DE 2e WERELDOORLOG EN DE ARTILLERIE INRICHTINGEN deel 4 van 4

Uit het dagboek Ir. F. Q. den Hollander 3

F.Q. Den Hollander Directeur der AI

III
Beschouwingen en conclusies.

     Hoewel het in het algemeen vermetel moet schijnen, zoo kort na geweldige gebeurtenissen van de hoogste historische beteekenis conclusies daaruit voor de toekomst te willen trekken, zoo meen ik toch dat enkele feiten of gebeurtenissen daartoe reeds nu wel aanleiding kunnen geven, al zal later herziening van dit oordeel wellicht noodig zijn.
     Te minder zal die herziening noodig zijn naarmate de conclusies uitsluitend van interne betekenis voor het bedrijf zijn; waar het contact betreft met buiten het bedrijf staande autoriteiten of personen, is het oordeel uit den aard der zaak eenzijdig.

De Vesting Holland begin mei 1940

Vesting Holland.

Ter algemeene inleiding moge worden geconstateerd, dat de ultra moderne wijze, waarop Duitschland den oorlog met ons land heeft gevoerd – geheel afwijkend van het klassieke beeld dat men zich klaarblijkelijk hier te lande daarvan had gevormd en waarbij men met name meende, dat de Vesting Holland althans gedurende zekeren tijd, een min of meer veilig  stuk grondgebied zou zijn, waar de oorlogsindustrie zou kunnen handhaven – heeft gemaakt dat van de eerste oogenblikken af het geheele leven in ons land, ja men zou zelfs geneigd zijn te zeggen dat juist in het belangrijke centrum, dat door het begrip Vesting Holland wordt omspannen, ernstig was gestoord.
     Militair beschouwd mogen dan al de strategische overvalling zijn mislukt – in zooverre dat overal krachtige weerstand werd geboden – ernstige stoornissen in het Maatschappelijk leven in ’t bedrijf, in ’t werken, traden dadelijk op.
     De ligging van de Artillerie Inrichtingen binnen de Vesting Holland; het inschakelen van de particuliere industrie  aldaar  en het overbrengen van bedrijven van de buitenprovincies naar de Vesting Holland vanwege de veiligheid en de Mogelijkheid van doorwerken in oorlogstijd is gebleken een verkeerde illusie te zijn geweest.

Ernstige stoornissen.

Uit het relaas de voornaamste gebeurtenissen I en II*1 blijkt toch duidelijk hoe ernstig de stoornissen waren en al kan niet worden gezegd, dat het bedrijf verlamd heeft gelegen, zoo is toch van regelmatig doorwerken in meer of mindere mate geen sprake is geweest.

patronen scherpe nr. 1

     Het is toch een hoogst ernstig feit, dat de aanmaak van hulzen en kogels tot scherpe patroon No. 1 te Delft op den 2e dag moest stopgezet worden; dat van het regelmatig doorwerken van het Scheikundig Laboratorium geen sprake meer is; dat het herhaalde luchtalarm aan de Hembrug maakt dat een niet onbelangrijke werkzaamheid bij het herstellen van hulzen achterwege gelaten wordt; dat het verkeer tusschen Rotterdam, waar belangrijke industrieën van ons werkten en de Hembrug vrijwel gestremd was en een belangrijk transport veiligheidshalve te ’s Gravenhage moest overnachten.
     Hoewel het telefonisch verkeer tusschen de deelen van het bedrijf niet al te veel te wenschen heeft overgelaten, was dat met de particuliere industrie vrijwel gestremd.
     Daar ook behoefte aan bepaalde soorten munitie zich eerst tijdens het verloop der gevechtshandelingen gaat afteekenen, kan men wel zeggen dat van een regelmatige productie eerst na een dag of vier, vijf geen sprake kan zijn.

Uitspraak G.T. van Dam.

G.Th. van Dam Directeur AI

  De reeds in 1924 gedane uitspraak door de toenmaligen Directeur G.T. van Dam (G.Th. van Dam)  dat “voor zoveel den aanmaak betreft, de taak der A.I. zich dient te beperken tot hetgeen in vredestijd of oorlogstijd, vóór ons land rechtstreeks in de vijandelijkheden wordt betrokken, kan worden gedaan.Wat daarna komt is een toevallige bate waarop in verband met de geringe diepte van ons land en het vliegersgevaar niet mag worden gerekend” kan op grond van de opgedane ervaring als juist worden beschouwd, al kan men er dadelijk aan toevoegen, dat de toevallige bate, zelfs in dez 4 dagen nog wel is meegevallen, dank zij het feit, dat van rechtstreeksche gevaar brengende aanvallen op de bedrijven, weinig of geen sprake is geweest.
Maar dat wist men niet van tevoren.

Luchtaanvallen en schuilpaatsen.

De bescherming tegen luchtaanvallen nader aangaande, trekt in de eerste plaats aandacht, dat niettegenstaande het mobilisatie tijdperk 8 maanden heeft geduurd, de verduisteringsmaatregelen voor de Fabriek Hembrug nog niet in orde waren.
ware dit wel het geval geweest, dan had men ’s nachts kunnen doorwerken en kunnen profiteren van de betrekkelijke rust, die tijdens de duisternis in de lucht heerste.

Bovengrondse schuilplaatsen op het terrein en bij de woningen van de Delftse Rij *2

     De schuilplaatsen bleken te ver van de werkplaatsen te liggen, in die zin dat door de groote snelheid der vliegtuigen eenerzijds en de tijd benoodigd voor het doordringen van het signaal luchtalarm, het verlaten van de werkplaats en het zich spoeden naar de schuilplaatsen anderzijds, het personeel nog niet in de schuilplaatsen was, als de vliegtuigen reeds boven de Fabriek waren.
     Zoowel te Hembrug als te Delft heeft men zich moeten losmaken van het Gemeentelijk luchtalarm en een eigen alarmdienst ingesteld, waarbij klaarblijkelijk wat meer risico werd genomen. Dit is begrijpelijk en stemt overeen met het karakter van het bedrijf.
     In of op gebouwen van het bedrijf was geen luchtafweer opgesteld. Het is aannemelijk, dat dit juist gezien is geweest, al kan niet worden, dat het ontbreken van dit geschut de reden is geweest van het niet uit de lucht aanvallen onzer bedrijven.

Bewaking en verdediging.

     De bewaking en verdediging tegen aanvallen op den grond is een moeilijk punt. Men kan van tweeërlei standpunt uitgaan, of wel de bedrijven beschouwen als een zuiver burger bedrijf en dus geen afzonderlijke militaire bewaking en bescherming nemen, of wel het bedrijf als militaire instelling beschouwen en wel afzonderlijk doen bewaken en beschermen tegen een zgn, “Coupe de – main”. Geleerd door de ervaring met parachute troepen zal men den laatste weg moeten kiezen, maar dan moet ook in vredestijd worden bezien hoe de bewaking en de bescherming moet gebeuren, hoeveel troepen en welke bewapening daarvoor noodig zijn onder één verantwoordelijke commandant, die een en ander in overleg met de Directie-organen ter plaatse regelt.
     Men moet daarvoor geen reserve off. Spec. Diensten der Artillerie gebruiken, die hun gewone taak in het bedrijf hebben en die taak toch moeten blijven vervullen  of voor een tijdelijke andere  bedrijfstaak beschikbaar moeten blijven.

Controlepost op de Hemkade 14 Mei 1940

Noodgedwongen heeft men zoowel te Delft als te Hembrug aan verschillende reserve officieren van Speciale Diensten bewakings- of verdedigingsmaatregelen opgedragen. Het oordeel over het nut daarvan is zeer verschillend; Het Hoofd van de Vestiging Delft is er zeer over tevreden; het Hoofd van het Scheidkundig Laboratorium drukt zich misprijzend uit door te zeggen; “dat aan het stelsel van res.off. voor Sp.D. onoverkomelijke bezwaren kleven. Tot de oorlogsdagen is van hen zeer veel profijt getrokken en was het Scheikundige Laboratorium in staat alle aanvragen en verzoeken op korten termijn te voldoen. Het feit echter, dat deze personen in feite militairen zijn, reduceerde hun werkkracht tot nul, toen de vijandelijkheden haar intrede deden. De omstandigheid, dat deze niet geschoolde militairen, die nauwelijks met een vuurwapen kunnen omgaan al deze dagen een verdedigingslinie op zichzelf vormden, welke in geen enkel opzicht organisch verband stond tot de bevelvoerende militaire autoriteiten moet als onjuist worden aangemerkt”.
     Dit, alsmede de uitgebreide improvisaties op dit gebied aan de Hembrug, toonden dat in de toekomst de bewaking en beveiliging te land vooraf in vredestijd oordeelkundig moet worden geregeld.

Herstellingsdienst.

     De herstellingsdienst, welke ten behoeve van het gemobiliseerde en vechtende leger was ingesteld ondervond op zeker oogenblik moeilijkheden doordat de militaire commandanten geen burgers wilden doorlaten. Deze dienst behoort een zuiver militaire dienst te zijn; opleidng van personeel, uitrusting van de noodige voertuigen enz. zou over de A.I. kunnen loopen, maar het militaire personeel hoort te ressorteeren onder een militaire autoriteit.
     Op dezelfde wijze zal ook een afzonderlijke militaire opruimingsdienst van gevaarlijke voorwerpen noodig zijn. (dit is na den oorlog trouwens min of meer geschied).

     Ten slotte valt op te merken, dat behoudens een zeer nauw contact met den D.M.L., de Directie nog van de zijde van het Departement ( C.O.W. IV Afd.b.) noch van andere militaire autoriteiten in de dagen van 10/14 Mei veel heeft bemerkt.
     Wellicht zou zich bij een langer duren van de strijd dit contact weer hebben hersteld, maar in ieder geval blijkt welk dat men in de eerste dagen van een oorlog vrijwel op zich zelf is aangewezen.
     Mede door gebrek aan telefonisch contact met de talrijke leveranciers en medewerkers in de particuliere industrie stonden de werkzaamheden bij de Technischen Aanschaffings en Voorlichtingsdienst vrijwel stil. Er viel geen voorlichting meer te geven, zoodat de vraag rijst, of de in dezen dienst verzamelde, bij uitstek militair-technische krachten in het Bedrijf (Hembrug/Delft) niet beter op hun plaats zouden geweest zijn.

     Met een woord van lof over de in het algemeen rustige, en kordate wijze waarop het personeel aan alle moeilijkheden en bezwaren het hoofd heeft geboden en in het bijzonder met een woord van waardering voor de houding van het Korps chauffeurs, dat meermalen met gevaar voor eigen leven het verband over den weg tusschen de verschillende onderdeelen heeft onderhouden, moge dit overzicht worden beëindigd.

——————–

Bronnen NIMH, Archieven.nl ©PDKAIH2019

*1 zie deel 2 en 3 van DE 2e WERELDOORLOG EN DE ARTILLERIE INRICHTINGEN elders op deze site.
*2 Delftse Rij – Omdat er in Zaandam een tekort was aan ter zake kundig personeel voor de afdeling optiek (kijkers, richtmiddelen etc.) werd er personeel van die afdeling te Rijswijk (Delft) overgeplaatst naar Zaandam. De toenmalige administrateur van het bedrijf had een plan bedacht om deze mensen te huisvesten, een aantal woningen te laten bouwen langs de aan het terrein grenzende Havenstraat. De in 1929 gebouwde rij huizen kregen naam van de adminstrateur. Het rijtje van Houtwipper. Omdat bijna iedereen het altijd had over die Delftenaren die daar in dat rijtje woonden, Werden de woningen al snel in de volksmond aangeduid als de Delftse Rij.

Gebruikte afkortingen.

A.I. – Artillerie Inrichtingen
C.O.W. – centraal orgaan weermacht
D.M.L. – dienst matrieel landmacht
enz – enzovoort
off. – officier
Res.off. – reserve officier
Sp.D. –speciale diensten
zgn. – zogenaamde

Zie ook:

DE 2e WERELDOORLOG EN DE ARTILLERIE INRICHTINGEN Deel 2 van 4

Uit het dagboek Ir. F. Q. den Hollander 1

Het dagboek

Op 1 juni 1940 beantwoorde de directeur van het Staatsbedrijf der Artillerie Inrichtingen, Ir. F.Q. Den Hollander, een schrijven dat hij op 24 mei 1940 had ontvangen van de O.L.Z.1.

De brief.

“Naar aanleiding van Uw brief van 24 Mei 1940, Afd. Landmacht Sectie I  b Nº 172 A Geheim, doen wij Uwer Excellentie hierbij toekomen een opgave van berichten van het A.H.K2 ontvangen in het tijdvak 10/14 Mei.
Voorts deelen wij U mede, dat dezerzijds reeds aanwijzingen waren verstrekt om een beknopt overzicht samen te stellen van de gebeurtenissen in voormeld tijdvak bij de Directie, de Fabriek Hembrug en de Vestiging Delft.
Na voltooiing van dit werk zullen wij U het overzicht – tot een door U te bepalen aantal exemplaren – toezenden”.

De bijlage.

opgave van berichten, ontvangen van het A.H.K. in het tijdvak 10/14 Mei 1940

11 Mei. Telefonisch, tijdstip van ontvangst niet genoteerd.

De O.L.Z. verzoekt:
1e ± 2000 onbg. van 10,5 hw. Te doen omlaboreeren in scherpe schoten. Wanneer klaar?
2e 25.000 bg. Patronen verminderde lading van 7 veld te doen aanmaken.

12 Mei. Telefonisch, tijdstip van ontvangst niet genoteerd.

De O.L.Z. vraagt met aandrang naar tb. Nº 7 H.N. gew. en naar eihandgranaten.Overigens zijn van het A.H.K. geen bevelen of berichten bij de Directie der Artillerie Inrichtingen binnen gekomen”.

1 O.L.Z. =  Opperbevelhebber van Land en Zeemacht
2 A.H.K. = Algemeen Hoofd Kwartier

Het toegezegde overzicht.

BEKNOPT OVERZICHT VAN DE VOORNAAMSTE GEBEURTENISSEN IN DE DAGEN VAN 10 – 14 MEI 1940.

     Het hieronder beknopt overzicht is samengesteld met behulp van de berichten, door de Hoofden van de verschillende onderdelen van het bedrijf ingediend, terwijl tevens de van de Directie uitgaande telexberichten zijn geraadpleegd.
Voor een goed overzicht en ook om te trachten het belangrijke van het minder belangrijke te scheiden zijn in het 1e Gedeelte slechts algemeene zaken, betrekking hebbende op het personeel, de veiligheid, de algemeene werkgelegenheid enz. opgenomen, in het 2e Gedeelte n.m.m.3 het belangrijkste omdat daaruit eventueel leering voor de toekomst valt te trekken – zijn meer bijzonderheden vermeld aangaande productie en productiemogelijkheden in deze dagen, alsmede aangaande hulpverleening enz. buiten het bedrijf en contact met de particuliere nijverheid, terwijl in het derde gedeelte is getracht enkele beschouwingen en conclusies uit de gebeurtenissen vast te leggen.

3 n.m.m. = namens mijn mening

1E GEDEELTE
A l g e m e e n e  Z a k e n.

Zooveel mogelijk met inachtneming de chronologische volgorde worden achtereenvolgens de gebeurtenissen te ’s Gravenhage, Hembrug en Delft in het kort vermeld.

’s Gravenhage.

a.   Te ’s Gravenhage werden de noodige aanwijzingen verstrekt om alle kantoorgebouwen doorlopend bezet te houden, zoowel met het oog op het geven van en ontvangen van telefonische orders als met het oog op het doorlopend bedrijfsvaardig zijn der brandploegen en van het personeel belast met het vervoer.
     Door het hoofd van de Afdeeling Brandweer werden onverwijld alle brandbluschmiddelen in de verschillende gebouwen geïnspecteerd en waar noodig nadere voorlichting aan het personeel gegeven. Alle bluschmiddelen en de gereedschappen voor den luchtbeschermingsdienst werden in goede staat aangetroffen.
     De noodige verduisteringsmaatregelen en maatregelen tot bescherming der ruiten werden genomen.
     H.T.A.Vo.4 deed in verband met een op het Malieveld opgestelde batterij luchtdoelgeschut, de naar die zijde gekeerde lokalen van het gebouw Prinssese(n)gracht 19 ontruimen.
     In het bijzonder bij de Hoofdadministratie werd gelast de dosiers en boeken zooveel mogelijk in stalen kasten opgeborgen te houden, alléén het hoog noodige mocht op de schrijftafels blijven liggen; belangrijke dossiers werden, met het oog op een eventueele ontruiming, bij de hand gehouden.

4 H.T.A.Vo. =  Hoofd van de Technische Aanschaffings- en Voorlichtingsdienst (van de Artillerie Inrichtingen).

Het pand van de Artillerie Inrichtingen aan de Prinsessegracht 19 te ’s Gravenhage

In het Directiegebouw Lange Voorhout102, werd de  radio doorloopend bezet; alle berichten werden stenografisch opgenomen en uitgewerkt.
     Per telex-telefoon werd op alle heele uren verbinding opgenomen met de fabriek en op alle halve uren met de Vestiging Delft teneinde byzondere gebeurtenissen te vernemen en berichten uit te wisselen. Deze verbinding is nagenoeg doorlopend, nacht en dag bruikbaar gebleken.
     De opkomst van het personeel, werkzaam op diverse kantoren  te ’s Gravenhage , was voor Zoover aldaar woonachtig normaal te noemen. Verschillende personen, woonachtig buiten ’s Gravenhage, konden door plaatselijk vervoer, hun bestemming, niet, niet altijd, of althans niet dan met groote vertraging bereiken.
     Ook in de stad zelve werd door  de veelvuldige controle op straat veel oponthoud ondervonden, waardoor het personeel vaak te laat kwam. Dit gaf aanleiding tot een wijziging in de kantooruren, waarbij de koffiemaaltijd in de kantoorgebouwen werd gebruikt.
     De werkzaamheden aan kantoorgebouwen werden allen en dan ook herhaaldelijk gestoord door het in de Gemeente gegeven “luchtalarm”. Bij dit alarm moest het personeel zich hetzij in de schuilkelders in of buiten de gebouwen, hetzij in de lokalen of gangen gelijkvloers, bevinden.
Op den duur werd de reactie op het groot aantal malen, dat alarm gemaakt werd, minder.
     Ter vermijding van ongevallen bij te groote opeenhoping van personeel werden de bovenste twee verdiepingen van het Directiegebouw Lange Voorhout 102 ontruimd en het personeel ondergebracht in lokalen van het gebouw van de Octrooiraad, Willem Witsenplein. De verhuizing bracht natuurlijk stagnatie in den dienst mede. Even eens werden naar dit gebouw overgebracht diensten uit een der andere gebouwen, n.l. Prinssessegracht 6a, hetwelk door de in de nabijheid ingeslagen bommen tijdelijk onbewoonbaar was geworden.
     De houding van het personeel was – nadat de eerste ernstige schok van den plotseling ingetreden oorlogstoestand was verwerkt – rustig en beheerscht, het werk werd, niettegenstaande de veelvudige stoornissen met nauwgezetheid en groote plichtsbetrachting verricht.
     In overleg met de Directie werd door de Hoofdaministrateur bepaald, dat voorloopig geen rekeningen zouden worden betaald; aan de arbeiders werd een voorschot op het loon verstrekt, aangezien niet gerekend kon worden op normale geldtransporten in de eerstkomende dagen. Op den 14e Mei werd aan de ambtenaren het salaris voor de maan Juni uit betaald.

b.     Te Hembrug werd door den E.A. ambtenaar reeds te circa 4.00 uur van den 10e Mei waargenomen dat zich in de omgeving een luchtgevecht afspeelde waarop het signaal “luchtalarm”werd gegeven, waardoor de nachtploeg, dankzij een toevallig den vorigen dag gehouden oefening, in zeer korten tijd in de schuilplaatsen was.

Op het terrein bevonden zich ook bovengrondse schuilplaatsen (Zie bij X)

Personeel.

      Na gewaarschuwd te zijn besloot het Hoofd van de fabriek Hembrug de nachtploeg zekerheidshalve onverwijld naar huis te zenden, behoudens het daaruit aangewezen personeel voor de luchtbeschermingsdienst.
     Maatregelen werden genomen om het van de dagploeg opkomende opzichtvoerend- en werkliedenpersoneel te waarschuwen, dat dien dag slechts enkele fabrieksafdeelingen zouden werken, in het bijzonder de laboreerwerkplaatsen. Dit Personeel werd per boot naar de Fabriek gebracht. Later op de dag werd per radio bekend gemaakt, dat het geheele personeel op 11 Mei de arbeid zou hervatten.
     Van het op den eerste dag opgeroepen personeel ter sterkte van ruim 800 man hebben intusschen slechts rond 450 man aan dezen oproep gehoor (kunnen) (ge)geven. Op den volgenden dagen was de opkomst van het personeel heel normaal te achten.
     In verband met het luchtgevaar werd besloten, des nachts niet te werken, voordat de geheele fabriek afdoende zou kunnen worden verduisterd, waartoe direct met een ploeg van ruim 100 man, later uitgebreid tot pl.m 150 man werd begonnen.
     Het is in het tijdvak 10 – 14 Mei niet meer gekomen tot nachtarbeid; de daguren waren van 7,30 – 18,30 uur.
     Het werk werd herhaaldelijk door luchtalarm gestoord.
     Aangezien het van het meesten belang was, dat de Fabriek bleef doorwerken werd het alarmeeren beperkt tot die gevallen, waarbij het aantal en soort der vliegtuigen een opgezetten aanval deden verwachten. Het aantal alarmeeringen is hierdoor gering gehouden en was veel geringer als die in de Gemeente Amsterdam zelve. Meldingen werden zoowel van de luchtmachtdienst Amsterdam als van den C(entrale).Luchtverdedigingsdienst Amsterdam verkregen, terwijl bovendien nog eigen uitkijkposten waren uitgezet, welke geinstrueerd waren in zake de kenmerken van vijandelijke toestellen. Het eigen alarmsysteem heeft naar behooren gefunctioneerd; de vluchttijd was in den aanvang veel te groot, doch werd later aanzienlijk korter. Toch bleef de in verhouding tot de snelheid van doorkomen der meldingen en de vliegsnelheid der vijandelijke toestellen te groot.

Geneeskundige dienst.

     Terstond na het uitbreken van de vijandelijkheden werd de geneeskundige hoofdpost overgebracht naar den daarvoor ingerichte schuilkelder, waarvan de inrichting alleszins heeft voldaan.
     Door de I.G.D.L.5, werden 2 officieren van gezondheid, ter versterking van het geneeskundig personeel, gezonden. Deze zijn eenige dagen na het staken van vijandelijkheden weder vertrokken.
     Behalve het voorzien van enkele schot- en scherfwonden van militairen, die vanaf het front onderdeelen en munitie kwamen halen en in eenige verwondingen door het aanschieten van een auto bij het Pontveer ontstaan, is geen verdere geneeskundige hulp noodig geweest.
     Ten behoeve van een eventueel transport naar Amsterdam werden 2 motorhospitaalschepen ingericht, 1 vaartuig van de A.I. met 30 bedden en 1 ingehuurd vaartuig met 65 bedden.

5I.G.D.L = Inspectie Geneeskundige Dienst (Koninklijke) Landmacht

Fabrieksbewaking en verdere veiligheidsmaatregelen.

     Het detachement infanterie, 1 onderofficier, 1 korporaal en 22 manschappen, in normale tijden reeds aanwezig voor bewaking van het terrein in en om de fabriek, bezette met eenige mitrailleurs enkele posten in en om de fabriek ter directe beveiliging tegen parachutisten en laagvliegende vliegtuigen.
     Aangezien het aantal bezette posten voor een afdoende bescherming te gering werd geacht, werd versterking gevraagd aan den Garnizoenscommandant van Amsterdam.
     In afwachting van de komst van deze versterking werden reserve-officieren voor Speciale Diensten tijdelijk aangewezen voor de bezetting van eenige posten, terwijl de diensten van deze officieren werd ook gebruik gemaakt voor het bezetten  van den commandopost, voor de controle van autos bestemd voor de fabriek, bij het handhaven van de orde op de posten en bij de ingang van de Fabriek bij den aanvang van den werktijd.

Aangezien buiten een versterking met 16 marechaussées geen verdere uitbreiding van het bewakingsdetachement te verkrijgen was, werden door hoofd Fabriek. Ten einde de bewaking en de verdediging aan redelijke eischen te doen beantwoorden, pl.m. 150 dienstplichtigen behoorende tot het werkliedenkorps en met industrieel verlof zijnde, in dienst teruggeroepen.
     Naast de directe bewaking en verdediging van de Fabriek moest nog worden voorzien in de bewaking van schepen, geladen met ontplofbare stoffen en loodsen met materieel, alles liggende buiten het fabrieksterrein.
     In de namiddag van 13 mei kwam een detachement infanterieter sterkte van 1 officier en 60 manschappen ter bewaking van de Hembrug, den spoorweg en het terrein ter weerszijden van d spoorweg, voor zoover ten N(oorden). Van het Noordzeekanaal gelegen.
     Uiteindelijk werd er derhalve op 14 Mei beschikt over het volgende militaire personeel:
     1 onderofficier, 1 korporaal met 22 manschappen infanterie vat bewakingsdetachement.
     16 leden van het korps Koninklijke Marechaussee.
     1 onderofficier en 10 manschappen uit Zaandam.
     4 dpl. Wachtmeesters der artillerie.
     29 beroepsofficieren en reserve-officieren voor Speciale Diensten.
     5 dpl. sergeanten-vuurwerkers.
     4 dpl. onder-officieren en korporaals in opleiding voor vuurwerker en opzichter.
     150 dpl. van het werkliedenkorps.
     De militaire bewaking stond onder commando van Majoor van Erpenbeek de Wolff.
Daadwerkelijker aanvallen op de Fabriek, zoowel vanaf de grond al vanuit de lucht, zijn uitgebleven.
     Verliezen aan personeel en beschadiging aan materieel, gereedschappen en outilage door óóvijandelijk ingrijpen, derhalve geene, terwijl op een telefonische vraag van Hoofd Fabriek of bij vijandelijke nadering zelf de noodige vernielingen mochten worden uitgevoerd door de Directie ontkennend werd beslist.

Delft.

     Te Delft werden op de 10e Mei reeds te 3.30 uur groote formaties Duitsche vliegtuigen waargenomen. Het vliegveld Ypenburg werd aangevallen, terwijl rondom Delft o.m. de Kleiweg, in den Wippolder en aan de Schie, parachutisten waren neergekomen.
     Om 6.00 uur was het mogelijk eenigzins een overzicht van den toestand te verkrijgen. Hierbij bleek dat het terrein aan de Schie niet meer bereikbaar was, de laboreerwerkplaatsen waren in Duitsche handen, de reserve 2e Luitenant van Speciale Diensten Ir. Capel, was gevangen genomen.
     De gebouwen aan de Julianalaan lagen onder vuurbereik, zoodat het verblijf aldaar slechts mogelijk was in de ruimten, welke van de Wippolder afgekeerd waren.
     Het werk aan de v.m. Constructie-werkplaatsen aan de Hooikade en in de Werkplaatsen aan het Koningsveld werd op normale wijze aangevangen en voorgezet. Op het Koningsveld werd met ons personeel de houtvoorraad van de firma ’t Mannetje’, welke een gedeelte van de gebouwen aldaar in huur heeft, naar een naburig gelegen voetbalveld overgebracht.
Aan de Julianalaan waren de voor ons personeel aangelegde schuiltunnels in gebruik genomen door personeel van de Nederlandsche Weermacht, waardoor deze voor ons niet meer bruikbaar waren. Als schuilplaats werd een der kelderlokalen bestemd, hetgeen als zoodanig echter niet was ingericht.
     Het te Delft wonende personeel kon de Julianalaan bereiken. Het van elders komende personeel werd dikwijls door de omstandigheden gedwongen tot verzuim.
     Nadat het bericht was ingekomen dat de toestand aan het Koningsveld in verband met het optreden der parachutisten, critiek begon te worden, werd besloten slechts de gebouwen aan de Julianalaan en de Hooikade te laten bewaken.

     Voor de beide complexen werden de brandploegen, de E.H.B.O.-ploegen en de ploegen voor den bedrijfsdienst volledig ingedeeld. Twee officieren van Speciale Diensten werden voor elke wacht ingedeeld, terwijl de pl.m 20 aanwezige militairen over beide complexen werden verdeeld voor het doen van gewapende wachtdiensten, Van de v.m. Constructiewerkplaatsen werden zoowel  vóór als achterpoort bewaakt. In verband met het door het Gemeentebestuur afgekondigde verbod zich na 20.00 uur op straat te bevinden werden de noodige maatregelen getroffen, pl.m. 20 man in ieder complex te doen overnachten. Nadat echter onderdeelen  der Ned. Weermacht zich in den avond van dezen dag in het gebouw Julianalaan gingen vestigen werd een deel van de eigen bewaking van dit gebouw teruggetrokken, met name ook de E.H.B.O.-ploeg. De ziekenauto en de motorbrandspuit werden aan de v.m C.W. tot uitrukken gereed opgesteld.

     Op 11 Mei werden de gebouwen der v.m. C.W. zoowel van af den Leeuwenhoeksingel als van af de Vest herhaaldelijk beschoten; in de stad heerste die dag groote onrust.
     Een gedeelte van het gebouw Julianalaan werd door II-2 R.A. in gebruik genomen; de toren van het gebouw werd als waarnemingspost gebezigd. Door de gevechtshandelingen in de onmiddellijke nabijheid van dit gebouw en door het hiervoren genoemde zuiver militair gebruik van een gedeelte van het gebouw, was het uit den aard der zaak niet mogelijk op het Scheikundig Laboratorium regelmatig door te werken. Ook het gebruiken van de reserve officieren voor Speciale Diensten voor zuiver militaire doeleinden – wachtdiensten, verdediging van het gebouw e.d. – maakte, dat zij hun oorspronkelijk werk niet of nagenoeg niet meer konden volvoeren.
     De archieven van het S.L. werden voor een groot deel vernietigd, om het in vreemde handen vallen te beletten.
     Aan de v.m. C.W., werd een eigen luchtalarmdienst ingesteld. Het bleek toch, dat de stad Delft van af Vrijdagmorgen vrijwel doorloopend in staat van luchtalarm verkeerde. Precies volgens de voorschriften handelende, zou dus feitelijk het personeel zich doorloopend in de schuilplaatsen hebben moeten bevinden.
     Aan de post van de vóórpoort werd nu opdracht gegeven een signaal te geven zoodra vliegtuigen  boven Delft begonnen te cirkelen: op recht overvliegende vliegtuigen werd geen acht meer geslagen. Toch is het werk dien dag meermalen ernstig gehinderd, eenmaal werd zelfs 2 uur aan één stuk geschuild in verband met ernstige vuurgevechten tusschen Nederlandsche en Duitsche troepen in Delft.
     Mede rekening houdende met de mogelijkheid van plotselinge aanvallen in duikvlucht op het talrijke personeel, dat zich bij (eigen) luchtalarm van de werkplaatsen naar de schuilplaatsen moest begeven, werd het werk aan de patroonfabriek in de v.m. C.W.  gestopt ; de overige diensten aldaar werden in bedrijf gehouden.
     Alle uitgangen van de gebouwen, die verhuurd waren, werden gesloten en gebarricadeerd, de huurders werd tot nader order het werken aldaar verboden, vooral omdat het Hoofd van de Vestiging Delft geen controle had op het personeel dezer huurders en niet zeker was van hun betrouwbaarheid.
     Op 12 Mei werd het werk in het gebouw Julianalaan gestopt, d.w.z. de messingperserij, optische-afdeeling en gasmaskerafdeeling stonden dus stil; dit gebouw had een sterke militaire bezetting gekregen en werd ter verdediging ingericht. De in aanbouw zijnde laboreerwerkplaatsen waren inmiddels in Nederlandsche handen over gegaan, de reserve Luitenant Sp. D. Capel was in vrijheid gesteld. Het werk aldaar werd niet hervat wegens het gevaar bij bombardementen op het nabij gelegen vliegveld Ypenburg.
     Een groot deel van buit gemaakt Duitsch materieel werd aan de v.m. C.W. opgeslagen; een tijdelijk bij de Vestiging Delft werkzaam gestelde 1e Luit. Van het K.N.I.L. werd op 13 Mei met het beheer en weder uitgifte aan Ned. Troependeelen belast.
     Op 14 Mei vlogen in buitengewoon groote aantallen Duitsche toestellen boven Delft, vooral, in de richting Rotterdam. In verband met het verloop der krijgsverrichtingen, welke een minder gunstige wending namen en om bij een eventueele bezetting van de gebouwen der Vestiging Delft door Duitsche eenheden militaire conflicten te vermijden, werd de geheele militaire bezetting te 11.00 uur op de Hembrug gedirigeerd; het burgerpersoneel bleef in de verschillende gebouwen op zijn post.

Sergeant-opzichter gesneuveld.

     De verliezen aan personeel zijn gering, alleen de sergeantopzichter in opleiding P. Dietrich is in de nabijheid van het gebouw Julianalaan gesneuveld op weg naar zijn huis zijnde. Nadere bijzonderheden omtrent dit ongeval ontbreken verder.
     De gebouwen en de outillage daarvan zijn behoudens talrijke gesprongen ruiten en lichte beschadigingen, volkomen intact gebleven; door de Directie was bepaald, dat niet tot vernietiging mocht worden over gegaan.

Bronnen Dagboek Ir. F.Q . den Hollander, Archieven.nl©PDKAIH2019

OORLOGSGEBEURTENISSEN. 

OORLOGSGEBEURTENISSEN.

Op 20 Mei 1929 te acht uur hebben vijandelijke vliegtuigen bommen, waaronder enkele met gifgas gevuld, geworpen op het fabriekscomplex der Artillerie-Inrichtingen aan de Hembrug, waardoor groote schade is aangericht en talrijke ernstige verwondingen zijn veroorzaakt. Daar de geneeskundige dienst van Zaandam niet voldoende hulp kon verschaffen, heeft de militaire commandant te Amsterdam besloten, den Geneeskundigen Dienst der Burgerwacht gedeeltelijk te mobiliseeren en met motorbooten te vervoeren naar de Hembrug. Met den trein kon dat niet, want de spoorlijn Amsterdam-Zaandam was ten gevolge van het bommenwerpen eveneens gedeeltelijk vernield.  De transport-colonne van het Roode Kruis werd eveneens gemobiliseerd… Buiten de fabrieksgebouwen werden nog vijftien slachtoffers gevonden, die allen van het gifgas te lijden hadden. De meeste hadden een lichtblauwbleeke kleur, hevige tranenvloed, rood doorloopen oogen en last van de maag en de ademhalingsorganen. Ook hadden sommige door de granaatscherven slagader-bloedingen bekomen, andere verwondingen, te gruwelijk om hier te vermelden. Dat alles vond men gistermorgen op het terrein der Artillerie-inrichtingen bij de Hembrug. Het was dus wel een afschuwelijke ramp.

Van beschermende kledig voorzien

Van beschermende kleding voorzien

Onze schrandere lezers zullen reeds begrepen hebben dat dit alles heelemaal niet echt was. Het waren dan ook slechts ‘onderstelde toestanden’, uitgedacht door den inspecteur der Burgerwachten, luitenant-kolonel H.H. Timmermans. Alleen het traangas, dat was echt. In het hexiet-lokaal had men traangas-bommen geworpen en daarbuiten iets dat heel veel rook maakte en dat alles stonk gruwelijk naar chloor. Zonder gasmasker was het daar werkelijk niet uit te houden. Dat was juist de bedoeling, want het gold hier een oefening-met-gasmaskers van den Geneeskundigen Dienst der Burgerwacht en van de transport-colonne van het Roode Kruis. Het doel van de oefening was, den leden dezer hulp-organisatieshet gebruik in de praktijk van gasmaskers te leeren. Dat is niet heel gemakkelijk. Na afloop werd in de ruime cantine der inrichting gegeten. Velen smaakte het eten niet: ze proefden niet anders dan chloor en een paar uur daarna deed zich de invloed daarvan gelden; een kop thee smaakte naar chloor en een cigaret rookte chloorachtig. Het behoeft niet terstond oorlog te worden; er behoeft slechts een ramp voor te komen waarbij zich giftig gas verspreidt. Dat kan iederen dag gebeuren. En dan zullen de Geneeskundige Dienst van de Burgerwacht en de transport-colonne van het Roode Kruis gereed en in staat zijn u hulp te bieden.

De vrijdag voor de oefening was onderstaand bericht al in de diverse media verschenen

Gifgas-Pinksterfeest.Werklieden moeten als dooden spelen.

Het Roode Kruis „demonstreert”.

ZAANDAM, 15 Mei. Het Roode Kruis gaat Pinksterdag de bloemetjes buiten zetten. In de artillerie-inrichtingen aan de Hembrug wordt dan een schitterende demonstratie gegeven. Den belangstellenden zal op overtuigende wijze de bewonderenswaardige werking van heusche gifgassen worden getoond. En naast de verfraaiende werking zal tevens gedemonstreerd worden de meerdere of mindere veiligheid der gasmaskers. Eenige werklieden moeten voor dit fort van 10 tot 2 uur dienst doen. Ze zullen o.a. de verheffende taak hebben te vervullen, als gewonden en zelfs als dooden te fungeeren. Het Roode Kruis gaat het Pinksterfeest dus op gepaste wijze en in den juisten geest vieren. Wij gunnen hen dit genoegen. Alleen betreuren we het, dat eenige arbeiders hun vrijen dag aan deze apenkool zullen moeten opofferen. En daarnaast vragen we ons af…. als nu die dames en heeren van het Roode Kruis den tweeden Pinkster’ dag eens gebruikten voor een stevige agitatie tegen het militarisme, tegen den oorlog, vóór ontwapening zouden ze dan geen beter werk doen?

Vervolgens verscheen op 22 mei het volgende bericht over de oefeningen en de “verplichte” deelname.

Roode Kruisoefeningen aan de Hembrug.

Begunstigd door de best denkbare weersomstandigheden hadden tweeden Pinksterdag op het fabriekscomplex der Artillerie Inrichtingen aan de Hembrug oefeningen plaats van den Geneeskundigen Dienst der Vrijwillige Burgerwacht in samenwerking met het Nederlandsche Roode Kruis te Amsterdam. Ondersteld werd, dat in de ochtenduren uit vliegtuigen bommen, gedeeltelijk met gifgas gevuld, geworpen waren op het fabriekscomplex, waar groote schade werd aangericht en talrijke personen ernstig gewond. De transportcolonne van het Roode Kruis onder leiding van Dr. D. Pont, zoomede de Geneeskundige Dienst der Burgerwacht, onder leiding van den Commandant, Majoor Dr. G. Meulemans, werden tot het verlenen van assistentie naar de plek des onheils vervoerd, hetgeen gedeeltelijk per auto en gedeeltelijk per boot geschiedde, daar de spoorweg Amsterdam – Zaandam werd verondersteld te zijn vernield. Een veertigtal gewonden bevonden zich deels in de getroffen gebouwen, waarvan enkele met traangas gevuld, de overige gekwetst of vergast, lagen verspreid over het terrein. Onmiddellijk na aankomst aan de Hembrug ving het reddingswerk aan volgens vooropgezet plan. Vlot verliep het opsporen der gewonden, het bergen der vergasten uit de met chlooracetophenon gevulde ruimten en de dikke gaswolken regelmatig verliep, vervolgens het vervoer per brancards naar de geimproviseerde hospitalen, waar tenslotte de doctoren en verpleegsters de licht of ernstig gewonden hulp verleenden. Serieus en nauwgezet ging alles te werk en bleek opnieuw, hoe niet alleen in het uiterste oorlogsgevaar, maar ook bij ontploffingsrampen e.d. het Roode Kruis en de Geneeskundige Dienst der Burgerwacht op alle mogelijkheden zijn voorbereid, spoedig ter plaatse kunnen verschijnen en vooral weten te handelen, snel en op de juiste meest practische wijze. Ook als oefening in het bezigen der bewegingen en sprekenbelemmerende gasmaskers, waarbij het contact tusschen de assistenten bij het werk was verbroken, mag het één en ander uitsteekend geslaagd heeten.  Als gewonden fungeerden padvinders, leden van de R.K. Eerste Hulp-vereeniging en werklieden van de Hembrug, deze laatsten geheel  vrijwillig, spontaan en niet zoals ,,Het  Volk’’ (e.d.) zijn (hun)lezers meent te moeten inlichten, onder pressie of indirecten dwang. Wij spraken persoonlijk deze arbeiders, die zeer terecht de opmerking maakten, dat het hier een oefening gold voor hulpverlening bij onheilen, die ons dagelijks voor kunnen komen en het dus een daad isvan belangelooze menschlievendheid. Maar dáárom maalt ,,Het Volk’’ (e.d.) niet als het in zijn (hun) kraam te pas komt. De oefeningen werden bijgewoond door Timmermans, Commandant Boeree, de doctoren Stumpi, Heijermans en v. d.  Stengel. Tot slot maakten de deelnemers een rondgang door de bedrijven van de Hembrug, waarna om omstreeks vier uur de terugtocht werd aanvaard. Bronnen: Het Handelsblad 21 Mei 1929, Voorwaarts 17 Mei 1929, De Tijd 22 Mei 1929. ©foto Vereenigde Fotobureaux N.V.