DE AI IN DE STELLING VAN AMSTERDAM.

DE AI IN DE STELLING VAN AMSTERDAM.

Regelmatig wordt deze site benaderd met vragen als: “De Artillerie Inrichtingen Hembrug lagen in het laatste bolwerk van de landsverdediging, de Stelling van Amsterdam, maar wat is dat nu eigenlijk die stelling?, Hoe stak dat in elkaar?, Hoe werkt dat nu precies zo’n stelling?”enz.

Hoewel er op het wereld wijde web heel veel informatie te vinden is over het hoe wat en waarom van de stelling en ook op de vele forten veel wordt uitgelegd, zullen we ook hier het één en ander met behulp van een aantal filmpjes uitleggen en verduidelijken.

De Stelling van Amsterdam is de laatste van een aantal verdedigingslinies en had als doel in geval van een oorlog, als laatste te verdedigen gebied enige maanden geheel zelfstandig te kunnen functioneren, dit in afwachting van buitenlandse bondgenoten die ons zouden komen helpen.

Deze laatste verdedigingskring die voor het grootste deel tussen 1881 en 1914 door het Departement van Oorlog is aangelegd, heeft een lengte van 135 km en ligt op afstanden tussen de 15 en 20 km rondom het centrum van Amsterdam. Verder is de stelling verdeeld in 5 sectoren. Aan de buitenzijden bevinden zich 3 tot 5 km brede inundatie gebieden die in geval van nood onder water gezet kunnen worden. De vijand kan dan niet zien waar wegen, paden, greppels en sloten zijn en zakken met hun zware materiaal in slappe grond of lopen in sloten. Verder zijn ze door hun langzame en soms stagnerende opmars een makkelijke prooi voor de verdedigers en kanonnen en mitrailleurs van de forten, die bij de weinige accessen (doorgangen) staan opgesteld en elkaars schootsveld bestrijken.

De Stelling van Amsterdam

De verdediging bestaat uit:  Fort bij Edam, Fort bij Kwadijk, Fort benoorden Purmerend, Fort aan de Nekkerweg, Fort aan de Middenweg, Fort aan de Jisperweg, Fort bij Spijkerboor, Fort bij Marken-Binnen, Fort bij Krommeniedijk, Fort aan Den Ham, Fort bij Veldhuis, Fort aan de St. Aagtendijk, Fort bij Velsen, Fort Zuidwijkermeer, Fort bij IJmuiden, Fort benoorden Spaarndam, Fort bezuiden Spaarndam, Fort bij Penningsveer, Fort bij de Liebrug, Fort aan de Liede, Fort bij Vijfhuizen, Fort bij Heemstede, Batterij aan de IJweg, Fort bij Hoofddorp, Batterij aan de Sloterweg, Fort bij Aalsmeer, Fort bij Kudelstaart, Fort bij De Kwakel, Fort aan de Drecht, Fort bij Uithoorn, Fort Waver-Amstel, Fort in de Botshol, Fort aan de Winkel, Fort Abcoude, Batterij aan het Gein, Fort bij Nigtevecht, Fort bij Hinderdam, Fort Uitermeer, Vesting Weesp Fort aan de Ossenmarkt, Vesting Muiden Muizenfort, Vesting Muiden Fort H, Vesting Muiden Westbatterij, Fort Coehoorn, Kustbatterij bij Diemerdam, Fort aan het Pampus, Kustbatterij bij Durgerdam

In september 1995 werden de Nieuwe Hollandse Waterlinie en dit deel van de Stelling van Amsterdam aangemeld om op de UNESCO Werelderfgoedlijst geplaatst te worden. In 1996 werd het geheel op deze lijst geplaatst. (De Organisatie der Verenigde Naties voor Onderwijs, Wetenschap en Cultuur (United Nations Educational, Scientific and Cultural Organization, UNESCO))

Verder een aantal nevenbatterijen, magazijnen, inundatiesluizen en natuurlijk een groot aantal manschappen.

Binnen de Stelling bevonden zich vele zaken die alle monden binnen in de stelling van voedsel, kleding, materialen en nog veel meer moesten voorzien en verder waren er ziekenhuizen, pakhuizen, transportmiddelen enz. En natuurlijk ook een wapen en munitiefabriek (De Artillerie Inrichtingen Hembrug). Omdat dit bedrijf zich zo’n beetje in het midden van de stelling bevond, wordt het vaak aangeduid als “Het hart van de Stelling.” De Artillerie Inrichtingen bevoorraden de sectorparken en van daaruit werden de forten en baterijen van de nodige wapens, munitie en materialen voorzien. Al deze voorzieningen staan niet op de Werelderfgoedlijst maar vele van deze gebouwen behoren wel tot lands Rijksmonumenten. ©PDKAIH2017

Bron van de kaart en lijst van de forten : © Stelling van Amsterdam 

Bron van de filmpjes Museion Media iov ©Provincie Noord Holland 

“Onderstaande filmpjes zijn gemaakt door Museion Media in opdracht van de provincie Noord Holland en maken onderdeel uit van de Les kist Stelling van Amsterdam” Een project om scholieren kennis bij te brengen over het waarom en de werking van de Stelling en het dagelijks leven op en in de forten.

Deel 1, De stelling van Amsterdam en de mobilisatie van 1914 – 1918.

Deel 2, De werking van een fort, bewapening en bescherming.

Deel 3, Het leven op de forten.

Deel 4, De inundatie, het geheim van de militaire onderwaterzetting.

 

Deel 5, Het nationale reduit, de strategie van de laatste wijkplaats.

DE HEMBRUGKARABIJN UIT 1916.

DE HEMBRUGKARABIJN UIT 1916.

karabijn-1

Deze Hembrugkarabijn was oorspronkelijk een testwapen uit de fabriek. Toen er karabijnen werden gemaakt werden ze er ook beproefd.  Als er tijdens de beproevingen een beter wapen tevoorschijn kwam als het voorbeeldwapen, werd het voorbeeldwapen vervangen door het nieuwe en betere. Deze karabijn behoorde dus tot één van de beste wapens ooit door de fabriek gemaakt. Uiteindelijk is dit wapen tesamen met nog twee anderen bij de wacht (beveiliging) terecht gekomen die het gebruikte voor de jaarlijkse schietwedstrijden in de bovenkantine, te samen met o.a. de politie, sportschutters en andere genodigden. Dat er door de wacht diverse prijzen, zoals kruiken jenever en 4 kleurenbalpoints  mee gewonnen zijn is te begrijpen met zo’n goed wapen. De wedstrijden werden aan het eind van het jaar gehouden en de hoofdprijs was, hoe kan het ook anders een vuurpijlenpakket.

HET ONGELUK. 

De wacht was gedurende hun middag en nachtdienst gewapend met een gummilat en een pistool welke sinds een schietincident, waarbij een waker door meerdere kogels in zijn rug was getroffen, doorgeladen werd gedragen. (klaar om te vuren). Het doorladen van het wapen gebeurde volgens een strak protocol waarbij het dienstpistool uit de wapenkast werd genomen en in de ruimte daarnaast boven een kist met zand werd doorgeladen en  daarna in de holster gestopt. Het protocol van hoe alles hoorde te gaan hing boven de zandbak. Op een middag ging een collega zijn dienstwapen uit de kast halen en geheel tegen de regels in laadde hij zijn wapen door in de wapenkast. Hij had zijn vinger aan de trekker en op het moment dat hij de slede los liet ging het wapen dan ook onmiddellijk af. De kogel ging dwars door de drie ook in de kast staande karabijnen. Twee ervan werden compleet aan stukken geschoten, bij de derde drong de kogel door het trekkermechanisme heen en sloeg aan de andere zijde een stuk uit de lade.

karabijn-2karabijn-3

Omdat de wacht dit unieke wapen niet kwijt wilde is door een wapendeskundige van het bedrijf de slagpin uit het wapen verwijderd en de loop dicht gegoten. Zo kon het als versiering in het kantoor van de wacht aan de muur hangen en diende het ook als een waarschuwing voor wat er kan gebeuren als de regels niet in acht worden genomen.

Bij de sluiting van het bedrijf moest de laatste bewaker, die het wapen graag als herinnering wilde behouden, het in opdracht van de directie echter afgeven aan iemand van TNO die onderzoek wilde doen naar hoe dit soort wapens indertijd gemaakt werd. Toen  de bewaker het verhaal vertelde tegen de man van TNO zei deze dat hij het wapen na onderzoek terug zou geven aan de bewaker. Er gingen enige jaren en telefoontjes overheen, maar de bewaker kon fluiten naar het wapen, het kwam door verschillende oorzaken niet naar hem terug. Tot plotsklaps de man van TNO iets wilde weten van een wapendeskundige van het voormalige bedrijf. Deze herinnerde de man aan zijn belofte aan de bewaker. En zo kon het gebeuren dat op een zaterdagmiddag het wapen in een vuilniszak, op het stationsplein van Zaandam aan de bewaker overhandigd werd. Deze heeft het daarna  een poos in bruikleen gegeven aan het Hembrugmuseum. Daar konden de bezoekers hem bezichtigen en de bewaker die tevens één van de vrijwilligers van het museum was, het hele verhaal van het kogelgat in de karabijn aan een ieder die het maar horen wilde vertellen.

WW1 Concert

WW1 Concert

Tijdens de open monumentendagen op 13 en 14 september 2014 is dit bijzondere, toen bijna 100 jaar oude wapen bij de gratis WW1 concerten, gegeven door de Konrad Kosseleck Bigband met Ellen ten Damme en Vincent Bijlo door deze laatste gebruikt.

Tekst en foto’s ©PDKAIH2015

 

 

 

DE PERS BEZOEKT IN 1948 DE ARTILLERIE INRICHTINGEN.

DE PERS OP BEZOEK.

In 1948 bezocht het Dagblad voor de Zaanstreek ,,De Typhoon” de ,,Artillerie Inrichtingen” Op zaterdag 2 oktober 1948 verscheen het volgende artikel in de krant.

De ,, Artillerie-Inrichtingen” uit de lucht gezien. De bomengroepen in het midden hadden betekenis, toen de fabriek nog oorlogsindustrie was. Mocht er al eens een explosie geschieden in de springstofafdelingen (kleine huisjes) dan remden de bomen de luchtdruk en rondvliegende brokken. Gelukkig zijn er nooit ernstige ongelukken gebeurd. (is onjuist PDKAIH) Het fabriekscomplex is aangesloten aan de spoorwegen.

De ,, Artillerie-Inrichtingen” uit de lucht gezien. De bomengroepen in het midden hadden betekenis, toen de fabriek nog oorlogsindustrie was. Mocht er al eens een explosie geschieden in de springstofafdelingen (kleine huisjes) dan remden de bomen de luchtdruk en rondvliegende brokken. Gelukkig zijn er nooit ernstige ongelukken gebeurd. (is onjuist PDKAIH). Het fabriekscomplex is aangesloten aan de spoorwegen.

,,ARTILLERIE-INRICHTINGEN” BIJ DE HEMBRUG.

De ,, Artillerie-Inrichtingen” uit de lucht gezien. De bomengroepen in het midden hadden betekenis, toen de fabriek nog oorlogsindustrie was. Mocht er al eens een explosie geschieden in de springstofafdelingen (kleine huisjes) dan remden de bomen de luchtdruk en rondvliegende brokken. Gelukkig zijn er nooit ernstige ongelukken gebeurd. (is onjuist PDKAIH) Het fabriekscomplex is aangesloten aan de spoorwegen.

VROEGER KANONNEN, NU BOERENHOOIHARKEN.

Op de Zaandamse driehoek, begrensd door Provinciale weg, Noordzeekanaal en Voorzaan, resideert de industrie, die onder de naam ,,Artillerie-Inrichtingen”grote vermaardheid heeft. Naar dat grote complex togen vroeger op gezette tijden ministers en opperofficieren, kragen met dubbele gouden biezen en 4 sterren waren voor de oorlog op de pont bij de Hembrug geen ongewoon verschijnsel.Thans dienen zich bij de portier op de Hemkade andere bezoekers aan: de voorzitter van de Boerenbond in Diemerbrug, personeel van de Landbouwhogeshool, de secretares van de Hollandse Maatschappij van Landbouw te Broek in Waterland, ingenieurs uit de Noord-Oostpolder. Waarlijk er is de laatste tijd veel gewijzigd daar bij de Hembrug.

In de gehele Zaanstreek is geen bedrijf te vinden dat in acht jaar zo’n radicale hervorming heeft ondergaan als juist de ,,Artillerie-Inrichtingen”. Vroeger wapenindustrie, dat het leger voorzag van munitie, geweren, zadels, kanonnen (om zo te zeggen de Krupp-fabriek van Holland), is het enorme bedrijf thans volledig overgestapt naar vredesproductie: boerenmachines en gereedschappen voor metaalbewerking. Zo ergens dan is hier, naar het word uit de Bijbel, het zwaard omgesmeed tot ploegijzer. Of dit zo zal blijven is een tweede.

MEI 1945: ALLES LEEGGEROOFD.

Het staatsbedrijf ,,Artillerie-Inrichtingen draaide kort voor de oorlog om helaas begrijpelijke redenen op volle toeren. Er werkten 7000 man. Een gigantisch leger. In de patroonfabriek en vuurwerkerij ging alles aan de lopende band. Groot was de productie van hulzen, kogels en andere munitie. Een apart onderdeel was de wapenfabriek, waar geschut werd vervaardigd. Bij de Hembrug maakte men alles voor het leger, van een eenvoudig geweer af tot de meest moderne artillerie, zoals luchtdoelgeschut. Alleen kanonnen voor marine en kustverdediging betrok de generale staf uit het buitenland.
Toen kwam Mei 1940. Vijf dagen oorlog, capitulatie, bezetting…… Bij de Hembrug lag het enorme Staatsbedrijf. En volgens de internationale reglementen kunnen zulke instellingen worden beschouwd als oorlogsbuit. Het zou ons te vervoeren uit een te zetten hoe alles in zijn werk is gegaan. Volstaan wij met te schrijven : het is gelukt! Het Staatsbedrijf werd omgezet in een N.V. met particulier karakter, waar de Duitsers met hun handen vanaf moesten blijven. Dumme Höllander ………….. In dit verband mag met ere worden genoemd de naam van Ir. Den Hollander uit Wassenaar ( de tegenwoordige president-directeur van de Ned. Spoorwegen ), die in de oorlogsjaren als leider van het grote bedrijf bij de Hembrug, vaak op het gevaar af gearresteerd te worden, de Nederlandse belangen op voortreffelijke wijze heeft gediend. Hij was het ook, die als parool uitgaf: ,, Zo weinig mogelijk werken voor de bezetter, dus iets anders doen “ En met een kern van bekwame vaklieden schakelde men over op wat sindsdien de aard van het bedrijf is gebleven: de productie van machines en werktuigen. Het doel werd bereikt: de kern van vaklieden kon men aan het werk houden ( ongeveer 1700 ) en de Duitsers hadden weinig vat op de fabriek. In al die oorlogsjaren is er ook slechts één bom gevallen, waarschijnlijk nog bij vergissing ( September 1940 ).

AMBTENAAR AF.

Vroeger waren de vaste arbeiders en kantoormensen bij ,, Artillerie-Inrichtingen “ ambtenaren. Immers het betrof hier een Staatsbedrijf. Daarin is, door omzetting in een N.V. , verandering gekomen. Het wachten is thans op een nieuwe sociale regeling. In ontwerp is deze gereed. Onze volksvertegenwoordiging moet zich er spoedig over uitspreken. Onnodig te zeggen dat iedereen, die bij de Hembrug werkt, hoopt dat de voorzieningen ( pensioenen enz. ) gunstig zullen zijn.

BESTAAT AL 269 JAAR.

Wat maar weinigen weten: de N.V. Nederlandse Machinefabriek ,, Artillerie-Inrichtingen “, Hembrug, Zaandam is een eeuwenoud bedrijf. De fabriek werd in de tijd van de Zeven Provinciën gesticht in Delft. Om precies te zijn in 1679. Het bedrijf werd in 1897 overgeplaatst naar de Hembrug, waar het hoofdgebouw in 1898 (vijftig jaar geleden dus) gereed kwam. Vanouds was het een oorlogsindustrie. In het begin van de oorlog werd het omgezet in een N.V., zij het dat de staat enige aandeelhouder werd. Er werken thans 1800 personen van wie ongeveer 450 in de Zaanstreek wonen. Directie: IR. F.G. Jungeling, Amsterdam en Mr J.J. Sprenger van Eyk, Baarn ; adjunct-directeur Ir. W.T. Hilarius, Amsterdam. De fabriek vervaardigd gereedschapswerktuigen ( fraisbanken, draaibanken, schaafbanken, boormachines, slijpmachines, in het algemeen dus precisiegereedschappen ) en landbouwwerktuigen ( zaaimachines, kunstmeststrooiers, wiedmachines, aardappelsorteerders, hooiharken, en boerenwagens op luchtbanden ).

NAAR DE HEIMAT.

Wat velen niet weten is, dat na Dolle Dinsdag de Duitsers als sprinkhanen op ,, Artillerie-Inrichtingen” zijn neergestreken. Letterlijk alles verdween. Zij presten het personeel te helpen bij de opruiming. Het liep als één man weg. Omwonenden hebben in die wilde dagen ’s nachts de archieven en personeelslijsten verdonkeremaand, zodat de rovers niemand konden achterhalen. De bezetters hebben toen via de arbeidsbureaux onvrijwillige verhuizers gerecruteerd. Hoe het ook zij, alle werktuigen en de volledige inventaris sleepten ze weg. Enorme kranen sleurden kostbare machines met fundering en al uit de vloeren. Plaatsen van bestemming: Tegel ( bij Berlijn ) en Dusseldorf. Gestolen goed gedijt niet, dat bleek ook daar. De fabrieken met Hembrugmachines werden verschrikkelijk gebombardeerd. Er bleef van de Hollandse eigendommen niet veel over. De aanblik, die ,, Artillerie-Inrichtingen “bij de bevrijding bood maakte een ieder, die het grote bedrijf had gekend, stil.
Ook in de ondergang van zo’n nationale industrie kan een tragedie schuilen. De gebouwen en magazijnen waren volledig léég. Er stond niets meer. Letterlijk geen schroef was er te vinden. en kracht Er was evenmin licht, want zelfs de transformatoren waren verwijderd. Wilde men het bedrijf zijn oude glorie teruggeven, zij het dan voor vredesproductie, dan moest alles opnieuw worden ingericht. Daarmee waren miljoenen gemoeid. En hoelang zou het niet duren voor in een totaal ontredderd Europa machines en grondstoffen zouden arriveren…..? Een vraag die overbodig bleek. Ir. Den Hollander en zijn staf hadden niet stil gezeten. Via hun verbindingen hadden zij al tijdens de oorlog al alles met de regering in Londen geregeld. Enorme bestellingen hadden zij gedaan. En zie: betrekkelijk vlug na de bevrijding kwamen via het Inkoopbureau te Londen nieuwe machines!

PRECISIEWERK.

Nu heerst er in de werkplaatsen op het uitgestrekte fabrieksterrein grote bedrijvigheid. We hebben ze zien staan de mannen in overall achter hun draaibanken en machines. Werkers, die hun mooie vak tot in de perfectie verstaan, want zo ergens dan komt het bij de vervaardiging van precisiegereedschappen op duizenden van millimeters aan! Vandaar ook dat er een speciale controleafdeling is, die, onafhankelijk van de fabrieksleiding, alle werkstukken zeer kritisch keurt. Slijpmachines en draaibanken, tegenwoordig technisch bijna volmaakte werktuigen, moeten tot op 2 a 3/1000e millimeter zuiver zijn. Vraag niet wat dat betekent! Men heeft bij ,, Artillerie-Inrichtingen “, zoals in zovele goed georganiseerde bedrijven, productietijden ingesteld ( van vier weken ). In zo’n periode worden bijv. in serie vervaardigd 50 boormachines, 15 draaibanken, 5 slijpmachines, 15 schaafbanken, 10 fraismachines enz. Het maken van zo’n draaibank, om één werktuig te noemen, is een zeer omvangrijk karwei, waar honderden bij betrokken zijn. Voordat uit ruw staal zo’n wonder van techniek is ontstaan, moeten er honderd en één handelingen worden verricht: de bewerkingen van het staal, het model maken, vormen, gieten, ruw afslijpen, aftekenen, schaven, fraisen, draaien, schuren, slijpen, monteren, lakken. Wij hebben dit proces, te technisch om in dit bestek te beschrijven, gevolgd en er diepe bewondering voor gekregen. Er komt veel vakbekwaamheid kijken bij die metaal bewerking! Worden vaklieden door de fabriek zelf opgeleid? Hebben we onze leidsman gevraagd.

We hebben een eigen leerschool, waar de jongens, die van de ambachtsschool komen, een tweejarige betaalde opleiding krijgen, theoretisch zowel als praktisch. Wie de school heeft doorlopen kan gerust zeggen: ,, ik kan wat “. In die school worden trouwens ook tekenaars en opzicht voerend personeel gevormd.

RADIO VOOR DE GEZELLIGHEID.

Er zit in de fabriek bij de Hembrug ook letterlijk ,, muziek “. In welke afdeling we ook kwamen, of het nu was bij de draaiers, de fraisers, de slijpers of de monteurs, overal speelde de radio. In de hallen zijn namelijk overal luidsprekers aangebracht, die verbonden zijn met de ,, studio “. En zo klinkt boven het fabrieksrumoer uit het schone lied: ,, Zit ik op mijn duivenplatje “of een Weense wals van Strausz.

HOUTEN AFFUITEN.

Hoe zal de oorlogsindustrie van ,, Artillerie-1700 hebben uitgezien? Interessante vraag. Natuurlijk werden er geen pijl en bogen en knotsen aan de lopende band gefabriceerd. Die wapenen Inrichtingen “ er omstreeks waren uit de tijd. De ontwikkeling van de wapentechniek was echter ( gelukkig ) nog niet ver gevorderd. De kanonnen bijv. hadden houten affuiten en alles was uiteraard handwerk.

DE ECONOMISCHE BETEKENIS VAN „ARTILLERIE-INRICHTINGEN”.

De economische betekenis van ,, Artillerie-Inrichtingen “ in nieuwe gedaante is groot. Vroeger moest Nederland vrijwel alle Landbouwmachines uit het buitenland betrekken. Er bestond geen enkele fabriek in eigen land. Hetzelfde gold voor gereedschapswerktuigen. Al die kostbare en toch onmisbare machines moesten we kopen in Duitsland, Engeland, Amerika. Nu zijn we zover, dat de binnenlandse markt van de meeste werktuigen zelf kunnen voorzien. Dit bespaart miljoenen deviezen, ook al moeten alle non-ferro metalen ( koper, alluminium enz. ) uiteraard worden ingevoerd. Staal en gewalste platen betrekt de fabriek van de Hoogovens en andere Nederlandse industrieën. Over de bedrijfsresultaten is men tevreden. De productie is stationair. Wellicht zal de fabriek in de toekomst weer één en ander voor defensiedoeleinden gaan doen, voorlopig echter blijven de voornaamste klant: de Nederlandse industrie en de boeren op het land!
©Foto en verhaal Dagblad voor de Zaanstreek ,, De Typhoon “

STRIJDGASSEN, EEN REGERING IN DE KLEM.

STRIJDGASSEN, EEN REGERING IN DE KLEM.

In het jaar 1929 trad het vraagstuk der gifgassen als oorlogswapen meer dan ooit op de voorgrond. Vooral in Amerika waren de scheikundigen druk aan het werk met het produceren van en het nemen van proeven met vernietigende gassen. Ook in Nederland zat men niet stil. Aan de Hembrug was de kapitein der genie, Van Til, dagenlang bezig in een laboratorium dat ten zijne behoeve was afgestaan en speciaal ingericht. Kapitein van Til nam als basis de ontdekking van een Zweedse ingenieur, die in enige uren miljoenen kubieke meters gas kon ontwikkelen tot het onzichtbaar maken van oorlogsdoelen. Het ging er nu maar om dit gas aan het z.g. mosterdgas te verbinden. Dan was voor Nederland een afweerwapen geschapen, dat als afdoende kon worden beschouwd voor elke aanval te land of ter zee. Kapitein van Til was met zijn proefnemingen reeds grotendeels geslaagd. Nog niet geheel en al, maar binnen enkele weken hoopte hij zijn werk te hebben beëindigd. Van Til werkte voort. In het diepste geheim. Slechts vijf mensen waren op de hoogte van de gasproeven aan de Hembrug. Daar waren, de majoor van Aa directeur der artillerie inrichtingen, de minister-president, de minister van financiën, die de plannen moest financieren, de minister van oorlog en de uitvinder zelf.

gifgassen

Strijdgassen

Op een fraaie herfstmorgen zat de minister president in zijn gerieflijk arbeidsvertrek aan het binnenhof te ‘s-Gravenhage. De premier was juist bezig enkele rapporten in te zien, toen de deur van zijn kamer openvloog. De directeur van de Hembrug stormde naar binnen, voorbij de secretaris-generaal, die met een schouderophalen den minister aanzag en de deur sloot. De directeur zag vuurrood. Op zijn voorhoofd parelden druppeltjes zweet, ofschoon het weer vochtig was en guur. Zijn overjas was stoffig. Hij liet zich op een stoel neervallen, zijn handen trilden op de leuning. De minister-president was opgestaan ,,wat is er?” vroeg hij, met zijn handen steunend op het bureau. ,,Hij is weg …..” stootte de directeur met moeite uit. Van Til, zijn aantekeningen verdwenen …. Alles weg!” De premier viel terug in zijn bureaustoel. ,,Wat zeg je?” vroeg hij verblekend. ,,Ik ben direct in een auto hierheen gekomen, om U …!”. Ja, ja…” antwoordde de premier, achterover geleund. De plotselinge slag scheen den krachtige man geheel van zijn stuk te hebben gebracht en geen wonder. Wat de directeur van de Hembrug hem verteld had, betekende vrijwel de val van zijn kabinet. Wanneer ‘t volk er achter kwam, dat de regering een dergelijke uitvinding zich afhandig had laten maken, zou zij onmogelijk zijn. Afgezien nog van de onaangenaamheden die men zich misschien van het buitenland op den hals haalde. Was de uitvinding naar Duitsland gegaan, dan zou natuurlijk de entente op haar achterste benen gaan staan. De minister scheen zich te herstellen. Hij ging naar de telefoon. ,,Even mijn collega’s van oorlog en financiën opbellen, dan kunt u vertellen en kunnen wij daarna beraadslagen wat te doen”. Na den hoorn aan den haak gehangen te hebben kwam de premier, de handen in de zakken gestoken, op den directeur van de Hembrug toe, die voor zich uit zat te staren, een toonbeeld van iemand die door het ongeluk getroffen is. ,,Een glaasje water?” vroeg hij. En hij schonk hem uit de karaf, die op zijn bureau stond. Met een dankbare blik keek de directeur hem aan. Men herkende in hem terstond den militair. Zijn gestalte was krachtig en slank, ofschoon nu zijn rug gebogen leek. Om de lippen lag een vastberaden uitdrukking. Wat geschied was, moest voor dezen man wel een afschuwelijke betekenis hebben. Was hij niet verantwoordelijk voor de veiligheid der uitvinding.

Een korte tik op de deur. De minister van financiën trad binnen. Een persoonlijkheid, dat zag men op het eerste gezicht, het hoge voorhoofd was bedekt door een grijzende, kort geknipte haartooi. De grijze ogen schitterden. De premier lichtte hem kort in. ,,Hm”, zei de minister, hij scheen onbewogen, maar om den mond had het toch even getrokken. Even later kwam de minister van oorlog, kort van gestalte, met achter zijn brillenglazen vrolijk rondkijkende ogen. Toen hij het verpletterende nieuws vernam werd hij vuurrood, sprong van zijn stoel en wilde uitvaren tegen den directeur. De premier legde echter kalmerend zijn hand op den arm van zijn collega van oorlog, keek hem met zijn donkere ogen afkeurend aan en dwong hem zodoende weer plaats te nemen. De directeur vertelde met horten en stootten. De kapitein Van Til was Maandagmorgen omstreeks tien uur aan de Hembrug geweest, waarschijnlijk om zijn aantekeningen te halen. Persoonlijk had de directeur hem niet gezien, wel echter hadden enige andere officieren hem opgemerkt. Eén van hen had nog enige woorden met hem gewisseld. Wanneer de kapitein weggegaan was, wist hij niet precies, maar het moet niet lang daarna geweest zijn, want op de lunch van half een had hij zich tegen zijn gewoonte niet laten zien. Ook ’s middags had geen mens den kapitein opgemerkt en vanmorgen, toen de directeur eens bij hem in het laboratorium was gaan kijken, was hij er niet geweest. De directeur had toen zijn woning in Amsterdam opgebeld en de huisknecht had hem medegedeeld, dat de kapitein Van Til gisteren, dus Maandagmorgen om negen uur op den gewone tijd zijn woning had verlaten om zich naar de trein te begeven voor zijn reisje naar de Hembrug. Tot op dit ogenblik was de kapitein nog niet teruggekeerd en de huisknecht begreep er niets van. De directeur was teruggesneld naar het laboratorium, had in het daarin afgesloten kantoortje de brandkast geopend. De aantekeningen waarin de scheikundige formules van de proeven waren vastgelegd lagen er niet in. Het lag dus voor de hand dat de kapitein den vorigen dag de aantekeningen gehaald en mee naar huis genomen had, om ze daar verder bij te werken. Iets wat wel meer geschiedde. Vermoedelijk was de kapitein met zijn tekeningen onderweg opgelicht, of, en in zekeren zin hoopte de directeur, dat dit het geval zou zijn, was de kapitein een ongeluk overkomen. In dat geval zou men naar alle waarschijnlijkheid de kostbare aantekeningen terug kunnen vinden. ,,Nu weten de heren er alles van”, besloot de directeur van de Hembrug zijn verhaal en wiste zich met zijn zakdoek het voorhoofd af.

– Het wil mij voorkomen……, begon de minister van oorlog.
– Dat de directeur aan dit geval totaal onschuldig is, viel de premier hem in de rede. Want naar alle waarschijnlijkheid heeft alles zich buiten de terreinen van de Hembrug afgespeeld en verder strekt de verantwoordelijkheid van den directeur zich niet uit.
– Wanneer ik mijn opinie in deze zaak zou mogen uiten, sprak de minister van financiën, zou het aanbeveling verdienen om het hoofd van de plaatselijke recherche te waarschuwen en op de hoogte te brengen.
– Ook van de uitvinding? Stiet de minister van oorlog uit.
– Dat zal wel moeten was het kalme antwoord.
– Daar ga ik mee akkoord, zei de premier en ging naar de telefoon.

Een kwartier later stapte een lange magere man binnen, wiens bleek gezicht werd geaccentueerd door een haviksneus waaronder dunne lippen een streep trokken. De staalblauwe ogen glansden koel. Op zijn gelaat lag een uitdrukking van onverzettelijke wilskracht. Toen hij plaatsgenomen had, legde hij de toppen van zijn lange witte vingers tegen elkaar en keek over zijn handen heen de spreker aan. Dit was de minister van financiën, die op de hem eigen kernachtige wijze een exposé van den toestand gaf. Onbewogen, als een stenen beeld luisterde het hoofd van de recherche toe.
– Mag ik enige vragen stellen? Vroeg hij tenslotte. De premier knikte.
– Kunt u mij een beschrijving geven van het laboratorium en de ligging daarvan ten opzichte van de andere gebouwen?
– De directeur wil misschien deze vragen wel beantwoorden? Vroeg de minister van financiën?
– Het laboratorium is een alleenstaand gebouwtje, de ramen zijn van matglas. Alleen kapitein Van Til is er in werkzaam en heeft er de sleutels van. Ik natuurlijk ook.
– Is het mogelijk, dat de kapitein in zijn laboratorium bedwelmd is en later weggevoerd?
– Dat zou toch gezien moeten zijn?
– ’s Nachts? De directeur haalde de schouders op.
– Er waren absoluut geen sporen van een worsteling.
– Weet iemand dat de kapitein zulke belangrijke proeven neemt?
– Behalve wij hier en de kapitein niemand.
– Pardon het laboratorium wordt niet bewaakt?
– Neen, om de aandacht niet te trekken, in overleg met de minister van oorlog zelf……
-Ja, ja dat is zo beaamde de minister.
– Kunt U mij ook zeggen wat voor soort man de kapitein Van Til is? Getrouwd?
– Kapitein Van Til is niet getrouwd. Voor zover mij bekend is, heeft hij zelf in het geheel geen familie, behalve een paar oude tantes en een ouden oom. Van Til leeft alleen op kamers in Amsterdam, met een ouden huisknecht, dien hij al jaren heeft. Ik weet dit omdat ik hem wel eens een enkele maal heb bezocht.
– Hoe waren zijn financiële omstandigheden? Speelde hij wel eens?
– Van Til was enigszins gefortuneerd, hij behoefde van zijn traktement alleen niet te leven. Hier glimlachte de minister van financiën even.

– Voor zover mij bekend is, leidde hij een zeer geregeld leven. Hij was een harde werker. Alleen in een mooi concert of een mooie toneelvoorstelling stelde hij belang. Spelen zal hij stellig nooit gedaan hebben.
– Vrouwen?
– Daarvan had hij een afkeer. Tenminste zo is mij verteld.
– Kan ik persoonlijk een bezoek aan het laboratorium brengen?
– Met alle genoegen.
– Ik kan u dan nog enkele nadere gegevens vragen.
– U begrijpt de buitengewoon delicate positie, waarin de regering zich door deze zaak bevind….., begon de premier. De magere man boog.
– Het verdwijnen van de kapitein Van Til zal natuurlijk publiek worden, ging de minister voort, de bladen zullen er kolommen over schrijven. Maar het verdwijnen der papieren moet strikt geheim blijven. De chef der recherche glimlachte. Het is wel goed, dat de bladen alvast maar een kluif hebben, waar ze op af kunnen vliegen. Het onderzoek, vervolgde hij op zakelijke toon, kan in tweeën worden gesplitst: a. dat naar den kapitein, b. dat naar de aantekeningen. Het eerste kan door de gewone politie geschieden, welke daarbij niet op de hoogte zal worden gebracht van de verdwijning der papieren. Het geval is een bijzonder geval, doch heeft dit voordeel, dat bij het onderzoek gebruik kan worden gemaakt van de gegevens van a. Natuurlijk zal ik de personen, aan wie ik het onderzoek in zake geval b. opdraag, geheel in vertrouwen moeten nemen. De minister van financiën knikte.
– Is dat absoluut noodzakelijk? Vroeg de minister van oorlog. De chef knikte. Het is van het grootste gewicht, dat men precies weet, wat men op moet sporen. Bovendien kan ik mij niet voorstellen, dat iemand zulk een onderzoek ter hand wil nemen, wanneer hij niet ten volle wordt vertrouwd, en het tegenovergestelde merkt men gauw genoeg. Dan zou ik U nog willen opmerken, dat ik geheel vrij wens te blijven in de wijze, waarop ik geval b. wil laten onderzoeken, dus geen instructies van hoger hand. De minister van financiën fronste het hoge voorhoofd.
– Anders zou ik mijn taak en de verantwoordelijkheid niet kunnen aanvaarden. De drie heren keken elkaar aan en knikten. Als het moest, dan moest het
– Nog een vraag, zei de minister van oorlog, wat denkt U van het geval? De chef haalde zijn schouders op.
– Ik kan er natuurlijk nog niets van zeggen. Een ongeluk lijkt mij vrijwel uitgesloten. De kapitein is geen kind, en bovendien zouden wij er dan wel wat van gehoord hebben. Ik vermoed , dat het om de papieren te doen is en dan is het natuurlijk niet onmogelijk, dat wanneer deze in veiligheid zijn gebracht, ik bedoel vanuit het standpunt van de tegenpartij gezien, dat de kapitein wordt losgelaten. Ja, maar dan ….., begon de minister van oorlog. Dan zou U het geheim nog niet aan de grootte klok kunnen hangen en de tegenpartij zal de papieren te gelde maken en voorgeven, dat de proeven vrucht van eigen arbeid en studie zijn. Ik geloof, dat wij nu de zitting wel kunnen opheffen sprak de premier. De chef boog. Dan mag ik misschien met u meerijden naar de Hembrug, majoor. Wij hebben geen tijd te verliezen. (Fragment uit de roman ,,De eervolle opdracht”) ©1939 R.J.Brandenburg.

 

HET SECTORPARK ZAANDAM.

HET SECTORPARK ZAANDAM.

Begin september 1900 was het Departement van Oorlog van plan een Sectorpark voor de Stelling van Amsterdam aan te leggen in de gemeente Zaandam. Hiervoor moest de benodigde grond gelegen aan “het Hop” (Visschershop), eigendom van de gemeente, onteigend worden. Het betrof ca. 2 hectare waarop een plateau op 1 meter boven Amsterdams peil moest worden aangelegd. Het geheel moest aan de randen worden voorzien van taluds hellende onder 2:3. Daarop zouden gebouwd moeten worden: enige loodsen tot oplegging van oorlogsmaterieel, enige loodsen voor het verblijf van troepen, een brandspuithuisje, een keuken, een paar woningen en wat kleine gebouwtjes voor diverse doeleinden. Verder moesten er langs zijkanaal G (de Voorzaan) een tweetal aanlegsteigers worden aangelegd. Het buskruitmagazijn dat al in 1893 aan het Weerpad te Oostzaan was gebouwd zou ook tot de gebouwen van dit sectorpark gaan behoren.

Naamloos

Tekening van het Buskruitmagazijn en de wachterswoning ©D. Wools

Munitiecomplex Weerpad Oostzaan

Stelling van Amsterdam. Munitie complex Weerpad Oostzaan behorende tot het Sectorpark Zaandam. Links de fortwachterswoning met rechts daarvan de zwaar uitgevoerde loods voor kant en klare projectielen. Daar achter een lage buskruitloods en nogmaals een projectielenloods. De grote loods  met de bliksemafleiders dient als werkplaats voor het samenstellen van de projectielen. Datering 1965   ©GAZ

Op donderdag 27 september vergaderde de gemeenteraad van Zaandam over het plan en beslisten negatief. Er werd besloten mede namens de plaatselijke kamer van koophandel, een adres aan de Koningin te richten met daarin het verzoek om het plan niet goed te keuren. De voornaamste bezwaren waren dat het te onteigenen terrein in de onmiddellijke nabijheid lag van de Zeehaven en de opslag en vervaardiging van ontplofbare stoffen zouden een noodlottige invloed hebben op de ontwikkeling van die haven. Ook zou de onteigening van een deel van het Visschershop een nadelige invloed hebben op de nijverheids en handelsontwikkeling in het overige deel van het gebied. Ook de uitbreiding van de houthandel en hun opslag voor houtwaren kwam ernstig in gevaar. Verder zouden al de gelden die de gemeente en het rijk in de ontwikkeling van het gebied hadden gestoken weggegooid geld blijken te zijn. Verder zou alle grond om het gebied in één klap waardeloos geworden zijn en zouden velen schade lijden. Al een week eerder had er als gevolg van art.63 van de onteigeningswet, een gesprek plaatsgevonden met de Commissie uit Gedeputeerde Staten van Noord Holland. Hierin waren alle bezwaren geuit. De commissie was het met de bezwaren eens en vond de gekozen locatie zeer ongewenst, maar was ook van mening dat er wel tot uitvoering van het plan kon worden overgegaan als er geen andere terrein(en) in de omgeving konden worden gevonden. De bezwaren tegen de vorm van onteigening vond de commissie ongegrond. Dit omdat de bouw van het Sectorpark welk behoort tot de Stelling van Amsterdam geheel voldoet aan de regels die gelden voor vestingbouw en dus niet onder de uitzonderingen vallen die in deze regels worden genoemd. Het Departement van Oorlog wordt door de commissie verzocht van het plan aan het Visschershop af te zien en het alleen door te zetten als er geen andere geschikte locatie kan worden gevonden of als het landsbelang zich hier ernstig tegen verzet. In februari 1901 is er goed nieuws voor de bezwaarmakers, het Departement van Oorlog heeft besloten om van de plannen af te zien en heeft aan de overzijde van zijkanaal G, als nieuwe locatie een terrein grenzend aan de Artillerie Inrichtingen aangewezen als zijnde de nieuwe locatie.

Kaartje sectorpark

Uitsnede Stafkaart Stelling van Amsterdam ©PDKAIH2017

In februari 1904 wordt door de Genie bestek nr.20 aanbesteed. Het betreft het bouwen van gebouwen Sectorpark Zaandam (raming hfl. 18.800). Er volgen zes inschrijvingen. De laagste komt van M. Stam & Zn., uit Wormerveer, hfl. 19.740. Eind maart 1905 wordt bij de magazijnen der Artillerie te Amsterdam, Sectorpark Zaandam, bij beschikking van den Minister van Oorlog, W.A.H. Jansen tot conducteur der Artillerie der 2e klasse (opzichter) benoemt. ©PDKAIH2016

STATION OF HALTE.

STATION OF HALTE.

De halte Hembrug was een halte langs de spoorlijn Nieuwediep (Den Helder) – Amsterdam. Hij lag boven aan het talud van de spoordijk, aan de Zaanse kant van de tweede (nieuwe) Hembrug en bestond uit een abri aan de westkant van het dubbele spoor en een halte gebouw en bijgebouw aan de oostkant. Het geheel werd gebouwd voor en in opdracht van de Hollandsche IJzeren Spoorweg-Maatschappij en werd in 1907 gelijk met de nieuwe brug geopend.

collage-2016-05-30 (1)

De halte Hembrug, het bord bij de abri en de situatie in 1944 toen de bezetter één van de beide sporen verwijderd had.

De halte diende voornamelijk voor het personeel van de Artillerie Inrichtingen, Bruynzeel, Norit en de Fordfabrieken, hoewel deze laatsten dan nog wel met het pontveer over moesten om hun werk te bereiken, voor hen was de bus meestal een betere optie. Behalve ‘s morgens en ‘s middags wanneer het heel druk was met werknemers van de genoemde bedrijven was het een dode boel daar boven op het talud. De meeste treinen reden in de tussen liggende tijd de halte voorbij. Het was ook geen pretje om bij de halte te komen want de behalve de steile helling moesten er ook nog trappen worden beklommen. Maar eenmaal boven had je wel een prachtig uitzicht over het Noordzeekanaal en zijn omgeving. In de winter was het de taak van de beveiliging van de Artillerie Inrichtingen om de helling aan de kant van de provinciale weg te strooien. Daarvoor plaatsen ze een zak met strooizout op de bagagedrager van hun dienstfiets en baanden zich een weg door sneeuw en ijs naar boven. Dat was geen geliefde bezigheid. Maar daar aangekomen wachtte de beloning, ze maakten enige gaten in de zak strooizout en lieten zich zo goed en kwaad als het ging naar beneden glijden. Dat hele proces herhaalde zich indien nodig nog een keertje en daarna was je bek af. Volgens velen werd het geheel een halte genoemd en geen station omdat je er geen kaartjes kon kopen. Dat is niet helemaal waar want aan het begin was er een heuse stationschef die de verkoop vanuit de loketten in het halte gebouw voor zijn rekening nam. Toen de stationschef er niet meer was kwam er in de spits regelmatig een medewerker van het station Zaandam naar de halte die er maandabonnementen verkocht. Hij had het dan meestal even erg druk, maar daarna nog wat tijd over voor een praatje met de brugwachters. Daarvan waren er twee, één van Rijkswaterstaat voor de scheepvaart en één van de Spoorwegen voor het treinverkeer.

collage-2016-05-30

Sitiuatieschets en plattegronden van het ex en interieur van het haltegebouw (1907. Het tuinhuis in Krommenie.

Maar zoals altijd komt aan alles een eind en omdat de brug vervangen ging worden door de Hemspoortunnel werd de halte op 23 mei 1982 gesloten en een jaar later op 28 mei 1983 ging de laatste trein over de Hembrug. In 1982 hoorde Henk van Iperen uit Krommenie, een enorme stoommachine en treinenfanaat dat de halte gesloopt zou worden, hij trok zich het lot van het haltegebouw zo aan dat hij het kocht om in zijn tuin in Krommenie weer op te bouwen. Dat het geheel niet zou passen maakte hem niets uit, hij demonteerde zijn aankoop plank voor plank en bouwde het zo groot mogelijk weer op. Behalve als tuinhuisje en schuurtje deed Henk er verder niets mee. Maar het brokje nostalgie was gered. Inmiddels zijn Henk en zijn vrouw overleden maar de halte is nog steeds in de tuin achter de Noorderhoofdstraat in Krommenie te vinden. Bronnen Stationsweb en De Orkaan. ©PDKAIH2016

BOMMEN IN DE NABIJHEID VAN DE AI.

BOMMEN IN DE NABIJHEID VAN DE AI.

Tijdens een speurtocht naar één van de vele geheimen van het Hembrugterrein, vond en kreeg ik informatie over een voorval dat in het begin van de 2e WO in de omgeving van de Artillerie Inrichtingen plaats had. Hieronder volgt een beknopte versie van het politierapport.
23 juni 1940, Omstreeks 09.15 n/m kwam bij de politie de telefonische melding dat, er een Engels vliegtuig aan de overzijde van het Noordzeekanaal was neergestort. Er werd onmiddellijk een agent per motorfiets heen gestuurd om nader onderzoek te doen. Deze meldde te omstreeks 09.30 uur n/m telefonisch dat het toestel niet op Zaandams, maar vermoedelijk op Amsterdams grondgebied terecht was gekomen. Verder rapporteerde hij dat, aan de Kanaalkade even tevoren twee personen door bomscherven of mitrailleurvuur waren geraakt en verwond. De G.G.D. was door hem gebeld. Bij onderzoek bleek dat één van de slachtoffers, Hendrikus F. een dienstplichtig soldaat gedetacheerd in de militaire politie kazerne aan de Havenstraat, een ernstige wond aan het achterhoofd had, vermoedelijk veroorzaakt door een scherf van een door het vliegtuig uitgeworpen bom, die in zijn nabijheid was geëxplodeerd. De zich in zijn gezelschap bevindende Aafje A. wonende in de Onegastraat, Zaandam, was waarschijnlijk door dezelfde bomscherf aan haar rechter bovenarm getroffen. Beide zijn, nadat de artsen Brat en Eisendrath (behalve arts te Zaandam, had deze laatste ook de leiding over de medische dienst van de nabij gelegen Artillerie Inrichtingen) een eerste verband hadden aangelegd, per ambulance naar het Gemeente ziekenhuis overgebracht. De bom was vermoedelijk tot explosie gekomen in een hoop zand, op ongeveer 25 meter verwijderd van de plaats, waar de gewonden zich hadden bevonden. Van een daar dichtbij staand schuurtje was één zijde geheel vernield, terwijl de overige wanden zwaar waren beschadigd. Tijdens het onderzoek kwam er nog een melding dat, ook bomaanslagen hadden plaats gevonden bij het nabij gelegen woonwagenkamp.

Woonwagenkamp

Het Woonwagenkamp

Bij terugkomst omstreeks 10.15 uur n/m meldde de agent dat op ongeveer 100 meter ten westen van het kamp 2 bommen waren ingeslagen, één in de dijk en één in het bouwland. Een kampbewoner, genaamd Marinus van P is door een scherf aan één arm zwaar gewond en eveneens per ambulance naar het Gemeente ziekenhuis overgebracht. Een aan de dijk grazend paard was eveneens door een bomscherf geraakt en onmiddellijk gedood. De kampbewoners waren bevreesd voor meerdere bomaanvallen en wilden met hun wagens het kamp verlaten. Als voorlopige standplaats werd hun het breede gedeelte van de Adriaan Roggestraat aangewezen. Des gevraagd meldde het Gemeente ziekenhuis te omstreeks 11.00 uur n/m, dat de toestand van F en van P vrij ernstig was. De toestand van A was vrij goed.
Op 24 juni 1940 meld Klaas van der B, los werkman en wonende aan de Torneastraat, Zaandam dat hij de dag ervoor omstreeks 8.30 n/m in de Nieuwe Zeehaven achter de Norit, 2 bommen heeft zien vallen uit een vliegmachine. Deze bommen zijn niet ontploft, reden voor van der B om bezorgd te zijn voor gevaar dat schippers kunnen lopen.
Op 27 juni, om 10.15 uur n/m ontvangt de Commissaris van Politie telefonisch bericht van Dr. Levend dat de dienstplichtig soldaat Hendrikus F heden in het Gemeente ziekenhuis is overleden.
Op 23 juni 1940 zijn er rond de tijden genoemd in het bovenstaande 2 Engelse vliegtuigen die behoorden tot de geallieerde troepen neergestort.

RAF
Zij waren beide van het type Bristol Blenheim Mk IV. Het eerste betrof een toestel van het 107 squadron RAF en kwam om 20.25 uur neer in de Riekerpolder (A’dam). Het tweede was van het 110 squadron Raf en kwam om 20.52 uur neer nabij de Spaarnwouderdijk  (A’dam).

(©pdk2015)(bronnen RAF, GAZ Zaandam SA 175-1940  Dag/nachtrapporten politie en backtonormandy.org) (volledige namen van de genoemde personen zijn bekend)(dank aan E.Schaap)

EEN WERKNEMER OVER ZIJN ERVARINGEN IN WW2.

EEN WERKNEMER OVER ZIJN ERVARINGEN IN WW2.

Jorke kamstra

Jorke Kamstra

In 1985 vertelde Jorke Kamstra, aan een journalist van de Leeuwarder courant, over zijn ervaringen bij de Artillerie Inrichtingen gedurende de 2e wereldoorlog:
Begin 1940 kreeg ik via voorspraak van een neef en diens chef, die bij de Artillerie inrichtingen (‘De Hembrug’) werkten een baan op de afdeling samenstelling. Ik ging direct aan de slag. Ik moest bajonetgrepen verven, honderden, duizenden. Oude geweren, van allerlei kanten opgediept werden omgebouwd tot karabijnen. Ze gingen van afdeling tot afdeling en de onderdelen werden bij ons geassembleerd. Saai dat het was! Bar en boos, elke dag die grepen in de menie zetten. Kwast er een paar keer over en klaar was Kees. Tot ik eens klaagde bij mijn chef. Die kon het zich wel indenken. Ik kreeg toen werk op de schietbaan, in de kelder* waar ook al die karabijnen werden ingeschoten. Eerst moest ik bij het schijvensysteem werken. Dat was al heel wat beter dan bij die bajonetgrepen. Later kreeg ik de kans om te laten zien dat ik echt wel iets van schieten afwist. Ik had immers bij de B.V.L. (Bijzonder Vrijwillige Landstorm) mijn scherpschutters insigne gehaald. Toen was mijn kostje gekocht en kwam ik bij de ploeg die de karabijnen moest inschieten. Dat was echt prettig werk, maar toen kwam de oorlog. We waren natuurlijk net zo overrompeld en benauwd als iedereen. En we waren er bovendien zeker van, dat die Duitsers ons hele bedrijf plat zouden gooien. Maar nee! Er is geen bom gevallen. We hebben staan kijken naar de enorme brand in de petroleumhavens aan het Noordzeekanaal.

brand petroleumhaven

De door de Engelsen in brand gestoken tanks van de petroleumhaven

Dat was een vreselijk gezicht, die  brandende tanks. Eigenlijk viel die hele oorlog op dat moment voor onze fabriek erg mee, als je het nou bekijkt. Pas op het eind van de bezetting hebben de Duitsers de zaak daar verwoest. Maar toen was ik er al lang al weg”. 
*kelder (juiste plaats onbekend) ©verhaal en foto Jorke Leeuwarder courant. Andere foto onbekend.

VERBREDEN VAN HET NOORDZEEKANAAL.

VERBREDEN VAN HET NOORDZEEKANAAL.

Nadat koning Willem III het Noordzeekanaal op 1 november 1876 had geopend, was het nog niet overal op de gewenste diepte van 6,5 meter. Er was nog twee jaar baggeren voor nodig voordat het eerste volledig geladen schip Amsterdam onbelemmerd kon bereiken. Dat was in oktober 1878 en sindsdien groeide het aantal schepen dat de hoofdstad bezocht gestaag. Ook werden de schepen steeds groter en het tonnage nam dus toe.
Dit gebeurd heden ten dage nog steeds  en sinds de opening van het kanaal is er voortdurend, en wordt er nog steeds gewerkt aan het groter, breder en dieper maken van de sluizen en het kanaal. In 1937 was het gedeelte tussen de Hembrug en de Fordfabrieken aan de beurt. Over de lengte van ruim 300 meter werd het kanaal zo’n 25 meter verbreed. Omdat dat te bereiken werd er op de gewenste breedte een sleuf gegraven en werd daarin een geheel nieuwe oever aangelegd.

verbreden 3

De nieuwe oever

De woningen en het oude stoomgemaal met zijn 25 meter hoge schoorsteen die zich op de tussenliggende strook grond bevonden waren al eerder verlaten en het gemaal was buiten werking gesteld. De schoorsteen werd in juni 1937 door de firma Hulsebosch opgeblazen.

verbreden 4

Opblazen van de 25 mtr hoge schoorsteen

verbreden kanaal 2

De woningen die moesten wijken voor de verbreding

De sloop van de woningen vond eind van dat jaar plaats. Als laatste werd de grond weggegraven en was het kanaal weer een stukje breder en veiliger geworden.

verbreden 1

Het weggraven van de grond

Tijdens het bouwen van de 2e Hembrug was er al rekening gehouden met toekomstige verbredingen en lag er een deel van de brug boven het land. ©PDKAIH2016.

RUDOLPH WITTE BEDENKER PLANNEN BOUW ARTILLERIE WERKPLAATSEN HEMBRUG.

RUDOLPH WITTE BEDENKER PLANNEN BOUW ARTILLERIE WERKPLAATSEN HEMBRUG.

Rudolph Witte werd op 30 juni 1850 als zoon van zoon van C.G.F. Witte en P.D. Lagers te Utrecht geboren. Hij bezocht daar de technische en daar de hogere burgerschool en deed in 1867 op deze laatste instelling zijn eindexamen. Hierna ging hij naar Delft en begon een studie voor werktuigkundig ingenieur. In 1869 vertrok hij naar Aken en haalde daar in 1872 het diploma werktuigbouwkundig ingenieur. Hierna was hij als ingenieur werkzaam bij verschillende bedrijven in Remscheid, Essen, Barme en Rheine.
In 1876 werd hij benoemd tot werktuigkundig ingenieur bij de Artillerie Stapel en Constructie-magazijnen te Delft. Daar bestonden de werkzaamheden onder andere uit het vervaardigen en herstellen van affuiten, voertuigen en opzetten van vuurmonden.* Hij heeft hier veel verbeteringen in de werkwijzen ingevoerd. In 1886 werden alle Artillerie Inrichtingen verenigd, tegelijkertijd werd ook de commissie van proefneming onder de leiding van de chef van deze inrichtingen geplaatst. De werkzaamheden van Witte werden fors uitgebreid en hij bleef op werktuigkundig gebied de vraagbaak voor de artillerie officieren die allen ook niet de minsten op het gebied van werktuigkunde waren. Om dat echter niet elke officier even meegaand is, was het voor Witte niet altijd even gemakkelijk, de vrede te bewaren. Maar door zijn tact en welwillendheid wist hij telkens weer botsingen van enige betekenis te voorkomen. Voor het zagen van grote balken in verschillende afmetingen ontwierp hij een horizontale dubbele lintzaag die vervolgens door de firma E.H. Begman uit Helmond werd gebouwd. Het leverde hem in 1878 een tevredenheidsbetuiging van de minister van oorlog op. De door hem ontworpen zaag werd ook door verschillende andere fabrieken aangeschaft. Omdat het nodig was om gedurende een oorlog artillerie werkplaatsen binnen de stelling te hebben, werden naar zijn plannen van 1895 tot 1900 verscheidene van deze werkplaatsen aan de Hembrug gebouwd. In 1897 werd hem bij Koninklijk besluit de persoonlijke rang van hoofdingenieur toegekend. Ook de werkzaamheden aan de Hembrug gingen gestaag door en onder zijn hoofdtoezicht werd daar een elektrische centrale gebouwd.

rudolf witte

De elektrische krachtcentrale met op de voorgrond een omvormer en op de achtergrond een generator van 200 kilowatt. Zittend de machinist Boelrijk en staand de machinist Advokaat. De man links achter onbekend.

Ook buiten de Artillerie Inrichtingen verrichte Witte veel werkzaamheden. Zo was hij van 1891 tot 1894 secretaris van de Nederlandsche Vereeniging van Werktuig en Scheepsbouwkundigen en van 1902 tot 1905 president van de vakafdeling voor Werktuig en  Scheepsbouw van het Koninklijk Instituut van Ingenieurs. Ook was hij in 1898 lid en secretaris van de commissie voor het onderzoek naar de levensvatbaarheid van een staalgieterij in Nederland. Hij was voor deze functie benoemd door de Vereniging tot bevordering van Fabrieks en Handwerksnijverheid, die hem ook het ere lidmaatschap van de vereniging verleende. Rudolph Witte overleed in 1905 te Delft. bron: Nieuw Nederlandsch biografisch woordenboek, ©PDKAIH2015

* Messing toestel, bestaande uit een voetstuk met twee staanders, waartussen een schuifje op en neer kan bewegen, dat bij het richten van een kanon of houwitser achter op de vuurmond wordt geplaatst om de nodige verhoging te geven.