HET ONTSLAG VAN A.WILOD VERSPRILLE

A. WILOD VERSPRILLE

De 1e Luitenant der infanterie A. WILOD VERSPRILLE was in de mobilisatiejaren voorafgaande en gedurende de 1e wereldoorlog tewerkgesteld bij de Artillerie Inrichtingen Hembrug en daar verantwoordelijk voor het keuren van de door het bedrijf in Amerika aangeschafte Colt mitrailleurs.

M1895 Colt Browning mitrailleur

Aan het einde van deze oorlog, werd hij door de directie van de Artillerie Inrichtingen belast met het op grote schaal aanmaken van lichte mitrailleurs.
Toen het een en ander, ondanks diverse gesprekken met hem niet naar volle tevredenheid werd uitgevoerd, werd VERSPRILLE ontslagen.
Volgens VERSPRILLE was dit ontslag volkomen onterecht en hij schreef dan ook een brief naar het Departement van Oorlog met het verzoek een onderzoek in te stellen naar zijn ontslag.

DE BEHANDELING VAN HET VERZOEK

Het verzoek werd onder n°.166 op de agenda geplaatst: 166. Inlichtingen op het adres van A. WILOD VERSPRILLE, 1e luitenant der infanterie op non-activiteit, te Nijmegen, houdende verzoek een onderzoek te willen instellen naar zijn ontslag bij het Staatsbedrijf der Artillerie-Inrichtingen. (Gedrukt onder n°. 439 der Zitting 1921—1922.)

(439. 1.)

BRIEF VAN DE MINISTER VAN OORLOG

Aan den Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal.

’s Gravenhage, 21 februari 1922,

Ter voldoening aan het gevraagde in Uw schrijven van 11 november 1921, n°. 154, heb ik de eer U Hoogedelgestrenge het volgende te berichten omtrent het verzoekschrift van den 1e luitenant A. WILOD VERSPRILLE.

 De directie der Artillerie Inrichtingen belastte in februari 1918 den eerste-luitenant A. WILOD VERSPRILLE met de leiding en de aanmaak op grote schaal van lichte mitrailleurs, o. a. omdat deze officier gedurende zijn verblijf aan de Artillerie-Inrichtingen een uitgebreide kennis omtrent verschillende stelsels van mitrailleurs had opgedaan en hij belast was geweest met de keuring van de tijdens de mobilisatiejaren in Amerika bestelde COLT-mitrailleurs, welke keuring hij zeer tot tevredenheid van den vertegenwoordiger van het munitiebureau te New-York had verricht en waardoor hij zijn kennis omtrent de vervaardiging van mitrailleurs had verrijkt.
Voorts werd mede rekening gehouden met het gunstige oordeel, dat de directie had omtrent den technische aanleg van requestrant, in verband met diens vroeger werk bij de Wapenfabriek. Op grond van een en ander mocht de directie verwachten, dat de mitrailleuraanmaak bij meer genoemden officier in goede handen zou zijn.
De heer WILOD VERSPRILLE behoefde geenszins tot het op zich nemen der leiding te worden overgehaald; hij had bij de directie krachtig op het ter hand nemen van de mitrailleuraanmaak aangedrongen en zich geheel vrijwillig en gaarne voor de leiding van die aanmaak beschikbaar gesteld.
Dat de directie alleen de heer WILOD VERSPRILLE tot de aanmaak in staat zou hebben geacht is niet juist. Aanvankelijk werkte genoemde officier onder de bedrijf chef van de Wapenfabriek, terwijl de directie uitdrukkelijk verlangde, dat zoveel mogelijk overleg zou worden gepleegd met de beproefde speciale wapentechnici, die de voorafgegane voorbereiding en gedeeltelijke uitvoering van de aanmaak voor deze mitrailleurs op kleiner schaal hadden geleid, doch nu te zeer bezet waren met ander werk om ook met de aanmaak in het groot te worden belast.
Na het vertrek van genoemde bedrijf chef in augustus 1918 kreeg de heer WILOD VESSPRILLE geheel zelfstandig de leiding van de mitrailleurfabriek; ook daarna werd hem er meermalen op gewezen, dat hij het gewenste verband met de Wapenfabriek zoveel mogelijk in het oog had te houden.

Inderdaad werden na ongeveer een jaar enkele mitrailleurs ter oplevering aangeboden; deze bleken evenwel ongeschikt voor het gebruik, omdat zij onvoldoende werkten en de te eisen onderlinge verwisselbaarheid van de onderdeden alles te wensen overlieten.
Voorts had de inmiddels ingetreden demobilisatie gelegenheid gegeven, meer tijd en zorg te besteden aan het zoeken naar de meest doeltreffende vorm en de beste wijze van harden en afwerken van de onderdelen.
Dit had echter niets te maken met de kardinale fouten, welke, zo langzamerhand bleek, aan het werk van de heer WILOD VERSPRILLE kleefden.
De instelling van een zogenaamde keuringscommissie ten einde zekerheid te krijgen, dat aan billijke eisen beantwoorde wapens zouden worden geleverd, was niets anders dan de toepassing van de bij de Wapenfabriek steeds gevolgde regel om afgewerkte wapens te laten onderzoeken door personeel, dat onafhankelijk is van degene, die met de aanmaak daarvan is belast.
Daarbij werden geenszins zwaardere eisen gesteld dan redelijkerwijze behoord te geschieden. Trouwens, later is alles wat men indertijd van den heer WILOD VERSPRILLE ten aanzien van de mitrailleurs verlangde — en meer dan dat — bereikt geworden. Evenmin als voor andere wapens was voor deze mitrailleurs schriftelijke formulering nodig om tussen vakmensen te kunnen weten, welke eisen op redelijke wijze moesten en konden worden gesteld. Deze waren in hoofdzaak, dat de wapens behoorlijk zouden schieten en de delen onderling verwisselbaar zouden zijn. Ook nu zijn die eisen nog niet nader schriftelijk vastgelegd, zonder dat daarom iemand in twijfel verkeert hoe de wapens moeten zijn.

Lewis mitrailleur

Er is ook geen ruimte voor de opvatting alsof requestrant als bij verrassing’ voor eisen zou zijn gesteld, waarop hij niet van de aanvang af had behoren te rekenen. Schriftelijke formulering heeft hij nooit gevraagd, noch aan de keuringscommissie, noch aan de directie. Voor hem bestond verder niet de minste verplichting om zich te onderwerpen aan eisen van de commissie als die hem onredelijk zouden zijn voorgekomen. In dergelijk geval had hij zich tot de directie kunnen en moeten wenden. Afgezien wellicht van enkele zaken van ondergeschikt belang, heeft hij echter nooit meningsverschillen omtrent keuringseisen aan het oordeel van de directie onderworpen.

Wel was er herhaaldelijk een meningsverschil tussen den heer WILOD VERSPRILLE en de keuringscommissie over de vermoedelijke oorzaak van gevonden gebreken, de beste wijze om die weg te nemen, enz., doch dit was voornamelijk te wijten aan zijn streven om anderen, meer dan wenselijk zou zijn geweest, buiten de bijzonderheden van de fabricage te houden en gemaakte fouten zoveel mogelijk te verbergen. Dat hierdoor snel afleveren niet werd bevorderd spreekt vanzelf.
De voorstelling alsof het optreden van de commissie remmend zou hebben gewerkt op de goede gang van zaken is ten enenmale onjuist. Integendeel, de commissie heeft voortdurend met buitengewone toewijding getracht slechts het belang van de zaak in het oog te houden en opbouwend te werken. Het model van de mitrailleur heeft door het optreden van de keuringscommissie geen verandering ondergaan. Wel zijn, even goed als dit voor de instelling van de commissie en na het vertrek van den heer WILOD VERSPRILLE geschiedde, ook gedurende de samenwerking met de commissie kleine veranderingen, waarvan de ondervinding de wenselijkheid had leren inzien, aangebracht, als zulks met het oog op leveringstijd, kosten, enz., zonder bezwaar mogelijk was. Echter wees de directie er herhaaldelijk met veel klem op, dat de heer WILOD VERSPRILLE de volle verantwoordelijkheid bleef behouden en dat hij verbeteringen, door de keuringscommissie aangegeven, alleen dan had te aanvaarden, als hij die ook zelf werkelijk voor verbeteringen hield. Bij verschil van mening, hetwelk niet door proeven kon worden opgelost, zou de directie kunnen beslissen. Inderdaad zou door hen, die na het vertrek van de heer WILOD VERSPRILLE de fabricage tot een goed eind wisten te brengen, veel onderdeden als onbruikbaar ter zijde gelegd moeten worden. De oorzaak daarvan lag echter uitsluitend bij de eerst later in hare volle omvang duidelijk geworden onverantwoordelijke en lichtvaardige werkwijze van requestrant. Een gedeelte de afgekeurde onderdeden heeft later bij de aanmaak van exercitiemitrailleurs nuttige aanwending gevonden.

Toen de directie bij het persoonlijk nagaan van wat zij op gezag de aan haar verantwoordelijke personen gemeend had te kunnen aannemen, tot de overtuiging kwam, dat zij geen vertrouwen meer kon blijven stellen in de opgaven van de heer WILOT VERSPRILLE omtrent levertijd, prijs, enz. alsmede omtrent de door hem aangegeven oorzaken van vertragingen, oordeelde zij dat een onderzoek nodig was. Daar zij zelf te zeer door andere bezigheden in beslag werd genomen, droeg zij dit onderzoek op aan een commissie, bestaande uit de drie bedrijfschefs. Dat deze commissie van huis uit noch requestrant noch zijn werk ooit sympathiek gezind was, is een bewering, waarvoor niet de geringste redelijke grond is bij te brengen. Hoewel slechts een van deze bedrijfschefs bijzondere ervaring had van de wapenfabricage, waren allen zonder enige twijfel zeer goed in staat te beoordelen, welke fouten er aan de leiding van den mitrailleuraanmaak kleefden.
De commissie ontdekte bij haar onderzoek zeer ernstige tekortkomingen; het na het vertrek van de heer WILOD VERSPRILLE voortgezette meer gedetailleerde onderzoek heeft de juistheid van het rapport van de bedrijfschefs volkomen bevestigd. De commissie had volle vrijheid haar taak op te vatten zoals zij nuttig achtte. Dat zij den heer WILOD VERSPRILLE niet voortdurend bij het onderzoek aanwezig lieten zijn, is begrijpelijk. Zij achten zich genoodzaakt verschillende ploegbazen buiten tegenwoordigheid van requestrant te horen, omdat zij de indruk had gekregen, dat laatstgenoemde de directie en de keuringscommissie niet eerlijk inlichtte en zijn ondergeschikten er toe aanzette, gemaakte fouten te verzwijgen en te verbergen.

Op grond van vorenbedoeld rapport moest de directie tot de overtuiging komen, dat niet mocht worden gerekend op aflevering van lichte mitrailleurs in afzienbaren tijd, indien werd voortgegaan als tot dusverre; zij achtte het daarom noodzakelijk, de heer WILOD VERSPRILLE de leiding van den mitrailleuraanmaak te ontnemen. Dit besluit en de gronden daarvoor werden de heer WILOD VERSPRILLE door een van de directeuren persoonlijk in een langdurig onderhoud in zijn huis medegedeeld en toegelicht. Hem werd aangeraden gedurende 14 dagen of een maand met verlof te gaan, waarna men, in verband ook met het verdere verloop van het onderzoek naar de toestand, nader zou kunnen beslissen. Het maakte de indruk, dat de heer WILOD VERSPRILLE hierop zou ingaan.
De volgenden dag bleek echter, dat hij zich tot het Departement van Oorlog had gewend met een weinig doordacht schrijven, waarin hij beweerde, dat hem grof onrecht werd aangedaan, dat niet hij schuld droeg aan de mislukking maar de directie en de keuringscommissie, en dat de fabricage in dé war zou lopen als hij niet bleef. Hij wenste ook de leiding niet over te geven en verklaarde zijn functie als bedrijf chef te zullen blijven bekleden, totdat de beslissing van den Minister van Oorlog omtrent zijn ontheffing als zodanig zou zijn genomen.
Deze houding kan natuurlijk niet worden geduld. Het eind was, dat hem de toegang tot het terrein van de fabrieken moest worden ontzegd. Hij kwam toen terug op zijn besluit om geen gebruik te maken van het aangeboden verlof. Door deze wijze van optreden had de heer WILOD VERSPILLE zowel bij zijn chefs en kameraden als bij zijn ondergeschikten zoveel van zijn prestige ingeboet, dat het onmogelijk zou zijn geweest om hem te handhaven in enige betrekking bij de Artillerie-Inrichtingen. Daarom stelde de directie voor, hem bij zijn wapen terug te plaatsen.

De aflevering van mitrailleurs aan de korpsen, ongeveer 5 maanden nadat requestrant uit zijn functie van bedrijf chef van de mitrailleurfabriek was ontheven, is uitsluitend te danken geweest aan de ingrijpende wijziging, welke na zijn vertrek in de fabricage werd aangebracht.
Het ontslaan van losse werklieden hield verband met de. bedoeling om de in verkeerde banen geleide fabricage van verschillende onderdelen tijdelijk stop te zetten, totdat al het aangemaakte door de nieuwe leiders grondig zou zijn nagegaan; en geschift, en de nodige verbeteringen zouden zijn aangebracht.

Minister van Oorlog J.J.C. van Dijk

De beschuldiging, dat de directie bij de moeilijkheden van 1919 in gebreke zou zijn gebleven in het geven van leiding ter zake, mist elke grond. Zij heeft, zoveel het haar mogelijk was aandacht aan de mitrailleurfabriek gewijd en daarbij aanhoudend getracht de zo nodige samenwerking te verzekeren, wat haar, voor zover het de keuringscommissie betreft, ook ten volle gelukte, doch bij requestrant afstuitte op diens overdreven gevoel van eigenwaarde en zijn zucht om liever fouten te verbergen dan eerlijk naar verbetering te streven. Het waren zijn laakbare handelingen die tot gevolg hadden, dat de leiding niet altijd het gewenste effect kon hebben. Dat vele vervaardigde onderdelen als waardeloos werden afgekeurd, had kunnen worden voorkomen als requestrant volgens de bedoelingen der directie had willen samenwerken met anderen; bij de besprekingen erkende hij. dat zulks nodig was en beloofde hij, dat hij dit verder ook zou doen.
Het geldelijk nadeel, ontstaan door vervanging van het groot aantal onderdelen, moet worden geweten aan de onverantwoordelijke werkwijze van requestrant; het behoeft geen betoog dat de directie nooit zoveel delen zou hebben afgekeurd, als die behoorlijk voor oorlogswapens bruikbaar hadden kunnen worden geacht.

Zowel uit de behandeling van deze aangelegenheid vanwege het Departement van Oorlog, als uit het destijds ingestelde onderzoek door een commissie, bestaande uit 2 officieren buiten de Artillerie-Inrichtingen, omtrent verschillende onderwerpen, welke in de Tweede Kamer der Staten-Generaal ten aanzien van dit Staatsbedrijf te berde waren gebracht, is overtuigend gebleken, dat requestrant de hem opgedragen taak op zeer onvoldoende wijze heeft uitgevoerd en dat de scherpe vorm, die het optreden tegenover hem heeft moeten aannemen, gevolg is geweest van zijn eigen ondoordachte handelwijze.
Op grond van een en ander oordeelde mijn ambtsvoorganger het niet nodig, een nader onderzoek te doen instellen. Ook ondergetekende acht een nader onderzoek overbodig, terwijl hij van mening is, dat voor het geven van genoegdoening geen termen aanwezig zijn.

De Minister van Oorlog,
VAN DIJK

NOGMAALS WILOD VERSPRILLE

Wie dacht dat WILOD VERSPRILLE nu van het toneel was verdwenen heeft het mis.
Vlak voor het uitbreken van de 2e wereldoorlog had de Artillerie Inrichtingen een order voor de levering van pantsergranaten voor het Böhler PAG geschut geplaatst bij de munitiewerkplaats NV Metaalwarenmaatschappij Johan de Witt gelegen aan De Staart in Dordrecht

In stelling gebrachte Böhler PAG met op de achtergrond twee pantserwagens

Deze fabriek viel militair gezien officieel onder het DMKL, maar vanwege de order en het ter plaatse aanwezig zijn twee Böhler PAG stukken verantwoording voor deze zaken verschuldigd aan de Artillerie Inrichtingen. Bij het uitbreken van de oorlog werd er regelmatig telefonisch contact onderhouden met directeur Den Hollander van de Artillerie Inrichtingen. Deze gaf de zo verkregen informatie direct door aan het A.H.K.

Op 29 juli beantwoorde Den Hollander een brief N.M. Japikse van het Regelings Bureau van het Algemeen Hoofdkwartier die hem had verzocht om een kopie van de aantekeningen van de telefonisch doorgegeven berichten.

13 mei 1940 ± 10 uur

De Reserve Majoor voor spec.diensten A.WILOD VERSPRILLE, bedrijfsleider van de N.V. Johan de Witt te Dordrecht deelt telefonisch vanuit de fabriek dezer N.V. mede:

“In Dubbeldam zijn Duitsche pantserwagens gezien. De verdediging van de verbinding Moerdijk Rotterdam is onvoldoende sterk. De garnizoenscommandant te Dordrecht is pessimistisch gestemd”

Dit bericht werd door mij aanstonds doorgegeven aan het A.H.K.
Toestel nr. 426

Iets later

Dezelfde berichtgever deelt vanaf dezelfde plaats telefonisch mede:

“De pantserwagens welke te Dubbeldam zij gezien, zouden door de Duitsche troepen buitgemaakte Nederlandsche pantserwagens zijn. Er is ten zuiden van Dordrecht behoefte aan geroutineerde troepen onder leiding van oude, actieve officieren. Een kapitein Dokter, behorende bij een afdeling van 17 R.A. vertelde de reserve Majoor VERSPRILLE, dat zijn afdeling door Duitsche troepen gevangen genomen is na hevig vechten. Daarbij heeft zich moedig gedragen de Kapitein Tenge, die een “flink officier” genoemd werd. Onbekend is waar de krijgsgevangen Nederlanders zijn afgevoerd.
Hedenmorgen waren Duitsche troepen in het Oranjepark te Dordrecht. Ze zijn thans weggetrokken. Ondertussen zijn nog geen uur geleden 50 parachutisten bij Zwijndrecht geland.”

Doorgegeven aan het A.H.K.

Duitse parachutisten thv Zwijndrecht

12.15 uur

De Res.Majoor v. spec.diensten A.WILOD VERSPRILLE telefoneert mij uit zijn fabriek:

“Zo even is in de fabriek een soldaat binnengekomen, naam Colignon, radio telegrafist van de Genie bij de Lichte Divisie. Hij was met vier anderen belast met de bediening van een radiouitzendingsauto van de I.D. te Dubbeldam en kreeg de tussen 7 en 8 uur opdracht van kapitein Mulder opdracht de zendinstallatie van deze auto onklaar te maken en zich met de vier anderen naar het veer in Papendrecht te begeven. Ook de wielrijders, bescherming van zijn afdeling moesten weg. Op weg naar het veer werden zij aangevallen door een Duitsche patrouille die hen verspreidde. Colignon komt nu een bootje vragen om daarmee naar Papendrecht over te steken.
Ingenieur Lambeek van de fabriek Johan de Witt heeft telefonisch bericht van de Gemeente secretaris van Dubbeldam, dat enige pantserwagens, beschilderd met een zwart kruis opgerukt zijn in de richting Dordrecht. Daarachter volgt een Nederlandsche Motorafdeeling.”

Door mij doorgegeven aan het A.H.K.

14.10 uur

De Res.Majoor v. spec.diensten A.WILOD VERSPRILLE telefoneert vanuit zijn fabriek:

“De Gemeente Secretaris van Dubbeldam heeft opnieuw gebeld en gevraagd naar een vertrouwde verbinding met Den Haag. Gisteren heeft hij driemaal getracht het A.H.K. te telefoneren, doch slaagde daarin niet. De burgemeester van Dubbeldam had hem opgedragen mede te delen aan Kapt. Lagas van het A.H.K., dat hedenmorgen drie Duitsche pantserwagens, volgens de burgemeester komende uit Brabant en gevolgd door een overvalwagen Dubbeldam in de richting Dordrecht waren gepasseerd. Nederlandsche soldaten lopen in Dubbeldam rond zonder enige leiding, zonder officieren en zonder verbindingen.”

Deze mededeling is door de Re. Majoor VERSPRILLE doorgegeven aan Kapt. Van der Mark, adjudant van de Garnizoenscommandant te Dordrecht.

Door mij doorgegeven aan het A.H.K., toestel nr. 426

IETS LATER

De Commissaris van Politie te Dordrecht telefoneerde ons ter waarschuwing, dat over ongeveer een uur de Duitsche troepen Dordrecht zullen bezetten. Wij (de res. Officieren v. spec. Diensten WILOD VERSPRILLE en Lambeek) trekken ons terug in de richting Rotterdam, na overgave van het beheer van de fabriek aan onze oudste administratieve kracht Wagenaar”

Bronnen Nationaal Archief, Grebbeberg ©PDKAIH2019

GEBRUIKTE AFKORTINGEN

A.H.K.= Algemeen Hoofd Kwartier
DMKL = Directie Materieel Koninklijke Landmacht
 I.D. = Inlichtingen Dienst
PAG = Pantser Afweer Geschut
R.A. = Regiment Artillerie
Requestrant = degene die het /een verzoek doet
SD = speciale dienst

DE 2e WERELDOORLOG EN DE ARTILLERIE INRICHTINGEN Deel 2 van 4

Uit het dagboek Ir. F. Q. den Hollander 1

Het dagboek

Op 1 juni 1940 beantwoorde de directeur van het Staatsbedrijf der Artillerie Inrichtingen, Ir. F.Q. Den Hollander, een schrijven dat hij op 24 mei 1940 had ontvangen van de O.L.Z.1.

De brief.

“Naar aanleiding van Uw brief van 24 Mei 1940, Afd. Landmacht Sectie I  b Nº 172 A Geheim, doen wij Uwer Excellentie hierbij toekomen een opgave van berichten van het A.H.K2 ontvangen in het tijdvak 10/14 Mei.
Voorts deelen wij U mede, dat dezerzijds reeds aanwijzingen waren verstrekt om een beknopt overzicht samen te stellen van de gebeurtenissen in voormeld tijdvak bij de Directie, de Fabriek Hembrug en de Vestiging Delft.
Na voltooiing van dit werk zullen wij U het overzicht – tot een door U te bepalen aantal exemplaren – toezenden”.

De bijlage.

opgave van berichten, ontvangen van het A.H.K. in het tijdvak 10/14 Mei 1940

11 Mei. Telefonisch, tijdstip van ontvangst niet genoteerd.

De O.L.Z. verzoekt:
1e ± 2000 onbg. van 10,5 hw. Te doen omlaboreeren in scherpe schoten. Wanneer klaar?
2e 25.000 bg. Patronen verminderde lading van 7 veld te doen aanmaken.

12 Mei. Telefonisch, tijdstip van ontvangst niet genoteerd.

De O.L.Z. vraagt met aandrang naar tb. Nº 7 H.N. gew. en naar eihandgranaten.Overigens zijn van het A.H.K. geen bevelen of berichten bij de Directie der Artillerie Inrichtingen binnen gekomen”.

1 O.L.Z. =  Opperbevelhebber van Land en Zeemacht
2 A.H.K. = Algemeen Hoofd Kwartier

Het toegezegde overzicht.

BEKNOPT OVERZICHT VAN DE VOORNAAMSTE GEBEURTENISSEN IN DE DAGEN VAN 10 – 14 MEI 1940.

     Het hieronder beknopt overzicht is samengesteld met behulp van de berichten, door de Hoofden van de verschillende onderdelen van het bedrijf ingediend, terwijl tevens de van de Directie uitgaande telexberichten zijn geraadpleegd.
Voor een goed overzicht en ook om te trachten het belangrijke van het minder belangrijke te scheiden zijn in het 1e Gedeelte slechts algemeene zaken, betrekking hebbende op het personeel, de veiligheid, de algemeene werkgelegenheid enz. opgenomen, in het 2e Gedeelte n.m.m.3 het belangrijkste omdat daaruit eventueel leering voor de toekomst valt te trekken – zijn meer bijzonderheden vermeld aangaande productie en productiemogelijkheden in deze dagen, alsmede aangaande hulpverleening enz. buiten het bedrijf en contact met de particuliere nijverheid, terwijl in het derde gedeelte is getracht enkele beschouwingen en conclusies uit de gebeurtenissen vast te leggen.

3 n.m.m. = namens mijn mening

1E GEDEELTE
A l g e m e e n e  Z a k e n.

Zooveel mogelijk met inachtneming de chronologische volgorde worden achtereenvolgens de gebeurtenissen te ’s Gravenhage, Hembrug en Delft in het kort vermeld.

’s Gravenhage.

a.   Te ’s Gravenhage werden de noodige aanwijzingen verstrekt om alle kantoorgebouwen doorlopend bezet te houden, zoowel met het oog op het geven van en ontvangen van telefonische orders als met het oog op het doorlopend bedrijfsvaardig zijn der brandploegen en van het personeel belast met het vervoer.
     Door het hoofd van de Afdeeling Brandweer werden onverwijld alle brandbluschmiddelen in de verschillende gebouwen geïnspecteerd en waar noodig nadere voorlichting aan het personeel gegeven. Alle bluschmiddelen en de gereedschappen voor den luchtbeschermingsdienst werden in goede staat aangetroffen.
     De noodige verduisteringsmaatregelen en maatregelen tot bescherming der ruiten werden genomen.
     H.T.A.Vo.4 deed in verband met een op het Malieveld opgestelde batterij luchtdoelgeschut, de naar die zijde gekeerde lokalen van het gebouw Prinssese(n)gracht 19 ontruimen.
     In het bijzonder bij de Hoofdadministratie werd gelast de dosiers en boeken zooveel mogelijk in stalen kasten opgeborgen te houden, alléén het hoog noodige mocht op de schrijftafels blijven liggen; belangrijke dossiers werden, met het oog op een eventueele ontruiming, bij de hand gehouden.

4 H.T.A.Vo. =  Hoofd van de Technische Aanschaffings- en Voorlichtingsdienst (van de Artillerie Inrichtingen).

Het pand van de Artillerie Inrichtingen aan de Prinsessegracht 19 te ’s Gravenhage

In het Directiegebouw Lange Voorhout102, werd de  radio doorloopend bezet; alle berichten werden stenografisch opgenomen en uitgewerkt.
     Per telex-telefoon werd op alle heele uren verbinding opgenomen met de fabriek en op alle halve uren met de Vestiging Delft teneinde byzondere gebeurtenissen te vernemen en berichten uit te wisselen. Deze verbinding is nagenoeg doorlopend, nacht en dag bruikbaar gebleken.
     De opkomst van het personeel, werkzaam op diverse kantoren  te ’s Gravenhage , was voor Zoover aldaar woonachtig normaal te noemen. Verschillende personen, woonachtig buiten ’s Gravenhage, konden door plaatselijk vervoer, hun bestemming, niet, niet altijd, of althans niet dan met groote vertraging bereiken.
     Ook in de stad zelve werd door  de veelvuldige controle op straat veel oponthoud ondervonden, waardoor het personeel vaak te laat kwam. Dit gaf aanleiding tot een wijziging in de kantooruren, waarbij de koffiemaaltijd in de kantoorgebouwen werd gebruikt.
     De werkzaamheden aan kantoorgebouwen werden allen en dan ook herhaaldelijk gestoord door het in de Gemeente gegeven “luchtalarm”. Bij dit alarm moest het personeel zich hetzij in de schuilkelders in of buiten de gebouwen, hetzij in de lokalen of gangen gelijkvloers, bevinden.
Op den duur werd de reactie op het groot aantal malen, dat alarm gemaakt werd, minder.
     Ter vermijding van ongevallen bij te groote opeenhoping van personeel werden de bovenste twee verdiepingen van het Directiegebouw Lange Voorhout 102 ontruimd en het personeel ondergebracht in lokalen van het gebouw van de Octrooiraad, Willem Witsenplein. De verhuizing bracht natuurlijk stagnatie in den dienst mede. Even eens werden naar dit gebouw overgebracht diensten uit een der andere gebouwen, n.l. Prinssessegracht 6a, hetwelk door de in de nabijheid ingeslagen bommen tijdelijk onbewoonbaar was geworden.
     De houding van het personeel was – nadat de eerste ernstige schok van den plotseling ingetreden oorlogstoestand was verwerkt – rustig en beheerscht, het werk werd, niettegenstaande de veelvudige stoornissen met nauwgezetheid en groote plichtsbetrachting verricht.
     In overleg met de Directie werd door de Hoofdaministrateur bepaald, dat voorloopig geen rekeningen zouden worden betaald; aan de arbeiders werd een voorschot op het loon verstrekt, aangezien niet gerekend kon worden op normale geldtransporten in de eerstkomende dagen. Op den 14e Mei werd aan de ambtenaren het salaris voor de maan Juni uit betaald.

b.     Te Hembrug werd door den E.A. ambtenaar reeds te circa 4.00 uur van den 10e Mei waargenomen dat zich in de omgeving een luchtgevecht afspeelde waarop het signaal “luchtalarm”werd gegeven, waardoor de nachtploeg, dankzij een toevallig den vorigen dag gehouden oefening, in zeer korten tijd in de schuilplaatsen was.

Op het terrein bevonden zich ook bovengrondse schuilplaatsen (Zie bij X)

Personeel.

      Na gewaarschuwd te zijn besloot het Hoofd van de fabriek Hembrug de nachtploeg zekerheidshalve onverwijld naar huis te zenden, behoudens het daaruit aangewezen personeel voor de luchtbeschermingsdienst.
     Maatregelen werden genomen om het van de dagploeg opkomende opzichtvoerend- en werkliedenpersoneel te waarschuwen, dat dien dag slechts enkele fabrieksafdeelingen zouden werken, in het bijzonder de laboreerwerkplaatsen. Dit Personeel werd per boot naar de Fabriek gebracht. Later op de dag werd per radio bekend gemaakt, dat het geheele personeel op 11 Mei de arbeid zou hervatten.
     Van het op den eerste dag opgeroepen personeel ter sterkte van ruim 800 man hebben intusschen slechts rond 450 man aan dezen oproep gehoor (kunnen) (ge)geven. Op den volgenden dagen was de opkomst van het personeel heel normaal te achten.
     In verband met het luchtgevaar werd besloten, des nachts niet te werken, voordat de geheele fabriek afdoende zou kunnen worden verduisterd, waartoe direct met een ploeg van ruim 100 man, later uitgebreid tot pl.m 150 man werd begonnen.
     Het is in het tijdvak 10 – 14 Mei niet meer gekomen tot nachtarbeid; de daguren waren van 7,30 – 18,30 uur.
     Het werk werd herhaaldelijk door luchtalarm gestoord.
     Aangezien het van het meesten belang was, dat de Fabriek bleef doorwerken werd het alarmeeren beperkt tot die gevallen, waarbij het aantal en soort der vliegtuigen een opgezetten aanval deden verwachten. Het aantal alarmeeringen is hierdoor gering gehouden en was veel geringer als die in de Gemeente Amsterdam zelve. Meldingen werden zoowel van de luchtmachtdienst Amsterdam als van den C(entrale).Luchtverdedigingsdienst Amsterdam verkregen, terwijl bovendien nog eigen uitkijkposten waren uitgezet, welke geinstrueerd waren in zake de kenmerken van vijandelijke toestellen. Het eigen alarmsysteem heeft naar behooren gefunctioneerd; de vluchttijd was in den aanvang veel te groot, doch werd later aanzienlijk korter. Toch bleef de in verhouding tot de snelheid van doorkomen der meldingen en de vliegsnelheid der vijandelijke toestellen te groot.

Geneeskundige dienst.

     Terstond na het uitbreken van de vijandelijkheden werd de geneeskundige hoofdpost overgebracht naar den daarvoor ingerichte schuilkelder, waarvan de inrichting alleszins heeft voldaan.
     Door de I.G.D.L.5, werden 2 officieren van gezondheid, ter versterking van het geneeskundig personeel, gezonden. Deze zijn eenige dagen na het staken van vijandelijkheden weder vertrokken.
     Behalve het voorzien van enkele schot- en scherfwonden van militairen, die vanaf het front onderdeelen en munitie kwamen halen en in eenige verwondingen door het aanschieten van een auto bij het Pontveer ontstaan, is geen verdere geneeskundige hulp noodig geweest.
     Ten behoeve van een eventueel transport naar Amsterdam werden 2 motorhospitaalschepen ingericht, 1 vaartuig van de A.I. met 30 bedden en 1 ingehuurd vaartuig met 65 bedden.

5I.G.D.L = Inspectie Geneeskundige Dienst (Koninklijke) Landmacht

Fabrieksbewaking en verdere veiligheidsmaatregelen.

     Het detachement infanterie, 1 onderofficier, 1 korporaal en 22 manschappen, in normale tijden reeds aanwezig voor bewaking van het terrein in en om de fabriek, bezette met eenige mitrailleurs enkele posten in en om de fabriek ter directe beveiliging tegen parachutisten en laagvliegende vliegtuigen.
     Aangezien het aantal bezette posten voor een afdoende bescherming te gering werd geacht, werd versterking gevraagd aan den Garnizoenscommandant van Amsterdam.
     In afwachting van de komst van deze versterking werden reserve-officieren voor Speciale Diensten tijdelijk aangewezen voor de bezetting van eenige posten, terwijl de diensten van deze officieren werd ook gebruik gemaakt voor het bezetten  van den commandopost, voor de controle van autos bestemd voor de fabriek, bij het handhaven van de orde op de posten en bij de ingang van de Fabriek bij den aanvang van den werktijd.

Aangezien buiten een versterking met 16 marechaussées geen verdere uitbreiding van het bewakingsdetachement te verkrijgen was, werden door hoofd Fabriek. Ten einde de bewaking en de verdediging aan redelijke eischen te doen beantwoorden, pl.m. 150 dienstplichtigen behoorende tot het werkliedenkorps en met industrieel verlof zijnde, in dienst teruggeroepen.
     Naast de directe bewaking en verdediging van de Fabriek moest nog worden voorzien in de bewaking van schepen, geladen met ontplofbare stoffen en loodsen met materieel, alles liggende buiten het fabrieksterrein.
     In de namiddag van 13 mei kwam een detachement infanterieter sterkte van 1 officier en 60 manschappen ter bewaking van de Hembrug, den spoorweg en het terrein ter weerszijden van d spoorweg, voor zoover ten N(oorden). Van het Noordzeekanaal gelegen.
     Uiteindelijk werd er derhalve op 14 Mei beschikt over het volgende militaire personeel:
     1 onderofficier, 1 korporaal met 22 manschappen infanterie vat bewakingsdetachement.
     16 leden van het korps Koninklijke Marechaussee.
     1 onderofficier en 10 manschappen uit Zaandam.
     4 dpl. Wachtmeesters der artillerie.
     29 beroepsofficieren en reserve-officieren voor Speciale Diensten.
     5 dpl. sergeanten-vuurwerkers.
     4 dpl. onder-officieren en korporaals in opleiding voor vuurwerker en opzichter.
     150 dpl. van het werkliedenkorps.
     De militaire bewaking stond onder commando van Majoor van Erpenbeek de Wolff.
Daadwerkelijker aanvallen op de Fabriek, zoowel vanaf de grond al vanuit de lucht, zijn uitgebleven.
     Verliezen aan personeel en beschadiging aan materieel, gereedschappen en outilage door óóvijandelijk ingrijpen, derhalve geene, terwijl op een telefonische vraag van Hoofd Fabriek of bij vijandelijke nadering zelf de noodige vernielingen mochten worden uitgevoerd door de Directie ontkennend werd beslist.

Delft.

     Te Delft werden op de 10e Mei reeds te 3.30 uur groote formaties Duitsche vliegtuigen waargenomen. Het vliegveld Ypenburg werd aangevallen, terwijl rondom Delft o.m. de Kleiweg, in den Wippolder en aan de Schie, parachutisten waren neergekomen.
     Om 6.00 uur was het mogelijk eenigzins een overzicht van den toestand te verkrijgen. Hierbij bleek dat het terrein aan de Schie niet meer bereikbaar was, de laboreerwerkplaatsen waren in Duitsche handen, de reserve 2e Luitenant van Speciale Diensten Ir. Capel, was gevangen genomen.
     De gebouwen aan de Julianalaan lagen onder vuurbereik, zoodat het verblijf aldaar slechts mogelijk was in de ruimten, welke van de Wippolder afgekeerd waren.
     Het werk aan de v.m. Constructie-werkplaatsen aan de Hooikade en in de Werkplaatsen aan het Koningsveld werd op normale wijze aangevangen en voorgezet. Op het Koningsveld werd met ons personeel de houtvoorraad van de firma ’t Mannetje’, welke een gedeelte van de gebouwen aldaar in huur heeft, naar een naburig gelegen voetbalveld overgebracht.
Aan de Julianalaan waren de voor ons personeel aangelegde schuiltunnels in gebruik genomen door personeel van de Nederlandsche Weermacht, waardoor deze voor ons niet meer bruikbaar waren. Als schuilplaats werd een der kelderlokalen bestemd, hetgeen als zoodanig echter niet was ingericht.
     Het te Delft wonende personeel kon de Julianalaan bereiken. Het van elders komende personeel werd dikwijls door de omstandigheden gedwongen tot verzuim.
     Nadat het bericht was ingekomen dat de toestand aan het Koningsveld in verband met het optreden der parachutisten, critiek begon te worden, werd besloten slechts de gebouwen aan de Julianalaan en de Hooikade te laten bewaken.

     Voor de beide complexen werden de brandploegen, de E.H.B.O.-ploegen en de ploegen voor den bedrijfsdienst volledig ingedeeld. Twee officieren van Speciale Diensten werden voor elke wacht ingedeeld, terwijl de pl.m 20 aanwezige militairen over beide complexen werden verdeeld voor het doen van gewapende wachtdiensten, Van de v.m. Constructiewerkplaatsen werden zoowel  vóór als achterpoort bewaakt. In verband met het door het Gemeentebestuur afgekondigde verbod zich na 20.00 uur op straat te bevinden werden de noodige maatregelen getroffen, pl.m. 20 man in ieder complex te doen overnachten. Nadat echter onderdeelen  der Ned. Weermacht zich in den avond van dezen dag in het gebouw Julianalaan gingen vestigen werd een deel van de eigen bewaking van dit gebouw teruggetrokken, met name ook de E.H.B.O.-ploeg. De ziekenauto en de motorbrandspuit werden aan de v.m C.W. tot uitrukken gereed opgesteld.

     Op 11 Mei werden de gebouwen der v.m. C.W. zoowel van af den Leeuwenhoeksingel als van af de Vest herhaaldelijk beschoten; in de stad heerste die dag groote onrust.
     Een gedeelte van het gebouw Julianalaan werd door II-2 R.A. in gebruik genomen; de toren van het gebouw werd als waarnemingspost gebezigd. Door de gevechtshandelingen in de onmiddellijke nabijheid van dit gebouw en door het hiervoren genoemde zuiver militair gebruik van een gedeelte van het gebouw, was het uit den aard der zaak niet mogelijk op het Scheikundig Laboratorium regelmatig door te werken. Ook het gebruiken van de reserve officieren voor Speciale Diensten voor zuiver militaire doeleinden – wachtdiensten, verdediging van het gebouw e.d. – maakte, dat zij hun oorspronkelijk werk niet of nagenoeg niet meer konden volvoeren.
     De archieven van het S.L. werden voor een groot deel vernietigd, om het in vreemde handen vallen te beletten.
     Aan de v.m. C.W., werd een eigen luchtalarmdienst ingesteld. Het bleek toch, dat de stad Delft van af Vrijdagmorgen vrijwel doorloopend in staat van luchtalarm verkeerde. Precies volgens de voorschriften handelende, zou dus feitelijk het personeel zich doorloopend in de schuilplaatsen hebben moeten bevinden.
     Aan de post van de vóórpoort werd nu opdracht gegeven een signaal te geven zoodra vliegtuigen  boven Delft begonnen te cirkelen: op recht overvliegende vliegtuigen werd geen acht meer geslagen. Toch is het werk dien dag meermalen ernstig gehinderd, eenmaal werd zelfs 2 uur aan één stuk geschuild in verband met ernstige vuurgevechten tusschen Nederlandsche en Duitsche troepen in Delft.
     Mede rekening houdende met de mogelijkheid van plotselinge aanvallen in duikvlucht op het talrijke personeel, dat zich bij (eigen) luchtalarm van de werkplaatsen naar de schuilplaatsen moest begeven, werd het werk aan de patroonfabriek in de v.m. C.W.  gestopt ; de overige diensten aldaar werden in bedrijf gehouden.
     Alle uitgangen van de gebouwen, die verhuurd waren, werden gesloten en gebarricadeerd, de huurders werd tot nader order het werken aldaar verboden, vooral omdat het Hoofd van de Vestiging Delft geen controle had op het personeel dezer huurders en niet zeker was van hun betrouwbaarheid.
     Op 12 Mei werd het werk in het gebouw Julianalaan gestopt, d.w.z. de messingperserij, optische-afdeeling en gasmaskerafdeeling stonden dus stil; dit gebouw had een sterke militaire bezetting gekregen en werd ter verdediging ingericht. De in aanbouw zijnde laboreerwerkplaatsen waren inmiddels in Nederlandsche handen over gegaan, de reserve Luitenant Sp. D. Capel was in vrijheid gesteld. Het werk aldaar werd niet hervat wegens het gevaar bij bombardementen op het nabij gelegen vliegveld Ypenburg.
     Een groot deel van buit gemaakt Duitsch materieel werd aan de v.m. C.W. opgeslagen; een tijdelijk bij de Vestiging Delft werkzaam gestelde 1e Luit. Van het K.N.I.L. werd op 13 Mei met het beheer en weder uitgifte aan Ned. Troependeelen belast.
     Op 14 Mei vlogen in buitengewoon groote aantallen Duitsche toestellen boven Delft, vooral, in de richting Rotterdam. In verband met het verloop der krijgsverrichtingen, welke een minder gunstige wending namen en om bij een eventueele bezetting van de gebouwen der Vestiging Delft door Duitsche eenheden militaire conflicten te vermijden, werd de geheele militaire bezetting te 11.00 uur op de Hembrug gedirigeerd; het burgerpersoneel bleef in de verschillende gebouwen op zijn post.

Sergeant-opzichter gesneuveld.

     De verliezen aan personeel zijn gering, alleen de sergeantopzichter in opleiding P. Dietrich is in de nabijheid van het gebouw Julianalaan gesneuveld op weg naar zijn huis zijnde. Nadere bijzonderheden omtrent dit ongeval ontbreken verder.
     De gebouwen en de outillage daarvan zijn behoudens talrijke gesprongen ruiten en lichte beschadigingen, volkomen intact gebleven; door de Directie was bepaald, dat niet tot vernietiging mocht worden over gegaan.

Bronnen Dagboek Ir. F.Q . den Hollander, Archieven.nl©PDKAIH2019

DE 2e WERELDOORLOG EN DE ARTILLERIE INRICHTINGEN deel 1 van 4

PLANNEN VOOR VERNIETIGING VAN DE ARTILLERIE INRICHTINGEN

Toen aan het einde van de dertiger jaren van de vorige eeuw de dreiging van een 2e wereldoorlog steeds heviger werd, waren er door de Artillerie Inrichtingen in het diepste geheim plannen gemaakt om te voorkomen dat het bedrijf in Duitse handen zou vallen.

De plannen behelsden als eerste de verbranding van alle geclassificeerde documenten, tekeningen etc. Daarna dienden de elektrische installaties en hun schakelborden te worden vernield. Als dat was gebeurd stonden er nog een groot aantal zaken in de lijst die handmatig vernield dienden te worden. Nadat het voorgaande naar behoren was uitgevoerd zou men volgens de plannen een groot aantal zware machines, kranen, transformatorruimtes, stoomhamers, smeedhamers, persen, ketels, vulmachines, gebouwen en munitiemagazijnen opblazen.

WAAROM

Dit rigoureuze ingrijpen was nodig omdat de Artillerie Inrichtingen een Staatsbedrijf waren, wat volgens het Landsoorlogsrecht inhield, dat het bedrijf na een capitulatie met alles erop en eraan in handen van de Duitsers zou vallen.

MEERDERE PLANNEN

Voor deze vernielingen met behulp van explosieven bestonden verschillende versies van de plannen.

Als de munitiemagazijnen werden opgeblazen, had dit zoveel vervolgschade dat andere gebouwen al zo zwaar beschadigd waren dat verdere actie waarschijnlijk niet meer nodig was.
Werden de munitie gebouwen in eerste instantie gespaard. Dan werden eerst alle andere panden opgeblazen. Te beginnen bij het centraal, aan de Hemkade gelegen gebouw nr. 2. Mocht er gezien het feit dat de beslissing voor de uitvoering van de plannen pas zo laat mogelijk zou worden genomen, geen tijd meer zijn om alles op te blazen, dan zouden alleen de machines en hun voorzieningen met kleine springladingen, die geen gevaar konden vormen voor de munitiemagazijnen worden opgeblazen.

STRIKTE REGELS VOOR DE VERNIETIGING MET EXPLOSIEVEN

Voor vernietiging met explosieven waren er strikte regels in het plan opgenomen. Er mocht alleen met tijdontstekers worden gewerkt en ook waren er instructies met betrekking tot het gebruik van de ladingen en de vertragers. Ladingen van 500, 1500 en 18000 gram werden specifiek omschreven.

Bij het gebruik van deze zware explosieven moest er een gebied met een straal van 3 km worden geëvacueerd. Die evacuatie zou in voorkomend geval, de tijd die nodig was om de plannen voor vernietiging uit te voeren flink korter maken. De tijd tussen de verschillende zware explosies diende een kwartier te zijn. Waardoor het geheel volgens het ene plan na 3 uur en het andere plan na 4 uur moest zijn uitgevoerd.

LIJST VAN DE GEBOUWEN DIE VERNIETIGD DIENDEN TE WORDEN

1 Machinefabriek voor lichte werktuigen (gebouwen 20, 40 en 293)

afdeling Gereedschappen aanmaak
afdeling Centrale meetafdeling

2 Machinefabriek voor zware werktuigen (gebouw 320)

3 Wapen en projectielen fabriek (geb. 1, 84)

afdeling Projectielen
afdeling Wapen (onderdelen)

4 Warm bedrijf  (gebouwen 55,72 en 333)

afdeling Modelmakerij
afdeling Machinale vormerij (gieterij)
(gebouw 155)
afdeling Harderij
(gebouw 156)
afdeling Smederij

5 Wapen revisie bedrijf

(gebouwen 151, 290, 366)
afdeling Geschut
(gebouw 309)
afdeling Draagbare wapens

6 Hulzen en kogelfabriek

(gebouw 322)
afdeling Kleine hulzen (7,7 en 9 mm)
(gebouw 284)
afdeling Kleine kogels (7,7 en 9 mm)
(gebouw 269)
afdeling Controle afdeling

(gebouwen 294 en 330)
afdeling Middelbare munitie (12,7; 20; 40 mm)
(gebouwen 29 en 112)
afdeling Grote munitie (>40 mm)

7 Munitiesamenstelling

(gebouw 274)
afdeling Trotyl gieterij
(gebouwen 47,48 en 49)
afdeling Aanmaak slagkwik
(gebouw 45)
afdeling Aanmaak slaghoedjes
(gebouw 511)
afdeling Lichtspoorperserij
gebouw 52)
afdeling Trotyl en tetrylperserij
(gebouw 207)
afdeling Samenstelling grote munitie
(gebouw 24)
afdeling Samenstelling kleine munitie
(gebouw 91)
afdeling Inzetten slaghoedjes
(gebouw 57)
afdeling Samenstellen schokbuizen
(gebouw 272a t/m f)
afdeling Loodazyde

 8 Munitie magazijn

(gebouwen 53, 54, 106, 107, 108, 299, 300 en 301)

9 Centrale magazijn )

(gebouw 14)

10 Bedrijfsdienst

(gebouw 40)
afdeling Compressoren bedrijf
(gebouwen 277,325 en 339) 
afdeling  Transformatoren

11 Laboratorium

(gebouw12)

12 Kade

afdeling Kranen

13 Nieuwbouw c.q. uitbreiding

(gebouw 156)
afdeling Granaten perserij
(gebouwen 308 en 342)
afdeling Projectielendraaierij

14 Leger munitie magazijnen

(gebouwen 701 t/m 705)

15 Werkplaatsen firma Sterel en Wechelaar

(gebouw 313)

NOOIT UITGEVOERD

Op de 14e mei 1940 had de toenmalige directeur Ir. F(ranciscus).Q, den Hollander aan Nederlands hoogste regeringsmacht, de Generaal H(enry). G. Winkelman gevraagd of hij de plannen voor de vernielingen moest uitvoeren. Het antwoord luidde, nee dat mag niet. En zo kwam de bezetter in het ongeschonden bezit van het Staatsbedrijf der Artillerie inrichtingen.

Ir F.G. Jungeling / Kolonel H.G. Winkelman / de brief

ENQUETTE COMMISIE

Na de oorlog werd er een Enquête Commissie in het leven geroepen die o.a. zich bezig hield met militair beleid en gebeurtenissen gedurende ww2

In december 1955 schreef O.J. Siersema, Kolonel van de Generale Staf, in een brief aan de toenmalige directeur van de Artillerie Inrichtingen, Ir. F.G. Jungeling over de vraag die Den Hollander op 14 mei 1940 gesteld had.

“Naar aanleiding van de door Ir. F.Q. Den Hollander voor de Enquête- Commissie afgelegde verklaring (deel 7c/verhoren blz. 632 e.v.) moge ik u het volgende berichten omtrent het tot stand komen van het besluit tot het intact laten van de Artillerie Inrichtingen op 14 mei 1940.
Nadat ik de Heer Den Hollander had ingelicht over het besluit van de O.L.Z.1 om tot capitulatie over te gaan en hij de vraag omtrent het eventueel vernietigen van de fabriek had gesteld, besprak ik deze kwestie met mijn directe chef. Onze opvatting was, dat een dergelijke gewichtige beslissing moest worden genomen door de hoogste autoriteit. Ten gevolge van de vele dringende zaken, die moesten worden geregeld, kon de vraag eerst laat in de avond worden voorgelegd. Er vond toen een overleg plaats; Ik kan mij niet meer precies herinneren, wie daarbij aanwezig zijn geweest. De O.L.Z. besliste uiteindelijk dat de fabriek intact moest blijven, waarop ik de Heer Den Hollander hiervan. telefonisch op de hoogte stelde.

Het besluit werd genomen op grond van twee overwegingen.

1. gelet op het feit, dat in Nederland zelf nog gevochten werd en de Franse, Engelse en Belgische legers in Noord België stonden, mocht de mogelijkheid, dat het getij alsnog zou kunnen keren, niet worden uitgesloten.

2.de capaciteit van de fabriek was in verhouding tot de totale capaciteit, die ter beschikking van de vijand stond gering.

Wellicht kunt u aanleiding vinden, deze brief bij de betreffende dossiers te voegen.”

Bronnen NIMH, Grebbenberg,Archieven.nl ©PDKAIH2019

1O.L.Z. =  Opperbevelhebber van Land en Zeemacht

HET JOODSE PERSONEEL VAN DE ARTILLERIE INRICHTINGEN

De opdracht voor het ontslag
 
wehrmachtsbefehlshaber-in-den-niederlanden-friedrich-christiansen

Wehrmachtsbefehlshaber in den Niederlanden Friedrich Christiansen

Begin maart 1941 stuurde de Wehrmachtsbefehlshaber in den Niederlanden (Friedrich Christiansen), aan een aantal bedrijven een schrijven met daarin de opdracht om hun Joodse werknemers per direct te ontslaan en hem van het uitvoeren van deze maatregel in kennis te stellen. Ook de toenmalige Directeur der Artillerie Inrichtingen Hembrug, Dhr. Ir. Franciscus (Frans) Quirien den Hollander, ontving zo’n brief. Op 11 maart 1941 stuurde hij als antwoord een schrijven naar het Afwikkelingsbureau van het Departement van Defensie waarin hij schreef dat hij de ‘opdracht’ had uitgevoerd en al zijn Joodse werknemers per onmiddellijke ingang had ontslagen. Het bedrijf had van alle Zaanse bedrijven het grootste aantal Joodse medewerkers en het ontslag had dus ook een enorme impact op de Joodse gemeenschap, want buiten de medewerkers, werden natuurlijk ook hun gezinnen zwaar getroffen.Bij zijn antwoord zat onderstaande bijlage met daarop de namen, geboortedatum, volledige adressen, salarissen en beroepen van alle 28 Joodse medewerkers, die hun baan en inkomen in één klap waren kwijtgeraakt. Zij kregen bij hun ontslag nog enkele maanden loon mee en moesten op zoek naar een andere baan, iets wat in die tijd een zo goed als onmogelijk was.De ontslagen medewerkers

Abas, Isodore (moet zijn Isidore)
* 09-02-1887      † 10-09-1942      Auschwitz, Polen
gehuwd               Laings Nekstraat 14 hs Amsterdam
timmerman                       salaris hfl. 25,92 per week

Baale, Marcus van
*23-03-1917       †31-12-1944       Kdo. Blechammer
Ongehuwd         Kromme Mijdrechtstraat 69
hs Amsterdam
Schrijver                             salaris hfl. 22,56 per week

Beer, Willem Leonard de
*29-02-1896       †onbekend
gehuwd               Melkweg 22 hs Amsterdam
bankwerker                      salaris hfl. 30,56 per week

Bokke, Nathan van der
*30-06-1899       †16-04-1943       Sobibor
gehuwd               Soendastraat 35
hs Amsterdam
bankwerker                      salaris hfl. 29,64 per week

Boom, Simon David
*06-02-1914       †14-05-1942       Amsterdam (longembolie/pleurites)
gehuwd               Alexanderstraat 3
hs Amsterdam
Half vakman                      salaris hfl. 23,52 per week

Caneel, David
*17-10-1915       †18-09-1942       Auschwitz
ongehuwd         Gerard Douwstraat 184 I Amsterdam
werkman zonder vakbekwaamheid       salaris hfl. 20,64 per week

Canes, Mozes
*26-02-1914       †03-09-1942       Auschwitz, Polen
ongehuwd         Bossenburgerplein 12
III Amsterdam
half vakman                      salaris hfl. 23,52 per weekCosta da Fonseca, Aron (Arie)
*02-09-1900       †21-05-1943       Sobibor
gehuwd               Nieuwe Kerkstraat 5
II Amsterdam
werkman in algemene dienst    salaris hfl. 20,16 per week

Crost, Abraham
*07-01-1909       †onbekend
gehuwd               Maarten Jansz. Kosterstraat 11
II Amsterdam
werkman zonder vakbekwaamheid       salaris hfl. 20,64 per week

Fulldauer, Jacob
*05-08-1912       †30-09-1942       Auschwitz
gehuwd               van Musschenbroekstraat 13
II Amsterdam
revolverbankdraaier      salaris hfl. 23,04 per week

Gobetz, Israël
*20-05-1907       †16-03-1943       Sobibor
gehuwd               Danie Theronstraat 10
III Amsterdam
werkman zonder vakbekwaamheid       salaris hfl. 21,60 per week

Groot, Philip de
*30-01-1901       †15-12-1942       Auschwitz
Gehuwd              Louis Bothastraat 3
I Amsterdam
Geoefend sjouwer        salaris hfl. 27,36 per week

Halberstadt, Barend
*29-05-1895       †31-08-1943       Midden Europa
gehuwd               Foeliestraat 30 II Amsterdam
schrijver 1e klasse           salaris hfl. 1710,- per jaar

Lobatto, Frederik (Fred) August
*02-07-1913       †14-11-2002       New York
ongehuwd         Grensstraat 8 Amsterdam
ingenieur            salaris hfl. 2523,- per jaar

Meents, Marcus
*14-08-1912       †
gehuwd               Achillesstraat 15
I Amsterdam
schrijver 2
e klasse            salaris hfl. 1411,- per jaar

Maljado, Aron (Juda)
*15-09-1912       †31-03-1944       Auschwitch
gehuwd               2
e Oosterparkstraat 77 III Amsterdam
werkman zonder vakbekwaamheid       salaris hfl. 21,60 per week

Poppelsdorf, Isaak
*28-12-1904       †04-06-1943       Sobibor
gehuwd               Sofiastraat 13 Zaandam
terreinwachter                salaris hfl. 21,28 per week

Praag, Ferdinand van
*01-11-1915       †onbekend
gehuwd               Adriaan van Bergenstraat 6
III Amsterdam
electriciën          salaris hfl. 25,92 per week

Schellevis,Max
*13-06-1920       †03-08-1942       Auschwitz
ongehuwd         Jan Lievenstraat 34
hs Amsterdam
jeugdgroep        salaris hfl. 19,20 per week

Smitt, Louis Ferdinand de
*21-10-1906       †01-02-1993 New York
gehuwd               Reijnier Vinkeleskade 61 Amsterdam
instrumentmaker 2
e klasse         salaris hfl. 25,92 per week

Soubice, Andries
*15-09-1884       †26-02-1943       Auschwitz
gehuwd               2
e Jan Steenstraat 103 hs Amsterdam
werktuigbouwer             salaris hfl. 27,36 per week

 Spiero, Nathan
*05-02-1886       †19-10-1942       Auschwitz
weduwnaar       Huddestraat 5 Amsterdam
freeser                salaris hfl. 22,56 per week

Veen, Jacob van der
*26-03-1908       †30-06-1944       Midden Europa
gehuwd               Lepestraat 6 
I Amsterdam
bankwerker       salaris hfl. 24,00 per week

Vos, Jaques
*20-05-1905       †28-02-1943       Auschwitz
gehuwd               Heemstedestraat 1
III Amsterdam
Bediende 1e klasse         salaris hfl. 22,56 per week

Walvis, Mozes
*07-08-1896       01-02-1965         Amsterdam
gehuwd               Afrikanerplein 40
III Amsterdam
bankwerker       salaris hfl. 24,00 per week

Waterman, Levie
*26-01-1903       †16-07-1943       Sobibor
gehuwd               Jodenbreestraat 63
III Amsterdam
keurder               salaris hfl. 28,73 per week

Waterman, Samuel
*12-06-1910       †30-05-1941 Mauthausen
ongehuwd         Lepelstraat 79
III Amsterdam
half vakman       salaris hfl. 23,52 per week

Wind, Jacobus (Jacob) de
*05-06-1921       †16-03-2010       Amsterdam
ongehuwd         Noordeinde 89 Den Haag
schrijver 2
e klasse (mnd.loon)   salaris hfl. 727,- per jaar

26 van de Joodse medewerkers kwamen uit Amsterdam, de overige (2) uit respectievelijk Zaandam en Den Haag.Geëvacueerd

Op 4 mei kreeg de van Directie van de Artillerie Inrichtingen nog een schrijven van de Joodschen Raad waarin zij schreven dat één van de getroffen werknemers (I. Poppelsdorf), slechts met zeer grote moeite zijn hoofd boven water wist te houden. Hij verdiende na zijn ontslag wekelijks zo’n 10 a 12 gulden, dat was de helft minder als hij bij de Artillerie Inrichtingen verdiende en van dat geld ging er wekelijks ook nog eens ruim 5 gulden aan huur af. Het ging dus erg slecht en hij was onlangs uit Zaandam “geëvacueerd”.Na het ontslag

In het voorjaar van 1942 informeerde de Artillerie Inrichtingen bij de Joodschen Raad hoe het hun voormalige medewerkers verging. Bij het antwoord zat een bijlage met het wel en wee van enkele van de ontslagen medewerkers. Onderstaand een korte samenvatting van de bijlage :I. Abas
Was na zijn ontslag enige tijd werkeloos en belandde daarna met een longontsteking in het ziekenhuis. Tijdens zijn ziekte kreeg hij ziekengeld. Zijn dochter werkte op een naaiatelier en is ook ontslagen. Zij moet wekelijks fl. 1, – afbetalen voor de door haar aangeschafte naaimachine. Huidige inkomsten zijn als er werk is fl. 0,65 p/u. Het lidmaatschap voor de Bond kost het gezin fl. 1,18 per week. De omstandigheden voor hen zijn iets gunstiger dan eenige tijd geleden. Maar de achterstand van vorig jaar moet ook nog worden ingehaald.

M. van Baale
Was een tijdlang werkzaam in Aalsmeer. Nu al eenigen tijd te werk gesteld in één der Joodsche werkverruimingskampen in Drenthe. Is kostwinner voor ziekelijke moeder. Zijn eenige zuster is ontslagen bij de Bijenkorf en heeft een afloopende uitkering. Kosten voor de wekelijkse huur zijn fl. 7,50. Zijn verdiensten zijn wisselend en in het algemeen zo dat zijn moeder in moeilijke omstandigheden verkeert op spoedig zal komen te verkeeren.

D. Caneel
Was eenigen tijd werkloos en had daarna nu zo nu en dan werk. Verdiende fl. 10, – per week. Per 1 april 1942 te werk gesteld in één der Joodsche werkverruimingskampen in Drenthe. Is ongehuwd en kostwinner voor moeder (vader is overleden). Zijn broer was fietsjongen totdat het bedrijf waar hij werkte onder beheer werd genomen. Huur bedraagt fl. 5,50 per week. Voor onderstand 1 bestaat alle aanleiding.

A. Costa da Fonseca
Eerst in de (algemeene) werkverschaffing met een gemiddeld loon van fl. 20, -/22, – per week. Nu werkt hij als expeditieknecht bij zijn buurman. Salaris fl. 15, – per week. Is gehuwd en heeft vijf kinderen (9 ->16 jaar). Eén van hen verdient fl. 5, – per week. Huur woning fl. 6,50 per week. Er zijn zeker zorgelijke omstandigheden.

J. Fuldauer
Heeft als reiziger2 gewerkt. Omdat de inkomsten uit deze werkzaamheden onvoldoende zijn, werkt zijn vrouw als machinestikster tegen een salaris van fl. 8,-. Geen kinderen. De huur bedraagt fl. 28, – per maand.

I. Gobetz
Voor zijn ontslag was zijn beroep sigarenmaker. Hij kan hier echter geen werk in vinden. Kwam terecht in de (gewone) werkverschaffing en verdiende daar fl. 20, – per week. Werd afgekeurd en probeert nu met het verkopen van bontzooltjes. Het inkomen is gering en onvoldoende om zijn vier kinderen (6->12 jaar) datgene te verschaffen wat voor levensonderhoud dringend nodig is. Huur van de woning is fl. 5,50 per week.

A. Maljade
Was voor zijn ontslag  diamantslijper. Terugkeer naar dit beroep is onmogelijk. Vond na een half jaar pas werk. Werd winkelbediende en verdiende fl. 17,50 per week. Ontvangt nu ziekengeld en is onder behandeling van een specialist vanwege chronische ontsteking van zijn vingerkootjes. Zijn vrouw moet één dezer dagen bevallen. Huur is fl. 5,50 per week. Toekenning van onderstand is aangewezen.

N. Spiero
Werd na ontslag onderhouden door een gehuwde dochter (Kopee, Ruddestraat 5 II). Is instrumentmaker en verdiende wat bij met repareeren van horloges. Gezien het geringe inkomen, moet zijn dochter hem helpen. Was weduwnaar en is hertrouwd. Woont thans op Iepenweg 15 II .Toekenning van een zekere onderstand zou zeer ten stade komen3.

J v/d Veen
Was tot eind 1941 zonder werk. Nu meubelmaker. Gehuwd en heeft twee kinderen (4->9 jaar) waarvan de oudste ernstig aan astma lijdt. Heeft extra toewijzingen en is eenigen tijd naar een kolonie aan zee geweest. Had een werkloozenuitkeering van fl. 16,-. Verdiend nu fl. 0,65 per uur.  Huur fl. 6,50 per week. Deze man verkeert in ernstige moeilijkheden.

J. Vos
Had na ontslag steun. Heeft nu fl. 14, – crisis uitkeering van zijn bond. Huur fl. 28, – per maand. Is gehuwd. Ondanks het feit dat het gezin niet groot is heeft het zeer geringe inkomsten.

S. Waterman
Nadat Waterman, die ongehuwd en kostwinner voor zijn moeder was, werd hij naar Duitschland gebracht. Zijn moeder is bij een gehuwde dochter (v. Velzen, Lepelstraat 79) in getrokken. Het gezin heeft het niet breed. Toekenning van onderstand zou zeer op zijn plaats zijn. (Op 31-05-1941 is deze verleend).

 I. Poppelsdorf
Wist slechts met zeer grote moeite zijn hoofd boven water te houden. Hij verdiende na zijn ontslag wekelijks zo’n fl. 10, – a fl. 12 , -. De huur bedroeg fl. 5,25. Is intusschen uit Zaandam “geëvacueerd”.

1 onderstand = inkomstenondersteuning   2 reiziger = vertegenwoordiger   3 ten stade komen = goed uitkomen

fq den hollander

Ir F.Q. Den Hollander

     Dat was het laatste nieuws wat Den Hollander hoorde over zijn voormalige werknemer(s). In 1943 kwam er ook voor hem een einde aan zijn werkzaamheden bij de AI. Monument

Van de 28 ontslagen medewerkers, overleden er 19 tijdens de Holocaust. E. Schaap heeft in het verleden al eens gepleit om een monument voor deze Joodse medewerkers op het Hembrugterrein te plaatsen. Misschien is het, nu het terrein in snel tempo veranderd, tijd omdat plan te verwezenlijken. Ook zij mogen nooit vergeten worden.
Bronnen: Joods Monument, Nationaal Archief, E. Schaap en het NIMH ©PDKAIH2019

      

DE AIRRAID SHELTER / BRANDWEER OBSERVATIEKOEPEL

DE AIRRAID SHELTER / BRANDWEER OBSERVATIEKOEPEL.

 

Beide cirkels provisorische schuilplaatsen. 1:gesloopte commandobunker, 2: plaats observatiekoepel. 3: nog bestaande commandobunker.gehele terrein.

Op het Hembrugterrein ontstond al snel nadat de Artillerie Inrichtingen vanuit Delft naar Zaandam waren gekomen de behoefte aan veilige schuilplaatsen voor het geval er iets mis zou gaan tijdens het beproeven van en produceren van wapens en munitie. Toen eind jaren 30 van de vorige eeuw de dreiging van een wereldoorlog steeds duidelijker vormen begon aan te nemen, nam die behoefte alleen nog maar toe en begon men voortvarend met de bouw van een aantal kelders (tevens commandopost), tunnels en commandoposten( Bunkers) op het gehele terrein.

Commandobunker 382 (op foto nr.3) © J.Waterreus

In diezelfde periode werden de zeer goed uitgeruste en getrainde bedrijfsbrandweer en de geneeskundig dienst uitgebreid met een afdeling van de luchtbeschermingsdienst. Deze dienst kreeg voor een goede uitoefening van haar taken onder andere de beschikking over een observatiekoepel. Het gevaarte had de vorm van een taps toelopende zes m/m dikke en twee meter hoge stalen cilinder voorzien van een deur, een ontsnappingsluik vlak boven de vloer tussen de twee tegenover elkaar geplaatste houten zitplaatsen en rondom vier kijksleuven. Voor de bevestiging van het geheel was het aan de onderzijde uitgerust met vier stalen beugels.

Folder voor console shelters van Constructors Nuckel Works Erdington (Birmingham

Het geheel was vervaardigd door het Engelse bedrijf “Constructors Nuckel Works Erdington (Birmingham)” en kwamen op de markt onder de naam “Consol shelters”. Hij werd veel toegepast op fabrieksterrein, kazernes en rangeerterreinen.

Observatiekoepel 217 (op foto nr 2) © Marinus Venhuis

Omdat er aan het optiekgebouw, waar men zich onder ander bezig hield met het ontwikkelen en testen van richtmiddelen, nachtkijkers, periscopen enz. Had men voornamelijk voor de periscopen een toren aan het gebouw gebouwd waarop men deze rechtstandig kon testen en tevens een vrij uitzicht had over het terrein en de wijde omgeving, was dit dus tevens de plek die men had gekozen de observatiekoepel te plaatsen en branden, bominslagen, vijandelijke vliegtuigen enz. in een vroeg stadium te kunnen waarnemen en alarm te slaan. Dat gebeurde door luid te roepen of naar het gebouw af te dalen en daar telefonisch de commandoposten in kennis te stellen. Deze zorgden ervoor dat het personeel naar de aangewezen schuilplaatsen ging en de hulpdiensten werden ingeschakeld en zo nodig ook hulp van buitenaf.

De provisorische schuilgelegenheden voor het rijtje van Houtwipper (Delftse rij) aan de Havenstraat.

Dit geheel zou later nog worden uitgebreid met een aantal provisorische schuilplaatsen in de noord/west en zuid/oosthoek van het terrein. Ook werden er langs het rijtje van Houtwipper*, de woningen op de Havenstraat die daar in 1929 gebouwd waren voor de medewerkers van de optiekafdeling die van uit Rijswijk (Delft) naar Zaandam waren verhuisd, enige provisorische schuilgelegenheden gebouwd.

Tegenwoordig we spreken juni 2018, zijn de commando bunker (op de foto nr.3) de diverse ondergrondse schuilkelders (Er moet er waarschijnlijk nog één, bewust niet meer op tekeningen staande zijn, die in het verleden is afgesloten) en de koepel nog aanwezig. Als er niets wijzigt tijdens de planvorming blijven deze alle behouden. Alle provisorische bouwwerken zijn na WW2 verwijderd en de 2e commandopost (nr. 1 op de foto) is 2003/2004 gesloopt en alleen de bodem en fundering nog ondergronds aanwezig.

Voor zover bekend is de koepel de enige die nog op zijn originele standplaats staat. Ook waren er indertijd niet veel van dit soort koepels die geschikt waren voor twee personen.

*Deze rij woningen is oorspronkelijk vernoemd naar de bedenker van het plan om deze werknemers naar Zaandam te halen en voor hen een woning te bouwen (1929) (Houtwipper, administrateur en later directeur). Zaankanters noemden het al snel de Delftse rij omdat de mensen die er woonden uit Delft (Rijswijk) kwamen en deze naam is tot op de dag van vandaag blijven hangen en wordt nu zelfs in officiële documenten gebruikt.

Bronnen persoonlijk archief, J. Waterreus en Marinus Venhuis. Foto’s tenzij anders vermeld ©PDKAIH2018.

 

 

NEDERLANDS EERSTE TANK

NEDERLANDS EERSTE TANK

In de periode vlak na de 1e wereldoorlog had Nederland behoefte aan een zwaar wapen dat zonder problemen ons vochtige polderland kon bedwingen. Na veel wikken en wegen werd besloten tot de aanschaf van een kleine en vooral lichte tank. De keuze viel uiteindelijk op de Franse Renault FT-17. Het was de enige tank die Nederland tussen beide wereldoorlogen bezat. Hij is uitvoerig getest en aan diverse proeven onderworpen. Waarom het bij deze ene tank bleef ziet u in dit filmpje.

GRONDRUIL TEN BEHOEVE VAN DE STOOMPONT.

GRONDRUIL TEN BEHOEVE VAN DE STOOMPONT

Wie vroeger van de Zaanse naar de Amsterdamse kant van het Noordzeekanaal of anders om wilde was aangewezen op één van de vele schepen van de schroef stoombootdienst, de salonschepen van onder andere de Alkmaar Packet  of de treinen van de Hollandsche IJzeren Spoorweg Maatschappij (HIJSM).

De water en rail vervoersbedrijven.

In 1888 kwam daar nog een derde mogelijk bij, die met name voor de voetgangers en fietsers en handkarren die in de IJpolders moesten zijn, voor een beterere verbinding zorg droeg. Op het einde van de Havenstraat, begin Hemkade werd een heuse trekpont verbinding ingesteld. In het begin was het veer enkel bestemd voor hoger geplaatste militairen en enkele andere specifiek beschreven personen. Dit om het scheepvaart verkeer niet teveel te hinderen, dat had al last genoeg van de spoorbrug. Maar na hevige protesten van verschillende zijde werden die regels al snel afgeschaft, Wat natuurlijk ook weer tot de nodige protesten van de bootdiensten leidde, die bang waren voor grote verliezen, Dit viel achteraf heel erg mee want de pont bracht de mensen dan wel naar de overkant maar dat was nog lang niet in het centrum van de hoofdstad.

De trekponten met op de achtergrond de pontwachterswoningen op de Zaanse oever / langsvarend schip van de Alkmaar Packet.

Klos waarmee de veerpont langs de kabel getrokken werd.

De pont zat verbonden aan een over het kanaal gespannen staalkabel die tijdens de vaart werd strak getrokken.Daarna kon met de pont door middel van houten klossen op de kabel te plaatsen de pont voorttrekken. Eenmaal ter plaatse aan één van beide oevers, liet men de kabel door middel van een lier weer op de bodem van het kanaal zakken zodat deze geen belemmering voor de scheepvaart vormde. De pontbaas werd tijdens deze handelingen vaak geholpen door de plaatselijke jeugd of één of meerdere passagiers. Toen het te druk werd is er een tweede trekpont in gebruik genomen.

 

Toen de Provinciale weg  in 1932 gereed was, werd het pontveer verbinding, die ongeveer 40 jaar op die op die plaats dienst had gedaan tussen den Amsterdamschen en Zaandamschen oever van het Noordzeekanaal en nu niet meer opgewassen was tegen de  hooge eisen van het drukke verkeer opgeheven. De kranten uit die tijd berichten dat er op 15 september nabij de Hembrug en aansluitend op de nieuwe weg een heuse stoomveerpont zou komen.

De eerste stoomveerpont in januari 1933 / Uitbreiding van de stoomveerpont verbinding

Hij kwam echter pas, bijna twee weken later, op maandagmiddag de 26e aan. Vanaf dinsdag 27 september 1932 vond er in het bijzijn van o.a. de heer ir. Voorst Vader, hoofdingenieur van den Rijkswaterstaat, de heer ir. Breuking, toegevoegd ingenieur bij de verbreeding van het Noordzeekanaal, de heer Kroon uit Velsen, chef van de Noordzeekanaalveren en de heer Zimmerman, chef van de kanaalverlichting een aantal proefvaarten plaats met het aan 25 automobielen plaats biedende stoompontveer. Nadat iedereen tevreden was met de resultaten, werd de stoompont op zaterdag 01 oktober in bedrijf gesteld.

De oude pontwachterswoningen / Het vulhuis dat er voor in de plaats kwam in 2017

Als gevolg van deze verplaatsing en de aanleg van de nieuwe weg, vond er een grondruil plaats tussen Rijkswaterstaat en de Artillerie Inrichtingen. Het stuk grond in de bocht aan het einde van de Havenstraat / Hemkade waar zich ook de pontwachterswoningen bevonden werd geruild tegen het stuk grond langs het kanaal.  De pontwachters kregen van RWS een andere woning aangeboden. Zo kreeg de AI een stuk grond aan de buitenzijde van het terrein ter beschikking waarop zij later een commandobunker voor de ondergrondse schuilplaatsen bouwde. Op de grond waar eerder de woningen stonden en ooit ook nog een groentetuin was geweest, kwam uiteindelijk een vulhuis voor de kleinkaliber munitie. Het stuk waar de bunker kwam is een poosje voor heel andere doeleinden gebruikt, maar daarover in een ander verhaal meer.

Aanleg van de Provinciale weg ter hoogte van de Havenstraat / Aanvoer van zand nabij de Hembrug.

Door de ruil werd het ook mogelijk om de weg langs het Noordzeekanaal open te stellen. Dat stuk kreeg de naam Hemkade. Een straatnaambordje ook in 2017 nog aanwezig geeft de oude grens met de Havenstraat aan. Daarvoor was de weg langs het kanaal fabrieksterrein en afgesloten voor onbevoegden. In WW2 is hij dat ook weer een poosje geweest. Het was een goede ruil voor het bedrijf, want omdat de weg  onderdeel werd en ook nu nog is van de waterstaatkundige werken van Rijkswaterstaat, werd in het contract opgenomen, dat de weg in eeuwig durend onderhoud bij RWS kwam. Na 2003 toen het bedrijf dat inmiddels Eurometaal was gaan heten de poorten sloot, tikte de gemeente de”nieuwe” eigenaar (Domeinen) op de vingers om de weg te onderhouden. De ENHABO had nadat zij toestemming had gekregen van Domeinen om met een klein busje over de autovrije weg te rijden, een klacht over het slechte onderhoud ingediend bij RWS. Deze had ze door verwezen naar de gemeente als zijnde openbaar grondgebied van Zaanstad. Nadat Domeinen waar ik als beheerder / toezichthouder werkzaam was dit aan mij vertelde. Wees ik ze op het oude contract waar ik ooit tijdens mijn speurtochten op het www iets over gelezen had. Na enige nieuw speurwerk kwam het originele contract weer op tafel en bleek nog steeds rechtsgeldig. De weg is na onderling overleg tussen de drie partijen hersteld. En het onderhoud van de weg werd overgedragen aan de gemeente. Die er onmiddellijk allerhande ge en verbodsborden plaatste en er een fietspad van maakte. Uitzondering werd er gemaakt voor het personeel van de onderhoudsdienst en de beveiliging van de Artillerie Inrichtingen (onderhoud gebouwen, hekwerken en surveillanceronden) en de kleine busjes van de ENHABO. De elektra voor de straatverlichting kwam vanaf het door Domeinen beheerde terrein en de eigenaar van het dijklichaam zelf bleef RWS.

De IJpolders met de trotylfabriek, het schietkatoenmagazijn, het munitiemagazijn en de torpedo inschietplaats.

Van de trekponten het latere stoomveer en nog later de Donau en huidige ponten werd ook druk gebruikt werd door de Artillerie Inrichtingen (en in latere jaren Eurometaal en het Militair Complex Hembrug) dit voor transporten van en naar de aan de overzijde van het kanaal gelegen trotylfabriek van het bedrijf,  de torpedo inschietplaats, het munitiemagazijn, het schietkatoenmagazijn en diverse andere plaatsen. Het bedrijf heeft tot aan de sluiting in 2003 voor zijn munitietransporten altijd voorrang gehad op de pontveren. Er werd de laatste jaren wel van te voren een afspraak gemaakt voor zo’n overtocht. De munitie begeleider mocht evenals andere passagiers niet mee tijdens zo’n solovaart en moest omrijden om het transport aan de andere zijde op te vangen. ©PDKAIH2017

Afkortingen: HIJSM – Hollandse IJzeren Spoorweg Maatschappij / RWS – Rijkswaterstaat . ENHABO – Eerste Noord Hollandse Auto Bus Onderneming

 

DE ARTILLERIE INRICHTINGEN VAN 1679 TOT 1925 deel 11 van 11.

DE ARTILLERIE INRICHTINGEN VAN 1679 TOT 1925 deel 10 van 11.

DELFT IS DE ARTILLERIE INRICHTINGEN NOG NIET GEHEEL KWIJT.

Zoals al gezegd, was Delft tijdens de mobilisatie de Artillerie Inrichtingen niet geheel kwijt. Er werd daar een rijwielafdeling opgericht en later een automobielafdeling. Het aantal werknemers was 600 a 700 man.

Rijwielwerkplaats Delft 1915

Tijdens de mobilisatie waren zeer veel rijwielen gevorderd. Deze waren echter van zeer verschillend model en niet berekend op militair gebruik. Men kwam daarom tot een legermodel.

Carosserie bouw in de Automobielenwerkplaats Delft 1915

De autodienst was in de mobilisatietijd geïmproviseerd met krachten uit de burgerindustrie en handel. De werkplaats te Delft was alleen ingericht voor herstellingen en assemblage van automobielen en motorrijwielen.

Drie schepen van de motordienst Hembrug

In de mobilisatietijd werd er tevens de beschikking gekregen over een 8 tal (mogelijk zelfs 10) motorboten voor de verzending van de goederen. Deze  motorschepen  kregen de naam Motordienst Hembrug en een eigen nr.

Na afloop van de oorlog ging al spoedig het gerucht dat de Constructie werkplaatsen naar de Hembrug zouden worden verplaatst. Dit gerucht werd al spoedig waarheid. Ondanks verwoede pogingen van het gemeentebestuur en anderen mocht het niet lukken de werkplaatsen voor Delft te behouden. In 1924 werden de machines en werktuigen geleidelijk over gebracht naar Hembrug. Delft was daarmee een voorname bestaansbron kwijt. In 1925 was de verhuizing voltooid. Een zeer klein gedeelte van het bedrijf en de automobiel en rijwielafdeling bleven in Delft achter. Hieraan kwam na het uitbreken van de 2e wereldoorlog een einde. De gebouwen te Delft werden door het Rijk verhuurd en gedeeltelijk als opslagplaatsen voor de Artillerie Inrichtingen bestemd. Later zijn daarin diverse industrieën gevestigd of zijn zij als bergruimten in gebruik genomen.

Nu, we schrijven 2014 is vrijwel alles door de modernisering verdwenen. Het gehele staatsbedrijf was  dus sinds die tijd bij de Hembrug geconcentreerd. Het is begrijpelijk dat deze concentratie enorm bijdraagt aan een zo efficiënt mogelijk beheer. Niet alleen oorlogsgoederen werden er vervaardigd, sinds 1919 voerden de Artillerie Inrichtingen de autodiensten uit voor de posterijen te Amsterdam en Rotterdam en voor de departementen van Defensie en Justitie.

Door de AI geassembleerde en gebruikte postauto met het AI embleem op het portier

Er wordt vaak verteld en geschreven dat dit was om de militairen bekend te maken met aardrijkskundige kennis van Nederland. Dit voor het geval er weer oorlog zou komen. In werkelijkheid was het om het automateriaal, dat bij de demobilisatie voor het leger niet meer nodig was, productief te maken. Maar de fabricage van wapens en munitie was toch hoofdzaak gebleven. Wij verlangden, ook nu nog, allemaal naar de wereldvrede maar zelfs nu hij is nog niet verzekerd. Zolang er nog geen internationale ontwapening is, blijft de nationale bewapening een noodzakelijk kwaad. En als er dan bewapening nodig is, moet zij goed zijn. Aan de Artillerie Inrichtingen heeft het zeker niet gelegen. Zij hebben getoond wat te kunnen presteren als onze neutraliteit gevaar dreigde te lopen. Dat ons leger in 1914 tot 1918 paraat was, danken wij voor een zeker niet gering deel aan haar. En daarvoor zijn wij, ook nu het bedrijf niet meer bestaat, nog zeer erkentelijk. ©PDKAIH2014

 

 

 

WW2 CONTROLEPOST OP TOEGANGSWEG ARTILLERIE INRICHTINGEN.

WW2 CONTROLEPOST OP TOEGANGSWEG ARTILLERIE INRICHTINGEN.

Controlepost Hemkade

Op deze foto gemaakt op 14 mei 1940, is duidelijk te zien dat er vlak na de Duitse inval al een controlepost op de ingang van de Hemkade was ingericht. Al het verkeer naar en van de Artillerie Inrichtingen moest deze met zandzakken ingerichte en door militairen bewaakte post passeren. ©PDKAIH2017

F.Q. DEN HOLLANDER TIJDENS DE BEZETTING VAN DE AI 1940.

F.Q. DEN HOLLANDER TIJDENS DE BEZETTING VAN DE AI 1940.

In 1938 functioneerde het Staatsbedrijf der Artillerie-Inrichtingen Hembrug slecht. In een poging het bedrijf op het gebied van wapenproductie voor de Nederlandse krijgsmacht geheel zelfstandig te maken vroeg de toenmalige minister van Oorlog, J.J.C. van Dijk aan F.Q. den Hollander (een topfunctionaris van de Staats Spoorwegen) de leiding van het bedrijf op zich te nemen. Deze protesteerde hevig maar werd zo onder druk gezet dat hij in augustus 1938 toch accepteerde. Hij werd benoemd tot adjunct-directeur en in januari 1940 kwam hij in die functie bij het bedrijf. Veel tijd om te reorganiseren had hij niet. Vier maanden later vielen de Duitsers ons land binnen. De wapenproductie was nog maar net op gang gekomen en Den Hollander wilde van samenwerking met de Duitsers niets weten en vroeg ontslag. Ook wilde hij delen van het bedrijf opblazen, maar dit werd hem door het Nederlandse gezag ten strengste verboden. Onder zware druk van de secretarissen generaal, de minister in Den Haag en het personeel van de Artillerie Inrichtingen besloot hij uiteindelijk om te blijven. Hij dacht er niet aan om voor de Duitsers te blijven produceren. Hij besloot om over te schakelen op civiele productie en een aanzienlijk deel van zijn personeel (al dan niet betaald) te laten afvloeien. Veel wapentuig werd er niet meer geproduceerd. En wat er werd gemaakt functioneerde van slecht tot helemaal niet. Op aandrang van de bezetter die hevig geïrriteerd was door zijn optreden, werd Den Hollander uiteindelijk in 1943 met wachtgeld de laan uit gestuurd.

In het tijdschrift ,,Nederlandsch Fabricaat” verscheen  in 1940 een verslag van een gesprek met ir. F.Q. den Hollander, de directeur voorzitter van het Staatsbedrijf der Artillerie Inrichtingen. Het ging er over hoe het bedrijf zich aan de nieuwe omstandigheden onder de bezetter had aangepast.

Ir F.Q. Den Hollander (c)Anefoto

Ir F.Q. den Hollander:

Op 15 mei na de capitulatie zaten wij met onze grootte fabriekscomplexen en 6430 mensen plotsklaps zonder werk. Alle opdrachten kwamen te vervallen en wij waren plotseling zonder, maar dan ook helemaal zonder werk. Het duurde enige weken voordat onze positie ten opzichte van onder andere de bezetter en de autoriteiten, bepaald was. En pas toen kon er een helder begrip over de reorganisatie waar we nu mee bezig zijn ontstaan.

Hoe wilt u het bedrijf aan de gang houden?

Door de overgang op vredesproducten, producten , waarvoor vrijwel dezelfde vakbekwaamheid en uitrusting nodig zijn als die waar wij over beschikken. Juist op dit terrein, onze specialiteit, zijn er heel veel producten die in Nederland nog niet worden gemaakt. Wij zijn ingesteld op metaalbewerking die een hoge nauwkeurigheidsgraad vereist en aan dat soort werk willen wij ons houden. Mede om te voorkomen dat de deskundigheid van onze arbeiders achteruit loopt. In de eerste plaats omvat het ontworpen productieprogramma lichte gereedschappen en werktuigen. Wij denken verder vooral aan span, snij en meetgereedschappen.

Bent u van plan om naast deze gereedschappen en werktuigen ook nog andere artikelen te maken?

Ja er staan ook nog andere artikelen, die niet in Nederland vervaardigd worden op ons lijstje. Bijvoorbeeld onderdelen voor lichte transportmiddelen zoals onder andere transportkettingen en rijwielonderdelen en misschien besluiten we in de toekomst ook wel tot het maken van auto onderdelen. Er is een voortdurende vraag naar reserveonderdelen en dat is allemaal massa maar ook vooral precisiewerk.  Misschien blijkt dit werk van voorbijgaande aard als we door gewijzigde omstandigheden voor sommige artikelen de concurrentie met het buitenland niet meer zinvol kunnen volhouden. Dat neemt echter niet weg dat wij van mening zijn dat onze fabrieken nu zo veel mogelijk op de bestaande behoeften moeten instellen.

Maar met de genoemde maatregelen kunnen wij ons doel niet voldoende bereiken en zouden wij toch nog veel van de beste arbeiders moeten ontslaan. Daarom hebben wij ook nog het idee opgevat om werktuigen en gereedschappen voor de land en tuinbouw (voor zover dat in ons land niet gemaakt wordt) in onze plannen op te nemen. Men moet hierbij denken aan ploegen, zaaimachines, kunstmeststrooiers enz. Deze plannen staan reeds op de tekentafels en er worden prototypes ontworpen. Dit laatste is erg belangrijk want er komt op dit gebied nog ontzaglijk veel uit het buitenland. Maar als Nederlands bedrijf kunnen wij ons in sterkere mate dan het buitenland instellen op de behoeftes van onze tuinbouw.

Maar we zijn er nog niet, tot nu toe sprak ik over het aandeel van onze bedrijven aan de Hembrug, maar er is ook nog ons complex van werkplaatsen te Delft. Daarvoor hebben wij twee speciale productiegroepen bedacht. De eerste betreft messing artikelen. We zijn in staat, en dat gebeurd door niemand anders in Nederland, messing in staaf, profiel en buisvorm te leveren in verschillende alliages (legeringen) al naar gelang de gewenste eigenschappen. De tweede groep betreft het instellen op vredeswerk van de optische en instrumentenafdeling. Ook dit weer op een wijze dat de andere Nederlandse industrieën niet in hun belangen worden geschaad. 

Maar daarbij blijven wij niet stilstaan. Wij hebben altijd al een grootte vakopleiding gehad en die wordt nu verdrievoudigd. De bedoeling daarvan is het aantal vakbekwame, op precisiewerk gespecialiseerde arbeiders in ons land op te voeren om in toenemende mate de industrie te kunnen helpen aan bekwame op onze school opgeleide vaklieden. 

En wanneer begint u nu met het nieuwe werk?

 O, wij zijn al druk aan de gang met allerlei vredeswerk. Enkele artikelen komen binnenkort al op de markt. Ook exporteren wij reeds naar Duitschland. Het bedrijf zal n.l. ook voor de buitenlandsche markt werken. 

Nu de Artillerie-Inrichtingen zoo geheel gaat reorganiseren, kan zij nu op den duur ook een staatsbedrijf blijven? En blijft de naam dan ook ongewijzigd?

Dat zijn vragen waarop zeker een antwoord moet worden gevonden, besloot Ir. den Hollander. Het is echter moeilijk daarover nu al definitieve mededelingen te doen. Ik wil er alleen op wijzen, dat ook de Steenkolenmijnen een staatsbedrijf zijn. En wat de naam betreft, hopen wij de letters A. I. ook in de toekomst te behouden. ©PDKAIH2017