RUDOLPH WITTE BEDENKER PLANNEN BOUW ARTILLERIE WERKPLAATSEN HEMBRUG.

RUDOLPH WITTE BEDENKER PLANNEN BOUW ARTILLERIE WERKPLAATSEN HEMBRUG.

Rudolph Witte werd op 30 juni 1850 als zoon van zoon van C.G.F. Witte en P.D. Lagers te Utrecht geboren. Hij bezocht daar de technische en daar de hogere burgerschool en deed in 1867 op deze laatste instelling zijn eindexamen. Hierna ging hij naar Delft en begon een studie voor werktuigkundig ingenieur. In 1869 vertrok hij naar Aken en haalde daar in 1872 het diploma werktuigbouwkundig ingenieur. Hierna was hij als ingenieur werkzaam bij verschillende bedrijven in Remscheid, Essen, Barme en Rheine.
In 1876 werd hij benoemd tot werktuigkundig ingenieur bij de Artillerie Stapel en Constructie-magazijnen te Delft. Daar bestonden de werkzaamheden onder andere uit het vervaardigen en herstellen van affuiten, voertuigen en opzetten van vuurmonden.* Hij heeft hier veel verbeteringen in de werkwijzen ingevoerd. In 1886 werden alle Artillerie Inrichtingen verenigd, tegelijkertijd werd ook de commissie van proefneming onder de leiding van de chef van deze inrichtingen geplaatst. De werkzaamheden van Witte werden fors uitgebreid en hij bleef op werktuigkundig gebied de vraagbaak voor de artillerie officieren die allen ook niet de minsten op het gebied van werktuigkunde waren. Om dat echter niet elke officier even meegaand is, was het voor Witte niet altijd even gemakkelijk, de vrede te bewaren. Maar door zijn tact en welwillendheid wist hij telkens weer botsingen van enige betekenis te voorkomen. Voor het zagen van grote balken in verschillende afmetingen ontwierp hij een horizontale dubbele lintzaag die vervolgens door de firma E.H. Begman uit Helmond werd gebouwd. Het leverde hem in 1878 een tevredenheidsbetuiging van de minister van oorlog op. De door hem ontworpen zaag werd ook door verschillende andere fabrieken aangeschaft. Omdat het nodig was om gedurende een oorlog artillerie werkplaatsen binnen de stelling te hebben, werden naar zijn plannen van 1895 tot 1900 verscheidene van deze werkplaatsen aan de Hembrug gebouwd. In 1897 werd hem bij Koninklijk besluit de persoonlijke rang van hoofdingenieur toegekend. Ook de werkzaamheden aan de Hembrug gingen gestaag door en onder zijn hoofdtoezicht werd daar een elektrische centrale gebouwd.

rudolf witte

De elektrische krachtcentrale met op de voorgrond een omvormer en op de achtergrond een generator van 200 kilowatt. Zittend de machinist Boelrijk en staand de machinist Advokaat. De man links achter onbekend.

Ook buiten de Artillerie Inrichtingen verrichte Witte veel werkzaamheden. Zo was hij van 1891 tot 1894 secretaris van de Nederlandsche Vereeniging van Werktuig en Scheepsbouwkundigen en van 1902 tot 1905 president van de vakafdeling voor Werktuig en  Scheepsbouw van het Koninklijk Instituut van Ingenieurs. Ook was hij in 1898 lid en secretaris van de commissie voor het onderzoek naar de levensvatbaarheid van een staalgieterij in Nederland. Hij was voor deze functie benoemd door de Vereniging tot bevordering van Fabrieks en Handwerksnijverheid, die hem ook het ere lidmaatschap van de vereniging verleende. Rudolph Witte overleed in 1905 te Delft. bron: Nieuw Nederlandsch biografisch woordenboek, ©PDKAIH2015

* Messing toestel, bestaande uit een voetstuk met twee staanders, waartussen een schuifje op en neer kan bewegen, dat bij het richten van een kanon of houwitser achter op de vuurmond wordt geplaatst om de nodige verhoging te geven.

 

Advertenties

STAKINGEN GEDURENDE WW1.

STAKINGEN GEDURENDE WW1.

De grootste stakingen bij de artillerie inrichtingen vonden plaats gedurende de eerste wereld oorlog. Als gevolg van lage lonen en slechte arbeidsomstandigheden leggen de arbeiders het werk neer en eisen van de directie dat zij hier veranderingen in aanbrengen. Deze voert enige kleine wijzigingen door, maar het helpt niets en de onrust onder het personeel blijft.

stakingsrellen 1916 minder kbstakingsrellen 1916 2 minder kb
Ook het vervoer per trein van en naar het bedrijf in bomvolle wagons leidt tot verzet en gaat zelfs zover dat men besluit lopend naar het werk te gaan. Dat het aantal uren dat er daadwerkelijk geproduceerd werd, daalde door deze actie koste het bedrijf een hoop geld.   In Mei  kwam het regelmatig tot relletjes en werd er gestaakt, werkwilligen werden in Amsterdam opgewacht door de stakers en er werd geen middel geschuwd om ze tot andere gedachten te dwingen. Zelfs woningen van werkwilligen werden geplunderd. Toen de werkwilligen politiebegeleiding kregen en door deze het stationsplein werd schoongeveegd, splitsten de stakers zich op in groepen en wachten de werkwilligen op bij de Prins Hendrikkade, Martelaarsgracht en op verschillende andere plaatsen. Ook tijdens de aardappeloproer was het weer raak en op 4 juli 1917 staakte een deel van het personeel van de Artillerie Inrichtingen en de Amsterdamse marinewerf. Toen de werkwilligen, die zich gesteund zagen door de vakbonden, die streed voor betere arbeidsomstandigheden en rechten, per trein naar hun nachtdienst bij Artillerie Inrichtingen wilden begeven werden zij door de woedende stakers met stenen bekogeld.

verkleinde collage

1. Een politie agent bewaakt een door de stakers geplunderd huis. 2,3 en 4 Rijks en Militaire politie begeleiden de werkwilligen van en naar Amsterdam CS. 5en 6 Politie verspreid de stakers in de Haarlemmerdijk en een zijstraat van de Borgstraat. 7 Militairen en collega’s helpen een gewonde werkwillige.

Op 18 april 1918 roept de vakbond ABLR (Algemene Bond van Losse Werklieden) een grote staking uit waaraan honderden stakers deelnemen. Aanleiding voor de staking was de 8 uurs werkdag. Er wordt door de overheid niet ingegrepen, men verwacht dat de vraag naar munitie afneemt en dat daarmee de stakingen spoedig zullen eindigen. Ze krijgt gelijk, eind mei eindigen de stakingen. De arbeiders die van maandag tot vrijdags 12 uren per dag werkten kregen in juli een 11 uurs werkdag en de 10 uurs zaterdag ging naar 8 uur.  En zo was na een lange periode van onrust, de rust voorlopig  teruggekeerd. ©PDKAIH2016.  Bron: tijdschrift Het Leven /Vereenigde foto-bureaux A’dam

BOOTTOCHTJE NAAR DE ARTILLERIE INRICHTINGEN.

BOOTTOCHTJE NAAR DE ARTILLERIE INRICHTINGEN

Op 01 jan 1920 maakten een aantal personen een groepsexcursie per salonvaartuig over de Zaan vanuit Amsterdam met afsluitend een bezoek aan de Artillerie-Inrichtingen naast de Hembrug. Voor het bezoek zijn er ook al een aantal beelden van het bedrijf te zien.

 

DE TORPEDO INSCHIETPLAATS.

DE TORPEDO INSCHIETPLAATS

Als je in 1916 met de Hempont het Noordzeekanaal over stak en daarna rechts afsloeg richting Velsen dan wachtte ….

torpedo1

Wat er op die plek precies gebeurde schreef de gepensioneerd kapitein ter zee, G. Gobius in zijn boek ,,Herinneringen uit mijne loopbaan bij de Marine 1874 – 1908”

Ik werd opgeroepen naar Amsterdam om bij de inschietplaats voor vischtorpedo’s aan het zijkanaal gedetacheerd te worden. Met have en goed verhuisde ik daarheen; logis aan boord van een schip was me nu niet toebedeeld zoodat ik een onderkomen aan den wal moest zoeken. Drie jaren volgen nu, gedurende welke ik des zomers over dag meestal te vinden was op het inschiethoofd vlak bij het Noordzeekanaal, het kanaal langs Velsen dat in het tijdvak 1865—1876 gegraven is nadat men eerst een gedeelte van het IJ had drooggelegd. Het Noord-Hollandsch kanaal voldeed toen immers niet meer aan de behoeften van de vaart, door de toenemende grootte en diepgang van de schepen. Het torpedocommunicatievaartuig „Pijl” bracht me dagelijks in een uurtje stoomen van Amsterdam daarheen, voorbij de Houthaven en de Petroleumhaven aan de eene zijde, het projectielenmagazijn, de Zaan en de kolenloodsen bij de Hembrug aan de andere zijde. Deze brug moesten we onder door om, na het schietkatoenmagazijn voorbij te zijn gevaren, tegenover Westzaan het zijkanaal F. in te stoomen, waar vlak aan de monding het inschiethoofd met atelier en bewaarderswoning liggen. 

torpedo-inschietplaats1

Detail torpedo inschietplaats in zijkanaal F

Menige torpedo schoten wij daar in, menige torpedobaan onder water werd gevolgd. Wat een samenstel in mechaniek, wat eene vernuftige uitvinding, wat een krachtig wapen voor een schip is de vischtorpedo, nu nog meer dan vroeger omdat dit wapen onder de waterlijn kan worden gelanceerd en haar gevaarlijke schietkatoenlading dus niet meer zooals voorheen op het bovendek of op het kuildek aanwezig is. De neus van de torpedo is voorzien van een pistool dat op de zoo juist genoemde lading, in het voorste compartiment besloten, zijn werking kan doen gelden; daar achter bevindt zich het compartiment met gecomprimeerde lucht van hooge spanning, die als voortbewegingsmiddel dient; dan de geheime kamer met de diepteregelaars, de machinekamer met haar drie cylindrische machines, de ballastkamer en de staart waaraan de beide voortstuwers en het horizontale benevens de beide verticale roeren zijn bevestigd. En ten slotte zit er nog in besloten de koersregelaar, een werktuigje, een soort gyroscoop, dat de torpedo eene rechte baan verzekert. Ziedaar in korte trekken de ingewanden van dezen visch, beschouwd van voor tot achteren. Ook hier hebben de tijden zich doen gelden: de doorsnede der torpedo is thans grooter den voorheen, haar lading schietkatoen is aanmerkelijk zwaarder, op belangrijk grooter afstandkan zij worden gelanceerd. Haar eigen snelheid is gestegen, ook die der vaartuigen van waaruit ze wordt geschoten.

vischtorpedo2

Vischtorpedo in werkplaats te Amsterdam

Men spreekt nu reeds van torpedobootjagers die 38 mijlen loopen. Menige proef werd op de inschietplaats genomen. Noemen wij slechts die met het toestel van Bellemo tegen een Bullivant net, een net van stalen ringen dat, aan sparren opgehangen, die met scharnieren tegen het boord bevestigd zijn, het oorlogschip beschermen kan. De vischtorpedo was nu voorzien van een gewijzigd pistool waar bij het treffen tegen het net drie messen naar voren scharnieren en de mazen van het Bullivant net door kunnen snijden, zóodat de torpedo gelegenheid krijgt door het net heen te dringen en den romp van het vijandelijk schip onder de waterlijn te treffen. De uitvinding van dezen nettensnijder heeft de netten als bescherming onder water voor de schepen wel op den achtergrond gedrongen, alhoewel in den strijd tusschen torpedo en netten het laatste woord nog niet is gespróken. Het kon op de inschietplaats warm zijn midden in den zomer, wanneer de zon hoog stond en de hitte trillend opsteeg van de velden aan weerszijden van het zijkanaal van waar een geur van versch hooi ons kwam aangewaaid. Rustig was het er, een uitstekend inschietveld was dit kalme zijkanaal F, alleen in den tijd van het vervoer der suikerbieten moest vaak het schieten worden stop gezet om het versperringsnet open te houden voor de schuiten die haar lading bieten brachten naar de suikerfabriek bij Halfweg aan het andere einde van dit kanaal.

Lancering van een vischtorpedo van uit de torpedo inschietplaats in zijkanaal F

Lancering van een vischtorpedo van uit de torpedo inschietplaats in zijkanaal F

Zoowel Schwarzkopf torpedo’s als Whitehead torpedo’s werden hier gebruikt, zwartkoppen dus en withoofden. Niet alleen deed de boven water staande universaalbuis dienst, ook de karkasbuis die tot op verschillende hoogten onder water kan worden afgevierd. De luchtpompen waren over dag aanhoudend in beweging om lucht van hooge spanning te maken ten einde daarmede de verschillende accumulatoren te vullen en de luchtkamers van de torpedo’s die voor eene lanceering moesten worden gereed gemaakt. Eene enkele maal kwam een vriend of een genoodigde een kijkje op de inschietplaats nemen. Hij zag dan hoe op het commando „vuur” waarbij tegelijkertijd twee tertshorloges in werking werden gesteld, de torpedo met zachten lucht of kruitdruk uit de buis werd gedreven. Ze bleef zichtbaar zoolang ze nog boven water zweefde, waarna de baan onder de wateroppervlakte gade werd geslagen door het volgen van de bellen der verbruikte lucht uit de machine, welke uit den hollen schroefaskoker ontsnapte. Weinige seconden na het afgaan van het schot, slaan de seiners op de schijven, zoodra de torpedo onder hen doorgaat, hunne vlag neer; de tertshorloges bij den waarnemer op het inschiethoofd worden dan stil gezet. Uit het aantal verloopen seconden in verband met de grootte van den afgelegden weg wordt nu de snelheid der torpedo in eene tabel opgezocht. Heeft zij den afstand doorloopen waarop zij is ingesteld, dan doet het témpeer toestel de machine stop zetten, de voortstuwers draaien niet meer, de vooruitgaande beweging onder water houdt op. Door haar drijfvermogen komt de torpedo aan de oppervlakte; eene stoomsloep neemt haar nu op sleeper om ze naar het inschiethoofd terug te brengen. Op nieuw kan de torpedo dan weer met lucht van hooge spanning worden gevuld en gereed worden gemaakt voor een volgend schot. Des winters, wanneer de lage temperatuur van het water niet toelaat om lanceeringen te doen, omdat gedurende den tijd dat de machine te werk staat, in het inwendige der torpedo het water bevriest waardoor het ingewikkelde mecanisme niet meer kan werken, dan lag nog overvloed van werk vóór ons. Wij deden enkele lanceeringen met eene ongeladen en niet met lucht gevulde torpedo in het natte dok op de Marinewerf, thans niet om hare baan of snelheid na te gaan, maar om met behulp van registreerinstrumenten, waarbij eene stemvork dienst deed, de snelheid en den lanceerdruk te meten van verschillende soorten van kruit, kruit dat dienen moest om de patronen te vullen die aangewend werden om de torpedo onder geringen druk de buis uit te drijven. ©Plattegronden stadsarchief A’dam, ©Vischtorpedo Spaarne foto,©lanceren G. Gobius, ©PDKAIH2016

ARTILLERIE INRICHTINGEN MAKEN BRANDBOM ONSCHADELIJK.

ARTILLERIE INRICHTINGEN MAKEN BRANDBOM ONSCHADELIJK.

Op vrijdagavond 11 oktober 1940, te omstreeks 20.00 uur werd er door een Engels vliegtuig een brandbom afgeworpen op een weiland van dhr. G.J. van Blokland, wonende aan de Zuiderweg 69 in Wijdewormer. Omdat de 56cm lange bom in het weiland terecht kwam en niets hards had geraakt, had hij zich alleen in de bodem geboord en was niet afgegaan.

brandbom

Het weiland aan de Zuiderweg

Enige opgeschoten jongeren vergezeld door een aantal kinderen trokken het projectiel met een touw uit de bodem en wilden hem met behulp van brandende takkenbossen tot ontsteking brengen. Op dat moment arriveerde ook de politie die aan de levensgevaarlijke bezigheden een einde maakte. De Artillerie Inrichtingen verzochten de gemeente veldwachter die contact met hen had opgenomen, bij monde van één van hun hoofdambtenaren de betrokkenen te feliciteren met het feit dat zij het er levend afgebracht hadden. 

munitie blijf er af niod

MUNITIE “BLIJF ERAF”

Een dergelijke brandbom heeft als hij afgaat een hittestraling van zo’n 3000 graden celsius. Dat hadden ze zeker niet overleefd. De volgende morgen is het projectiel door een deskundige van de Artillerie Inrichtingen naar het bedrijf getransporteerd en op deskundige wijze vernietigd. ©PDKAIH2015, ©poster NIOD

ZEEMAN NEERGESCHOTEN.

ZEEMAN NEERGESCHOTEN.

Op woensdag 1 december 1954 werd er op het terrein van de Artillerie Inrichtingen Hembrug , als gevolg van het elkaar niet verstaan en begrijpen, een zeeman door de terreinpolitie neergeschoten. De zeeman werd levensgevaarlijk gewond, hij had vijf kogels in het lichaam, en werd naar het Gemeente Ziekenhuis te Zaandam vervoerd. De zeeman, de 23 jarige B.G. Laaksonen uit Eckerö, Zweden, was een avondje wezen stappen in Amsterdam en had daarna een taxi genomen naar Zaandam. Daar werd hij door de chauffeur van de taxi bij de Hempont afgezet. De Zweed kon waarschijnlijk als gevolg van het nuttigen van de nodige alcohol eerder die avond de weg naar zijn schip, de Hernö, die in de Zaanse houthaven lag niet vinden. Omstreeks half één was hij op onbekende wijze op het uitgestrekte, schaars verlichte en zwaarbeveiligde terrein van de Artillerie Inrichtingen verzeilt geraakt. Op dit beboste en van veel gebouwen en hekken voorziene terrein raakte hij helemaal de weg kwijt en kon maar geen uitgang vinden. Een bewaker van het terrein had de man inmiddels opgemerkt, benaderde hem en sommeerde hem halt te houden. De zeeman die alleen maar aan zijn schip en kooi dacht begreep waarschijnlijk helemaal niets van deze sommatie en schreeuwend en wijds gebarend liep hij in de richting van de bewaker. Deze begreep niets van de bedoelingen van de man en loste een waarschuwingsschot.

FN Browning 9 m/m

FN Browning 9 m/m

Dit was voor de zeeman de aanleiding om zich op de bewaker te storten en er ontstond een vechtpartij. De bewaker heeft gedurende die vechtpartij zijn wapen leeggeschoten en de Zweed werd door meerdere kogels getroffen. Hij was in de armen, schouders en onder de hartstreek geraakt. In het ziekenhuis aangekomen werd de man geopereerd en kreeg hij meerdere bloedtransfusies. Hij kon echter nog steeds niet verhoord worden. Wel werd uit andere verhoren duidelijk dat de man met een maat was wezen stappen en dat de taxichauffeur hen beiden wel degelijk bij de ss Hernö had afgezet en niet zoals eerder werd aangenomen bij de Hempont. Toen zij moesten betalen hadden ze geen van beiden geld genoeg en is zijn maat import sigaretten gaan halen op het schip. Toen hij terug kwam om de taxichauffeur hiermee te betalen was de Zweed aan het dwalen gegaan en op het terrein van de Artillerie Inrichtingen terecht gekomen. Verdere verhoren van zijn maat en andere collega’s werden bijgewoond door de vice consul van Zweden de heer Stelleman, geen van allen, die ook aan het passagieren waren geweest in Amsterdam kon zich iets herinneren. Dit was vermoedelijk het gevolg van de grote hoeveelheden alcohol die die avond door hen genuttigd was.  Een week na het incident was de Zweed zover opgeknapt dat hij verhoord kon worden. Tijdens dit verhoor werd duidelijk dat de zeeman Boris George Laaksonen heet, in Zweden woont en alleen Zweeds spreekt, maar de Finse nationaliteit bezit. Enige tijd terug had hij de Zweedse nationaliteit aangevraagd. Hij kon zich, omdat hij ten tijde van het voorval niet nuchter was, niets herinneren en wist ook niet hoe hij op het verboden terrein terecht was gekomen. Verder weigerde hij alle medewerking. Het Finse consulaat heeft toegezegd dat zij hem ondanks de aanvraag van de Zweedse nationaliteit, op zijn verzoek toch juridisch zouden bijstaan. Op 14 januari 1955 is van de zeeman die nog steeds in het Gemeente ziekenhuis verbleef de linkerarm geamputeerd. Uiteindelijk heeft de zeeman omstreeks juni 1955 in het revalidatiecentrum ,,De Hoogstraat” in Leersum een door een Zaans comité, dat al enige tijd voor hem zorgt, geschonken kunstarm gekregen en zijn onfortuinlijke avontuur overleefd.

de-hoogstraat-leersum

Revalidatiecentrum De Hoogstraat Leersum

Het Zaanse comité was door de burgemeester van Zaandam opgericht nadat op een persconferentie in het stadhuis merkwaardige feiten werden medegedeeld met betrekking tot de neergeschoten zeeman. Het dagblad de Waarheid had in zijn Zaanse editie oproepen geplaatst om de zeeman te bezoeken en hem geschenken te bezorgen. De bemoeienis van de communisten met de man strekte zich nog verder uit, de Zweedse consul dhr. Stelleman vertelde dat een groep die zich de Scandinavisch Nederlandse vereniging noemde het slachtoffer als het ware claimde en gingen voorschrijven wie er wel en niet op bezoek mochten komen. De Finse en Zweedse delegatie gaven het advies om zich ogenblikkelijk te distantiëren van deze vereniging waarmee men al tal van moeilijkheden had. Er werd ook nadrukkelijk medegedeeld dat het hier een communistische mantelorganisatie betrof. In de door de burgemeester opgerichte commissie namen o.a. de Zweedse en Finse consul plaats. ©PDKAIH2015, bronnen: de betrokken bewaker en zijn collega’s en diverse kranten waaronder de Friese Koerier, de Telegraaf en het Vrije Volk.

DE TERUGKEER VAN DE KANAALGRAVER.

DE TERUGKEER VAN DE KANAALGRAVER.

In dit filmpje van de stichting Kist zie u een stukje uit de theatervoorstelling “De terugkeer van de kanaalgraver” die zondag 15 november 2015 in de Grote Kerk van Beverwijk  werd opgevoerd door Piet Paree en Frank Edam. Zij wisten overtuigende wijze de tijd dat het Noordzeekanaal kanaal gegraven werd tot leven te wekken. Als kanaalgraver deed Piet Paree uit de doeken hoe het dagelijks leven was rond 1865, hoe hij met de schep van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat in het duin aan het zwoegen was. En dat allemaal voor een hongerloontje.

HET NOORDZEEKANAAL.

HET NOORDZEEKANAAL.

Één van de redenen waarom bij de verplaatsing van de Artillerie Inrichtingen werd gekozen voor het Hemveld (Hembrugterrein) was de aanwezigheid van het Noordzeekanaal. De aanleg van dat kanaal was een enorme klus geweest. Hoe dat er toendertijd  aan toe ging ziet u in deze half uur durende film van Rijkswaterstaat. De jarenlange beeldbepalende oranje containerkranen aan het eind van de film zijn helaas dit jaar naar hun nieuwe eigenaars getransporteerd. Wat rest is weer een nieuw stukje geschiedenis. ©PDKAIH2015

VRIJ VERVOER VOOR WERKLIEDEN AAN DE HEMBRUG.

VRIJ VERVOER VOOR WERKLIEDEN AAN DE HEMBRUG.

Begin maart 1906 meldden verschillende media het volgende: 31 maart a.s. eindigt de overeenkomst tussen het Rijk en de Zaanlandsche Stoomvaart Maatschappij betreffende het vrije vervoer van de werklieden van de Artillerie Inrichtingen aan de Hembrug.De termijn van het vrije vervoer gold voor vijf maanden, te weten van 1 november t/m 31 maart. Door de werklieden werd, met het oog op het gure jaargetijde in october en april, alles in het werk gesteld om de termijn te laten verlengen naar zeven maanden. In het artikel stond een foutje dat door iedereen werd overgenomen. De Zaanlandsche Stoomvaart Maatschappij was in 1879 al geliquideerd. Men bedoelde de Zaandamse Stoomvaart Maatschappij die in 1902 door welgestelde Zaandammers was opgericht om de concurrentie aan te gaan met de Alkmaar Packet. Als directeur werd de reder P.J.M Verschure benoemd. In hetzelfde jaar ging de onderneming op in de fusiemaatschappij Verschure & Co.’s Algemeene Binnenlandsche Stoomvaartmaatschappij. Onder de oorspronkelijke naam werd met de schroefstoomschepen Zaandam I en II de dienst Amsterdam Zaandam vv onderhouden.

Zaandam1

De Zaandam II

Later werden ook andere bestemmingen aan gedaan. De maatschappij was tot in de jaren 20 een geduchte concurrent van de Alkmaar Packet met wie ze in een tarievenoorlog was verwikkeld. Als het Rijk er niet uit kwam met de stoomvaartmaatschappijen gingen ze in onderhandeling met de spoorwegen en kreeg het personeel vrij reizen per spoor. ©PDKAIH2015