WERKLIEDENTREIN AI TE WATER

WERKLIEDENTREIN TE WATER.

In 1939, vond er nabij Zaandam een ongeluk plaats waarbij een werkliedentrein voor het personeel der Artillerie Inrichtingen was betrokken.
Als door een wonder vonden er geen persoonlijke ongelukken plaats.

HOUTHANDELS.

Op het traject Amsterdam – Alkmaar – Hoorn vv bevond zich even buiten het station Zaandam een brug (nr.79) die de verbinding vormde tussen de vaart en de Papenpadsluis.
Via deze sluis werd veelvuldig gebruik gemaakt door de vele houthandels in de polder om hun met hout geladen dekschuiten naar de Zaan te vervoeren.

HET ONGELUK.

Op zaterdag 14 januari 1939, kort voor 12 uur, verscheen er een met hout geladen dekschuit voor de sluis. De brugwachter, de heer Dolleman, draaide hierop de brug open om de dekschuit doorgang te verlenen.
Precies op het ogenblik dat de geladen dekschuit zich onder de brug bevond, naderde er een achteruit rangerende trein met daaraan gekoppeld 18 lege personenrijtuigen bestemd voor de werklieden der Artillerie Inrichtingen. De machinist zag te laat de de brug openstond en het achterste rijtuig viel tussen de brughoofden en kwam terecht op het achterste deel van de dekschuit.
De schuitenvoerder, A. Geene, bevond zich op dat ogenblik op het voorste deel van de dekschuit en wist met een geweldige sprong de walkant te bereiken en zich in veiligheid te stellen.

Het ongeluk bij brug 79

VERVANGEND VERVOER.

De stationschef van Zaandam, de heer J.M. ten Napel telefoneerde direct naar de ongevallenwagens van respectievelijk Amsterdam en Alkmaar en verzocht hen met de grootste spoed naar Zaandam te komen. Verder zorgde hij ervoor dat het treinverkeer naar Alkmaar en Hoorn werd omgeleid. Niet veel later werden er pendelbussen tussen Zaandam en Koog a/d Zaan en tussen Zaandam en Purmerend ingezet.

TRACE WEER VRIJGEGEVEN.

Nadat het personeel van de werktreinen uit Amsterdam en Alkmaar er na heel wat inspanningen in geslaagd was, het rijtuig tussen de brughoofden en van de dekschuit te verwijderen.
Het zware onderstel dat van het rijtuig was losgeschoten en op de bodem van de Papenpadsloot was beland, door hen was geborgen.
De andere rijtuigen, de trein en de tussenliggende koppelingen gecontroleerd.
De rails en aansluitingen met de brug nagekeken, kon de brug neergelaten worden en werd het spoor om 17.00 uur, weer vrijgegeven.
De pendeldiensten werden kort daarop ook beëindigd.

©PDKAIH2019

BAAS ARTILLERIE INRICHTINGEN KRIJGT BEKEURING.

BAAS ARTILLERIE INRICHTINGEN KRIJGT BEKEURING.

In de jaren 20 van de vorige eeuw was het een levensgevaarlijke gewoonte om van nog rijdende treinen die een perron of halte naderden de deuren voortijdig te openen en op het perron te springen. Ook werd er op vertrekkende treinen gesprongen Dit werd ook gedaan door personeel van de Artillerie Inrichtingen en het is dan ook niet verwonderlijk dat menige arbeider door zo’n onbezonnen actie zijn ledematen gekneusd of gebroken heeft, of er in het gunstigste geval er met schrammen, schaafwonden en blauwe plekken van af kwam. Ook kwamen velen er achter dat dit gedrag in artikel 25 van het Algemeen Reglement op Spoorwegvervoer strafbaar was gesteld. Als beloning voor hun gedrag kregen zij een boete van hfl. 10,- . Daar moest in die tijd menige uurtje voor gewerkt worden.

Trein nabij station Amsterdam

De directeur van de Artillerie Inrichtingen, de heer W.G. Houtwipper, die  als goede werkgever over  lijf, leden en gezondheid van zijn personeel waakt en het goede voorbeeld wilde geven, liet in alle werkplaatsen, kantoren en fabrieken een dienstorder op hangen. Daarin stond dat een ieder zich diende te houden aan artikel 25 en dat degene die dat niet deden konden rekenen op strenge straffen. De roekeloze medewerkers waren nu voor eens en altijd gewaarschuwd. Hoe lang het goed ging is onbekend, maar op zaterdagmiddag 26 januari 1929 gebeurde het volgende: De trein uit de Zaanstreek, met daarin enige honderden ambtenaren en ander personeel van de Artillerie Inrichtingen naderde het Centraal Station van Amsterdam en als of er geen artikel 25 en dienstorder bestonden werd  er een deur geopend en sprong er een meneer uit de trein en rende het perron op. Regelrecht in de armen van een ,, smeris” En meneer of niet, hij moest net als iedereen zijn naam, adres en abonnement afgeven aan de man der wet. De overige mensen die ondertussen uit de stilstaande trein waren gestapt proesten het uit van het lachen bij het aanschouwen van de overtreder. Zij hadden hem direct herkend, het was hun directeur de heer Houtwipper, die daar een bekeuring en preek kreeg. De dagen daarna deed het verhaal de ronde dat de heer Houtwipper slechts had willen aantonen wat er gebeurd als je je niet aan zijn dienstorder en artikel 25 houdt. Of  dat de waarheid was weet behalve de heer Houtwipper zelf niemand, wel is zeker dat hij een slechte dag had. ©PDKAIH2015.