of meer veilig  stuk grondgebied zou zijn, waar de oorlogsindustrie zou kunnen handhaven – heeft gemaakt dat van de eerste oogenblikken af het geheele leven in ons land, ja men zou zelfs geneigd zijn te zeggen dat juist in het belangrijke centrum, dat door het begrip Vesting Holland wordt omspannen, ernstig was gestoord.
     Militair beschouwd mogen dan al de strategische overvalling zijn mislukt – in zooverre dat overal krachtige weerstand werd geboden – ernstige stoornissen in het Maatschappelijk leven in ’t bedrijf, in ’t werken, traden dadelijk op.
     De ligging van de Artillerie Inrichtingen binnen de Vesting Holland; het inschakelen van de particuliere industrie  aldaar  en het overbrengen van bedrijven van de buitenprovincies naar de Vesting Holland vanwege de veiligheid en de Mogelijkheid van doorwerken in oorlogstijd is gebleken een verkeerde illusie te zijn geweest.

Ernstige stoornissen.

Uit het relaas de voornaamste gebeurtenissen I en II*1 blijkt toch duidelijk hoe ernstig de stoornissen waren en al kan niet worden gezegd, dat het bedrijf verlamd heeft gelegen, zoo is toch van regelmatig doorwerken in meer of mindere mate geen sprake is geweest.

patronen scherpe nr. 1

     Het is toch een hoogst ernstig feit, dat de aanmaak van hulzen en kogels tot scherpe patroon No. 1 te Delft op den 2e dag moest stopgezet worden; dat van het regelmatig doorwerken van het Scheikundig Laboratorium geen sprake meer is; dat het herhaalde luchtalarm aan de Hembrug maakt dat een niet onbelangrijke werkzaamheid bij het herstellen van hulzen achterwege gelaten wordt; dat het verkeer tusschen Rotterdam, waar belangrijke industrieën van ons werkten en de Hembrug vrijwel gestremd was en een belangrijk transport veiligheidshalve te ’s Gravenhage moest overnachten.
     Hoewel het telefonisch verkeer tusschen de deelen van het bedrijf niet al te veel te wenschen heeft overgelaten, was dat met de particuliere industrie vrijwel gestremd.
     Daar ook behoefte aan bepaalde soorten munitie zich eerst tijdens het verloop der gevechtshandelingen gaat afteekenen, kan men wel zeggen dat van een regelmatige productie eerst na een dag of vier, vijf geen sprake kan zijn.

Uitspraak G.T. van Dam.

G.Th. van Dam Directeur AI

  De reeds in 1924 gedane uitspraak door de toenmaligen Directeur G.T. van Dam (G.Th. van Dam)  dat “voor zoveel den aanmaak betreft, de taak der A.I. zich dient te beperken tot hetgeen in vredestijd of oorlogstijd, vóór ons land rechtstreeks in de vijandelijkheden wordt betrokken, kan worden gedaan.Wat daarna komt is een toevallige bate waarop in verband met de geringe diepte van ons land en het vliegersgevaar niet mag worden gerekend” kan op grond van de opgedane ervaring als juist worden beschouwd, al kan men er dadelijk aan toevoegen, dat de toevallige bate, zelfs in dez 4 dagen nog wel is meegevallen, dank zij het feit, dat van rechtstreeksche gevaar brengende aanvallen op de bedrijven, weinig of geen sprake is geweest.
Maar dat wist men niet van tevoren.

Luchtaanvallen en schuilpaatsen.

De bescherming tegen luchtaanvallen nader aangaande, trekt in de eerste plaats aandacht, dat niettegenstaande het mobilisatie tijdperk 8 maanden heeft geduurd, de verduisteringsmaatregelen voor de Fabriek Hembrug nog niet in orde waren.
ware dit wel het geval geweest, dan had men ’s nachts kunnen doorwerken en kunnen profiteren van de betrekkelijke rust, die tijdens de duisternis in de lucht heerste.

Bovengrondse schuilplaatsen op het terrein en bij de woningen van de Delftse Rij *2

     De schuilplaatsen bleken te ver van de werkplaatsen te liggen, in die zin dat door de groote snelheid der vliegtuigen eenerzijds en de tijd benoodigd voor het doordringen van het signaal luchtalarm, het verlaten van de werkplaats en het zich spoeden naar de schuilplaatsen anderzijds, het personeel nog niet in de schuilplaatsen was, als de vliegtuigen reeds boven de Fabriek waren.
     Zoowel te Hembrug als te Delft heeft men zich moeten losmaken van het Gemeentelijk luchtalarm en een eigen alarmdienst ingesteld, waarbij klaarblijkelijk wat meer risico werd genomen. Dit is begrijpelijk en stemt overeen met het karakter van het bedrijf.
     In of op gebouwen van het bedrijf was geen luchtafweer opgesteld. Het is aannemelijk, dat dit juist gezien is geweest, al kan niet worden, dat het ontbreken van dit geschut de reden is geweest van het niet uit de lucht aanvallen onzer bedrijven.

Bewaking en verdediging.

     De bewaking en verdediging tegen aanvallen op den grond is een moeilijk punt. Men kan van tweeërlei standpunt uitgaan, of wel de bedrijven beschouwen als een zuiver burger bedrijf en dus geen afzonderlijke militaire bewaking en bescherming nemen, of wel het bedrijf als militaire instelling beschouwen en wel afzonderlijk doen bewaken en beschermen tegen een zgn, “Coupe de – main”. Geleerd door de ervaring met parachute troepen zal men den laatste weg moeten kiezen, maar dan moet ook in vredestijd worden bezien hoe de bewaking en de bescherming moet gebeuren, hoeveel troepen en welke bewapening daarvoor noodig zijn onder één verantwoordelijke commandant, die een en ander in overleg met de Directie-organen ter plaatse regelt.
     Men moet daarvoor geen reserve off. Spec. Diensten der Artillerie gebruiken, die hun gewone taak in het bedrijf hebben en die taak toch moeten blijven vervullen  of voor een tijdelijke andere  bedrijfstaak beschikbaar moeten blijven.

Controlepost op de Hemkade 14 Mei 1940

Noodgedwongen heeft men zoowel te Delft als te Hembrug aan verschillende reserve officieren van Speciale Diensten bewakings- of verdedigingsmaatregelen opgedragen. Het oordeel over het nut daarvan is zeer verschillend; Het Hoofd van de Vestiging Delft is er zeer over tevreden; het Hoofd van het Scheidkundig Laboratorium drukt zich misprijzend uit door te zeggen; “dat aan het stelsel van res.off. voor Sp.D. onoverkomelijke bezwaren kleven. Tot de oorlogsdagen is van hen zeer veel profijt getrokken en was het Scheikundige Laboratorium in staat alle aanvragen en verzoeken op korten termijn te voldoen. Het feit echter, dat deze personen in feite militairen zijn, reduceerde hun werkkracht tot nul, toen de vijandelijkheden haar intrede deden. De omstandigheid, dat deze niet geschoolde militairen, die nauwelijks met een vuurwapen kunnen omgaan al deze dagen een verdedigingslinie op zichzelf vormden, welke in geen enkel opzicht organisch verband stond tot de bevelvoerende militaire autoriteiten moet als onjuist worden aangemerkt”.
     Dit, alsmede de uitgebreide improvisaties op dit gebied aan de Hembrug, toonden dat in de toekomst de bewaking en beveiliging te land vooraf in vredestijd oordeelkundig moet worden geregeld.

Herstellingsdienst.

     De herstellingsdienst, welke ten behoeve van het gemobiliseerde en vechtende leger was ingesteld ondervond op zeker oogenblik moeilijkheden doordat de militaire commandanten geen burgers wilden doorlaten. Deze dienst behoort een zuiver militaire dienst te zijn; opleidng van personeel, uitrusting van de noodige voertuigen enz. zou over de A.I. kunnen loopen, maar het militaire personeel hoort te ressorteeren onder een militaire autoriteit.
     Op dezelfde wijze zal ook een afzonderlijke militaire opruimingsdienst van gevaarlijke voorwerpen noodig zijn. (dit is na den oorlog trouwens min of meer geschied).

     Ten slotte valt op te merken, dat behoudens een zeer nauw contact met den D.M.L., de Directie nog van de zijde van het Departement ( C.O.W. IV Afd.b.) noch van andere militaire autoriteiten in de dagen van 10/14 Mei veel heeft bemerkt.
     Wellicht zou zich bij een langer duren van de strijd dit contact weer hebben hersteld, maar in ieder geval blijkt welk dat men in de eerste dagen van een oorlog vrijwel op zich zelf is aangewezen.
     Mede door gebrek aan telefonisch contact met de talrijke leveranciers en medewerkers in de particuliere industrie stonden de werkzaamheden bij de Technischen Aanschaffings en Voorlichtingsdienst vrijwel stil. Er viel geen voorlichting meer te geven, zoodat de vraag rijst, of de in dezen dienst verzamelde, bij uitstek militair-technische krachten in het Bedrijf (Hembrug/Delft) niet beter op hun plaats zouden geweest zijn.

     Met een woord van lof over de in het algemeen rustige, en kordate wijze waarop het personeel aan alle moeilijkheden en bezwaren het hoofd heeft geboden en in het bijzonder met een woord van waardering voor de houding van het Korps chauffeurs, dat meermalen met gevaar voor eigen leven het verband over den weg tusschen de verschillende onderdeelen heeft onderhouden, moge dit overzicht worden beëindigd.

——————–

Bronnen NIMH, Archieven.nl ©PDKAIH2019

*1 zie deel 2 en 3 van DE 2e WERELDOORLOG EN DE ARTILLERIE INRICHTINGEN elders op deze site.
*2 Delftse Rij – Omdat er in Zaandam een tekort was aan ter zake kundig personeel voor de afdeling optiek (kijkers, richtmiddelen etc.) werd er personeel van die afdeling te Rijswijk (Delft) overgeplaatst naar Zaandam. De toenmalige administrateur van het bedrijf had een plan bedacht om deze mensen te huisvesten, een aantal woningen te laten bouwen langs de aan het terrein grenzende Havenstraat. De in 1929 gebouwde rij huizen kregen naam van de adminstrateur. Het rijtje van Houtwipper. Omdat bijna iedereen het altijd had over die Delftenaren die daar in dat rijtje woonden, Werden de woningen al snel in de volksmond aangeduid als de Delftse Rij.

Gebruikte afkortingen.

A.I. – Artillerie Inrichtingen
C.O.W. – centraal orgaan weermacht
D.M.L. – dienst matrieel landmacht
enz – enzovoort
off. – officier
Res.off. – reserve officier
Sp.D. –speciale diensten
zgn. – zogenaamde

Zie ook:

DE 2e WERELDOORLOG EN DE ARTILLERIE INRICHTINGEN deel 3 van 4

Uit het dagboek Ir. F. Q. den Hollander 2

F.Q. Den Hollander Directeur der AI

IIe GEDEELTE

Bijzonderheden aangaande productie, enz.

VERBINDINGEN.

Ten aanzien van maatregelen inzake de opvoering van de productie en productie mogelijk heden om de beschikbaar stelling van materieel, munitie en verdere personeele en materieele hulp stond de Directie te ’s-Gravenhage doorlopend in goede telefonische verbinding met het bureau van den Directeur voor het Materieel der Landmacht, terwijl reeds onder I vermeld, de telex-telefoon verbindingen met fabriek Hembrug en Vestiging Delft steeds bruikbaar bleven. Andere telefoonverbindingen waren echter herhaaldelijk gestoord of geblokkeerd, zoodat de H.T.A.Vo. te ’s Gravenhage met het grootste gedeelte der binnenlandsche leveranciers geen telefonische communicatie kon verkrijgen, waardoor ook van die zijde geen technische voorlichting kon worden gevraagd, zoodat de werkzaamheden zich beperkten tot het afdoen van loopende adviezen. Uit den aard der zaak was het contact met buitenlandsche leveranciers eveneens verbroken. Afleveringen aan het bedrijf-op enkele uitzonderingen na – stonden eveneens stil.

Voorraad gereed of nagenoeg gereed.

     Het was een eisch van de eerste orde, dat materieel en munitie, hetwelk aan de Fabriek gereed of practisch nagenoeg gereed stond – al of niet gekeurd, zoo spoedig doenlijk ter beschikking van de D.M.L.  kon worden gesteld. Al deze opgaven kwamen in den loop van den 10 Mei per telex binnen en werden  onverwijld doorgegeven aan de D.M.L , of achtereenvolgens zoo noodig verder behandeld zoals hieronder zal volgen. In het algemeen werd op order van de D.M.L. de bruikbare munitie door den Fabriek ingeleverd bij het munitiepark, in regelrecht overleg met den Directeur van het Munitiepark. Naar schatting is dit pl.m. 200 ton geweest en het vervoer geschiede met 12 wagens per dag.

Beschikbare voorraad in Motorschepen.

Daarnaast werd de beschikbare voorraad van de A.I., belangrijk uitgebreid, doordat het Departement van Koloniën ter beschikking stelde 30.000 kg ledig van 4 tl. (in aanmaak bij Hofa), 32.800 kg. Buskruit tot S.P. No. 1 en 5 miljoen slaghoedjes voor patronen S. No. 1 in aanmaak bij de A.I. zelve.
     Ter verhooging van de veiligheid aan de Fabriek werd door de Directie order gegeven den fabrieksvoorraad trotyl – behoudens de behoefte voor 2 x 24 uur productie, – in te laden in schuiten en te verspreiden langs de waterkant in de omgeving en op dezelfde wijze met groote met trotyl gevulde lichamen (torpedo’s, mijnen enz.).
     Dit materieel, naar schatting ruim 200 ton, werd in twee gehuurde motorbooten de “Flora” en de “Concordia” geladen en in “Zijkanaal F” onder militaire bewaking gesteld.
     Voor het D.v.K. stond een groote hoeveelheid materieel pl.m. 200 ton, ter verzending gereed; ook dit is in een gehuurde motorboot de “Risico” buiten de fabriek gebracht, alsmede nog 60 ton aanwezige hulzen en kogels tot S.P. No. 1.

Spoedaanmaak munitie.

     Ingevolge binnengekomen berichten van militaire autoriteiten werden door de Directie op 11 Mei de navolgende orders betreffende spoedaanmaak van munitie gegeven aan H.F.:
     1. Onverwijld samenstellen van 25.000 bg.patr. 7 veld V.L bestanddeelen bij u beschikbaar.
     2. Onverwijld omlaboreeren van 2000 osbg. van 10,5 hw, tot scherpe schoten.
     3. Ten spoedigste op te leveren Mg. Kard. 7 veld V.L, lad 2 tot ten hoogste 70.000 stuks in verband met beschikbaar aantal bg No. 2.
     4. Groote behoefte aan 4 tl. Omgaand bericht:
     a. voor hoeveel patronen alle benoodigde bestanddeelen voor handen.
     b. 30.000 ledige bg. Staan bij Hofa Rotterdam gereed; laten halen, Hofa is ingelicht. (Dat zijn dus de bg. Van het D.v.K.).
     5. Nog met spoed aanmaken 75.000 slagpijpjes No, 3, verpakt à 8 stuks.
     De urgentievolgorde van den aanmaak van het bovenstaande en van verdere munitie werd vastgesteld als:
a. bg. No.3 van 7,5 tl. No.1
b. obsg. Van 10,5 hw. Omlaboreeren
c. bg. Patronen 7 veld lad. 2
d. Mg. Kardoezen 7 veld lad. 2.
e. bg. Patronen 4 tl.
f. bg. Patronen 2 tl.
g. Slagpijpjes No. 3 verpakt à 8 stuks.
h. patronen S No. 1.
I. Mitrailleurs
     Tevens werd – in verband met het niet kunnen werken der nachtploegen – wellicht ten overvloede, de aanwijzing verstrekt het daglicht tot het uiterste benutten, door te werken met elkaar overlappende ploegen.
     Aan de hand van bovenstaand urgentie programma zullen de verschillende munitiesoorten afzonderlijk bekeken worden, dus;

a. Munitie van 7,5 tl.
     De omschrijving is ruimer gesteld dan hierboven omdat zich hierbij nog enkele complicaties hebben voorgedaan.
     De tb. No.7 N.M scheen bij verschillende keuringsschietproeven niet geheel te hebben voldaan, althans wijzigingen schenen gewenscht
    Daarnaast waren Mech. tb. van het systeem Tavaro beproefd en tot een aantal 65.000 als Mech. tb. No.5 voor den vuurmond 7,5 besteld. Op 6 Mei waren hiervan 40.000 aanwezig, zonder de tempeertoestellen. De vuurleidingstoestellen waren uit den aard der zaak nog ingericht voor de tb. No. 7 N.M.
     Toen nu op 12 Mei door den O.L.Z. met aandrang naar tb. No.7 N.M. gewijzigd, werd gevraagd en de Directie daarbij aan Hoofd Fabriek opgave dagproductie vroeg, kon door dezen niet anders worden bericht, dan dat de aanmaak afhing van het gereedkomen van speciaal gereedschap voor het boren van de ligplaats van het slaghoedje. 1376 stuks ongewijzigde tb. No. 7 N.M. stonden echter geheel ingeblikt gereed – doch dit waren afgekeurde buizen.
     Daarnaast werd op den 11e Mei besproken welke wijzigingen  noodig zouden zijn in de vuurleidingstoestellen Vickers om deze geschikt te maken voor het gebruik bij de Mech, tb. No. 5.

Vuurleidingstoestel Vickers, behorend bij bat. van 7,5 cm t.l. ©NIMH

     Door Ir. Langendijk zijn gedurende den nacht van 11/12 Mei de noodige berekeningen gemaakt betreffende de veranderingen aan canoïdes en tandraderen.  Twee – niet ingedeelde – toestellen waren te  Delft. De ombouw kon daar echter niet plaats hebben vanwege de beschieting. (zie reeds eerder vermeld dat vanaf de 12e alle werkzaamheden in het gebouw aan de Julianalaan waren gestopt.) zoodat in den vroegen morgen van den 12e 1 toestel via den Haag naar Hembrug werd gebracht, waar nieuwe tandraderen moesten worden gesneden en de ombouw verder werd volbracht. Op 14 Mei te 14.00 uur was het toestel gereed; te 18.30 stond het met nieuwe munitie met mech, tb, No. 5 gereed voor het vertrek naar een der bt. van 7,5 tl.

Het lag in de bedoeling op dezelfde wijze andere toestellen om te bouwen en telkens met een partij munitie voorzien van mech. tb. No, 5 naar een der bt. te brengen. Door de op dien dag te 19.00 uur bekend geworden capitulatie is dit gewijzigde toestel met de nieuwe munitie niet meer tot zijn recht gekomen.

Een batterij met Vickers 7,5 cm t.l.


     Wat de aanmaak capaciteit betreft werd aangenomen, dat, daar van een in 1939 bestelde partij van 23.500 bg. Patronen reeds alle bg. Gevuld waren en 3000 patr. Al gereed waren, vanaf dien 14e Mei zou kunnen worden gerekend op 2000 patronen per dag, alsmede op 2000 mech. tb. No.5, waarvan reeds 4000 gereed lagen.
     Naast de vaststelling van complete Mech. tb. No. 5 waren bij Tavaro o.m. nog 60.000 uurwerken besteld voor h.t.l. aan te maken Mech. tb. No.5. Hiervan waren op 6 Mei 5000 stuks uurwerken geleverd.
     Omtrent den verderen aanmaak van projectielen van 7,5 tl berichte het C(entraal) O(rgaan) (voorziening behoeften) W(eermacht) dat bij de fa. Heijst 1000  bg. Van 7,5 tl. Gereed stonden, terwijl materialen aanwezig waren voor 13.500 bg. En die firma opdracht tot aanmaak had gekregen met een tempo van 3000 per wijk.
     Naast dezen aanmaak h.t.l. werden nog telegrafisch door bemiddeling van den Mil. Luchtvaartattaché te Londen bij Vickers besteld 100.000 schoten van 7,5 tl. en 70 kernbuizen voor 7,5 tl.

Tijd, schok en tijdschokbuizen

b. Omlaboreeren van osbg van 10 hw.
     Er waren pl.m. 2000 ossbg. Voorhanden. Het omlaboreeren werd ontijdig afgebroken, doordat op de 13e Mei order werd gegeven alle munitie (dus als osbg.) af te leveren.
     Op de 14e Mei te pl.m. 05.00 uur werd deze munitie afgehaald. Het productievermogen werd opgegeven als vanaf 15 Mei: 300 per dag

c. bg. Patronen van 7 veld V.L.
     Na de ontvangst van de spoedopdracht inzake 25.000 bg. Patronen 7 veld V.L. berichtte H.F. dat alle onderdeelen aanwezig waren, behalve kurken schijven, waarvoor een noodoplossing werd gezocht, met de verwachting over 2 dagen, dit is dus vanaf 14 Mei, 1000 patronen per dag te kunnen maken. Achteraf bleken aan de Fabriek nog 5000 stuks kurken schijven aanwezig te zijn, zoodat naar deze noodoplossing klaarblijkelijk niet verder gezocht werd.
     Intusschen werd op denzelfden dag (12 Mei) tusschenkomst verzocht de bij de Hollandschen Kurkenfabriek loopende bestelling op 5000 stuks uit te breiden tot 25.000 stuks en op bespoedigde aflevering aan te dringen. Dit is geschied en de eerste partij van 1000 stuks is op 14 Mei te 12.00 uur naar de Fabriek verzonden.
     Wat den eventueelen verderen aanmaak van projectielen betreft, deelde het C.O.W. mede, dat bij de fa. Heijst nog 800 bg. No. 2 van 7 veld gereed stonden en dat deze firma nog 6000 stuks kan maken met een capaciteit van 3000 stuks per week.

d. Mg. Kardoezen van 7 Veld lad. 2.
     Na ontvangst van de spoedopdracht werd op 12 Mei bericht, dat over twee dagen – dit is 14 Mei – 1000 Mg. Kard. Per dag konden worden afgeleverd.

e. bg.patr. van 4 tl.
     Op 12 Mei waren bij de Fabriek beschikbaar 12.000 bg. Patronen van 4 tl., terwijl vanaf 14 Mei op een levering van 1200 per dag kon worden gerekend.
     Het transport van Hofa, bevatte niet alleen dat van diverse materialen voor deze munitie en reeds vroeger besteld, dus ook de 30.000 bg. door het D.v.K. ter beschikking gesteld kwam uit Rotterdam op 12 Mei pl.m. 19.00 uur te Den Haag aan en is veiligheidshalve hier aangehouden tot den 13e Mei ’s morgens. Toen is het doorgegaan naar de Fabriek. Aangezien niet alle bg. van het D.v.K. meegenomen waren bij het 1e transport zouden deze bg. alsnog moeten worden gehaald. Dit schijnt niet meer mogelijk geweest te zijn.

f. bg patroon van 2 tl.
     Munitie van 2 tl. was tot nu toe alleen nog uit het buiteland betrokken. Wel is nog nagegaan of een beging zou kunnen worden gemaakt met de laboreering dezer patronen, doch er waren nog niet voldoende onderdeelen aangemaakt. In Zurich stonden 80.000 stuks gereed; er werd gehoopt, dat deze ons nog via Frankrijk zouden kunnen bereiken. Dit is niet het geval geweest. Wel zijn op 14 Mei te 11.00 uur nog aangekomen 5 wagens met 2 tl, munitie uit Italië, welk bericht dadelijk aan de D.M.L. is doorgegeven.

g. slagpijpje no. 3
     Betreffende de bestelde slagpijpjes nr. 3 werd op 12 Mei bericht, dat 4800 stuks waren ingeleverd, 13.000 gereed aan de A.I. en dat de productie op 5000 stuks per dag kan worden gesteld.

h. patronen S. No. 1 enz.
     Betreffende de mogelijkheid van aanmaak van scherpe patronen bericht H.F. op 12 Mei dat de productie van scherpe patronen van 7,9 (vermoedelijk patr. S. No.23) naast de No.1 bedraagt 10 à 15.000 per dag, méér is niet mogelijk. Van 12,7 patronen (Marine) is de dagproductie 5000 stuks. De totale productie kan niet meer zijn dan 50.000 bij gebrek aan onderdeelen, er zijn 10.000 stuks
gereed.
     Op 13 Mei wordt de productie mogelijkheid nader gepreciseerd als:
200.000 stuks No. 1.
15.000   “  No. 23.
5.000  “  No. 12,7 per dag.
     In herinnering wordt gebracht, dat hulzen en kogels voor patr. S. No. 1. ook te Delft werden vervaardigd, en dat op 11 Mei uit veiligheidsoverwegingen de werkzaamheden aan de patroonfabriek aldaar werden gestopt.
     Tenslotte verzocht H.F. op 14 Mei doorloopende machtiging om gereed zijnde patr. S. No. 1. Onverwijld in te leveren in de magazijnen D.v.D. om opeenhooping in de fabriek te voorkomen. Alle patronen werden licht geolied afgeleverd om klemmers te voorkomen, deze machtiging werd verleend.
     Behoudens de hierboven behandelde munitie, die in het urgentieprogramma voorkwam, is in deze dagen ook de aanmaak van andere munitie ter sprake gekomen.      In de eerste plaats eihandgranaten.
     Op 11 Mei verzocht de Directie aan H.F. opgave van de productie betreffende eihandgranaten No. 1 en 3. Wel is waar was toen nog geen aanvraag door militaire autoriteiten gedaan, doch terecht voorzag de Directie de mogelijkheid dienaangaande. Dit geschiedde ook inderdaad op 12 Mei toen door O.L.Z. met aandrang naar eihandgranaten werd gevraagd. De voorraad aan de A.I. was toen 14.000 eihg. No. 3; de productie mogelijkheid was 10.000 stuks No. 1 per dag + 4000 te verkrijgen door omwerking van halfscherpe waarvan weder 20.000 No. 1 en 27.000 No. 3 in voorraad waren.

Eihandgranaat No. 1
Eihandgranaat No. 3

In de tweede plaats munitie van 4,7.
     Hiervan lagen op 13 Mei aan de Fabriek gedeponeerd – dus gereed om te keuren – 2500 bg. patronen, de productiemogelijkheid wordt opgegeven als 300 perdag. Omtrent bpg. Patronen – toch te beschouwen als het voornaamste projectiel in den strijd tegen de gepantserde eenheden – wordt niets vermeld.

     In de derde plaats munitie van 40 mm (Marine).
     De Marine verzocht met spoed af te leveren patronen van 40 mm. No. 1 en 2.
H.F. bericht op 12 Mei dat er 3100 buizen voor deze patronen zijn, het afleveren van 3100 patronen zal een week vorderen, aangezien men bezig is met laboreeren van 40 mm. No. 3.
     Reeds in dezen korten oorlogstijd kwam het herstellen van hulzen ter sprake. Op 13 Mei bericht H.F. dat een regeling is gemaakt, dat het herstel van hulzen van 7 veld bij Verblifa te Krommenie zal geschieden, waar voor 2 banken zijn overgeplaatst. Verblifa is echter niet meer aan het herstellen toegekomen.
     Het herstellen van 7,5 tl. en 4 tl. zou geschieden aan de A.I. ; gemiddeld 50 per uur, Deze herstelling liep naar wensch, behoudens het bezwaar dat bij het vluchten tijdens luchtalarm steeds de kalibakken en de gloeiovens stopgezet moesten worden. Daardoor konden vrijwel geen hulzen worden ontlaten.

Huls bestemd voor 7 Veld

Aanmaak en herstelling infanterie wapenen.

     Betreffende aanmaak en hertstelling infanterie wapen, w.o. dus in de eerste plaats mitrailleurs, genoemd in het urgentieprogramma van de munitie onder – spoedaanmaak munitie, punt I –  , valt het volgende op te merken.
     Op 10 Mei ’s morgens stonden aan de Hembrug gereed voor verstrekking:
     35 Mitrailleurs M.08/15
     97 “                 “  M.20 en
     35 geweren t.p. waarvan 2 nog in oorspronkelijke verpakking.
     Op 12 M3i werd bericht, dat op den 13e 70 Vickers mitrailleurs (vermoedelijk Mitr.M.18 opgeboord tot kaliber 7,9) en 190 Mitr.M.20 gereed zullen zijn: verdere afleveringsmogelijkheden zijn wat betreft Mitr.M.20 over drie dagen 50, verder telkens iedere 3 dagen 50 tot een totaal van 200 stuks.
     Wat bertreft Mitr.M.8/15 in de eerste drie weken niets.
     Wat betreft  Mitr.M18 50 over één week, daarna nog twee weken telkens 50 dus in totaal 150 stuks.
     Zekerheidshalve werd nog gestipuleerd, dat deze mitrailleurs compleet met uitrusting moeten worden geleverd.

Mitrailleur M.08 op cavalerie-drievoet affuit

     Een byzondere zorg eischte nog de voorziening in den aanmaak van patroontrommels. De fa. Luyt te Krommenie vroeg o.m. op 12 Mei om uitbreiding van de order op patroontrommels, welke de voor zoover de materiaalvoorraad aan de Hembrug toeliet, op 13 Mei werd verstrekt. De fa. van der Heem uit ’s Gravenhage verzocht op den 12e Mei eveneens toezending van verschillende onderdeelen ter bespoediging van de productie. Toen deze zending op de 14e bij haar arriveerde moest uit veilgheidsoverwegingen deze zending alsmede al het materiaal, de gereedschappen en de producten nog bij de firma aanwezig, worden teruggezonden. Dit schijnt niet meer te zijn geschied.
     Het wad de bedoeling de productie bij de fa. van Luyt voort te zetten, hiervan is uit den aard der zaak  niets meer gekomen.

Draagbare wapenen.

     Wat draagbare wapenen betreft was de Fabriek bezig met den aanmaak van karabijnen No. 5 (wijziging van geweren naar karabijn). Hiervan werden er op 11 Mei 1000 stuks afgeleverd; de verdere mogelijkheid zou zijn op 14 Mei weder 600 stuks, daarna elke 2 dagen 600 stuks.

Hembrugkarabijn No. 5

Intusschen zijn op de 14e nog 800 stuks ingeleverd, tegelijk met de hiervoren genoemde, op den 13e gereedgekomen Mitr. M.20 en Vickers mitr.
     Omtrent mortieren van 8 werd op 10 Mei bericht, dat 29 stuks met uitrusting aan de Fabriek gereed stonden. Aan de uitrusting ontbraken echter nog 21 wissers en 11 schroevendraaiers. Op 14 Mei werd bericht, dat de uitrusting compleet was. Omtrent de bestemming dezer mortieren is verder niets meer gezegd.
     Tenslotte zijn op 14 Mei nog 40 mitrailleurs M. 20 voor paw. afgehaald door een officier, bekend bij de Fabriek als behoorende tot een der esk. paw.

Betreffende den aanmaak en herstelling van geschut wordt het volgende opgemerkt:

Vuurmonden van 7,5 tl.

     Van de grootte opdracht tot aanmaak van 120 vuurmonden van 7,5 tl.waren nog verschillende vuurmonden in meer of minder vergevorden staat van afwerking aan de Hembrug aanwezig.
     Op 10 Mei beschikte de Fabriek over de volgende vuurmonden:
3 stuks nog in te schieten (de No. 118, 119, en 120)
6     “     ingeschoten en gereviseerd (de No. 106, 101, 99, 98, 97 en 90)
3     “                 “          nog niet gereviseerd (de No. 93, 94 ,96)
2     “                 “           (No. 73 en 74) voorzien van klokken voor hoogte en zijdel. richting, doch zonder tempeertoestel.
     Met één aanwezig vuurleidingstoestel van Hazemeijer, waarvan de richtkijkers van uit Delft werden toegezonden en 3 gereed zijnde vuurmonden is nog één bt. van 7,5 tl. kunnen worden afgeleverd.

Vuurmonden van 7 veld.

     In aanmaak waren 20 vuurmonden van 7 veld. Hiervan waren 8 stuks te ’s Gravenhage bij de Commissie van Proefneming voor inschieten, dus nog zonder opzet of kijker. Op 14 Mei heeft de I.d.A. beslag gelegd op deze vuurmonden, wegens gebrek aan richtmiddelen was de mogelijkheid voor practisch gebruik gering. 4 Andere vuurmonden waren op den 10e Mei gemonteerd gereed, de opzetten met kijkers zouden zicht te Delft bevinden.   Door moeilijkheden met de verbinding over den weg tusschen Hembrug en Delft zijn deze opzetten niet tijdig op hun juiste plaats gekomen.
     Nog waren in herstelling 4 vuurmonden van 7 veld, welke door brand geleden hadden. Deze waren bij het begin der vijandelijkheden prachtisch gereed voor gebruik. Over twee stuks werd direct door de D.M.L. beschikt, een stuk is door een officier van den Staf der 2e Divisie gehaald en heeft na veel omwegen op den 14e te Woerden zijn oorspronkelijke bestemming bereikt; de 4e vuurmond is tenslotte op den 14e bij het 1e Depot Artillerie ;s Gravenhage aangekomen.

stuk 7 veld in Oldenbroek

Aanmaak nieuw geschut.

     Op 13 Mei werd nog een urgentieprogramma voor den aanmaak van nieuw geschut gegeven, waarvoor de materialen aan de Fabriek beschikbaar waren, n.l.:
1. 64 kernbuizen voor 4 tl. geddeltelijk door Hembrug, gedeeltelijk door Werkspoor uit te voeren.
2. Kernbuizen van 7,5 tl. uit de beschikbare materialen, waarbij autofrettage achterwege te laten.
3. Afmaken van vuurmonden 7 veld.
4. Vervaardigen van loopen voor vuurmonden van 10 veld.
5. Vervaardigen van vuurmonden van 4,7 althans van de kanonnen c.q. ter verwisseling.
     Wat de kanonnen van 10 veld betreft bericht H.F. dat het uitgesloten moet worden geacht dat deze worden klaargemaakt; de hoofdonderdeelen zijn in aanmaak bij de R.D.M. te Rotterdam, waarmee geen verbinding kan worden verkregen. Reserveloopen konden worden gemaakt; Op de 13e was een reserveloop aanwezig; te beginnen met 15 Mei zou iedere 15 werkuren een reserveloop kunnen worden afgeleverd.
     Omtrent de overige punten hierboven bedoeld zijn geen gegevens beschikbaar gekomen, uit den aard der zaak kan hier aan ook niets gedaan zijn.
     Naast deze voornaamste punten betreffende munitie, vuurmonden en draagbare wapenen trekken nog enkele op zich zelf staande feiten de aandacht.
In de eerste plaats de “herstellingsdienst”.

De Herstellingsdienst.

     Op 10 Mei ontving de afdeling T.A.Vo.H. (Afd. herstellingen van de Technischen Aanschaffings- en Voorlichtingsdienst) van de D.M.L. telefonisch een opgave betreffende: “herstellingen dringend met voorrang” met verzoek deze ter plaatse uit te voeren.
     Twee herstellingsauto’s elk bemand met een herstellingsploeg, vertrokken kort daarop van de Hembrug naar Gelderland, respectievelijk Noord-Brabant teneinde dez opdracht zoo spoedig mogelijk uit te voeren en zoo mogelijk onderweg, waar noodig service te verleenen.
     In de omgeving van Rhenen en ’s Hertogenbosch werd hun echter den verderen doorgang geweigerd, daar de militaire commandanten strenge orders hadden geen burges door te laten tot de strijdende legers.
     De herstellingsploegen kwamen – nadat zij telefonisch nadere instructies hadden gevraagd – op 11 Mei onverrichtterzake aan de Fabriek terug. Hiervan werd de D.M.L. in kennis gesteld, die verzocht nadere opdrachten af te wachten, daar de toestand eerst moest consolideeren. Intussen werden nog 5 fordauto’s aangeschaft en met spoed ingericht tot herstellingsauto.

Ford vrachtwagen

Mitrailleurs.

     Ten behoeve van de herstelling van mitrailleurs en draagbare wapenen was – reeds in vredestijd – de inrichting van twee mitrailleur herstelwerkplaatsen voorbereid en wel te Waalsdorp en Overveen. Deze waren reeds in de aan den oorlog voorafgeganen mobilisatietijd ingericht en in werking gebracht.
     De mitrailleur herstelwerkplaats Waalsdorp werd reeds in den nacht van 10/11 Mei, verlaten, daar zich gevechtshandelingen in zijn nabijheid afspeelden.
     In den loop van den 11e Mei werd alles zoo goed mogelijk overgebracht naar een leegstaand fabriekspand in de Lekstraat te ’s Gravenhage; de herstelwerkplaats is niet meer in werking gekomen.
     In de mitrailleur herstel werkplaats Overveen kwamen geen aanvragen tot herstelling binnen, zoodat deze inrichting in dezen korte oorlogstijd niet tot haar recht gekomen is.

Hulpverlening van algemeene aard.

In de tweede plaats “hulpverlening van algemeene aard”. Te ’s Gravenhage werd bij de T.A.Vo.M. (afdeeling munitie van den Technische Aanschaffings- en Voorlichtingsdienst) herhaaldelijk bericht ontvangen van neergekomen projectielen, na onderzoek bleek dit in de meeste gevallen de eigen buis van eigen luchtdoel munitie te zijn.
     Eenmaal werd een Duitsche handgranaat, afkomstig van een parachutist onderzocht.
     Een paar maal werd er een beroep gedaan om ongesprongen projectielen onschadelijk te maken. Bij gebrek aan personeel en springmiddelen werd een en ander overgedragen aan de C.v.P.
     Nog ontving de Directie een vraag van den Chef van de fabriek Hapam (Amersfoort) om 30 ton koper te vervoeren en wat met machines van Defensie gedaan moet worden. De Directie liet de fa. weten dat het vervoeren van het koper met de militaire autoriteiten ter plaatse geregeld moest worden en dit koper zoo mogelijk naar de Hembrug moest worden gebracht.
     De machines moeten bij naderen van den vijand onklaar worden gemaakt.
     Te Hembrug werden eveneens talrijke verschillende vragen en aanbiedingen gedaan.
     In den vroegen morgen van den 10e  bood de fa. Luyt, te Krommenie een fabrieksgebouw van 2000 m2 oppervlakte als opslagplaats materieel aan. Dit aanbod werd aan de  D.M.L. doorgegeven, die hierover ten behoeve van het Munitiepark beschikte.
     Klaarblijkelijk vroegen de troepen commandanten herhaaldelijk materieel en munitie rechtstreeks aan de Fabriek; de Directie zag zich genoodzaakt er op te wijzen dat dergelijke vragen naar den D.E.V. dienen te worden verwezen.

Explosieven voor vaartuigen en bruggen .

     3 Onderofficieren – vuurwerker werden op de 10e Mei te 23.00 uur naar de Oranjesluizen gezonden, waar eventueel vaartuigen zouden moeten worden tot zinken gebracht en waarbij deze personen advies zouden moeten geven.
     Ook werd personeel gezonden naar Spanbroek om ladingen onder bruggen aan te brengen.
In de omgeving van de Fabriek werden neergevallen projectielen door deskundig personeel onschadelijk gemaakt.
     Te Delft werden ook herhaaldelijk aanvragen van troepencommandanten om materieel en roepen te ontvangen, waarvan uit de aard de zaak niet kon worden voldaan.
     Op verzoek van militaire commandanten werden den 13e auto’s beschikbaar gesteld voor het maken van barricades, terwijl een 10 tons oplegger voor het vervoer van troepen werd beschikbaar gesteld.
     In de onmiddellijk op de oorlogsdagen volgende dagen hebben e brandspuiten met wisselploegen en de ziekenauto met volledige bezetting met succes deelgenomen aan het reddingswerk in het zoo zwaar geteisterde en voor een groot deel verwoeste Rotterdam.
Bronnen NIMH, Archieven.nl ©PDKAIH2019

Gebruikte afkortingen.

2 tl – 2 cm granaat tegen luchtdoelen
4 tl – 4 cm granaat tegen luchtdoelen
7 veld – vuurmond voor 7,5 cm granaten
10,5  hw – 10,5 cm houwitzergranaten
Affuit – onderstel van een vuurmond
Autofrettage
het genereren van een zeer hoge continue spanning rond de loop van een wapen deze spanning compenseert de belastingen die optreden tijdens het afvuren.
bg – stalen slank model brisantgranaat
bg . No.2 – stalen slank model brisantgranaat met lading No.3
bpg – brisante pantsergranaat
bt – batterij (een groep vuurmonden)
Canoïdes – oliën (o.a. hennepolie)
C.O.W – centraal orgaan weermacht
c.q – Casu Quo (in dit geval)
C.v.P – commisie van proefnemingen
D.E.V -???
D.M.L – dienst materieel landmacht
D.v.D – departement van defensie
D.V.K – Departement van Koloniën
eihg – eihandgranaat
Esk.- eskadron
H.T.A.Vo. – Hoofd Technische Aanschaffings- en Voorlichtingsdienst (van de AI).
H.F. – hoofd fabriek
h.t.l. –  het tegen luchtdoelen
hw – lang
I.d.A – ???
Kard – kardoes
lad – lading
Lad 2 – verminderde lading
n.l. – namelijk
Mech. tb. – Mechanische tijdbuizen
M.g – magnesium
O.L.Z. – opperbevelhebber land en zeemacht
osbg – oefenspringbrisantgranaat
patr – patroon
paw. – pantserwagens
pl.m – plusminus
R.D.M. – Roterdamse droogdok maatschappij
S No.1 – scherpe patronen voor geweer/karabijn
Slagpijpjes No, 3 – ontsteker voor projectielen
T.A.Vo.H – Technische Aanschaffings- en Voorlichtingsdienst (afd/) Herstellingen.
T.A.Vo.M – Technische Aanschaffings- en Voorlichtingsdienst (afd/) munitie.
tb No. 7 NM – tijdbuis no. 7 nieuw model
Tempeertoestel – gereedschap om een mechanische schokbuis op een projectiel te schroeven en in te stellen op direct exploderen bij contact met de grond, of op exploderen met een tijdvertraging.
tl – tegen luchtdoelen
tp. – tegen pantser
vl – verminderde lading
vuurmond –  loop, schietbuis van een zwaar kaliber wapen (kanon)


    

DE ARTILLERIE INRICHTINGEN VAN 1679 TOT 1925 deel 11 van 11.

DE ARTILLERIE INRICHTINGEN VAN 1679 TOT 1925 deel 10 van 11.

DELFT IS DE ARTILLERIE INRICHTINGEN NOG NIET GEHEEL KWIJT.

Zoals al gezegd, was Delft tijdens de mobilisatie de Artillerie Inrichtingen niet geheel kwijt. Er werd daar een rijwielafdeling opgericht en later een automobielafdeling. Het aantal werknemers was 600 a 700 man.

Rijwielwerkplaats Delft 1915

Tijdens de mobilisatie waren zeer veel rijwielen gevorderd. Deze waren echter van zeer verschillend model en niet berekend op militair gebruik. Men kwam daarom tot een legermodel.

Carosserie bouw in de Automobielenwerkplaats Delft 1915

De autodienst was in de mobilisatietijd geïmproviseerd met krachten uit de burgerindustrie en handel. De werkplaats te Delft was alleen ingericht voor herstellingen en assemblage van automobielen en motorrijwielen.

Drie schepen van de motordienst Hembrug

In de mobilisatietijd werd er tevens de beschikking gekregen over een 8 tal (mogelijk zelfs 10) motorboten voor de verzending van de goederen. Deze  motorschepen  kregen de naam Motordienst Hembrug en een eigen nr.

Na afloop van de oorlog ging al spoedig het gerucht dat de Constructie werkplaatsen naar de Hembrug zouden worden verplaatst. Dit gerucht werd al spoedig waarheid. Ondanks verwoede pogingen van het gemeentebestuur en anderen mocht het niet lukken de werkplaatsen voor Delft te behouden. In 1924 werden de machines en werktuigen geleidelijk over gebracht naar Hembrug. Delft was daarmee een voorname bestaansbron kwijt. In 1925 was de verhuizing voltooid. Een zeer klein gedeelte van het bedrijf en de automobiel en rijwielafdeling bleven in Delft achter. Hieraan kwam na het uitbreken van de 2e wereldoorlog een einde. De gebouwen te Delft werden door het Rijk verhuurd en gedeeltelijk als opslagplaatsen voor de Artillerie Inrichtingen bestemd. Later zijn daarin diverse industrieën gevestigd of zijn zij als bergruimten in gebruik genomen.

Nu, we schrijven 2014 is vrijwel alles door de modernisering verdwenen. Het gehele staatsbedrijf was  dus sinds die tijd bij de Hembrug geconcentreerd. Het is begrijpelijk dat deze concentratie enorm bijdraagt aan een zo efficiënt mogelijk beheer. Niet alleen oorlogsgoederen werden er vervaardigd, sinds 1919 voerden de Artillerie Inrichtingen de autodiensten uit voor de posterijen te Amsterdam en Rotterdam en voor de departementen van Defensie en Justitie.

Door de AI geassembleerde en gebruikte postauto met het AI embleem op het portier

Er wordt vaak verteld en geschreven dat dit was om de militairen bekend te maken met aardrijkskundige kennis van Nederland. Dit voor het geval er weer oorlog zou komen. In werkelijkheid was het om het automateriaal, dat bij de demobilisatie voor het leger niet meer nodig was, productief te maken. Maar de fabricage van wapens en munitie was toch hoofdzaak gebleven. Wij verlangden, ook nu nog, allemaal naar de wereldvrede maar zelfs nu hij is nog niet verzekerd. Zolang er nog geen internationale ontwapening is, blijft de nationale bewapening een noodzakelijk kwaad. En als er dan bewapening nodig is, moet zij goed zijn. Aan de Artillerie Inrichtingen heeft het zeker niet gelegen. Zij hebben getoond wat te kunnen presteren als onze neutraliteit gevaar dreigde te lopen. Dat ons leger in 1914 tot 1918 paraat was, danken wij voor een zeker niet gering deel aan haar. En daarvoor zijn wij, ook nu het bedrijf niet meer bestaat, nog zeer erkentelijk. ©PDKAIH2014