DE 2e WERELDOORLOG EN DE ARTILLERIE INRICHTINGEN deel 4 van 4

Uit het dagboek Ir. F. Q. den Hollander 3

F.Q. Den Hollander Directeur der AI

III
Beschouwingen en conclusies.

     Hoewel het in het algemeen vermetel moet schijnen, zoo kort na geweldige gebeurtenissen van de hoogste historische beteekenis conclusies daaruit voor de toekomst te willen trekken, zoo meen ik toch dat enkele feiten of gebeurtenissen daartoe reeds nu wel aanleiding kunnen geven, al zal later herziening van dit oordeel wellicht noodig zijn.
     Te minder zal die herziening noodig zijn naarmate de conclusies uitsluitend van interne betekenis voor het bedrijf zijn; waar het contact betreft met buiten het bedrijf staande autoriteiten of personen, is het oordeel uit den aard der zaak eenzijdig.

De Vesting Holland begin mei 1940

Vesting Holland.

Ter algemeene inleiding moge worden geconstateerd, dat de ultra moderne wijze, waarop Duitschland den oorlog met ons land heeft gevoerd – geheel afwijkend van het klassieke beeld dat men zich klaarblijkelijk hier te lande daarvan had gevormd en waarbij men met name meende, dat de Vesting Holland althans gedurende zekeren tijd, een min of meer veilig  stuk grondgebied zou zijn, waar de oorlogsindustrie zou kunnen handhaven – heeft gemaakt dat van de eerste oogenblikken af het geheele leven in ons land, ja men zou zelfs geneigd zijn te zeggen dat juist in het belangrijke centrum, dat door het begrip Vesting Holland wordt omspannen, ernstig was gestoord.
     Militair beschouwd mogen dan al de strategische overvalling zijn mislukt – in zooverre dat overal krachtige weerstand werd geboden – ernstige stoornissen in het Maatschappelijk leven in ’t bedrijf, in ’t werken, traden dadelijk op.
     De ligging van de Artillerie Inrichtingen binnen de Vesting Holland; het inschakelen van de particuliere industrie  aldaar  en het overbrengen van bedrijven van de buitenprovincies naar de Vesting Holland vanwege de veiligheid en de Mogelijkheid van doorwerken in oorlogstijd is gebleken een verkeerde illusie te zijn geweest.

Ernstige stoornissen.

Uit het relaas de voornaamste gebeurtenissen I en II*1 blijkt toch duidelijk hoe ernstig de stoornissen waren en al kan niet worden gezegd, dat het bedrijf verlamd heeft gelegen, zoo is toch van regelmatig doorwerken in meer of mindere mate geen sprake is geweest.

patronen scherpe nr. 1

     Het is toch een hoogst ernstig feit, dat de aanmaak van hulzen en kogels tot scherpe patroon No. 1 te Delft op den 2e dag moest stopgezet worden; dat van het regelmatig doorwerken van het Scheikundig Laboratorium geen sprake meer is; dat het herhaalde luchtalarm aan de Hembrug maakt dat een niet onbelangrijke werkzaamheid bij het herstellen van hulzen achterwege gelaten wordt; dat het verkeer tusschen Rotterdam, waar belangrijke industrieën van ons werkten en de Hembrug vrijwel gestremd was en een belangrijk transport veiligheidshalve te ’s Gravenhage moest overnachten.
     Hoewel het telefonisch verkeer tusschen de deelen van het bedrijf niet al te veel te wenschen heeft overgelaten, was dat met de particuliere industrie vrijwel gestremd.
     Daar ook behoefte aan bepaalde soorten munitie zich eerst tijdens het verloop der gevechtshandelingen gaat afteekenen, kan men wel zeggen dat van een regelmatige productie eerst na een dag of vier, vijf geen sprake kan zijn.

Uitspraak G.T. van Dam.

G.Th. van Dam Directeur AI

  De reeds in 1924 gedane uitspraak door de toenmaligen Directeur G.T. van Dam (G.Th. van Dam)  dat “voor zoveel den aanmaak betreft, de taak der A.I. zich dient te beperken tot hetgeen in vredestijd of oorlogstijd, vóór ons land rechtstreeks in de vijandelijkheden wordt betrokken, kan worden gedaan.Wat daarna komt is een toevallige bate waarop in verband met de geringe diepte van ons land en het vliegersgevaar niet mag worden gerekend” kan op grond van de opgedane ervaring als juist worden beschouwd, al kan men er dadelijk aan toevoegen, dat de toevallige bate, zelfs in dez 4 dagen nog wel is meegevallen, dank zij het feit, dat van rechtstreeksche gevaar brengende aanvallen op de bedrijven, weinig of geen sprake is geweest.
Maar dat wist men niet van tevoren.

Luchtaanvallen en schuilpaatsen.

De bescherming tegen luchtaanvallen nader aangaande, trekt in de eerste plaats aandacht, dat niettegenstaande het mobilisatie tijdperk 8 maanden heeft geduurd, de verduisteringsmaatregelen voor de Fabriek Hembrug nog niet in orde waren.
ware dit wel het geval geweest, dan had men ’s nachts kunnen doorwerken en kunnen profiteren van de betrekkelijke rust, die tijdens de duisternis in de lucht heerste.

Bovengrondse schuilplaatsen op het terrein en bij de woningen van de Delftse Rij *2

     De schuilplaatsen bleken te ver van de werkplaatsen te liggen, in die zin dat door de groote snelheid der vliegtuigen eenerzijds en de tijd benoodigd voor het doordringen van het signaal luchtalarm, het verlaten van de werkplaats en het zich spoeden naar de schuilplaatsen anderzijds, het personeel nog niet in de schuilplaatsen was, als de vliegtuigen reeds boven de Fabriek waren.
     Zoowel te Hembrug als te Delft heeft men zich moeten losmaken van het Gemeentelijk luchtalarm en een eigen alarmdienst ingesteld, waarbij klaarblijkelijk wat meer risico werd genomen. Dit is begrijpelijk en stemt overeen met het karakter van het bedrijf.
     In of op gebouwen van het bedrijf was geen luchtafweer opgesteld. Het is aannemelijk, dat dit juist gezien is geweest, al kan niet worden, dat het ontbreken van dit geschut de reden is geweest van het niet uit de lucht aanvallen onzer bedrijven.

Bewaking en verdediging.

     De bewaking en verdediging tegen aanvallen op den grond is een moeilijk punt. Men kan van tweeërlei standpunt uitgaan, of wel de bedrijven beschouwen als een zuiver burger bedrijf en dus geen afzonderlijke militaire bewaking en bescherming nemen, of wel het bedrijf als militaire instelling beschouwen en wel afzonderlijk doen bewaken en beschermen tegen een zgn, “Coupe de – main”. Geleerd door de ervaring met parachute troepen zal men den laatste weg moeten kiezen, maar dan moet ook in vredestijd worden bezien hoe de bewaking en de bescherming moet gebeuren, hoeveel troepen en welke bewapening daarvoor noodig zijn onder één verantwoordelijke commandant, die een en ander in overleg met de Directie-organen ter plaatse regelt.
     Men moet daarvoor geen reserve off. Spec. Diensten der Artillerie gebruiken, die hun gewone taak in het bedrijf hebben en die taak toch moeten blijven vervullen  of voor een tijdelijke andere  bedrijfstaak beschikbaar moeten blijven.

Controlepost op de Hemkade 14 Mei 1940

Noodgedwongen heeft men zoowel te Delft als te Hembrug aan verschillende reserve officieren van Speciale Diensten bewakings- of verdedigingsmaatregelen opgedragen. Het oordeel over het nut daarvan is zeer verschillend; Het Hoofd van de Vestiging Delft is er zeer over tevreden; het Hoofd van het Scheidkundig Laboratorium drukt zich misprijzend uit door te zeggen; “dat aan het stelsel van res.off. voor Sp.D. onoverkomelijke bezwaren kleven. Tot de oorlogsdagen is van hen zeer veel profijt getrokken en was het Scheikundige Laboratorium in staat alle aanvragen en verzoeken op korten termijn te voldoen. Het feit echter, dat deze personen in feite militairen zijn, reduceerde hun werkkracht tot nul, toen de vijandelijkheden haar intrede deden. De omstandigheid, dat deze niet geschoolde militairen, die nauwelijks met een vuurwapen kunnen omgaan al deze dagen een verdedigingslinie op zichzelf vormden, welke in geen enkel opzicht organisch verband stond tot de bevelvoerende militaire autoriteiten moet als onjuist worden aangemerkt”.
     Dit, alsmede de uitgebreide improvisaties op dit gebied aan de Hembrug, toonden dat in de toekomst de bewaking en beveiliging te land vooraf in vredestijd oordeelkundig moet worden geregeld.

Herstellingsdienst.

     De herstellingsdienst, welke ten behoeve van het gemobiliseerde en vechtende leger was ingesteld ondervond op zeker oogenblik moeilijkheden doordat de militaire commandanten geen burgers wilden doorlaten. Deze dienst behoort een zuiver militaire dienst te zijn; opleidng van personeel, uitrusting van de noodige voertuigen enz. zou over de A.I. kunnen loopen, maar het militaire personeel hoort te ressorteeren onder een militaire autoriteit.
     Op dezelfde wijze zal ook een afzonderlijke militaire opruimingsdienst van gevaarlijke voorwerpen noodig zijn. (dit is na den oorlog trouwens min of meer geschied).

     Ten slotte valt op te merken, dat behoudens een zeer nauw contact met den D.M.L., de Directie nog van de zijde van het Departement ( C.O.W. IV Afd.b.) noch van andere militaire autoriteiten in de dagen van 10/14 Mei veel heeft bemerkt.
     Wellicht zou zich bij een langer duren van de strijd dit contact weer hebben hersteld, maar in ieder geval blijkt welk dat men in de eerste dagen van een oorlog vrijwel op zich zelf is aangewezen.
     Mede door gebrek aan telefonisch contact met de talrijke leveranciers en medewerkers in de particuliere industrie stonden de werkzaamheden bij de Technischen Aanschaffings en Voorlichtingsdienst vrijwel stil. Er viel geen voorlichting meer te geven, zoodat de vraag rijst, of de in dezen dienst verzamelde, bij uitstek militair-technische krachten in het Bedrijf (Hembrug/Delft) niet beter op hun plaats zouden geweest zijn.

     Met een woord van lof over de in het algemeen rustige, en kordate wijze waarop het personeel aan alle moeilijkheden en bezwaren het hoofd heeft geboden en in het bijzonder met een woord van waardering voor de houding van het Korps chauffeurs, dat meermalen met gevaar voor eigen leven het verband over den weg tusschen de verschillende onderdeelen heeft onderhouden, moge dit overzicht worden beëindigd.

——————–

Bronnen NIMH, Archieven.nl ©PDKAIH2019

*1 zie deel 2 en 3 van DE 2e WERELDOORLOG EN DE ARTILLERIE INRICHTINGEN elders op deze site.
*2 Delftse Rij – Omdat er in Zaandam een tekort was aan ter zake kundig personeel voor de afdeling optiek (kijkers, richtmiddelen etc.) werd er personeel van die afdeling te Rijswijk (Delft) overgeplaatst naar Zaandam. De toenmalige administrateur van het bedrijf had een plan bedacht om deze mensen te huisvesten, een aantal woningen te laten bouwen langs de aan het terrein grenzende Havenstraat. De in 1929 gebouwde rij huizen kregen naam van de adminstrateur. Het rijtje van Houtwipper. Omdat bijna iedereen het altijd had over die Delftenaren die daar in dat rijtje woonden, Werden de woningen al snel in de volksmond aangeduid als de Delftse Rij.

Gebruikte afkortingen.

A.I. – Artillerie Inrichtingen
C.O.W. – centraal orgaan weermacht
D.M.L. – dienst matrieel landmacht
enz – enzovoort
off. – officier
Res.off. – reserve officier
Sp.D. –speciale diensten
zgn. – zogenaamde

Zie ook:

DE 2e WERELDOORLOG EN DE ARTILLERIE INRICHTINGEN deel 3 van 4

Uit het dagboek Ir. F. Q. den Hollander 2

F.Q. Den Hollander Directeur der AI

IIe GEDEELTE

Bijzonderheden aangaande productie, enz.

VERBINDINGEN.

Ten aanzien van maatregelen inzake de opvoering van de productie en productie mogelijk heden om de beschikbaar stelling van materieel, munitie en verdere personeele en materieele hulp stond de Directie te ’s-Gravenhage doorlopend in goede telefonische verbinding met het bureau van den Directeur voor het Materieel der Landmacht, terwijl reeds onder I vermeld, de telex-telefoon verbindingen met fabriek Hembrug en Vestiging Delft steeds bruikbaar bleven. Andere telefoonverbindingen waren echter herhaaldelijk gestoord of geblokkeerd, zoodat de H.T.A.Vo. te ’s Gravenhage met het grootste gedeelte der binnenlandsche leveranciers geen telefonische communicatie kon verkrijgen, waardoor ook van die zijde geen technische voorlichting kon worden gevraagd, zoodat de werkzaamheden zich beperkten tot het afdoen van loopende adviezen. Uit den aard der zaak was het contact met buitenlandsche leveranciers eveneens verbroken. Afleveringen aan het bedrijf-op enkele uitzonderingen na – stonden eveneens stil.

Voorraad gereed of nagenoeg gereed.

     Het was een eisch van de eerste orde, dat materieel en munitie, hetwelk aan de Fabriek gereed of practisch nagenoeg gereed stond – al of niet gekeurd, zoo spoedig doenlijk ter beschikking van de D.M.L.  kon worden gesteld. Al deze opgaven kwamen in den loop van den 10 Mei per telex binnen en werden  onverwijld doorgegeven aan de D.M.L , of achtereenvolgens zoo noodig verder behandeld zoals hieronder zal volgen. In het algemeen werd op order van de D.M.L. de bruikbare munitie door den Fabriek ingeleverd bij het munitiepark, in regelrecht overleg met den Directeur van het Munitiepark. Naar schatting is dit pl.m. 200 ton geweest en het vervoer geschiede met 12 wagens per dag.

Beschikbare voorraad in Motorschepen.

Daarnaast werd de beschikbare voorraad van de A.I., belangrijk uitgebreid, doordat het Departement van Koloniën ter beschikking stelde 30.000 kg ledig van 4 tl. (in aanmaak bij Hofa), 32.800 kg. Buskruit tot S.P. No. 1 en 5 miljoen slaghoedjes voor patronen S. No. 1 in aanmaak bij de A.I. zelve.
     Ter verhooging van de veiligheid aan de Fabriek werd door de Directie order gegeven den fabrieksvoorraad trotyl – behoudens de behoefte voor 2 x 24 uur productie, – in te laden in schuiten en te verspreiden langs de waterkant in de omgeving en op dezelfde wijze met groote met trotyl gevulde lichamen (torpedo’s, mijnen enz.).
     Dit materieel, naar schatting ruim 200 ton, werd in twee gehuurde motorbooten de “Flora” en de “Concordia” geladen en in “Zijkanaal F” onder militaire bewaking gesteld.
     Voor het D.v.K. stond een groote hoeveelheid materieel pl.m. 200 ton, ter verzending gereed; ook dit is in een gehuurde motorboot de “Risico” buiten de fabriek gebracht, alsmede nog 60 ton aanwezige hulzen en kogels tot S.P. No. 1.

Spoedaanmaak munitie.

     Ingevolge binnengekomen berichten van militaire autoriteiten werden door de Directie op 11 Mei de navolgende orders betreffende spoedaanmaak van munitie gegeven aan H.F.:
     1. Onverwijld samenstellen van 25.000 bg.patr. 7 veld V.L bestanddeelen bij u beschikbaar.
     2. Onverwijld omlaboreeren van 2000 osbg. van 10,5 hw, tot scherpe schoten.
     3. Ten spoedigste op te leveren Mg. Kard. 7 veld V.L, lad 2 tot ten hoogste 70.000 stuks in verband met beschikbaar aantal bg No. 2.
     4. Groote behoefte aan 4 tl. Omgaand bericht:
     a. voor hoeveel patronen alle benoodigde bestanddeelen voor handen.
     b. 30.000 ledige bg. Staan bij Hofa Rotterdam gereed; laten halen, Hofa is ingelicht. (Dat zijn dus de bg. Van het D.v.K.).
     5. Nog met spoed aanmaken 75.000 slagpijpjes No, 3, verpakt à 8 stuks.
     De urgentievolgorde van den aanmaak van het bovenstaande en van verdere munitie werd vastgesteld als:
a. bg. No.3 van 7,5 tl. No.1
b. obsg. Van 10,5 hw. Omlaboreeren
c. bg. Patronen 7 veld lad. 2
d. Mg. Kardoezen 7 veld lad. 2.
e. bg. Patronen 4 tl.
f. bg. Patronen 2 tl.
g. Slagpijpjes No. 3 verpakt à 8 stuks.
h. patronen S No. 1.
I. Mitrailleurs
     Tevens werd – in verband met het niet kunnen werken der nachtploegen – wellicht ten overvloede, de aanwijzing verstrekt het daglicht tot het uiterste benutten, door te werken met elkaar overlappende ploegen.
     Aan de hand van bovenstaand urgentie programma zullen de verschillende munitiesoorten afzonderlijk bekeken worden, dus;

a. Munitie van 7,5 tl.
     De omschrijving is ruimer gesteld dan hierboven omdat zich hierbij nog enkele complicaties hebben voorgedaan.
     De tb. No.7 N.M scheen bij verschillende keuringsschietproeven niet geheel te hebben voldaan, althans wijzigingen schenen gewenscht
    Daarnaast waren Mech. tb. van het systeem Tavaro beproefd en tot een aantal 65.000 als Mech. tb. No.5 voor den vuurmond 7,5 besteld. Op 6 Mei waren hiervan 40.000 aanwezig, zonder de tempeertoestellen. De vuurleidingstoestellen waren uit den aard der zaak nog ingericht voor de tb. No. 7 N.M.
     Toen nu op 12 Mei door den O.L.Z. met aandrang naar tb. No.7 N.M. gewijzigd, werd gevraagd en de Directie daarbij aan Hoofd Fabriek opgave dagproductie vroeg, kon door dezen niet anders worden bericht, dan dat de aanmaak afhing van het gereedkomen van speciaal gereedschap voor het boren van de ligplaats van het slaghoedje. 1376 stuks ongewijzigde tb. No. 7 N.M. stonden echter geheel ingeblikt gereed – doch dit waren afgekeurde buizen.
     Daarnaast werd op den 11e Mei besproken welke wijzigingen  noodig zouden zijn in de vuurleidingstoestellen Vickers om deze geschikt te maken voor het gebruik bij de Mech, tb. No. 5.

Vuurleidingstoestel Vickers, behorend bij bat. van 7,5 cm t.l. ©NIMH

     Door Ir. Langendijk zijn gedurende den nacht van 11/12 Mei de noodige berekeningen gemaakt betreffende de veranderingen aan canoïdes en tandraderen.  Twee – niet ingedeelde – toestellen waren te  Delft. De ombouw kon daar echter niet plaats hebben vanwege de beschieting. (zie reeds eerder vermeld dat vanaf de 12e alle werkzaamheden in het gebouw aan de Julianalaan waren gestopt.) zoodat in den vroegen morgen van den 12e 1 toestel via den Haag naar Hembrug werd gebracht, waar nieuwe tandraderen moesten worden gesneden en de ombouw verder werd volbracht. Op 14 Mei te 14.00 uur was het toestel gereed; te 18.30 stond het met nieuwe munitie met mech, tb, No. 5 gereed voor het vertrek naar een der bt. van 7,5 tl.

Het lag in de bedoeling op dezelfde wijze andere toestellen om te bouwen en telkens met een partij munitie voorzien van mech. tb. No, 5 naar een der bt. te brengen. Door de op dien dag te 19.00 uur bekend geworden capitulatie is dit gewijzigde toestel met de nieuwe munitie niet meer tot zijn recht gekomen.

Een batterij met Vickers 7,5 cm t.l.


     Wat de aanmaak capaciteit betreft werd aangenomen, dat, daar van een in 1939 bestelde partij van 23.500 bg. Patronen reeds alle bg. Gevuld waren en 3000 patr. Al gereed waren, vanaf dien 14e Mei zou kunnen worden gerekend op 2000 patronen per dag, alsmede op 2000 mech. tb. No.5, waarvan reeds 4000 gereed lagen.
     Naast de vaststelling van complete Mech. tb. No. 5 waren bij Tavaro o.m. nog 60.000 uurwerken besteld voor h.t.l. aan te maken Mech. tb. No.5. Hiervan waren op 6 Mei 5000 stuks uurwerken geleverd.
     Omtrent den verderen aanmaak van projectielen van 7,5 tl berichte het C(entraal) O(rgaan) (voorziening behoeften) W(eermacht) dat bij de fa. Heijst 1000  bg. Van 7,5 tl. Gereed stonden, terwijl materialen aanwezig waren voor 13.500 bg. En die firma opdracht tot aanmaak had gekregen met een tempo van 3000 per wijk.
     Naast dezen aanmaak h.t.l. werden nog telegrafisch door bemiddeling van den Mil. Luchtvaartattaché te Londen bij Vickers besteld 100.000 schoten van 7,5 tl. en 70 kernbuizen voor 7,5 tl.

Tijd, schok en tijdschokbuizen

b. Omlaboreeren van osbg van 10 hw.
     Er waren pl.m. 2000 ossbg. Voorhanden. Het omlaboreeren werd ontijdig afgebroken, doordat op de 13e Mei order werd gegeven alle munitie (dus als osbg.) af te leveren.
     Op de 14e Mei te pl.m. 05.00 uur werd deze munitie afgehaald. Het productievermogen werd opgegeven als vanaf 15 Mei: 300 per dag

c. bg. Patronen van 7 veld V.L.
     Na de ontvangst van de spoedopdracht inzake 25.000 bg. Patronen 7 veld V.L. berichtte H.F. dat alle onderdeelen aanwezig waren, behalve kurken schijven, waarvoor een noodoplossing werd gezocht, met de verwachting over 2 dagen, dit is dus vanaf 14 Mei, 1000 patronen per dag te kunnen maken. Achteraf bleken aan de Fabriek nog 5000 stuks kurken schijven aanwezig te zijn, zoodat naar deze noodoplossing klaarblijkelijk niet verder gezocht werd.
     Intusschen werd op denzelfden dag (12 Mei) tusschenkomst verzocht de bij de Hollandschen Kurkenfabriek loopende bestelling op 5000 stuks uit te breiden tot 25.000 stuks en op bespoedigde aflevering aan te dringen. Dit is geschied en de eerste partij van 1000 stuks is op 14 Mei te 12.00 uur naar de Fabriek verzonden.
     Wat den eventueelen verderen aanmaak van projectielen betreft, deelde het C.O.W. mede, dat bij de fa. Heijst nog 800 bg. No. 2 van 7 veld gereed stonden en dat deze firma nog 6000 stuks kan maken met een capaciteit van 3000 stuks per week.

d. Mg. Kardoezen van 7 Veld lad. 2.
     Na ontvangst van de spoedopdracht werd op 12 Mei bericht, dat over twee dagen – dit is 14 Mei – 1000 Mg. Kard. Per dag konden worden afgeleverd.

e. bg.patr. van 4 tl.
     Op 12 Mei waren bij de Fabriek beschikbaar 12.000 bg. Patronen van 4 tl., terwijl vanaf 14 Mei op een levering van 1200 per dag kon worden gerekend.
     Het transport van Hofa, bevatte niet alleen dat van diverse materialen voor deze munitie en reeds vroeger besteld, dus ook de 30.000 bg. door het D.v.K. ter beschikking gesteld kwam uit Rotterdam op 12 Mei pl.m. 19.00 uur te Den Haag aan en is veiligheidshalve hier aangehouden tot den 13e Mei ’s morgens. Toen is het doorgegaan naar de Fabriek. Aangezien niet alle bg. van het D.v.K. meegenomen waren bij het 1e transport zouden deze bg. alsnog moeten worden gehaald. Dit schijnt niet meer mogelijk geweest te zijn.

f. bg patroon van 2 tl.
     Munitie van 2 tl. was tot nu toe alleen nog uit het buiteland betrokken. Wel is nog nagegaan of een beging zou kunnen worden gemaakt met de laboreering dezer patronen, doch er waren nog niet voldoende onderdeelen aangemaakt. In Zurich stonden 80.000 stuks gereed; er werd gehoopt, dat deze ons nog via Frankrijk zouden kunnen bereiken. Dit is niet het geval geweest. Wel zijn op 14 Mei te 11.00 uur nog aangekomen 5 wagens met 2 tl, munitie uit Italië, welk bericht dadelijk aan de D.M.L. is doorgegeven.

g. slagpijpje no. 3
     Betreffende de bestelde slagpijpjes nr. 3 werd op 12 Mei bericht, dat 4800 stuks waren ingeleverd, 13.000 gereed aan de A.I. en dat de productie op 5000 stuks per dag kan worden gesteld.

h. patronen S. No. 1 enz.
     Betreffende de mogelijkheid van aanmaak van scherpe patronen bericht H.F. op 12 Mei dat de productie van scherpe patronen van 7,9 (vermoedelijk patr. S. No.23) naast de No.1 bedraagt 10 à 15.000 per dag, méér is niet mogelijk. Van 12,7 patronen (Marine) is de dagproductie 5000 stuks. De totale productie kan niet meer zijn dan 50.000 bij gebrek aan onderdeelen, er zijn 10.000 stuks
gereed.
     Op 13 Mei wordt de productie mogelijkheid nader gepreciseerd als:
200.000 stuks No. 1.
15.000   “  No. 23.
5.000  “  No. 12,7 per dag.
     In herinnering wordt gebracht, dat hulzen en kogels voor patr. S. No. 1. ook te Delft werden vervaardigd, en dat op 11 Mei uit veiligheidsoverwegingen de werkzaamheden aan de patroonfabriek aldaar werden gestopt.
     Tenslotte verzocht H.F. op 14 Mei doorloopende machtiging om gereed zijnde patr. S. No. 1. Onverwijld in te leveren in de magazijnen D.v.D. om opeenhooping in de fabriek te voorkomen. Alle patronen werden licht geolied afgeleverd om klemmers te voorkomen, deze machtiging werd verleend.
     Behoudens de hierboven behandelde munitie, die in het urgentieprogramma voorkwam, is in deze dagen ook de aanmaak van andere munitie ter sprake gekomen.      In de eerste plaats eihandgranaten.
     Op 11 Mei verzocht de Directie aan H.F. opgave van de productie betreffende eihandgranaten No. 1 en 3. Wel is waar was toen nog geen aanvraag door militaire autoriteiten gedaan, doch terecht voorzag de Directie de mogelijkheid dienaangaande. Dit geschiedde ook inderdaad op 12 Mei toen door O.L.Z. met aandrang naar eihandgranaten werd gevraagd. De voorraad aan de A.I. was toen 14.000 eihg. No. 3; de productie mogelijkheid was 10.000 stuks No. 1 per dag + 4000 te verkrijgen door omwerking van halfscherpe waarvan weder 20.000 No. 1 en 27.000 No. 3 in voorraad waren.

Eihandgranaat No. 1
Eihandgranaat No. 3

In de tweede plaats munitie van 4,7.
     Hiervan lagen op 13 Mei aan de Fabriek gedeponeerd – dus gereed om te keuren – 2500 bg. patronen, de productiemogelijkheid wordt opgegeven als 300 perdag. Omtrent bpg. Patronen – toch te beschouwen als het voornaamste projectiel in den strijd tegen de gepantserde eenheden – wordt niets vermeld.

     In de derde plaats munitie van 40 mm (Marine).
     De Marine verzocht met spoed af te leveren patronen van 40 mm. No. 1 en 2.
H.F. bericht op 12 Mei dat er 3100 buizen voor deze patronen zijn, het afleveren van 3100 patronen zal een week vorderen, aangezien men bezig is met laboreeren van 40 mm. No. 3.
     Reeds in dezen korten oorlogstijd kwam het herstellen van hulzen ter sprake. Op 13 Mei bericht H.F. dat een regeling is gemaakt, dat het herstel van hulzen van 7 veld bij Verblifa te Krommenie zal geschieden, waar voor 2 banken zijn overgeplaatst. Verblifa is echter niet meer aan het herstellen toegekomen.
     Het herstellen van 7,5 tl. en 4 tl. zou geschieden aan de A.I. ; gemiddeld 50 per uur, Deze herstelling liep naar wensch, behoudens het bezwaar dat bij het vluchten tijdens luchtalarm steeds de kalibakken en de gloeiovens stopgezet moesten worden. Daardoor konden vrijwel geen hulzen worden ontlaten.

Huls bestemd voor 7 Veld

Aanmaak en herstelling infanterie wapenen.

     Betreffende aanmaak en hertstelling infanterie wapen, w.o. dus in de eerste plaats mitrailleurs, genoemd in het urgentieprogramma van de munitie onder – spoedaanmaak munitie, punt I –  , valt het volgende op te merken.
     Op 10 Mei ’s morgens stonden aan de Hembrug gereed voor verstrekking:
     35 Mitrailleurs M.08/15
     97 “                 “  M.20 en
     35 geweren t.p. waarvan 2 nog in oorspronkelijke verpakking.
     Op 12 M3i werd bericht, dat op den 13e 70 Vickers mitrailleurs (vermoedelijk Mitr.M.18 opgeboord tot kaliber 7,9) en 190 Mitr.M.20 gereed zullen zijn: verdere afleveringsmogelijkheden zijn wat betreft Mitr.M.20 over drie dagen 50, verder telkens iedere 3 dagen 50 tot een totaal van 200 stuks.
     Wat bertreft Mitr.M.8/15 in de eerste drie weken niets.
     Wat betreft  Mitr.M18 50 over één week, daarna nog twee weken telkens 50 dus in totaal 150 stuks.
     Zekerheidshalve werd nog gestipuleerd, dat deze mitrailleurs compleet met uitrusting moeten worden geleverd.

Mitrailleur M.08 op cavalerie-drievoet affuit

     Een byzondere zorg eischte nog de voorziening in den aanmaak van patroontrommels. De fa. Luyt te Krommenie vroeg o.m. op 12 Mei om uitbreiding van de order op patroontrommels, welke de voor zoover de materiaalvoorraad aan de Hembrug toeliet, op 13 Mei werd verstrekt. De fa. van der Heem uit ’s Gravenhage verzocht op den 12e Mei eveneens toezending van verschillende onderdeelen ter bespoediging van de productie. Toen deze zending op de 14e bij haar arriveerde moest uit veilgheidsoverwegingen deze zending alsmede al het materiaal, de gereedschappen en de producten nog bij de firma aanwezig, worden teruggezonden. Dit schijnt niet meer te zijn geschied.
     Het wad de bedoeling de productie bij de fa. van Luyt voort te zetten, hiervan is uit den aard der zaak  niets meer gekomen.

Draagbare wapenen.

     Wat draagbare wapenen betreft was de Fabriek bezig met den aanmaak van karabijnen No. 5 (wijziging van geweren naar karabijn). Hiervan werden er op 11 Mei 1000 stuks afgeleverd; de verdere mogelijkheid zou zijn op 14 Mei weder 600 stuks, daarna elke 2 dagen 600 stuks.

Hembrugkarabijn No. 5

Intusschen zijn op de 14e nog 800 stuks ingeleverd, tegelijk met de hiervoren genoemde, op den 13e gereedgekomen Mitr. M.20 en Vickers mitr.
     Omtrent mortieren van 8 werd op 10 Mei bericht, dat 29 stuks met uitrusting aan de Fabriek gereed stonden. Aan de uitrusting ontbraken echter nog 21 wissers en 11 schroevendraaiers. Op 14 Mei werd bericht, dat de uitrusting compleet was. Omtrent de bestemming dezer mortieren is verder niets meer gezegd.
     Tenslotte zijn op 14 Mei nog 40 mitrailleurs M. 20 voor paw. afgehaald door een officier, bekend bij de Fabriek als behoorende tot een der esk. paw.

Betreffende den aanmaak en herstelling van geschut wordt het volgende opgemerkt:

Vuurmonden van 7,5 tl.

     Van de grootte opdracht tot aanmaak van 120 vuurmonden van 7,5 tl.waren nog verschillende vuurmonden in meer of minder vergevorden staat van afwerking aan de Hembrug aanwezig.
     Op 10 Mei beschikte de Fabriek over de volgende vuurmonden:
3 stuks nog in te schieten (de No. 118, 119, en 120)
6     “     ingeschoten en gereviseerd (de No. 106, 101, 99, 98, 97 en 90)
3     “                 “          nog niet gereviseerd (de No. 93, 94 ,96)
2     “                 “           (No. 73 en 74) voorzien van klokken voor hoogte en zijdel. richting, doch zonder tempeertoestel.
     Met één aanwezig vuurleidingstoestel van Hazemeijer, waarvan de richtkijkers van uit Delft werden toegezonden en 3 gereed zijnde vuurmonden is nog één bt. van 7,5 tl. kunnen worden afgeleverd.

Vuurmonden van 7 veld.

     In aanmaak waren 20 vuurmonden van 7 veld. Hiervan waren 8 stuks te ’s Gravenhage bij de Commissie van Proefneming voor inschieten, dus nog zonder opzet of kijker. Op 14 Mei heeft de I.d.A. beslag gelegd op deze vuurmonden, wegens gebrek aan richtmiddelen was de mogelijkheid voor practisch gebruik gering. 4 Andere vuurmonden waren op den 10e Mei gemonteerd gereed, de opzetten met kijkers zouden zicht te Delft bevinden.   Door moeilijkheden met de verbinding over den weg tusschen Hembrug en Delft zijn deze opzetten niet tijdig op hun juiste plaats gekomen.
     Nog waren in herstelling 4 vuurmonden van 7 veld, welke door brand geleden hadden. Deze waren bij het begin der vijandelijkheden prachtisch gereed voor gebruik. Over twee stuks werd direct door de D.M.L. beschikt, een stuk is door een officier van den Staf der 2e Divisie gehaald en heeft na veel omwegen op den 14e te Woerden zijn oorspronkelijke bestemming bereikt; de 4e vuurmond is tenslotte op den 14e bij het 1e Depot Artillerie ;s Gravenhage aangekomen.

stuk 7 veld in Oldenbroek

Aanmaak nieuw geschut.

     Op 13 Mei werd nog een urgentieprogramma voor den aanmaak van nieuw geschut gegeven, waarvoor de materialen aan de Fabriek beschikbaar waren, n.l.:
1. 64 kernbuizen voor 4 tl. geddeltelijk door Hembrug, gedeeltelijk door Werkspoor uit te voeren.
2. Kernbuizen van 7,5 tl. uit de beschikbare materialen, waarbij autofrettage achterwege te laten.
3. Afmaken van vuurmonden 7 veld.
4. Vervaardigen van loopen voor vuurmonden van 10 veld.
5. Vervaardigen van vuurmonden van 4,7 althans van de kanonnen c.q. ter verwisseling.
     Wat de kanonnen van 10 veld betreft bericht H.F. dat het uitgesloten moet worden geacht dat deze worden klaargemaakt; de hoofdonderdeelen zijn in aanmaak bij de R.D.M. te Rotterdam, waarmee geen verbinding kan worden verkregen. Reserveloopen konden worden gemaakt; Op de 13e was een reserveloop aanwezig; te beginnen met 15 Mei zou iedere 15 werkuren een reserveloop kunnen worden afgeleverd.
     Omtrent de overige punten hierboven bedoeld zijn geen gegevens beschikbaar gekomen, uit den aard der zaak kan hier aan ook niets gedaan zijn.
     Naast deze voornaamste punten betreffende munitie, vuurmonden en draagbare wapenen trekken nog enkele op zich zelf staande feiten de aandacht.
In de eerste plaats de “herstellingsdienst”.

De Herstellingsdienst.

     Op 10 Mei ontving de afdeling T.A.Vo.H. (Afd. herstellingen van de Technischen Aanschaffings- en Voorlichtingsdienst) van de D.M.L. telefonisch een opgave betreffende: “herstellingen dringend met voorrang” met verzoek deze ter plaatse uit te voeren.
     Twee herstellingsauto’s elk bemand met een herstellingsploeg, vertrokken kort daarop van de Hembrug naar Gelderland, respectievelijk Noord-Brabant teneinde dez opdracht zoo spoedig mogelijk uit te voeren en zoo mogelijk onderweg, waar noodig service te verleenen.
     In de omgeving van Rhenen en ’s Hertogenbosch werd hun echter den verderen doorgang geweigerd, daar de militaire commandanten strenge orders hadden geen burges door te laten tot de strijdende legers.
     De herstellingsploegen kwamen – nadat zij telefonisch nadere instructies hadden gevraagd – op 11 Mei onverrichtterzake aan de Fabriek terug. Hiervan werd de D.M.L. in kennis gesteld, die verzocht nadere opdrachten af te wachten, daar de toestand eerst moest consolideeren. Intussen werden nog 5 fordauto’s aangeschaft en met spoed ingericht tot herstellingsauto.

Ford vrachtwagen

Mitrailleurs.

     Ten behoeve van de herstelling van mitrailleurs en draagbare wapenen was – reeds in vredestijd – de inrichting van twee mitrailleur herstelwerkplaatsen voorbereid en wel te Waalsdorp en Overveen. Deze waren reeds in de aan den oorlog voorafgeganen mobilisatietijd ingericht en in werking gebracht.
     De mitrailleur herstelwerkplaats Waalsdorp werd reeds in den nacht van 10/11 Mei, verlaten, daar zich gevechtshandelingen in zijn nabijheid afspeelden.
     In den loop van den 11e Mei werd alles zoo goed mogelijk overgebracht naar een leegstaand fabriekspand in de Lekstraat te ’s Gravenhage; de herstelwerkplaats is niet meer in werking gekomen.
     In de mitrailleur herstel werkplaats Overveen kwamen geen aanvragen tot herstelling binnen, zoodat deze inrichting in dezen korte oorlogstijd niet tot haar recht gekomen is.

Hulpverlening van algemeene aard.

In de tweede plaats “hulpverlening van algemeene aard”. Te ’s Gravenhage werd bij de T.A.Vo.M. (afdeeling munitie van den Technische Aanschaffings- en Voorlichtingsdienst) herhaaldelijk bericht ontvangen van neergekomen projectielen, na onderzoek bleek dit in de meeste gevallen de eigen buis van eigen luchtdoel munitie te zijn.
     Eenmaal werd een Duitsche handgranaat, afkomstig van een parachutist onderzocht.
     Een paar maal werd er een beroep gedaan om ongesprongen projectielen onschadelijk te maken. Bij gebrek aan personeel en springmiddelen werd een en ander overgedragen aan de C.v.P.
     Nog ontving de Directie een vraag van den Chef van de fabriek Hapam (Amersfoort) om 30 ton koper te vervoeren en wat met machines van Defensie gedaan moet worden. De Directie liet de fa. weten dat het vervoeren van het koper met de militaire autoriteiten ter plaatse geregeld moest worden en dit koper zoo mogelijk naar de Hembrug moest worden gebracht.
     De machines moeten bij naderen van den vijand onklaar worden gemaakt.
     Te Hembrug werden eveneens talrijke verschillende vragen en aanbiedingen gedaan.
     In den vroegen morgen van den 10e  bood de fa. Luyt, te Krommenie een fabrieksgebouw van 2000 m2 oppervlakte als opslagplaats materieel aan. Dit aanbod werd aan de  D.M.L. doorgegeven, die hierover ten behoeve van het Munitiepark beschikte.
     Klaarblijkelijk vroegen de troepen commandanten herhaaldelijk materieel en munitie rechtstreeks aan de Fabriek; de Directie zag zich genoodzaakt er op te wijzen dat dergelijke vragen naar den D.E.V. dienen te worden verwezen.

Explosieven voor vaartuigen en bruggen .

     3 Onderofficieren – vuurwerker werden op de 10e Mei te 23.00 uur naar de Oranjesluizen gezonden, waar eventueel vaartuigen zouden moeten worden tot zinken gebracht en waarbij deze personen advies zouden moeten geven.
     Ook werd personeel gezonden naar Spanbroek om ladingen onder bruggen aan te brengen.
In de omgeving van de Fabriek werden neergevallen projectielen door deskundig personeel onschadelijk gemaakt.
     Te Delft werden ook herhaaldelijk aanvragen van troepencommandanten om materieel en roepen te ontvangen, waarvan uit de aard de zaak niet kon worden voldaan.
     Op verzoek van militaire commandanten werden den 13e auto’s beschikbaar gesteld voor het maken van barricades, terwijl een 10 tons oplegger voor het vervoer van troepen werd beschikbaar gesteld.
     In de onmiddellijk op de oorlogsdagen volgende dagen hebben e brandspuiten met wisselploegen en de ziekenauto met volledige bezetting met succes deelgenomen aan het reddingswerk in het zoo zwaar geteisterde en voor een groot deel verwoeste Rotterdam.
Bronnen NIMH, Archieven.nl ©PDKAIH2019

Gebruikte afkortingen.

2 tl – 2 cm granaat tegen luchtdoelen
4 tl – 4 cm granaat tegen luchtdoelen
7 veld – vuurmond voor 7,5 cm granaten
10,5  hw – 10,5 cm houwitzergranaten
Affuit – onderstel van een vuurmond
Autofrettage
het genereren van een zeer hoge continue spanning rond de loop van een wapen deze spanning compenseert de belastingen die optreden tijdens het afvuren.
bg – stalen slank model brisantgranaat
bg . No.2 – stalen slank model brisantgranaat met lading No.3
bpg – brisante pantsergranaat
bt – batterij (een groep vuurmonden)
Canoïdes – oliën (o.a. hennepolie)
C.O.W – centraal orgaan weermacht
c.q – Casu Quo (in dit geval)
C.v.P – commisie van proefnemingen
D.E.V -???
D.M.L – dienst materieel landmacht
D.v.D – departement van defensie
D.V.K – Departement van Koloniën
eihg – eihandgranaat
Esk.- eskadron
H.T.A.Vo. – Hoofd Technische Aanschaffings- en Voorlichtingsdienst (van de AI).
H.F. – hoofd fabriek
h.t.l. –  het tegen luchtdoelen
hw – lang
I.d.A – ???
Kard – kardoes
lad – lading
Lad 2 – verminderde lading
n.l. – namelijk
Mech. tb. – Mechanische tijdbuizen
M.g – magnesium
O.L.Z. – opperbevelhebber land en zeemacht
osbg – oefenspringbrisantgranaat
patr – patroon
paw. – pantserwagens
pl.m – plusminus
R.D.M. – Roterdamse droogdok maatschappij
S No.1 – scherpe patronen voor geweer/karabijn
Slagpijpjes No, 3 – ontsteker voor projectielen
T.A.Vo.H – Technische Aanschaffings- en Voorlichtingsdienst (afd/) Herstellingen.
T.A.Vo.M – Technische Aanschaffings- en Voorlichtingsdienst (afd/) munitie.
tb No. 7 NM – tijdbuis no. 7 nieuw model
Tempeertoestel – gereedschap om een mechanische schokbuis op een projectiel te schroeven en in te stellen op direct exploderen bij contact met de grond, of op exploderen met een tijdvertraging.
tl – tegen luchtdoelen
tp. – tegen pantser
vl – verminderde lading
vuurmond –  loop, schietbuis van een zwaar kaliber wapen (kanon)


    

BUSKRUITAUTO AI AANGEHOUDEN

CONTROLE DOOR DE CCD

Op zaterdag 13 maart 1943, hield de Marechaussee samen met de ambtenaren van de Centrale Controle Dienst (CCD, opvolger van de een door de overheid in 1934 ingestelde Crisis Controle Dienst) een controle in de Wieringermeer. Zij hadden voornamelijk tot taak de zwarte handel in schaarse goederen en voedsel ( hamsteren, prijsopdrijving, smokkelen, sluikhandel en frauduleuze slachtingen) te bestrijden. Het was de ambtenaren al eerder opgevallen dat er regelmatig een auto van de Artillerie Inrichtingen, voorzien van het opschrift “BUSKRUIT” door de polder reed. Toen zij ditmaal de wagen zagen naderen besloten zij om hem toch maar eens aan een inspectie te onderwerpen.

Stopbord CCD

Dat bleek al spoedig een voor hen juiste beslissing want toen de vracht aan een nader onderzoek werd onderworpen, bleek deze te bestaan uit 40 mud (2800kg) tarwe en 5 mud (200kg) aardappelen. De chauffeur en zijn collega werden onmiddellijk in verzekerde bewaring gesteld en aan een verhoor onderworpen. Hieruit bleek dat zij al vaker tarwe hadden vervoerd naar de Artillerie Inrichtingen aan de Hembrug en dat dat daar onder het personeel werd verdeeld. De tarwe was afkomstig van boeren die het tijdens het dorsen onder het stro hadden achter gehouden. Dit met medeweten van de Dorscontroleur die door dit voorval natuurlijk ook opgepakt werd. Hoe het verhaal verder is afgelopen is niet bekend maar het is haast wel zeker dat de controleur een zware pijp te roken heeft gekregen. ©PDKAIHembrug

HET JOODSE PERSONEEL VAN DE ARTILLERIE INRICHTINGEN

De opdracht voor het ontslag
 
wehrmachtsbefehlshaber-in-den-niederlanden-friedrich-christiansen

Wehrmachtsbefehlshaber in den Niederlanden Friedrich Christiansen

Begin maart 1941 stuurde de Wehrmachtsbefehlshaber in den Niederlanden (Friedrich Christiansen), aan een aantal bedrijven een schrijven met daarin de opdracht om hun Joodse werknemers per direct te ontslaan en hem van het uitvoeren van deze maatregel in kennis te stellen. Ook de toenmalige Directeur der Artillerie Inrichtingen Hembrug, Dhr. Ir. Franciscus (Frans) Quirien den Hollander, ontving zo’n brief. Op 11 maart 1941 stuurde hij als antwoord een schrijven naar het Afwikkelingsbureau van het Departement van Defensie waarin hij schreef dat hij de ‘opdracht’ had uitgevoerd en al zijn Joodse werknemers per onmiddellijke ingang had ontslagen. Het bedrijf had van alle Zaanse bedrijven het grootste aantal Joodse medewerkers en het ontslag had dus ook een enorme impact op de Joodse gemeenschap, want buiten de medewerkers, werden natuurlijk ook hun gezinnen zwaar getroffen.Bij zijn antwoord zat onderstaande bijlage met daarop de namen, geboortedatum, volledige adressen, salarissen en beroepen van alle 28 Joodse medewerkers, die hun baan en inkomen in één klap waren kwijtgeraakt. Zij kregen bij hun ontslag nog enkele maanden loon mee en moesten op zoek naar een andere baan, iets wat in die tijd een zo goed als onmogelijk was.De ontslagen medewerkers

Abas, Isodore (moet zijn Isidore)
* 09-02-1887      † 10-09-1942      Auschwitz, Polen
gehuwd               Laings Nekstraat 14 hs Amsterdam
timmerman                       salaris hfl. 25,92 per week

Baale, Marcus van
*23-03-1917       †31-12-1944       Kdo. Blechammer
Ongehuwd         Kromme Mijdrechtstraat 69
hs Amsterdam
Schrijver                             salaris hfl. 22,56 per week

Beer, Willem Leonard de
*29-02-1896       †onbekend
gehuwd               Melkweg 22 hs Amsterdam
bankwerker                      salaris hfl. 30,56 per week

Bokke, Nathan van der
*30-06-1899       †16-04-1943       Sobibor
gehuwd               Soendastraat 35
hs Amsterdam
bankwerker                      salaris hfl. 29,64 per week

Boom, Simon David
*06-02-1914       †14-05-1942       Amsterdam (longembolie/pleurites)
gehuwd               Alexanderstraat 3
hs Amsterdam
Half vakman                      salaris hfl. 23,52 per week

Caneel, David
*17-10-1915       †18-09-1942       Auschwitz
ongehuwd         Gerard Douwstraat 184 I Amsterdam
werkman zonder vakbekwaamheid       salaris hfl. 20,64 per week

Canes, Mozes
*26-02-1914       †03-09-1942       Auschwitz, Polen
ongehuwd         Bossenburgerplein 12
III Amsterdam
half vakman                      salaris hfl. 23,52 per weekCosta da Fonseca, Aron (Arie)
*02-09-1900       †21-05-1943       Sobibor
gehuwd               Nieuwe Kerkstraat 5
II Amsterdam
werkman in algemene dienst    salaris hfl. 20,16 per week

Crost, Abraham
*07-01-1909       †onbekend
gehuwd               Maarten Jansz. Kosterstraat 11
II Amsterdam
werkman zonder vakbekwaamheid       salaris hfl. 20,64 per week

Fulldauer, Jacob
*05-08-1912       †30-09-1942       Auschwitz
gehuwd               van Musschenbroekstraat 13
II Amsterdam
revolverbankdraaier      salaris hfl. 23,04 per week

Gobetz, Israël
*20-05-1907       †16-03-1943       Sobibor
gehuwd               Danie Theronstraat 10
III Amsterdam
werkman zonder vakbekwaamheid       salaris hfl. 21,60 per week

Groot, Philip de
*30-01-1901       †15-12-1942       Auschwitz
Gehuwd              Louis Bothastraat 3
I Amsterdam
Geoefend sjouwer        salaris hfl. 27,36 per week

Halberstadt, Barend
*29-05-1895       †31-08-1943       Midden Europa
gehuwd               Foeliestraat 30 II Amsterdam
schrijver 1e klasse           salaris hfl. 1710,- per jaar

Lobatto, Frederik (Fred) August
*02-07-1913       †14-11-2002       New York
ongehuwd         Grensstraat 8 Amsterdam
ingenieur            salaris hfl. 2523,- per jaar

Meents, Marcus
*14-08-1912       †
gehuwd               Achillesstraat 15
I Amsterdam
schrijver 2
e klasse            salaris hfl. 1411,- per jaar

Maljado, Aron (Juda)
*15-09-1912       †31-03-1944       Auschwitch
gehuwd               2
e Oosterparkstraat 77 III Amsterdam
werkman zonder vakbekwaamheid       salaris hfl. 21,60 per week

Poppelsdorf, Isaak
*28-12-1904       †04-06-1943       Sobibor
gehuwd               Sofiastraat 13 Zaandam
terreinwachter                salaris hfl. 21,28 per week

Praag, Ferdinand van
*01-11-1915       †onbekend
gehuwd               Adriaan van Bergenstraat 6
III Amsterdam
electriciën          salaris hfl. 25,92 per week

Schellevis,Max
*13-06-1920       †03-08-1942       Auschwitz
ongehuwd         Jan Lievenstraat 34
hs Amsterdam
jeugdgroep        salaris hfl. 19,20 per week

Smitt, Louis Ferdinand de
*21-10-1906       †01-02-1993 New York
gehuwd               Reijnier Vinkeleskade 61 Amsterdam
instrumentmaker 2
e klasse         salaris hfl. 25,92 per week

Soubice, Andries
*15-09-1884       †26-02-1943       Auschwitz
gehuwd               2
e Jan Steenstraat 103 hs Amsterdam
werktuigbouwer             salaris hfl. 27,36 per week

 Spiero, Nathan
*05-02-1886       †19-10-1942       Auschwitz
weduwnaar       Huddestraat 5 Amsterdam
freeser                salaris hfl. 22,56 per week

Veen, Jacob van der
*26-03-1908       †30-06-1944       Midden Europa
gehuwd               Lepestraat 6 
I Amsterdam
bankwerker       salaris hfl. 24,00 per week

Vos, Jaques
*20-05-1905       †28-02-1943       Auschwitz
gehuwd               Heemstedestraat 1
III Amsterdam
Bediende 1e klasse         salaris hfl. 22,56 per week

Walvis, Mozes
*07-08-1896       01-02-1965         Amsterdam
gehuwd               Afrikanerplein 40
III Amsterdam
bankwerker       salaris hfl. 24,00 per week

Waterman, Levie
*26-01-1903       †16-07-1943       Sobibor
gehuwd               Jodenbreestraat 63
III Amsterdam
keurder               salaris hfl. 28,73 per week

Waterman, Samuel
*12-06-1910       †30-05-1941 Mauthausen
ongehuwd         Lepelstraat 79
III Amsterdam
half vakman       salaris hfl. 23,52 per week

Wind, Jacobus (Jacob) de
*05-06-1921       †16-03-2010       Amsterdam
ongehuwd         Noordeinde 89 Den Haag
schrijver 2
e klasse (mnd.loon)   salaris hfl. 727,- per jaar

26 van de Joodse medewerkers kwamen uit Amsterdam, de overige (2) uit respectievelijk Zaandam en Den Haag.Geëvacueerd

Op 4 mei kreeg de van Directie van de Artillerie Inrichtingen nog een schrijven van de Joodschen Raad waarin zij schreven dat één van de getroffen werknemers (I. Poppelsdorf), slechts met zeer grote moeite zijn hoofd boven water wist te houden. Hij verdiende na zijn ontslag wekelijks zo’n 10 a 12 gulden, dat was de helft minder als hij bij de Artillerie Inrichtingen verdiende en van dat geld ging er wekelijks ook nog eens ruim 5 gulden aan huur af. Het ging dus erg slecht en hij was onlangs uit Zaandam “geëvacueerd”.Na het ontslag

In het voorjaar van 1942 informeerde de Artillerie Inrichtingen bij de Joodschen Raad hoe het hun voormalige medewerkers verging. Bij het antwoord zat een bijlage met het wel en wee van enkele van de ontslagen medewerkers. Onderstaand een korte samenvatting van de bijlage :I. Abas
Was na zijn ontslag enige tijd werkeloos en belandde daarna met een longontsteking in het ziekenhuis. Tijdens zijn ziekte kreeg hij ziekengeld. Zijn dochter werkte op een naaiatelier en is ook ontslagen. Zij moet wekelijks fl. 1, – afbetalen voor de door haar aangeschafte naaimachine. Huidige inkomsten zijn als er werk is fl. 0,65 p/u. Het lidmaatschap voor de Bond kost het gezin fl. 1,18 per week. De omstandigheden voor hen zijn iets gunstiger dan eenige tijd geleden. Maar de achterstand van vorig jaar moet ook nog worden ingehaald.

M. van Baale
Was een tijdlang werkzaam in Aalsmeer. Nu al eenigen tijd te werk gesteld in één der Joodsche werkverruimingskampen in Drenthe. Is kostwinner voor ziekelijke moeder. Zijn eenige zuster is ontslagen bij de Bijenkorf en heeft een afloopende uitkering. Kosten voor de wekelijkse huur zijn fl. 7,50. Zijn verdiensten zijn wisselend en in het algemeen zo dat zijn moeder in moeilijke omstandigheden verkeert op spoedig zal komen te verkeeren.

D. Caneel
Was eenigen tijd werkloos en had daarna nu zo nu en dan werk. Verdiende fl. 10, – per week. Per 1 april 1942 te werk gesteld in één der Joodsche werkverruimingskampen in Drenthe. Is ongehuwd en kostwinner voor moeder (vader is overleden). Zijn broer was fietsjongen totdat het bedrijf waar hij werkte onder beheer werd genomen. Huur bedraagt fl. 5,50 per week. Voor onderstand 1 bestaat alle aanleiding.

A. Costa da Fonseca
Eerst in de (algemeene) werkverschaffing met een gemiddeld loon van fl. 20, -/22, – per week. Nu werkt hij als expeditieknecht bij zijn buurman. Salaris fl. 15, – per week. Is gehuwd en heeft vijf kinderen (9 ->16 jaar). Eén van hen verdient fl. 5, – per week. Huur woning fl. 6,50 per week. Er zijn zeker zorgelijke omstandigheden.

J. Fuldauer
Heeft als reiziger2 gewerkt. Omdat de inkomsten uit deze werkzaamheden onvoldoende zijn, werkt zijn vrouw als machinestikster tegen een salaris van fl. 8,-. Geen kinderen. De huur bedraagt fl. 28, – per maand.

I. Gobetz
Voor zijn ontslag was zijn beroep sigarenmaker. Hij kan hier echter geen werk in vinden. Kwam terecht in de (gewone) werkverschaffing en verdiende daar fl. 20, – per week. Werd afgekeurd en probeert nu met het verkopen van bontzooltjes. Het inkomen is gering en onvoldoende om zijn vier kinderen (6->12 jaar) datgene te verschaffen wat voor levensonderhoud dringend nodig is. Huur van de woning is fl. 5,50 per week.

A. Maljade
Was voor zijn ontslag  diamantslijper. Terugkeer naar dit beroep is onmogelijk. Vond na een half jaar pas werk. Werd winkelbediende en verdiende fl. 17,50 per week. Ontvangt nu ziekengeld en is onder behandeling van een specialist vanwege chronische ontsteking van zijn vingerkootjes. Zijn vrouw moet één dezer dagen bevallen. Huur is fl. 5,50 per week. Toekenning van onderstand is aangewezen.

N. Spiero
Werd na ontslag onderhouden door een gehuwde dochter (Kopee, Ruddestraat 5 II). Is instrumentmaker en verdiende wat bij met repareeren van horloges. Gezien het geringe inkomen, moet zijn dochter hem helpen. Was weduwnaar en is hertrouwd. Woont thans op Iepenweg 15 II .Toekenning van een zekere onderstand zou zeer ten stade komen3.

J v/d Veen
Was tot eind 1941 zonder werk. Nu meubelmaker. Gehuwd en heeft twee kinderen (4->9 jaar) waarvan de oudste ernstig aan astma lijdt. Heeft extra toewijzingen en is eenigen tijd naar een kolonie aan zee geweest. Had een werkloozenuitkeering van fl. 16,-. Verdiend nu fl. 0,65 per uur.  Huur fl. 6,50 per week. Deze man verkeert in ernstige moeilijkheden.

J. Vos
Had na ontslag steun. Heeft nu fl. 14, – crisis uitkeering van zijn bond. Huur fl. 28, – per maand. Is gehuwd. Ondanks het feit dat het gezin niet groot is heeft het zeer geringe inkomsten.

S. Waterman
Nadat Waterman, die ongehuwd en kostwinner voor zijn moeder was, werd hij naar Duitschland gebracht. Zijn moeder is bij een gehuwde dochter (v. Velzen, Lepelstraat 79) in getrokken. Het gezin heeft het niet breed. Toekenning van onderstand zou zeer op zijn plaats zijn. (Op 31-05-1941 is deze verleend).

 I. Poppelsdorf
Wist slechts met zeer grote moeite zijn hoofd boven water te houden. Hij verdiende na zijn ontslag wekelijks zo’n fl. 10, – a fl. 12 , -. De huur bedroeg fl. 5,25. Is intusschen uit Zaandam “geëvacueerd”.

1 onderstand = inkomstenondersteuning   2 reiziger = vertegenwoordiger   3 ten stade komen = goed uitkomen

fq den hollander

Ir F.Q. Den Hollander

     Dat was het laatste nieuws wat Den Hollander hoorde over zijn voormalige werknemer(s). In 1943 kwam er ook voor hem een einde aan zijn werkzaamheden bij de AI. Monument

Van de 28 ontslagen medewerkers, overleden er 19 tijdens de Holocaust. E. Schaap heeft in het verleden al eens gepleit om een monument voor deze Joodse medewerkers op het Hembrugterrein te plaatsen. Misschien is het, nu het terrein in snel tempo veranderd, tijd omdat plan te verwezenlijken. Ook zij mogen nooit vergeten worden.
Bronnen: Joods Monument, Nationaal Archief, E. Schaap en het NIMH ©PDKAIH2019

      

DE REVOLVER M73

DE REVOLVER M73.

Tot het jaar 1873 was de Nederlandse landmacht met een grote hoeveelheid verschillende wapens bewapend. Dit waren voornamelijk oude pistolen met een kaliber van 17,1 m/m, een gemoderniseerde percussie inrichting maar lopen zonder trekken en velden. De pistolen waren van de modellen uit 1815 en 1820 (de M 1815 en de M 1820).

Bij de Marine beschikte men toen al geruime tijd over een revolver. Het was een percussie wapen, met een kaliber van 11,2 m/m vervaardigd bij de Maastrichtse vuurwapenfabrikant Beaumont. De officiële naam van het wapen was de Beaumont-Adams revolver, model 1856. In 1869 werd dit type gemoderniseerd volgens een ontwerp van Van Wely ,een Marine officier. Na de modernisering was het wapen geschikt voor eenheids – patronen en omdat het een achterlader was werd het “Revolver A” genoemd. Dit model werd tot ca. 1900 gebruikt.

Filmpje over de werking van een de Beaumont Adams percussie revolver

J.J. Bergansius, kapitein der Artillerie, geen onbekende in de wapenindustrie was hoofd van de Maastrichtse wapenkeuringscommissie en had vele contacten op dat gebied. Hij had grote interesse in de fabricage van handvuurwapens en daarom heel wat uren doorgebracht bij de Nederlandse maar ook Belgische (Luikse) wapen industrie. In 1869 verscheen er een boek van zijn hand. “Handleiding tot de kennis en inrichting en het gebruik van revolverpistolen” In dit boek stond een ontwerp voor het vervaardigen van een snelvuur oorlogsrevolver. Volgens dit ontwerp werden een aantal modellen gemaakt. Deze werden door hem ter beoordeling aan de Minister van Oorlog aangeboden.

Ongetwijfeld zal zijn jongere broer J.W. Bergansius, ook officier en werkzaam bij de Pyrotechnische Werkplaats Delft hem daarbij met raad en daad hebben bijgestaan. Deze broer werd later directeur van de Artillerie Inrichtingen, bevorderd tot Luitenant Generaal. In van 1888 tot 1891 werd hij Minister van Oorlog. Dit beviel hem blijkbaar zo goed dat hij die functie 10 jaar later, van 1901 tot 1905 weer aanvaarde in deze functie was hij de verantwoordelijke persoon voor de invoering van het geschut 7 veld. En als of het nog niet genoeg was, bekleedde hij vanaf 1903 ook nog de functie Minister van Staat.

Kanon van 7 veld

Enige jaren na het verschijnen van zijn boek paste J.J. Bergansius  zijn ontwerp aan en maakte daarmee het wapen geschikt voor eenheids randmunitie met een kaliber van 9,4 m/m. Het model kreeg de lange naam “revolver met zes schoten en een lange worp” en werd in 1873 ingevoerd. De naam werd volgens de gebruikelijke regels naar het jaar van invoering genoemd : M 73 model 1873.

Het Bergansius ontwerp was gebaseerd op een in Juli 1862 gepatenteerde uitvinding van J. Chamelot en H.J. Deville die een wapen door middel van een double action systeem  / centraalvuring geschikt maakte om eenheidsmunitie, ontworpen door H. Smith en D. Wesson (Smith&Wesson) te gebruiken. Het wapen kon net als de revolver van A Van Welly aan de achterzijde worden geladen. De kamer/trommel kon zijwaarts geklapt worden waardoor de hulzen uitgenomen en de nieuwe patronen geladen konden worden. Men doet Bergansius vaak tekort door te schrijven dat het wapen volgens het systeem Chamelot-Delvigne is gemaakt. Dit misverstand is in 1879 ontstaan door een foute tekst in een handleiding van 1e Ltn. Husink en is een eigen leven gaan leiden. Het wapen is o.a, gebaseerd en vervaardigd volgens het stelsel Bergansius!

De verschillende modellen / tekening met de werking / tekening met onderdelen

De M73 was het wapen om de gedateerde M 1815 en de M1820 te vervangen. Het was zo’n beetje het modernste wat er maar te krijgen was en een hele vooruitgang om van een enkel schots naar een zes schots wapen te gaan. Het had echter ook nadelen. Als je zes schoten had gelost, was je voorlopig wel even bezig om de hulzen er met behulp van de pompstok of de meegeleverde schroevendraaier uit te halen uit te halen en het van nieuwe patronen te voorzien.

De bedrijven die M73 revolvers maakten waren :

P.Stevens in Maastricht, die er in de periode 1873 – 1877, de eerste 3500 gemaakt heeft. Daarna niet meer, E. de Beaumont te Maastricht, J.F.J. Bar te Delft.

Rond 1900 werden zij ook gemaakt in de W.D.W (Werkplaats Draagbare Wapens) te Delft en later ook aan de Hembrug. De meeste hier vervaardigde wapens werden meestal vervaardigd van aangekochte onderdelen, deze waren slechts voorbewerkt en moesten door de geweermakers en  leerling geweermakers pas gemaakt en daarna geassembleerd worden. Bijna alle bewerkingen waren handwerk en dus een goede leerschool. Er werden er op die manier totaal zo’n 13.000 gemaakt.

In 1907 gaf de Minister van Oorlog het hoofd van de WDW, de Majoor M.J.A. Masthoff de opdracht om complete revolvers van het bestaande model  bij de verschillende leveranciers aan te kopen. De Majoor stelde de Minister daarop voor, om de benodigde revolvers in de eigen werkplaatsen aan te maken.  Hij had voor dit idee diverse wijzigingen bedacht, waardoor een groot aantal handelingen voortaan machinaal konden worden gedaan, wat de productie tijd en het vele handwerk zouden kunnen verminderen. Zijn voorstel hield o.a in dat de loop van het wapen in plaats van achtkantig voortaan rond zou worden , de haan, trekker en laadklep zouden een andere vorm krijgen en de trekker-beugel zou smaller  gemaakt moeten worden. Verder was het wapen 4,5 centimeter korter als zijn voorganger en ca. honderd gram lichter. De Minister stemde toe met deze wijzigingen en gaf de opdracht er 4000 te vervaardigen, de eerste verschenen begin 1908. In 1913 volgde er een opdracht voor nog 2100 exemplaren.

Het oorspronkelijke wapen uit 1873 kreeg  om het te onderscheiden van de aangepaste versie de toevoeging OM wat zoveel betekende als oud model. De gewijzigde versie zou door het leven gaan onder de oorspronkelijke naam M73. Het kreeg al snel de niet officiële toevoeging NM (nieuw model). De wapens die bij de Hembrug werden gemaakt werden aan de rechter voorzijde van de kast voorzien van het stempel “HEMBRUG”. De M73 OM hadden buiten de vermelding van de fabrikant waar het geproduceerd was een productienummer van 1 tot ca. 13.000, een wapennummer en vaak ook een stempel met het jaartal van in gebruikname. De nummering van de NM wapens die van de Hembrug  kwamen hadden als nummer een combinatie van een letter en een nummer dat liep van 1 tot 1000. Daarna volgde een nieuwe letter. Dus na de letter A een nummer van 1 tot 1000 en vervolgens B en wederom een nummer van 1 tot 1000 etc. etc.  Er werd er ook een aantal revolvers geproduceerd die geen trekken of velden hadden, maar voorzien een gladde loop. Deze waren bestemd voor het afvuren van traangaspatronen.

De M73 was ingevoerd bij de landmacht en het KNIL (Koninklijk Nederlands Indische Leger) en het standaard vuist vuurwapen van de artillerie, cavalerie en de Koninklijke Marechaussee. Omstreeks 1891 werd een deel van de oude modellen in gevoerd bij de Koninklijke Marine en de Mariniers. Deze revolvers hadden een M voor het nummer of een alleen staande M aan de voorzijde van de kast. Omstreeks 1930 verschenen een aantal van de op deze manier gemerkte wapens bij de landmacht. De landmacht kocht haar handvuurwapens niet zoals gebruikelijk bij de firma Beaumont, maar schafte ze aan bij J.F.J. Bar te Delft en P. Peters te Maastricht. De koninklijke Marine kocht wel bij E. de Beaumont te Maastricht.

De M73 werd kosteloos aan dienstplichtigen uitgereikt. Voor officieren was het een  standaardwapen dat ze op eigen kosten dienden aan te schaffen. Voor hen was er een verkorte uitvoering met achtkantige loop. Het wapen werd gedragen in een leren revolvertas met aan de buitenzijde plaats voor een schroevendraaier, die aan het koppel werd bevestigd of door middel van draagriemen over de schouder gedragen, een patroontas voor 48 patronen, een blikje vet, een messing pompstok en voor de beredenen een revolverkoord.  Op bovenstaande waren een aantal variaties mogelijk.

Het wapen kon overweg met de patronen no.5 en no.6. De scherpe patroon no.5 bestond uit een messing huls met rand en ligplaats met aambeeld en brandgat, een slaghoedje en een loden kogel. Deze  was vast geperst in de huls en had een groef die gevuld was met vet. Dit vet diende om kruitslijm in de loop te voorkomen. De lading bestond uit 0,7 gram fijnkorrelig zwart buskruit. De patronen waren verpakt in pakjes van zes en of kartonnen doosjes voorzien van een wit etiket, voorzien van de tekst patroon no.5, de hoeveelheid (12), het hulsmerk en jaartal van aanmaak, en fabrikant.

De losse / oefenpatroon no.6 bestond uit een huls met daarin 1,25 gram zwart buskruit, die aan de bovenzijde was afgesloten met een met zaagsel gevulde prop patroonpapier. De patronen waren verpakt in pakjes van zes en of kartonnen doosjes voorzien van een rood etiket, voorzien van de tekst patroon no.5, de hoeveelheid (12), het hulsmerk en jaartal van aanmaak,  de fabrikant.

Technische specificaties M73
Een recent gevonden M73 OM

Gedurende de mobilisatie waren er ca. 17.500 revolvers van de voornoemde modellen M73 bij het Nederlandse leger in gebruik, in de meidagen van 1940 was de revolver M73 het oudste nog in gebruik zijnde wapen. Bovenstaand exemplaar van de M73 is vrij recent aangetroffen in een water nabij Ypenburg waar op de 10e mei 1940 een felle strijd is geleverd met het doel om het vliegveld uit handen van de vijand te houden.Bronnen de Grebbenberg, D.Kikkert, het Militair magazijn ©PDKAIH2019

BEUNHAASJES BIJ DE ARTILLERIE INRICHTINGEN

BEUNHAASJES BIJ DE ARTILLERIE INRICHTINGEN.

In jaren 50 van de vorige eeuw verschenen de eerste werpmolens van Nederlands fabricaat op de markt. Ze werden gemaakt door de firma Tamson. Voor veel vissers was een werpmolen een luxe, die je je niet zomaar kon veroorloven. De molentjes waren aardig aan de prijs, maar aanmerkelijk goedkoper dan de buitenlandse modellen. Hoewel de molens het vis plezier verhoogden, was ook hier het gezegde goedkoop is meestal duurkoop van toepassing. De molentjes zagen er op het oog wel goed uit maar het binnenwerk ging door het gebruik van goedkope materialen snel stuk.

Tamson werpmolen

Tamson werpmolen

 

Onder de werknemers van de Artillerie Inrichtingen bevonden zich ook enige fanatieke vissers die in het bezit waren van zo’n luxe werpmolen. Deze werden dan ook tijdens de door de personeelsvereniging georganiseerde viswedstrijden, die meestal plaatsvonden van de aan het terrein grenzende Noordzeekanaal en de Voorzaan gebruikt. De hengels die de vissers gebruikten waren wel van deugdelijke kwaliteit, dat kon ook niet anders want zij waren vervaardigd van oude tankantennes.

Eén van de zaken die zo’n gezellig visdagje konden verpesten was dat het duur aangeschafte molentje stuk ging. Maar niet getreurd want een dag later werd het molentje in de baas zijn tijd en met de voorhanden zijnde betere materialen gerepareerd. Maar toen ook deze gerepareerde molentjes kuren begonnen te vertonen besloot men de molentje dan maar helemaal zelf na te maken. Dat was met behulp van de aanwezige kennis, materialen, gereedschappen en machines geen enkel probleem. Deze nagemaakte molentjes hadden natuurlijk geen merkplaatjes van Tamson, maar ook niet van de AI. Dat laatste natuurlijk om geen slapende honden wakker te maken. Dat was niet zo heel erg moeilijk want ook degenen die toezicht hielden in de diverse werkplaatsen wilden of hadden natuurlijk ook zo’n spotgoedkoop deugdelijk molentje. ©PDKAIH2019

ARTILLERIE INRICHTING VERLEENT HULP

ARTILLERIE INRICHTINGEN VERLEEND HULP.

Bij het aantreffen van niet ontplofte munitie, verdachte pakketjes enz., wordt tegenwoordig de hulp van de explosieven opruimingsdienst uit Culemborg ingeschakeld. In vroeger tijden werd hiervoor de hulp van de munitie deskundigen van de Artillerie Inrichtingen ingeroepen. Zo ook bij het aantreffen van niet ontplofte granaat in Den Ilp. In de diverse tijdschriften en kranten werd er altijd melding gedaan van het inroepen van deze hulp. Zo ook in de Dordrechtse  Courant van donderdag 18 februari 1937.

EEN GEVAARLIJKE VONDST

Eén der bewoners van Amsterdam heeft waarschijnlijk een granaat in de vuilnisbak gedaan.

GEVULD MET GIFGAS.

De sorteerders van de vuilnisstorting te Den Ilp in de gemeente Landsmeer hebben dezer dagen, aldus de Telegraaf, een gevaarlijke vondst gedaan. Zij haalden namelijk uit het hoofdstedelijke vuil een groote granaat van Duitsche herkomst, die waarschijnlijk met gifgas gevuld is.

Duitse gifgasgranaten uit WW1 links voorzien van een groen kruis . gevuld met chloorpicrine/fosgeen, midden met geel kruis, gevuld met kaneelolie (mosterdgas) en rechts met blauw kruis gevuld met clark

Bij Den Ilp is een plas water, een zogenaamde breek, die met behulp van de Stadsreiniging wordt gedempt. Dagelijks zendt deze gemeentedienst een aantal afvalbakken met het Amsterdamsche afval naar dit stille plekje in Waterland. Met een knijper wordt dit vuil gestort en over eenige jaren zal het water in vruchtbaren grond herschapen zijn. De werklooze jongens uit deze buurt zoeken elke worp van de knijper precies na. Zij halen er alles uit wat maar eenigzins van hun gading is. De één zoekt koper, de ander zoekt vodden. Altijd is een aantal van deze sorteerders bij het storten aanwezig, die op zoo’n manier nog een zakcentje verdienen. Dat de vreemdste voorwerpen uit het vuil tevoorschijn komen, is te begrijpen.

EEN GRANAAT.

Deze week schoten de jongens toe, toen een volkomen gaaf lang metalen voorwerp uit een greep vuil tevoorschijn kwam. Zij waren nieuwsgierig wat dit wel kon zijn; er zat koper aan en er was nog geen vlekje op het ding. De jongen die het opraapte dacht dat het een thermosflesch was en probeerde den koperen ring aan het einde van het vreemde instrument los te werken. Hij besefte toen niet, welk een levensgevaarlijk spelletje hij speelde.

DE VELDWACHTER GEHAALD.

De andere jongens die wel eens iets van granaten hadden gehoord, wantrouwden het vreemde metalen ding toch. Zij raadden de jongen aan het ding maar neer te leggen; deze vond het nu ook beter en men riep de veldwachter van Den Ilp, den heer Schellingerhout, ter assistentie. Deze zag onmiddellijk, dat het een granaat was en nam ’t gevaarlijke voorwerp in beslag. Het draaien, dat de jongen aan het koperen uiteinde had gedaan, had zeer ernstige gevolgen kunnen hebben. De granaat is 30 cm lang en heeft een middellijn van 7 ½  cm. De rijksveldwachter stelde de Hembrug van de bijzondere vondst op de hoogte en van daar zond men een deskundige naar Den Ilp.

GIFGAS.

Deze stelde vast, dat het gevonden voorwerp een volkomen gave, geladen tijdgranaat was van Duitsche herkomst. De ring onderaan wees aan, dat zij tot 5000 meter kon worden afgesteld. Het was dus geen schokgranaat, die  een veel grooter gevaar gevormd zou hebben. Het gewicht was 7 kilo, waaruit de deskundige afleidde, dat de granaat waarschijnlijk met gifgas gevuld is. Met scherp geladen zou het gewicht 13 ½ kilo moeten zijn. Het gevaarlijke instrument is naar de Hembrug overgebracht, waar het gedemonteerd zal worden. De hoofdstedelijke politie en de stadsreiniging zijn in kennis gesteld van deze gevaarlijke vondst, maar het zal heel moeilijk op te sporen zijn op welke wijze deze granaat in het Amsterdamsche afval terecht is gekomen. Bronnen: Dordrechtse Courant © PDKAIH2019

BEKNOPTE GESCHIEDENIS VAN DE AR 10

BEKNOPTE GESCHIEDENIS VAN DE AR 10.

Het Amerikaanse leger merkte tijdens de 2e wereldoorlog dat hun infanteriegeweer duidelijk minder presteerde dan de wapens van hun tegenstanders. Het duurde echter tot na de 2e wereldoorlog voordat men besloot dat hun wapen aan modernisering en dus vervanging toe was. Een na de oorlog opgerichte commissie besloot uiteindelijk dat de Belgische FN fabrieken en het Amerikaanse Springfield als beste partijen uit de bus kwamen. Het door de FN ontworpen wapen kreeg de codenaam T48 en het Springfield wapen T44 (dit was een gemoderniseerde Springfield-Garand M1). Beide wapens konden echter niet aan de eisen van de commissie voldoen, maar omdat er niets anders voor handen was gingen de beproevingen van beide wapens gewoon door.

De AR 10

Tegelijkertijd (1948) was een medewerker (Georg Sullivan) van de Fairchild fabrieken in de schuur van zijn huis bezig met het verwezenlijken van zijn idee om een lichtgewicht (grotendeels van aluminium vervaardigd) vuurwapen te maken. Toen hij de toenmalige president directeur van Fairchild ( Richard S. Boutelle)  in kennis bracht van zijn plan, zag deze dadelijk de waarde van deze goed uitgewerkte ideeën. Hij zag wel mogelijkheden om het e.e.a. te verwezenlijken en stelde voor om een researchmaatschappij voor het ontwikkelen van lichte wapens op te richten. Vuurwapenexpert Gene Stoner en voor de productie, administratie en financiën Charles Dorchester zouden Sullivan bijstaan in het verder ontwikkelen en uitvoeren van zijn ideeën. Omdat het een dochtermaatschappij van Farchild was, kreeg het de naam ‘Armakte’ en ging men in 1952 voortvarend aan de slag.

Sullivan ontwikkelde de AR 1, een geweer met een dunne stalen loop die in een aluminium loop paste. Verder had het superlichte wapen een met schuim gevulde kolf. Stone ontwikkelde de AR 3 een halfautomatisch geweer, het bleef bij een prototype. Na het verder ontwikkelen werd een type genaamd AR 5 ontwikkeld. Dit wapen werd door de Amerikaanse luchtmacht goed bevonden en ging verder als de MA-1.  De voor het wapen gebruikte munitie was de (30.06 Garand) 7.62 x 63 m/m patroon. In 1955 werd het wapen aangepast voor de ingekorte versie van deze munitie door de (38 Winchester) 7.62 x 51 m/m. Dit voldeed aan de in 1954 door de NAVO ingevoerde standaard maat.

Na diverse wijzigingen / verbeteringen was men in oktober 1956 zover om de twee variaties van de vederlichte, makkelijk te gebruiken en te onderhouden wapens aan de Board of the Infanterie te demonstreren. Het waren het type AR 10a met de korrel op de vlamdemper en de AR 10b met de korrel die op de loop achter de vlamdemper was gemonteerd. De board was zo onder de indruk, dat zij besloten de wapens aan de strijd tussen de T44 en de T48 toe te voegen. Om dit nieuws over de toelating van het wapen internationale bekendheid te geven organiseerde de President Directeur van Fairchild, R. Boutelle, eind november, in zijn eigen huis, in Hagertown, een persconferentie. Op 1 december begon het uitgebreide testprogramma, waarbij de diverse prototypes uitvoerig aan allerlei zeer zware proeven werden onderworpen. Van de zeer vele resultaten van de persconferentie, waarvan in diverse kranten en tijdschriften, over de hele wereld, verslag werd gedaan, was een artikel in “de Time” van 3 december 1956, het zou de geschiedenis van de AR 10 veranderen. Het artikel was vergezeld van foto, met daarop de trotse President-Directeur, staande in zijn tuin en met een prototype van de AR10 in zijn handen. Het was deze foto die de aandacht trok van de toenmalige directeur van het Staatsbedrijf der Artillerie Inrichtingen, de heer Jungeling. Toen hij achterover leunend in zijn stoel, in het kantoor aan de Zaandamse Hemkade het hele artikel las, moest hij gelijk denken aan het door het Nederlandse leger gebruikte M1 Garand geweer dat hoognodig aan vervanging toe was. Ook zag hij hier een kans om van de inmiddels tot gereedschappenfabriek en onderhoudswerkplaats geworden fabriek met zijn enorme kennis en ervaring over wapenproductie, weer een echte Nederlandse wapenfabriek te maken.

 

Techn. Ir. Hilarius houd trots het eerste na de 2e wereldoorlog in Nederland geproduceerde geweer vast, met daarop het AI embleem en serienr 00001. De AR 10 en de fabricage afdeling bij de Artillerie Inrichtingen Hembrug.

Het toeval wilde dat één van de directieleden van de Fokker fabrieken, tot 1940 als hoofdingenieur, één van de vaste medewerkers van Jungeling was geweest. Fokker had de Fairchild fabrieken in Amerika een licentie gegeven voor het vervaardigen van de Fokker F27 in dat werelddeel. Daardoor waren er regelmatig contacten tussen Fokker en Fairchild. De heer Jungeling nam contact op met zijn oud medewerker en vroeg hem of hij tijdens het eerste bezoek van Fairchild aan Schiphol/Fokker een gesprek kon regelen. En na niet al te lange tijd bezocht een delegatie van Fairchild de Artillerie Inrichtingen. Zij zochten productie mogelijkheden in Europa, om aan de enorme vraag naar het nieuwe wapen, welke na de persconferentie was ontstaan te voldoen. Verder werden ze ook door het Congres onder grote druk gezet om zo snel mogelijk te beslissen en zaken te doen met betrekking tot verkoop en invoering van de diverse modellen van het wapen. Het kon dan nog verwerkt worden in het fiscale jaar 1959.

Tijdens proefnemingen bleek dat er tijdens een duurtest op een testbaan in Aberdeen, na zeer langdurige blootstellingen aan zand / water / hitte / kou en het verschieten van 50.000 patronen een roestvrij stalen loop had losgelaten van zijn aluminium mantel. Verder maakte de Board of de infanterie al op 1 mei 1957 bekend te hebben gekozen voor de T44. Dit wapen werd als M14 ingevoerd, een type met een zwaardere loop als MIS. Het US Marine Corps wilde wachten tot het einde van het testprogramma. Amerikaanse deskundigen zei dat het wapen nog niet productierijp, bruikbaar was, maar dat het zeer vele goede zaken in zich had. De verder ontwikkeling zou volgens hen nog wel vijf jaar duren. De verschillende NATO land bleven geïnteresseerd in het wapen. Na vele gesprekken tekenden Fairchild en de Artillerie Inrichtingen, begin juni 1957, een voorlopige overeenkomst.

Op 4 juli werd in een appartement te Parijs ( Waar vroeger de in Nederland geboren, Franse actrice Sara Bernard gewoond heeft)  met gouden pen, waarin de logo’s van Fairchild en de Artillerie Inrichtingen zijn gegraveerd, het officiële 5 jarige contract getekend door Richard Botelle en Georg Sullevan  van Fairchild en Jungeling en J.A. v/d Dijke van de Artillerie Inrichtingen. Het Staatsbedrijf der Artillerie Inrichtingen mochten nu als enige de AR 10 fabriceren. (waarvan 2000 stuks binnen een jaar na ondertekening). Voor de verkoop van de wapens werden de firma’s Interarmco-Alexandrie en Sidem-Brussel verantwoordelijk. In een later stadium werd de firma Cooper Mac Donald-Baltimore hieraan toegevoegd. De gouden pen werd door Sullevan mee terug genomen naar Amerika.

De Artillerie Inrichtingen beschikte over een afdeling gereedschapsmachines en daar werd met grote snelheid gewerkt aan de productielijn voor de AR 10, die in zeer korte tijd gereed was. Een klein maar niet onontkoombaar gebeuren was dat alle tekeningen uit Amerika kwamen en de maatvoering dus in inches was. Armakte stuurde Arthur Miller naar Nederland om de Artillerie inrichtingen te helpen en op de tekenkamer werden nieuwe tekeningen gemaakt in het hier gangbare metrieke stelsel. Dit moest met zeer grote nauwkeurigheid gebeuren, want alle onderdelen van de AR 10 moesten uitwisselbaar zijn en blijven.  Op deze manier hadden ook de diverse onderdelen geen wapen gerelateerd nummer, ze pasten immers overal en altijd.

Tegen het einde van 1957 was de onderdelenproductie gereed en had men al zoveel geproduceerd dat het samenstellen van de wapens in januari 1958 kon beginnen. De door de in Amerika opgedane ervaringen werden al vanaf deze eerste productie toegepast. Een aantal wijzigingen / verbeteringen werden door de Artillerie Inrichtingen doorgevoerd. De busvormige terugstoot en vlamdemper werd verwijderd omdat het door de gewone soldaat bijna niet te doen, zo niet onmogelijke was om hem met name in het veld schoon te maken. Gevolg van deze wijziging was dat het wapen een iets grotere, maar niet onoverkomelijke terugstoot had. Verder werd de gasbuis die het gas naar de grendel afvoerde en aan de zijkant van het wapen zat, werd vervangen door een gasbuis aan de bovenzijde van het wapen en de invoer van de afsluiter werd gewijzigd en verder naar achteren verplaatst. De holle kolf met daarin ruimte voor een buisje olie en schoonmaakgereedschap werd vervangen door een sterker massiever exemplaar. Na buiten de voornoemde wijzigingen, nog wat kleinere wijzigingen aan de diverse modellen te hebben aangebracht en vele testen verder werden er door de Artillerie Inrichtingen voornamelijk voor militairen gefabriceerd. Een klein aantal semi automatische wapens was bestemd voor civiel gebruik. In totaal bedroeg de productie zo’n 9500 wapens in diverse uitvoeringen . Het aantal door de Amerikanen vervaardigde exemplaren bedroeg c.a. 600 stuks.

In 1960 was al bekend dat Fairchild Armalite ontevreden was over de vertragingen tijdens het starten van de gereedschappen en productie van de AR 10 bij de Artillerie Inrichtingen en dat zij om die redenen al besloten hadden de licentie niet te vernieuwen /verlengen.  Door dit feit en de tegenvallende verkopen en de exportbeperkingen die door Nederland werden gehanteerd, besloot de Artillerie Inrichtingen de productie van alle kleine wapens te stoppen.  Alle onderdelen, prototypen en wapen gerelateerde gereedschappen werden verkocht of vernietigd. Overige gereedschappen en machines van de productielijn werden aan Israel verkocht. Documentatie, tekeningen etc. zijn buiten wat door enkele personeelsleden “veiliggesteld” is werd weggegooid of vernietigd.

Bronnen: NMM, Fairchild, eigen archief, foto Jungeling ©P.Marcuse †,  ©PDKAIH2019

Zie ook:

KRUITHUISJE ONTPLOFT

KRUITHUISJE ONTPLOFT

 

Gevarenbord

In de namiddag van maandag 31 december 1934 vond door een onbekende oorzaak een ontploffing plaats in een gebouwtje op het terreinencomplex bij de Artillerie Inrichtingen aan de Hembrug. Het gebouwtje behoort niet tot de gebouwen van de AI maar is valt wel onder het eigendom van het Departement van Defensie. Bij dit ongeval is niemand gewond geraakt. Door de bevoegde autoriteiten wordt een onderzoek ingesteld. De ontploffing heeft plaats gehad in een magazijntje van drie bij drie meter waar ontstekingsmiddelen lagen opgeslagen.

 

Het gebouwtje bestaat uit een zogenaamde spalmuur (spouw), erachter bevind zich nog een gemetselde muur. De dakconstructie is van een zeer licht materiaal, zodat de krachten die in het geval van een ontploffing vrijkomen het gebouwtje via het dak kunnen verlaten. Tijdens de ontploffing van heden namiddag is dat ook inderdaad gebeurd. De het dak, twee ijzeren deuren en de gemetselde buitenmuren zijn geheel weggeslagen. De betonnen wanden zijn intact gebleven. Daar zich op het moment van het ongeluk geen mensen in of in de nabijheid van het gebouw verbleven, zijn er geen persoonlijke ongelukken gebeurd. Ook is er als gevolg van de ontploffing geen brand uitgebroken en hebben de overige gebouwen op het complex geen schade opgelopen. Omdat er nog onontploft materiaal tussen de brokstukken kon bevinden werd de omgeving afgezet en er besloten de boel de volgende dag, bij voldoende licht op te ruimen.

D.Rijnders

Naar aanleiding van het feit, dat enige dagen geleden geruchten de ronde hebben gedaan omtrent het beramen van een communistische aanslag op de Artillerie fabrieken, hebben wij de D.Rijnders, bedrijfschef vuurwerkerij van de Artillerie Inrichtingen, zijn mening verzocht omtrent de vraag, of hier sabotage in het spel zou kunnen zijn. Rijnders antwoordde dat ook die geruchten hem ter ore ware gekomen Persoonlijk had hij echter geen reden omtrent de oorzaak van het één en ander in die richting te zoeken. Voorlopig staat men nog steeds voor een raadsel. In de twee dagen waren er, voor zover de directie bekend is, geen personen in het gebouwtje geweest. ©PDKAIH2019

 

ZADELMAKERIJEN BIJ DE ARTILLERIE INRICHTINGEN

ZADELMAKERIJEN BIJ DE ARTILLERIE INRICHTINGEN

Bij de Artillerie inrichtingen werd veel door toeleveringsbedrijven geleverd, in licentie vervaardigd of uitbesteed. Maar indien mogelijk ook door het bedrijf zelf geproduceerd. Tot een aantal van die zaken behoorden ook de lederwerken, die werden gemaakt in de zadelmakerij te Delft. Ook deze werkplaatsen werden tijdens de verhuizing vanuit Delft naar Zaandam mee verplaatst.

De nieuwe zadelmakerij te Zaandam© Leni Bakker

Het grootste deel van het personeel kwam mee aan kwamen veelal lopend vanuit Delft naar Zaandam. Onder dit personeel dat mee verhuisde bevond zich de opa van Leni Bakker, de heer F.J.S Brijbag. Op de onderstaande foto staat hij als derde van rechts in de nieuwe werkplaats.

Zadelmakerij aan de Hembrug © Leni Bakker

In de werkplaats werden buiten zadels ook ander lederwerk vervaardigd waaronder, pistoolholsters. patroontassen enz. Het was niet de enige plaats waar de constructiewerkplaatsen een zadelmakerij bezaten, in Soerabaja  ( Indonesie ) was ook een dergelijk werkplaats. Tijdens de werktijden was het daar een drukte van jewelste. Veel producten werden daar nog met de hand vervaardigd.

De zademakerij in Soerabaja.

 

De zadelmakerij in Soerabaja na werktijd