DE 2e WERELDOORLOG EN DE ARTILLERIE INRICHTINGEN deel 1 van 4

PLANNEN VOOR VERNIETIGING VAN DE ARTILLERIE INRICHTINGEN

Toen aan het einde van de dertiger jaren van de vorige eeuw de dreiging van een 2e wereldoorlog steeds heviger werd, waren er door de Artillerie Inrichtingen in het diepste geheim plannen gemaakt om te voorkomen dat het bedrijf in Duitse handen zou vallen.

De plannen behelsden als eerste de verbranding van alle geclassificeerde documenten, tekeningen etc. Daarna dienden de elektrische installaties en hun schakelborden te worden vernield. Als dat was gebeurd stonden er nog een groot aantal zaken in de lijst die handmatig vernield dienden te worden. Nadat het voorgaande naar behoren was uitgevoerd zou men volgens de plannen een groot aantal zware machines, kranen, transformatorruimtes, stoomhamers, smeedhamers, persen, ketels, vulmachines, gebouwen en munitiemagazijnen opblazen.

WAAROM

Dit rigoureuze ingrijpen was nodig omdat de Artillerie Inrichtingen een Staatsbedrijf waren, wat volgens het Landsoorlogsrecht inhield, dat het bedrijf na een capitulatie met alles erop en eraan in handen van de Duitsers zou vallen.

MEERDERE PLANNEN

Voor deze vernielingen met behulp van explosieven bestonden verschillende versies van de plannen.

Als de munitiemagazijnen werden opgeblazen, had dit zoveel vervolgschade dat andere gebouwen al zo zwaar beschadigd waren dat verdere actie waarschijnlijk niet meer nodig was.
Werden de munitie gebouwen in eerste instantie gespaard. Dan werden eerst alle andere panden opgeblazen. Te beginnen bij het centraal, aan de Hemkade gelegen gebouw nr. 2. Mocht er gezien het feit dat de beslissing voor de uitvoering van de plannen pas zo laat mogelijk zou worden genomen, geen tijd meer zijn om alles op te blazen, dan zouden alleen de machines en hun voorzieningen met kleine springladingen, die geen gevaar konden vormen voor de munitiemagazijnen worden opgeblazen.

STRIKTE REGELS VOOR DE VERNIETIGING MET EXPLOSIEVEN

Voor vernietiging met explosieven waren er strikte regels in het plan opgenomen. Er mocht alleen met tijdontstekers worden gewerkt en ook waren er instructies met betrekking tot het gebruik van de ladingen en de vertragers. Ladingen van 500, 1500 en 18000 gram werden specifiek omschreven.

Bij het gebruik van deze zware explosieven moest er een gebied met een straal van 3 km worden geëvacueerd. Die evacuatie zou in voorkomend geval, de tijd die nodig was om de plannen voor vernietiging uit te voeren flink korter maken. De tijd tussen de verschillende zware explosies diende een kwartier te zijn. Waardoor het geheel volgens het ene plan na 3 uur en het andere plan na 4 uur moest zijn uitgevoerd.

LIJST VAN DE GEBOUWEN DIE VERNIETIGD DIENDEN TE WORDEN

1 Machinefabriek voor lichte werktuigen (gebouwen 20, 40 en 293)

afdeling Gereedschappen aanmaak
afdeling Centrale meetafdeling

2 Machinefabriek voor zware werktuigen (gebouw 320)

3 Wapen en projectielen fabriek (geb. 1, 84)

afdeling Projectielen
afdeling Wapen (onderdelen)

4 Warm bedrijf  (gebouwen 55,72 en 333)

afdeling Modelmakerij
afdeling Machinale vormerij (gieterij)
(gebouw 155)
afdeling Harderij
(gebouw 156)
afdeling Smederij

5 Wapen revisie bedrijf

(gebouwen 151, 290, 366)
afdeling Geschut
(gebouw 309)
afdeling Draagbare wapens

6 Hulzen en kogelfabriek

(gebouw 322)
afdeling Kleine hulzen (7,7 en 9 mm)
(gebouw 284)
afdeling Kleine kogels (7,7 en 9 mm)
(gebouw 269)
afdeling Controle afdeling

(gebouwen 294 en 330)
afdeling Middelbare munitie (12,7; 20; 40 mm)
(gebouwen 29 en 112)
afdeling Grote munitie (>40 mm)

7 Munitiesamenstelling

(gebouw 274)
afdeling Trotyl gieterij
(gebouwen 47,48 en 49)
afdeling Aanmaak slagkwik
(gebouw 45)
afdeling Aanmaak slaghoedjes
(gebouw 511)
afdeling Lichtspoorperserij
gebouw 52)
afdeling Trotyl en tetrylperserij
(gebouw 207)
afdeling Samenstelling grote munitie
(gebouw 24)
afdeling Samenstelling kleine munitie
(gebouw 91)
afdeling Inzetten slaghoedjes
(gebouw 57)
afdeling Samenstellen schokbuizen
(gebouw 272a t/m f)
afdeling Loodazyde

 8 Munitie magazijn

(gebouwen 53, 54, 106, 107, 108, 299, 300 en 301)

9 Centrale magazijn )

(gebouw 14)

10 Bedrijfsdienst

(gebouw 40)
afdeling Compressoren bedrijf
(gebouwen 277,325 en 339) 
afdeling  Transformatoren

11 Laboratorium

(gebouw12)

12 Kade

afdeling Kranen

13 Nieuwbouw c.q. uitbreiding

(gebouw 156)
afdeling Granaten perserij
(gebouwen 308 en 342)
afdeling Projectielendraaierij

14 Leger munitie magazijnen

(gebouwen 701 t/m 705)

15 Werkplaatsen firma Sterel en Wechelaar

(gebouw 313)

NOOIT UITGEVOERD

Op de 14e mei 1940 had de toenmalige directeur Ir. F(ranciscus).Q, den Hollander aan Nederlands hoogste regeringsmacht, de Generaal H(enry). G. Winkelman gevraagd of hij de plannen voor de vernielingen moest uitvoeren. Het antwoord luidde, nee dat mag niet. En zo kwam de bezetter in het ongeschonden bezit van het Staatsbedrijf der Artillerie inrichtingen.

Ir F.G. Jungeling / Kolonel H.G. Winkelman / de brief

ENQUETTE COMMISIE

Na de oorlog werd er een Enquête Commissie in het leven geroepen die o.a. zich bezig hield met militair beleid en gebeurtenissen gedurende ww2

In december 1955 schreef O.J. Siersema, Kolonel van de Generale Staf, in een brief aan de toenmalige directeur van de Artillerie Inrichtingen, Ir. F.G. Jungeling over de vraag die Den Hollander op 14 mei 1940 gesteld had.

“Naar aanleiding van de door Ir. F.Q. Den Hollander voor de Enquête- Commissie afgelegde verklaring (deel 7c/verhoren blz. 632 e.v.) moge ik u het volgende berichten omtrent het tot stand komen van het besluit tot het intact laten van de Artillerie Inrichtingen op 14 mei 1940.
Nadat ik de Heer Den Hollander had ingelicht over het besluit van de O.L.Z.1 om tot capitulatie over te gaan en hij de vraag omtrent het eventueel vernietigen van de fabriek had gesteld, besprak ik deze kwestie met mijn directe chef. Onze opvatting was, dat een dergelijke gewichtige beslissing moest worden genomen door de hoogste autoriteit. Ten gevolge van de vele dringende zaken, die moesten worden geregeld, kon de vraag eerst laat in de avond worden voorgelegd. Er vond toen een overleg plaats; Ik kan mij niet meer precies herinneren, wie daarbij aanwezig zijn geweest. De O.L.Z. besliste uiteindelijk dat de fabriek intact moest blijven, waarop ik de Heer Den Hollander hiervan. telefonisch op de hoogte stelde.

Het besluit werd genomen op grond van twee overwegingen.

1. gelet op het feit, dat in Nederland zelf nog gevochten werd en de Franse, Engelse en Belgische legers in Noord België stonden, mocht de mogelijkheid, dat het getij alsnog zou kunnen keren, niet worden uitgesloten.

2.de capaciteit van de fabriek was in verhouding tot de totale capaciteit, die ter beschikking van de vijand stond gering.

Wellicht kunt u aanleiding vinden, deze brief bij de betreffende dossiers te voegen.”

Bronnen NIMH, Grebbenberg,Archieven.nl ©PDKAIH2019

1O.L.Z. =  Opperbevelhebber van Land en Zeemacht

AI HEMBRUG – HERINNERINGEN UIT DE HAVENBUURT

De havenbuurt te Zaandam is een buurt die grotendeels is gebouwd voor de werknemers van de Artillerie Inrichtingen Hembrug. Het is altijd overigens net als andere gemeenschapjes  uit de Zaanstreek een min of meer gesloten gebied geweest  met zijn eigen regels en gebruiken. Een aantal bewoners heeft zijn / haar belevenissen uit de tijd dat zij er kwamen wonen, woonden en werkten aan het papier toevertrouwd. Deze prachtige boekjes, die een mooi tijdsbeeld vormen uit een voorbije tijd hadden een beperkte oplage en werden voornamelijk door mede Havenezen gekocht of bij diverse gelegenheden geschonken. Sommige van deze boekjes waren alleen voor familieleden bestemd. De rest van Zaandam had er weinig interesse in  of zelfs helemaal geen weet van. Eén van de schrijvers van zo’n boekje was een zoon van een werknemer van de Artillerie Inrichtingen. Het boekje dat hij schreef heet  “Buitenbeentje in het Havenkwartier” en het onderstaande verhaal komt uit het hoofdstuk De Artillerie Inrichtingen Hembrug.

De Artillerie Inrichtingen Hembrug.

De rest van het oorspronkelijk buitendijks gebied waar onze woonwijk op lag werd in beslag genomen door de toenmalige wapenfabriek  A. I. Hembrug die een grote invloed op de woonwijk had.

Oude foto van de Artillerie Inrichtingen genomen vanaf de “nieuwe”Hembrug

Er werd in de loop van ruim honderd jaar een groot industriecomplex gebouwd. Er is nog veel van over zowel van oude als meer recente bouw.

Artillerie Inrichtingen rond 2008

Deze fabriek nam een belangrijk deel van het gebied waarin ook de havenbuurt lag in beslag en er werkten veel mensen ook uit onze buurt. Zo ook mijn vader dus ik moet wel even wat over deze, van oorsprong, wapenfabriek vertellen. 

Rond 1895 werd het eerste deel van het uiteindelijk grote complex daar neergezet als vervanging van een deel van de wapenfabriek in Delft die wel heel ongunstig lag in de bebouwde kom daar.  De vestiging in Zaandam vond plaats op een stuk braak liggend terrein, zogenaamd buitendijks land in de IJ-polder, langs het Noordzeekanaal ver uit de bewoonde wereld en gunstig gelegen aan waterweg en spoorweg. 

*Meer informatie over het hoe en waarom van de verplaatsing vindt u hier.

De beide Hembruggen in 1907

In 1907 werd de eerste, te lage, Hembrug over het Noordzeekanaal die precies naast het fabrieksterrein lag vervangen door de enkele honderden meters verder Westelijk gelegen nieuwe Hembrug en in 1910 (1907) afgebroken. Die nieuwe Hembrug, altijd de grootste draaibrug van Europa genoemd, werd in 1983 ook al weer afgebroken en vervangen door de Hemspoortunnel.

*Meer informatie over deze beide bruggen vindt u hier.

Maar een deel van de eerste oude spoorlijn bleef liggen als aanvoer- en afvoer lijn voor de fabriek en werd gedurende een aantal jaren het speelterrein voor de haven jeugd. In de topjaren werkten er wel 8500 personen in die fabriek maar later fluctueerde dit erg en varieerde van 2000 tot 3500 maar bij de sluiting nog slechts ca. 200. 

Mijn vader ging er in 1939 werken in een periode waarin het personeelsbestand wegens de oorlogsdreiging weer wat opliep. Toen in 1940 de Duitsers binnenvielen was men van plan de fabriek op te blazen maar dat ging toch niet door, misschien was er teveel risico voor de inmiddels aanliggende woonbuurt. De directeur was toen Ir. F. Q. den Hollander, die bleef omdat het personeel dit eiste ondanks zijn oorspronkelijke weigering de productie te hervatten en zijn latere sabotage aan de producten die hij toen gedwongen moest leveren.

*Meer informatie over F.Q. den Hollander vindt u hier.

Het leeg geroofde bedrijf

In 1944 werd de fabriek gesloten en grotendeels werden de machines weg geroofd door de Duitsers maar in 1945 kon de productie dankzij het Marshall Plan toch weer worden opgestart. Deels werden de machines uit Duitsland teruggehaald.

Hoe mijn vader en moeder financieel die tijd zijn doorgekomen heb ik recent nog maar eens bij mijn moeder (91 jaar) nagevraagd. Ze wist zich nog te herinneren dat ze 19 gulden per week ‘’wachtgeld’’ kregen, dat was met 5 gulden huur en 5 gulden vaste lasten geen vetpot. Maar toch hebben ze het gered want er was ook niet veel te koop. 

Na 1945 werkte pa er soms aan landbouwwerktuigen en wat later weer aan munitie. Er werd in 1955 op de plaats van de oude kolenloods van de Marine een patronen fabriek gebouwd langs het Noordzeekanaal, het nu nog bestaande karakteristieke lange witte gebouw. Mijn vader vertelde me dat er een schietbaan onder lag. *(vier stuks waarvan de kortste 25 en de langste 200 mtr (dezelfde lengte als het gebouw)).

Landbouwwagen fabricage / landbouwmachines en kanonnen

In de eerste jaren na de oorlog had hij wat rookbussen mee naar huis genomen en die stak hij op veler verzoek op zondagmorgen wel eens af in onze straat. Dan was de hele buurt enige tijd onder een dikke gekleurde rookdeken bedekt en kon je geen hand voor ogen zien. Af en toe kon hij een handkar vol aanmaakhout krijgen en dan was ik ook weer blij want de mooiste kleine blokjes waren voor mij en ik had op het laatst een kist vol waar je geweldige huizen etc. mee kon bouwen. Ook waren er veel kistdeksels bij en daar bouwden we hutten van op straat afgedekt met jute zakken en oude vloerkleden. 

Diverse soorten speelgoed zoals fietsjes etc. werd voor het Sinterklaasfeest, voor de kinderen van het personeel op de fabriek gemaakt. Eens kreeg ik een metalen tram die nog in elkaar gezet en geverfd moest worden. Een probleem bij deze tram was dat de onderdelen niet zo best pasten dus de tram is nooit afgekomen.

Een door de werknemers van de AI vervaardigde driewieler.

Pa moest af en toe gevaarlijk werk doen en vertelde wel eens over “ bijna ongelukken”  tijdens het werk in ‘’Het Bos’’. Zo werd de explosieven afdeling genoemd die gescheiden van de rest in het bos lag om bij eventuele calamiteiten de eerste klap op te vangen. Hij kwam af en toe thuis met slaghoedjes in de omslag van zijn werkbroek die daar tijdens zijn werk waren ingevallen. Dan deed hij die slaghoedjes in een oude krant en stak die achter buiten aan, wij keken dan vanachter de ramen naar de vuurflits en hoorden de knal.

Waarschuwing!

Hij vertelde ons altijd hoe voorzichtig je met slagkwik moest werken omdat het heel snel ontplofte. Bij het verplaatsen van de kwikpotjes altijd één hand er omheen en de andere er onder. Hij moest ook enige tijd in de trotylgieterij werken en dat was slecht werk. Granaten moesten vol of leeg worden gemaakt. Je haren werden er rood van en de mensen kregen melk te drinken als tegengif. Toch al een begin van ARBO ?

De beroemde onverwoestbare Hemklem.

Toen ik zelf getrouwd was kreeg ik nog een bankschroef van hem de zogenaamde en beroemde Hem-Klem, waarvan afgekeurde exemplaren voor het personeel te koop waren. Er was altijd veel belangstelling voor en ik gebruik hem ook nog altijd. 

In 1973 werd het bedrijf deels opgesplitst in o.a. Eurometaal en verkocht en in 1975 ging pa met pensioen. Hij kreeg bij zijn afscheid een zilveren sigarettendoos, (plus geldbedrag) ondanks dat hij niet rookte. *(Na enkele poetsbeurten bleek de sigarettendoos niet van zilver maar slechts verzilverd te zijn). Ik herinner me nog dat er de laatste dag een paar collega ’s thuis op bezoek kwamen. In 2003 werd echt alle productie er gestopt en vloeiden de laatste 200 werknemers af.

Ik ben later nog een paar keer op het fabrieksterrein geweest, voor een rondleiding met lezingen in de recreatiezaal, om het museum te bezichtigen en voor exposities van schilderijen en ook nog eens voor manifestaties van diverse verenigingen. Het is een geweldig leuk maar erg vervallen terrein met zelfs nog een echt bos erop waar vroeger veel reigers nestelden.

De oude portiersloge bij de hoofd ingang.

De oude ingang van het terrein, wat  zou er ooit nog van gemaakt worden? 

Verhaal ©J.de Jong, Overige, links en foto’s ©PDKAIH2018, Foto driewieler © E.Geijtenbeek

 

 

 

 

EEN JEUGDIGE VERZETSDAAD BIJ DE ARTILLERIE INRICHTINGEN.

EEN JEUGDIGE VERZETSDAAD BIJ DE ARTILLERIE INRICHTINGEN.

Het zal de zomer van 1941 geweest zijn. Met ons vaste clubje van de Lijnbaanstraat gingen we salamanders vangen. Lopend de sluis over en via de Hogendijk en het Zwarte pad naar de sloot langs de spoordijk.

Het Zwarte pad

Daar zaten prachtige salamanders. Jampotjes met gaatjes in de deksel en schepnetje mee. Richting van de pont was er tussen de volkstuintjes langs de spoordijk en het fietspad een sloot met helder water. Je kon de salamanders duidelijk zien. De mannetjes waren het mooiste. Ik had al eerder een paar salamanders gehad. In een glazen kom met een stukje hout er drijvend in. Daar klommen ze op. Ik voerde ze met miereneitjes. Een lang leven hadden ze niet. Nu op jacht naar vervangende exemplaren. Dat lukte en met gevulde potjes liepen we verder naar de pont. We troffen het. De indrukwekkende Hembrug draaide voor een Duits oorlogsschip. We liepen verder langs de pontwachterswoningen en de gebouwen van de Artillerie Inrichting. Bij de fabrieksingang stonden een paar moffen.

De kraan nabij de hoofdingang van de Artillerie Inrichtingen

Verder stond een hijskraan aan de kanaalkant. Nieuwsgierig gingen we op onderzoek en tot onze verbazing kon je op de plaats van de kraanmachinist komen. Aan een wand een klembord met gereedschap. Iemand opperde dat de moffen de kraan niet konden gebruiken zonder dat gereedschap. Vlug pakte ieder wat van het glimmende gereedschap en snel verder langs de Hemkade en Havenstraat op huis af. Hadden we die Duitsers mooi een loer gedraaid©Dick Bakker

 

F.Q. DEN HOLLANDER TIJDENS DE BEZETTING VAN DE AI 1940.

F.Q. DEN HOLLANDER TIJDENS DE BEZETTING VAN DE AI 1940.

In 1938 functioneerde het Staatsbedrijf der Artillerie-Inrichtingen Hembrug slecht. In een poging het bedrijf op het gebied van wapenproductie voor de Nederlandse krijgsmacht geheel zelfstandig te maken vroeg de toenmalige minister van Oorlog, J.J.C. van Dijk aan F.Q. den Hollander (een topfunctionaris van de Staats Spoorwegen) de leiding van het bedrijf op zich te nemen. Deze protesteerde hevig maar werd zo onder druk gezet dat hij in augustus 1938 toch accepteerde. Hij werd benoemd tot adjunct-directeur en in januari 1940 kwam hij in die functie bij het bedrijf. Veel tijd om te reorganiseren had hij niet. Vier maanden later vielen de Duitsers ons land binnen. De wapenproductie was nog maar net op gang gekomen en Den Hollander wilde van samenwerking met de Duitsers niets weten en vroeg ontslag. Ook wilde hij delen van het bedrijf opblazen, maar dit werd hem door het Nederlandse gezag ten strengste verboden. Onder zware druk van de secretarissen generaal, de minister in Den Haag en het personeel van de Artillerie Inrichtingen besloot hij uiteindelijk om te blijven. Hij dacht er niet aan om voor de Duitsers te blijven produceren. Hij besloot om over te schakelen op civiele productie en een aanzienlijk deel van zijn personeel (al dan niet betaald) te laten afvloeien. Veel wapentuig werd er niet meer geproduceerd. En wat er werd gemaakt functioneerde van slecht tot helemaal niet. Op aandrang van de bezetter die hevig geïrriteerd was door zijn optreden, werd Den Hollander uiteindelijk in 1943 met wachtgeld de laan uit gestuurd.

In het tijdschrift ,,Nederlandsch Fabricaat” verscheen  in 1940 een verslag van een gesprek met ir. F.Q. den Hollander, de directeur voorzitter van het Staatsbedrijf der Artillerie Inrichtingen. Het ging er over hoe het bedrijf zich aan de nieuwe omstandigheden onder de bezetter had aangepast.

Ir F.Q. Den Hollander (c)Anefoto

Ir F.Q. den Hollander:

Op 15 mei na de capitulatie zaten wij met onze grootte fabriekscomplexen en 6430 mensen plotsklaps zonder werk. Alle opdrachten kwamen te vervallen en wij waren plotseling zonder, maar dan ook helemaal zonder werk. Het duurde enige weken voordat onze positie ten opzichte van onder andere de bezetter en de autoriteiten, bepaald was. En pas toen kon er een helder begrip over de reorganisatie waar we nu mee bezig zijn ontstaan.

Hoe wilt u het bedrijf aan de gang houden?

Door de overgang op vredesproducten, producten , waarvoor vrijwel dezelfde vakbekwaamheid en uitrusting nodig zijn als die waar wij over beschikken. Juist op dit terrein, onze specialiteit, zijn er heel veel producten die in Nederland nog niet worden gemaakt. Wij zijn ingesteld op metaalbewerking die een hoge nauwkeurigheidsgraad vereist en aan dat soort werk willen wij ons houden. Mede om te voorkomen dat de deskundigheid van onze arbeiders achteruit loopt. In de eerste plaats omvat het ontworpen productieprogramma lichte gereedschappen en werktuigen. Wij denken verder vooral aan span, snij en meetgereedschappen.

Bent u van plan om naast deze gereedschappen en werktuigen ook nog andere artikelen te maken?

Ja er staan ook nog andere artikelen, die niet in Nederland vervaardigd worden op ons lijstje. Bijvoorbeeld onderdelen voor lichte transportmiddelen zoals onder andere transportkettingen en rijwielonderdelen en misschien besluiten we in de toekomst ook wel tot het maken van auto onderdelen. Er is een voortdurende vraag naar reserveonderdelen en dat is allemaal massa maar ook vooral precisiewerk.  Misschien blijkt dit werk van voorbijgaande aard als we door gewijzigde omstandigheden voor sommige artikelen de concurrentie met het buitenland niet meer zinvol kunnen volhouden. Dat neemt echter niet weg dat wij van mening zijn dat onze fabrieken nu zo veel mogelijk op de bestaande behoeften moeten instellen.

Maar met de genoemde maatregelen kunnen wij ons doel niet voldoende bereiken en zouden wij toch nog veel van de beste arbeiders moeten ontslaan. Daarom hebben wij ook nog het idee opgevat om werktuigen en gereedschappen voor de land en tuinbouw (voor zover dat in ons land niet gemaakt wordt) in onze plannen op te nemen. Men moet hierbij denken aan ploegen, zaaimachines, kunstmeststrooiers enz. Deze plannen staan reeds op de tekentafels en er worden prototypes ontworpen. Dit laatste is erg belangrijk want er komt op dit gebied nog ontzaglijk veel uit het buitenland. Maar als Nederlands bedrijf kunnen wij ons in sterkere mate dan het buitenland instellen op de behoeftes van onze tuinbouw.

Maar we zijn er nog niet, tot nu toe sprak ik over het aandeel van onze bedrijven aan de Hembrug, maar er is ook nog ons complex van werkplaatsen te Delft. Daarvoor hebben wij twee speciale productiegroepen bedacht. De eerste betreft messing artikelen. We zijn in staat, en dat gebeurd door niemand anders in Nederland, messing in staaf, profiel en buisvorm te leveren in verschillende alliages (legeringen) al naar gelang de gewenste eigenschappen. De tweede groep betreft het instellen op vredeswerk van de optische en instrumentenafdeling. Ook dit weer op een wijze dat de andere Nederlandse industrieën niet in hun belangen worden geschaad. 

Maar daarbij blijven wij niet stilstaan. Wij hebben altijd al een grootte vakopleiding gehad en die wordt nu verdrievoudigd. De bedoeling daarvan is het aantal vakbekwame, op precisiewerk gespecialiseerde arbeiders in ons land op te voeren om in toenemende mate de industrie te kunnen helpen aan bekwame op onze school opgeleide vaklieden. 

En wanneer begint u nu met het nieuwe werk?

 O, wij zijn al druk aan de gang met allerlei vredeswerk. Enkele artikelen komen binnenkort al op de markt. Ook exporteren wij reeds naar Duitschland. Het bedrijf zal n.l. ook voor de buitenlandsche markt werken. 

Nu de Artillerie-Inrichtingen zoo geheel gaat reorganiseren, kan zij nu op den duur ook een staatsbedrijf blijven? En blijft de naam dan ook ongewijzigd?

Dat zijn vragen waarop zeker een antwoord moet worden gevonden, besloot Ir. den Hollander. Het is echter moeilijk daarover nu al definitieve mededelingen te doen. Ik wil er alleen op wijzen, dat ook de Steenkolenmijnen een staatsbedrijf zijn. En wat de naam betreft, hopen wij de letters A. I. ook in de toekomst te behouden. ©PDKAIH2017

VREDESWERK IN EEN UITHOEK VAN ZAANDAM.

VREDESWERK IN EEN UITHOEK VAN ZAANDAM.

Het ligt zover uit de kom van onze gemeente, dat een vreemdeling soms niet kan begrijpen dat het stuk grond, dat reeds eeuwen onder de naam ,,De Hem” of ,,De Hemlanden” bekend was, tot Zaandams grondgebied behoort en dat de Zaankanter het eigenlijk maar als een aanhangsel van onze gemeente beschouwt. Een uithoek. Maar toch is het een oord waarover de historie niet ongemerkt is heen gegaan. Want reeds voor de tijd, waarin de aan de Zaan gelegen gemeenten ontstonden lag daar het oude dorp Saenden of Zaanden, dat van zo’n betekenis was, dat het een kerkgebouw bezat. In het jaar 1155 werd het door de West Friezen geheel verwoest. De naam van het dorp had daarna nog slechts historische betekenis. Maar de naam ,,Hem” is gebleven en toen in de zeventiger jaren van de negentiende eeuw over het toen gereed gekomen Noordzeekanaal een spoorbrug werd gebouwd, sprak men niet meer over de Hem of Hemlanden, maar had de Zaankanter het verder uitsluitend over de Hembrug, waarmee hij niet de brug zelf bedoelde, maar het grondgebied dat er omheen ligt.

En toen in het jaar 1895 door de regering aan de noordzijde van het Noordzeekanaal de Artillerie Inrichtingen werden gesticht, nam men voor het gemak ook maar in de collectieven de naam ,,Hembrug” op en sprak men van ,,Hij werkt aan de Hembrug” of ,,de Hembrug vlagt”. Dit terwijl er aan die brug geen arbeider te zien was en de vlag op de Artillerie Inrichtingen wapperde. Door de vestiging van de bedrijven van de Artillerie Inrichtingen werd het oude Hemland voor Zaandam van zeer grote betekenis. Dit was niet minder het geval toen achtereenvolgend de nieuwe monumentale Hembrug over het kanaal werd gebouwd, de grote zeehaven ten westen van die brug werd aangelegd en het miniatuurpontje door grote stoomponten werd vervangen. Door deze ponten kon het intensieve verkeer en de provincie beter opgevangen worden.

In oktober 1946 werd door verslaggevers van de Typhoon een bezoek gebracht aan de NV Nederlandsche Machinefabriek ,,Artillerie Inrichtingen”. Met grote welwillendheid liet de directie zien welke nuttige werkzaamheden er op dat moment voor de opbouw van het land werden verricht.

Vredeswerk in grote stijl.

 Reeds bij den aanvang van onzen rondgang door de werkplaatsen worden wij getroffen door de grootsche afmetingen der hoog opgetrokken gebouwen, waar in men, wanneer niet hier en daar een hindernis in den weg stond, gemakkelijk per fiets zou kunnen rondrijden. Onze eerste gedachte gaat heen naar die jaren, toen het moffenpak hier zijn entree maakteen vooral huiveren wij wanneer wij denken aan die nadagen van den Dolle Dinsdag, toen de ,,kulturhelden” door een helsche angst en vernielingswaanzin aangegrepen, hier de prachtige machines begonnen weg te rooven en wat ze niet meer mee konden nemen of wat niet van hun gading was met duivelsche wellust vernietigden.

leeggeroofd-1-4

De door de Duitsers leeggeroofde bedrijfshallen

En wanneer wij dan nog één der totaal leeggeroofde gebouwen in de achtergelaten, zij het opgeruimden, toestand binnentreden, dan bewonderen wij de groote energie van directie en arbeiders, die in ruim één jaar tijds al die andere gebouwen geheel of zoo goed als geheel, weer hebben omgetooverd in prachtig geoutilleerde fabrieken, waar de bloem van Nederlands vakmanschap gebogen staat over werkstukken die voor ons wonderen der techniek zijn. En wat bovenal weldadig aandoet, dat is het feit, dat de sfeer van den arbeid, behoudens enkele uitzonderingen, slechts vrede ademt. Zeker, er wordt nog oorlogstuig gerepareerd, er staan nog tanks op de terreinen, er worden nog andere werkzaamheden verricht, die bij god Mars thuishoren, maar verreweg wordt dat overtroffen door het werk des vredes, door den bouw van machine, werktuigen en onderdeelen, die nodig zijn voor den wederopbouw van ons vaderland.

 Als soldaten in het gelid.

 Want daar staan zij, de schitterende landbouwmachines, als soldaten in het gelid, de zaaimachines, de wiedmachines, de aardappelsorteerders en de landbouwwagens, die geleverd zijn aan de Wieringermeer, den Noord-Oost Polder en voor het Landbouwherstel Walcheren. Prachtige producten waarvan de ingenieuse constructie van den landbouwwagen bijzonder treft. Diens onderbouw b.v. is zóó geconstrueerd, dat al gaat de wagen over nog zulk ongelijk terrein, het wagenvlak toch steeds horizontaal blijft liggen. Op verschillende plaatsen in de fabriek zien wij onderdelen smeden of timmeren tot ze tenslotte door bekwame schilders tot de uiterlijke kleur en glans gegeven worden die het aanzien nog aantrekkelijker maken.

Landbouwwagen fabricage / landbouwmachines en kanonnen

Landbouwwagens / kunstmeststrooiers en kanonnen / fabricage landbouwwagens

Maar het is niet alleen de landbouw, die aan nieuwe werktuigen moet worden geholpen. Ook de Nederlansche industrie in al haar geledingen moet worden opgebouwd en uitgebreid en daarvoor zijn ook weer tal van de meest uiteenlopende machines en werktuigen voor nodig. En ook daarvoor zijn verschillende afdelingen in de Artillerie Inrichtingen in volle actie. Want in de daarvoor bestemde gebouwen worden gemaakt draaibanken, fraismachines, slijpmachines, schaafbanken, revolver draaibanken, boormachines, vlakplaatmeetgereedschappen, machineklemmen enz. enz. Met de thans beschikbare outillage wordt daadwerkelijk bij gedragen aan den opbouw der Nederlandsche industrie. De grootste fabrieken in ons land wenden al deze machines reeds in belangrijke mate aan. De zeer groote precissie van de machines, welke wordt verkregen door uitstekend vakmanschap, maakt ze evenwaardig aan de meest vooraanstaande buitenlandsche producten. Inderdaad in deze machinefabrieken ziet men vredes en opbouwwerk in grooten stijl.

 Precisie buiten normaal observatievermogen.

Meetklok

Meetklok

 

Ten behoeve van het fabriceeren van al deze producten beschikt de fabriek over een centrale meetafdeeling, die uniek is in de Nederlandsche industrie. Hier ziet men apparaten, bij het aanschouwen waarvan wij het gebied van ons normaal observatie-vermogen verlaten. Hier zien wij de precisie-instrumenten, waarvan de meetklokken afwijkingen op machine-onderdeelen aangeven tot op een tienduizendste deel van een millimeter. Een voorbeeld. Onder één dezer instrumenten staat een klein blokje staal. Wij leggen onze hand erop en de meetklok geeft oogenblikkelijk aan, dat het staalblokje tengevolge van de warmte onzer hand een drieduizendste millimeter is uitgezet. Het is op deze manier, dat men op elk onderdeel de minimaalste afwijkingen kan constateeren. Ook kan men die niet met het oog waarneembare afwijkingen, op ontstellende afmetingen vergroot, op verlichte glasplaten afgebeeld zien. Het zijn alle vindingen van den menschelijken geest, waarop de toeschouwer in diepe bewondering neer ziet.

De harpoenkanonnen voor den walvischvaarder.

 Wij zijn er nog niet, o neen, nog lang niet. Want nog steeds wandelen wij verder, het eene gebouw uit en het andere in. En nu komen wij weer in de militaire afdeeling, waar draagbare wapenen en geschut worden gereviseerd (nieuwe worden hier thans niet gemaakt, daar de regeering die van het buitenland koopt). En hier zien wij de kleine kanonnen die bestemd zijn voor den grooten walvischvaarder, die thans in het IJ ligt te wachten op het sein van vertrek naar de Zuidpool.

willembarendsz1-nv-nederlandse-maatschappij-voor-de-walvisvaart

Willem Barendsz 1 ©NV Nederlandse maatschappij voor de walvisvaart

En een oogenblik denken wij terug aan den tijd van ,,den man onder den beer”,den bekenden Zaandamschen Walvischvaarder, die leefde in het glorietijdperk van de Zaansche Groenlandsvaart, den tijd waarin met gebrekkige hulpmiddelen de jacht op de walvisch werd beoefend, ten koste van vele menschenlevens en schepen.

bankschroefEn steeds maar weer wandelen wij door nieuwe afdelingen. Daar is de eigen gieterij, die van groote capaciteit is en die gietstukken vervaardigt voor de eerder genoemde producten. Ook bijzonder gietwerk wordt gemaakt, b.v. van lichtmetaal en brons. Hier worden ook gietstukken gemaakt voor de bankschroeven fabricage, waarvan er wekelijks 300 de fabriek verlaten met bestemming naar de Nederlandsche werkplaatsen. Wij gaan door naar het laboratorium. Dat noodzakelijk is voor de juiste materiaalkeuze en dat eveneens door grootte en outillage eenig in ons land is, terwijl het nog steeds wordt geperfectioneerd. En tenslotte is er een afzonderlijke school voor vakopleiding, waar volgens het Leerlingstelsel wordt gewerkt en waar jeugdige arbeiders met diploma ambachtsschool, in twee jarigen cursus, voor het bedrijf worden opgeleid.

Zoo zijn wij dan aan het einde van onzen rondgang gekomen en verlaten de fabrieken onder den indruk van het machtige industrieele apparaat, dat wij hier hebben mogen aanschouwen. Ja, wij praten over den opbouw van ons land en wij critiseeren zelfs, dat het niet snel genoeg gaat. Maar wie eens in den gelegenheid wordt gesteld om met dien opbouw kennis te maken, die zegt ,,Hoed af!,, Zoo is het ook bij de A.I.!                                                                                           ©PDKAIH2017. Bron: O.A. De Typhoon.

HET WEER BEVAARBAAR MAKEN VAN HET NOORDZEEKANAAL.

HET WEER BEVAARBAAR MAKEN VAN HET NOORDZEEKANAAL.

bevrijding1

 

 

 

 

In 1944 lieten de Duitsers die beseften dat de oorlog een verloren zaak was geworden, nabij de Voorzaan een aantal schepen zinken (zie foto’s bij het verhaal Het verzet en de springladingen in de Hembrug) en richten hun springcommando’s  enorme vernielingen aan in de havens en bedrijven langs het kanaal. In 1945 werd zo snel mogelijk een begin gemaakt met het verwijderen van deze schepen en andere obstakels. Zo werd de hoofdstad weer bereikbaar voor alle schepen en kon men weer de hoognodige zaken voor de opbouw van ons land aan en afvoeren. ©PDKAIH2016

 

HET VERZET EN DE SPRINGLADINGEN IN DE HEMBRUG.

 

HET VERZET EN DE SPRINGLADINGEN IN DE HEMBRUG.

In september 1944 beseffen de Duitsers dat ze de oorlog niet meer kunnen winnen en langzaam dringt het ook door dat het einde nu echt met rasse schreden naderbij komt. Hun woede doet ze besluiten om alles wat er nog overeind staat maar te gaan vernielen. Ook de Hembrug, de grootste draaibrug van Europa moet er aan geloven. De middenpijler van het imposante draaideel van de brug was reeds volgestopt met 1500 kilo springstof. Het plan is om, dat als de geallieerden naderen, de brug deels word opengedraaid en dan wordt opgeblazen het kanaal zou dan geheel versperd zijn en ook de spoorlijn kon niet meer gebruikt worden. Het was niet de enige actie want later werden behalve vele steigers, kranen en bedrijven langs het kanaal leeggeroofd en vernield en werden er zo’n 500 meter ten westen van de brug een aantal schepen tot zinken gebracht om de vrije doorvaart naar Amsterdam te verhinderen.

 

BOM1

Deel luchtfoto RAF 1945

 

Het verzet dat inmiddels op de hoogte is van het plan besluit de springstof te verwijderen en begin september begeven twee van hun leden, J. v. Heijningen en K. Klinkenberg,  zich in het ijskoude water. Ze weten de middenpijler ongezien te naderen, maar als zij hem door het onder water gelegen pijlergat willen binnen zwemmen ontdekken ze dat de over de bodem van het Noordzeekanaal liggende elektriciteitskabels de doorgang versperren. Ze beginnen aan de gevaarlijke terugtocht en twee en een half uur nadat zij begonnen waren klimmen ze verkleumd op de oever. Dat de actie mislukt was wil niet zeggen dat het verzet zijn plannen opgaf.

 

BOM2

Plaats van de springstof lading en de af te leggen route

 

Er zou een tweede poging worden ondernomen. Ditmaal door Remmert Aten (48) en Jaap Boll (23)beide waren lid van de zwemvereniging “Neptunus” en dus ervaren zwemmers. In het dagblad de “Typhoon” verscheen het volgende verhaal van deze poging:

“Na dagenlange besprekingen, spionage en oefenen in het Zwembad begeven zich in de nacht van 26e op 27e september 1944 vier mannen op weg naar de plaats van de afspraak: de pontwachterswoning in de nabijheid van de Hembrug. Het waren Remmert Aten, Jaap Boll en nog twee verzetslieden, waar Remmert om had gevraagd, Cees Standhardt en Siem van Nugteren. Cees en Siem waren beide voorzien van stenguns om Remmert en Jaap te beschermen in geval van problemen. … Een plan de campagne wordt opgesteld in de woning. De twee mannen die op de kant achter bleven, verscholen zich onder een steigertje aan het Noordzeekanaal met het zicht op de Hembrug, zij zullen veiligheidshalve pas op het laatste moment van hun stenguns gebruik mogen maken. Het wordt middernacht… Buiten is het donker en koud, de zwemmers, Jaap en Remmert, maken zich gereed om te water te gaan, gekleed in zwembroek en donkere trui met lange mouwen.
Om half één is het tijd om te vertrekken. De zwemmers gaan voorzichtig te water, de twee begeleiders op de kant achterlatend. Na ca vijf minuten komt er al leven op de brug, die zwaar wordt bewaakt. Een grote schijnwerper wordt op het water gericht en zoekt de oppervlakte af. “Let op… ontdekt” fluisteren de mannen op de kant elkaar toe. Schor van emotie. Maar dan gaat de lamp uit en wordt alles rustig op de reusachtige brug. Ondertussen zwemmen de twee mannen, langzaam en geluidloos vanaf de steunpijler in de lengte richting van het kanaal naar de hoofdpijler, het laatste stuk zoveel mogelijk onder water zwemmend, bereiken zij de hoofdpijler, zonder gezien te worden. Nu komt het gevaarlijkste en het meest riskante deel van het werk. De wekenlange oefeningen moeten thans in praktijk worden gebracht.
De longen vol lucht…onder water en zo diep mogelijk tastend zoeken naar een opening tussen de stugge elektriciteitskabels. De kabels zijn wat naar buiten gestulpt en moeten uit elkaar worden geduwd. Pas dan kan tussen de kabels door het binnenste van de stalen koker worden bereikt en kunnen de zwemmers weer snel naar de oppervlakte stijgen. In de donkere koker zijn de zwemmers betrekkelijk veilig, want ze zitten als het ware opgesloten. Het waterdichte zaklantaarntje bewees goede diensten. Onvoorbereid zijn ze niet, want op tekeningen is precies aangegeven waar de klimijzers zich bevinden die omhoog naar het mangat voeren. Als apen klauteren de mannen omhoog tot waar de buis zich naar binnen buigt. In die buiging liggen vierhonderd dozen, gevuld met rollen Donarit, een van de gevaarlijkste springstoffen. En hier gaan zij aan het werk. Eén van hen licht de dozen uit de opening en geeft ze behoedzaam aan zijn makker, die ze voorzichtig in het water laat glijden.
Herhaaldelijk klinkt een doffe plons, gevolg door een gespannen stilte.

 

BOM3

De springstof Donarit

 

Zal het stappen van de onzichtbare schildwacht, enkele meters boven hen plotseling ophouden ten teken dat de man aandachtig staat te luisteren ? Maar regelmatig klinkt de stap en opnieuw glijdt een doos in het water. Vierhonderd dozen van elk bijna 4 kilogram, en dus vierhonderd kansen dat de schildwacht iets bemerkt en alarm slaat. Maar iedere doos, die omlaag glijdt, is als een juichkreet “Het lukt! Het lukt! En terwijl de mannen in de pijler hard werken om niet in tijdnood te komen, staan de twee andere nog steeds aan de kant op hun post. Het wordt twee uur, drie uur, vier uur, half vijf. Nog niemand terug….. Zij kijken elkaar goed aan. De dageraad breekt aan. En dan gaan de mannen beseffen: “Die zien we nooit weer terug, bevangen door de kou, verdronken?” Mochten de zwemmers niet terugkomen, dan zal één de wapens meenemen en de ander de kleren, want er mag niets worden achtergelaten. De mensen, die met inzet van hun leven gastvrijheid hebben verleend, mogen niet in gevaar worden gebracht. Intussen is de horizontale tunnel van 6 meter lengte ( middellijn van de pijler is 12 meter), 60 cm breed en 60 cm hoog eindelijk helemaal leeg. De mannen zijn moe en hijgen. Met open monden, want zelfs hun ademhaling zou hen kunnen verraden, en niet alleen hun leven maar van de vele anderen, in gevaar brengen. Ze aanvaarden de terugtocht. Opnieuw de longen vol lucht, het tasten naar de opening tussen de kabels in de diepte, het snelle stijgen en daama de moeilijke opdracht om ongemerkt de wal weer te bereiken. Vier lange uren hebben de mannen gewerkt. Steeds weer de haast ondraaglijke spanning en de teleurstelling, wanneer de eerste dozen springstof blijven drijven en de angst dat de uitgang hierdoor geblokkeerd zou worden. Maar daarnaast de voldoening, wanneer de dozen springstof, van water doortrokken …  Jaap Boll zegt daar zelf over: “Ik drukte met de voet dozen onder water zodat ze naar de bodem van het kanaal verdwenen )”. De nauwelijks te onderdrukken lust, luidkeels te juichen, wanneer het laatste pakje is verdwenen. En ondertussen zaten de twee jongens behoorlijk in hun rats omdat Remmert en Jaap zolang wegbleven. Immers pas na 4 uur verschenen die twee weer uit het water van het Noordzeekanaal. Wanneer de mannen aan de wal komen en door hun vrienden worden opgewacht is aan de martelende onzekerheid een einde gekomen en is er onuitsprekelijke blijdschap. En boven op de brug loopt de schildwacht, heen en terug, zich bewust van zijn taak en onbewust van de moedige daad, die slechts enkele meters onder hem werd verricht.
Jaap Boll verteld nog: “Na afloop werden wij liefderijk opgenomen in het huisje van de pontwachtersfamilie Prinsen. Mevrouw Prinsen had voor een warm bad gezorgd. In een heerlijk teiltje kwamen we weer wat bij “. Want ook dat was nodig. Een van de mannen uit de eerste poging is later opgenomen in het ziekenhuis wegens doorstane ellende en kou. Remmert Aten en Jaap Boll mankeerden gelukkig niets na hun huzarenstukje.”

Het zou echter niet lang duren voordat de Duitsers ontdekten dat de springstof verdwenen was, delen van de verpakking van de explosieven waren boven komen drijven. Er werden opnieuw explosieven in de pijler geplaatst. Remmert is toen alleen voor een tweede maal naar de pijler gezwommen en heeft het huzaren stukje herhaald. Tijdens deze tocht zag hij dat de gehele pijler van een dikke prikkeldraad versperring was voorzien. Het kon haast niet anders of de Duitsers dachten dat het verzet met een bootje was gekomen en via een stalen deksel aan de bovenzijde van de kabelkoker waren binnengekomen.  Deze veronderstelling werd bevestigd toen Jaap later als hoofdrechercheur van de POD (Politieke Opsporingsdienst) de beruchte SDer (Sicherheitsdienst)  Viebahn verhoorde. Of er dan geen bewaking op de brug was geweest werd door Viebahn niet beantwoord. Na de oorlog werd bekend dat de Hembrug en zijn omgeving door 28 Duitsers werd bewaakt en dat 4 van hen wegens plichtsverzaking waren gefusilleerd. Na de oorlog werd Remmert persoonlijk door koningin Juliana onderscheiden met de Bronzen Leeuw. Remmert geboren in 1986 overleed in augustus 1984 te Zaandam.

BOM5

De Bronzen Leeuw

De Bronzen Leeuw

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Jaap Boll werd in maart 1952 onderscheiden met het Kruis van Verdienste door koningin Juliana, dit omdat hij het belang van het Koninkrijk had gediend als lid van een illegale organisatie. Deze onderscheiding werd hem op 11 juni 1952 te Laos overhandigd door de Consul J.H.G. Hanson.

BOM6

Kruis van Verdienste

Prinsen, Cees Stanhardt en Siem van Nugteren zijn allen op zeer hoge leeftijd overleden. De Hembrug heeft nog tot 1983 over het Noordzeekanaal gelegen, toen is hij gesloopt en sinds dien vinden de treinen hun weg door de Hemspoortunnel en kunnen de schepen ongehinderd langs varen©PDKAIH2015

Het verhaal van de gezagvoerder van de Hempont de heer Prinsen vindt u hier.

VOORMALIG LABORANT ARTILLERIE INRICHTINGEN GEFUSILLEERD.

Sjef Swolfs

Sjef Swolfs

VOORMALIG LABORANT ARTILLERIE INRICHTINGEN GEFUSILLEERD.

Op 08 mei 1915 wordt Josephus Swolfs als zoon van een arm gezin te Zaandam geboren. Zijn vader was ambtenaar en het gezin moest van een karig loon rond te zien komen. Als Sjef zoals hij door iedereen wordt genoemd, veertien jaar is gaat hij bij een slager werken en weer iets later beland hij bij de Artillerie Inrichtingen te Zaandam. Daar weet hij zich op te werken tot laborant. Hij ontmoet er Gerard een lid en tevens één van de leiders van de communistische sabotageploeg Zaandam. Deze vraagt hem om ook lid te worden. Sjef die als kleine jongen al niet tegen onrecht kon en het op school al meerdere malen had opgenomen voor kinderen die onterecht gestraft werden, wordt op zijn achttiende lid van de CPN. Ook als tijdens de oorlog dat lidmaatschap streng verboden en strafbaar wordt gesteld. Hij is nu officieel lid van het verzet. Gedurende de oorlog is hij mede verantwoordelijk voor het plegen van verzetsdaden, onder andere met bij de Artillerie Inrichtingen verduisterde wapens en explosieven. Elke keer weten ze aan de vijand te ontsnappen, tot dat er in 1944 een groot deel van de verzetsgroep als gevolg van verraad wordt opgepakt. Sjef weet de dans echter te ontspringen en duikt onder.

Dit gaat goed tot dat het volgende gebeurd:

Op 08 december 1943 stuurde de SD Kriminal Sekretär Ruhl, Gerard Kuiters naar de Zaanstreek. Kuiters die al voor de oorlog tot de NSB was toegetreden, trad tijdens de oorlog toe tot de WA en werd lid van de NSKK. Gedurende de oorlog bereikte hij voor hem de allerhoogste trede op het gebied van landsverraad en werd SDer. Ruhl en zijn makkers Lages en Viebahn hadden in de Zaanstreek al behoorlijk toegeslagen en in oktober en november vielen vele CPN functionarissen in hun handen. De meeste echter wisten aan hun belagers te ontkomen en ontsnapten.  Eén van hen was de inmiddels 29 jarige Sjef Swolfs. De SD nam de zaak hoog op en nog diezelfde dag van de 8e december werd er bij de familie Swolfs aangebeld. De vrouw van Sjef deed open en zag een jongeman die haar vertelde dat hij van “Smit” kwam en dat hij met Sjef wilde spreken. De 23 jarige Lien liet zich door de gladde prater overtuigen en regelde het contact. Om zeven uur ’s avonds verscheen de man weer bij het huis van de ouders van Sjef en trof hem daar. Hij vertelde Sjef dat hij bonkaarten kon leveren en er werd afgesproken hoe dat plaats zou moeten vinden. De jongeman had alle tijd genomen om zich met Sjef te onderhouden, hij had zijn jas aan de kapstok gehangen en het hem aangeboden kopje koffie genuttigd. Tegen achten maakt hij aanstalten om op te stappen en vroeg en Lien en Sjef of zij niet een hotelletje wisten want het was al te laat om terug te gaan naar de stad. Sjef en Lien besloten hem de weg naar hotel Reitsma te wijzen en trekken ook hun jas aan. Hun beide kinderen Alie en Sjeffie blijven onder de hoede van hun grootouders achter. Toen ze bijna bij hotel Reitsma waren draaide de jongeman zich ineens om en richtte een revolver op Sjef en Lien en zei “handen omhoog of ik schiet” Niet veel later zaten Sjef en Lien op het politiebureau in de Zaanse Vinkenstraat en nog diezelfde avond werden zij door de jongeman en twee agenten naar de Euterpestraat in de hoofdstad gebracht. De jongeman maakte zich daar bekend als zijnde Gerard Kuiters.

Op 24 mei 1944 wordt Sjef tijdens een schertsproces door de “Deutscher Generalstaatsanwalt in den besetzten Niederländischen Gebieten” te Utrecht wegens communistische acties ter dood veroordeeld.
aanklacht2
aanklacht1

Hij wordt vanuit het Oranje hotel naar Vught overgebracht en daar gefusilleerd. Lien werd na uitgebreide verhoren  uiteindelijk in september uit de gevangenis in Vught vrijgelaten. Zij en haar kinderen hebben Sjef na die 8e december nooit meer gezien. Thuis gekomen lag er een brief van Sjef op haar te wachten. Hij schreef: Allerliefste schat, het is zover dat ik jou en de kinderen een afscheid ga schrijven. Lieveling, waar gestreden wordt vallen offers, ook al hadden wij samen nog zo graag door het leven willen gaan, dit mag nu eenmaal niet. Voed de kinderen op tot goede en nuttige mensen in de maatschappij en, lieveling, ik hoop dat er in je hart een gelukkige herinnering zal blijven aan de jaren die we met elkaar hebben doorgemaakt.” In februari 1949, zag Lien in het Amsterdamse gerechtshof de moordenaar van haar man terug. De rechtszaal bood een merkwaardige aanblik. Niemand, ook de parketwachters niet, droeg een uniform. Een psychiater had het hof overtuigd dat de SDer niet tegen uniformen kon. Uiteindelijk wees de rechtbank de eis van zes jaar gevangenisstraf voor Kuiters af en veroordeelde hem tot drie jaar en acht maanden met aftrek van voorarrest. In 1961 nam de wereld weer kennis van het bestaan van Kuiters toen hij met zijn medefirmant P. Wilking (revolver Paultje) werd aangehouden bij de Duitse grens en er een partij wapens werd aangetroffen in hun auto. Bij een daarop volgende huiszoeking bij P.W. volgde nog een heel arsenaal.
Bronnen: Overlijdensregister kamp Vught,dagblad de Waarheid, het boek van Witte Ko en Appie Jacobsen ©PDKAIH2015.

Gebruikte afkortingen :

  • CPN Communistische Partij van Nederland
  • SD Sicherheits Dienst
  • NSB Nationaal Socialistische Beweging
  • WA Weerbaarheids Afdeling
  • NSKK National Sozialistisches Kraftfahr Korps

Hier onder volgt de volledige tekst van de brief die Sjefs aan zijn Lien stuurde

Vugt 24 juli 1944, 15 uur

Allerliefste schat, het is zoover dat ik jou en de kinderen een afscheid ga schrijven. Lang heb ik gehoopt dat wij elkander nog in dit leven terug zouden zien, maar het mocht niet zoo zijn, maar na dit leven zullen wij elkander wellicht weer zien. Het valt wel zwaar om van elkander te moeten scheiden, maar lieveling houd het hoofd dapper omhoog en ik hoop vurig dat je met Aly en Sjeffie een gelukkige toekomst te gemoed zal gaan. Het is voor mij een geruststelling dat je geen armoede zal lijden en dat er voor jullie goed gezorgt zal worden. Lieveling, waar gestreden word, daar vallen offers en al hadden wij samen nog zoo graag samen door het leven willen gaan, dit mag nu eenmaal niet. Voed de kinderen op tot goede en nuttige menschen in de maatschappij en lieveling ik hoop dat er in je hart een gelukkige herinnering zal blijven voor de jaren die wij met elkaar hebben doorgemaakt. Ik zal tot de laatste oogenblikken aan jou en de kinderen blijven denken en mijn laatste groet en kus is voor jou en Aly en Sjeffie.
Moeders en vaders ook u gedenk ik in mijn laatste oogenblikken en weest ook moedig en sterk en gedenk dat alles weer goed zal worden. Vele kussen van uw zoon en leefd gelukkig verder. Het is jammer dat dit moet geschieden vlak voor uw verjaardag, maar dit mag geen reden zijn om altijd op dien dag treurig te zijn. Ook jullie lieve broers en zusters mijn laatste groeten en kussen voor jullie en dat jullie een gelukkig en voorspoedig leven zult mogen hebben.
Van Dijk en mevr van Dijk, mevr Kolvers en Kolvers, Josa en de andere kinderen, mijn laatste groeten en kussen voor jullie allen. Ik gedenk de tijd dat ik bij u was in mijn dienstijd en ik verheug mij in u allen een vriend te hebben ontmoed. Het gaat u allen goed in dit leven en ik zou als laatste wens aan u willen vragen om voor mij te bidden.
Lieve Lien doe ook mijn groeten aan Ben en zijn vrouw en zeg hem dat het hen goed zal mogen gaan in dit leven.
Lieve schat blijf niet piekeren en treuren om iets wat nu eenmaal zoo moet zijn, maar houd het hoofd moedig omhoog en kijk het leven in de oogen. Ook jouw taak zal jou de kracht geven om in dit leven gelukkig te worden, de kinderen vragen dat van jou en ik weet dat je dat zult kunnen lieve schat.
Nu lieveling ik ga eindigen, maar in gedachten zullen wij altijd bij en met elkaar zijn. Geef de kinderen ’s avonds als zij naar bed toe gaan een kus van mij en ontvang in gedachten van mij al mijn liefde en vele kussen van hem die zoo heel veel van jou houd. Dag lieve schat, dag lieve Aly en Sjeffie.

Je Sjef en vader.

Dag lieve moeders, vele kussen van uw zoon Sjef, en ook u vader vele kussen. Dag broers en zusters, gekust van mij, het ga u allen goed.

Uw Sjef

Doe de groeten ook aan Teun en Annie, Klaas en Trien en wens hun van mij het aller beste toe.

Gekust door je lieveling
Dag Aly en Sjeffie
Eert je moeder.

J. SWOLFS

Zie ook MAN DIE SJEF SWOLFS ARRESTEERDE VOOR DE RECHTER

Meer over het Zaanse verzet is te zien in deze documentaire van Monumenten Spreken.