ZADELMAKERIJEN BIJ DE ARTILLERIE INRICHTINGEN

ZADELMAKERIJEN BIJ DE ARTILLERIE INRICHTINGEN

Bij de Artillerie inrichtingen werd veel door toeleveringsbedrijven geleverd, in licentie vervaardigd of uitbesteed. Maar indien mogelijk ook door het bedrijf zelf geproduceerd. Tot een aantal van die zaken behoorden ook de lederwerken, die werden gemaakt in de zadelmakerij te Delft. Ook deze werkplaatsen werden tijdens de verhuizing vanuit Delft naar Zaandam mee verplaatst.

De nieuwe zadelmakerij te Zaandam© Leni Bakker

Het grootste deel van het personeel kwam mee aan kwamen veelal lopend vanuit Delft naar Zaandam. Onder dit personeel dat mee verhuisde bevond zich de opa van Leni Bakker, de heer F.J.S Brijbag. Op de onderstaande foto staat hij als derde van rechts in de nieuwe werkplaats.

Zadelmakerij aan de Hembrug © Leni Bakker

In de werkplaats werden buiten zadels ook ander lederwerk vervaardigd waaronder, pistoolholsters. patroontassen enz. Het was niet de enige plaats waar de constructiewerkplaatsen een zadelmakerij bezaten, in Soerabaja  ( Indonesie ) was ook een dergelijk werkplaats. Tijdens de werktijden was het daar een drukte van jewelste. Veel producten werden daar nog met de hand vervaardigd.

De zademakerij in Soerabaja.

 

De zadelmakerij in Soerabaja na werktijd

 

 

 

Advertenties

DE AIRRAID SHELTER / BRANDWEER OBSERVATIEKOEPEL

DE AIRRAID SHELTER / BRANDWEER OBSERVATIEKOEPEL.

 

Beide cirkels provisorische schuilplaatsen. 1:gesloopte commandobunker, 2: plaats observatiekoepel. 3: nog bestaande commandobunker.gehele terrein.

Op het Hembrugterrein ontstond al snel nadat de Artillerie Inrichtingen vanuit Delft naar Zaandam waren gekomen de behoefte aan veilige schuilplaatsen voor het geval er iets mis zou gaan tijdens het beproeven van en produceren van wapens en munitie. Toen eind jaren 30 van de vorige eeuw de dreiging van een wereldoorlog steeds duidelijker vormen begon aan te nemen, nam die behoefte alleen nog maar toe en begon men voortvarend met de bouw van een aantal kelders (tevens commandopost), tunnels en commandoposten( Bunkers) op het gehele terrein.

Commandobunker 382 (op foto nr.3) © J.Waterreus

In diezelfde periode werden de zeer goed uitgeruste en getrainde bedrijfsbrandweer en de geneeskundig dienst uitgebreid met een afdeling van de luchtbeschermingsdienst. Deze dienst kreeg voor een goede uitoefening van haar taken onder andere de beschikking over een observatiekoepel. Het gevaarte had de vorm van een taps toelopende zes m/m dikke en twee meter hoge stalen cilinder voorzien van een deur, een ontsnappingsluik vlak boven de vloer tussen de twee tegenover elkaar geplaatste houten zitplaatsen en rondom vier kijksleuven. Voor de bevestiging van het geheel was het aan de onderzijde uitgerust met vier stalen beugels.

Folder voor console shelters van Constructors Nuckel Works Erdington (Birmingham

Het geheel was vervaardigd door het Engelse bedrijf “Constructors Nuckel Works Erdington (Birmingham)” en kwamen op de markt onder de naam “Consol shelters”. Hij werd veel toegepast op fabrieksterrein, kazernes en rangeerterreinen.

Observatiekoepel 217 (op foto nr 2) © Marinus Venhuis

Omdat er aan het optiekgebouw, waar men zich onder ander bezig hield met het ontwikkelen en testen van richtmiddelen, nachtkijkers, periscopen enz. Had men voornamelijk voor de periscopen een toren aan het gebouw gebouwd waarop men deze rechtstandig kon testen en tevens een vrij uitzicht had over het terrein en de wijde omgeving, was dit dus tevens de plek die men had gekozen de observatiekoepel te plaatsen en branden, bominslagen, vijandelijke vliegtuigen enz. in een vroeg stadium te kunnen waarnemen en alarm te slaan. Dat gebeurde door luid te roepen of naar het gebouw af te dalen en daar telefonisch de commandoposten in kennis te stellen. Deze zorgden ervoor dat het personeel naar de aangewezen schuilplaatsen ging en de hulpdiensten werden ingeschakeld en zo nodig ook hulp van buitenaf.

De provisorische schuilgelegenheden voor het rijtje van Houtwipper (Delftse rij) aan de Havenstraat.

Dit geheel zou later nog worden uitgebreid met een aantal provisorische schuilplaatsen in de noord/west en zuid/oosthoek van het terrein. Ook werden er langs het rijtje van Houtwipper*, de woningen op de Havenstraat die daar in 1929 gebouwd waren voor de medewerkers van de optiekafdeling die van uit Rijswijk (Delft) naar Zaandam waren verhuisd, enige provisorische schuilgelegenheden gebouwd.

Tegenwoordig we spreken juni 2018, zijn de commando bunker (op de foto nr.3) de diverse ondergrondse schuilkelders (Er moet er waarschijnlijk nog één, bewust niet meer op tekeningen staande zijn, die in het verleden is afgesloten) en de koepel nog aanwezig. Als er niets wijzigt tijdens de planvorming blijven deze alle behouden. Alle provisorische bouwwerken zijn na WW2 verwijderd en de 2e commandopost (nr. 1 op de foto) is 2003/2004 gesloopt en alleen de bodem en fundering nog ondergronds aanwezig.

Voor zover bekend is de koepel de enige die nog op zijn originele standplaats staat. Ook waren er indertijd niet veel van dit soort koepels die geschikt waren voor twee personen.

*Deze rij woningen is oorspronkelijk vernoemd naar de bedenker van het plan om deze werknemers naar Zaandam te halen en voor hen een woning te bouwen (1929) (Houtwipper, administrateur en later directeur). Zaankanters noemden het al snel de Delftse rij omdat de mensen die er woonden uit Delft (Rijswijk) kwamen en deze naam is tot op de dag van vandaag blijven hangen en wordt nu zelfs in officiële documenten gebruikt.

Bronnen persoonlijk archief, J. Waterreus en Marinus Venhuis. Foto’s tenzij anders vermeld ©PDKAIH2018.

 

 

HOE TE HANDELEN BIJ BRAND BIJ DE ARTILLERIE INRICHTINGEN.

HOE TE HANDELEN BIJ BRAND BIJ DE ARTILLERIE INRICHTINGEN.

Toen de Artillerie Inrichtingen zich rond 1895/1900 op het Hembrugterrein hadden gevestigd, moesten er natuurlijk een aantal zaken met de gemeente Zaandam worden geregeld.

Behalve dat er afspraken werden gemaakt over de diverse vergunningen voor o.a. het verbranden van afval, het bouwen van de diverse gebouwen, het plaatsen van afscheidingen enz. werden er ook afspraken gemaakt over wat te doen bij een eventuele brand, die zou kunnen ontstaan bij de toch wel gevaarlijke werkzaamheden die er op het Hembrugterrein zouden gaan plaats vinden.

Omdat de gemeente brandweer de kennis ontbrak over hoe te handelen bij branden met explosieve en zeer brandbare stoffen werd in overleg met de gemeente op september 1898 besloten dat er geen hulp van de gemeentelijke brandweer werd ingeroepen bij een eventuele brand bij de Artillerie Inrichtingen.

Brandweerbesluit van de gemeente Zaandam

Buiten het hier bovenstaande bericht werd de volgende order via de plaatselijk pers en op de mededelingenborden bij de gemeente brandweer en de Artillerie Inrichtingen bekend gemaakt:

ORDER

Bij een eventueelen brand in de Rijks-artillerie inrichtingen bij de Hembrug wordt de hulp van de gemeentelijke brandweer niet verlangd. In zoodanig geval zal uitsluitend hulp worden verleend door de werklieden behoorende tot de brandploeg der artillerie-inrichtingen;

deze werklieden wonen in de Sophiastraat, de Czaar-Peterstraat, de Jasykoffstraat en de Mensikoffstraat;

in die straten zal het alarmeeren door ratels geschieden, en wel door of vanwege de gemeentelijke politie.

De gemeentelijk politie zal uitgenoodigd worden tot het maken van dit alarm:

Hetzij per telegram,

Hetzij door tusschenkomst van den stationschef van de Hollandsche IJzeren Spoorweg Maatschappij,

Hetzij per signaal van de stoomfluit door de artillerie-inrichtingen,

Hetzij door een bode.

Zaandam, 26 September 1898.

De wethouder-gedelegeerde

Voor de brandweerzaken,

LATENSTEIN

©PDKAIH2017

EEN FORT TEN ZUIDEN VAN ZAANDAM?

FORT TEN ZUIDEN VAN ZAANDAM, OOIT BEDACHT MAAR NOOIT GEBOUWD.

De plannen voor de bouw van de Stelling van Amsterdam zagen er in 1871 nog heel anders uit dan wat uit eindelijk is gebouwd en uitgevoerd.

Deel van de plannen voor de bouw van de Stelling van Amsterdam en de bouw van een fort in Zaandam, ca 1874

Deel van de plannen voor de bouw van de Stelling van Amsterdam en de bouw van een fort in Zaandam, 1871

Bovenstaand deel van het militaire plan van kap. J.H. Kromhout voor de bouw van gebastionneerde forten met geschut op de wallen en weinig bomvrije gebouwen wijkt sterk af van de uiteindelijk na 1881 gerealiseerde forten. Zijn plan was om de uit het begin van de negentiende eeuw gebouwde “posten van Krayenhof” om te bouwen en de inundatievelden te verbeteren om zo tot een nieuwe Stelling van Amsterdam te komen. Omdat technische ontwikkelingen van het geschut, dat daardoor een grotere draagwijdte kreeg er voor zorgde dat de kring rondom de hoofdstad al spoedig veel te klein werd, is al spoedig van dit plan afgezien. De kring rondom Amsterdam kreeg daardoor uiteindelijk zijn huidige omvang.  In de plannen van Kromhout zou de bewapening van het fort ten zuiden van Zaandam moeten bestaan uit:

  • 4 getrokken Kanons van 16 cm. Lcht. (Licht)
  • 1 getrokken Kanon van 12 cm. Br.K. (Brons Kort)
  • 3 getrokken Kanons van 12 cm. IJ.Lg. (IJzer Lang)
  • 2 gladde Kanons van 9 cm. Br.K. (Brons Kort)
  • 2 gladde Kanons van 15 cm. Lcht. (Licht)
  • 2 Houwitsers van 20 cm. K. (Kort)
  • 2 Houwitser van 15 cm. Lg. (Lang)
  • 2 Coehoorn mortieren.

©PDKAIH2017. Met dank aan René Ros van het  documentatiecentrum Stelling van Amsterdam 

HET SECTORPARK ZAANDAM.

HET SECTORPARK ZAANDAM.

Begin september 1900 was het Departement van Oorlog van plan een Sectorpark voor de Stelling van Amsterdam aan te leggen in de gemeente Zaandam. Hiervoor moest de benodigde grond gelegen aan “het Hop” (Visschershop), eigendom van de gemeente, onteigend worden. Het betrof ca. 2 hectare waarop een plateau op 1 meter boven Amsterdams peil moest worden aangelegd. Het geheel moest aan de randen worden voorzien van taluds hellende onder 2:3. Daarop zouden gebouwd moeten worden: enige loodsen tot oplegging van oorlogsmaterieel, enige loodsen voor het verblijf van troepen, een brandspuithuisje, een keuken, een paar woningen en wat kleine gebouwtjes voor diverse doeleinden. Verder moesten er langs zijkanaal G (de Voorzaan) een tweetal aanlegsteigers worden aangelegd. Het buskruitmagazijn dat al in 1893 aan het Weerpad te Oostzaan was gebouwd zou ook tot de gebouwen van dit sectorpark gaan behoren.

Naamloos

Tekening van het Buskruitmagazijn en de wachterswoning ©D. Wools

Munitiecomplex Weerpad Oostzaan

Stelling van Amsterdam. Munitie complex Weerpad Oostzaan behorende tot het Sectorpark Zaandam. Links de fortwachterswoning met rechts daarvan de zwaar uitgevoerde loods voor kant en klare projectielen. Daar achter een lage buskruitloods en nogmaals een projectielenloods. De grote loods  met de bliksemafleiders dient als werkplaats voor het samenstellen van de projectielen. Datering 1965   ©GAZ

Op donderdag 27 september vergaderde de gemeenteraad van Zaandam over het plan en beslisten negatief. Er werd besloten mede namens de plaatselijke kamer van koophandel, een adres aan de Koningin te richten met daarin het verzoek om het plan niet goed te keuren. De voornaamste bezwaren waren dat het te onteigenen terrein in de onmiddellijke nabijheid lag van de Zeehaven en de opslag en vervaardiging van ontplofbare stoffen zouden een noodlottige invloed hebben op de ontwikkeling van die haven. Ook zou de onteigening van een deel van het Visschershop een nadelige invloed hebben op de nijverheids en handelsontwikkeling in het overige deel van het gebied. Ook de uitbreiding van de houthandel en hun opslag voor houtwaren kwam ernstig in gevaar. Verder zouden al de gelden die de gemeente en het rijk in de ontwikkeling van het gebied hadden gestoken weggegooid geld blijken te zijn. Verder zou alle grond om het gebied in één klap waardeloos geworden zijn en zouden velen schade lijden. Al een week eerder had er als gevolg van art.63 van de onteigeningswet, een gesprek plaatsgevonden met de Commissie uit Gedeputeerde Staten van Noord Holland. Hierin waren alle bezwaren geuit. De commissie was het met de bezwaren eens en vond de gekozen locatie zeer ongewenst, maar was ook van mening dat er wel tot uitvoering van het plan kon worden overgegaan als er geen andere terrein(en) in de omgeving konden worden gevonden. De bezwaren tegen de vorm van onteigening vond de commissie ongegrond. Dit omdat de bouw van het Sectorpark welk behoort tot de Stelling van Amsterdam geheel voldoet aan de regels die gelden voor vestingbouw en dus niet onder de uitzonderingen vallen die in deze regels worden genoemd. Het Departement van Oorlog wordt door de commissie verzocht van het plan aan het Visschershop af te zien en het alleen door te zetten als er geen andere geschikte locatie kan worden gevonden of als het landsbelang zich hier ernstig tegen verzet. In februari 1901 is er goed nieuws voor de bezwaarmakers, het Departement van Oorlog heeft besloten om van de plannen af te zien en heeft aan de overzijde van zijkanaal G, als nieuwe locatie een terrein grenzend aan de Artillerie Inrichtingen aangewezen als zijnde de nieuwe locatie.

Kaartje sectorpark

Uitsnede Stafkaart Stelling van Amsterdam ©PDKAIH2017

In februari 1904 wordt door de Genie bestek nr.20 aanbesteed. Het betreft het bouwen van gebouwen Sectorpark Zaandam (raming hfl. 18.800). Er volgen zes inschrijvingen. De laagste komt van M. Stam & Zn., uit Wormerveer, hfl. 19.740. Eind maart 1905 wordt bij de magazijnen der Artillerie te Amsterdam, Sectorpark Zaandam, bij beschikking van den Minister van Oorlog, W.A.H. Jansen tot conducteur der Artillerie der 2e klasse (opzichter) benoemt. ©PDKAIH2016

ELECTRA VOOR VLIEGVELD ZAANDAM.

ELECTRA VOOR VLIEGVELD ZAANDAM.

scannen0004

Het vliegveld Zaandam

Na veel overleg met Amsterdam kreeg Zaandam in 1914 eindelijk een elektriciteitsnetwerk. Op 6 april 1914 werd door de G.E.W. te Amsterdam begonnen met het leggen van twee voedingskabels van 3 X 50 mm voor 10.000 volt in de dijken van de polders Oostzaan en Waterland. Een kabel door het Noordzeekanaal trekken was door de overheid verboden. Begin mei 1914 werd aansluiting verkregen op de door Zaandam zelf gelegde eigen kabels, terwijl 12 mei een tijdelijk transformatorstation bereikt werd. Op 8 juli 1914 werd begonnen met het maken van de huisaansluitingen.Op 1 augustus 1914 werd door de militaire autoriteiten verzocht, het militaire vliegkamp in de Achtersluispolder van elektrisch licht te voorzien. Door met alle beschikbare krachten zo hard mogelijk te werken, was het mogelijk, al op 4 augustus 1914 aan dit verzoek te voldoen. De voeding geschiedde voorlopig onder een spanning van 3.000 volt, waartoe een 10.000/3.000 volttransformator werd geplaatst aan de werf „Conrad”, gelegen aan den noordelijken IJ-oever te Amsterdam. Op 10 augustus werd de spanning op 10.000 volt gebracht, waarna onmiddellijk met de eigenlijke stroomlevering werd begonnen. ©PDKAIH2016

VLIEGVELD IN ZAANDAM.

VLIEGVELD IN ZAANDAM.

luchthaven (1)

Overzicht Artillerie Inrichtingen met rechtsboven het vliegveld

In juli 1913 werd, na goedkeuring van het parlement, als onderdeel van de landmacht een militaire luchtvaartafdeling (LVA) opgericht. Thuisbasis was Soesterberg. Vanaf augustus 1914 beschikte de LVA over zeven Franse Farman verkenningsvliegtuigen en twee vliegtuigen die door de Nederlandse vliegtuigbouwer Marinus van Meel waren gebouwd. De LVA voerde vanaf de eerste mobilisatiedag van datzelfde jaar al patrouilles langs de Nederlandse grens uit en droegen op die manier bij aan de neutraliteitshandhaving. De grensgemeenten hadden op kerken en openbare gebouwen de Nederlandse driekleur gehesen. Hierdoor konden de vliegers het verloop en de ligging van de grens volgen en was het ook voor de strijdende partijen duidelijk waar de grens precies lag. Ook België gaf op deze wijze haar grenzen aan. Al spoedig waren er meer vliegveldjes nodig en die werden dan ook ingericht bij Gilze-Rijen, Venlo, Vlissingen en op de Kemperheide bij Arnhem. Op 20 augustus 1914 vond het eerste vuurcontact plaats en werd er een Duits toestel neergehaald. De piloot werd in Alkmaar geïnterneerd, waar hij aan uitvoerige verhoren onderworpen werd, zijn vliegtuig werd naar de Constructiewerkplaatsen van de Artillerie Inrichtingen in Delft gebracht, waar het aan een uitvoerig technisch onderzoek werd onderworpen. Deze handelswijze werd de norm en op die manier werd veel informatie verzameld en sommige nieuwe ontdekkingen werden ook nagemaakt of toegevoegd aan de Nederlandse toestellen. Hoewel de LVA geen bommenwerpers had, konden de verkenningstoestellen toch zodanig worden ingericht. In 1915 begon men te experimenteren met het werpen van oefenbommen en handgranaten. De eerste scherpe bommen werden in augustus van datzelfde jaar door de Artillerie Inrichtingen geleverd. Ook bij het plaatsen van mitrailleurs op de toestellen waren de Artillerie Inrichtingen betrokken. In eerste instantie waren die wapens veel te zwaar maar na het bestuderen van een neergehaald Frans toestel met een Hotchkiss mitrailleur en een Engels neergehaald toestel dat was voorzien van een Lewis mitrailleur, vervaardigden de Constructiewerkplaatsen in Delft een bok waarmee een in Denemarken aangeschafte Madsen geweermitrailleur aan de zijkant van een vliegtuig geplaatst kon worden. Het wapen was ontworpen om vanaf de grond op luchtdoelen te schieten, maar was door zijn lage vuursnelheid nu niet direct het meest geschikte. Het werd daarom later vervangen door verkregen Lewis mitrailleurs. Andere mitrailleurs die later werden toegepast waren de Vickers en Spandau die tussen de propellerbladen doorschoten. Ook werden er nog een aantal Duitse Parabellums buitgemaakt en gebruikt. Een deel van deze wapens moest worden aangepast aan de Nederlandse munitie.Een nadeel van de vliegveldjes en met name Soesterberg was dat zij buiten de Stelling van Amsterdam lagen. Ook als de Nieuwe Hollandse Waterlinie zou worden aangevallen moest het vliegkamp al ontruimd worden. Vlak na het uitbreken van de 1e wereldoorlog was dit gevaar echter al onderkend en men had daarom eind 1914 een klein vliegveldje ingericht in de in Zaandam gelegen Achtersluispolder. Recht tegenover de Artillerie Inrichtingen en nabij de Hembrug. Enige maanden later bleek dat de plek slecht gekozen was, het was er veel te drassig. Er moest dus een nieuwe plek worden gevonden. Kolonel Walaardt Sacré, commandant van de LVA werd door het opperbevel van het Nederlandse leger, de generaal Snijders met deze taak belast. Hij vond geschikte locaties nabij Halfweg en in de Zeeburgerpolder. Maar omdat de Minister van Oorlog, de heer Bosboom, als eis had gesteld dat het allemaal niet te veel mocht kosten vielen deze locaties af.

vliegveld schiphol

Luchthaven Schiphol 1920 -1921

Wallaardt Sacré ging weer op pad en belandde in januari 1916 op een stuk grond in de Haarlemmermeer. Het was gelegen langs de ringvaart nabij het fort Schiphol. De eigenaar van de grond, boer Kribbe (Knibbe), was bereid om hem twaalf hectare weide en bouwgrond te verkopen voor de som van 55.290 gulden en 40 cent. De koop werd gesloten, de sloten gedempt, het land omgezet naar grasland, er werden enige loodsen geplaatst en half augustus was alles gereed voor de plaatsing van drie vliegtuigen. Vlak daarna kwam men tot de het besef dat het allemaal veel te klein was en dat er door de steeds zwaarder wordende vliegtuigen meer ruimte nodig was om veilig te kunnen opstijgen en landen. De boeren waren niet erg happig om hun grond te verkopen maar daar had de regering spoedig iets op gevonden. Omdat het Nederlandse leger zich in algehele staat van mobilisatie bevond, kon zij gebruik maken van een noodwet uit 1851:”onteigening ten algemeen nutte”. En zo geschiedde, in de lente van 1917 ontving de buurman van Kribbe (Knibbe), Boer Roos een vorderingsorder voor een deel van zijn land. Een half jaar later werd de rest gevorderd en waren ook boer Noordam, Rombouts en Myer aan de beurt. Aan het eind van de 1e wereldoorlog, 11-11-1918 was Schiphol zestig hectare groot en behoorde het tot de grootste vliegvelden in Europa. Het was in het begin heel erg pionieren op de luchthaven want er was geen elektra en waterleiding en de omwonenden protesteerden tegen van alles wat er maar gebeurde. Wat dat betreft is er niets veranderd en is de vliegveldje uitgegroeid tot de luchthaven die het nu is. ©PDKAIH2016, foto’s ©boek SVA en NHA.