DE AIRRAID SHELTER / BRANDWEER OBSERVATIEKOEPEL

DE AIRRAID SHELTER / BRANDWEER OBSERVATIEKOEPEL.

 

Beide cirkels provisorische schuilplaatsen. 1:gesloopte commandobunker, 2: plaats observatiekoepel. 3: nog bestaande commandobunker.gehele terrein.

Op het Hembrugterrein ontstond al snel nadat de Artillerie Inrichtingen vanuit Delft naar Zaandam waren gekomen de behoefte aan veilige schuilplaatsen voor het geval er iets mis zou gaan tijdens het beproeven van en produceren van wapens en munitie. Toen eind jaren 30 van de vorige eeuw de dreiging van een wereldoorlog steeds duidelijker vormen begon aan te nemen, nam die behoefte alleen nog maar toe en begon men voortvarend met de bouw van een aantal kelders (tevens commandopost), tunnels en commandoposten( Bunkers) op het gehele terrein.

Commandobunker 382 (op foto nr.3) © J.Waterreus

In diezelfde periode werden de zeer goed uitgeruste en getrainde bedrijfsbrandweer en de geneeskundig dienst uitgebreid met een afdeling van de luchtbeschermingsdienst. Deze dienst kreeg voor een goede uitoefening van haar taken onder andere de beschikking over een observatiekoepel. Het gevaarte had de vorm van een taps toelopende zes m/m dikke en twee meter hoge stalen cilinder voorzien van een deur, een ontsnappingsluik vlak boven de vloer tussen de twee tegenover elkaar geplaatste houten zitplaatsen en rondom vier kijksleuven. Voor de bevestiging van het geheel was het aan de onderzijde uitgerust met vier stalen beugels.

Folder voor console shelters van Constructors Nuckel Works Erdington (Birmingham

Het geheel was vervaardigd door het Engelse bedrijf “Constructors Nuckel Works Erdington (Birmingham)” en kwamen op de markt onder de naam “Consol shelters”. Hij werd veel toegepast op fabrieksterrein, kazernes en rangeerterreinen.

Observatiekoepel 217 (op foto nr 2) © J.Waterreus

Omdat er aan het optiekgebouw, waar men zich onder ander bezig hield met het ontwikkelen en testen van richtmiddelen, nachtkijkers, periscopen enz. Had men voornamelijk voor de periscopen een toren aan het gebouw gebouwd waarop men deze rechtstandig kon testen en tevens een vrij uitzicht had over het terrein en de wijde omgeving, was dit dus tevens de plek die men had gekozen de observatiekoepel te plaatsen en branden, bominslagen, vijandelijke vliegtuigen enz. in een vroeg stadium te kunnen waarnemen en alarm te slaan. Dat gebeurde door luid te roepen of naar het gebouw af te dalen en daar telefonisch de commandoposten in kennis te stellen. Deze zorgden ervoor dat het personeel naar de aangewezen schuilplaatsen ging en de hulpdiensten werden ingeschakeld en zo nodig ook hulp van buitenaf.

De provisorische schuilgelegenheden voor het rijtje van Houtwipper (Delftse rij) aan de Havenstraat.

Dit geheel zou later nog worden uitgebreid met een aantal provisorische schuilplaatsen in de noord/west en zuid/oosthoek van het terrein. Ook werden er langs het rijtje van Houtwipper*, de woningen op de Havenstraat die daar in 1929 gebouwd waren voor de medewerkers van de optiekafdeling die van uit Rijswijk (Delft) naar Zaandam waren verhuisd, enige provisorische schuilgelegenheden gebouwd.

Tegenwoordig we spreken juni 2018, zijn de commando bunker (op de foto nr.3) de diverse ondergrondse schuilkelders (Er moet er waarschijnlijk nog één, bewust niet meer op tekeningen staande zijn, die in het verleden is afgesloten) en de koepel nog aanwezig. Als er niets wijzigt tijdens de planvorming blijven deze alle behouden. Alle provisorische bouwwerken zijn na WW2 verwijderd en de 2e commandopost (nr. 1 op de foto) is 2003/2004 gesloopt en alleen de bodem en fundering nog ondergronds aanwezig.

Voor zover bekend is de koepel de enige die nog op zijn originele standplaats staat. Ook waren er indertijd niet veel van dit soort koepels die geschikt waren voor twee personen.

*Deze rij woningen is oorspronkelijk vernoemd naar de bedenker van het plan om deze werknemers naar Zaandam te halen en voor hen een woning te bouwen (1929) (Houtwipper, administrateur en later directeur). Zaankanters noemden het al snel de Delftse rij omdat de mensen die er woonden uit Delft (Rijswijk) kwamen en deze naam is tot op de dag van vandaag blijven hangen en wordt nu zelfs in officiële documenten gebruikt.

Bronnen persoonlijk archief, J. Waterreus. Foto’s tenzij anders vermeld ©PDKAIH2018.

 

 

Advertenties

AI HEMBRUG – HERINNERINGEN UIT DE HAVENBUURT

De havenbuurt te Zaandam is een buurt die grotendeels is gebouwd voor de werknemers van de Artillerie Inrichtingen Hembrug. Het is altijd overigens net als andere gemeenschapjes  uit de Zaanstreek een min of meer gesloten gebied geweest  met zijn eigen regels en gebruiken. Een aantal bewoners heeft zijn / haar belevenissen uit de tijd dat zij er kwamen wonen, woonden en werkten aan het papier toevertrouwd. Deze prachtige boekjes, die een mooi tijdsbeeld vormen uit een voorbije tijd hadden een beperkte oplage en werden voornamelijk door mede Havenezen gekocht of bij diverse gelegenheden geschonken. Sommige van deze boekjes waren alleen voor familieleden bestemd. De rest van Zaandam had er weinig interesse in  of zelfs helemaal geen weet van. Eén van de schrijvers van zo’n boekje was een zoon van een werknemer van de Artillerie Inrichtingen. Het boekje dat hij schreef heet  “Buitenbeentje in het Havenkwartier” en het onderstaande verhaal komt uit het hoofdstuk De Artillerie Inrichtingen Hembrug.

De Artillerie Inrichtingen Hembrug.

De rest van het oorspronkelijk buitendijks gebied waar onze woonwijk op lag werd in beslag genomen door de toenmalige wapenfabriek  A. I. Hembrug die een grote invloed op de woonwijk had.

Oude foto van de Artillerie Inrichtingen genomen vanaf de “nieuwe”Hembrug

Er werd in de loop van ruim honderd jaar een groot industriecomplex gebouwd. Er is nog veel van over zowel van oude als meer recente bouw.

Artillerie Inrichtingen rond 2008

Deze fabriek nam een belangrijk deel van het gebied waarin ook de havenbuurt lag in beslag en er werkten veel mensen ook uit onze buurt. Zo ook mijn vader dus ik moet wel even wat over deze, van oorsprong, wapenfabriek vertellen. 

Rond 1895 werd het eerste deel van het uiteindelijk grote complex daar neergezet als vervanging van een deel van de wapenfabriek in Delft die wel heel ongunstig lag in de bebouwde kom daar.  De vestiging in Zaandam vond plaats op een stuk braak liggend terrein, zogenaamd buitendijks land in de IJ-polder, langs het Noordzeekanaal ver uit de bewoonde wereld en gunstig gelegen aan waterweg en spoorweg. 

*Meer informatie over het hoe en waarom van de verplaatsing vindt u hier.

De beide Hembruggen in 1907

In 1907 werd de eerste, te lage, Hembrug over het Noordzeekanaal die precies naast het fabrieksterrein lag vervangen door de enkele honderden meters verder Westelijk gelegen nieuwe Hembrug en in 1910 (1907) afgebroken. Die nieuwe Hembrug, altijd de grootste draaibrug van Europa genoemd, werd in 1983 ook al weer afgebroken en vervangen door de Hemspoortunnel.

*Meer informatie over deze beide bruggen vindt u hier.

Maar een deel van de eerste oude spoorlijn bleef liggen als aanvoer- en afvoer lijn voor de fabriek en werd gedurende een aantal jaren het speelterrein voor de haven jeugd. In de topjaren werkten er wel 8500 personen in die fabriek maar later fluctueerde dit erg en varieerde van 2000 tot 3500 maar bij de sluiting nog slechts ca. 200. 

Mijn vader ging er in 1939 werken in een periode waarin het personeelsbestand wegens de oorlogsdreiging weer wat opliep. Toen in 1940 de Duitsers binnenvielen was men van plan de fabriek op te blazen maar dat ging toch niet door, misschien was er teveel risico voor de inmiddels aanliggende woonbuurt. De directeur was toen Ir. F. Q. den Hollander, die bleef omdat het personeel dit eiste ondanks zijn oorspronkelijke weigering de productie te hervatten en zijn latere sabotage aan de producten die hij toen gedwongen moest leveren.

*Meer informatie over F.Q. den Hollander vindt u hier.

Het leeg geroofde bedrijf

In 1944 werd de fabriek gesloten en grotendeels werden de machines weg geroofd door de Duitsers maar in 1945 kon de productie dankzij het Marshall Plan toch weer worden opgestart. Deels werden de machines uit Duitsland teruggehaald.

Hoe mijn vader en moeder financieel die tijd zijn doorgekomen heb ik recent nog maar eens bij mijn moeder (91 jaar) nagevraagd. Ze wist zich nog te herinneren dat ze 19 gulden per week ‘’wachtgeld’’ kregen, dat was met 5 gulden huur en 5 gulden vaste lasten geen vetpot. Maar toch hebben ze het gered want er was ook niet veel te koop. 

Na 1945 werkte pa er soms aan landbouwwerktuigen en wat later weer aan munitie. Er werd in 1955 op de plaats van de oude kolenloods van de Marine een patronen fabriek gebouwd langs het Noordzeekanaal, het nu nog bestaande karakteristieke lange witte gebouw. Mijn vader vertelde me dat er een schietbaan onder lag. *(vier stuks waarvan de kortste 25 en de langste 200 mtr (dezelfde lengte als het gebouw)).

Landbouwwagen fabricage / landbouwmachines en kanonnen

In de eerste jaren na de oorlog had hij wat rookbussen mee naar huis genomen en die stak hij op veler verzoek op zondagmorgen wel eens af in onze straat. Dan was de hele buurt enige tijd onder een dikke gekleurde rookdeken bedekt en kon je geen hand voor ogen zien. Af en toe kon hij een handkar vol aanmaakhout krijgen en dan was ik ook weer blij want de mooiste kleine blokjes waren voor mij en ik had op het laatst een kist vol waar je geweldige huizen etc. mee kon bouwen. Ook waren er veel kistdeksels bij en daar bouwden we hutten van op straat afgedekt met jute zakken en oude vloerkleden. 

Diverse soorten speelgoed zoals fietsjes etc. werd voor het Sinterklaasfeest, voor de kinderen van het personeel op de fabriek gemaakt. Eens kreeg ik een metalen tram die nog in elkaar gezet en geverfd moest worden. Een probleem bij deze tram was dat de onderdelen niet zo best pasten dus de tram is nooit afgekomen.

Een door de werknemers van de AI vervaardigde driewieler.

Pa moest af en toe gevaarlijk werk doen en vertelde wel eens over “ bijna ongelukken”  tijdens het werk in ‘’Het Bos’’. Zo werd de explosieven afdeling genoemd die gescheiden van de rest in het bos lag om bij eventuele calamiteiten de eerste klap op te vangen. Hij kwam af en toe thuis met slaghoedjes in de omslag van zijn werkbroek die daar tijdens zijn werk waren ingevallen. Dan deed hij die slaghoedjes in een oude krant en stak die achter buiten aan, wij keken dan vanachter de ramen naar de vuurflits en hoorden de knal.

Waarschuwing!

Hij vertelde ons altijd hoe voorzichtig je met slagkwik moest werken omdat het heel snel ontplofte. Bij het verplaatsen van de kwikpotjes altijd één hand er omheen en de andere er onder. Hij moest ook enige tijd in de trotylgieterij werken en dat was slecht werk. Granaten moesten vol of leeg worden gemaakt. Je haren werden er rood van en de mensen kregen melk te drinken als tegengif. Toch al een begin van ARBO ?

De beroemde onverwoestbare Hemklem.

Toen ik zelf getrouwd was kreeg ik nog een bankschroef van hem de zogenaamde en beroemde Hem-Klem, waarvan afgekeurde exemplaren voor het personeel te koop waren. Er was altijd veel belangstelling voor en ik gebruik hem ook nog altijd. 

In 1973 werd het bedrijf deels opgesplitst in o.a. Eurometaal en verkocht en in 1975 ging pa met pensioen. Hij kreeg bij zijn afscheid een zilveren sigarettendoos, (plus geldbedrag) ondanks dat hij niet rookte. *(Na enkele poetsbeurten bleek de sigarettendoos niet van zilver maar slechts verzilverd te zijn). Ik herinner me nog dat er de laatste dag een paar collega ’s thuis op bezoek kwamen. In 2003 werd echt alle productie er gestopt en vloeiden de laatste 200 werknemers af.

Ik ben later nog een paar keer op het fabrieksterrein geweest, voor een rondleiding met lezingen in de recreatiezaal, om het museum te bezichtigen en voor exposities van schilderijen en ook nog eens voor manifestaties van diverse verenigingen. Het is een geweldig leuk maar erg vervallen terrein met zelfs nog een echt bos erop waar vroeger veel reigers nestelden.

De oude portiersloge bij de hoofd ingang.

De oude ingang van het terrein, wat  zou er ooit nog van gemaakt worden? 

Verhaal ©J.de Jong, Overige, links en foto’s ©PDKAIH2018, Foto driewieler © E.Geijtenbeek

 

 

 

 

HET ZWARTE PAD, SANEREN OF VERNIELEN

HET ZWARTE PAD, SANEREN OF VERNIELEN? 

Het Zwarte pad thv de huidige Houthavenkade

Het Zwarte pad naar en van de Artillerie Inrichtingen, liep ooit vanaf de ophaalbrug aan de Houthavenkade langs de houtloodsen, balkenhaven met zijn remmingwerken en zijn vele houtboten die van over de hele wereld hier hun lading kwamen lossen en het laatste stuk over kaal terrein naar  de werkplaatsen van de Artillerie Inrichtingen aan het Noordzeekanaal. Dat laatste kale stuk was ooit een baggerdepot dat  tijdens het graven van het Noordzeekanaal tegen een stuk buitendijks rietland (Hem) was aangelegd. Door de grote hoeveelheden klei zag de grond er blauwachtig uit en het werd dan ook al snel het Blauwe zand genoemd. Dit gedeelte werd in de loop der jaren beplant en zo ontstond er een prachtig kleibos midden in het Zaanse veenweidegebied.

In de loop der jaren groeide de fabriek en ook het aantal woningen in het gebied, die merendeels waren gebouwd voor de vele werknemers, nam sterk toe. De houtschepen en industrie verdwenen langzaam en in de jaren 80 van de vorige eeuw werd het gebied ook nog eens doorsneden door een autoweg. Van het Zwarte pad bleef niet veel meer over. Wat restte was echter wel een klein stuk van het mooiste deel van het pad dat geflankeerd door in middels oude kastanjebomen  door het kleibos voert.

Het Zwarte pad in al zijn glorie (c) Gé Dubbelman

Daar waarover in vroeger tijden de werknemers die uit de richting Zaandam kwamen, achter de door bomen en struiken aan het gezicht ontrokken munitiebunkers,  lopend door het prachtige bos naar de AI en weer naar huis gingen. ’s morgens genietend van de fluitende vogels, het geroffel van de vele spechten en  ’s avonds gade geslagen door uilen en vleermuizen, marter en bunzing. Overdag een oase van rust, slechts een enkele keer verstoord door een proefneming of vernietiging van ondeugdelijke munitie. Of een oefening van de Zaanse politiehonden en hun begeleiders. Voor de rest eigendom van broedende, en spelende dieren en bloeiende bloemen waaronder orchideeen en stinzeplanten.

Vandaag maart 2018 dreigt ook  dit mooie stukje natuur ten onder te gaan aan de expansiedrift van Zaanstad en mocht men beslissen dat het pad alsnog mag blijven het zal nooit meer het bospad zijn wat het ooit was. En ook veel dierensoorten die er op, in en rondom leefden zullen daar nooit meer te vinden of te bewonderen zijn. Ja het was / is gedeeltelijk vervuild, en ja er moet gesaneerd worden waar dat nog niet is gedaan. En nee dat hoefde en hoeft niet op de manier waarop het nu gebeurd. Of hoefde het eigenlijk helemaal niet? Was daar op o.a. die plek van de kaalslag niet een aantal malen een kampement uit WW1 tijdens één van de Militaire weekenden en groeven de diverse groepen geen stellingen in het bos? Liepen daar de paarden van de Gele rijders niet te grazen? Kropen er toen geen soldaten over het gehele terrein? Namen ze daarna niet een patatje of broodje na alleen de handen even afgeveegd te hebben aan hun toch al vuil geworden kleding? Speelden er geen kinderen en plukten ze er geen mooie bloemen voor mamma? Liepen er geen mensen op bieslook, bramen enz. te kauwen of sabbelen?  En waren degenen die er opmerkingen over maakten en waarschuwden voor de gevaren en verontreinigingen gek en lulden ze maar wat? Of hadden ze toch gelijk? Wat is daar in en tijdens die weekenden of daarna toch gebeurd dat er nu zo’n levensgevaarlijke verontreinigen zijn? Of spelen vele andere motieven een rol ? Want dan is alles maar geoorloofd en toegestaan en hoort men jaren later dat was erg dom, maar is nu niets meer aan te doen. En toen? Toen wel? Tja dat weten we niet wij waren er toen niet bij en als het nu speelde hadden we dat zeker anders gedaan zal waarschijnlijk het antwoord zijn.

 

Het Zwarte pad  © Peter de Rijcke

Het Zwarte pad (c) Peter de Rijcke

Het Zwarte pad  © Peter de Rijcke

Het Zwarte pad  © Peter de Rijcke

Het Zwarte pad  © Peter de Rijcke

Gelukkig zijn er wel vele foto’s van het pad gemaakt door o.a. Gé Dubbelman, de eerste fotograaf die op het daarvoor altijd afgesloten en streng bewaakte terrein werd toegelaten en met de bewaker / toezichthouder elk hoekje en gaatje van het hele terrein heeft gefotografeerd en sommige plaatsen gefilmd. Beide hebben ook vele amateurfotografen rondgeleid. En dan zijn er ook nog een aantal prachtige tekeningen en aquarellen die de schilder Peter de Rijcke daar  heeft gemaakt. ©PDKAIH2018

EEN JEUGDIGE VERZETSDAAD BIJ DE ARTILLERIE INRICHTINGEN.

EEN JEUGDIGE VERZETSDAAD BIJ DE ARTILLERIE INRICHTINGEN.

Het zal de zomer van 1941 geweest zijn. Met ons vaste clubje van de Lijnbaanstraat gingen we salamanders vangen. Lopend de sluis over en via de Hogendijk en het Zwarte pad naar de sloot langs de spoordijk.

Het Zwarte pad

Daar zaten prachtige salamanders. Jampotjes met gaatjes in de deksel en schepnetje mee. Richting van de pont was er tussen de volkstuintjes langs de spoordijk en het fietspad een sloot met helder water. Je kon de salamanders duidelijk zien. De mannetjes waren het mooiste. Ik had al eerder een paar salamanders gehad. In een glazen kom met een stukje hout er drijvend in. Daar klommen ze op. Ik voerde ze met miereneitjes. Een lang leven hadden ze niet. Nu op jacht naar vervangende exemplaren. Dat lukte en met gevulde potjes liepen we verder naar de pont. We troffen het. De indrukwekkende Hembrug draaide voor een Duits oorlogsschip. We liepen verder langs de pontwachterswoningen en de gebouwen van de Artillerie Inrichting. Bij de fabrieksingang stonden een paar moffen.

De kraan nabij de hoofdingang van de Artillerie Inrichtingen

Verder stond een hijskraan aan de kanaalkant. Nieuwsgierig gingen we op onderzoek en tot onze verbazing kon je op de plaats van de kraanmachinist komen. Aan een wand een klembord met gereedschap. Iemand opperde dat de moffen de kraan niet konden gebruiken zonder dat gereedschap. Vlug pakte ieder wat van het glimmende gereedschap en snel verder langs de Hemkade en Havenstraat op huis af. Hadden we die Duitsers mooi een loer gedraaid©Dick Bakker

 

DEMONTEREN EN SCHIETEN MET EEN AR-10

In 2015 maakte Forgotten Weapons een video over het demonteren van een door de Artillerie Inrichtingen in licentie gemaakte AR 10 (Portugees model) Omdat er toen geen beelden waren van het schieten met het wapen omdat het inmiddels verkocht was, (Tombstone Territorial Firearms, waar hij de eerdere beelden had gemaakt was inmiddels gesloten en had zijn collectie en voorraad verkocht) zijn de opnames van het schieten gemaakt met een zelfde wapen echter van het Soedanese model. Behalve deze 2 modellen werden van de AR-10 nog een aantal andere modellen geproduceerd.  Het betrof hier niet enkel verbeteringen maar ook praktische aanpassingen aan het wapen. Zoals bv een andere laadhendel, pistoolgreep en verbeteringen van het materiaal van de verschillende onderdelen. ©PDKAIH2017

HOE TE HANDELEN BIJ BRAND BIJ DE ARTILLERIE INRICHTINGEN.

HOE TE HANDELEN BIJ BRAND BIJ DE ARTILLERIE INRICHTINGEN.

Toen de Artillerie Inrichtingen zich rond 1895/1900 op het Hembrugterrein hadden gevestigd, moesten er natuurlijk een aantal zaken met de gemeente Zaandam worden geregeld.

Behalve dat er afspraken werden gemaakt over de diverse vergunningen voor o.a. het verbranden van afval, het bouwen van de diverse gebouwen, het plaatsen van afscheidingen enz. werden er ook afspraken gemaakt over wat te doen bij een eventuele brand, die zou kunnen ontstaan bij de toch wel gevaarlijke werkzaamheden die er op het Hembrugterrein zouden gaan plaats vinden.

Omdat de gemeente brandweer de kennis ontbrak over hoe te handelen bij branden met explosieve en zeer brandbare stoffen werd in overleg met de gemeente op september 1898 besloten dat er geen hulp van de gemeentelijke brandweer werd ingeroepen bij een eventuele brand bij de Artillerie Inrichtingen.

Brandweerbesluit van de gemeente Zaandam

Buiten het hier bovenstaande bericht werd de volgende order via de plaatselijk pers en op de mededelingenborden bij de gemeente brandweer en de Artillerie Inrichtingen bekend gemaakt:

ORDER

Bij een eventueelen brand in de Rijks-artillerie inrichtingen bij de Hembrug wordt de hulp van de gemeentelijke brandweer niet verlangd. In zoodanig geval zal uitsluitend hulp worden verleend door de werklieden behoorende tot de brandploeg der artillerie-inrichtingen;

deze werklieden wonen in de Sophiastraat, de Czaar-Peterstraat, de Jasykoffstraat en de Mensikoffstraat;

in die straten zal het alarmeeren door ratels geschieden, en wel door of vanwege de gemeentelijke politie.

De gemeentelijk politie zal uitgenoodigd worden tot het maken van dit alarm:

Hetzij per telegram,

Hetzij door tusschenkomst van den stationschef van de Hollandsche IJzeren Spoorweg Maatschappij,

Hetzij per signaal van de stoomfluit door de artillerie-inrichtingen,

Hetzij door een bode.

Zaandam, 26 September 1898.

De wethouder-gedelegeerde

Voor de brandweerzaken,

LATENSTEIN

©PDKAIH2017

WAAROM DE ARTILLERIE INRICHTINGEN FIETSEN GINGEN MAKEN / HERSTELLEN

WAAROM DE ARTILLERIE INRICHTINGEN FIETSEN GINGEN MAKEN / HERSTELLEN

Ruim een eeuw geleden werd besloten het kavaleriepaard dat eeuwen lang de trouwe kameraad van soldaten en daarvoor zelfs van krijgers en ridders was geweest niet meer van deze tijd was, en daarom moest worden vervangen door de legerfiets, toen nog vélocipède genaamd.

Opgezadeld voorpaard voor Artilleriespan

De voordelen van dit besluit zouden er legio zijn:

1 .Door het gebruik van fietsen worden er geen paarden aan de landbouw onttrokken.
2. Er hoeven geen koetsiers meer ingehuurd te worden.
3. Bij een eventuele brand loopt de fiets niet zoals een paard de vlammenzee in.
4. Bij het verplaatsen van kavalerie en rijdende artillerie is minder ruimte in de spoortreinen nodig.
5. Bij aanvallen op carrés (legeropstelling) kan de fiets eventueel van een stormram worden voorzien.
6. Bij oproer in steden gaat er geen tijd verloren als gevolg van het opzadelen.
7. Een fiets is van voren erg smal en heeft dus weinig trefkans bij schermutselingen.
8. De veterinaire dienst kon afgeschaft worden door het vervallen van kwade droes, kolieken, overkooting, kreupelheid en dergelijke.
9. De besparing aan kosten voor hoefijzers en sporen zal er toe leiden dat in minder dan twee eeuwen onze landsdefensie geheel op orde is.

Of dit laatste waar is zal de toekomst leren, feit is wel dat de wielrijders inmiddels al weer uit het zicht verdwenen zijn en vervangen door allerlei futuristische zaken.

Als gevolg van dit besluit werd in 1913 het korps wielrijders opgericht. Kort na hierna werden de constructiewerkplaatsen in Delft uitgebreid met een rijwielherstelwerkplaats. Omdat de fietsen overal vandaan kwamen (veelal gevorderd) was er een groot gebrek aan onderdelen want er was werkelijk geen één fiets gelijk aan een ander. Omstreeks 1915 kwam daarin verandering en begon men fietsen uit aangekochte en zelf vervaardigde onderdelen samen te stellen en ontstond er meer eenheid in de fietsen van het korps wielrijders.

Tekening van een legerrijwiel 1915

Ook voor het K.N.I.L. werden er fietsen geleverd. Tot c.a. 1932 werden deze door het ministerie van Koloniën aangeschaft bij het Groningse rijwielbedrijf A. Fongers. Maar ongeveer halverwege de jaren 30 stapte men over op door de Artillerie Inrichtingen gemonteerde exemplaren. Deze waren aanmerkelijk goedkoper. Het normale met twee versnellingen uitgeruste Fongers rijwiel koste in 1931, Hfl. 149,41 per stuk. Het standaard legerrijwiel dat door de Artillerie Inrichtingen geleverd werd was gemaakt van dikker materiaal dan een civiel exemplaar. Voor het K.N.I.L. waren zij voorzien van een dof grijsgroene kleur en op het balhoofd bevonden zich een rode en daaronder een blauwe band van elk 10 cm hoog.

Door de AI vervaardigd rijwiel voor het KNIL ca. 1930

Verder waren zij samengesteld uit B.S.A. onderdelen en voorzien van een dubbele torpedonaaf voorzien van twee versnellingen. In het voorwiel bevond zich een naaf rem die d.m.v. een handel op het stuur bediend kon worden, Voor het achterwiel was het voorzien van een terugtraprem. Het voorwiel was voorzien van 32 spaken nr.14 en het achterwiel had voor de stevigheid en grotere belasting 40 van deze spaken. Verder was het rijwiel voorzien van een bagagedrager, fietspomp en een bel. De framehoogtes die geleverd konden worden waren 56 en 58 centimeter en op verzoek kon men ook 60 cm hoge exemplaren bestellen. De prijs die voor een dergelijk rijwiel betaald moest worden was in 1938 hfl. 80,00 .

Rijwielherstelwerkplaats te Delft ca. 1915

Vanaf 1895 moesten de werkplaatsen o.a. al gevolg van andere inzichten en ruimte gebrek in de steeds meer bebouwde van Leeuwenhoeksingel en Delftse Houttuinen de stad verlaten. In 1924 werd besloten de Constructiewerkplaatsen op te heffen en de laatste werkzaamheden ook naar het Hembrugterrein te verplaatsen. In 1926 was de verhuizing voltooid. De rijwielherstelwerkplaats bevond zich toe al bijna vier jaar aan de Hembrug. Hun verhuizing had al op 31 december 1922 plaatsgevonden. ©PDKAIH2017

Zie ook Op de fiets naar de constructiewerkplaatsen Delft

 

ARTILLERIE INRICHTINGEN MAAKTEN VLIEGTUIGPROPELLERS.

In de periode 1915 – 1930 maakte de Artillerie Inrichtingen in licentie houten vliegtuigpropellers. Zij waren o.a. bestemd voor de Farman lestoestellen van de op 1 juli 1913 opgerichte LVA. Dit was de Luchtvaartafdeeling van de Koninklijke Landmacht en voorloper van de latere Nederlandse Koninklijke Luchtmacht. De LVA die in het begin alleen vloog met een gehuurde tweedekker genaamd ‘’De Brik” en over 4 in het buitenland opgeleide piloten beschikte, begonnen in 1915 met het opleiden van vrijwilligers tot militair vliegers. Eerst alleen officieren en vanaf 1916 ook lagere rangen. Aan die vrijwilligers was geen gebrek want uit alle wapen en dienstvakken melden zij zich aan om te worden opgeleid tot vlieger of waarnemer.

De Brik in Soesterberg 1913

Waar wel een grote behoefte aan was waren gevechtsvliegtuigen. De omliggende landen hadden er genoeg maar omdat de eerste wereldoorlog in volle hevigheid woedde was de toevoer van oorlogsbenodigdheden afgesneden. Maar diezelfde oorlog kwam de LVA onverwachts te hulp want de vliegtuigen van de om ons heen oorlogvoerende landen hadden nog al eens te kampen met gevechtsschade, motorstoringen, brandstofgebrek, navigatieproblemen enz. En werden daardoor gedwongen te landen op Nederlands grondgebied. De noodlandingen vonden in geheel Nederland plaats maar in Cadzand landen er wel heel vaak toestellen en die plek kreeg dan ook al snel de naam vliegtuigfabriek van Nederland.

De gelande en gecrashte toestellen werden onmiddellijk in beslag genomen, de bemanning geïnterneerd  en de toestellen gedemonteerd en overgebracht naar Soesterberg de thuisbasis van de LVA. Waar mogelijk werden deze toestellen opgeknapt en als ze te zwaar beschadigd waren werden ze ontdaan van alle nog bruikbare onderdelen. Een deel van de vliegtuigen werd gekocht en betaald en na afloop van de oorlog weer terug gegeven aan de betreffende landen. Dit was overigens niet alleen het geval met vliegtuigen maar ook schepen die in onze territoriale wateren terecht kwamen ondergingen hetzelfde lot. En zo groeide de hoeveelheid vliegtuigen van de LVA met een grote verscheidenheid aan vliegtuigen met ook nog eens verschillende motoren.

Het eerste Farman lestoestel van de LVA.

En ook voor deze toestellen en motoren maakte de Artillerie inrichtingen propellers, soms in de hoeveelheid van slechts één exemplaar. De propellers werden vervaardigd door verschillende lagen hardhout op elkaar te verlijmen en daar na in de gewenste vormen te zagen, schaven, raspen, vijlen en schuren. Was de gewenste vorm eenmaal bereikt dan werden zij voorzien van de bevestigingsgaten, gelakt / geschilderd en eventueel nog voorzien van een messing versteviging op de uiteinden van de bladen.

Het vervaardigen van een propeller bij de Hembrug.

Daarna werden de maten van de bevestiging, het jaartal van aanmaak, type van vliegtuig en motor en het Hembruglogo in de propeller gebrand. Deze laatste bewerking gebeurde in tegenstelling tot de andere bewerkingen niet altijd even zorgvuldig en daarom is het vandaag de dag niet altijd even duidelijk voor welk type motor/vliegtuig zij waren bestemd en ook het logo met jaartal was vaak onduidelijk.

Voorbeelden van het fabrieksstempel van de Hembrug

Hoeveel verschillende modellen en in welke hoeveelheden ze zijn gemaakt is helaas (nog) niet bekend. Heel grote aantallen zullen het niet geweest zijn want in 1914 bestond de Nederlandse luchtvloot uit 8 vliegtuigen en had de marine 1 Farman landtoestel. In de eerste drie oorlogsjaren kwamen er 17 in beslag genomen buitenlandse vliegtuigen bij en in de laatse twee jaar 48. Het waren 58% Duitse, 34% Engelse en 8% Franse toestellen. De Marine kreeg er in die periode 17 in beslag genomen watervliegtuigen bij waarvan 71% uit Duitse en 29% uit Engelse toestellen bestond. De totale vloot bestond na het aflopen van de 1e wereldoorlog dus uit 91 toestellen. Van de vijf onderstaande propellers is het inmiddels wel bekend voor welke soort motoren en vliegtuigen zij gemaakt zijn.

 

AEG C.IV – 160PK Benz

AEG C.IV

 

 

 

 

 

 

 

Tweebladige propeller met Stempel Hembrug 1918, MODEL AE, 160PK, BENZ SPOED 190, D266, messing beklede tips, lengte 2660 mm.

Bemanning: 2.
Lengte: 7,15 mtr.
Spanwijdte: 13,46 mtr.
Hoogte:3,35 mtr.
Vleugeloppervlak:39 m²
Leeg gewicht: 800 kg.
Max gewicht: 1120 kg.
Motor: 1 Mercedes D.III 6 cilinder, watergekoelde, inline pistonmotor van 160 PK.
Maximum snelheid: 158 km/u.
Bereik:450 km.
Klimsnelheid:2,78 mtr p/s.
Tijd tot 1000 mtr hoogte 6 minuten.
Plafond: 5000 m.
Vliegduur: 4 uur.
Bewapening: 1 voorwaarts vurende Spandau LMG 08/15 mitrailleur en 1 draaibaar opgestelde Parabellum MG14 mitrailleur, die werd bediend door de waarnemer.

bommenlast: maximaal 100 kg.

 

Farman HF.20 – 80HP Gnome

Farman HF.20 – 80HP Gnome

 

 

 

 

 

 

 

 

Twee bladige propeller, stempel Hembrug 1915, MODEL G, lengte 2500mm.

Bemanning: 2.
Lengte: 8,3 mtr.
Spanwijdte:14 mtr.
Hoogte:3,2 mtr.
Leeg gewicht: 360 kg.
Max. gewicht: 660 kg.
Motor: Gnome en Rhône stermotor 80 pk.
Maximum snelheid: 110 km/u.
Bereik:250 km.
Bewapening: 1 Lewis Mitrailleur.

 

Fokker D.VII – 160PK Mercedes

Fokker D.VII – 160 pk Mercedes

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Tweebladige propeller, Stempel Hembrug 1918, MODEL AF,160PK, MERCEDES, D276, messing beklede tips lengte 2760mm.

 

 

 

 

 

 

Bemanning: 1.
Lengte:6,95 mtr.
Hoogte: 2,75 mtr.
Spanwijdte: 8,90 mtr.
Vleugeloppervlakte: 20,02 m².
Gewicht leeg: 698 kg.
Startgewicht: 850kg.
Gewicht max.: 878 kg.
Snelheid: 190 km/u.
Motor: prototype V.II Mercedes DIII, 160 PK.
Bewapening: 2 gesynchroniseerde 7,92 Spandau mitrailleurs.

 

Nieuport 11 – 80PK LeRhone

Nieuport 11 80 PK LeRhone met volledige bewapening.

 

 

 

 

 

 

 

 

Tweebladige propeller stempel Hembrug 1917, Model M, 80PK, NIEUPORT, bewerkte tips lengte 2450 mm.

 

 

 

 

 

 

Bemanning: 1.
Spanwijdte: 7,55 m.
Lengte: 5,80 m.
Hoogte: 2,45 m.
Leeggewicht: 350 kg.
Startgewicht: normaal 480 kg.
Maximumsnelheid: 157 km/u.
Motor: Le Rhône 9C, 80 pk.
Bewapening: 1 Lewis machinegeweer, en soms ook 8 kleine Le Prieur raketten (voor luchtdoelen op max 120mtr afstand (niet geschikt voor zeppelins)).

 

DFW CV – Aviatik, 224 PK Benz

DFW CV

 

 

 

 

 

 

 

 

Enkel propellerblad met naaf stempel Hembrug 1917, MODEL T, SPOED16,0 NAAF VII, 224 pk, messing vleugeltip lengte 1670 mm (in deze vorm).

 

 

 

 

 

 

Bemanning: 2.
Lengte: 7,85 mtr.
Vleugelwijdte: 13,27 mtr.
Hoogte: 3,25 mtr.
Leeggewicht: 970 kg.
Max gewicht: 1430kg.
Motor: Watergekoelde Benz Bz.IV 6 cilinder inline piston motor van 200pk of een 150pk C.III N.A.G.*
Max snelheid: 155 km/u
Max hoogte: 5 km.
Klimsnelheid: 1,27 m/s
Vliegduur: 3, 5 uur.
Bewapening: 1 x 7,92 MG08/15 Spandau propeller gesynchroniseerd machinegeweer en 1 door de waarnemer bediende, op een ring gemonteerde Parabellum MG14 machinegeweer.
Max bommenlast: 100kg.

*Dit vliegtuig was de beste gevechtsjager uit WW1 en er werden uitvoerige verbeterde prototypes vervaardigd. Deze proppeller is waarschijnlijk van zo’n prototype geweest dat nabij Waardenburg was neer gestort en was uitgerust met een watergekoelde Benz 6 cilinder inline piston motor van 225pk.

Bij Waardenburg neergestorte DWF CV Aviatik

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

©foto de Brik vliegbasis Soesterberg, de eerste Farman ANP, werkplaats Herman de Ruyter, vliegtuigen wikipedia. ©neergestort vliegtuig, stempels, propellers en verhaal PDKAIH2017. Met dank aan H.Luttmer voor tech. info.

GRONDRUIL TEN BEHOEVE VAN DE STOOMPONT.

GRONDRUIL TEN BEHOEVE VAN DE STOOMPONT

Wie vroeger van de Zaanse naar de Amsterdamse kant van het Noordzeekanaal of anders om wilde was aangewezen op één van de vele schepen van de schroef stoombootdienst, de salonschepen van onder andere de Alkmaar Packet  of de treinen van de Hollandsche IJzeren Spoorweg Maatschappij (HIJSM).

De water en rail vervoersbedrijven.

In 1888 kwam daar nog een derde mogelijk bij, die met name voor de voetgangers en fietsers en handkarren die in de IJpolders moesten zijn, voor een beterere verbinding zorg droeg. Op het einde van de Havenstraat, begin Hemkade werd een heuse trekpont verbinding ingesteld. In het begin was het veer enkel bestemd voor hoger geplaatste militairen en enkele andere specifiek beschreven personen. Dit om het scheepvaart verkeer niet teveel te hinderen, dat had al last genoeg van de spoorbrug. Maar na hevige protesten van verschillende zijde werden die regels al snel afgeschaft, Wat natuurlijk ook weer tot de nodige protesten van de bootdiensten leidde, die bang waren voor grote verliezen, Dit viel achteraf heel erg mee want de pont bracht de mensen dan wel naar de overkant maar dat was nog lang niet in het centrum van de hoofdstad.

De trekponten met op de achtergrond de pontwachterswoningen op de Zaanse oever / langsvarend schip van de Alkmaar Packet.

Klos waarmee de veerpont langs de kabel getrokken werd.

De pont zat verbonden aan een over het kanaal gespannen staalkabel die tijdens de vaart werd strak getrokken.Daarna kon met de pont door middel van houten klossen op de kabel te plaatsen de pont voorttrekken. Eenmaal ter plaatse aan één van beide oevers, liet men de kabel door middel van een lier weer op de bodem van het kanaal zakken zodat deze geen belemmering voor de scheepvaart vormde. De pontbaas werd tijdens deze handelingen vaak geholpen door de plaatselijke jeugd of één of meerdere passagiers. Toen het te druk werd is er een tweede trekpont in gebruik genomen.

 

Toen de Provinciale weg  in 1932 gereed was, werd het pontveer verbinding, die ongeveer 40 jaar op die op die plaats dienst had gedaan tussen den Amsterdamschen en Zaandamschen oever van het Noordzeekanaal en nu niet meer opgewassen was tegen de  hooge eisen van het drukke verkeer opgeheven. De kranten uit die tijd berichten dat er op 15 september nabij de Hembrug en aansluitend op de nieuwe weg een heuse stoomveerpont zou komen.

De eerste stoomveerpont in januari 1933 / Uitbreiding van de stoomveerpont verbinding

Hij kwam echter pas, bijna twee weken later, op maandagmiddag de 26e aan. Vanaf dinsdag 27 september 1932 vond er in het bijzijn van o.a. de heer ir. Voorst Vader, hoofdingenieur van den Rijkswaterstaat, de heer ir. Breuking, toegevoegd ingenieur bij de verbreeding van het Noordzeekanaal, de heer Kroon uit Velsen, chef van de Noordzeekanaalveren en de heer Zimmerman, chef van de kanaalverlichting een aantal proefvaarten plaats met het aan 25 automobielen plaats biedende stoompontveer. Nadat iedereen tevreden was met de resultaten, werd de stoompont op zaterdag 01 oktober in bedrijf gesteld.

De oude pontwachterswoningen / Het vulhuis dat er voor in de plaats kwam in 2017

Als gevolg van deze verplaatsing en de aanleg van de nieuwe weg, vond er een grondruil plaats tussen Rijkswaterstaat en de Artillerie Inrichtingen. Het stuk grond in de bocht aan het einde van de Havenstraat / Hemkade waar zich ook de pontwachterswoningen bevonden werd geruild tegen het stuk grond langs het kanaal.  De pontwachters kregen van RWS een andere woning aangeboden. Zo kreeg de AI een stuk grond aan de buitenzijde van het terrein ter beschikking waarop zij later een commandobunker voor de ondergrondse schuilplaatsen bouwde. Op de grond waar eerder de woningen stonden en ooit ook nog een groentetuin was geweest, kwam uiteindelijk een vulhuis voor de kleinkaliber munitie. Het stuk waar de bunker kwam is een poosje voor heel andere doeleinden gebruikt, maar daarover in een ander verhaal meer.

Aanleg van de Provinciale weg ter hoogte van de Havenstraat / Aanvoer van zand nabij de Hembrug.

Door de ruil werd het ook mogelijk om de weg langs het Noordzeekanaal open te stellen. Dat stuk kreeg de naam Hemkade. Een straatnaambordje ook in 2017 nog aanwezig geeft de oude grens met de Havenstraat aan. Daarvoor was de weg langs het kanaal fabrieksterrein en afgesloten voor onbevoegden. In WW2 is hij dat ook weer een poosje geweest. Het was een goede ruil voor het bedrijf, want omdat de weg  onderdeel werd en ook nu nog is van de waterstaatkundige werken van Rijkswaterstaat, werd in het contract opgenomen, dat de weg in eeuwig durend onderhoud bij RWS kwam. Na 2003 toen het bedrijf dat inmiddels Eurometaal was gaan heten de poorten sloot, tikte de gemeente de”nieuwe” eigenaar (Domeinen) op de vingers om de weg te onderhouden. De ENHABO had nadat zij toestemming had gekregen van Domeinen om met een klein busje over de autovrije weg te rijden, een klacht over het slechte onderhoud ingediend bij RWS. Deze had ze door verwezen naar de gemeente als zijnde openbaar grondgebied van Zaanstad. Nadat Domeinen waar ik als beheerder / toezichthouder werkzaam was dit aan mij vertelde. Wees ik ze op het oude contract waar ik ooit tijdens mijn speurtochten op het www iets over gelezen had. Na enige nieuw speurwerk kwam het originele contract weer op tafel en bleek nog steeds rechtsgeldig. De weg is na onderling overleg tussen de drie partijen hersteld. En het onderhoud van de weg werd overgedragen aan de gemeente. Die er onmiddellijk allerhande ge en verbodsborden plaatste en er een fietspad van maakte. Uitzondering werd er gemaakt voor het personeel van de onderhoudsdienst en de beveiliging van de Artillerie Inrichtingen (onderhoud gebouwen, hekwerken en surveillanceronden) en de kleine busjes van de ENHABO. De elektra voor de straatverlichting kwam vanaf het door Domeinen beheerde terrein en de eigenaar van het dijklichaam zelf bleef RWS.

De IJpolders met de trotylfabriek, het schietkatoenmagazijn, het munitiemagazijn en de torpedo inschietplaats.

Van de trekponten het latere stoomveer en nog later de Donau en huidige ponten werd ook druk gebruikt werd door de Artillerie Inrichtingen (en in latere jaren Eurometaal en het Militair Complex Hembrug) dit voor transporten van en naar de aan de overzijde van het kanaal gelegen trotylfabriek van het bedrijf,  de torpedo inschietplaats, het munitiemagazijn, het schietkatoenmagazijn en diverse andere plaatsen. Het bedrijf heeft tot aan de sluiting in 2003 voor zijn munitietransporten altijd voorrang gehad op de pontveren. Er werd de laatste jaren wel van te voren een afspraak gemaakt voor zo’n overtocht. De munitie begeleider mocht evenals andere passagiers niet mee tijdens zo’n solovaart en moest omrijden om het transport aan de andere zijde op te vangen. ©PDKAIH2017

Afkortingen: HIJSM – Hollandse IJzeren Spoorweg Maatschappij / RWS – Rijkswaterstaat . ENHABO – Eerste Noord Hollandse Auto Bus Onderneming

 

DE ARTILLERIE INRICHTINGEN VAN 1679 TOT 1925 deel 7 van 11.

DE ARTILLERIE INRICHTINGEN VAN 1679 TOT 1925 deel 7 van 11.

Overplaatsing naar het Hemveld

De invoering van het draagbare wapen model 1895, die een geheel nieuwe machinale inrichting voor de patroonfabricage nodig maakte, werd er de aanleiding van om in 1897 het grootste deel van de werkplaatsen over te brengen binnen de Stelling van Amsterdam. Dit was volgens de toen geldende begrippen het reduit van onze landsverdediging.Daar werden achtereenvolgens gebouwd: de Patroonfabriek, de Werkplaats voor Draagbare Wapenen, de Vuurwerkerij met een Buizenfabriek en IJzergieterij.

Infanterie geweer model 1895

De te ‘s-Gravenhage achter gebleven geschutgieterij, die in 1871 door het Rijk van de familie Maritz was overgenomen werd in 1904 opgeheven. Zij hadden zich toegelegd op de vervaardiging van het bronzen en hardbronzen achterlaatgeschut en maakten daarna ook stalen vuurmonden. Door deze opheffing onderging de Werkplaats voor Draagbare Wapenen een kleine uitbreiding. Dit om in het vervolg ook de herstellingen aan geschut te kunnen uitvoeren. Jammer genoeg werden bij die op zichzelf staande bezuinigingsmaatregel de boor- en trekbanden voor oud-ijzer verkocht iets wat men in de mobilisatietijd zou betreuren.

De Stelling van Amsterdam werd grotendeels aangelegd tussen 1874 en 1914 en is een 135 kilometer lange verdedigingslinie ter verdediging van de Nederlandse hoofdstad

Bij de inrichting van de Werkplaats der Draagbare Wapenen in 1897 aan de Hembrug was het aanvankelijk niet de bedoeling daar een volledige wapenfabriek van te maken. Men dacht de benodigde wapens M95 te blijven kopen bij de Oesterreichische Waffenfabrikgesellschaft te Steyer en bestemde de eigen fabriek als herstellingswerkplaats en aanschaffingsorgaan. Verder diende hij voor de opleiding van geweermakers, zwaardvegers (wapensmeden) en van officieren van wapening. Om bij die opleidingen enig denkbeeld te kunnen geven van de zogenaamde uitwisselbare fabricage, waren er werktuigen met spaninrichtingen en gereedschappen aangeschaft. Dit om van een aantal van de eenvoudigste onderdelen de voor herstellingen benodigde verwisselstukken in eigen werkplaats te kunnen aanmaken.

Lademaker aan het werk in de geweerfabriek aan de Hembrug ©Herman de Ruijter

Die toestand duurde tot 1900, toen er in de Tweede Kamer der Staten-Generaal een vraag werd gesteld over de prijs waarvoor in de Italiaanse Staatsfabrieken het veel met het Nederlandse model overeenkomende geweer werd gemaakt.

Eén van de officieren, die tot de keuringscommissie te Steyr behoord had, was daar al tot de slotsom gekomen, dat de aanmaak van wapens in eigen beheer niet onmogelijk behoefde te zijn. Hij werd naar Italië gezonden. In het rapport over zijn onderzoek daar, stelde hij voor de al aanwezige werktuigelijke inrichting van de wapenfabriek uit te breiden. Daardoor zou het mogelijk zijn om zonder vergroting van de fabrieksruimte door eigen aanmaak tot in 1918 geleidelijk zoveel wapens te verkrijgen, als nodig zouden zijn om tijdig in de behoefte van de te verwachten legeruitbreiding te voorzien.

In twee stappen werd die uitbreiding van machines tot stand gebracht, waardoor men vanaf 1904 in staat was het gehele geweer van de grondstoffen af, in eigen fabriek aan te maken. Dat was geen kleinigheid, een geweer heeft 81 onderdelen. De kwaliteit van de Hembrug wapens bleek niet voor de Steyersche onder doen en de prijs ervan was behoorlijk lager.

Het grootste voordeel van het gaan aanmaken in eigen beheer was wel de ervaring van weloverwogen werken die hierdoor werd verkregen. Daardoor kreeg men de beschikking over zeer deskundig personeel. Dat zou in de toekomst efficiënter kunnen optreden als keurmeester tijdens het inkopen bij andere bedrijven. Ook de verworven kennis en routine zouden kunnen worden toegepast bij andere producten en werk op het eigen en aanverwante gebieden. Dit op dezelfde wijze als waar op de wapenfabricage wegberijdster is geweest voor vele andere takken van industrie.

De Geweerwinkel was dan wel van Delft naar de Hembrug verplaatst en daar uitgegroeid tot een volledige wapenfabriek. Het zou daar niet bij blijven. Delft verloor ook de Pyrotechnische werkplaatsen. Tot ver na de 1e wereldoorlog bleven de Artillerie-Inrichtingen nog gedeeltelijk in het historische stadje. Aan de Hembrug werkte men intussen verder. Men begon met het fabriceren van klewangs. Eerst voor het Indische en later voor het Nederlandse leger. In de mobilisatietijd zou ten volle blijken waartoe men door de verkregen oefening in staat was geworden. ©PDKAIH2017

Eindcontrole van de wapens ©Herman de Ruijter

Hembrug klewang model 1898 bestemd voor het KNIL