DE HEMBRUG IN 1925.

DE HEMBRUG IN 1925

Beelden uit 1925 gemaakt vanaf en nabij een draaiende brug. Behalve de machinisten in de bedieningsruimte zien we op de achtergrond o.a. huizen van het buurtschap Hembrug, het Noordzeekanaal met oude zeilschepen, de Norit fabriek, balkenhaven, Hemkade en de halte Hembrug.

Advertenties

GRONDRUIL TEN BEHOEVE VAN DE STOOMPONT.

GRONDRUIL TEN BEHOEVE VAN DE STOOMPONT

Wie vroeger van de Zaanse naar de Amsterdamse kant van het Noordzeekanaal of anders om wilde was aangewezen op één van de vele schepen van de schroef stoombootdienst, de salonschepen van onder andere de Alkmaar Packet  of de treinen van de Hollandsche IJzeren Spoorweg Maatschappij (HIJSM).

De water en rail vervoersbedrijven.

In 1888 kwam daar nog een derde mogelijk bij, die met name voor de voetgangers en fietsers en handkarren die in de IJpolders moesten zijn, voor een beterere verbinding zorg droeg. Op het einde van de Havenstraat, begin Hemkade werd een heuse trekpont verbinding ingesteld. In het begin was het veer enkel bestemd voor hoger geplaatste militairen en enkele andere specifiek beschreven personen. Dit om het scheepvaart verkeer niet teveel te hinderen, dat had al last genoeg van de spoorbrug. Maar na hevige protesten van verschillende zijde werden die regels al snel afgeschaft, Wat natuurlijk ook weer tot de nodige protesten van de bootdiensten leidde, die bang waren voor grote verliezen, Dit viel achteraf heel erg mee want de pont bracht de mensen dan wel naar de overkant maar dat was nog lang niet in het centrum van de hoofdstad.

De trekponten met op de achtergrond de pontwachterswoningen op de Zaanse oever / langsvarend schip van de Alkmaar Packet.

Klos waarmee de veerpont langs de kabel getrokken werd.

De pont zat verbonden aan een over het kanaal gespannen staalkabel die tijdens de vaart werd strak getrokken.Daarna kon met de pont door middel van houten klossen op de kabel te plaatsen de pont voorttrekken. Eenmaal ter plaatse aan één van beide oevers, liet men de kabel door middel van een lier weer op de bodem van het kanaal zakken zodat deze geen belemmering voor de scheepvaart vormde. De pontbaas werd tijdens deze handelingen vaak geholpen door de plaatselijke jeugd of één of meerdere passagiers. Toen het te druk werd is er een tweede trekpont in gebruik genomen.

 

Toen de Provinciale weg  in 1932 gereed was, werd het pontveer verbinding, die ongeveer 40 jaar op die op die plaats dienst had gedaan tussen den Amsterdamschen en Zaandamschen oever van het Noordzeekanaal en nu niet meer opgewassen was tegen de  hooge eisen van het drukke verkeer opgeheven. De kranten uit die tijd berichten dat er op 15 september nabij de Hembrug en aansluitend op de nieuwe weg een heuse stoomveerpont zou komen.

De eerste stoomveerpont in januari 1933 / Uitbreiding van de stoomveerpont verbinding

Hij kwam echter pas, bijna twee weken later, op maandagmiddag de 26e aan. Vanaf dinsdag 27 september 1932 vond er in het bijzijn van o.a. de heer ir. Voorst Vader, hoofdingenieur van den Rijkswaterstaat, de heer ir. Breuking, toegevoegd ingenieur bij de verbreeding van het Noordzeekanaal, de heer Kroon uit Velsen, chef van de Noordzeekanaalveren en de heer Zimmerman, chef van de kanaalverlichting een aantal proefvaarten plaats met het aan 25 automobielen plaats biedende stoompontveer. Nadat iedereen tevreden was met de resultaten, werd de stoompont op zaterdag 01 oktober in bedrijf gesteld.

De oude pontwachterswoningen / Het vulhuis dat er voor in de plaats kwam in 2017

Als gevolg van deze verplaatsing en de aanleg van de nieuwe weg, vond er een grondruil plaats tussen Rijkswaterstaat en de Artillerie Inrichtingen. Het stuk grond in de bocht aan het einde van de Havenstraat / Hemkade waar zich ook de pontwachterswoningen bevonden werd geruild tegen het stuk grond langs het kanaal.  De pontwachters kregen van RWS een andere woning aangeboden. Zo kreeg de AI een stuk grond aan de buitenzijde van het terrein ter beschikking waarop zij later een commandobunker voor de ondergrondse schuilplaatsen bouwde. Op de grond waar eerder de woningen stonden en ooit ook nog een groentetuin was geweest, kwam uiteindelijk een vulhuis voor de kleinkaliber munitie. Het stuk waar de bunker kwam is een poosje voor heel andere doeleinden gebruikt, maar daarover in een ander verhaal meer.

Aanleg van de Provinciale weg ter hoogte van de Havenstraat / Aanvoer van zand nabij de Hembrug.

Door de ruil werd het ook mogelijk om de weg langs het Noordzeekanaal open te stellen. Dat stuk kreeg de naam Hemkade. Een straatnaambordje ook in 2017 nog aanwezig geeft de oude grens met de Havenstraat aan. Daarvoor was de weg langs het kanaal fabrieksterrein en afgesloten voor onbevoegden. In WW2 is hij dat ook weer een poosje geweest. Het was een goede ruil voor het bedrijf, want omdat de weg  onderdeel werd en ook nu nog is van de waterstaatkundige werken van Rijkswaterstaat, werd in het contract opgenomen, dat de weg in eeuwig durend onderhoud bij RWS kwam. Na 2003 toen het bedrijf dat inmiddels Eurometaal was gaan heten de poorten sloot, tikte de gemeente de”nieuwe” eigenaar (Domeinen) op de vingers om de weg te onderhouden. De ENHABO had nadat zij toestemming had gekregen van Domeinen om met een klein busje over de autovrije weg te rijden, een klacht over het slechte onderhoud ingediend bij RWS. Deze had ze door verwezen naar de gemeente als zijnde openbaar grondgebied van Zaanstad. Nadat Domeinen waar ik als beheerder / toezichthouder werkzaam was dit aan mij vertelde. Wees ik ze op het oude contract waar ik ooit tijdens mijn speurtochten op het www iets over gelezen had. Na enige nieuw speurwerk kwam het originele contract weer op tafel en bleek nog steeds rechtsgeldig. De weg is na onderling overleg tussen de drie partijen hersteld. En het onderhoud van de weg werd overgedragen aan de gemeente. Die er onmiddellijk allerhande ge en verbodsborden plaatste en er een fietspad van maakte. Uitzondering werd er gemaakt voor het personeel van de onderhoudsdienst en de beveiliging van de Artillerie Inrichtingen (onderhoud gebouwen, hekwerken en surveillanceronden) en de kleine busjes van de ENHABO. De elektra voor de straatverlichting kwam vanaf het door Domeinen beheerde terrein en de eigenaar van het dijklichaam zelf bleef RWS.

De IJpolders met de trotylfabriek, het schietkatoenmagazijn, het munitiemagazijn en de torpedo inschietplaats.

Van de trekponten het latere stoomveer en nog later de Donau en huidige ponten werd ook druk gebruikt werd door de Artillerie Inrichtingen (en in latere jaren Eurometaal en het Militair Complex Hembrug) dit voor transporten van en naar de aan de overzijde van het kanaal gelegen trotylfabriek van het bedrijf,  de torpedo inschietplaats, het munitiemagazijn, het schietkatoenmagazijn en diverse andere plaatsen. Het bedrijf heeft tot aan de sluiting in 2003 voor zijn munitietransporten altijd voorrang gehad op de pontveren. Er werd de laatste jaren wel van te voren een afspraak gemaakt voor zo’n overtocht. De munitie begeleider mocht evenals andere passagiers niet mee tijdens zo’n solovaart en moest omrijden om het transport aan de andere zijde op te vangen. ©PDKAIH2017

Afkortingen: HIJSM – Hollandse IJzeren Spoorweg Maatschappij / RWS – Rijkswaterstaat . ENHABO – Eerste Noord Hollandse Auto Bus Onderneming

 

DE ARTILLERIE INRICHTINGEN VAN 1679 TOT 1925 deel 11 van 11.

DE ARTILLERIE INRICHTINGEN VAN 1679 TOT 1925 deel 10 van 11.

DELFT IS DE ARTILLERIE INRICHTINGEN NOG NIET GEHEEL KWIJT.

Zoals al gezegd, was Delft tijdens de mobilisatie de Artillerie Inrichtingen niet geheel kwijt. Er werd daar een rijwielafdeling opgericht en later een automobielafdeling. Het aantal werknemers was 600 a 700 man.

Rijwielwerkplaats Delft 1915

Tijdens de mobilisatie waren zeer veel rijwielen gevorderd. Deze waren echter van zeer verschillend model en niet berekend op militair gebruik. Men kwam daarom tot een legermodel.

Carosserie bouw in de Automobielenwerkplaats Delft 1915

De autodienst was in de mobilisatietijd geïmproviseerd met krachten uit de burgerindustrie en handel. De werkplaats te Delft was alleen ingericht voor herstellingen en assemblage van automobielen en motorrijwielen.

Drie schepen van de motordienst Hembrug

In de mobilisatietijd werd er tevens de beschikking gekregen over een 8 tal (mogelijk zelfs 10) motorboten voor de verzending van de goederen. Deze  motorschepen  kregen de naam Motordienst Hembrug en een eigen nr.

Na afloop van de oorlog ging al spoedig het gerucht dat de Constructie werkplaatsen naar de Hembrug zouden worden verplaatst. Dit gerucht werd al spoedig waarheid. Ondanks verwoede pogingen van het gemeentebestuur en anderen mocht het niet lukken de werkplaatsen voor Delft te behouden. In 1924 werden de machines en werktuigen geleidelijk over gebracht naar Hembrug. Delft was daarmee een voorname bestaansbron kwijt. In 1925 was de verhuizing voltooid. Een zeer klein gedeelte van het bedrijf en de automobiel en rijwielafdeling bleven in Delft achter. Hieraan kwam na het uitbreken van de 2e wereldoorlog een einde. De gebouwen te Delft werden door het Rijk verhuurd en gedeeltelijk als opslagplaatsen voor de Artillerie Inrichtingen bestemd. Later zijn daarin diverse industrieën gevestigd of zijn zij als bergruimten in gebruik genomen.

Nu, we schrijven 2014 is vrijwel alles door de modernisering verdwenen. Het gehele staatsbedrijf was  dus sinds die tijd bij de Hembrug geconcentreerd. Het is begrijpelijk dat deze concentratie enorm bijdraagt aan een zo efficiënt mogelijk beheer. Niet alleen oorlogsgoederen werden er vervaardigd, sinds 1919 voerden de Artillerie Inrichtingen de autodiensten uit voor de posterijen te Amsterdam en Rotterdam en voor de departementen van Defensie en Justitie.

Door de AI geassembleerde en gebruikte postauto met het AI embleem op het portier

Er wordt vaak verteld en geschreven dat dit was om de militairen bekend te maken met aardrijkskundige kennis van Nederland. Dit voor het geval er weer oorlog zou komen. In werkelijkheid was het om het automateriaal, dat bij de demobilisatie voor het leger niet meer nodig was, productief te maken. Maar de fabricage van wapens en munitie was toch hoofdzaak gebleven. Wij verlangden, ook nu nog, allemaal naar de wereldvrede maar zelfs nu hij is nog niet verzekerd. Zolang er nog geen internationale ontwapening is, blijft de nationale bewapening een noodzakelijk kwaad. En als er dan bewapening nodig is, moet zij goed zijn. Aan de Artillerie Inrichtingen heeft het zeker niet gelegen. Zij hebben getoond wat te kunnen presteren als onze neutraliteit gevaar dreigde te lopen. Dat ons leger in 1914 tot 1918 paraat was, danken wij voor een zeker niet gering deel aan haar. En daarvoor zijn wij, ook nu het bedrijf niet meer bestaat, nog zeer erkentelijk. ©PDKAIH2014

 

 

 

DE ARTILLERIE INRICHTINGEN VAN 1679 TOT 1925 deel 7 van 11.

DE ARTILLERIE INRICHTINGEN VAN 1679 TOT 1925 deel 7 van 11.

Overplaatsing naar het Hemveld

De invoering van het draagbare wapen model 1895, die een geheel nieuwe machinale inrichting voor de patroonfabricage nodig maakte, werd er de aanleiding van om in 1897 het grootste deel van de werkplaatsen over te brengen binnen de Stelling van Amsterdam. Dit was volgens de toen geldende begrippen het reduit van onze landsverdediging.Daar werden achtereenvolgens gebouwd: de Patroonfabriek, de Werkplaats voor Draagbare Wapenen, de Vuurwerkerij met een Buizenfabriek en IJzergieterij.

Infanterie geweer model 1895

De te ‘s-Gravenhage achter gebleven geschutgieterij, die in 1871 door het Rijk van de familie Maritz was overgenomen werd in 1904 opgeheven. Zij hadden zich toegelegd op de vervaardiging van het bronzen en hardbronzen achterlaatgeschut en maakten daarna ook stalen vuurmonden. Door deze opheffing onderging de Werkplaats voor Draagbare Wapenen een kleine uitbreiding. Dit om in het vervolg ook de herstellingen aan geschut te kunnen uitvoeren. Jammer genoeg werden bij die op zichzelf staande bezuinigingsmaatregel de boor- en trekbanden voor oud-ijzer verkocht iets wat men in de mobilisatietijd zou betreuren.

De Stelling van Amsterdam werd grotendeels aangelegd tussen 1874 en 1914 en is een 135 kilometer lange verdedigingslinie ter verdediging van de Nederlandse hoofdstad

Bij de inrichting van de Werkplaats der Draagbare Wapenen in 1897 aan de Hembrug was het aanvankelijk niet de bedoeling daar een volledige wapenfabriek van te maken. Men dacht de benodigde wapens M95 te blijven kopen bij de Oesterreichische Waffenfabrikgesellschaft te Steyer en bestemde de eigen fabriek als herstellingswerkplaats en aanschaffingsorgaan. Verder diende hij voor de opleiding van geweermakers, zwaardvegers (wapensmeden) en van officieren van wapening. Om bij die opleidingen enig denkbeeld te kunnen geven van de zogenaamde uitwisselbare fabricage, waren er werktuigen met spaninrichtingen en gereedschappen aangeschaft. Dit om van een aantal van de eenvoudigste onderdelen de voor herstellingen benodigde verwisselstukken in eigen werkplaats te kunnen aanmaken.

Lademaker aan het werk in de geweerfabriek aan de Hembrug ©Herman de Ruijter

Die toestand duurde tot 1900, toen er in de Tweede Kamer der Staten-Generaal een vraag werd gesteld over de prijs waarvoor in de Italiaanse Staatsfabrieken het veel met het Nederlandse model overeenkomende geweer werd gemaakt.

Eén van de officieren, die tot de keuringscommissie te Steyr behoord had, was daar al tot de slotsom gekomen, dat de aanmaak van wapens in eigen beheer niet onmogelijk behoefde te zijn. Hij werd naar Italië gezonden. In het rapport over zijn onderzoek daar, stelde hij voor de al aanwezige werktuigelijke inrichting van de wapenfabriek uit te breiden. Daardoor zou het mogelijk zijn om zonder vergroting van de fabrieksruimte door eigen aanmaak tot in 1918 geleidelijk zoveel wapens te verkrijgen, als nodig zouden zijn om tijdig in de behoefte van de te verwachten legeruitbreiding te voorzien.

In twee stappen werd die uitbreiding van machines tot stand gebracht, waardoor men vanaf 1904 in staat was het gehele geweer van de grondstoffen af, in eigen fabriek aan te maken. Dat was geen kleinigheid, een geweer heeft 81 onderdelen. De kwaliteit van de Hembrug wapens bleek niet voor de Steyersche onder doen en de prijs ervan was behoorlijk lager.

Het grootste voordeel van het gaan aanmaken in eigen beheer was wel de ervaring van weloverwogen werken die hierdoor werd verkregen. Daardoor kreeg men de beschikking over zeer deskundig personeel. Dat zou in de toekomst efficiënter kunnen optreden als keurmeester tijdens het inkopen bij andere bedrijven. Ook de verworven kennis en routine zouden kunnen worden toegepast bij andere producten en werk op het eigen en aanverwante gebieden. Dit op dezelfde wijze als waar op de wapenfabricage wegberijdster is geweest voor vele andere takken van industrie.

De Geweerwinkel was dan wel van Delft naar de Hembrug verplaatst en daar uitgegroeid tot een volledige wapenfabriek. Het zou daar niet bij blijven. Delft verloor ook de Pyrotechnische werkplaatsen. Tot ver na de 1e wereldoorlog bleven de Artillerie-Inrichtingen nog gedeeltelijk in het historische stadje. Aan de Hembrug werkte men intussen verder. Men begon met het fabriceren van klewangs. Eerst voor het Indische en later voor het Nederlandse leger. In de mobilisatietijd zou ten volle blijken waartoe men door de verkregen oefening in staat was geworden. ©PDKAIH2017

Eindcontrole van de wapens ©Herman de Ruijter

Hembrug klewang model 1898 bestemd voor het KNIL

VREDESWERK IN EEN UITHOEK VAN ZAANDAM.

VREDESWERK IN EEN UITHOEK VAN ZAANDAM.

Het ligt zover uit de kom van onze gemeente, dat een vreemdeling soms niet kan begrijpen dat het stuk grond, dat reeds eeuwen onder de naam ,,De Hem” of ,,De Hemlanden” bekend was, tot Zaandams grondgebied behoort en dat de Zaankanter het eigenlijk maar als een aanhangsel van onze gemeente beschouwt. Een uithoek. Maar toch is het een oord waarover de historie niet ongemerkt is heen gegaan. Want reeds voor de tijd, waarin de aan de Zaan gelegen gemeenten ontstonden lag daar het oude dorp Saenden of Zaanden, dat van zo’n betekenis was, dat het een kerkgebouw bezat. In het jaar 1155 werd het door de West Friezen geheel verwoest. De naam van het dorp had daarna nog slechts historische betekenis. Maar de naam ,,Hem” is gebleven en toen in de zeventiger jaren van de negentiende eeuw over het toen gereed gekomen Noordzeekanaal een spoorbrug werd gebouwd, sprak men niet meer over de Hem of Hemlanden, maar had de Zaankanter het verder uitsluitend over de Hembrug, waarmee hij niet de brug zelf bedoelde, maar het grondgebied dat er omheen ligt.

En toen in het jaar 1895 door de regering aan de noordzijde van het Noordzeekanaal de Artillerie Inrichtingen werden gesticht, nam men voor het gemak ook maar in de collectieven de naam ,,Hembrug” op en sprak men van ,,Hij werkt aan de Hembrug” of ,,de Hembrug vlagt”. Dit terwijl er aan die brug geen arbeider te zien was en de vlag op de Artillerie Inrichtingen wapperde. Door de vestiging van de bedrijven van de Artillerie Inrichtingen werd het oude Hemland voor Zaandam van zeer grote betekenis. Dit was niet minder het geval toen achtereenvolgend de nieuwe monumentale Hembrug over het kanaal werd gebouwd, de grote zeehaven ten westen van die brug werd aangelegd en het miniatuurpontje door grote stoomponten werd vervangen. Door deze ponten kon het intensieve verkeer en de provincie beter opgevangen worden.

In oktober 1946 werd door verslaggevers van de Typhoon een bezoek gebracht aan de NV Nederlandsche Machinefabriek ,,Artillerie Inrichtingen”. Met grote welwillendheid liet de directie zien welke nuttige werkzaamheden er op dat moment voor de opbouw van het land werden verricht.

Vredeswerk in grote stijl.

 Reeds bij den aanvang van onzen rondgang door de werkplaatsen worden wij getroffen door de grootsche afmetingen der hoog opgetrokken gebouwen, waar in men, wanneer niet hier en daar een hindernis in den weg stond, gemakkelijk per fiets zou kunnen rondrijden. Onze eerste gedachte gaat heen naar die jaren, toen het moffenpak hier zijn entree maakteen vooral huiveren wij wanneer wij denken aan die nadagen van den Dolle Dinsdag, toen de ,,kulturhelden” door een helsche angst en vernielingswaanzin aangegrepen, hier de prachtige machines begonnen weg te rooven en wat ze niet meer mee konden nemen of wat niet van hun gading was met duivelsche wellust vernietigden.

leeggeroofd-1-4

De door de Duitsers leeggeroofde bedrijfshallen

En wanneer wij dan nog één der totaal leeggeroofde gebouwen in de achtergelaten, zij het opgeruimden, toestand binnentreden, dan bewonderen wij de groote energie van directie en arbeiders, die in ruim één jaar tijds al die andere gebouwen geheel of zoo goed als geheel, weer hebben omgetooverd in prachtig geoutilleerde fabrieken, waar de bloem van Nederlands vakmanschap gebogen staat over werkstukken die voor ons wonderen der techniek zijn. En wat bovenal weldadig aandoet, dat is het feit, dat de sfeer van den arbeid, behoudens enkele uitzonderingen, slechts vrede ademt. Zeker, er wordt nog oorlogstuig gerepareerd, er staan nog tanks op de terreinen, er worden nog andere werkzaamheden verricht, die bij god Mars thuishoren, maar verreweg wordt dat overtroffen door het werk des vredes, door den bouw van machine, werktuigen en onderdeelen, die nodig zijn voor den wederopbouw van ons vaderland.

 Als soldaten in het gelid.

 Want daar staan zij, de schitterende landbouwmachines, als soldaten in het gelid, de zaaimachines, de wiedmachines, de aardappelsorteerders en de landbouwwagens, die geleverd zijn aan de Wieringermeer, den Noord-Oost Polder en voor het Landbouwherstel Walcheren. Prachtige producten waarvan de ingenieuse constructie van den landbouwwagen bijzonder treft. Diens onderbouw b.v. is zóó geconstrueerd, dat al gaat de wagen over nog zulk ongelijk terrein, het wagenvlak toch steeds horizontaal blijft liggen. Op verschillende plaatsen in de fabriek zien wij onderdelen smeden of timmeren tot ze tenslotte door bekwame schilders tot de uiterlijke kleur en glans gegeven worden die het aanzien nog aantrekkelijker maken.

Landbouwwagen fabricage / landbouwmachines en kanonnen

Landbouwwagens / kunstmeststrooiers en kanonnen / fabricage landbouwwagens

Maar het is niet alleen de landbouw, die aan nieuwe werktuigen moet worden geholpen. Ook de Nederlansche industrie in al haar geledingen moet worden opgebouwd en uitgebreid en daarvoor zijn ook weer tal van de meest uiteenlopende machines en werktuigen voor nodig. En ook daarvoor zijn verschillende afdelingen in de Artillerie Inrichtingen in volle actie. Want in de daarvoor bestemde gebouwen worden gemaakt draaibanken, fraismachines, slijpmachines, schaafbanken, revolver draaibanken, boormachines, vlakplaatmeetgereedschappen, machineklemmen enz. enz. Met de thans beschikbare outillage wordt daadwerkelijk bij gedragen aan den opbouw der Nederlandsche industrie. De grootste fabrieken in ons land wenden al deze machines reeds in belangrijke mate aan. De zeer groote precissie van de machines, welke wordt verkregen door uitstekend vakmanschap, maakt ze evenwaardig aan de meest vooraanstaande buitenlandsche producten. Inderdaad in deze machinefabrieken ziet men vredes en opbouwwerk in grooten stijl.

 Precisie buiten normaal observatievermogen.

Meetklok

Meetklok

 

Ten behoeve van het fabriceeren van al deze producten beschikt de fabriek over een centrale meetafdeeling, die uniek is in de Nederlandsche industrie. Hier ziet men apparaten, bij het aanschouwen waarvan wij het gebied van ons normaal observatie-vermogen verlaten. Hier zien wij de precisie-instrumenten, waarvan de meetklokken afwijkingen op machine-onderdeelen aangeven tot op een tienduizendste deel van een millimeter. Een voorbeeld. Onder één dezer instrumenten staat een klein blokje staal. Wij leggen onze hand erop en de meetklok geeft oogenblikkelijk aan, dat het staalblokje tengevolge van de warmte onzer hand een drieduizendste millimeter is uitgezet. Het is op deze manier, dat men op elk onderdeel de minimaalste afwijkingen kan constateeren. Ook kan men die niet met het oog waarneembare afwijkingen, op ontstellende afmetingen vergroot, op verlichte glasplaten afgebeeld zien. Het zijn alle vindingen van den menschelijken geest, waarop de toeschouwer in diepe bewondering neer ziet.

De harpoenkanonnen voor den walvischvaarder.

 Wij zijn er nog niet, o neen, nog lang niet. Want nog steeds wandelen wij verder, het eene gebouw uit en het andere in. En nu komen wij weer in de militaire afdeeling, waar draagbare wapenen en geschut worden gereviseerd (nieuwe worden hier thans niet gemaakt, daar de regeering die van het buitenland koopt). En hier zien wij de kleine kanonnen die bestemd zijn voor den grooten walvischvaarder, die thans in het IJ ligt te wachten op het sein van vertrek naar de Zuidpool.

willembarendsz1-nv-nederlandse-maatschappij-voor-de-walvisvaart

Willem Barendsz 1 ©NV Nederlandse maatschappij voor de walvisvaart

En een oogenblik denken wij terug aan den tijd van ,,den man onder den beer”,den bekenden Zaandamschen Walvischvaarder, die leefde in het glorietijdperk van de Zaansche Groenlandsvaart, den tijd waarin met gebrekkige hulpmiddelen de jacht op de walvisch werd beoefend, ten koste van vele menschenlevens en schepen.

bankschroefEn steeds maar weer wandelen wij door nieuwe afdelingen. Daar is de eigen gieterij, die van groote capaciteit is en die gietstukken vervaardigt voor de eerder genoemde producten. Ook bijzonder gietwerk wordt gemaakt, b.v. van lichtmetaal en brons. Hier worden ook gietstukken gemaakt voor de bankschroeven fabricage, waarvan er wekelijks 300 de fabriek verlaten met bestemming naar de Nederlandsche werkplaatsen. Wij gaan door naar het laboratorium. Dat noodzakelijk is voor de juiste materiaalkeuze en dat eveneens door grootte en outillage eenig in ons land is, terwijl het nog steeds wordt geperfectioneerd. En tenslotte is er een afzonderlijke school voor vakopleiding, waar volgens het Leerlingstelsel wordt gewerkt en waar jeugdige arbeiders met diploma ambachtsschool, in twee jarigen cursus, voor het bedrijf worden opgeleid.

Zoo zijn wij dan aan het einde van onzen rondgang gekomen en verlaten de fabrieken onder den indruk van het machtige industrieele apparaat, dat wij hier hebben mogen aanschouwen. Ja, wij praten over den opbouw van ons land en wij critiseeren zelfs, dat het niet snel genoeg gaat. Maar wie eens in den gelegenheid wordt gesteld om met dien opbouw kennis te maken, die zegt ,,Hoed af!,, Zoo is het ook bij de A.I.!                                                                                               ©PDKAIH2017. Bron: Dagblad de Typhoon 1946.

HEMBRUG VERSLAGEN NIET VERSLETEN.

HEMBRUG VERSLAGEN NIET VERSLETEN.
De aloude Pampus hit in een nieuw jasje. Dit gedicht werd als poster door de hele Zaanstreek verspreid als protest tegen de sloop van de grootste draaibrug van Europa. Project Aalscholver is bedoeld als hommage aan de teksten van schipper-dichter Dirk Versteeg. In 1984 werd “Hembrug” voor het eerst live gespeeld door de Zaanse band Pampus. In 2016 opnieuw opgenomen door Klaas Versteeg en hier samen gezongen met Gerrit de Vries.

DE PERS BEZOEKT IN 1948 DE ARTILLERIE INRICHTINGEN.

DE PERS OP BEZOEK.

In 1948 bezocht het Dagblad voor de Zaanstreek ,,De Typhoon” de ,,Artillerie Inrichtingen” Op zaterdag 2 oktober 1948 verscheen het volgende artikel in de krant.

De ,, Artillerie-Inrichtingen” uit de lucht gezien. De bomengroepen in het midden hadden betekenis, toen de fabriek nog oorlogsindustrie was. Mocht er al eens een explosie geschieden in de springstofafdelingen (kleine huisjes) dan remden de bomen de luchtdruk en rondvliegende brokken. Gelukkig zijn er nooit ernstige ongelukken gebeurd. (is onjuist PDKAIH) Het fabriekscomplex is aangesloten aan de spoorwegen.

De ,, Artillerie-Inrichtingen” uit de lucht gezien. De bomengroepen in het midden hadden betekenis, toen de fabriek nog oorlogsindustrie was. Mocht er al eens een explosie geschieden in de springstofafdelingen (kleine huisjes) dan remden de bomen de luchtdruk en rondvliegende brokken. Gelukkig zijn er nooit ernstige ongelukken gebeurd. (is onjuist PDKAIH). Het fabriekscomplex is aangesloten aan de spoorwegen.

,,ARTILLERIE-INRICHTINGEN” BIJ DE HEMBRUG.

De ,, Artillerie-Inrichtingen” uit de lucht gezien. De bomengroepen in het midden hadden betekenis, toen de fabriek nog oorlogsindustrie was. Mocht er al eens een explosie geschieden in de springstofafdelingen (kleine huisjes) dan remden de bomen de luchtdruk en rondvliegende brokken. Gelukkig zijn er nooit ernstige ongelukken gebeurd. (is onjuist PDKAIH) Het fabriekscomplex is aangesloten aan de spoorwegen.

VROEGER KANONNEN, NU BOERENHOOIHARKEN.

Op de Zaandamse driehoek, begrensd door Provinciale weg, Noordzeekanaal en Voorzaan, resideert de industrie, die onder de naam ,,Artillerie-Inrichtingen”grote vermaardheid heeft. Naar dat grote complex togen vroeger op gezette tijden ministers en opperofficieren, kragen met dubbele gouden biezen en 4 sterren waren voor de oorlog op de pont bij de Hembrug geen ongewoon verschijnsel.Thans dienen zich bij de portier op de Hemkade andere bezoekers aan: de voorzitter van de Boerenbond in Diemerbrug, personeel van de Landbouwhogeshool, de secretares van de Hollandse Maatschappij van Landbouw te Broek in Waterland, ingenieurs uit de Noord-Oostpolder. Waarlijk er is de laatste tijd veel gewijzigd daar bij de Hembrug.

In de gehele Zaanstreek is geen bedrijf te vinden dat in acht jaar zo’n radicale hervorming heeft ondergaan als juist de ,,Artillerie-Inrichtingen”. Vroeger wapenindustrie, dat het leger voorzag van munitie, geweren, zadels, kanonnen (om zo te zeggen de Krupp-fabriek van Holland), is het enorme bedrijf thans volledig overgestapt naar vredesproductie: boerenmachines en gereedschappen voor metaalbewerking. Zo ergens dan is hier, naar het word uit de Bijbel, het zwaard omgesmeed tot ploegijzer. Of dit zo zal blijven is een tweede.

MEI 1945: ALLES LEEGGEROOFD.

Het staatsbedrijf ,,Artillerie-Inrichtingen draaide kort voor de oorlog om helaas begrijpelijke redenen op volle toeren. Er werkten 7000 man. Een gigantisch leger. In de patroonfabriek en vuurwerkerij ging alles aan de lopende band. Groot was de productie van hulzen, kogels en andere munitie. Een apart onderdeel was de wapenfabriek, waar geschut werd vervaardigd. Bij de Hembrug maakte men alles voor het leger, van een eenvoudig geweer af tot de meest moderne artillerie, zoals luchtdoelgeschut. Alleen kanonnen voor marine en kustverdediging betrok de generale staf uit het buitenland.
Toen kwam Mei 1940. Vijf dagen oorlog, capitulatie, bezetting…… Bij de Hembrug lag het enorme Staatsbedrijf. En volgens de internationale reglementen kunnen zulke instellingen worden beschouwd als oorlogsbuit. Het zou ons te vervoeren uit een te zetten hoe alles in zijn werk is gegaan. Volstaan wij met te schrijven : het is gelukt! Het Staatsbedrijf werd omgezet in een N.V. met particulier karakter, waar de Duitsers met hun handen vanaf moesten blijven. Dumme Höllander ………….. In dit verband mag met ere worden genoemd de naam van Ir. Den Hollander uit Wassenaar ( de tegenwoordige president-directeur van de Ned. Spoorwegen ), die in de oorlogsjaren als leider van het grote bedrijf bij de Hembrug, vaak op het gevaar af gearresteerd te worden, de Nederlandse belangen op voortreffelijke wijze heeft gediend. Hij was het ook, die als parool uitgaf: ,, Zo weinig mogelijk werken voor de bezetter, dus iets anders doen “ En met een kern van bekwame vaklieden schakelde men over op wat sindsdien de aard van het bedrijf is gebleven: de productie van machines en werktuigen. Het doel werd bereikt: de kern van vaklieden kon men aan het werk houden ( ongeveer 1700 ) en de Duitsers hadden weinig vat op de fabriek. In al die oorlogsjaren is er ook slechts één bom gevallen, waarschijnlijk nog bij vergissing ( September 1940 ).

AMBTENAAR AF.

Vroeger waren de vaste arbeiders en kantoormensen bij ,, Artillerie-Inrichtingen “ ambtenaren. Immers het betrof hier een Staatsbedrijf. Daarin is, door omzetting in een N.V. , verandering gekomen. Het wachten is thans op een nieuwe sociale regeling. In ontwerp is deze gereed. Onze volksvertegenwoordiging moet zich er spoedig over uitspreken. Onnodig te zeggen dat iedereen, die bij de Hembrug werkt, hoopt dat de voorzieningen ( pensioenen enz. ) gunstig zullen zijn.

BESTAAT AL 269 JAAR.

Wat maar weinigen weten: de N.V. Nederlandse Machinefabriek ,, Artillerie-Inrichtingen “, Hembrug, Zaandam is een eeuwenoud bedrijf. De fabriek werd in de tijd van de Zeven Provinciën gesticht in Delft. Om precies te zijn in 1679. Het bedrijf werd in 1897 overgeplaatst naar de Hembrug, waar het hoofdgebouw in 1898 (vijftig jaar geleden dus) gereed kwam. Vanouds was het een oorlogsindustrie. In het begin van de oorlog werd het omgezet in een N.V., zij het dat de staat enige aandeelhouder werd. Er werken thans 1800 personen van wie ongeveer 450 in de Zaanstreek wonen. Directie: IR. F.G. Jungeling, Amsterdam en Mr J.J. Sprenger van Eyk, Baarn ; adjunct-directeur Ir. W.T. Hilarius, Amsterdam. De fabriek vervaardigd gereedschapswerktuigen ( fraisbanken, draaibanken, schaafbanken, boormachines, slijpmachines, in het algemeen dus precisiegereedschappen ) en landbouwwerktuigen ( zaaimachines, kunstmeststrooiers, wiedmachines, aardappelsorteerders, hooiharken, en boerenwagens op luchtbanden ).

NAAR DE HEIMAT.

Wat velen niet weten is, dat na Dolle Dinsdag de Duitsers als sprinkhanen op ,, Artillerie-Inrichtingen” zijn neergestreken. Letterlijk alles verdween. Zij presten het personeel te helpen bij de opruiming. Het liep als één man weg. Omwonenden hebben in die wilde dagen ’s nachts de archieven en personeelslijsten verdonkeremaand, zodat de rovers niemand konden achterhalen. De bezetters hebben toen via de arbeidsbureaux onvrijwillige verhuizers gerecruteerd. Hoe het ook zij, alle werktuigen en de volledige inventaris sleepten ze weg. Enorme kranen sleurden kostbare machines met fundering en al uit de vloeren. Plaatsen van bestemming: Tegel ( bij Berlijn ) en Dusseldorf. Gestolen goed gedijt niet, dat bleek ook daar. De fabrieken met Hembrugmachines werden verschrikkelijk gebombardeerd. Er bleef van de Hollandse eigendommen niet veel over. De aanblik, die ,, Artillerie-Inrichtingen “bij de bevrijding bood maakte een ieder, die het grote bedrijf had gekend, stil.
Ook in de ondergang van zo’n nationale industrie kan een tragedie schuilen. De gebouwen en magazijnen waren volledig léég. Er stond niets meer. Letterlijk geen schroef was er te vinden. en kracht Er was evenmin licht, want zelfs de transformatoren waren verwijderd. Wilde men het bedrijf zijn oude glorie teruggeven, zij het dan voor vredesproductie, dan moest alles opnieuw worden ingericht. Daarmee waren miljoenen gemoeid. En hoelang zou het niet duren voor in een totaal ontredderd Europa machines en grondstoffen zouden arriveren…..? Een vraag die overbodig bleek. Ir. Den Hollander en zijn staf hadden niet stil gezeten. Via hun verbindingen hadden zij al tijdens de oorlog al alles met de regering in Londen geregeld. Enorme bestellingen hadden zij gedaan. En zie: betrekkelijk vlug na de bevrijding kwamen via het Inkoopbureau te Londen nieuwe machines!

PRECISIEWERK.

Nu heerst er in de werkplaatsen op het uitgestrekte fabrieksterrein grote bedrijvigheid. We hebben ze zien staan de mannen in overall achter hun draaibanken en machines. Werkers, die hun mooie vak tot in de perfectie verstaan, want zo ergens dan komt het bij de vervaardiging van precisiegereedschappen op duizenden van millimeters aan! Vandaar ook dat er een speciale controleafdeling is, die, onafhankelijk van de fabrieksleiding, alle werkstukken zeer kritisch keurt. Slijpmachines en draaibanken, tegenwoordig technisch bijna volmaakte werktuigen, moeten tot op 2 a 3/1000e millimeter zuiver zijn. Vraag niet wat dat betekent! Men heeft bij ,, Artillerie-Inrichtingen “, zoals in zovele goed georganiseerde bedrijven, productietijden ingesteld ( van vier weken ). In zo’n periode worden bijv. in serie vervaardigd 50 boormachines, 15 draaibanken, 5 slijpmachines, 15 schaafbanken, 10 fraismachines enz. Het maken van zo’n draaibank, om één werktuig te noemen, is een zeer omvangrijk karwei, waar honderden bij betrokken zijn. Voordat uit ruw staal zo’n wonder van techniek is ontstaan, moeten er honderd en één handelingen worden verricht: de bewerkingen van het staal, het model maken, vormen, gieten, ruw afslijpen, aftekenen, schaven, fraisen, draaien, schuren, slijpen, monteren, lakken. Wij hebben dit proces, te technisch om in dit bestek te beschrijven, gevolgd en er diepe bewondering voor gekregen. Er komt veel vakbekwaamheid kijken bij die metaal bewerking! Worden vaklieden door de fabriek zelf opgeleid? Hebben we onze leidsman gevraagd.

We hebben een eigen leerschool, waar de jongens, die van de ambachtsschool komen, een tweejarige betaalde opleiding krijgen, theoretisch zowel als praktisch. Wie de school heeft doorlopen kan gerust zeggen: ,, ik kan wat “. In die school worden trouwens ook tekenaars en opzicht voerend personeel gevormd.

RADIO VOOR DE GEZELLIGHEID.

Er zit in de fabriek bij de Hembrug ook letterlijk ,, muziek “. In welke afdeling we ook kwamen, of het nu was bij de draaiers, de fraisers, de slijpers of de monteurs, overal speelde de radio. In de hallen zijn namelijk overal luidsprekers aangebracht, die verbonden zijn met de ,, studio “. En zo klinkt boven het fabrieksrumoer uit het schone lied: ,, Zit ik op mijn duivenplatje “of een Weense wals van Strausz.

HOUTEN AFFUITEN.

Hoe zal de oorlogsindustrie van ,, Artillerie-1700 hebben uitgezien? Interessante vraag. Natuurlijk werden er geen pijl en bogen en knotsen aan de lopende band gefabriceerd. Die wapenen Inrichtingen “ er omstreeks waren uit de tijd. De ontwikkeling van de wapentechniek was echter ( gelukkig ) nog niet ver gevorderd. De kanonnen bijv. hadden houten affuiten en alles was uiteraard handwerk.

DE ECONOMISCHE BETEKENIS VAN „ARTILLERIE-INRICHTINGEN”.

De economische betekenis van ,, Artillerie-Inrichtingen “ in nieuwe gedaante is groot. Vroeger moest Nederland vrijwel alle Landbouwmachines uit het buitenland betrekken. Er bestond geen enkele fabriek in eigen land. Hetzelfde gold voor gereedschapswerktuigen. Al die kostbare en toch onmisbare machines moesten we kopen in Duitsland, Engeland, Amerika. Nu zijn we zover, dat de binnenlandse markt van de meeste werktuigen zelf kunnen voorzien. Dit bespaart miljoenen deviezen, ook al moeten alle non-ferro metalen ( koper, alluminium enz. ) uiteraard worden ingevoerd. Staal en gewalste platen betrekt de fabriek van de Hoogovens en andere Nederlandse industrieën. Over de bedrijfsresultaten is men tevreden. De productie is stationair. Wellicht zal de fabriek in de toekomst weer één en ander voor defensiedoeleinden gaan doen, voorlopig echter blijven de voornaamste klant: de Nederlandse industrie en de boeren op het land!
©Foto en verhaal Dagblad voor de Zaanstreek ,, De Typhoon “

MET NUMMER 13 NAAR DE ,, FAR WEST ”.

MET NUMMER 13 NAAR DE ,, FAR WEST ”.

Op 14 september 1932 meldde de krant een belangrijke verbetering voor de bewoners van het  ,, Verre Westen ” der hoofdstad, Hembrug en omgeving. Er zou (voor alsnog als proef) per 6 oktober 1932 een gemeentelijke autobus gaan rijden vanaf de westelijke uitgang van het Centraal station naar de Hembrug. Met deze verbinding werden de nieuwe houthaven, de etablissementen Minervahaven, de Superfosfaatfabriek, de nazorginrichting, Westeroord”, de etablissementen Coenhaven, de Westerbegraafplaats, het etablissement Petroleumhaven, de Artillerie Inrichtingen aan de Hembrug en de Fordfabrieken (deze laatste zou binnenkort in bedrijf worden gesteld) beter bereikbaar.
De nieuwe lijn was niet ingericht voor massaal vervoer, hij was bestemd voor personen die in de loop van de dag de aan of in de nabijheid van de route gelegen industriële inrichtingen moesten bezoeken. De eerste bus vertrok om 08.05 uur ’s ochtends van het Stationsplein en om 08.25 uur vanaf de Fordfabrieken, de laatste bus vertrok ’s avonds om 05.46 uur van het Centraal Station en om 05.25 uur vanaf de Fordfabrieken naar de garage. Om de drie kwartier vertrok er dus van de standplaats een bus. De Route die werd gevolgd ging vanaf de westzijde van het Stationsplein naar het westelijke viaduct, De Ruyterkade,  Westerdoksdijk, Willem Barentzstraat, van Diemenstraat, brug Houtmanskade Tasmanstraat, Spaarndammerdijk en dan onder de Hembrug door naar de Fordfabrieken aan de Hemweg waar de eindhalte is. De enige bus die het traject berijdt heeft nummer 13. Het is een oud type bus die vroeger op lijn M, naar Zunderdorp reed en plaats biedt aan 12 personen. Voorlopig blijft dit miniatuurbusje rijden, maar wanneer er voldoende belangstelling voor is zullen grotere bussen worden ingezet en wordt het eindpunt teruggenomen tot de steiger van het Hembrugveer op het Hembrugplein. Het tarief bedroeg 11 cent per rit. Er werden geen overstapkaartjes uitgegeven en ook gaven overstapkaartjes geen recht op vervoer met deze buslijn. De dienst werd van maandag t/m vrijdag onderhouden. De duur van een rit bedroeg twintig minuten. Voor het in en uitlaten van passagiers werd op verzoek tijdig gestopt. Op de bussen zou een bord komen met het opschrift Hembrug – Centr. Station. Dat deze tekst iets is aangepast is op onderstaande foto te zien.

Bus13

Bus nr. 13

Het busje naar de naar de Hembrug was kennelijk een groot succes want op 21 oktober meldde de krant dat het busje werd vervangen door een groter exemplaar en dat het eindpunt verplaats zou worden van de Fordfabrieken naar het de steiger van het Hembrugveer aan het Hembrugplein. Ook werd de dienstregeling aangepast en ging de bus ook op zaterdagmorgen (tot 14.00 uur) rijden. Afschriften van de dienstregeling waren verkrijgbaar in het tramhuis nabij het Centraal Station. 

In de Telegraaf in die tijd stond het navolgende verhaal:

MET NUMMER 13 NAAR DE HEMBRUG.

Het nieuwe busje van de gemeentetram.
Gebieden, waar men weinig komt

Het kleine gemeentelijke autobusje, dat sinds vandaag een nieuwe dienst onderhoudt op de Hembrug, is genummerd: dertien, maar de rit. Welke wij er mee maakten, liep goed af. Vroeger reed deze klein-model bus, met twaalf zitplaatsen, op Zunderdorp en andere dorpen over het IJ. Maar deze lijn M overleed wegens gebrek aan belangstelling. Thans doet het busje weer dienst.  Veel passagiers waren er niet, maar het kan zijn, dat er te weinig plaats is als in de namiddag de fabrieken uitgaan. Dan zou het wel eens nodig kunnen zijn, een grotere bus te laten rijden, in het belang van het Fordfabriekspersoneel. Hoe het zij, het was een aardig ritje van twintig minuten door straten en langs havens, waar men anders weinig of nooit komt. Eerst reden wij langs het IJ en over de Westerdoksdijk, waarvan de bestrating beter geschikt is voor vrachtauto’s dan voor personenwagens. Maar aan alles komt een eind en in de Van Diemen en Tasmanstraat is het beter. Zo gaat de rit door een deel van de ontdekkers buurt, waarvan een ander deel helemaal in West ligt, waar ook straten naar ontdekkers genoemd zijn. Tasman en Cook zijn ver van elkaar. Langs de loodsen der Houthavens rijdt vervolgens het busje, om dan bij den Hemweg rechtsaf te slaan. Dan zien de passagiers gedeelten van Amsterdam in grote verscheidenheid: het woonwagenkamp, dat verdwijnen gaat en de nieuwe vlothaven aan den ene kant en aan de overzijde de nog in drogen toestand zijnde uitbreiding der Coenhaven. Even een blik op de lossende houtschepen en de opgelegde boten bij de Coenhaven, het bunkerstation en ten slotte de tanks van de petroleumhaven, als witte paddenstoelen. De vroegere Westerbegraafplaats wordt gepasseerd en dan gaat de rit tussen de aardappelvelden van landbouwend Amsterdam door. Bij het naderen van het eindpunt kunnen weetgierige passagiers de nieuwe Hembrug steigers met pont zien, en den doodlopende weg naar het oude veer. Maar nummer dertien snort door. Wij gaan onder de Hembrug door langs den pijler, die vroeger in het droge stond en thans wordt versterkt en uitgegraven, want bij de verbreding van het Noordzeekanaal komt deze in het water te staan. De werkzaamheden rondom den pijler schieten goed op. Ten slotte hobbelen we over een landweggetje en tegelijk met het eindpuntbordje wordt het machtige silhouet van de Fordfabriek met waterreservoir op het dak en talloze pijpen zichtbaar.  Eindpunt, zegt de bestuurder, die na een kort oponthoud terugrijdt, want hij onderhoudt in zijn eentje de dienst. Halten zijn er onderweg niet: maar het busje stopt, als men wil. Ook kan men er geen overstapjes op krijgen. De bus heeft geen letter, maar alleen het opschrift: Hembrug—Centraal Station. In hoeverre de nieuwe lijn in de behoefte voorziet, zal moeten blijken. Komen er grotere bussen, dan zal het draaipunt bij de pontsteigers van de Hembrug komen, bij de Fordfabriek is dit nu niet mogelijk. De dienstregeling is enigszins veranderd. Daarom publiceren wij haar nog eens: Vertrek van Stationsplein: 5.05, 5.50, 9.35. 10.20. 11.05, 11.50, 12.35, 13.20, 14.05, 14.50. 15.35. 16.20, 17.05, 17.46 naar garage. Vertrek van Hembrug: 5.25, 9.10. 9.55. 10.40, 11.25, 12.10, 12.55, 13.40. 14.25. 15.10. 15.55, 16.40, 17.25. naar garage. Bron de Telegraaf 1932, ©PDKAIH2015