DE ARTILLERIE INRICHTINGEN VAN 1679 TOT 1925 deel 4 van 11.

DE ARTILLERIE INRICHTINGEN VAN 1679 TOT 1925 deel 4 van 11.

De veranderingen

Als gevolg van het in 1815 opgemaakte plan tot het verdubbelen der Constructie Magazijnen, werd een smederij ingericht voor 70 smidsvuren en kwam aan de overzijde hiervan een gebouw tot stand, waarin later de bibliotheek, de bureaus en het ijzermagazijn werden gevestigd. Op het Westelijk gedeelte van de kanonnenwerf verrees een lange loods. De werktuigelijke inrichting bepaalde zich tot drie draaibanken voor de houtdraaiers, vijf wielputten, enig snijdgereedschap voor stelschroeven, twaalf smidshaarden, twaalf blaasbalgen voor die haarden, twee toestellen voor het zagen van hout en verder het handgereedschap voor ambachtslieden. De begroting aan werkloon van de constructiewinkel bedroeg in 1816 hfl 62.540,-.

De Franse heerschappij was juist geëindigd en het vertrek van de Franse troepen was gepaard gegaan met plundering en vernieling. De talrijke vestingen in Noord-Nederland misten dus zeer veel van haar krijgsvoorraad. Toen het congres te Wenen, in het begin van 1815, het besluit had genomen dat België met Nederland samen één rijk zouden worden, zag het oorlogsbestuur van die tijd zich genoodzaakt ook te zorgen voor de niet minder talrijke en even uitgeputte vestingen in Zuid-Nederland. Voordat men zich kon wijden aan de uitrusting van die vestingen, vereiste de staatkundige toestand van Europa, dat in de eerste plaats maatregelen werden genomen om het veldleger voor zijn bestemming geschikt te maken. Toen de eerste eisen van het veldleger waren voldaan, kon men eindelijk de aandacht besteden aan de vestingen. In eerste plaats zorgde men voor de vestingen in Zuid-Nederland, waarvoor ook te Antwerpen werd gewerkt. Voor het jaar 1816 werd hfl 60.000,- bestemd voor de aankoop van hout en hfl 70.000,- voor ijzer. Het verbruik was evenredig aan de toevoer, want de vestingen in Zuid-Nederland vorderden zeer veel wal- en vestingaffuiten.

In 1827 kregen de Kapiteins van Rozendaal, Hoogeveen en de 2e Luitenant Jooss opdracht om in verschillende buitenlandse fabrieken te gaan kijken hoe de productie daar werd uitgevoerd. Als gevolg van deze bezoeken werden verschillende verbeteringen in de fabricage aangebracht.

Toen in 1830 door de Belgische opstand¹ Luik aan ons beheer werd onttrokken, achtten sommige officieren het nodig in Noord-Nederland een geweerfabriek op te richten. Dit omdat men een aanzienlijk aantal geweren bezat (220.000 verschillende geweren, 9000 karabijnen en 16000 pistolen). Omdat de kosten van een geheel nieuwe inrichting een belangrijke som vereiste, besloot men het aantal werkkrachten van de bestaande werkplaats te vergroten en de nodige verwisselstukken door aankoop in het buitenland te verkrijgen.

Septemberdagen 1830 op de Grote Markt in Brussel © Guustaaf Wappers, 1835

¹Als gevolg van het Congres van Wenen, werd Koning Willem 1, Koning van zowel de Noordelijke als de Zuidelijke Nederlanden. Na vijftien jaar waren veel Belgen ontevreden. Veel van de katholieke zuiderlingen waren niet blij met het feit dat Willem I protestants was en de Franstalige edelen vonden het vervelend dat de regering Nederlands sprak. Veel liberalen waren daarnaast van mening dat de koning veel te machtig was. Toen in 1830 in Frankrijk de Koning Karel X succesvol werd afgezet kwamen ook de Belgen in actie.

Op 25 augustus 1830 werd in de Muntschouwburg in Brussel de opera La Muette de Portica (de stomme van Portica) opgevoerd, ter gelegenheid van de verjaardag van koning Willem I. Het stuk ging over een opstand tegen de Napolitaanse Koninklijke garde. Bij de aria Amour sacré de la patrie (De heilige liefde voor het vaderland) sloeg de vlam in de pan. Rond de Brusselse schouwburg had zich al een groep relschoppers verzameld en zij kregen gezelschap van tientallen bezoekers van de schouwburg. Gezamenlijk sloegen ze ruiten in, plunderden ze winkels en verzamelden ze wapens. Het was het begin van de Belgische opstand. Koning Willem I wilde de Zuidelijke Nederlanden koste wat het kost in het Koninkrijk houden en zette het leger in tegen de opstandelingen. Al snel splitste het leger zich echter. De zuidelijke militairen deserteerden op grote schaal. Dit versterkte het onafhankelijkheidsgevoel van de Belgen nog meer en er werd een nieuwe koning aangesteld. Leopold van Saksen-Coburg hij werd de eerste koning der Belgen. Leopold I legde op 21 juli 1831 de grondwettelijke eed af. Die datum is om die reden in België nog altijd de nationale feestdag.

Nadat de bedrijvigheid die verscheidene jaren had geheerst, door de bewapening van de zuidelijke vestingen begon te verminderen, werd er een nieuwe bron van arbeid geopend door orders afkomstig van de Marine. Ook voor Indië werden vele orders uitgevoerd. Het verlies der hulpbronnen in België was er de oorzaak van dat alle behoeften uit Delft moesten worden betrokken en hoewel het aantal vestingen door de gebeurtenissen van 1830 minder werd, was de langdurige oorlogstoestand die weldra intrad, er de oorzaak van dat de vestingen in Limburg, Noord- Brabant, een gedeelte van Zeeland, het veldleger en de marine zelf, ondanks de inspanning van alle krachten, niet tijdig genoeg door de werkplaatsen konden worden uitgerust. Waardoor men gedwongen werd tot het nemen van buitengewone maatregelen.

Het jaar 1830 is voorts gedenkwaardig omdat aan het in 1827 als gevolg van de bezoeken aan buitenlandse fabrieken ontworpen plan tot opstelling van een groot stoomwerktuig begin van uitvoering werd gegeven. Het verlies van Luik had tengevolge dat de Generaal Majoor Ulrich Huguenin die daar tot de revolutie de scepter zwaaide, maar nu directeur van de stapel en constructiemagazijnen te Delft was geworden, in oktober 1830 besloot dat er een nieuw salpetermagazijn gebouwd diende te worden en tevens besloot hij tot de oprichting van een ijzergieterij. Zeer belangrijk waren de hoeveelheden materiaal, die in het tweede halfjaar in aanmaak werden gegeven. De orders van 1831 getuigden er van dat men in alle benodigdheden tot een krachtige handhaving van onze rechten trachtte te voorzien. Van grote omvang zijn wederom de aanwijzingen van aan te maken materieel.

Ongedateerde kaart met daarop de werkplaatsen / magazijnen en de ijzergieterij (rechts)

Vanaf 1831 maakt men gebruik van stoom als beweegkracht. In de zomer van dat jaar werd in tegenwoordigheid en onder toeziend oog van de hoogleraar Verdam een stoommachine opgesteld van 20 paardenkrachten. Deze was voorzien van een windvergaarbak, waardoor de smidsvuren onafhankelijk werden van de blaasbalgen. In 1842 werd in de grofsmederij een stoomwerktuig geplaatst voor het in werking zetten van een staarthamer van 500 kg. Door de afgezonderde ligging van de ijzergieterij die niet bereikbaar was voor grote vaartuigen, voorzag men dat de transportkosten bij het verwerken van geschut aanzienlijk zouden zijn.

Omdat ook de gebouwen en terreinen ook niet volledig voor het doel geschikt waren, gaf men aan het Ministerie van Oorlog in overweging om in de nabijheid van Delft, aan de Schie, op een aan te kopen terrein, een geheel nieuwe werkplaats op te richten voor het gieten en afwerken van ijzeren geschut. Ook de ijzergieterij zou daar naar toe overgebracht moeten worden. Op de daardoor vrijkomende ruimtes en terreinen zou dan alles kunnen komen wat tot het vak van een vuurwerkmaker behoorde. De werkplaatsen aan de Paardenmarkt zouden dan moeten worden ontruimd, zodat de slagkruitfabriek, het laboratorium en de Pyrotechnische werkplaatsen op één plaats buiten de stad gevestigd zouden zijn. Tegelijkertijd kon dan worden voldaan aan de noodzaak de Pyrotechnische werkplaatsen uit te breiden. Buiten de prijs voor het terrein bedroeg de raming van de kosten hfl 94.000,- Voor ketels, stoomwerktuigen, machinerieën, etc. werd hfl 39.500,- begroot. In 1848 gaf de minister te kennen, dat de tijdsomstandigheden het niet toelieten uitvoering aan het plan te geven.

Een door stoom aangedreven valhamer in de smederij van de Constructiewerkplaatsen te Delft.

In dat zelfde jaar was de toestand in de omringende landen van dien aard dat de spanning hoog opliep. Hierdoor konden voorzorgsmaatregelen niet uitblijven. Vandaar dat er wederom een buitengewone bedrijvigheid in alle afdelingen der artillerie inrichtingen heerste.

In 1859 werd begonnen enige kanonnen een inrichting te geven die er na verloop van jaren toe zou leidden dat een volkomen verandering in het artilleriematerieel tot stand werd gebracht. In maart van dat jaar werd de opdracht verstrekt een bronzen kanon van trekken te voorzien. Hierdoor werd het mogelijk de vuurkracht en de precisie van het schot te verbeteren. Dit was het begin van de veranderingen, die op het wapen der artillerie en daardoor ook op de werkplaatsen een zo overwegende invloed hebben uitgeoefend.

Het jaar 1870 neemt in de geschiedenis der Artillerie-inrichtingen een gedenkwaardige plaats in. Als gevolg van de oorlog tussen twee grote mogendheden² werd ons leger gedurende enige tijd gemobiliseerd. Gedurende 1872 en 1873 werden verscheidene achterlaad kanonnen afgewerkt, om te worden beproefd. Enige affuiten werden met hetzelfde oogmerk voorzien van ijzeren verhoogstukken. De al vroeger beproefde transportwagens met draaiend voor onderstel werden in 1873 in gebruik genomen. In de hierop volgende jaren zijn de machine installaties en het aantal werktuigen voortdurend uitgebreid. Hierdoor werd een aanzienlijke besparing op machines en arbeidsloon verkregen.

²Oorlog die begon op 19 juli 1870 en duurde tot 10 mei 1871 werd gevoerd tussen Frankrijk en de Duitse staten, geleid door Pruisen. Frankrijk was beducht geraakt voor de snel groeiende Pruisische macht. Tot 1870 was Frankrijk immers de meest dominante natie op het vasteland in Europa. Maar nu werd de dominante positie van Frankrijk bedreigd door Pruisen, onder leiding van kanselier Bismarck. De oorlog zou leiden tot een overwinning van Pruisen en zijn bondgenoten en resulteren in de oprichting van het Duitse Keizerrijk, waarin de Duitse staten verenigd werden.

Verwijderen van de bronzen kern uit een kanon met als doel het van trekken en velden te voorzien en her te gebruiken. Constructiewerkplaatsen aan de v. Leeuwenhoeksingel te Delft. 1915

©PDKAIH2017

Advertenties