DE ARTILLERIE INRICHTINGEN VAN 1679 TOT 1925 deel 7 van 11.

DE ARTILLERIE INRICHTINGEN VAN 1679 TOT 1925 deel 7 van 11.

Overplaatsing naar het Hemveld

De invoering van het draagbare wapen model 1895, die een geheel nieuwe machinale inrichting voor de patroonfabricage nodig maakte, werd er de aanleiding van om in 1897 het grootste deel van de werkplaatsen over te brengen binnen de Stelling van Amsterdam. Dit was volgens de toen geldende begrippen het reduit van onze landsverdediging.Daar werden achtereenvolgens gebouwd: de Patroonfabriek, de Werkplaats voor Draagbare Wapenen, de Vuurwerkerij met een Buizenfabriek en IJzergieterij.

Infanterie geweer model 1895

De te ‘s-Gravenhage achter gebleven geschutgieterij, die in 1871 door het Rijk van de familie Maritz was overgenomen werd in 1904 opgeheven. Zij hadden zich toegelegd op de vervaardiging van het bronzen en hardbronzen achterlaatgeschut en maakten daarna ook stalen vuurmonden. Door deze opheffing onderging de Werkplaats voor Draagbare Wapenen een kleine uitbreiding. Dit om in het vervolg ook de herstellingen aan geschut te kunnen uitvoeren. Jammer genoeg werden bij die op zichzelf staande bezuinigingsmaatregel de boor- en trekbanden voor oud-ijzer verkocht iets wat men in de mobilisatietijd zou betreuren.

De Stelling van Amsterdam werd grotendeels aangelegd tussen 1874 en 1914 en is een 135 kilometer lange verdedigingslinie ter verdediging van de Nederlandse hoofdstad

Bij de inrichting van de Werkplaats der Draagbare Wapenen in 1897 aan de Hembrug was het aanvankelijk niet de bedoeling daar een volledige wapenfabriek van te maken. Men dacht de benodigde wapens M95 te blijven kopen bij de Oesterreichische Waffenfabrikgesellschaft te Steyer en bestemde de eigen fabriek als herstellingswerkplaats en aanschaffingsorgaan. Verder diende hij voor de opleiding van geweermakers, zwaardvegers (wapensmeden) en van officieren van wapening. Om bij die opleidingen enig denkbeeld te kunnen geven van de zogenaamde uitwisselbare fabricage, waren er werktuigen met spaninrichtingen en gereedschappen aangeschaft. Dit om van een aantal van de eenvoudigste onderdelen de voor herstellingen benodigde verwisselstukken in eigen werkplaats te kunnen aanmaken.

Lademaker aan het werk in de geweerfabriek aan de Hembrug ©Herman de Ruijter

Die toestand duurde tot 1900, toen er in de Tweede Kamer der Staten-Generaal een vraag werd gesteld over de prijs waarvoor in de Italiaanse Staatsfabrieken het veel met het Nederlandse model overeenkomende geweer werd gemaakt.

Eén van de officieren, die tot de keuringscommissie te Steyr behoord had, was daar al tot de slotsom gekomen, dat de aanmaak van wapens in eigen beheer niet onmogelijk behoefde te zijn. Hij werd naar Italië gezonden. In het rapport over zijn onderzoek daar, stelde hij voor de al aanwezige werktuigelijke inrichting van de wapenfabriek uit te breiden. Daardoor zou het mogelijk zijn om zonder vergroting van de fabrieksruimte door eigen aanmaak tot in 1918 geleidelijk zoveel wapens te verkrijgen, als nodig zouden zijn om tijdig in de behoefte van de te verwachten legeruitbreiding te voorzien.

In twee stappen werd die uitbreiding van machines tot stand gebracht, waardoor men vanaf 1904 in staat was het gehele geweer van de grondstoffen af, in eigen fabriek aan te maken. Dat was geen kleinigheid, een geweer heeft 81 onderdelen. De kwaliteit van de Hembrug wapens bleek niet voor de Steyersche onder doen en de prijs ervan was behoorlijk lager.

Het grootste voordeel van het gaan aanmaken in eigen beheer was wel de ervaring van weloverwogen werken die hierdoor werd verkregen. Daardoor kreeg men de beschikking over zeer deskundig personeel. Dat zou in de toekomst efficiënter kunnen optreden als keurmeester tijdens het inkopen bij andere bedrijven. Ook de verworven kennis en routine zouden kunnen worden toegepast bij andere producten en werk op het eigen en aanverwante gebieden. Dit op dezelfde wijze als waar op de wapenfabricage wegberijdster is geweest voor vele andere takken van industrie.

De Geweerwinkel was dan wel van Delft naar de Hembrug verplaatst en daar uitgegroeid tot een volledige wapenfabriek. Het zou daar niet bij blijven. Delft verloor ook de Pyrotechnische werkplaatsen. Tot ver na de 1e wereldoorlog bleven de Artillerie-Inrichtingen nog gedeeltelijk in het historische stadje. Aan de Hembrug werkte men intussen verder. Men begon met het fabriceren van klewangs. Eerst voor het Indische en later voor het Nederlandse leger. In de mobilisatietijd zou ten volle blijken waartoe men door de verkregen oefening in staat was geworden. ©PDKAIH2017

Eindcontrole van de wapens ©Herman de Ruijter

Hembrug klewang model 1898 bestemd voor het KNIL

VREDESWERK IN EEN UITHOEK VAN ZAANDAM.

VREDESWERK IN EEN UITHOEK VAN ZAANDAM.

Het ligt zover uit de kom van onze gemeente, dat een vreemdeling soms niet kan begrijpen dat het stuk grond, dat reeds eeuwen onder de naam ,,De Hem” of ,,De Hemlanden” bekend was, tot Zaandams grondgebied behoort en dat de Zaankanter het eigenlijk maar als een aanhangsel van onze gemeente beschouwt. Een uithoek. Maar toch is het een oord waarover de historie niet ongemerkt is heen gegaan. Want reeds voor de tijd, waarin de aan de Zaan gelegen gemeenten ontstonden lag daar het oude dorp Saenden of Zaanden, dat van zo’n betekenis was, dat het een kerkgebouw bezat. In het jaar 1155 werd het door de West Friezen geheel verwoest. De naam van het dorp had daarna nog slechts historische betekenis. Maar de naam ,,Hem” is gebleven en toen in de zeventiger jaren van de negentiende eeuw over het toen gereed gekomen Noordzeekanaal een spoorbrug werd gebouwd, sprak men niet meer over de Hem of Hemlanden, maar had de Zaankanter het verder uitsluitend over de Hembrug, waarmee hij niet de brug zelf bedoelde, maar het grondgebied dat er omheen ligt.

En toen in het jaar 1895 door de regering aan de noordzijde van het Noordzeekanaal de Artillerie Inrichtingen werden gesticht, nam men voor het gemak ook maar in de collectieven de naam ,,Hembrug” op en sprak men van ,,Hij werkt aan de Hembrug” of ,,de Hembrug vlagt”. Dit terwijl er aan die brug geen arbeider te zien was en de vlag op de Artillerie Inrichtingen wapperde. Door de vestiging van de bedrijven van de Artillerie Inrichtingen werd het oude Hemland voor Zaandam van zeer grote betekenis. Dit was niet minder het geval toen achtereenvolgend de nieuwe monumentale Hembrug over het kanaal werd gebouwd, de grote zeehaven ten westen van die brug werd aangelegd en het miniatuurpontje door grote stoomponten werd vervangen. Door deze ponten kon het intensieve verkeer en de provincie beter opgevangen worden.

In oktober 1946 werd door verslaggevers van de Typhoon een bezoek gebracht aan de NV Nederlandsche Machinefabriek ,,Artillerie Inrichtingen”. Met grote welwillendheid liet de directie zien welke nuttige werkzaamheden er op dat moment voor de opbouw van het land werden verricht.

Vredeswerk in grote stijl.

 Reeds bij den aanvang van onzen rondgang door de werkplaatsen worden wij getroffen door de grootsche afmetingen der hoog opgetrokken gebouwen, waar in men, wanneer niet hier en daar een hindernis in den weg stond, gemakkelijk per fiets zou kunnen rondrijden. Onze eerste gedachte gaat heen naar die jaren, toen het moffenpak hier zijn entree maakteen vooral huiveren wij wanneer wij denken aan die nadagen van den Dolle Dinsdag, toen de ,,kulturhelden” door een helsche angst en vernielingswaanzin aangegrepen, hier de prachtige machines begonnen weg te rooven en wat ze niet meer mee konden nemen of wat niet van hun gading was met duivelsche wellust vernietigden.

leeggeroofd-1-4

De door de Duitsers leeggeroofde bedrijfshallen

En wanneer wij dan nog één der totaal leeggeroofde gebouwen in de achtergelaten, zij het opgeruimden, toestand binnentreden, dan bewonderen wij de groote energie van directie en arbeiders, die in ruim één jaar tijds al die andere gebouwen geheel of zoo goed als geheel, weer hebben omgetooverd in prachtig geoutilleerde fabrieken, waar de bloem van Nederlands vakmanschap gebogen staat over werkstukken die voor ons wonderen der techniek zijn. En wat bovenal weldadig aandoet, dat is het feit, dat de sfeer van den arbeid, behoudens enkele uitzonderingen, slechts vrede ademt. Zeker, er wordt nog oorlogstuig gerepareerd, er staan nog tanks op de terreinen, er worden nog andere werkzaamheden verricht, die bij god Mars thuishoren, maar verreweg wordt dat overtroffen door het werk des vredes, door den bouw van machine, werktuigen en onderdeelen, die nodig zijn voor den wederopbouw van ons vaderland.

 Als soldaten in het gelid.

 Want daar staan zij, de schitterende landbouwmachines, als soldaten in het gelid, de zaaimachines, de wiedmachines, de aardappelsorteerders en de landbouwwagens, die geleverd zijn aan de Wieringermeer, den Noord-Oost Polder en voor het Landbouwherstel Walcheren. Prachtige producten waarvan de ingenieuse constructie van den landbouwwagen bijzonder treft. Diens onderbouw b.v. is zóó geconstrueerd, dat al gaat de wagen over nog zulk ongelijk terrein, het wagenvlak toch steeds horizontaal blijft liggen. Op verschillende plaatsen in de fabriek zien wij onderdelen smeden of timmeren tot ze tenslotte door bekwame schilders tot de uiterlijke kleur en glans gegeven worden die het aanzien nog aantrekkelijker maken.

Landbouwwagen fabricage / landbouwmachines en kanonnen

Landbouwwagens / kunstmeststrooiers en kanonnen / fabricage landbouwwagens

Maar het is niet alleen de landbouw, die aan nieuwe werktuigen moet worden geholpen. Ook de Nederlansche industrie in al haar geledingen moet worden opgebouwd en uitgebreid en daarvoor zijn ook weer tal van de meest uiteenlopende machines en werktuigen voor nodig. En ook daarvoor zijn verschillende afdelingen in de Artillerie Inrichtingen in volle actie. Want in de daarvoor bestemde gebouwen worden gemaakt draaibanken, fraismachines, slijpmachines, schaafbanken, revolver draaibanken, boormachines, vlakplaatmeetgereedschappen, machineklemmen enz. enz. Met de thans beschikbare outillage wordt daadwerkelijk bij gedragen aan den opbouw der Nederlandsche industrie. De grootste fabrieken in ons land wenden al deze machines reeds in belangrijke mate aan. De zeer groote precissie van de machines, welke wordt verkregen door uitstekend vakmanschap, maakt ze evenwaardig aan de meest vooraanstaande buitenlandsche producten. Inderdaad in deze machinefabrieken ziet men vredes en opbouwwerk in grooten stijl.

 Precisie buiten normaal observatievermogen.

Meetklok

Meetklok

 

Ten behoeve van het fabriceeren van al deze producten beschikt de fabriek over een centrale meetafdeeling, die uniek is in de Nederlandsche industrie. Hier ziet men apparaten, bij het aanschouwen waarvan wij het gebied van ons normaal observatie-vermogen verlaten. Hier zien wij de precisie-instrumenten, waarvan de meetklokken afwijkingen op machine-onderdeelen aangeven tot op een tienduizendste deel van een millimeter. Een voorbeeld. Onder één dezer instrumenten staat een klein blokje staal. Wij leggen onze hand erop en de meetklok geeft oogenblikkelijk aan, dat het staalblokje tengevolge van de warmte onzer hand een drieduizendste millimeter is uitgezet. Het is op deze manier, dat men op elk onderdeel de minimaalste afwijkingen kan constateeren. Ook kan men die niet met het oog waarneembare afwijkingen, op ontstellende afmetingen vergroot, op verlichte glasplaten afgebeeld zien. Het zijn alle vindingen van den menschelijken geest, waarop de toeschouwer in diepe bewondering neer ziet.

De harpoenkanonnen voor den walvischvaarder.

 Wij zijn er nog niet, o neen, nog lang niet. Want nog steeds wandelen wij verder, het eene gebouw uit en het andere in. En nu komen wij weer in de militaire afdeeling, waar draagbare wapenen en geschut worden gereviseerd (nieuwe worden hier thans niet gemaakt, daar de regeering die van het buitenland koopt). En hier zien wij de kleine kanonnen die bestemd zijn voor den grooten walvischvaarder, die thans in het IJ ligt te wachten op het sein van vertrek naar de Zuidpool.

willembarendsz1-nv-nederlandse-maatschappij-voor-de-walvisvaart

Willem Barendsz 1 ©NV Nederlandse maatschappij voor de walvisvaart

En een oogenblik denken wij terug aan den tijd van ,,den man onder den beer”,den bekenden Zaandamschen Walvischvaarder, die leefde in het glorietijdperk van de Zaansche Groenlandsvaart, den tijd waarin met gebrekkige hulpmiddelen de jacht op de walvisch werd beoefend, ten koste van vele menschenlevens en schepen.

bankschroefEn steeds maar weer wandelen wij door nieuwe afdelingen. Daar is de eigen gieterij, die van groote capaciteit is en die gietstukken vervaardigt voor de eerder genoemde producten. Ook bijzonder gietwerk wordt gemaakt, b.v. van lichtmetaal en brons. Hier worden ook gietstukken gemaakt voor de bankschroeven fabricage, waarvan er wekelijks 300 de fabriek verlaten met bestemming naar de Nederlandsche werkplaatsen. Wij gaan door naar het laboratorium. Dat noodzakelijk is voor de juiste materiaalkeuze en dat eveneens door grootte en outillage eenig in ons land is, terwijl het nog steeds wordt geperfectioneerd. En tenslotte is er een afzonderlijke school voor vakopleiding, waar volgens het Leerlingstelsel wordt gewerkt en waar jeugdige arbeiders met diploma ambachtsschool, in twee jarigen cursus, voor het bedrijf worden opgeleid.

Zoo zijn wij dan aan het einde van onzen rondgang gekomen en verlaten de fabrieken onder den indruk van het machtige industrieele apparaat, dat wij hier hebben mogen aanschouwen. Ja, wij praten over den opbouw van ons land en wij critiseeren zelfs, dat het niet snel genoeg gaat. Maar wie eens in den gelegenheid wordt gesteld om met dien opbouw kennis te maken, die zegt ,,Hoed af!,, Zoo is het ook bij de A.I.!                                                                                               ©PDKAIH2017. Bron: Dagblad de Typhoon 1946.

HEMBRUG VERSLAGEN NIET VERSLETEN.

HEMBRUG VERSLAGEN NIET VERSLETEN.
De aloude Pampus hit in een nieuw jasje. Dit gedicht werd als poster door de hele Zaanstreek verspreid als protest tegen de sloop van de grootste draaibrug van Europa. Project Aalscholver is bedoeld als hommage aan de teksten van schipper-dichter Dirk Versteeg. In 1984 werd “Hembrug” voor het eerst live gespeeld door de Zaanse band Pampus. In 2016 opnieuw opgenomen door Klaas Versteeg en hier samen gezongen met Gerrit de Vries.

DE PERS BEZOEKT IN 1948 DE ARTILLERIE INRICHTINGEN.

DE PERS OP BEZOEK.

In 1948 bezocht het Dagblad voor de Zaanstreek ,,De Typhoon” de ,,Artillerie Inrichtingen” Op zaterdag 2 oktober 1948 verscheen het volgende artikel in de krant.

De ,, Artillerie-Inrichtingen” uit de lucht gezien. De bomengroepen in het midden hadden betekenis, toen de fabriek nog oorlogsindustrie was. Mocht er al eens een explosie geschieden in de springstofafdelingen (kleine huisjes) dan remden de bomen de luchtdruk en rondvliegende brokken. Gelukkig zijn er nooit ernstige ongelukken gebeurd. (is onjuist PDKAIH) Het fabriekscomplex is aangesloten aan de spoorwegen.

De ,, Artillerie-Inrichtingen” uit de lucht gezien. De bomengroepen in het midden hadden betekenis, toen de fabriek nog oorlogsindustrie was. Mocht er al eens een explosie geschieden in de springstofafdelingen (kleine huisjes) dan remden de bomen de luchtdruk en rondvliegende brokken. Gelukkig zijn er nooit ernstige ongelukken gebeurd. (is onjuist PDKAIH). Het fabriekscomplex is aangesloten aan de spoorwegen.

,,ARTILLERIE-INRICHTINGEN” BIJ DE HEMBRUG.

De ,, Artillerie-Inrichtingen” uit de lucht gezien. De bomengroepen in het midden hadden betekenis, toen de fabriek nog oorlogsindustrie was. Mocht er al eens een explosie geschieden in de springstofafdelingen (kleine huisjes) dan remden de bomen de luchtdruk en rondvliegende brokken. Gelukkig zijn er nooit ernstige ongelukken gebeurd. (is onjuist PDKAIH) Het fabriekscomplex is aangesloten aan de spoorwegen.

VROEGER KANONNEN, NU BOERENHOOIHARKEN.

Op de Zaandamse driehoek, begrensd door Provinciale weg, Noordzeekanaal en Voorzaan, resideert de industrie, die onder de naam ,,Artillerie-Inrichtingen”grote vermaardheid heeft. Naar dat grote complex togen vroeger op gezette tijden ministers en opperofficieren, kragen met dubbele gouden biezen en 4 sterren waren voor de oorlog op de pont bij de Hembrug geen ongewoon verschijnsel.Thans dienen zich bij de portier op de Hemkade andere bezoekers aan: de voorzitter van de Boerenbond in Diemerbrug, personeel van de Landbouwhogeshool, de secretares van de Hollandse Maatschappij van Landbouw te Broek in Waterland, ingenieurs uit de Noord-Oostpolder. Waarlijk er is de laatste tijd veel gewijzigd daar bij de Hembrug.

In de gehele Zaanstreek is geen bedrijf te vinden dat in acht jaar zo’n radicale hervorming heeft ondergaan als juist de ,,Artillerie-Inrichtingen”. Vroeger wapenindustrie, dat het leger voorzag van munitie, geweren, zadels, kanonnen (om zo te zeggen de Krupp-fabriek van Holland), is het enorme bedrijf thans volledig overgestapt naar vredesproductie: boerenmachines en gereedschappen voor metaalbewerking. Zo ergens dan is hier, naar het word uit de Bijbel, het zwaard omgesmeed tot ploegijzer. Of dit zo zal blijven is een tweede.

MEI 1945: ALLES LEEGGEROOFD.

Het staatsbedrijf ,,Artillerie-Inrichtingen draaide kort voor de oorlog om helaas begrijpelijke redenen op volle toeren. Er werkten 7000 man. Een gigantisch leger. In de patroonfabriek en vuurwerkerij ging alles aan de lopende band. Groot was de productie van hulzen, kogels en andere munitie. Een apart onderdeel was de wapenfabriek, waar geschut werd vervaardigd. Bij de Hembrug maakte men alles voor het leger, van een eenvoudig geweer af tot de meest moderne artillerie, zoals luchtdoelgeschut. Alleen kanonnen voor marine en kustverdediging betrok de generale staf uit het buitenland.
Toen kwam Mei 1940. Vijf dagen oorlog, capitulatie, bezetting…… Bij de Hembrug lag het enorme Staatsbedrijf. En volgens de internationale reglementen kunnen zulke instellingen worden beschouwd als oorlogsbuit. Het zou ons te vervoeren uit een te zetten hoe alles in zijn werk is gegaan. Volstaan wij met te schrijven : het is gelukt! Het Staatsbedrijf werd omgezet in een N.V. met particulier karakter, waar de Duitsers met hun handen vanaf moesten blijven. Dumme Höllander ………….. In dit verband mag met ere worden genoemd de naam van Ir. Den Hollander uit Wassenaar ( de tegenwoordige president-directeur van de Ned. Spoorwegen ), die in de oorlogsjaren als leider van het grote bedrijf bij de Hembrug, vaak op het gevaar af gearresteerd te worden, de Nederlandse belangen op voortreffelijke wijze heeft gediend. Hij was het ook, die als parool uitgaf: ,, Zo weinig mogelijk werken voor de bezetter, dus iets anders doen “ En met een kern van bekwame vaklieden schakelde men over op wat sindsdien de aard van het bedrijf is gebleven: de productie van machines en werktuigen. Het doel werd bereikt: de kern van vaklieden kon men aan het werk houden ( ongeveer 1700 ) en de Duitsers hadden weinig vat op de fabriek. In al die oorlogsjaren is er ook slechts één bom gevallen, waarschijnlijk nog bij vergissing ( September 1940 ).

AMBTENAAR AF.

Vroeger waren de vaste arbeiders en kantoormensen bij ,, Artillerie-Inrichtingen “ ambtenaren. Immers het betrof hier een Staatsbedrijf. Daarin is, door omzetting in een N.V. , verandering gekomen. Het wachten is thans op een nieuwe sociale regeling. In ontwerp is deze gereed. Onze volksvertegenwoordiging moet zich er spoedig over uitspreken. Onnodig te zeggen dat iedereen, die bij de Hembrug werkt, hoopt dat de voorzieningen ( pensioenen enz. ) gunstig zullen zijn.

BESTAAT AL 269 JAAR.

Wat maar weinigen weten: de N.V. Nederlandse Machinefabriek ,, Artillerie-Inrichtingen “, Hembrug, Zaandam is een eeuwenoud bedrijf. De fabriek werd in de tijd van de Zeven Provinciën gesticht in Delft. Om precies te zijn in 1679. Het bedrijf werd in 1897 overgeplaatst naar de Hembrug, waar het hoofdgebouw in 1898 (vijftig jaar geleden dus) gereed kwam. Vanouds was het een oorlogsindustrie. In het begin van de oorlog werd het omgezet in een N.V., zij het dat de staat enige aandeelhouder werd. Er werken thans 1800 personen van wie ongeveer 450 in de Zaanstreek wonen. Directie: IR. F.G. Jungeling, Amsterdam en Mr J.J. Sprenger van Eyk, Baarn ; adjunct-directeur Ir. W.T. Hilarius, Amsterdam. De fabriek vervaardigd gereedschapswerktuigen ( fraisbanken, draaibanken, schaafbanken, boormachines, slijpmachines, in het algemeen dus precisiegereedschappen ) en landbouwwerktuigen ( zaaimachines, kunstmeststrooiers, wiedmachines, aardappelsorteerders, hooiharken, en boerenwagens op luchtbanden ).

NAAR DE HEIMAT.

Wat velen niet weten is, dat na Dolle Dinsdag de Duitsers als sprinkhanen op ,, Artillerie-Inrichtingen” zijn neergestreken. Letterlijk alles verdween. Zij presten het personeel te helpen bij de opruiming. Het liep als één man weg. Omwonenden hebben in die wilde dagen ’s nachts de archieven en personeelslijsten verdonkeremaand, zodat de rovers niemand konden achterhalen. De bezetters hebben toen via de arbeidsbureaux onvrijwillige verhuizers gerecruteerd. Hoe het ook zij, alle werktuigen en de volledige inventaris sleepten ze weg. Enorme kranen sleurden kostbare machines met fundering en al uit de vloeren. Plaatsen van bestemming: Tegel ( bij Berlijn ) en Dusseldorf. Gestolen goed gedijt niet, dat bleek ook daar. De fabrieken met Hembrugmachines werden verschrikkelijk gebombardeerd. Er bleef van de Hollandse eigendommen niet veel over. De aanblik, die ,, Artillerie-Inrichtingen “bij de bevrijding bood maakte een ieder, die het grote bedrijf had gekend, stil.
Ook in de ondergang van zo’n nationale industrie kan een tragedie schuilen. De gebouwen en magazijnen waren volledig léég. Er stond niets meer. Letterlijk geen schroef was er te vinden. en kracht Er was evenmin licht, want zelfs de transformatoren waren verwijderd. Wilde men het bedrijf zijn oude glorie teruggeven, zij het dan voor vredesproductie, dan moest alles opnieuw worden ingericht. Daarmee waren miljoenen gemoeid. En hoelang zou het niet duren voor in een totaal ontredderd Europa machines en grondstoffen zouden arriveren…..? Een vraag die overbodig bleek. Ir. Den Hollander en zijn staf hadden niet stil gezeten. Via hun verbindingen hadden zij al tijdens de oorlog al alles met de regering in Londen geregeld. Enorme bestellingen hadden zij gedaan. En zie: betrekkelijk vlug na de bevrijding kwamen via het Inkoopbureau te Londen nieuwe machines!

PRECISIEWERK.

Nu heerst er in de werkplaatsen op het uitgestrekte fabrieksterrein grote bedrijvigheid. We hebben ze zien staan de mannen in overall achter hun draaibanken en machines. Werkers, die hun mooie vak tot in de perfectie verstaan, want zo ergens dan komt het bij de vervaardiging van precisiegereedschappen op duizenden van millimeters aan! Vandaar ook dat er een speciale controleafdeling is, die, onafhankelijk van de fabrieksleiding, alle werkstukken zeer kritisch keurt. Slijpmachines en draaibanken, tegenwoordig technisch bijna volmaakte werktuigen, moeten tot op 2 a 3/1000e millimeter zuiver zijn. Vraag niet wat dat betekent! Men heeft bij ,, Artillerie-Inrichtingen “, zoals in zovele goed georganiseerde bedrijven, productietijden ingesteld ( van vier weken ). In zo’n periode worden bijv. in serie vervaardigd 50 boormachines, 15 draaibanken, 5 slijpmachines, 15 schaafbanken, 10 fraismachines enz. Het maken van zo’n draaibank, om één werktuig te noemen, is een zeer omvangrijk karwei, waar honderden bij betrokken zijn. Voordat uit ruw staal zo’n wonder van techniek is ontstaan, moeten er honderd en één handelingen worden verricht: de bewerkingen van het staal, het model maken, vormen, gieten, ruw afslijpen, aftekenen, schaven, fraisen, draaien, schuren, slijpen, monteren, lakken. Wij hebben dit proces, te technisch om in dit bestek te beschrijven, gevolgd en er diepe bewondering voor gekregen. Er komt veel vakbekwaamheid kijken bij die metaal bewerking! Worden vaklieden door de fabriek zelf opgeleid? Hebben we onze leidsman gevraagd.

We hebben een eigen leerschool, waar de jongens, die van de ambachtsschool komen, een tweejarige betaalde opleiding krijgen, theoretisch zowel als praktisch. Wie de school heeft doorlopen kan gerust zeggen: ,, ik kan wat “. In die school worden trouwens ook tekenaars en opzicht voerend personeel gevormd.

RADIO VOOR DE GEZELLIGHEID.

Er zit in de fabriek bij de Hembrug ook letterlijk ,, muziek “. In welke afdeling we ook kwamen, of het nu was bij de draaiers, de fraisers, de slijpers of de monteurs, overal speelde de radio. In de hallen zijn namelijk overal luidsprekers aangebracht, die verbonden zijn met de ,, studio “. En zo klinkt boven het fabrieksrumoer uit het schone lied: ,, Zit ik op mijn duivenplatje “of een Weense wals van Strausz.

HOUTEN AFFUITEN.

Hoe zal de oorlogsindustrie van ,, Artillerie-1700 hebben uitgezien? Interessante vraag. Natuurlijk werden er geen pijl en bogen en knotsen aan de lopende band gefabriceerd. Die wapenen Inrichtingen “ er omstreeks waren uit de tijd. De ontwikkeling van de wapentechniek was echter ( gelukkig ) nog niet ver gevorderd. De kanonnen bijv. hadden houten affuiten en alles was uiteraard handwerk.

DE ECONOMISCHE BETEKENIS VAN „ARTILLERIE-INRICHTINGEN”.

De economische betekenis van ,, Artillerie-Inrichtingen “ in nieuwe gedaante is groot. Vroeger moest Nederland vrijwel alle Landbouwmachines uit het buitenland betrekken. Er bestond geen enkele fabriek in eigen land. Hetzelfde gold voor gereedschapswerktuigen. Al die kostbare en toch onmisbare machines moesten we kopen in Duitsland, Engeland, Amerika. Nu zijn we zover, dat de binnenlandse markt van de meeste werktuigen zelf kunnen voorzien. Dit bespaart miljoenen deviezen, ook al moeten alle non-ferro metalen ( koper, alluminium enz. ) uiteraard worden ingevoerd. Staal en gewalste platen betrekt de fabriek van de Hoogovens en andere Nederlandse industrieën. Over de bedrijfsresultaten is men tevreden. De productie is stationair. Wellicht zal de fabriek in de toekomst weer één en ander voor defensiedoeleinden gaan doen, voorlopig echter blijven de voornaamste klant: de Nederlandse industrie en de boeren op het land!
©Foto en verhaal Dagblad voor de Zaanstreek ,, De Typhoon “

MET NUMMER 13 NAAR DE ,, FAR WEST ”.

MET NUMMER 13 NAAR DE ,, FAR WEST ”.

Op 14 september 1932 meldde de krant een belangrijke verbetering voor de bewoners van het  ,, Verre Westen ” der hoofdstad, Hembrug en omgeving. Er zou (voor alsnog als proef) per 6 oktober 1932 een gemeentelijke autobus gaan rijden vanaf de westelijke uitgang van het Centraal station naar de Hembrug. Met deze verbinding werden de nieuwe houthaven, de etablissementen Minervahaven, de Superfosfaatfabriek, de nazorginrichting, Westeroord”, de etablissementen Coenhaven, de Westerbegraafplaats, het etablissement Petroleumhaven, de Artillerie Inrichtingen aan de Hembrug en de Fordfabrieken (deze laatste zou binnenkort in bedrijf worden gesteld) beter bereikbaar.
De nieuwe lijn was niet ingericht voor massaal vervoer, hij was bestemd voor personen die in de loop van de dag de aan of in de nabijheid van de route gelegen industriële inrichtingen moesten bezoeken. De eerste bus vertrok om 08.05 uur ’s ochtends van het Stationsplein en om 08.25 uur vanaf de Fordfabrieken, de laatste bus vertrok ’s avonds om 05.46 uur van het Centraal Station en om 05.25 uur vanaf de Fordfabrieken naar de garage. Om de drie kwartier vertrok er dus van de standplaats een bus. De Route die werd gevolgd ging vanaf de westzijde van het Stationsplein naar het westelijke viaduct, De Ruyterkade,  Westerdoksdijk, Willem Barentzstraat, van Diemenstraat, brug Houtmanskade Tasmanstraat, Spaarndammerdijk en dan onder de Hembrug door naar de Fordfabrieken aan de Hemweg waar de eindhalte is. De enige bus die het traject berijdt heeft nummer 13. Het is een oud type bus die vroeger op lijn M, naar Zunderdorp reed en plaats biedt aan 12 personen. Voorlopig blijft dit miniatuurbusje rijden, maar wanneer er voldoende belangstelling voor is zullen grotere bussen worden ingezet en wordt het eindpunt teruggenomen tot de steiger van het Hembrugveer op het Hembrugplein. Het tarief bedroeg 11 cent per rit. Er werden geen overstapkaartjes uitgegeven en ook gaven overstapkaartjes geen recht op vervoer met deze buslijn. De dienst werd van maandag t/m vrijdag onderhouden. De duur van een rit bedroeg twintig minuten. Voor het in en uitlaten van passagiers werd op verzoek tijdig gestopt. Op de bussen zou een bord komen met het opschrift Hembrug – Centr. Station. Dat deze tekst iets is aangepast is op onderstaande foto te zien.

Bus13

Bus nr. 13

Het busje naar de naar de Hembrug was kennelijk een groot succes want op 21 oktober meldde de krant dat het busje werd vervangen door een groter exemplaar en dat het eindpunt verplaats zou worden van de Fordfabrieken naar het de steiger van het Hembrugveer aan het Hembrugplein. Ook werd de dienstregeling aangepast en ging de bus ook op zaterdagmorgen (tot 14.00 uur) rijden. Afschriften van de dienstregeling waren verkrijgbaar in het tramhuis nabij het Centraal Station. 

In de Telegraaf in die tijd stond het navolgende verhaal:

MET NUMMER 13 NAAR DE HEMBRUG.

Het nieuwe busje van de gemeentetram.
Gebieden, waar men weinig komt

Het kleine gemeentelijke autobusje, dat sinds vandaag een nieuwe dienst onderhoudt op de Hembrug, is genummerd: dertien, maar de rit. Welke wij er mee maakten, liep goed af. Vroeger reed deze klein-model bus, met twaalf zitplaatsen, op Zunderdorp en andere dorpen over het IJ. Maar deze lijn M overleed wegens gebrek aan belangstelling. Thans doet het busje weer dienst.  Veel passagiers waren er niet, maar het kan zijn, dat er te weinig plaats is als in de namiddag de fabrieken uitgaan. Dan zou het wel eens nodig kunnen zijn, een grotere bus te laten rijden, in het belang van het Fordfabriekspersoneel. Hoe het zij, het was een aardig ritje van twintig minuten door straten en langs havens, waar men anders weinig of nooit komt. Eerst reden wij langs het IJ en over de Westerdoksdijk, waarvan de bestrating beter geschikt is voor vrachtauto’s dan voor personenwagens. Maar aan alles komt een eind en in de Van Diemen en Tasmanstraat is het beter. Zo gaat de rit door een deel van de ontdekkers buurt, waarvan een ander deel helemaal in West ligt, waar ook straten naar ontdekkers genoemd zijn. Tasman en Cook zijn ver van elkaar. Langs de loodsen der Houthavens rijdt vervolgens het busje, om dan bij den Hemweg rechtsaf te slaan. Dan zien de passagiers gedeelten van Amsterdam in grote verscheidenheid: het woonwagenkamp, dat verdwijnen gaat en de nieuwe vlothaven aan den ene kant en aan de overzijde de nog in drogen toestand zijnde uitbreiding der Coenhaven. Even een blik op de lossende houtschepen en de opgelegde boten bij de Coenhaven, het bunkerstation en ten slotte de tanks van de petroleumhaven, als witte paddenstoelen. De vroegere Westerbegraafplaats wordt gepasseerd en dan gaat de rit tussen de aardappelvelden van landbouwend Amsterdam door. Bij het naderen van het eindpunt kunnen weetgierige passagiers de nieuwe Hembrug steigers met pont zien, en den doodlopende weg naar het oude veer. Maar nummer dertien snort door. Wij gaan onder de Hembrug door langs den pijler, die vroeger in het droge stond en thans wordt versterkt en uitgegraven, want bij de verbreding van het Noordzeekanaal komt deze in het water te staan. De werkzaamheden rondom den pijler schieten goed op. Ten slotte hobbelen we over een landweggetje en tegelijk met het eindpuntbordje wordt het machtige silhouet van de Fordfabriek met waterreservoir op het dak en talloze pijpen zichtbaar.  Eindpunt, zegt de bestuurder, die na een kort oponthoud terugrijdt, want hij onderhoudt in zijn eentje de dienst. Halten zijn er onderweg niet: maar het busje stopt, als men wil. Ook kan men er geen overstapjes op krijgen. De bus heeft geen letter, maar alleen het opschrift: Hembrug—Centraal Station. In hoeverre de nieuwe lijn in de behoefte voorziet, zal moeten blijken. Komen er grotere bussen, dan zal het draaipunt bij de pontsteigers van de Hembrug komen, bij de Fordfabriek is dit nu niet mogelijk. De dienstregeling is enigszins veranderd. Daarom publiceren wij haar nog eens: Vertrek van Stationsplein: 5.05, 5.50, 9.35. 10.20. 11.05, 11.50, 12.35, 13.20, 14.05, 14.50. 15.35. 16.20, 17.05, 17.46 naar garage. Vertrek van Hembrug: 5.25, 9.10. 9.55. 10.40, 11.25, 12.10, 12.55, 13.40. 14.25. 15.10. 15.55, 16.40, 17.25. naar garage. Bron de Telegraaf 1932, ©PDKAIH2015

STRIJDGASSEN, EEN REGERING IN DE KLEM.

STRIJDGASSEN, EEN REGERING IN DE KLEM.

In het jaar 1929 trad het vraagstuk der gifgassen als oorlogswapen meer dan ooit op de voorgrond. Vooral in Amerika waren de scheikundigen druk aan het werk met het produceren van en het nemen van proeven met vernietigende gassen. Ook in Nederland zat men niet stil. Aan de Hembrug was de kapitein der genie, Van Til, dagenlang bezig in een laboratorium dat ten zijne behoeve was afgestaan en speciaal ingericht. Kapitein van Til nam als basis de ontdekking van een Zweedse ingenieur, die in enige uren miljoenen kubieke meters gas kon ontwikkelen tot het onzichtbaar maken van oorlogsdoelen. Het ging er nu maar om dit gas aan het z.g. mosterdgas te verbinden. Dan was voor Nederland een afweerwapen geschapen, dat als afdoende kon worden beschouwd voor elke aanval te land of ter zee. Kapitein van Til was met zijn proefnemingen reeds grotendeels geslaagd. Nog niet geheel en al, maar binnen enkele weken hoopte hij zijn werk te hebben beëindigd. Van Til werkte voort. In het diepste geheim. Slechts vijf mensen waren op de hoogte van de gasproeven aan de Hembrug. Daar waren, de majoor van Aa directeur der artillerie inrichtingen, de minister-president, de minister van financiën, die de plannen moest financieren, de minister van oorlog en de uitvinder zelf.

gifgassen

Strijdgassen

Op een fraaie herfstmorgen zat de minister president in zijn gerieflijk arbeidsvertrek aan het binnenhof te ‘s-Gravenhage. De premier was juist bezig enkele rapporten in te zien, toen de deur van zijn kamer openvloog. De directeur van de Hembrug stormde naar binnen, voorbij de secretaris-generaal, die met een schouderophalen den minister aanzag en de deur sloot. De directeur zag vuurrood. Op zijn voorhoofd parelden druppeltjes zweet, ofschoon het weer vochtig was en guur. Zijn overjas was stoffig. Hij liet zich op een stoel neervallen, zijn handen trilden op de leuning. De minister-president was opgestaan ,,wat is er?” vroeg hij, met zijn handen steunend op het bureau. ,,Hij is weg …..” stootte de directeur met moeite uit. Van Til, zijn aantekeningen verdwenen …. Alles weg!” De premier viel terug in zijn bureaustoel. ,,Wat zeg je?” vroeg hij verblekend. ,,Ik ben direct in een auto hierheen gekomen, om U …!”. Ja, ja…” antwoordde de premier, achterover geleund. De plotselinge slag scheen den krachtige man geheel van zijn stuk te hebben gebracht en geen wonder. Wat de directeur van de Hembrug hem verteld had, betekende vrijwel de val van zijn kabinet. Wanneer ‘t volk er achter kwam, dat de regering een dergelijke uitvinding zich afhandig had laten maken, zou zij onmogelijk zijn. Afgezien nog van de onaangenaamheden die men zich misschien van het buitenland op den hals haalde. Was de uitvinding naar Duitsland gegaan, dan zou natuurlijk de entente op haar achterste benen gaan staan. De minister scheen zich te herstellen. Hij ging naar de telefoon. ,,Even mijn collega’s van oorlog en financiën opbellen, dan kunt u vertellen en kunnen wij daarna beraadslagen wat te doen”. Na den hoorn aan den haak gehangen te hebben kwam de premier, de handen in de zakken gestoken, op den directeur van de Hembrug toe, die voor zich uit zat te staren, een toonbeeld van iemand die door het ongeluk getroffen is. ,,Een glaasje water?” vroeg hij. En hij schonk hem uit de karaf, die op zijn bureau stond. Met een dankbare blik keek de directeur hem aan. Men herkende in hem terstond den militair. Zijn gestalte was krachtig en slank, ofschoon nu zijn rug gebogen leek. Om de lippen lag een vastberaden uitdrukking. Wat geschied was, moest voor dezen man wel een afschuwelijke betekenis hebben. Was hij niet verantwoordelijk voor de veiligheid der uitvinding.

Een korte tik op de deur. De minister van financiën trad binnen. Een persoonlijkheid, dat zag men op het eerste gezicht, het hoge voorhoofd was bedekt door een grijzende, kort geknipte haartooi. De grijze ogen schitterden. De premier lichtte hem kort in. ,,Hm”, zei de minister, hij scheen onbewogen, maar om den mond had het toch even getrokken. Even later kwam de minister van oorlog, kort van gestalte, met achter zijn brillenglazen vrolijk rondkijkende ogen. Toen hij het verpletterende nieuws vernam werd hij vuurrood, sprong van zijn stoel en wilde uitvaren tegen den directeur. De premier legde echter kalmerend zijn hand op den arm van zijn collega van oorlog, keek hem met zijn donkere ogen afkeurend aan en dwong hem zodoende weer plaats te nemen. De directeur vertelde met horten en stootten. De kapitein Van Til was Maandagmorgen omstreeks tien uur aan de Hembrug geweest, waarschijnlijk om zijn aantekeningen te halen. Persoonlijk had de directeur hem niet gezien, wel echter hadden enige andere officieren hem opgemerkt. Eén van hen had nog enige woorden met hem gewisseld. Wanneer de kapitein weggegaan was, wist hij niet precies, maar het moet niet lang daarna geweest zijn, want op de lunch van half een had hij zich tegen zijn gewoonte niet laten zien. Ook ’s middags had geen mens den kapitein opgemerkt en vanmorgen, toen de directeur eens bij hem in het laboratorium was gaan kijken, was hij er niet geweest. De directeur had toen zijn woning in Amsterdam opgebeld en de huisknecht had hem medegedeeld, dat de kapitein Van Til gisteren, dus Maandagmorgen om negen uur op den gewone tijd zijn woning had verlaten om zich naar de trein te begeven voor zijn reisje naar de Hembrug. Tot op dit ogenblik was de kapitein nog niet teruggekeerd en de huisknecht begreep er niets van. De directeur was teruggesneld naar het laboratorium, had in het daarin afgesloten kantoortje de brandkast geopend. De aantekeningen waarin de scheikundige formules van de proeven waren vastgelegd lagen er niet in. Het lag dus voor de hand dat de kapitein den vorigen dag de aantekeningen gehaald en mee naar huis genomen had, om ze daar verder bij te werken. Iets wat wel meer geschiedde. Vermoedelijk was de kapitein met zijn tekeningen onderweg opgelicht, of, en in zekeren zin hoopte de directeur, dat dit het geval zou zijn, was de kapitein een ongeluk overkomen. In dat geval zou men naar alle waarschijnlijkheid de kostbare aantekeningen terug kunnen vinden. ,,Nu weten de heren er alles van”, besloot de directeur van de Hembrug zijn verhaal en wiste zich met zijn zakdoek het voorhoofd af.

– Het wil mij voorkomen……, begon de minister van oorlog.
– Dat de directeur aan dit geval totaal onschuldig is, viel de premier hem in de rede. Want naar alle waarschijnlijkheid heeft alles zich buiten de terreinen van de Hembrug afgespeeld en verder strekt de verantwoordelijkheid van den directeur zich niet uit.
– Wanneer ik mijn opinie in deze zaak zou mogen uiten, sprak de minister van financiën, zou het aanbeveling verdienen om het hoofd van de plaatselijke recherche te waarschuwen en op de hoogte te brengen.
– Ook van de uitvinding? Stiet de minister van oorlog uit.
– Dat zal wel moeten was het kalme antwoord.
– Daar ga ik mee akkoord, zei de premier en ging naar de telefoon.

Een kwartier later stapte een lange magere man binnen, wiens bleek gezicht werd geaccentueerd door een haviksneus waaronder dunne lippen een streep trokken. De staalblauwe ogen glansden koel. Op zijn gelaat lag een uitdrukking van onverzettelijke wilskracht. Toen hij plaatsgenomen had, legde hij de toppen van zijn lange witte vingers tegen elkaar en keek over zijn handen heen de spreker aan. Dit was de minister van financiën, die op de hem eigen kernachtige wijze een exposé van den toestand gaf. Onbewogen, als een stenen beeld luisterde het hoofd van de recherche toe.
– Mag ik enige vragen stellen? Vroeg hij tenslotte. De premier knikte.
– Kunt u mij een beschrijving geven van het laboratorium en de ligging daarvan ten opzichte van de andere gebouwen?
– De directeur wil misschien deze vragen wel beantwoorden? Vroeg de minister van financiën?
– Het laboratorium is een alleenstaand gebouwtje, de ramen zijn van matglas. Alleen kapitein Van Til is er in werkzaam en heeft er de sleutels van. Ik natuurlijk ook.
– Is het mogelijk, dat de kapitein in zijn laboratorium bedwelmd is en later weggevoerd?
– Dat zou toch gezien moeten zijn?
– ’s Nachts? De directeur haalde de schouders op.
– Er waren absoluut geen sporen van een worsteling.
– Weet iemand dat de kapitein zulke belangrijke proeven neemt?
– Behalve wij hier en de kapitein niemand.
– Pardon het laboratorium wordt niet bewaakt?
– Neen, om de aandacht niet te trekken, in overleg met de minister van oorlog zelf……
-Ja, ja dat is zo beaamde de minister.
– Kunt U mij ook zeggen wat voor soort man de kapitein Van Til is? Getrouwd?
– Kapitein Van Til is niet getrouwd. Voor zover mij bekend is, heeft hij zelf in het geheel geen familie, behalve een paar oude tantes en een ouden oom. Van Til leeft alleen op kamers in Amsterdam, met een ouden huisknecht, dien hij al jaren heeft. Ik weet dit omdat ik hem wel eens een enkele maal heb bezocht.
– Hoe waren zijn financiële omstandigheden? Speelde hij wel eens?
– Van Til was enigszins gefortuneerd, hij behoefde van zijn traktement alleen niet te leven. Hier glimlachte de minister van financiën even.

– Voor zover mij bekend is, leidde hij een zeer geregeld leven. Hij was een harde werker. Alleen in een mooi concert of een mooie toneelvoorstelling stelde hij belang. Spelen zal hij stellig nooit gedaan hebben.
– Vrouwen?
– Daarvan had hij een afkeer. Tenminste zo is mij verteld.
– Kan ik persoonlijk een bezoek aan het laboratorium brengen?
– Met alle genoegen.
– Ik kan u dan nog enkele nadere gegevens vragen.
– U begrijpt de buitengewoon delicate positie, waarin de regering zich door deze zaak bevind….., begon de premier. De magere man boog.
– Het verdwijnen van de kapitein Van Til zal natuurlijk publiek worden, ging de minister voort, de bladen zullen er kolommen over schrijven. Maar het verdwijnen der papieren moet strikt geheim blijven. De chef der recherche glimlachte. Het is wel goed, dat de bladen alvast maar een kluif hebben, waar ze op af kunnen vliegen. Het onderzoek, vervolgde hij op zakelijke toon, kan in tweeën worden gesplitst: a. dat naar den kapitein, b. dat naar de aantekeningen. Het eerste kan door de gewone politie geschieden, welke daarbij niet op de hoogte zal worden gebracht van de verdwijning der papieren. Het geval is een bijzonder geval, doch heeft dit voordeel, dat bij het onderzoek gebruik kan worden gemaakt van de gegevens van a. Natuurlijk zal ik de personen, aan wie ik het onderzoek in zake geval b. opdraag, geheel in vertrouwen moeten nemen. De minister van financiën knikte.
– Is dat absoluut noodzakelijk? Vroeg de minister van oorlog. De chef knikte. Het is van het grootste gewicht, dat men precies weet, wat men op moet sporen. Bovendien kan ik mij niet voorstellen, dat iemand zulk een onderzoek ter hand wil nemen, wanneer hij niet ten volle wordt vertrouwd, en het tegenovergestelde merkt men gauw genoeg. Dan zou ik U nog willen opmerken, dat ik geheel vrij wens te blijven in de wijze, waarop ik geval b. wil laten onderzoeken, dus geen instructies van hoger hand. De minister van financiën fronste het hoge voorhoofd.
– Anders zou ik mijn taak en de verantwoordelijkheid niet kunnen aanvaarden. De drie heren keken elkaar aan en knikten. Als het moest, dan moest het
– Nog een vraag, zei de minister van oorlog, wat denkt U van het geval? De chef haalde zijn schouders op.
– Ik kan er natuurlijk nog niets van zeggen. Een ongeluk lijkt mij vrijwel uitgesloten. De kapitein is geen kind, en bovendien zouden wij er dan wel wat van gehoord hebben. Ik vermoed , dat het om de papieren te doen is en dan is het natuurlijk niet onmogelijk, dat wanneer deze in veiligheid zijn gebracht, ik bedoel vanuit het standpunt van de tegenpartij gezien, dat de kapitein wordt losgelaten. Ja, maar dan ….., begon de minister van oorlog. Dan zou U het geheim nog niet aan de grootte klok kunnen hangen en de tegenpartij zal de papieren te gelde maken en voorgeven, dat de proeven vrucht van eigen arbeid en studie zijn. Ik geloof, dat wij nu de zitting wel kunnen opheffen sprak de premier. De chef boog. Dan mag ik misschien met u meerijden naar de Hembrug, majoor. Wij hebben geen tijd te verliezen. (Fragment uit de roman ,,De eervolle opdracht”) ©1939 R.J.Brandenburg.

 

STATION OF HALTE.

STATION OF HALTE.

De halte Hembrug was een halte langs de spoorlijn Nieuwediep (Den Helder) – Amsterdam. Hij lag boven aan het talud van de spoordijk, aan de Zaanse kant van de tweede (nieuwe) Hembrug en bestond uit een abri aan de westkant van het dubbele spoor en een halte gebouw en bijgebouw aan de oostkant. Het geheel werd gebouwd voor en in opdracht van de Hollandsche IJzeren Spoorweg-Maatschappij en werd in 1907 gelijk met de nieuwe brug geopend.

collage-2016-05-30 (1)

De halte Hembrug, het bord bij de abri en de situatie in 1944 toen de bezetter één van de beide sporen verwijderd had.

De halte diende voornamelijk voor het personeel van de Artillerie Inrichtingen, Bruynzeel, Norit en de Fordfabrieken, hoewel deze laatsten dan nog wel met het pontveer over moesten om hun werk te bereiken, voor hen was de bus meestal een betere optie. Behalve ‘s morgens en ‘s middags wanneer het heel druk was met werknemers van de genoemde bedrijven was het een dode boel daar boven op het talud. De meeste treinen reden in de tussen liggende tijd de halte voorbij. Het was ook geen pretje om bij de halte te komen want de behalve de steile helling moesten er ook nog trappen worden beklommen. Maar eenmaal boven had je wel een prachtig uitzicht over het Noordzeekanaal en zijn omgeving. In de winter was het de taak van de beveiliging van de Artillerie Inrichtingen om de helling aan de kant van de provinciale weg te strooien. Daarvoor plaatsen ze een zak met strooizout op de bagagedrager van hun dienstfiets en baanden zich een weg door sneeuw en ijs naar boven. Dat was geen geliefde bezigheid. Maar daar aangekomen wachtte de beloning, ze maakten enige gaten in de zak strooizout en lieten zich zo goed en kwaad als het ging naar beneden glijden. Dat hele proces herhaalde zich indien nodig nog een keertje en daarna was je bek af. Volgens velen werd het geheel een halte genoemd en geen station omdat je er geen kaartjes kon kopen. Dat is niet helemaal waar want aan het begin was er een heuse stationschef die de verkoop vanuit de loketten in het halte gebouw voor zijn rekening nam. Toen de stationschef er niet meer was kwam er in de spits regelmatig een medewerker van het station Zaandam naar de halte die er maandabonnementen verkocht. Hij had het dan meestal even erg druk, maar daarna nog wat tijd over voor een praatje met de brugwachters. Daarvan waren er twee, één van Rijkswaterstaat voor de scheepvaart en één van de Spoorwegen voor het treinverkeer.

collage-2016-05-30

Sitiuatieschets en plattegronden van het ex en interieur van het haltegebouw (1907. Het tuinhuis in Krommenie.

Maar zoals altijd komt aan alles een eind en omdat de brug vervangen ging worden door de Hemspoortunnel werd de halte op 23 mei 1982 gesloten en een jaar later op 28 mei 1983 ging de laatste trein over de Hembrug. In 1982 hoorde Henk van Iperen uit Krommenie, een enorme stoommachine en treinenfanaat dat de halte gesloopt zou worden, hij trok zich het lot van het haltegebouw zo aan dat hij het kocht om in zijn tuin in Krommenie weer op te bouwen. Dat het geheel niet zou passen maakte hem niets uit, hij demonteerde zijn aankoop plank voor plank en bouwde het zo groot mogelijk weer op. Behalve als tuinhuisje en schuurtje deed Henk er verder niets mee. Maar het brokje nostalgie was gered. Inmiddels zijn Henk en zijn vrouw overleden maar de halte is nog steeds in de tuin achter de Noorderhoofdstraat in Krommenie te vinden. Bronnen Stationsweb en De Orkaan. ©PDKAIH2016

HALTE HEMBRUG, EEN STUKJE HISTORIE.

HALTE HEMBRUG, EEN STUKJE HISTORIE.

Als we tegenwoordig (2016) spreken over de halte Hembrug, denkt iedereen in de Zaanstreek en wijde omgeving aan de twee houten gebouwtjes die jarenlang boven op de spoordijk nabij de Hembrug stonden. Dat was immers de plaats waar onder andere het personeel van Bruynzeel en de Artillerie – Inrichtingen, die niet lopend of met de fiets naar hun werk of juist weer naar huis gingen, uit of in de trein stapten.

Halte Hembrug12

Halte Hembrug

Wat echter veel minder bekend is dat er vele tientallen jaren eerder en al ruim voor beide bedrijven zich hier gevestigd hadden, ook al sprake was van een halte Hembrug. Het betrof hier een steiger met dezelfde naam. De Schroef – Stoombootdienst, die met de schepen Dolphijn en Noord Holland, van 15 mei tot 15 oktober een zomerdienst onderhield tussen Amsterdam en IJmuiden, meerde hier al vanaf 1878 bijna dagelijks af. Alleen zaterdags had het personeel soms een vrije dag.

halte hembrug 3.jpg

Reclame uit 1878

De Noord Holland werd een jaar later al vervangen door een nieuw schroefstoomjacht genaamd Stad Purmerend. De Dolphijn was een Salon schroefstoomboot.

Halte Hembrug 45.jpg

De Dolphijn

Na bijna 42 jaar is de zomerdienst, die tot die tijd werd uitgevoerd door de Reederij Gebr. Goedkoop opgeheven. Op 1 mei 1920 werden de schepen, stations, haltes en steigers voor de som van f 475.000, – verkocht aan de N.V. Alkmaar Packet.
Ook werknemers en bezoekers van de Artillerie – Inrichtingen hebben gebruikt gemaakt van deze schroefstoomboten. Maar nu was men weer aangewezen op de benenwagen, (brom)fiets, motor, auto en trein.
Dat wil niet zeggen dat het personeel nooit meer van een boot gebruik heeft gemaakt, want bijna 40 jaar later, op 25 februari 1958, werd als gevolg van hevige sneeuwval het treinverkeer geheel stilgelegd en werden er ongeveer 300 medewerkers met behulp van autobussen en rondvaartboten naar Amsterdam gebracht.

halte hembrug 6

25 februari 1958

Verder werd er tijdens gepensioneerdendagen en het afscheid van de algemeen directeur van Eurometaal, de heer Haasnoot dankbaar gebruik gemaakt van deze vorm van transport.
De zomerdienst tussen Amsterdam en het Hembrugterrein, met het historische IJveer VII dat sinds 2013 vanaf 7 juni tot eind september alleen in de weekeinden vaart, is dus niet een geheel nieuw idee en had meerdere voorgangers.
Foto’s ©GAZ,  (foto’s van de Dolphijn) © Reederij Gebr. Goedkoop. ©PDKAIH2016

EEN WERKNEMER OVER ZIJN ERVARINGEN IN WW2.

EEN WERKNEMER OVER ZIJN ERVARINGEN IN WW2.

Jorke kamstra

Jorke Kamstra

In 1985 vertelde Jorke Kamstra, aan een journalist van de Leeuwarder courant, over zijn ervaringen bij de Artillerie Inrichtingen gedurende de 2e wereldoorlog:
Begin 1940 kreeg ik via voorspraak van een neef en diens chef, die bij de Artillerie inrichtingen (‘De Hembrug’) werkten een baan op de afdeling samenstelling. Ik ging direct aan de slag. Ik moest bajonetgrepen verven, honderden, duizenden. Oude geweren, van allerlei kanten opgediept werden omgebouwd tot karabijnen. Ze gingen van afdeling tot afdeling en de onderdelen werden bij ons geassembleerd. Saai dat het was! Bar en boos, elke dag die grepen in de menie zetten. Kwast er een paar keer over en klaar was Kees. Tot ik eens klaagde bij mijn chef. Die kon het zich wel indenken. Ik kreeg toen werk op de schietbaan, in de kelder* waar ook al die karabijnen werden ingeschoten. Eerst moest ik bij het schijvensysteem werken. Dat was al heel wat beter dan bij die bajonetgrepen. Later kreeg ik de kans om te laten zien dat ik echt wel iets van schieten afwist. Ik had immers bij de B.V.L. (Bijzonder Vrijwillige Landstorm) mijn scherpschutters insigne gehaald. Toen was mijn kostje gekocht en kwam ik bij de ploeg die de karabijnen moest inschieten. Dat was echt prettig werk, maar toen kwam de oorlog. We waren natuurlijk net zo overrompeld en benauwd als iedereen. En we waren er bovendien zeker van, dat die Duitsers ons hele bedrijf plat zouden gooien. Maar nee! Er is geen bom gevallen. We hebben staan kijken naar de enorme brand in de petroleumhavens aan het Noordzeekanaal.

brand petroleumhaven

De door de Engelsen in brand gestoken tanks van de petroleumhaven

Dat was een vreselijk gezicht, die  brandende tanks. Eigenlijk viel die hele oorlog op dat moment voor onze fabriek erg mee, als je het nou bekijkt. Pas op het eind van de bezetting hebben de Duitsers de zaak daar verwoest. Maar toen was ik er al lang al weg”. 
*kelder (juiste plaats onbekend) ©verhaal en foto Jorke Leeuwarder courant. Andere foto onbekend.