HET ONTSLAG VAN A.WILOD VERSPRILLE

A. WILOD VERSPRILLE

De 1e Luitenant der infanterie A. WILOD VERSPRILLE was in de mobilisatiejaren voorafgaande en gedurende de 1e wereldoorlog tewerkgesteld bij de Artillerie Inrichtingen Hembrug en daar verantwoordelijk voor het keuren van de door het bedrijf in Amerika aangeschafte Colt mitrailleurs.

M1895 Colt Browning mitrailleur

Aan het einde van deze oorlog, werd hij door de directie van de Artillerie Inrichtingen belast met het op grote schaal aanmaken van lichte mitrailleurs.
Toen het een en ander, ondanks diverse gesprekken met hem niet naar volle tevredenheid werd uitgevoerd, werd VERSPRILLE ontslagen.
Volgens VERSPRILLE was dit ontslag volkomen onterecht en hij schreef dan ook een brief naar het Departement van Oorlog met het verzoek een onderzoek in te stellen naar zijn ontslag.

DE BEHANDELING VAN HET VERZOEK

Het verzoek werd onder n°.166 op de agenda geplaatst: 166. Inlichtingen op het adres van A. WILOD VERSPRILLE, 1e luitenant der infanterie op non-activiteit, te Nijmegen, houdende verzoek een onderzoek te willen instellen naar zijn ontslag bij het Staatsbedrijf der Artillerie-Inrichtingen. (Gedrukt onder n°. 439 der Zitting 1921—1922.)

(439. 1.)

BRIEF VAN DE MINISTER VAN OORLOG

Aan den Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal.

’s Gravenhage, 21 februari 1922,

Ter voldoening aan het gevraagde in Uw schrijven van 11 november 1921, n°. 154, heb ik de eer U Hoogedelgestrenge het volgende te berichten omtrent het verzoekschrift van den 1e luitenant A. WILOD VERSPRILLE.

 De directie der Artillerie Inrichtingen belastte in februari 1918 den eerste-luitenant A. WILOD VERSPRILLE met de leiding en de aanmaak op grote schaal van lichte mitrailleurs, o. a. omdat deze officier gedurende zijn verblijf aan de Artillerie-Inrichtingen een uitgebreide kennis omtrent verschillende stelsels van mitrailleurs had opgedaan en hij belast was geweest met de keuring van de tijdens de mobilisatiejaren in Amerika bestelde COLT-mitrailleurs, welke keuring hij zeer tot tevredenheid van den vertegenwoordiger van het munitiebureau te New-York had verricht en waardoor hij zijn kennis omtrent de vervaardiging van mitrailleurs had verrijkt.
Voorts werd mede rekening gehouden met het gunstige oordeel, dat de directie had omtrent den technische aanleg van requestrant, in verband met diens vroeger werk bij de Wapenfabriek. Op grond van een en ander mocht de directie verwachten, dat de mitrailleuraanmaak bij meer genoemden officier in goede handen zou zijn.
De heer WILOD VERSPRILLE behoefde geenszins tot het op zich nemen der leiding te worden overgehaald; hij had bij de directie krachtig op het ter hand nemen van de mitrailleuraanmaak aangedrongen en zich geheel vrijwillig en gaarne voor de leiding van die aanmaak beschikbaar gesteld.
Dat de directie alleen de heer WILOD VERSPRILLE tot de aanmaak in staat zou hebben geacht is niet juist. Aanvankelijk werkte genoemde officier onder de bedrijf chef van de Wapenfabriek, terwijl de directie uitdrukkelijk verlangde, dat zoveel mogelijk overleg zou worden gepleegd met de beproefde speciale wapentechnici, die de voorafgegane voorbereiding en gedeeltelijke uitvoering van de aanmaak voor deze mitrailleurs op kleiner schaal hadden geleid, doch nu te zeer bezet waren met ander werk om ook met de aanmaak in het groot te worden belast.
Na het vertrek van genoemde bedrijf chef in augustus 1918 kreeg de heer WILOD VESSPRILLE geheel zelfstandig de leiding van de mitrailleurfabriek; ook daarna werd hem er meermalen op gewezen, dat hij het gewenste verband met de Wapenfabriek zoveel mogelijk in het oog had te houden.

Inderdaad werden na ongeveer een jaar enkele mitrailleurs ter oplevering aangeboden; deze bleken evenwel ongeschikt voor het gebruik, omdat zij onvoldoende werkten en de te eisen onderlinge verwisselbaarheid van de onderdeden alles te wensen overlieten.
Voorts had de inmiddels ingetreden demobilisatie gelegenheid gegeven, meer tijd en zorg te besteden aan het zoeken naar de meest doeltreffende vorm en de beste wijze van harden en afwerken van de onderdelen.
Dit had echter niets te maken met de kardinale fouten, welke, zo langzamerhand bleek, aan het werk van de heer WILOD VERSPRILLE kleefden.
De instelling van een zogenaamde keuringscommissie ten einde zekerheid te krijgen, dat aan billijke eisen beantwoorde wapens zouden worden geleverd, was niets anders dan de toepassing van de bij de Wapenfabriek steeds gevolgde regel om afgewerkte wapens te laten onderzoeken door personeel, dat onafhankelijk is van degene, die met de aanmaak daarvan is belast.
Daarbij werden geenszins zwaardere eisen gesteld dan redelijkerwijze behoord te geschieden. Trouwens, later is alles wat men indertijd van den heer WILOD VERSPRILLE ten aanzien van de mitrailleurs verlangde — en meer dan dat — bereikt geworden. Evenmin als voor andere wapens was voor deze mitrailleurs schriftelijke formulering nodig om tussen vakmensen te kunnen weten, welke eisen op redelijke wijze moesten en konden worden gesteld. Deze waren in hoofdzaak, dat de wapens behoorlijk zouden schieten en de delen onderling verwisselbaar zouden zijn. Ook nu zijn die eisen nog niet nader schriftelijk vastgelegd, zonder dat daarom iemand in twijfel verkeert hoe de wapens moeten zijn.

Lewis mitrailleur

Er is ook geen ruimte voor de opvatting alsof requestrant als bij verrassing’ voor eisen zou zijn gesteld, waarop hij niet van de aanvang af had behoren te rekenen. Schriftelijke formulering heeft hij nooit gevraagd, noch aan de keuringscommissie, noch aan de directie. Voor hem bestond verder niet de minste verplichting om zich te onderwerpen aan eisen van de commissie als die hem onredelijk zouden zijn voorgekomen. In dergelijk geval had hij zich tot de directie kunnen en moeten wenden. Afgezien wellicht van enkele zaken van ondergeschikt belang, heeft hij echter nooit meningsverschillen omtrent keuringseisen aan het oordeel van de directie onderworpen.

Wel was er herhaaldelijk een meningsverschil tussen den heer WILOD VERSPRILLE en de keuringscommissie over de vermoedelijke oorzaak van gevonden gebreken, de beste wijze om die weg te nemen, enz., doch dit was voornamelijk te wijten aan zijn streven om anderen, meer dan wenselijk zou zijn geweest, buiten de bijzonderheden van de fabricage te houden en gemaakte fouten zoveel mogelijk te verbergen. Dat hierdoor snel afleveren niet werd bevorderd spreekt vanzelf.
De voorstelling alsof het optreden van de commissie remmend zou hebben gewerkt op de goede gang van zaken is ten enenmale onjuist. Integendeel, de commissie heeft voortdurend met buitengewone toewijding getracht slechts het belang van de zaak in het oog te houden en opbouwend te werken. Het model van de mitrailleur heeft door het optreden van de keuringscommissie geen verandering ondergaan. Wel zijn, even goed als dit voor de instelling van de commissie en na het vertrek van den heer WILOD VERSPRILLE geschiedde, ook gedurende de samenwerking met de commissie kleine veranderingen, waarvan de ondervinding de wenselijkheid had leren inzien, aangebracht, als zulks met het oog op leveringstijd, kosten, enz., zonder bezwaar mogelijk was. Echter wees de directie er herhaaldelijk met veel klem op, dat de heer WILOD VERSPRILLE de volle verantwoordelijkheid bleef behouden en dat hij verbeteringen, door de keuringscommissie aangegeven, alleen dan had te aanvaarden, als hij die ook zelf werkelijk voor verbeteringen hield. Bij verschil van mening, hetwelk niet door proeven kon worden opgelost, zou de directie kunnen beslissen. Inderdaad zou door hen, die na het vertrek van de heer WILOD VERSPRILLE de fabricage tot een goed eind wisten te brengen, veel onderdeden als onbruikbaar ter zijde gelegd moeten worden. De oorzaak daarvan lag echter uitsluitend bij de eerst later in hare volle omvang duidelijk geworden onverantwoordelijke en lichtvaardige werkwijze van requestrant. Een gedeelte de afgekeurde onderdeden heeft later bij de aanmaak van exercitiemitrailleurs nuttige aanwending gevonden.

Toen de directie bij het persoonlijk nagaan van wat zij op gezag de aan haar verantwoordelijke personen gemeend had te kunnen aannemen, tot de overtuiging kwam, dat zij geen vertrouwen meer kon blijven stellen in de opgaven van de heer WILOT VERSPRILLE omtrent levertijd, prijs, enz. alsmede omtrent de door hem aangegeven oorzaken van vertragingen, oordeelde zij dat een onderzoek nodig was. Daar zij zelf te zeer door andere bezigheden in beslag werd genomen, droeg zij dit onderzoek op aan een commissie, bestaande uit de drie bedrijfschefs. Dat deze commissie van huis uit noch requestrant noch zijn werk ooit sympathiek gezind was, is een bewering, waarvoor niet de geringste redelijke grond is bij te brengen. Hoewel slechts een van deze bedrijfschefs bijzondere ervaring had van de wapenfabricage, waren allen zonder enige twijfel zeer goed in staat te beoordelen, welke fouten er aan de leiding van den mitrailleuraanmaak kleefden.
De commissie ontdekte bij haar onderzoek zeer ernstige tekortkomingen; het na het vertrek van de heer WILOD VERSPRILLE voortgezette meer gedetailleerde onderzoek heeft de juistheid van het rapport van de bedrijfschefs volkomen bevestigd. De commissie had volle vrijheid haar taak op te vatten zoals zij nuttig achtte. Dat zij den heer WILOD VERSPRILLE niet voortdurend bij het onderzoek aanwezig lieten zijn, is begrijpelijk. Zij achten zich genoodzaakt verschillende ploegbazen buiten tegenwoordigheid van requestrant te horen, omdat zij de indruk had gekregen, dat laatstgenoemde de directie en de keuringscommissie niet eerlijk inlichtte en zijn ondergeschikten er toe aanzette, gemaakte fouten te verzwijgen en te verbergen.

Op grond van vorenbedoeld rapport moest de directie tot de overtuiging komen, dat niet mocht worden gerekend op aflevering van lichte mitrailleurs in afzienbaren tijd, indien werd voortgegaan als tot dusverre; zij achtte het daarom noodzakelijk, de heer WILOD VERSPRILLE de leiding van den mitrailleuraanmaak te ontnemen. Dit besluit en de gronden daarvoor werden de heer WILOD VERSPRILLE door een van de directeuren persoonlijk in een langdurig onderhoud in zijn huis medegedeeld en toegelicht. Hem werd aangeraden gedurende 14 dagen of een maand met verlof te gaan, waarna men, in verband ook met het verdere verloop van het onderzoek naar de toestand, nader zou kunnen beslissen. Het maakte de indruk, dat de heer WILOD VERSPRILLE hierop zou ingaan.
De volgenden dag bleek echter, dat hij zich tot het Departement van Oorlog had gewend met een weinig doordacht schrijven, waarin hij beweerde, dat hem grof onrecht werd aangedaan, dat niet hij schuld droeg aan de mislukking maar de directie en de keuringscommissie, en dat de fabricage in dé war zou lopen als hij niet bleef. Hij wenste ook de leiding niet over te geven en verklaarde zijn functie als bedrijf chef te zullen blijven bekleden, totdat de beslissing van den Minister van Oorlog omtrent zijn ontheffing als zodanig zou zijn genomen.
Deze houding kan natuurlijk niet worden geduld. Het eind was, dat hem de toegang tot het terrein van de fabrieken moest worden ontzegd. Hij kwam toen terug op zijn besluit om geen gebruik te maken van het aangeboden verlof. Door deze wijze van optreden had de heer WILOD VERSPILLE zowel bij zijn chefs en kameraden als bij zijn ondergeschikten zoveel van zijn prestige ingeboet, dat het onmogelijk zou zijn geweest om hem te handhaven in enige betrekking bij de Artillerie-Inrichtingen. Daarom stelde de directie voor, hem bij zijn wapen terug te plaatsen.

De aflevering van mitrailleurs aan de korpsen, ongeveer 5 maanden nadat requestrant uit zijn functie van bedrijf chef van de mitrailleurfabriek was ontheven, is uitsluitend te danken geweest aan de ingrijpende wijziging, welke na zijn vertrek in de fabricage werd aangebracht.
Het ontslaan van losse werklieden hield verband met de. bedoeling om de in verkeerde banen geleide fabricage van verschillende onderdelen tijdelijk stop te zetten, totdat al het aangemaakte door de nieuwe leiders grondig zou zijn nagegaan; en geschift, en de nodige verbeteringen zouden zijn aangebracht.

Minister van Oorlog J.J.C. van Dijk

De beschuldiging, dat de directie bij de moeilijkheden van 1919 in gebreke zou zijn gebleven in het geven van leiding ter zake, mist elke grond. Zij heeft, zoveel het haar mogelijk was aandacht aan de mitrailleurfabriek gewijd en daarbij aanhoudend getracht de zo nodige samenwerking te verzekeren, wat haar, voor zover het de keuringscommissie betreft, ook ten volle gelukte, doch bij requestrant afstuitte op diens overdreven gevoel van eigenwaarde en zijn zucht om liever fouten te verbergen dan eerlijk naar verbetering te streven. Het waren zijn laakbare handelingen die tot gevolg hadden, dat de leiding niet altijd het gewenste effect kon hebben. Dat vele vervaardigde onderdelen als waardeloos werden afgekeurd, had kunnen worden voorkomen als requestrant volgens de bedoelingen der directie had willen samenwerken met anderen; bij de besprekingen erkende hij. dat zulks nodig was en beloofde hij, dat hij dit verder ook zou doen.
Het geldelijk nadeel, ontstaan door vervanging van het groot aantal onderdelen, moet worden geweten aan de onverantwoordelijke werkwijze van requestrant; het behoeft geen betoog dat de directie nooit zoveel delen zou hebben afgekeurd, als die behoorlijk voor oorlogswapens bruikbaar hadden kunnen worden geacht.

Zowel uit de behandeling van deze aangelegenheid vanwege het Departement van Oorlog, als uit het destijds ingestelde onderzoek door een commissie, bestaande uit 2 officieren buiten de Artillerie-Inrichtingen, omtrent verschillende onderwerpen, welke in de Tweede Kamer der Staten-Generaal ten aanzien van dit Staatsbedrijf te berde waren gebracht, is overtuigend gebleken, dat requestrant de hem opgedragen taak op zeer onvoldoende wijze heeft uitgevoerd en dat de scherpe vorm, die het optreden tegenover hem heeft moeten aannemen, gevolg is geweest van zijn eigen ondoordachte handelwijze.
Op grond van een en ander oordeelde mijn ambtsvoorganger het niet nodig, een nader onderzoek te doen instellen. Ook ondergetekende acht een nader onderzoek overbodig, terwijl hij van mening is, dat voor het geven van genoegdoening geen termen aanwezig zijn.

De Minister van Oorlog,
VAN DIJK

NOGMAALS WILOD VERSPRILLE

Wie dacht dat WILOD VERSPRILLE nu van het toneel was verdwenen heeft het mis.
Vlak voor het uitbreken van de 2e wereldoorlog had de Artillerie Inrichtingen een order voor de levering van pantsergranaten voor het Böhler PAG geschut geplaatst bij de munitiewerkplaats NV Metaalwarenmaatschappij Johan de Witt gelegen aan De Staart in Dordrecht

In stelling gebrachte Böhler PAG met op de achtergrond twee pantserwagens

Deze fabriek viel militair gezien officieel onder het DMKL, maar vanwege de order en het ter plaatse aanwezig zijn twee Böhler PAG stukken verantwoording voor deze zaken verschuldigd aan de Artillerie Inrichtingen. Bij het uitbreken van de oorlog werd er regelmatig telefonisch contact onderhouden met directeur Den Hollander van de Artillerie Inrichtingen. Deze gaf de zo verkregen informatie direct door aan het A.H.K.

Op 29 juli beantwoorde Den Hollander een brief N.M. Japikse van het Regelings Bureau van het Algemeen Hoofdkwartier die hem had verzocht om een kopie van de aantekeningen van de telefonisch doorgegeven berichten.

13 mei 1940 ± 10 uur

De Reserve Majoor voor spec.diensten A.WILOD VERSPRILLE, bedrijfsleider van de N.V. Johan de Witt te Dordrecht deelt telefonisch vanuit de fabriek dezer N.V. mede:

“In Dubbeldam zijn Duitsche pantserwagens gezien. De verdediging van de verbinding Moerdijk Rotterdam is onvoldoende sterk. De garnizoenscommandant te Dordrecht is pessimistisch gestemd”

Dit bericht werd door mij aanstonds doorgegeven aan het A.H.K.
Toestel nr. 426

Iets later

Dezelfde berichtgever deelt vanaf dezelfde plaats telefonisch mede:

“De pantserwagens welke te Dubbeldam zij gezien, zouden door de Duitsche troepen buitgemaakte Nederlandsche pantserwagens zijn. Er is ten zuiden van Dordrecht behoefte aan geroutineerde troepen onder leiding van oude, actieve officieren. Een kapitein Dokter, behorende bij een afdeling van 17 R.A. vertelde de reserve Majoor VERSPRILLE, dat zijn afdeling door Duitsche troepen gevangen genomen is na hevig vechten. Daarbij heeft zich moedig gedragen de Kapitein Tenge, die een “flink officier” genoemd werd. Onbekend is waar de krijgsgevangen Nederlanders zijn afgevoerd.
Hedenmorgen waren Duitsche troepen in het Oranjepark te Dordrecht. Ze zijn thans weggetrokken. Ondertussen zijn nog geen uur geleden 50 parachutisten bij Zwijndrecht geland.”

Doorgegeven aan het A.H.K.

Duitse parachutisten thv Zwijndrecht

12.15 uur

De Res.Majoor v. spec.diensten A.WILOD VERSPRILLE telefoneert mij uit zijn fabriek:

“Zo even is in de fabriek een soldaat binnengekomen, naam Colignon, radio telegrafist van de Genie bij de Lichte Divisie. Hij was met vier anderen belast met de bediening van een radiouitzendingsauto van de I.D. te Dubbeldam en kreeg de tussen 7 en 8 uur opdracht van kapitein Mulder opdracht de zendinstallatie van deze auto onklaar te maken en zich met de vier anderen naar het veer in Papendrecht te begeven. Ook de wielrijders, bescherming van zijn afdeling moesten weg. Op weg naar het veer werden zij aangevallen door een Duitsche patrouille die hen verspreidde. Colignon komt nu een bootje vragen om daarmee naar Papendrecht over te steken.
Ingenieur Lambeek van de fabriek Johan de Witt heeft telefonisch bericht van de Gemeente secretaris van Dubbeldam, dat enige pantserwagens, beschilderd met een zwart kruis opgerukt zijn in de richting Dordrecht. Daarachter volgt een Nederlandsche Motorafdeeling.”

Door mij doorgegeven aan het A.H.K.

14.10 uur

De Res.Majoor v. spec.diensten A.WILOD VERSPRILLE telefoneert vanuit zijn fabriek:

“De Gemeente Secretaris van Dubbeldam heeft opnieuw gebeld en gevraagd naar een vertrouwde verbinding met Den Haag. Gisteren heeft hij driemaal getracht het A.H.K. te telefoneren, doch slaagde daarin niet. De burgemeester van Dubbeldam had hem opgedragen mede te delen aan Kapt. Lagas van het A.H.K., dat hedenmorgen drie Duitsche pantserwagens, volgens de burgemeester komende uit Brabant en gevolgd door een overvalwagen Dubbeldam in de richting Dordrecht waren gepasseerd. Nederlandsche soldaten lopen in Dubbeldam rond zonder enige leiding, zonder officieren en zonder verbindingen.”

Deze mededeling is door de Re. Majoor VERSPRILLE doorgegeven aan Kapt. Van der Mark, adjudant van de Garnizoenscommandant te Dordrecht.

Door mij doorgegeven aan het A.H.K., toestel nr. 426

IETS LATER

De Commissaris van Politie te Dordrecht telefoneerde ons ter waarschuwing, dat over ongeveer een uur de Duitsche troepen Dordrecht zullen bezetten. Wij (de res. Officieren v. spec. Diensten WILOD VERSPRILLE en Lambeek) trekken ons terug in de richting Rotterdam, na overgave van het beheer van de fabriek aan onze oudste administratieve kracht Wagenaar”

Bronnen Nationaal Archief, Grebbeberg ©PDKAIH2019

GEBRUIKTE AFKORTINGEN

A.H.K.= Algemeen Hoofd Kwartier
DMKL = Directie Materieel Koninklijke Landmacht
 I.D. = Inlichtingen Dienst
PAG = Pantser Afweer Geschut
R.A. = Regiment Artillerie
Requestrant = degene die het /een verzoek doet
SD = speciale dienst

MAN DIE SJEF SWOLFS ARRESTEERDE VOOR DE RECHTER.

MAN DIE SJEF SWOLFS ARRESTEERDE VOOR DE RECHTER.

In het Dagblad voor de Zaanstreek “De Typhoon” van Zaterdag 19 Februari 1949 verscheen het volgende artikel over de man die Sjef Swolfs, laborant van de Artillerie Inrichtingen arresteerde. U heeft hier al eerder over kunnen lezen in het artikel  VOORMALIG LABORANT ARTILLERIE INRICHTINGEN GEFUSILEERD.

 

Bijzonder Gerechtshof Amsterdam

 

RECHTZAAK KUITERS: De man die steeds huilde.

 Toen parketwachter Zwart, die al honderden lichte en zware politieke delinquenten in en uit de beklaagdenbank van het Bijzonder Gerechtshof in Amsterdam bracht, gistermorgen uit zijn bed stapte, vroeg zijn vrouw of hij een vrije dag had. Want hij kleedde zich in colbert. Geen uniformbroek, geen glimmend zwarte laarzen, geen blauwe jas, zelfs geen uniformpet en die staat hem toch zo goed. Toen zei de parketwacht: „Vandaag geen uniform, vrouw, want Kuiters komt voor!” En toen vertelde hij wat er met die Kuiters, die in Zaandam Swolfs arresteerde en radiotoestellen in de Noritfabriek opspoorde aan de hand was. Voor de oorlog was die man een eerzaam garagehouder in Amsterdam, in de oorlog deed hij erg zijn best voor de Duitsers en nu, nu is hij ondergebracht in een zwakzinnigen gesticht in Avereest, kan hij geen uniform meer zien. Dan gaat ie huilen, dan begint hij mensen de armen te breken, dan is hij in staat van twee hoog door een venster op straat te stappen. Als hij een joch in matrozenpak ziet, krijgt hij er wat van, politiemannen en postboden gaat hij blindelings opzij. Dat is erg. Hij zag in de oorlog teveel uniformen, hij heeft zich er bijna aan verkeken, maar nu is ’t uit. En omdat de president van het Hof de zaken rustig wil uitzoeken, besloot hij op medisch advies tot de maatregel: uniform thuis, want je kunt nooit weten… 

HIJ KON NIET TEGEN UNIFORMEN  

Het was een vreemd gezicht gistermorgen. Er was geen onderscheid meer. Een uniform doet tenslotte iets. Nu zaten daar gewone mannen. Zelfs was niet na te zien, dat die naast en achter Kuiters zaten, wachten of verplegers waren. Duizenden waren reeds in de houten verdachtenbank neergezet, maar Gerardus Kuipers genoot de eer de eerste te zijn bij wiens zaak géén uniformen aanwezig waren. Ja toch! Een van de raadsheren droeg een marine uniform, maar deze raadsheer viel niet op. Hij zegt nooit een woord. Het is dus mogelijk, dat Kuiters dat blauwe uniform en die knopen niet heeft gezien. Uit een dergelijk vooroordeel, geheel tegenovergesteld aan de gevoelens, die dames voor uniformen hebben en hebben gehad, kan de lezer afleiden, dat er aan Gerardus Kuipers een steek los is. De procureur – fiscaal en de president hebben het zelf gezegd en zo te zien klopt die overweging ook wel. Want Kuiters is (nu) een vreemd persoon. Hij kwam binnen met de rechterarm in een doek zo groot als een laken en zijn linker pols zat ook al in het verband. Hij heeft meer dan eens neigingen zijn polsen over glas of staal te halen. En gezien die lappen is hem dat kort geleden gelukt. Dan verbergt hij een deel van zijn gezicht achter een bruine sik. Hij ziet er nu uit als Mephisto, de afgezant van de duivel. Dat was hij zonder sik in oorlogstijd. Af en toe begon gistermorgen zijn neus rood aan te lopen en dan wisten we ’t al: ,,Daar komen de Waterlanders”. En die kwamen. Dan klopten parketwachters of verplegers, (er was geen onderscheid) hem op de rug en dan werd Mephisto rustig. Minder met verantwoordelijkheid belaste heren als de leden van het Hof noemden hem een simulant. Een man, die nu de zenuwlijder speelt, maar die in oorlogstijd dingen aan de hand haalde waar een man, die niet met verband liep, twintig jaar voor zou hebben gehad. Hij kwam eraf met een straftijd gelijk aan zijn voorarrest. Verder werd hij ter beschikking gesteld van de regering. Hij werd, toen hij dat vernam, plotseling zeer helder, want met zijn sik in de hoogte vroeg hij wanneer hij dan uit dat gesticht mocht. Als hij over, laten we zeggen een jaar, dat verblijf daar wel welletjes vindt, geen polsen meer doorsnijdt, geen ruiten meer ingooit, dan zal hij misschien normaal worden. Want bepaald krankzinnig was hij niet. Toen een getuige het woord van hem overnam, zei hij scherp: ,,Hé, wie heeft hier het woord, jij of ik?” Hij rolde even uit zijn rol. Hij eindigde met een huilbui. Vanwege het effect. Buiten op de Herengracht, waar de lente in de bomen hing, zei een Amsterdammer, die een vrije dag genomen had om de zitting bij te wonen: ,,Hij het se eige d’r fanuit gedraoid”. Wij dachten er allemaal zo over. Dat dachten de Zaandamse pontwachters ook. ,,In de oorlog, toen wij werden weggehaald, was ie normaal”. 

BIJZONDER GERECHTSHOF: Savi liep zomaar een beetje mee.

Het gebeurd slechts bij hoge uitzondering, dat de president van het Bijzonder Gerechtshof te Amsterdam bijna onmiddellijk na de eis uitspraak doet. Dat gebeurde gistermiddag tien minuten over vier. Mr.M.H.Gelinck, procureur – fiscaal bij het Hof eiste tegen Gerardus Kuiters, Amsterdammer, 32 jaar oud, zes jaar gevangenis met aftrek van voorarrest en terbeschikkingstelling aan de regering voor het leven. Mr. E.H.F.W. Schaeck Mathon, uitspraak doende, stelde het vonnis vast op drie jaar en acht maanden (gelijk aan het voorarrest) en terbeschikkingstelling aan de regering. Kuiters was ten laste gelegd dat hij als handlanger van de Sicherheidspolizei J. (Sjef) Swolfs en diens echtgenote had gearresteerd, welke daad de dood van Swolfs ten gevolge had gehad. Verder werd hij schuldig bevonden aan het arresteren van zes leden van het personeel van de Hembrugpont, van de heer A. Bicker, opzichter van de Noritfabriek en van de heer J.A. Manus van der Jagt, boekhouder van deze fabriek. Allen wegens het verbergen van radiotoestellen. Ten derde wegens het arresteren, de dood ten gevolge hebbend, van de Amsterdammer F.J.Koppers.

 DE ARRESTATIE VAN SWOLFS

 ,,Gaat u maar rustig zitten” zei de president, toen Kuiters, in lappen gewonden, met grote staarogen binnen kwam. ,,Kalm aan, rustig blijven”. Het klonk vriendelijk, zoals wij dat trouwens van alle presidenten gewoon zijn. Kuiters begon direct al te huilen. Iedereen keek bezorgd. ,,Ik heb het gedaan” snikte hij. Twee mannen ondersteunden hem. Het lange haar viel hem achter de oren. ,,U bent al sedert Juli 1945 gedetineerd hé?” ,,Door de Duitsers”. ,,Nee dat was in 1944. Toen werd u door de Duitsers gearresteerd”. Kuiters had in dat jaar een dame, die op het Muntplein in Amsterdam liep, van haar tas beroofd. Dan komt zijn verhaal. In 1943 was hij naar een zekere Jo Ros gegaan, die werkzaam was bij de S.D., en die had hij aangeboden werk te doen. De S.D. had reeds enige Zaandamse illegale werkers gegrepen, doch J. Swolfs bleef onvindbaar. Ros gaf Kuiters opdracht naar Zaandam te gaan om drank te kopen bij Swolfs. En Kuiters ging. De eerste keer was Swolfs niet thuis. Veertien dagen later kwam hij weer. Toen was Swolfs wel thuis. Kuiters gaf voor onderduiker te zijn en wist Swolfs en zijn vrouw zover te krijgen, dat zij hem een nacht zouden onderbrengen in hotel Reitsma. Voor ,,Flora in de Westzijde trok Kuiters toen een revolver. Hij vervoerde beide vervolgens naar het politiebureau. Met Kuiters was ook zijn vriend Savi meegekomen en deze Savi zat tot aller verbazing niet in de verdachtenbank maar in die voor getuigen. Beide leverden Swolfs en echtgenote af aan Ragut en Tonny Jansen. Als eerste getuige kwam mevr. de wed. K. Swolfs de Boer. De enige vrouw in dit gezelschap. De president stelde het door Swolfs verrichte illegale werk vast. Hij vroeg de getuige ook waar de drank, aan Kuiters verkocht, voor diende. Getuige wist dat niet. Zij was, toen bleek welke rol Kuiters bij het politiebureau speelde, flauw gevallen. Politiechauffeur Van der Hoeven zat aan het stuur, toen het echtpaar Swolfs naar Amsterdam werd overgebracht. In de woning van Kuiters werd wat voedsel verstrekt. Getuige ,,Er was daar in dat huis een feestje.” Verdachte: ,,Er was geen feestje. M’n vrouw lag te bed. Misschien is mijn vrouw hier wel aanwezig.” Zoekend keek hij om naar de publieke tribune. Er was geen mevrouw Kuiters.De volgende getuige was criminal – secretar Ruhl. Nog steeds in het groene Duitse uniform. Waar Kuiters niet van schrok. Met zijn rozige handen op de rug keek Ruhl met zijn grote bruine ogen naar de president. Deze Ruhl spreekt met de vlotheid van een man, voor wie het afleggen van getuigenissen dagelijks werk is geworden. Als de president hem vraagt wat de S.D. in deze zaak heeft verricht, rukt hij met de schouders. Hij kent de naam S.D. niet. Rechter: ,,Nou ja Sicherheidsdienst dan”. Weer een ruk met de schouders. Men begint hier en daar te lachen. Verontwaardigd draait Ruhl zich om. Diepe rimpels in het voorhoofd. Zijn grote ogen gericht op de lachers, zegt hij ,, Wat zit men daar nu toch te lachen”. Voor zover ik weet heeft deze man gezegd N.S.B. er en N.S.K.K.er te zijn”, aldus de Duitser, ,, en hij heeft aangeboden ons te helpen. Ik wist, dat er een communistische groep een aanslag had gepleegd op een transformatorhuis bij Bruynzeel. De springstof daarvoor was afkomstig uit de Artillerie Inrichtingen. Franciska de Munch (Johanna Franciska de Munch – Siffels) uit Zaandam had mij gezegd, dat Swolfs daar werkte en dat hij voor de springstof had gezorgd. Omdat Kuiters voor ons wilde werken, heb ik de opdracht gegeven, dat hij Swolfs zou opsporen. Swolfs was voortvluchtig: wat kon deze man doen? Overigens ken ik Kuiters ook niet. Ik zie hem vandaag voor ’t eerst’. Ik gaf de opdracht buiten hem om. 

WODKA GEDRONKEN MET GENERAAL 

 Toen kwam Kuiters uit de hoek. Zijn wenkbrauwen trok hij op zijn neus, toen hij zei: ,,Ha, hij kent me niet. Weet Ruhl dan niet, dat ik met hem in het huis van een generaal wodka heb gedronken? Dat mot ie toch weten!” Daarna kwam Viebahn. Breed en bleek. Ook een deskundige in het afleggen van verklaringen. Hij doet dat al vier jaren. Van hem wilde de president weten, of Kuiters werd uitgezonden om een clandestiene drankstokerij of om Swolfs te ontdekken. Dat wist Viebahn niet. Vervolgens kwam Tonny Jansen. Een beetje bleek stond hij in zijn winterjas voor de rechter. ,,Waar woont u?” ,, Ik ben momenteel gedetineerd.” Het klinkt een tikje timide. ,, Was u in ’t politiebureau, toen Swolfs met zijn vrouw door Kuiters werd binnengebracht?” ,,jawel met Ragut.” ,,Wat gaf hij voor te zijn?” ,,Van S.D.! Ik wist eigenlijk niet wat ik er mee aan moest”. Jansen wendde voor, dat hij het plan had gehad Swolfs te waarschuwen. Maar het was al te laat. Kuiters zei echter, dat Jansen met enige agenten het huis van Swolfs reeds had omsingeld, toen hij het eerste (vruchteloze) bezoek bracht. Dat Ragut en zijn mannen bang als kinderen waren voor de illegalen, bleek uit een opmerking van Kuiters, die zei vijf minuten met Swolfs voor het bureau te hebben gestaan. Niemand durfde open te doen. Om die deur open te krijgen had hij een schot in de lucht gegeven! Toen waren ze angstig naar buiten gekomen. In plaats van illegalen stond daar Kuiters met zijn arrestant en lag een vrouw flauw gevallen op straat. De volgende getuige zou H. de Vogel moeten zijn. Doch die is ziek. Daarom verscheen de 33 jarige Amsterdamse koopman F.J.M. Savi. De man is niet gedetineerd. Het is een raadsel. Waar Kuiters was, was Savi. ,, Ik kende Kuiters. Reisde met hem mee naar Zaandam om een motorzijspan te kopen en toen zei hij dat hij even naar kennissen toe moest. Later zag ik, dat wij in het politiebureau waren. ,, Oh “ zei de president ,, Kon u dat niet zien, misschien? Beetje idioot, vindt u niet? Enfin, u bent getuige, geen verdachte.” Na de arrestatie van Swolfs, die nimmer terug kwam, had hij meegeholpen aan het vervoeren van de pontwachters. ,, Toen we bij de Norit waren, vroeg ik aan Kuiters wat de bedoeling was,” ,, Wel een beetje laat hè?” Ook Jansen was daarbij. En van der Meij, agent van de Zaandamse politie. Jansen kwam nog even vertellen, dat hij rechercheur Pel had gewaarschuwd, dat Swolfs zou worden gearresteerd. Het werd een beetje verward.  

INVAL IN DE NORIT

 Vervolgens stapten we geheel over naar de opsporing van radiotoestellen in de Norit te Zaandam. Ragut had tot tweemaal toe een anoniem schrijven ontvangen, waarin duidelijk was aangegeven waar radiotoestellen stonden. De brieven had Kuiters niet gezien. Kuiters: ,, Ik ben toen naar een pontwachter met een rood hoofd gegaan en ik heb hem gezegd: ,, gooi die toestellen weg, want er zit een verrader onder jullie.” Opeens gaat hij weer huilen. ,, Wie was de verrader?” vraagt Mr. Gelinck. Getuige Bicker, opzichter van de Norit, die evenals zes pontwachters en de boekhouder, vijf maanden in Vught heeft gezeten, zei wel te vermoeden wie de brieven schreef. Jansen schijnt het te weten.” Maar Jansen was al naar de cel gebracht. Bij iedere volgende getuigenis werd de naam Savi gehoord. Savi, die witjes in de getuigenbank zat. Manus van der Jagt, boekhouder, zei: ,, Savi had de leiding.” Rechter: ,, Met een lange of een korte ei Savi, U liep er maar een beetje bij hè, U was vriend en zakenvriend. En U kwam daar zomaar. U was er dagenlang bij eigenaardig, als u er niets mee te maken had, hè.” Vervolgens de brede pontwachter Blom. Tevoren had zijn collega K. Schouten al getuigd. ,, Wie waren er bij u toen U huiszoeking kreeg?” ,, Savi, van der Meij, Kuiters. Toen wij naar de cel in Zaandam werden gebracht, trok Savi een revolver. Hij zei: ,,wie heeft ,,Weg met Hitler”  en ,, Alles sal regkom“ in de cel geschreven?“  ,,Hij zou ons wel krijgen, zei hij.“ ,,Toevallig“, vond de president sarcastisch. ,,Van zo’n man, die maar een beetje meeloopt.” En dan te weten dat Savi nooit werd veroordeeld! Hij zat rustig in de getuigenbank en Kuiters huilde weer eens een deuntje.Toen de president aan Kuiters vroeg aan welke pontwachter hij later had gezegd de naam van de anonieme brievenschrijver na de oorlog te willen meedelen, greep de verdachte naar zijn hoofd. ,,Ik weet ’t niet, ik zou, ik vermoed, ik kan ze niet uit elkaar houden. Er zijn er zoveel.” De president hield zich bij de zaak en zei slechts: ,,De instructie tegen Van Noord is geopend.” Toen de procureur – fiscaal zijn eis had uitgesproken, stond Kuiters op. Hij haalde een schrift tevoorschijn. Het viel op de grond. Papieren waaiden weg. Snikkend stond hij daar ,,Allemaal dankbetuigingen… meneer… allemaal.” Hij zakte in de bank weg en huilde minutenlang. ,,Kijk eens aan”, zei de president vriendelijk, ,,allemaal van mensen, die U hebt geholpen?” Als zo’n man huilt, is zachtheid geboden. ,,Het hof zal er zeker rekening mee houden!” “De raadsman, Mr. Zeegers, wees op de zeer moeilijke jeugd van zijn (Pro Deo) client. ,,Uw jeugd was niet prettig , hè Kuiters?”, vraagt de president. ,, Nee … meneer…” ,,Ik heb ’t gelezen.” Em dan fluisterend tot de raadsheer: ,,Ik zal er maar niet teveel van vertellen.” Mr. Gelinck vond het onderzoek in deze zaak tamelijk slecht. Hij wilde niet beweren, dat Kuiters Swolfs als illegaal werker had gearresteerd. Kuiters was gezonden om een clandestiene drankstokerij te vinden. En daarom nam hij Swolfs mee. Verminderde toerekeningsvatbaarheid achtte hij aanwezig.

R.O. Veldzicht Avereest

R.O. Veldzicht Avereest

De verdediger stelde nog vast dat Kuiters na een verblijf in zes krankzinnigengestichten in Avereest op z’n plaats was. Na de uitspraak stond Kuiters op. Hij mocht wat zeggen. ,, Als ze maar niet naar een krankzinnigengesticht brengen. Ik heb tweeduizend inspuitingen gehad. En wanneer mag ik uit het gesticht Avereest? Dan zakte het doek over dit drama. Savi stapte naar huis als vrij man. Nog!   

Bronnen: Dagblad de Typhoon, (c) foto’s onbekend en Historische vereniging Avereest. (c) PDKAIH2017

Gebruikte afkortingen :

  • SD Sicherheits Dienst
  • NSB Nationaal Socialistische Beweging
  • NSKK National Sozialistisches Kraftfahr Korps