WAAROM DE ARTILLERIE INRICHTINGEN FIETSEN GINGEN MAKEN / HERSTELLEN

WAAROM DE ARTILLERIE INRICHTINGEN FIETSEN GINGEN MAKEN / HERSTELLEN

Ruim een eeuw geleden werd besloten het kavaleriepaard dat eeuwen lang de trouwe kameraad van soldaten en daarvoor zelfs van krijgers en ridders was geweest niet meer van deze tijd was, en daarom moest worden vervangen door de legerfiets, toen nog vélocipède genaamd.

Opgezadeld voorpaard voor Artilleriespan

De voordelen van dit besluit zouden er legio zijn:

1 .Door het gebruik van fietsen worden er geen paarden aan de landbouw onttrokken.
2. Er hoeven geen koetsiers meer ingehuurd te worden.
3. Bij een eventuele brand loopt de fiets niet zoals een paard de vlammenzee in.
4. Bij het verplaatsen van kavalerie en rijdende artillerie is minder ruimte in de spoortreinen nodig.
5. Bij aanvallen op carrés (legeropstelling) kan de fiets eventueel van een stormram worden voorzien.
6. Bij oproer in steden gaat er geen tijd verloren als gevolg van het opzadelen.
7. Een fiets is van voren erg smal en heeft dus weinig trefkans bij schermutselingen.
8. De veterinaire dienst kon afgeschaft worden door het vervallen van kwade droes, kolieken, overkooting, kreupelheid en dergelijke.
9. De besparing aan kosten voor hoefijzers en sporen zal er toe leiden dat in minder dan twee eeuwen onze landsdefensie geheel op orde is.

Of dit laatste waar is zal de toekomst leren, feit is wel dat de wielrijders inmiddels al weer uit het zicht verdwenen zijn en vervangen door allerlei futuristische zaken.

Als gevolg van dit besluit werd in 1913 het korps wielrijders opgericht. Kort na hierna werden de constructiewerkplaatsen in Delft uitgebreid met een rijwielherstelwerkplaats. Omdat de fietsen overal vandaan kwamen (veelal gevorderd) was er een groot gebrek aan onderdelen want er was werkelijk geen één fiets gelijk aan een ander. Omstreeks 1915 kwam daarin verandering en begon men fietsen uit aangekochte en zelf vervaardigde onderdelen samen te stellen en ontstond er meer eenheid in de fietsen van het korps wielrijders.

Tekening van een legerrijwiel 1915

Ook voor het K.N.I.L. werden er fietsen geleverd. Tot c.a. 1932 werden deze door het ministerie van Koloniën aangeschaft bij het Groningse rijwielbedrijf A. Fongers. Maar ongeveer halverwege de jaren 30 stapte men over op door de Artillerie Inrichtingen gemonteerde exemplaren. Deze waren aanmerkelijk goedkoper. Het normale met twee versnellingen uitgeruste Fongers rijwiel koste in 1931, Hfl. 149,41 per stuk. Het standaard legerrijwiel dat door de Artillerie Inrichtingen geleverd werd was gemaakt van dikker materiaal dan een civiel exemplaar. Voor het K.N.I.L. waren zij voorzien van een dof grijsgroene kleur en op het balhoofd bevonden zich een rode en daaronder een blauwe band van elk 10 cm hoog.

Door de AI vervaardigd rijwiel voor het KNIL ca. 1930

Verder waren zij samengesteld uit B.S.A. onderdelen en voorzien van een dubbele torpedonaaf voorzien van twee versnellingen. In het voorwiel bevond zich een naaf rem die d.m.v. een handel op het stuur bediend kon worden, Voor het achterwiel was het voorzien van een terugtraprem. Het voorwiel was voorzien van 32 spaken nr.14 en het achterwiel had voor de stevigheid en grotere belasting 40 van deze spaken. Verder was het rijwiel voorzien van een bagagedrager, fietspomp en een bel. De framehoogtes die geleverd konden worden waren 56 en 58 centimeter en op verzoek kon men ook 60 cm hoge exemplaren bestellen. De prijs die voor een dergelijk rijwiel betaald moest worden was in 1938 hfl. 80,00 .

Rijwielherstelwerkplaats te Delft ca. 1915

Vanaf 1895 moesten de werkplaatsen o.a. al gevolg van andere inzichten en ruimte gebrek in de steeds meer bebouwde van Leeuwenhoeksingel en Delftse Houttuinen de stad verlaten. In 1924 werd besloten de Constructiewerkplaatsen op te heffen en de laatste werkzaamheden ook naar het Hembrugterrein te verplaatsen. In 1926 was de verhuizing voltooid. De rijwielherstelwerkplaats bevond zich toe al bijna vier jaar aan de Hembrug. Hun verhuizing had al op 31 december 1922 plaatsgevonden. ©PDKAIH2017

Zie ook Op de fiets naar de constructiewerkplaatsen Delft

 

Advertenties

ARTILLERIE INRICHTINGEN MAAKTEN VLIEGTUIGPROPELLERS.

In de periode 1915 – 1930 maakte de Artillerie Inrichtingen in licentie houten vliegtuigpropellers. Zij waren o.a. bestemd voor de Farman lestoestellen van de op 1 juli 1913 opgerichte LVA. Dit was de Luchtvaartafdeeling van de Koninklijke Landmacht en voorloper van de latere Nederlandse Koninklijke Luchtmacht. De LVA die in het begin alleen vloog met een gehuurde tweedekker genaamd ‘’De Brik” en over 4 in het buitenland opgeleide piloten beschikte, begonnen in 1915 met het opleiden van vrijwilligers tot militair vliegers. Eerst alleen officieren en vanaf 1916 ook lagere rangen. Aan die vrijwilligers was geen gebrek want uit alle wapen en dienstvakken melden zij zich aan om te worden opgeleid tot vlieger of waarnemer.

De Brik in Soesterberg 1913

Waar wel een grote behoefte aan was waren gevechtsvliegtuigen. De omliggende landen hadden er genoeg maar omdat de eerste wereldoorlog in volle hevigheid woedde was de toevoer van oorlogsbenodigdheden afgesneden. Maar diezelfde oorlog kwam de LVA onverwachts te hulp want de vliegtuigen van de om ons heen oorlogvoerende landen hadden nog al eens te kampen met gevechtsschade, motorstoringen, brandstofgebrek, navigatieproblemen enz. En werden daardoor gedwongen te landen op Nederlands grondgebied. De noodlandingen vonden in geheel Nederland plaats maar in Cadzand landen er wel heel vaak toestellen en die plek kreeg dan ook al snel de naam vliegtuigfabriek van Nederland.

De gelande en gecrashte toestellen werden onmiddellijk in beslag genomen, de bemanning geïnterneerd  en de toestellen gedemonteerd en overgebracht naar Soesterberg de thuisbasis van de LVA. Waar mogelijk werden deze toestellen opgeknapt en als ze te zwaar beschadigd waren werden ze ontdaan van alle nog bruikbare onderdelen. Een deel van de vliegtuigen werd gekocht en betaald en na afloop van de oorlog weer terug gegeven aan de betreffende landen. Dit was overigens niet alleen het geval met vliegtuigen maar ook schepen die in onze territoriale wateren terecht kwamen ondergingen hetzelfde lot. En zo groeide de hoeveelheid vliegtuigen van de LVA met een grote verscheidenheid aan vliegtuigen met ook nog eens verschillende motoren.

Het eerste Farman lestoestel van de LVA.

En ook voor deze toestellen en motoren maakte de Artillerie inrichtingen propellers, soms in de hoeveelheid van slechts één exemplaar. De propellers werden vervaardigd door verschillende lagen hardhout op elkaar te verlijmen en daar na in de gewenste vormen te zagen, schaven, raspen, vijlen en schuren. Was de gewenste vorm eenmaal bereikt dan werden zij voorzien van de bevestigingsgaten, gelakt / geschilderd en eventueel nog voorzien van een messing versteviging op de uiteinden van de bladen.

Het vervaardigen van een propeller bij de Hembrug.

Daarna werden de maten van de bevestiging, het jaartal van aanmaak, type van vliegtuig en motor en het Hembruglogo in de propeller gebrand. Deze laatste bewerking gebeurde in tegenstelling tot de andere bewerkingen niet altijd even zorgvuldig en daarom is het vandaag de dag niet altijd even duidelijk voor welk type motor/vliegtuig zij waren bestemd en ook het logo met jaartal was vaak onduidelijk.

Voorbeelden van het fabrieksstempel van de Hembrug

Hoeveel verschillende modellen en in welke hoeveelheden ze zijn gemaakt is helaas (nog) niet bekend. Heel grote aantallen zullen het niet geweest zijn want in 1914 bestond de Nederlandse luchtvloot uit 8 vliegtuigen en had de marine 1 Farman landtoestel. In de eerste drie oorlogsjaren kwamen er 17 in beslag genomen buitenlandse vliegtuigen bij en in de laatse twee jaar 48. Het waren 58% Duitse, 34% Engelse en 8% Franse toestellen. De Marine kreeg er in die periode 17 in beslag genomen watervliegtuigen bij waarvan 71% uit Duitse en 29% uit Engelse toestellen bestond. De totale vloot bestond na het aflopen van de 1e wereldoorlog dus uit 91 toestellen. Van de vijf onderstaande propellers is het inmiddels wel bekend voor welke soort motoren en vliegtuigen zij gemaakt zijn.

 

AEG C.IV – 160PK Benz

AEG C.IV

 

 

 

 

 

 

 

Tweebladige propeller met Stempel Hembrug 1918, MODEL AE, 160PK, BENZ SPOED 190, D266, messing beklede tips, lengte 2660 mm.

Bemanning: 2.
Lengte: 7,15 mtr.
Spanwijdte: 13,46 mtr.
Hoogte:3,35 mtr.
Vleugeloppervlak:39 m²
Leeg gewicht: 800 kg.
Max gewicht: 1120 kg.
Motor: 1 Mercedes D.III 6 cilinder, watergekoelde, inline pistonmotor van 160 PK.
Maximum snelheid: 158 km/u.
Bereik:450 km.
Klimsnelheid:2,78 mtr p/s.
Tijd tot 1000 mtr hoogte 6 minuten.
Plafond: 5000 m.
Vliegduur: 4 uur.
Bewapening: 1 voorwaarts vurende Spandau LMG 08/15 mitrailleur en 1 draaibaar opgestelde Parabellum MG14 mitrailleur, die werd bediend door de waarnemer.

bommenlast: maximaal 100 kg.

 

Farman HF.20 – 80HP Gnome

Farman HF.20 – 80HP Gnome

 

 

 

 

 

 

 

 

Twee bladige propeller, stempel Hembrug 1915, MODEL G, lengte 2500mm.

Bemanning: 2.
Lengte: 8,3 mtr.
Spanwijdte:14 mtr.
Hoogte:3,2 mtr.
Leeg gewicht: 360 kg.
Max. gewicht: 660 kg.
Motor: Gnome en Rhône stermotor 80 pk.
Maximum snelheid: 110 km/u.
Bereik:250 km.
Bewapening: 1 Lewis Mitrailleur.

 

Fokker D.VII – 160PK Mercedes

Fokker D.VII – 160 pk Mercedes

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Tweebladige propeller, Stempel Hembrug 1918, MODEL AF,160PK, MERCEDES, D276, messing beklede tips lengte 2760mm.

 

 

 

 

 

 

Bemanning: 1.
Lengte:6,95 mtr.
Hoogte: 2,75 mtr.
Spanwijdte: 8,90 mtr.
Vleugeloppervlakte: 20,02 m².
Gewicht leeg: 698 kg.
Startgewicht: 850kg.
Gewicht max.: 878 kg.
Snelheid: 190 km/u.
Motor: prototype V.II Mercedes DIII, 160 PK.
Bewapening: 2 gesynchroniseerde 7,92 Spandau mitrailleurs.

 

Nieuport 11 – 80PK LeRhone

Nieuport 11 80 PK LeRhone met volledige bewapening.

 

 

 

 

 

 

 

 

Tweebladige propeller stempel Hembrug 1917, Model M, 80PK, NIEUPORT, bewerkte tips lengte 2450 mm.

 

 

 

 

 

 

Bemanning: 1.
Spanwijdte: 7,55 m.
Lengte: 5,80 m.
Hoogte: 2,45 m.
Leeggewicht: 350 kg.
Startgewicht: normaal 480 kg.
Maximumsnelheid: 157 km/u.
Motor: Le Rhône 9C, 80 pk.
Bewapening: 1 Lewis machinegeweer, en soms ook 8 kleine Le Prieur raketten (voor luchtdoelen op max 120mtr afstand (niet geschikt voor zeppelins)).

 

DFW CV – Aviatik, 224 PK Benz

DFW CV

 

 

 

 

 

 

 

 

Enkel propellerblad met naaf stempel Hembrug 1917, MODEL T, SPOED16,0 NAAF VII, 224 pk, messing vleugeltip lengte 1670 mm (in deze vorm).

 

 

 

 

 

 

Bemanning: 2.
Lengte: 7,85 mtr.
Vleugelwijdte: 13,27 mtr.
Hoogte: 3,25 mtr.
Leeggewicht: 970 kg.
Max gewicht: 1430kg.
Motor: Watergekoelde Benz Bz.IV 6 cilinder inline piston motor van 200pk of een 150pk C.III N.A.G.*
Max snelheid: 155 km/u
Max hoogte: 5 km.
Klimsnelheid: 1,27 m/s
Vliegduur: 3, 5 uur.
Bewapening: 1 x 7,92 MG08/15 Spandau propeller gesynchroniseerd machinegeweer en 1 door de waarnemer bediende, op een ring gemonteerde Parabellum MG14 machinegeweer.
Max bommenlast: 100kg.

*Dit vliegtuig was de beste gevechtsjager uit WW1 en er werden uitvoerige verbeterde prototypes vervaardigd. Deze proppeller is waarschijnlijk van zo’n prototype geweest dat nabij Waardenburg was neer gestort en was uitgerust met een watergekoelde Benz 6 cilinder inline piston motor van 225pk.

Bij Waardenburg neergestorte DWF CV Aviatik

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

©foto de Brik vliegbasis Soesterberg, de eerste Farman ANP, werkplaats Herman de Ruyter, vliegtuigen wikipedia. ©neergestort vliegtuig, stempels, propellers en verhaal PDKAIH2017. Met dank aan H.Luttmer voor tech. info.

GRONDRUIL TEN BEHOEVE VAN DE STOOMPONT.

GRONDRUIL TEN BEHOEVE VAN DE STOOMPONT

Wie vroeger van de Zaanse naar de Amsterdamse kant van het Noordzeekanaal of anders om wilde was aangewezen op één van de vele schepen van de schroef stoombootdienst, de salonschepen van onder andere de Alkmaar Packet  of de treinen van de Hollandsche IJzeren Spoorweg Maatschappij (HIJSM).

De water en rail vervoersbedrijven.

In 1888 kwam daar nog een derde mogelijk bij, die met name voor de voetgangers en fietsers en handkarren die in de IJpolders moesten zijn, voor een beterere verbinding zorg droeg. Op het einde van de Havenstraat, begin Hemkade werd een heuse trekpont verbinding ingesteld. In het begin was het veer enkel bestemd voor hoger geplaatste militairen en enkele andere specifiek beschreven personen. Dit om het scheepvaart verkeer niet teveel te hinderen, dat had al last genoeg van de spoorbrug. Maar na hevige protesten van verschillende zijde werden die regels al snel afgeschaft, Wat natuurlijk ook weer tot de nodige protesten van de bootdiensten leidde, die bang waren voor grote verliezen, Dit viel achteraf heel erg mee want de pont bracht de mensen dan wel naar de overkant maar dat was nog lang niet in het centrum van de hoofdstad.

De trekponten met op de achtergrond de pontwachterswoningen op de Zaanse oever / langsvarend schip van de Alkmaar Packet.

Klos waarmee de veerpont langs de kabel getrokken werd.

De pont zat verbonden aan een over het kanaal gespannen staalkabel die tijdens de vaart werd strak getrokken.Daarna kon met de pont door middel van houten klossen op de kabel te plaatsen de pont voorttrekken. Eenmaal ter plaatse aan één van beide oevers, liet men de kabel door middel van een lier weer op de bodem van het kanaal zakken zodat deze geen belemmering voor de scheepvaart vormde. De pontbaas werd tijdens deze handelingen vaak geholpen door de plaatselijke jeugd of één of meerdere passagiers. Toen het te druk werd is er een tweede trekpont in gebruik genomen.

 

Toen de Provinciale weg  in 1932 gereed was, werd het pontveer verbinding, die ongeveer 40 jaar op die op die plaats dienst had gedaan tussen den Amsterdamschen en Zaandamschen oever van het Noordzeekanaal en nu niet meer opgewassen was tegen de  hooge eisen van het drukke verkeer opgeheven. De kranten uit die tijd berichten dat er op 15 september nabij de Hembrug en aansluitend op de nieuwe weg een heuse stoomveerpont zou komen.

De eerste stoomveerpont in januari 1933 / Uitbreiding van de stoomveerpont verbinding

Hij kwam echter pas, bijna twee weken later, op maandagmiddag de 26e aan. Vanaf dinsdag 27 september 1932 vond er in het bijzijn van o.a. de heer ir. Voorst Vader, hoofdingenieur van den Rijkswaterstaat, de heer ir. Breuking, toegevoegd ingenieur bij de verbreeding van het Noordzeekanaal, de heer Kroon uit Velsen, chef van de Noordzeekanaalveren en de heer Zimmerman, chef van de kanaalverlichting een aantal proefvaarten plaats met het aan 25 automobielen plaats biedende stoompontveer. Nadat iedereen tevreden was met de resultaten, werd de stoompont op zaterdag 01 oktober in bedrijf gesteld.

De oude pontwachterswoningen / Het vulhuis dat er voor in de plaats kwam in 2017

Als gevolg van deze verplaatsing en de aanleg van de nieuwe weg, vond er een grondruil plaats tussen Rijkswaterstaat en de Artillerie Inrichtingen. Het stuk grond in de bocht aan het einde van de Havenstraat / Hemkade waar zich ook de pontwachterswoningen bevonden werd geruild tegen het stuk grond langs het kanaal.  De pontwachters kregen van RWS een andere woning aangeboden. Zo kreeg de AI een stuk grond aan de buitenzijde van het terrein ter beschikking waarop zij later een commandobunker voor de ondergrondse schuilplaatsen bouwde. Op de grond waar eerder de woningen stonden en ooit ook nog een groentetuin was geweest, kwam uiteindelijk een vulhuis voor de kleinkaliber munitie. Het stuk waar de bunker kwam is een poosje voor heel andere doeleinden gebruikt, maar daarover in een ander verhaal meer.

Aanleg van de Provinciale weg ter hoogte van de Havenstraat / Aanvoer van zand nabij de Hembrug.

Door de ruil werd het ook mogelijk om de weg langs het Noordzeekanaal open te stellen. Dat stuk kreeg de naam Hemkade. Een straatnaambordje ook in 2017 nog aanwezig geeft de oude grens met de Havenstraat aan. Daarvoor was de weg langs het kanaal fabrieksterrein en afgesloten voor onbevoegden. In WW2 is hij dat ook weer een poosje geweest. Het was een goede ruil voor het bedrijf, want omdat de weg  onderdeel werd en ook nu nog is van de waterstaatkundige werken van Rijkswaterstaat, werd in het contract opgenomen, dat de weg in eeuwig durend onderhoud bij RWS kwam. Na 2003 toen het bedrijf dat inmiddels Eurometaal was gaan heten de poorten sloot, tikte de gemeente de”nieuwe” eigenaar (Domeinen) op de vingers om de weg te onderhouden. De ENHABO had nadat zij toestemming had gekregen van Domeinen om met een klein busje over de autovrije weg te rijden, een klacht over het slechte onderhoud ingediend bij RWS. Deze had ze door verwezen naar de gemeente als zijnde openbaar grondgebied van Zaanstad. Nadat Domeinen waar ik als beheerder / toezichthouder werkzaam was dit aan mij vertelde. Wees ik ze op het oude contract waar ik ooit tijdens mijn speurtochten op het www iets over gelezen had. Na enige nieuw speurwerk kwam het originele contract weer op tafel en bleek nog steeds rechtsgeldig. De weg is na onderling overleg tussen de drie partijen hersteld. En het onderhoud van de weg werd overgedragen aan de gemeente. Die er onmiddellijk allerhande ge en verbodsborden plaatste en er een fietspad van maakte. Uitzondering werd er gemaakt voor het personeel van de onderhoudsdienst en de beveiliging van de Artillerie Inrichtingen (onderhoud gebouwen, hekwerken en surveillanceronden) en de kleine busjes van de ENHABO. De elektra voor de straatverlichting kwam vanaf het door Domeinen beheerde terrein en de eigenaar van het dijklichaam zelf bleef RWS.

De IJpolders met de trotylfabriek, het schietkatoenmagazijn, het munitiemagazijn en de torpedo inschietplaats.

Van de trekponten het latere stoomveer en nog later de Donau en huidige ponten werd ook druk gebruikt werd door de Artillerie Inrichtingen (en in latere jaren Eurometaal en het Militair Complex Hembrug) dit voor transporten van en naar de aan de overzijde van het kanaal gelegen trotylfabriek van het bedrijf,  de torpedo inschietplaats, het munitiemagazijn, het schietkatoenmagazijn en diverse andere plaatsen. Het bedrijf heeft tot aan de sluiting in 2003 voor zijn munitietransporten altijd voorrang gehad op de pontveren. Er werd de laatste jaren wel van te voren een afspraak gemaakt voor zo’n overtocht. De munitie begeleider mocht evenals andere passagiers niet mee tijdens zo’n solovaart en moest omrijden om het transport aan de andere zijde op te vangen. ©PDKAIH2017

Afkortingen: HIJSM – Hollandse IJzeren Spoorweg Maatschappij / RWS – Rijkswaterstaat . ENHABO – Eerste Noord Hollandse Auto Bus Onderneming

 

DE ARTILLERIE INRICHTINGEN VAN 1679 TOT 1925 deel 11 van 11.

DE ARTILLERIE INRICHTINGEN VAN 1679 TOT 1925 deel 10 van 11.

DELFT IS DE ARTILLERIE INRICHTINGEN NOG NIET GEHEEL KWIJT.

Zoals al gezegd, was Delft tijdens de mobilisatie de Artillerie Inrichtingen niet geheel kwijt. Er werd daar een rijwielafdeling opgericht en later een automobielafdeling. Het aantal werknemers was 600 a 700 man.

Rijwielwerkplaats Delft 1915

Tijdens de mobilisatie waren zeer veel rijwielen gevorderd. Deze waren echter van zeer verschillend model en niet berekend op militair gebruik. Men kwam daarom tot een legermodel.

Carosserie bouw in de Automobielenwerkplaats Delft 1915

De autodienst was in de mobilisatietijd geïmproviseerd met krachten uit de burgerindustrie en handel. De werkplaats te Delft was alleen ingericht voor herstellingen en assemblage van automobielen en motorrijwielen.

Drie schepen van de motordienst Hembrug

In de mobilisatietijd werd er tevens de beschikking gekregen over een 8 tal (mogelijk zelfs 10) motorboten voor de verzending van de goederen. Deze  motorschepen  kregen de naam Motordienst Hembrug en een eigen nr.

Na afloop van de oorlog ging al spoedig het gerucht dat de Constructie werkplaatsen naar de Hembrug zouden worden verplaatst. Dit gerucht werd al spoedig waarheid. Ondanks verwoede pogingen van het gemeentebestuur en anderen mocht het niet lukken de werkplaatsen voor Delft te behouden. In 1924 werden de machines en werktuigen geleidelijk over gebracht naar Hembrug. Delft was daarmee een voorname bestaansbron kwijt. In 1925 was de verhuizing voltooid. Een zeer klein gedeelte van het bedrijf en de automobiel en rijwielafdeling bleven in Delft achter. Hieraan kwam na het uitbreken van de 2e wereldoorlog een einde. De gebouwen te Delft werden door het Rijk verhuurd en gedeeltelijk als opslagplaatsen voor de Artillerie Inrichtingen bestemd. Later zijn daarin diverse industrieën gevestigd of zijn zij als bergruimten in gebruik genomen.

Nu, we schrijven 2014 is vrijwel alles door de modernisering verdwenen. Het gehele staatsbedrijf was  dus sinds die tijd bij de Hembrug geconcentreerd. Het is begrijpelijk dat deze concentratie enorm bijdraagt aan een zo efficiënt mogelijk beheer. Niet alleen oorlogsgoederen werden er vervaardigd, sinds 1919 voerden de Artillerie Inrichtingen de autodiensten uit voor de posterijen te Amsterdam en Rotterdam en voor de departementen van Defensie en Justitie.

Door de AI geassembleerde en gebruikte postauto met het AI embleem op het portier

Er wordt vaak verteld en geschreven dat dit was om de militairen bekend te maken met aardrijkskundige kennis van Nederland. Dit voor het geval er weer oorlog zou komen. In werkelijkheid was het om het automateriaal, dat bij de demobilisatie voor het leger niet meer nodig was, productief te maken. Maar de fabricage van wapens en munitie was toch hoofdzaak gebleven. Wij verlangden, ook nu nog, allemaal naar de wereldvrede maar zelfs nu hij is nog niet verzekerd. Zolang er nog geen internationale ontwapening is, blijft de nationale bewapening een noodzakelijk kwaad. En als er dan bewapening nodig is, moet zij goed zijn. Aan de Artillerie Inrichtingen heeft het zeker niet gelegen. Zij hebben getoond wat te kunnen presteren als onze neutraliteit gevaar dreigde te lopen. Dat ons leger in 1914 tot 1918 paraat was, danken wij voor een zeker niet gering deel aan haar. En daarvoor zijn wij, ook nu het bedrijf niet meer bestaat, nog zeer erkentelijk. ©PDKAIH2014

 

 

 

DE ARTILLERIE INRICHTINGEN VAN 1679 TOT 1925 deel 7 van 11.

DE ARTILLERIE INRICHTINGEN VAN 1679 TOT 1925 deel 7 van 11.

Overplaatsing naar het Hemveld

De invoering van het draagbare wapen model 1895, die een geheel nieuwe machinale inrichting voor de patroonfabricage nodig maakte, werd er de aanleiding van om in 1897 het grootste deel van de werkplaatsen over te brengen binnen de Stelling van Amsterdam. Dit was volgens de toen geldende begrippen het reduit van onze landsverdediging.Daar werden achtereenvolgens gebouwd: de Patroonfabriek, de Werkplaats voor Draagbare Wapenen, de Vuurwerkerij met een Buizenfabriek en IJzergieterij.

Infanterie geweer model 1895

De te ‘s-Gravenhage achter gebleven geschutgieterij, die in 1871 door het Rijk van de familie Maritz was overgenomen werd in 1904 opgeheven. Zij hadden zich toegelegd op de vervaardiging van het bronzen en hardbronzen achterlaatgeschut en maakten daarna ook stalen vuurmonden. Door deze opheffing onderging de Werkplaats voor Draagbare Wapenen een kleine uitbreiding. Dit om in het vervolg ook de herstellingen aan geschut te kunnen uitvoeren. Jammer genoeg werden bij die op zichzelf staande bezuinigingsmaatregel de boor- en trekbanden voor oud-ijzer verkocht iets wat men in de mobilisatietijd zou betreuren.

De Stelling van Amsterdam werd grotendeels aangelegd tussen 1874 en 1914 en is een 135 kilometer lange verdedigingslinie ter verdediging van de Nederlandse hoofdstad

Bij de inrichting van de Werkplaats der Draagbare Wapenen in 1897 aan de Hembrug was het aanvankelijk niet de bedoeling daar een volledige wapenfabriek van te maken. Men dacht de benodigde wapens M95 te blijven kopen bij de Oesterreichische Waffenfabrikgesellschaft te Steyer en bestemde de eigen fabriek als herstellingswerkplaats en aanschaffingsorgaan. Verder diende hij voor de opleiding van geweermakers, zwaardvegers (wapensmeden) en van officieren van wapening. Om bij die opleidingen enig denkbeeld te kunnen geven van de zogenaamde uitwisselbare fabricage, waren er werktuigen met spaninrichtingen en gereedschappen aangeschaft. Dit om van een aantal van de eenvoudigste onderdelen de voor herstellingen benodigde verwisselstukken in eigen werkplaats te kunnen aanmaken.

Lademaker aan het werk in de geweerfabriek aan de Hembrug ©Herman de Ruijter

Die toestand duurde tot 1900, toen er in de Tweede Kamer der Staten-Generaal een vraag werd gesteld over de prijs waarvoor in de Italiaanse Staatsfabrieken het veel met het Nederlandse model overeenkomende geweer werd gemaakt.

Eén van de officieren, die tot de keuringscommissie te Steyr behoord had, was daar al tot de slotsom gekomen, dat de aanmaak van wapens in eigen beheer niet onmogelijk behoefde te zijn. Hij werd naar Italië gezonden. In het rapport over zijn onderzoek daar, stelde hij voor de al aanwezige werktuigelijke inrichting van de wapenfabriek uit te breiden. Daardoor zou het mogelijk zijn om zonder vergroting van de fabrieksruimte door eigen aanmaak tot in 1918 geleidelijk zoveel wapens te verkrijgen, als nodig zouden zijn om tijdig in de behoefte van de te verwachten legeruitbreiding te voorzien.

In twee stappen werd die uitbreiding van machines tot stand gebracht, waardoor men vanaf 1904 in staat was het gehele geweer van de grondstoffen af, in eigen fabriek aan te maken. Dat was geen kleinigheid, een geweer heeft 81 onderdelen. De kwaliteit van de Hembrug wapens bleek niet voor de Steyersche onder doen en de prijs ervan was behoorlijk lager.

Het grootste voordeel van het gaan aanmaken in eigen beheer was wel de ervaring van weloverwogen werken die hierdoor werd verkregen. Daardoor kreeg men de beschikking over zeer deskundig personeel. Dat zou in de toekomst efficiënter kunnen optreden als keurmeester tijdens het inkopen bij andere bedrijven. Ook de verworven kennis en routine zouden kunnen worden toegepast bij andere producten en werk op het eigen en aanverwante gebieden. Dit op dezelfde wijze als waar op de wapenfabricage wegberijdster is geweest voor vele andere takken van industrie.

De Geweerwinkel was dan wel van Delft naar de Hembrug verplaatst en daar uitgegroeid tot een volledige wapenfabriek. Het zou daar niet bij blijven. Delft verloor ook de Pyrotechnische werkplaatsen. Tot ver na de 1e wereldoorlog bleven de Artillerie-Inrichtingen nog gedeeltelijk in het historische stadje. Aan de Hembrug werkte men intussen verder. Men begon met het fabriceren van klewangs. Eerst voor het Indische en later voor het Nederlandse leger. In de mobilisatietijd zou ten volle blijken waartoe men door de verkregen oefening in staat was geworden. ©PDKAIH2017

Eindcontrole van de wapens ©Herman de Ruijter

Hembrug klewang model 1898 bestemd voor het KNIL

VREDESWERK IN EEN UITHOEK VAN ZAANDAM.

VREDESWERK IN EEN UITHOEK VAN ZAANDAM.

Het ligt zover uit de kom van onze gemeente, dat een vreemdeling soms niet kan begrijpen dat het stuk grond, dat reeds eeuwen onder de naam ,,De Hem” of ,,De Hemlanden” bekend was, tot Zaandams grondgebied behoort en dat de Zaankanter het eigenlijk maar als een aanhangsel van onze gemeente beschouwt. Een uithoek. Maar toch is het een oord waarover de historie niet ongemerkt is heen gegaan. Want reeds voor de tijd, waarin de aan de Zaan gelegen gemeenten ontstonden lag daar het oude dorp Saenden of Zaanden, dat van zo’n betekenis was, dat het een kerkgebouw bezat. In het jaar 1155 werd het door de West Friezen geheel verwoest. De naam van het dorp had daarna nog slechts historische betekenis. Maar de naam ,,Hem” is gebleven en toen in de zeventiger jaren van de negentiende eeuw over het toen gereed gekomen Noordzeekanaal een spoorbrug werd gebouwd, sprak men niet meer over de Hem of Hemlanden, maar had de Zaankanter het verder uitsluitend over de Hembrug, waarmee hij niet de brug zelf bedoelde, maar het grondgebied dat er omheen ligt.

En toen in het jaar 1895 door de regering aan de noordzijde van het Noordzeekanaal de Artillerie Inrichtingen werden gesticht, nam men voor het gemak ook maar in de collectieven de naam ,,Hembrug” op en sprak men van ,,Hij werkt aan de Hembrug” of ,,de Hembrug vlagt”. Dit terwijl er aan die brug geen arbeider te zien was en de vlag op de Artillerie Inrichtingen wapperde. Door de vestiging van de bedrijven van de Artillerie Inrichtingen werd het oude Hemland voor Zaandam van zeer grote betekenis. Dit was niet minder het geval toen achtereenvolgend de nieuwe monumentale Hembrug over het kanaal werd gebouwd, de grote zeehaven ten westen van die brug werd aangelegd en het miniatuurpontje door grote stoomponten werd vervangen. Door deze ponten kon het intensieve verkeer en de provincie beter opgevangen worden.

In oktober 1946 werd door verslaggevers van de Typhoon een bezoek gebracht aan de NV Nederlandsche Machinefabriek ,,Artillerie Inrichtingen”. Met grote welwillendheid liet de directie zien welke nuttige werkzaamheden er op dat moment voor de opbouw van het land werden verricht.

Vredeswerk in grote stijl.

 Reeds bij den aanvang van onzen rondgang door de werkplaatsen worden wij getroffen door de grootsche afmetingen der hoog opgetrokken gebouwen, waar in men, wanneer niet hier en daar een hindernis in den weg stond, gemakkelijk per fiets zou kunnen rondrijden. Onze eerste gedachte gaat heen naar die jaren, toen het moffenpak hier zijn entree maakteen vooral huiveren wij wanneer wij denken aan die nadagen van den Dolle Dinsdag, toen de ,,kulturhelden” door een helsche angst en vernielingswaanzin aangegrepen, hier de prachtige machines begonnen weg te rooven en wat ze niet meer mee konden nemen of wat niet van hun gading was met duivelsche wellust vernietigden.

leeggeroofd-1-4

De door de Duitsers leeggeroofde bedrijfshallen

En wanneer wij dan nog één der totaal leeggeroofde gebouwen in de achtergelaten, zij het opgeruimden, toestand binnentreden, dan bewonderen wij de groote energie van directie en arbeiders, die in ruim één jaar tijds al die andere gebouwen geheel of zoo goed als geheel, weer hebben omgetooverd in prachtig geoutilleerde fabrieken, waar de bloem van Nederlands vakmanschap gebogen staat over werkstukken die voor ons wonderen der techniek zijn. En wat bovenal weldadig aandoet, dat is het feit, dat de sfeer van den arbeid, behoudens enkele uitzonderingen, slechts vrede ademt. Zeker, er wordt nog oorlogstuig gerepareerd, er staan nog tanks op de terreinen, er worden nog andere werkzaamheden verricht, die bij god Mars thuishoren, maar verreweg wordt dat overtroffen door het werk des vredes, door den bouw van machine, werktuigen en onderdeelen, die nodig zijn voor den wederopbouw van ons vaderland.

 Als soldaten in het gelid.

 Want daar staan zij, de schitterende landbouwmachines, als soldaten in het gelid, de zaaimachines, de wiedmachines, de aardappelsorteerders en de landbouwwagens, die geleverd zijn aan de Wieringermeer, den Noord-Oost Polder en voor het Landbouwherstel Walcheren. Prachtige producten waarvan de ingenieuse constructie van den landbouwwagen bijzonder treft. Diens onderbouw b.v. is zóó geconstrueerd, dat al gaat de wagen over nog zulk ongelijk terrein, het wagenvlak toch steeds horizontaal blijft liggen. Op verschillende plaatsen in de fabriek zien wij onderdelen smeden of timmeren tot ze tenslotte door bekwame schilders tot de uiterlijke kleur en glans gegeven worden die het aanzien nog aantrekkelijker maken.

Landbouwwagen fabricage / landbouwmachines en kanonnen

Landbouwwagens / kunstmeststrooiers en kanonnen / fabricage landbouwwagens

Maar het is niet alleen de landbouw, die aan nieuwe werktuigen moet worden geholpen. Ook de Nederlansche industrie in al haar geledingen moet worden opgebouwd en uitgebreid en daarvoor zijn ook weer tal van de meest uiteenlopende machines en werktuigen voor nodig. En ook daarvoor zijn verschillende afdelingen in de Artillerie Inrichtingen in volle actie. Want in de daarvoor bestemde gebouwen worden gemaakt draaibanken, fraismachines, slijpmachines, schaafbanken, revolver draaibanken, boormachines, vlakplaatmeetgereedschappen, machineklemmen enz. enz. Met de thans beschikbare outillage wordt daadwerkelijk bij gedragen aan den opbouw der Nederlandsche industrie. De grootste fabrieken in ons land wenden al deze machines reeds in belangrijke mate aan. De zeer groote precissie van de machines, welke wordt verkregen door uitstekend vakmanschap, maakt ze evenwaardig aan de meest vooraanstaande buitenlandsche producten. Inderdaad in deze machinefabrieken ziet men vredes en opbouwwerk in grooten stijl.

 Precisie buiten normaal observatievermogen.

Meetklok

Meetklok

 

Ten behoeve van het fabriceeren van al deze producten beschikt de fabriek over een centrale meetafdeeling, die uniek is in de Nederlandsche industrie. Hier ziet men apparaten, bij het aanschouwen waarvan wij het gebied van ons normaal observatie-vermogen verlaten. Hier zien wij de precisie-instrumenten, waarvan de meetklokken afwijkingen op machine-onderdeelen aangeven tot op een tienduizendste deel van een millimeter. Een voorbeeld. Onder één dezer instrumenten staat een klein blokje staal. Wij leggen onze hand erop en de meetklok geeft oogenblikkelijk aan, dat het staalblokje tengevolge van de warmte onzer hand een drieduizendste millimeter is uitgezet. Het is op deze manier, dat men op elk onderdeel de minimaalste afwijkingen kan constateeren. Ook kan men die niet met het oog waarneembare afwijkingen, op ontstellende afmetingen vergroot, op verlichte glasplaten afgebeeld zien. Het zijn alle vindingen van den menschelijken geest, waarop de toeschouwer in diepe bewondering neer ziet.

De harpoenkanonnen voor den walvischvaarder.

 Wij zijn er nog niet, o neen, nog lang niet. Want nog steeds wandelen wij verder, het eene gebouw uit en het andere in. En nu komen wij weer in de militaire afdeeling, waar draagbare wapenen en geschut worden gereviseerd (nieuwe worden hier thans niet gemaakt, daar de regeering die van het buitenland koopt). En hier zien wij de kleine kanonnen die bestemd zijn voor den grooten walvischvaarder, die thans in het IJ ligt te wachten op het sein van vertrek naar de Zuidpool.

willembarendsz1-nv-nederlandse-maatschappij-voor-de-walvisvaart

Willem Barendsz 1 ©NV Nederlandse maatschappij voor de walvisvaart

En een oogenblik denken wij terug aan den tijd van ,,den man onder den beer”,den bekenden Zaandamschen Walvischvaarder, die leefde in het glorietijdperk van de Zaansche Groenlandsvaart, den tijd waarin met gebrekkige hulpmiddelen de jacht op de walvisch werd beoefend, ten koste van vele menschenlevens en schepen.

bankschroefEn steeds maar weer wandelen wij door nieuwe afdelingen. Daar is de eigen gieterij, die van groote capaciteit is en die gietstukken vervaardigt voor de eerder genoemde producten. Ook bijzonder gietwerk wordt gemaakt, b.v. van lichtmetaal en brons. Hier worden ook gietstukken gemaakt voor de bankschroeven fabricage, waarvan er wekelijks 300 de fabriek verlaten met bestemming naar de Nederlandsche werkplaatsen. Wij gaan door naar het laboratorium. Dat noodzakelijk is voor de juiste materiaalkeuze en dat eveneens door grootte en outillage eenig in ons land is, terwijl het nog steeds wordt geperfectioneerd. En tenslotte is er een afzonderlijke school voor vakopleiding, waar volgens het Leerlingstelsel wordt gewerkt en waar jeugdige arbeiders met diploma ambachtsschool, in twee jarigen cursus, voor het bedrijf worden opgeleid.

Zoo zijn wij dan aan het einde van onzen rondgang gekomen en verlaten de fabrieken onder den indruk van het machtige industrieele apparaat, dat wij hier hebben mogen aanschouwen. Ja, wij praten over den opbouw van ons land en wij critiseeren zelfs, dat het niet snel genoeg gaat. Maar wie eens in den gelegenheid wordt gesteld om met dien opbouw kennis te maken, die zegt ,,Hoed af!,, Zoo is het ook bij de A.I.!                                                                                               ©PDKAIH2017. Bron: Dagblad de Typhoon 1946.

HEMBRUG VERSLAGEN NIET VERSLETEN.

HEMBRUG VERSLAGEN NIET VERSLETEN.
De aloude Pampus hit in een nieuw jasje. Dit gedicht werd als poster door de hele Zaanstreek verspreid als protest tegen de sloop van de grootste draaibrug van Europa. Project Aalscholver is bedoeld als hommage aan de teksten van schipper-dichter Dirk Versteeg. In 1984 werd “Hembrug” voor het eerst live gespeeld door de Zaanse band Pampus. In 2016 opnieuw opgenomen door Klaas Versteeg en hier samen gezongen met Gerrit de Vries.