BEGROTING ARTILLERIEBEDRIJVEN 1916

BEGROTING ARTILLERIEBEDRIJVEN

Vergadering van de Ministerraad in begin december 1915:
In Memorie van Antwoord op het afdelingsverslag, betreffende het wetsontwerp tot vaststelling van de begroting van inkomsten en uitgaven van het Staatsbedrijf der Artillerie Inrichtingen voor het dienstjaar 1916 en nadere voorziening ten aanzien van de rente, door het bedrijf aan ‘s Rijks middelen uit te keren zei de Minister van Oorlog , N. Bosboom, over:

LONEN EN TOESLAGEN

Dat het niet in het voornemen lag om aan de ambtenaren van het Staatsbedrijf der Artillerie Inrichtingen een toelage te geven voor de buitengewoon lange werktijd, wel werd aan ambtenaren van deze inrichtingen, van wie het traktement minder dan hfl. 3600 bedroeg, een maandelijkse premie toegekend, welke verband hield met de meer productie van de inrichtingen in de voorgaande maand (november 1915) in vergelijk met de productie van de inrichtingen onder normale omstandigheden.

Minister van Oorlog – N(icolaas) Bosboom

Aangezien de lonen van de werklieden in 1914 al verhoogd waren lag het niet in zijn bedoeling om deze nogmaals te verhogen.
Dat de dienst zwaar was werd niet door de Minister ontkend. Hij greep de gelegenheid ook aan om zijn voldoening uit te spreken over de toewijding en ijver waarmee het personeel onder zware omstandigheden zijn taak had verricht, doch hij vond niet dat de daaraan verbonden langere werktijd geen aanleiding gaf voor een algemene loonsverhoging. Dit omdat het loon voor elk uur overwerken al met 50% werd verhoogd.

GEEN VERLOF

Dat aan de Artillerie Inrichtingen het Taylorstelsel¹ zou worden toegepast en dat het personeel geen verlof mocht opnemen bestempelde de Minister als onjuist.
Alleen aan personeelsleden, die door de aard van hun werk niet gemist konden worden omdat bij hun afwezigheid de ongestoorde gang van zaken in het bedrijf in gevaar zou komen, werd geen verlof verleend. Voor deze dagen waarop ze in normale tijden verlof zouden hebben gehad, kregen zij 150% meer loon.
Dat de geest van het personeel in deze moeilijke tijden wel eens minder goed zou zijn, werd door de Minister ernstig betwijfeld. In tegendeel zelfs want het was bij de directie bekend, dat de werklieden uiterst content waren met het extra geld dat zij in deze dure tijden een welkome aanvulling vonden.

JAARLIJKSE LOONSVERHOGING

Een vergelijking van de lonen met die van de oorlogvoerende landen, ging voor de Minister niet op.
Het toekennen van een tijdelijke loonsverhoging, of het toekennen van gratificaties aan de werklieden, vond de Minister niet noodzakelijk. Dit vooral omdat het gebruikelijk was om met de ingang van een nieuw jaar, verhoogd werd. De verhoging van januari 1915 was gezien de tijdsomstandigheden achterwege gebleven. De verhogingen die op 1 januari 1916 in gingen bedroegen (1 tot 4 cent per uur op het normale loon voor de niet vaklieden, het opvoeren van het loon voor vaklieden tot 35 cent in Delft en tot 37 cent aan de Hembrug)

Op grond van de motieven die in het voorlopige verslag waren genoemd, zou het volgens de Minister aanbeveling verdienen, als de werklieden werkzaam in de fabrieken aan de Hembrug, in Zaandam zouden wonen. Maar hij zag ook dat er dan zeer vele met elkaar strijdende belangen in het spel zouden komen.

PENSIOENEN

Betreffende de tegemoetkoming in de kosten van verpleging van gezinsleden zei de Minister dat er in geen enkel land zoveel vrijgevige bepalingen, met betrekking op dit onderwerp zijn en hij het niet raadzaam vond om hierin nog verder te gaan.
De inhoudingen voor weduwen en wezenpensioen op de lonen van de losse arbeiders geschiedde volgens de weduwenwet voor Rijkswerklieden 1914 in verband met de wet van 18 Juli 1910 (Staatsblad nr. 109) tot regeling van de pensioenen van de mindere geëmployeerden enz. Op daggeld bij de inrichtingen van ‘s Rijks zee en landmacht.
De arbeiders die na de oorlog weer werden ontslagen, stonden ten aanzien van deze inhoudingen op dezelfde lijn met alle losse arbeiders. Op welke de genoemde wetten van toepassing waren.
Overwogen werd of het wenselijk was de wetgeving met betrekking tot dit onderwerp te wijzigen.
Van gebrek aan medewerking vanuit de directie der Artillerie Inrichtingen en het Departement van Oorlog was geen sprake.

HEMBRUG HOGER LOON DAN DELFT

Met het oog op de afgelegen ligging van de Artillerie Inrichtingen aan de Hembrug en de alle daaraan verbonden bezwaren, vond de Minister het billijk dat de lonen hier dan ook hoger waren als die te Delft. Het lag om die reden dan ook niet in zijn bedoeling om deze lonen gelijk te trekken.

VERGUNNING VOOR BEZOEK AAN BUITENLAND

De maatregel dat voor personen die bepaalde beroepen uit oefenen, de Minister een vergunning moeten vragen om het land te mogen verlaten, golden ook voor het personeel van de Artillerie Inrichtingen.
Tijdens het aanvragen van de vergunning werd er in ieder geval afzonderlijk onderzocht of er door het verlaten van het land door de betrokken persoon gevaar ontstond / of kon ontstaan met betrekking tot lands defensiegeheimen.

ONTSLAG AANGEVRAAGD

Dat de heer Muysken, voorzitter van de Raad van Toezicht ontslag had aangevraagd, had de Minister met leedwezen vernomen. Hij achtte zich niet gemachtigd om de reden hiervan mede te delen. Wel zei hij dat er tussen dhr. Muysken en de directie van de Artillerie Inrichtingen, geen verschil van inzichten bestond, die een reden voor de ontslag aanvraag zouden hebben gegeven.

©PDKAIH2019, ©foto Wikipedia

¹Taylorstelsel:
systeem van wetenschappelijke bedrijfsleiding, met het doel om uit de arbeid het hoogste rendement te krijgen, door iedereen op de juiste plaats en wijze werkzaam te stellen, alle onnodige bewegingen uit te schakelen en zodoende alle verspilling van energie te voorkomen. Het berust op een nauwgezet onderzoek van een ieders arbeidsprestatie.

Advertenties

DODE FOERIER BIJ DE ARTILLERIE INRICHTINGEN HEMBRUG

DE DOJE FOERIER VAN DUIVELSEILAND.

De wachtpost bij de Artillerie Inrichtingen aan de Hembrug was wel de eenzaamste wacht die een milicien kreeg toegewezen.

Miliciens

In elke lichting deed het verhaal de ronde dat je, als je daar op wacht stond, er voor moest zorgen dat je een pakje tabak bij je had, want elke nacht, om klokslag twaalf uur, kwam de “doje foerier” om tabak vragen.
Lang geleden zou een foerier zich daar aan het Duivelseiland hebben verdronken.
Daarom kon hij geen rust vinden en keerde hij elke nacht naar dezelfde plek terug.
De jongens die dat wachtje moesten kloppen waren dikwijls zo bang dat ze het wachtje verkochten.
Toen het de beurt was van de Waal Malefijt, in het jaar 1904, heeft hij in die eenzame nacht goed uit zijn doppen gekeken, maar de “doje foerier” heeft hij niet gezien.
Nadat de wachtpost aan de Hembrug was ingetrokken werd er niet meer over deze foerier gepraat.

Bron Spokerijen in Amsterdam en Amsteland.

HET ONTSLAG VAN A.WILOD VERSPRILLE

A. WILOD VERSPRILLE

De 1e Luitenant der infanterie A. WILOD VERSPRILLE was in de mobilisatiejaren voorafgaande en gedurende de 1e wereldoorlog tewerkgesteld bij de Artillerie Inrichtingen Hembrug en daar verantwoordelijk voor het keuren van de door het bedrijf in Amerika aangeschafte Colt mitrailleurs.

M1895 Colt Browning mitrailleur

Aan het einde van deze oorlog, werd hij door de directie van de Artillerie Inrichtingen belast met het op grote schaal aanmaken van lichte mitrailleurs.
Toen het een en ander, ondanks diverse gesprekken met hem niet naar volle tevredenheid werd uitgevoerd, werd VERSPRILLE ontslagen.
Volgens VERSPRILLE was dit ontslag volkomen onterecht en hij schreef dan ook een brief naar het Departement van Oorlog met het verzoek een onderzoek in te stellen naar zijn ontslag.

DE BEHANDELING VAN HET VERZOEK

Het verzoek werd onder n°.166 op de agenda geplaatst: 166. Inlichtingen op het adres van A. WILOD VERSPRILLE, 1e luitenant der infanterie op non-activiteit, te Nijmegen, houdende verzoek een onderzoek te willen instellen naar zijn ontslag bij het Staatsbedrijf der Artillerie-Inrichtingen. (Gedrukt onder n°. 439 der Zitting 1921—1922.)

(439. 1.)

BRIEF VAN DE MINISTER VAN OORLOG

Aan den Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal.

’s Gravenhage, 21 februari 1922,

Ter voldoening aan het gevraagde in Uw schrijven van 11 november 1921, n°. 154, heb ik de eer U Hoogedelgestrenge het volgende te berichten omtrent het verzoekschrift van den 1e luitenant A. WILOD VERSPRILLE.

 De directie der Artillerie Inrichtingen belastte in februari 1918 den eerste-luitenant A. WILOD VERSPRILLE met de leiding en de aanmaak op grote schaal van lichte mitrailleurs, o. a. omdat deze officier gedurende zijn verblijf aan de Artillerie-Inrichtingen een uitgebreide kennis omtrent verschillende stelsels van mitrailleurs had opgedaan en hij belast was geweest met de keuring van de tijdens de mobilisatiejaren in Amerika bestelde COLT-mitrailleurs, welke keuring hij zeer tot tevredenheid van den vertegenwoordiger van het munitiebureau te New-York had verricht en waardoor hij zijn kennis omtrent de vervaardiging van mitrailleurs had verrijkt.
Voorts werd mede rekening gehouden met het gunstige oordeel, dat de directie had omtrent den technische aanleg van requestrant, in verband met diens vroeger werk bij de Wapenfabriek. Op grond van een en ander mocht de directie verwachten, dat de mitrailleuraanmaak bij meer genoemden officier in goede handen zou zijn.
De heer WILOD VERSPRILLE behoefde geenszins tot het op zich nemen der leiding te worden overgehaald; hij had bij de directie krachtig op het ter hand nemen van de mitrailleuraanmaak aangedrongen en zich geheel vrijwillig en gaarne voor de leiding van die aanmaak beschikbaar gesteld.
Dat de directie alleen de heer WILOD VERSPRILLE tot de aanmaak in staat zou hebben geacht is niet juist. Aanvankelijk werkte genoemde officier onder de bedrijf chef van de Wapenfabriek, terwijl de directie uitdrukkelijk verlangde, dat zoveel mogelijk overleg zou worden gepleegd met de beproefde speciale wapentechnici, die de voorafgegane voorbereiding en gedeeltelijke uitvoering van de aanmaak voor deze mitrailleurs op kleiner schaal hadden geleid, doch nu te zeer bezet waren met ander werk om ook met de aanmaak in het groot te worden belast.
Na het vertrek van genoemde bedrijf chef in augustus 1918 kreeg de heer WILOD VESSPRILLE geheel zelfstandig de leiding van de mitrailleurfabriek; ook daarna werd hem er meermalen op gewezen, dat hij het gewenste verband met de Wapenfabriek zoveel mogelijk in het oog had te houden.

Inderdaad werden na ongeveer een jaar enkele mitrailleurs ter oplevering aangeboden; deze bleken evenwel ongeschikt voor het gebruik, omdat zij onvoldoende werkten en de te eisen onderlinge verwisselbaarheid van de onderdeden alles te wensen overlieten.
Voorts had de inmiddels ingetreden demobilisatie gelegenheid gegeven, meer tijd en zorg te besteden aan het zoeken naar de meest doeltreffende vorm en de beste wijze van harden en afwerken van de onderdelen.
Dit had echter niets te maken met de kardinale fouten, welke, zo langzamerhand bleek, aan het werk van de heer WILOD VERSPRILLE kleefden.
De instelling van een zogenaamde keuringscommissie ten einde zekerheid te krijgen, dat aan billijke eisen beantwoorde wapens zouden worden geleverd, was niets anders dan de toepassing van de bij de Wapenfabriek steeds gevolgde regel om afgewerkte wapens te laten onderzoeken door personeel, dat onafhankelijk is van degene, die met de aanmaak daarvan is belast.
Daarbij werden geenszins zwaardere eisen gesteld dan redelijkerwijze behoord te geschieden. Trouwens, later is alles wat men indertijd van den heer WILOD VERSPRILLE ten aanzien van de mitrailleurs verlangde — en meer dan dat — bereikt geworden. Evenmin als voor andere wapens was voor deze mitrailleurs schriftelijke formulering nodig om tussen vakmensen te kunnen weten, welke eisen op redelijke wijze moesten en konden worden gesteld. Deze waren in hoofdzaak, dat de wapens behoorlijk zouden schieten en de delen onderling verwisselbaar zouden zijn. Ook nu zijn die eisen nog niet nader schriftelijk vastgelegd, zonder dat daarom iemand in twijfel verkeert hoe de wapens moeten zijn.

Lewis mitrailleur

Er is ook geen ruimte voor de opvatting alsof requestrant als bij verrassing’ voor eisen zou zijn gesteld, waarop hij niet van de aanvang af had behoren te rekenen. Schriftelijke formulering heeft hij nooit gevraagd, noch aan de keuringscommissie, noch aan de directie. Voor hem bestond verder niet de minste verplichting om zich te onderwerpen aan eisen van de commissie als die hem onredelijk zouden zijn voorgekomen. In dergelijk geval had hij zich tot de directie kunnen en moeten wenden. Afgezien wellicht van enkele zaken van ondergeschikt belang, heeft hij echter nooit meningsverschillen omtrent keuringseisen aan het oordeel van de directie onderworpen.

Wel was er herhaaldelijk een meningsverschil tussen den heer WILOD VERSPRILLE en de keuringscommissie over de vermoedelijke oorzaak van gevonden gebreken, de beste wijze om die weg te nemen, enz., doch dit was voornamelijk te wijten aan zijn streven om anderen, meer dan wenselijk zou zijn geweest, buiten de bijzonderheden van de fabricage te houden en gemaakte fouten zoveel mogelijk te verbergen. Dat hierdoor snel afleveren niet werd bevorderd spreekt vanzelf.
De voorstelling alsof het optreden van de commissie remmend zou hebben gewerkt op de goede gang van zaken is ten enenmale onjuist. Integendeel, de commissie heeft voortdurend met buitengewone toewijding getracht slechts het belang van de zaak in het oog te houden en opbouwend te werken. Het model van de mitrailleur heeft door het optreden van de keuringscommissie geen verandering ondergaan. Wel zijn, even goed als dit voor de instelling van de commissie en na het vertrek van den heer WILOD VERSPRILLE geschiedde, ook gedurende de samenwerking met de commissie kleine veranderingen, waarvan de ondervinding de wenselijkheid had leren inzien, aangebracht, als zulks met het oog op leveringstijd, kosten, enz., zonder bezwaar mogelijk was. Echter wees de directie er herhaaldelijk met veel klem op, dat de heer WILOD VERSPRILLE de volle verantwoordelijkheid bleef behouden en dat hij verbeteringen, door de keuringscommissie aangegeven, alleen dan had te aanvaarden, als hij die ook zelf werkelijk voor verbeteringen hield. Bij verschil van mening, hetwelk niet door proeven kon worden opgelost, zou de directie kunnen beslissen. Inderdaad zou door hen, die na het vertrek van de heer WILOD VERSPRILLE de fabricage tot een goed eind wisten te brengen, veel onderdeden als onbruikbaar ter zijde gelegd moeten worden. De oorzaak daarvan lag echter uitsluitend bij de eerst later in hare volle omvang duidelijk geworden onverantwoordelijke en lichtvaardige werkwijze van requestrant. Een gedeelte de afgekeurde onderdeden heeft later bij de aanmaak van exercitiemitrailleurs nuttige aanwending gevonden.

Toen de directie bij het persoonlijk nagaan van wat zij op gezag de aan haar verantwoordelijke personen gemeend had te kunnen aannemen, tot de overtuiging kwam, dat zij geen vertrouwen meer kon blijven stellen in de opgaven van de heer WILOT VERSPRILLE omtrent levertijd, prijs, enz. alsmede omtrent de door hem aangegeven oorzaken van vertragingen, oordeelde zij dat een onderzoek nodig was. Daar zij zelf te zeer door andere bezigheden in beslag werd genomen, droeg zij dit onderzoek op aan een commissie, bestaande uit de drie bedrijfschefs. Dat deze commissie van huis uit noch requestrant noch zijn werk ooit sympathiek gezind was, is een bewering, waarvoor niet de geringste redelijke grond is bij te brengen. Hoewel slechts een van deze bedrijfschefs bijzondere ervaring had van de wapenfabricage, waren allen zonder enige twijfel zeer goed in staat te beoordelen, welke fouten er aan de leiding van den mitrailleuraanmaak kleefden.
De commissie ontdekte bij haar onderzoek zeer ernstige tekortkomingen; het na het vertrek van de heer WILOD VERSPRILLE voortgezette meer gedetailleerde onderzoek heeft de juistheid van het rapport van de bedrijfschefs volkomen bevestigd. De commissie had volle vrijheid haar taak op te vatten zoals zij nuttig achtte. Dat zij den heer WILOD VERSPRILLE niet voortdurend bij het onderzoek aanwezig lieten zijn, is begrijpelijk. Zij achten zich genoodzaakt verschillende ploegbazen buiten tegenwoordigheid van requestrant te horen, omdat zij de indruk had gekregen, dat laatstgenoemde de directie en de keuringscommissie niet eerlijk inlichtte en zijn ondergeschikten er toe aanzette, gemaakte fouten te verzwijgen en te verbergen.

Op grond van vorenbedoeld rapport moest de directie tot de overtuiging komen, dat niet mocht worden gerekend op aflevering van lichte mitrailleurs in afzienbaren tijd, indien werd voortgegaan als tot dusverre; zij achtte het daarom noodzakelijk, de heer WILOD VERSPRILLE de leiding van den mitrailleuraanmaak te ontnemen. Dit besluit en de gronden daarvoor werden de heer WILOD VERSPRILLE door een van de directeuren persoonlijk in een langdurig onderhoud in zijn huis medegedeeld en toegelicht. Hem werd aangeraden gedurende 14 dagen of een maand met verlof te gaan, waarna men, in verband ook met het verdere verloop van het onderzoek naar de toestand, nader zou kunnen beslissen. Het maakte de indruk, dat de heer WILOD VERSPRILLE hierop zou ingaan.
De volgenden dag bleek echter, dat hij zich tot het Departement van Oorlog had gewend met een weinig doordacht schrijven, waarin hij beweerde, dat hem grof onrecht werd aangedaan, dat niet hij schuld droeg aan de mislukking maar de directie en de keuringscommissie, en dat de fabricage in dé war zou lopen als hij niet bleef. Hij wenste ook de leiding niet over te geven en verklaarde zijn functie als bedrijf chef te zullen blijven bekleden, totdat de beslissing van den Minister van Oorlog omtrent zijn ontheffing als zodanig zou zijn genomen.
Deze houding kan natuurlijk niet worden geduld. Het eind was, dat hem de toegang tot het terrein van de fabrieken moest worden ontzegd. Hij kwam toen terug op zijn besluit om geen gebruik te maken van het aangeboden verlof. Door deze wijze van optreden had de heer WILOD VERSPILLE zowel bij zijn chefs en kameraden als bij zijn ondergeschikten zoveel van zijn prestige ingeboet, dat het onmogelijk zou zijn geweest om hem te handhaven in enige betrekking bij de Artillerie-Inrichtingen. Daarom stelde de directie voor, hem bij zijn wapen terug te plaatsen.

De aflevering van mitrailleurs aan de korpsen, ongeveer 5 maanden nadat requestrant uit zijn functie van bedrijf chef van de mitrailleurfabriek was ontheven, is uitsluitend te danken geweest aan de ingrijpende wijziging, welke na zijn vertrek in de fabricage werd aangebracht.
Het ontslaan van losse werklieden hield verband met de. bedoeling om de in verkeerde banen geleide fabricage van verschillende onderdelen tijdelijk stop te zetten, totdat al het aangemaakte door de nieuwe leiders grondig zou zijn nagegaan; en geschift, en de nodige verbeteringen zouden zijn aangebracht.

Minister van Oorlog J.J.C. van Dijk

De beschuldiging, dat de directie bij de moeilijkheden van 1919 in gebreke zou zijn gebleven in het geven van leiding ter zake, mist elke grond. Zij heeft, zoveel het haar mogelijk was aandacht aan de mitrailleurfabriek gewijd en daarbij aanhoudend getracht de zo nodige samenwerking te verzekeren, wat haar, voor zover het de keuringscommissie betreft, ook ten volle gelukte, doch bij requestrant afstuitte op diens overdreven gevoel van eigenwaarde en zijn zucht om liever fouten te verbergen dan eerlijk naar verbetering te streven. Het waren zijn laakbare handelingen die tot gevolg hadden, dat de leiding niet altijd het gewenste effect kon hebben. Dat vele vervaardigde onderdelen als waardeloos werden afgekeurd, had kunnen worden voorkomen als requestrant volgens de bedoelingen der directie had willen samenwerken met anderen; bij de besprekingen erkende hij. dat zulks nodig was en beloofde hij, dat hij dit verder ook zou doen.
Het geldelijk nadeel, ontstaan door vervanging van het groot aantal onderdelen, moet worden geweten aan de onverantwoordelijke werkwijze van requestrant; het behoeft geen betoog dat de directie nooit zoveel delen zou hebben afgekeurd, als die behoorlijk voor oorlogswapens bruikbaar hadden kunnen worden geacht.

Zowel uit de behandeling van deze aangelegenheid vanwege het Departement van Oorlog, als uit het destijds ingestelde onderzoek door een commissie, bestaande uit 2 officieren buiten de Artillerie-Inrichtingen, omtrent verschillende onderwerpen, welke in de Tweede Kamer der Staten-Generaal ten aanzien van dit Staatsbedrijf te berde waren gebracht, is overtuigend gebleken, dat requestrant de hem opgedragen taak op zeer onvoldoende wijze heeft uitgevoerd en dat de scherpe vorm, die het optreden tegenover hem heeft moeten aannemen, gevolg is geweest van zijn eigen ondoordachte handelwijze.
Op grond van een en ander oordeelde mijn ambtsvoorganger het niet nodig, een nader onderzoek te doen instellen. Ook ondergetekende acht een nader onderzoek overbodig, terwijl hij van mening is, dat voor het geven van genoegdoening geen termen aanwezig zijn.

De Minister van Oorlog,
VAN DIJK

NOGMAALS WILOD VERSPRILLE

Wie dacht dat WILOD VERSPRILLE nu van het toneel was verdwenen heeft het mis.
Vlak voor het uitbreken van de 2e wereldoorlog had de Artillerie Inrichtingen een order voor de levering van pantsergranaten voor het Böhler PAG geschut geplaatst bij de munitiewerkplaats NV Metaalwarenmaatschappij Johan de Witt gelegen aan De Staart in Dordrecht

In stelling gebrachte Böhler PAG met op de achtergrond twee pantserwagens

Deze fabriek viel militair gezien officieel onder het DMKL, maar vanwege de order en het ter plaatse aanwezig zijn twee Böhler PAG stukken verantwoording voor deze zaken verschuldigd aan de Artillerie Inrichtingen. Bij het uitbreken van de oorlog werd er regelmatig telefonisch contact onderhouden met directeur Den Hollander van de Artillerie Inrichtingen. Deze gaf de zo verkregen informatie direct door aan het A.H.K.

Op 29 juli beantwoorde Den Hollander een brief N.M. Japikse van het Regelings Bureau van het Algemeen Hoofdkwartier die hem had verzocht om een kopie van de aantekeningen van de telefonisch doorgegeven berichten.

13 mei 1940 ± 10 uur

De Reserve Majoor voor spec.diensten A.WILOD VERSPRILLE, bedrijfsleider van de N.V. Johan de Witt te Dordrecht deelt telefonisch vanuit de fabriek dezer N.V. mede:

“In Dubbeldam zijn Duitsche pantserwagens gezien. De verdediging van de verbinding Moerdijk Rotterdam is onvoldoende sterk. De garnizoenscommandant te Dordrecht is pessimistisch gestemd”

Dit bericht werd door mij aanstonds doorgegeven aan het A.H.K.
Toestel nr. 426

Iets later

Dezelfde berichtgever deelt vanaf dezelfde plaats telefonisch mede:

“De pantserwagens welke te Dubbeldam zij gezien, zouden door de Duitsche troepen buitgemaakte Nederlandsche pantserwagens zijn. Er is ten zuiden van Dordrecht behoefte aan geroutineerde troepen onder leiding van oude, actieve officieren. Een kapitein Dokter, behorende bij een afdeling van 17 R.A. vertelde de reserve Majoor VERSPRILLE, dat zijn afdeling door Duitsche troepen gevangen genomen is na hevig vechten. Daarbij heeft zich moedig gedragen de Kapitein Tenge, die een “flink officier” genoemd werd. Onbekend is waar de krijgsgevangen Nederlanders zijn afgevoerd.
Hedenmorgen waren Duitsche troepen in het Oranjepark te Dordrecht. Ze zijn thans weggetrokken. Ondertussen zijn nog geen uur geleden 50 parachutisten bij Zwijndrecht geland.”

Doorgegeven aan het A.H.K.

Duitse parachutisten thv Zwijndrecht

12.15 uur

De Res.Majoor v. spec.diensten A.WILOD VERSPRILLE telefoneert mij uit zijn fabriek:

“Zo even is in de fabriek een soldaat binnengekomen, naam Colignon, radio telegrafist van de Genie bij de Lichte Divisie. Hij was met vier anderen belast met de bediening van een radiouitzendingsauto van de I.D. te Dubbeldam en kreeg de tussen 7 en 8 uur opdracht van kapitein Mulder opdracht de zendinstallatie van deze auto onklaar te maken en zich met de vier anderen naar het veer in Papendrecht te begeven. Ook de wielrijders, bescherming van zijn afdeling moesten weg. Op weg naar het veer werden zij aangevallen door een Duitsche patrouille die hen verspreidde. Colignon komt nu een bootje vragen om daarmee naar Papendrecht over te steken.
Ingenieur Lambeek van de fabriek Johan de Witt heeft telefonisch bericht van de Gemeente secretaris van Dubbeldam, dat enige pantserwagens, beschilderd met een zwart kruis opgerukt zijn in de richting Dordrecht. Daarachter volgt een Nederlandsche Motorafdeeling.”

Door mij doorgegeven aan het A.H.K.

14.10 uur

De Res.Majoor v. spec.diensten A.WILOD VERSPRILLE telefoneert vanuit zijn fabriek:

“De Gemeente Secretaris van Dubbeldam heeft opnieuw gebeld en gevraagd naar een vertrouwde verbinding met Den Haag. Gisteren heeft hij driemaal getracht het A.H.K. te telefoneren, doch slaagde daarin niet. De burgemeester van Dubbeldam had hem opgedragen mede te delen aan Kapt. Lagas van het A.H.K., dat hedenmorgen drie Duitsche pantserwagens, volgens de burgemeester komende uit Brabant en gevolgd door een overvalwagen Dubbeldam in de richting Dordrecht waren gepasseerd. Nederlandsche soldaten lopen in Dubbeldam rond zonder enige leiding, zonder officieren en zonder verbindingen.”

Deze mededeling is door de Re. Majoor VERSPRILLE doorgegeven aan Kapt. Van der Mark, adjudant van de Garnizoenscommandant te Dordrecht.

Door mij doorgegeven aan het A.H.K., toestel nr. 426

IETS LATER

De Commissaris van Politie te Dordrecht telefoneerde ons ter waarschuwing, dat over ongeveer een uur de Duitsche troepen Dordrecht zullen bezetten. Wij (de res. Officieren v. spec. Diensten WILOD VERSPRILLE en Lambeek) trekken ons terug in de richting Rotterdam, na overgave van het beheer van de fabriek aan onze oudste administratieve kracht Wagenaar”

Bronnen Nationaal Archief, Grebbeberg ©PDKAIH2019

GEBRUIKTE AFKORTINGEN

A.H.K.= Algemeen Hoofd Kwartier
DMKL = Directie Materieel Koninklijke Landmacht
 I.D. = Inlichtingen Dienst
PAG = Pantser Afweer Geschut
R.A. = Regiment Artillerie
Requestrant = degene die het /een verzoek doet
SD = speciale dienst

DE 2e WERELDOORLOG EN DE ARTILLERIE INRICHTINGEN deel 1 van 4

PLANNEN VOOR VERNIETIGING VAN DE ARTILLERIE INRICHTINGEN

Toen aan het einde van de dertiger jaren van de vorige eeuw de dreiging van een 2e wereldoorlog steeds heviger werd, waren er door de Artillerie Inrichtingen in het diepste geheim plannen gemaakt om te voorkomen dat het bedrijf in Duitse handen zou vallen.

De plannen behelsden als eerste de verbranding van alle geclassificeerde documenten, tekeningen etc. Daarna dienden de elektrische installaties en hun schakelborden te worden vernield. Als dat was gebeurd stonden er nog een groot aantal zaken in de lijst die handmatig vernield dienden te worden. Nadat het voorgaande naar behoren was uitgevoerd zou men volgens de plannen een groot aantal zware machines, kranen, transformatorruimtes, stoomhamers, smeedhamers, persen, ketels, vulmachines, gebouwen en munitiemagazijnen opblazen.

WAAROM

Dit rigoureuze ingrijpen was nodig omdat de Artillerie Inrichtingen een Staatsbedrijf waren, wat volgens het Landsoorlogsrecht inhield, dat het bedrijf na een capitulatie met alles erop en eraan in handen van de Duitsers zou vallen.

MEERDERE PLANNEN

Voor deze vernielingen met behulp van explosieven bestonden verschillende versies van de plannen.

Als de munitiemagazijnen werden opgeblazen, had dit zoveel vervolgschade dat andere gebouwen al zo zwaar beschadigd waren dat verdere actie waarschijnlijk niet meer nodig was.
Werden de munitie gebouwen in eerste instantie gespaard. Dan werden eerst alle andere panden opgeblazen. Te beginnen bij het centraal, aan de Hemkade gelegen gebouw nr. 2. Mocht er gezien het feit dat de beslissing voor de uitvoering van de plannen pas zo laat mogelijk zou worden genomen, geen tijd meer zijn om alles op te blazen, dan zouden alleen de machines en hun voorzieningen met kleine springladingen, die geen gevaar konden vormen voor de munitiemagazijnen worden opgeblazen.

STRIKTE REGELS VOOR DE VERNIETIGING MET EXPLOSIEVEN

Voor vernietiging met explosieven waren er strikte regels in het plan opgenomen. Er mocht alleen met tijdontstekers worden gewerkt en ook waren er instructies met betrekking tot het gebruik van de ladingen en de vertragers. Ladingen van 500, 1500 en 18000 gram werden specifiek omschreven.

Bij het gebruik van deze zware explosieven moest er een gebied met een straal van 3 km worden geëvacueerd. Die evacuatie zou in voorkomend geval, de tijd die nodig was om de plannen voor vernietiging uit te voeren flink korter maken. De tijd tussen de verschillende zware explosies diende een kwartier te zijn. Waardoor het geheel volgens het ene plan na 3 uur en het andere plan na 4 uur moest zijn uitgevoerd.

LIJST VAN DE GEBOUWEN DIE VERNIETIGD DIENDEN TE WORDEN

1 Machinefabriek voor lichte werktuigen (gebouwen 20, 40 en 293)

afdeling Gereedschappen aanmaak
afdeling Centrale meetafdeling

2 Machinefabriek voor zware werktuigen (gebouw 320)

3 Wapen en projectielen fabriek (geb. 1, 84)

afdeling Projectielen
afdeling Wapen (onderdelen)

4 Warm bedrijf  (gebouwen 55,72 en 333)

afdeling Modelmakerij
afdeling Machinale vormerij (gieterij)
(gebouw 155)
afdeling Harderij
(gebouw 156)
afdeling Smederij

5 Wapen revisie bedrijf

(gebouwen 151, 290, 366)
afdeling Geschut
(gebouw 309)
afdeling Draagbare wapens

6 Hulzen en kogelfabriek

(gebouw 322)
afdeling Kleine hulzen (7,7 en 9 mm)
(gebouw 284)
afdeling Kleine kogels (7,7 en 9 mm)
(gebouw 269)
afdeling Controle afdeling

(gebouwen 294 en 330)
afdeling Middelbare munitie (12,7; 20; 40 mm)
(gebouwen 29 en 112)
afdeling Grote munitie (>40 mm)

7 Munitiesamenstelling

(gebouw 274)
afdeling Trotyl gieterij
(gebouwen 47,48 en 49)
afdeling Aanmaak slagkwik
(gebouw 45)
afdeling Aanmaak slaghoedjes
(gebouw 511)
afdeling Lichtspoorperserij
gebouw 52)
afdeling Trotyl en tetrylperserij
(gebouw 207)
afdeling Samenstelling grote munitie
(gebouw 24)
afdeling Samenstelling kleine munitie
(gebouw 91)
afdeling Inzetten slaghoedjes
(gebouw 57)
afdeling Samenstellen schokbuizen
(gebouw 272a t/m f)
afdeling Loodazyde

 8 Munitie magazijn

(gebouwen 53, 54, 106, 107, 108, 299, 300 en 301)

9 Centrale magazijn )

(gebouw 14)

10 Bedrijfsdienst

(gebouw 40)
afdeling Compressoren bedrijf
(gebouwen 277,325 en 339) 
afdeling  Transformatoren

11 Laboratorium

(gebouw12)

12 Kade

afdeling Kranen

13 Nieuwbouw c.q. uitbreiding

(gebouw 156)
afdeling Granaten perserij
(gebouwen 308 en 342)
afdeling Projectielendraaierij

14 Leger munitie magazijnen

(gebouwen 701 t/m 705)

15 Werkplaatsen firma Sterel en Wechelaar

(gebouw 313)

NOOIT UITGEVOERD

Op de 14e mei 1940 had de toenmalige directeur Ir. F(ranciscus).Q, den Hollander aan Nederlands hoogste regeringsmacht, de Generaal H(enry). G. Winkelman gevraagd of hij de plannen voor de vernielingen moest uitvoeren. Het antwoord luidde, nee dat mag niet. En zo kwam de bezetter in het ongeschonden bezit van het Staatsbedrijf der Artillerie inrichtingen.

Ir F.G. Jungeling / Kolonel H.G. Winkelman / de brief

ENQUETTE COMMISIE

Na de oorlog werd er een Enquête Commissie in het leven geroepen die o.a. zich bezig hield met militair beleid en gebeurtenissen gedurende ww2

In december 1955 schreef O.J. Siersema, Kolonel van de Generale Staf, in een brief aan de toenmalige directeur van de Artillerie Inrichtingen, Ir. F.G. Jungeling over de vraag die Den Hollander op 14 mei 1940 gesteld had.

“Naar aanleiding van de door Ir. F.Q. Den Hollander voor de Enquête- Commissie afgelegde verklaring (deel 7c/verhoren blz. 632 e.v.) moge ik u het volgende berichten omtrent het tot stand komen van het besluit tot het intact laten van de Artillerie Inrichtingen op 14 mei 1940.
Nadat ik de Heer Den Hollander had ingelicht over het besluit van de O.L.Z.1 om tot capitulatie over te gaan en hij de vraag omtrent het eventueel vernietigen van de fabriek had gesteld, besprak ik deze kwestie met mijn directe chef. Onze opvatting was, dat een dergelijke gewichtige beslissing moest worden genomen door de hoogste autoriteit. Ten gevolge van de vele dringende zaken, die moesten worden geregeld, kon de vraag eerst laat in de avond worden voorgelegd. Er vond toen een overleg plaats; Ik kan mij niet meer precies herinneren, wie daarbij aanwezig zijn geweest. De O.L.Z. besliste uiteindelijk dat de fabriek intact moest blijven, waarop ik de Heer Den Hollander hiervan. telefonisch op de hoogte stelde.

Het besluit werd genomen op grond van twee overwegingen.

1. gelet op het feit, dat in Nederland zelf nog gevochten werd en de Franse, Engelse en Belgische legers in Noord België stonden, mocht de mogelijkheid, dat het getij alsnog zou kunnen keren, niet worden uitgesloten.

2.de capaciteit van de fabriek was in verhouding tot de totale capaciteit, die ter beschikking van de vijand stond gering.

Wellicht kunt u aanleiding vinden, deze brief bij de betreffende dossiers te voegen.”

Bronnen NIMH, Grebbenberg,Archieven.nl ©PDKAIH2019

1O.L.Z. =  Opperbevelhebber van Land en Zeemacht

HOE ONS LEGER AAN ZIJN BEWAPENING KOMT.

HOE ONS LEGER AAN ZIJN BEWAPENING KOMT.

Deze week (28 october 1916) heeft, de Minister van Oorlog aan een twintigtal vertegenwoordigers van de Nederlandsche pers gelegenheid gegeven een kijkje te nemen in onze wapen- en ammunitiefabrieken. Een goede gedachte voorwaar. Wel was reeds eenige tijd geleden een overzicht gegeven van wat er voor ons leger is aangemaakt sedert het begin der mobilisatie, maar het publiek leest in de oorlogsberichten voortdurend van zoo’n ontzaglijk verbruik van ammunitie en wapens, dat werkelijk wel meer dan een officieele meededeling gewenscht is, om de overtuiging te vestigen dat er inderdaad héél wat gedaan is om de bewapening van ons leger te brengen op het peil dat de oorlog van onze dagen eist.

Dat journalistenbezoek gold natuurlijk allereerst de artillerie-inrichting aan de Hembrug, waarheen in 1897 al de wapen-inrichtingen werden overgebracht die wij toen in verschillende plaatsen hadden, en waar sedert 1904 onze geweren in hun geheel worden gemaakt.

Oude foto van de Artillerie Inrichtingen

Toch is sedert de mobilisatie de inrichting aan de Hembrug tot een volledige wapenfabriek geworden. Het aantal werklieden is er vertiendubbeld, de gebouwen zijn vergroot door bijbouw en door nieuwe verdiepingen. Maar nu wordt dan ook de geheele bewapening van ons leger in al zijn tallooze onderdeelen, daar vervaardigd. Om een klein begrip te geven wat bijvoorbeeld het maken van een geweer beteekent, vermelden we, dat een geweer bestaat uit 88 onderdelen. Er zijn onder die onderdelen verschillende, die 60 en 70 bewerkingen en meer, ja tot zelfs 138 bewerkingen moeten ondergaan.

Voor de bewerking van de kolven alleen is een geheele afdeeling ontstaan, die zelf haar boomen koopt, zelf de planken zaagt, waaruit de kolven, na droging van het hout, machinaal worden vervaardigd.

Tegenwoordig worden ook de propellers (schroefbladen) der vliegmachines hier gemaakt. Vroeger werden deze uit Frankrijk betrokken. Onze vliegers wilden aanvankelijk van het Ned. fabrikaat weinig weten, doch toen ten slotte geen invoer meer plaats had, moest men noodgedwongen gebruik maken van het eigen fabrikaat en… ze bleken beter te zijn dan de buitenlandsche.

De wapenfabriek bezichtigende, zagen we achtereenvolgens alle bewerkingen die de verschillende onderdeelen van het geweer moeten ondergaan, alles met machines, zoo vernuftig en zeker arbeidend dat één man vaak vijf machines kan bedienen, we denken bv. aan het boren der loopen. Dit gedeelte van het werk is zeker wel het meest belangrijke en toch is er slechts één werkman voor verschillende machines noodig. De boor der machine is zo gesteld, dat zij tot op een gedeelte van een millimeter nauwkeurig steeds ‘t gat op de juiste plaats in den juiste vorm boort.

Na de interessante bewerkingen te hebben gezien, kregen we in de controle-afdeeling gelegenheid ons een denkbeeld te vormen van de scherpe controle, die ieder onderdeel tot het allerkleinste deeltje van het geweer, moet ondergaan, alvorens gebruikt te mogen worden. Met allerlei werktuigen worden de onderdeelen onderzocht op de maten, de hardheid van het staal enz. Een buitengewoon secuur werkje is het onderzoeken van de looprichtingen, wat op het oog geschiedt, slechts door langdurige ervaring kan men daarin een zekere vaardigheid verkrijgen. De tenslotte goedgekeurde deelen komen dan in de afdeling ,,samenstelling”, waar de geweren in elkaar worden gezet, om dan geheel gereed te worden afgeleverd. Zonder het juiste aantal te noemen, mogen we wel vermelden, dat dagelijks honderden geweren dit gedeelte van de fabriek verlaten. Nog eenmaal worden dan de geweren beproefd. Geen enkel geweer wordt in gebruik genomen, voordat het is ingeschoten.

Zoals met de geweren, geschiedt ook de afwerking van alle andere wapens. Ook deze fabricatie geschiedt machinaal. Handenarbeid is er, behalve de controle, bijna niet. De werklieden van deze fabrieken zijn in hoofdzaak burger-werklieden, doch een groot deel hunner is aan de verschillende troepenafdeelingen onttrokken, dit zijn dienstplichtigen met verlof. In den laatsten tijd is een inrichting aan de fabriek geopend, waar militieplichtigen tot geweermaker worden opgeleid.

Getuigschrift wapenmaker ©Emiel

Maar ook de munitie-industrie moest worden aangevat. Het was noodzakelijk, dat men er op rekende op eigen kracht te zijn aangewezen. Gelukkig hebben we ons kunnen overtuigen, dat ook onze munitie-productie een groote vlucht genomen heeft. Het is ons niet geoorloofd mede te deelen, wat op dit gebied gemaakt wordt, doch wel kunnen we vermelden, dat in de munitiefabrieken alle ammunitie gemaakt wordt, alle soorten kogels voor handvuurwapens en voor kanonnen van de kleinste tot de grootste afmetingen, waarbij bleek, dat ook het zware geschut niet meer ontbreekt, handgranaten, mijnenwerpers, bommen voor vliegmachines, granaatkartetsen, eenheidsprojectielen, brisantgranaten, enz.

Heintje Garenstroom met de grootste en kleinste granaat. ©ANP

Op aanschouwelijke wijze werd ook hier weer aangetoond, hoeveel machines er noodig zijn voor de afwerking van één patroon, één bom of granaat. Hoe tot in tiende deelen van millimeters nauwkeurig de afwerking moet zijn. Slechts voor enkele onderdelen van de munitiefabricage wordt op dit ogenblik gebruik gemaakt van de particuliere industrie.

Het aantal onderdeelen van granaten enz. is al even talrijk als van de handvuurwapens en de bewerking dier onderdeelen moet zo mogelijk, met nog grooter nauwkeurigheid plaats hebben dan die van de vuurwapens. De minste afwijking kan niet alleen het projectiel onbruikbaar of ondeugdelijk maken, maar bovendien alle berekeningen omtrent den tijd van ontploffing enz. omver werpen. Zoo nauwkeurig is dan ook de controle, dat b.v. voor één granaat 156 mallen en meetwerktuigen noodig zijn, om de controleering te doen plaatshebben.

De afdeeling voor de vervaardiging en de behandeling van de springstoffen ligt geheel afzonderlijk. Alle springstoffen worden ook al weer in de artillerie-inrichting vervaardigd. Het spreekt vanzelf, dat alle mogelijke voorzorgen zijn genomen zoowel voor de werklieden, die met de springstof omgaan, als voor hun in de omgeving werkende mede-arbeiders.

Het zeer gevaarlijke slagkwik wordt in huisjes, achter af liggende, gedroogd en met andere ontplofbare bestanddeelen vereenigd tot sas, de springstof voor de slaghoedjes. In ieder huisje, dat met een netwerk van bliksemafleiders is omgeven, werkt slechts één man. Het huisje is door hooge aarden wallen geheel geïsoleerd. Nimmer kan dus iemand, die hier werkt, door de onvoorzichtigheid van een collega een ongeluk krijgen, terwijl ook door eigen onvoorzichtigheid nimmer een ernstige ramp kan ontstaan.

Vullen van munitie

Het sas wordt verdeeld in kleine hoeveelheden in doosjes, die van buitenaf, door den vervaardiger worden geplaatst in een lokaaltje, dat geheel met pantserstaal is afgesloten. In een volgend lokaaltje, dat verdeeld is in celletjes, weer met pantserstaal omgeven, zitten eenige werklieden, die belast zijn met het vullen van de slaghoedjes en die daartoe de gevulde doosjes wegnemen door een klein luikje. Ze nemen een hoeveelheid voor een paar vullingen en zetten het doosje dan weer achter het luikje. De vulling geschiedt door de verdeeling over een messing-liniaal, waarin twaalf slaghoedjes zijn geplaatst. Door een spleet, die juist ruim genoeg is, om de gevulde liniaal door te geven, schuiven ze de gevulde linialen naar den achter den pantsermuur werkende man, die de liniaal verder doorgeeft ter afwerking. De vulling der linialen geschiedt onder een plaat van onbreekbaar glas, zodat wanneer de kleine hoeveelheid sas nog eens tot ontploffing zou komen, de werkman daarvan geen of althans weinig hinder zou hebben.

We hadden nog gelegenheid een kijkje te nemen in de kogelgieterij, waar de kartetsen en handgranaten o.a. gegoten worden.

Uit de groote koepelovens vloeit het vloeibare ijzer als water weg om dan in de vormen gegoten te werden voor de gietijzeren projectielen. Het smelten van messing, het metaal voor de patroon en granaathulzen heeft plaats in hel opvlammende olie-ovens.

Koepelovens in de gieterij

In wording is de inrichting voor het persen van stalen granaten, die tot dusver uit het buitenland betrokken werden.

Het vullen der hulzen, het mallen en controleeren daarvan, het vullen van de projectielen, geschiedt in afzonderlijk liggende gebouwen onder de strengst mogelijke controle en voorzorgen.

Ons volgend bezoek gold de elders gelegen opslagplaatsen en werkplaatsen der artillerie, een sedert de mobilisatie in gebruik genomen, uitgestrekt terrein met grote magazijnen en stapelplaatsen. Op de buitenterreinen zagen we grote voorraden staal voor projectielen en reeds gedeeltelijk afgewerkte projectielen, terwijl de magazijnen volgepakt zijn met allerlei onderdeelen.

Vullen en samenstellen

De munitie zelf wordt hier niet opgestapeld, doch zoo spoedig mogelijk gedistribueerd of elders opgeslagen. Het vullen der granaten met springstof en buskruit is een arbeid, die niet alleen buitengewone voorzichtigheid vereischt, maar vooral groote nauwkeurigheid, wat de hoeveelheid buskruit betreft. Het buskruit wordt gedeeltelijk nog ingevoerd, in hoofdzaak uit Zweden, doch tegenwoordig ook reeds voor een groot deel in ons land gefabriceerd. De springstof voor de granaten, het trinitrotoluol of TNT wordt machinaal in ronde blokken geperst, en in dien vorm in de hulzen gebracht.

Het vullen van de revolver-patronen en het verpakken geschiedt mede in deze afdeeling. Ondanks de bergen materiaal en de groote voorraden afgewerkte artikelen, heeft de directie van de artillerie-inrichtingen op deze terreinen nog flinke ruimte om zoo noodig tot uitbreiding te kunnen overgaan.

Ten slotte stond nog op het programma een bezoek aan de constructie-werkplaatsen. Deze werkplaatsen zijn een afdeeling van het staatsbedrijf der Artillerie-Inrichtingen, doch munitie of wapens worden hier niet gemaakt.

De werkzaamheden beslaan in het fabriceeren en herstellen der affuitage, artillerie-voertuigen, richtmiddelen en bedieningsgereedschappen van het geschut, van de bespanningen, de hulpmiddelen voor het in richting brengen der vuurmonden, de optische instrumenten,  kijkers, afstandmeters, telescopen enz.

Gedurende de mobilisatie is een afdeeling ingericht waar de rijwielen hersteld en gefabriceerd worden, benevens een afdeeling waar de motorrijwielen en automobielen hersteld worden.

Voor de goede uitvoering van één en ander heeft men de beschikking over een metaaldraaierij, instrumentmakerij, wagenmakerij, ververij, rijwielafdeeling, motorrijwiel-herstelwerkplaats, automobiel-herstelwerkplaats, magazijnen voor materialen, controle en expeditie.

Het bedrijf werd tijdens de mobilisatie belangrijk uitgebreid. Het aantal werklieden van voor de mobilisatie is thans ongeveer vervijfvoudigd. Het meerdere personeel moest voor een groot gedeelte werden onttrokken aan de gemobiliseerden. Toch ondervond de uitbreiding in den aanvang groote moeilijkheden, omdat men hier, in tegenstelling met de munitie- en wapenfabrieken, in hoofdzaak bekwame vaklieden noodig had. Dit was dan ook de oorzaak, dat een belangrijk deel van het personeel aan het leger onttrokken moest worden.

Hoewel het hoofddoel is het verrichten van herstellingen, voor zoover dit bij de verschillende korpsen niet ter plaatse kan geschieden, wordt toch tegenwoordig vooral, ook zeer veel materieel aangemaakt als: goederenwagens, proviandwagens, keukenwagens, keuken-automobielen (de motoren niet), affuiten voor de veldartillerie en de houwitserafdeeling, caissons voor houwitserafdeelingen, zadels, raderen, materieel, bestemd voor vervoer van mitrailleurpatronen, instrumenten voor het richten, en niet te vergeten, rijwielen.

Bij het begin van de mobilisatie waren er betrekkelijk weinig rijwielen bij het leger in gebruik, dadelijk werden er toen een groot aantal gerequireerd, meest natuurlijk gewone toerkarretjes. ’t Bleek spoedig, dat deze niet zo geschikt waren voor het meer ruwe gebruik van den soldaat, terwijl er ook zooveel soorten waren, dat men vaak groote moeilijkheden had met het verkrijgen van de noodige verwisselstukken.

Dit leidde tot de samenstelling van een militair-rijwiel, dat met vermijding van alle luxe, een maximumweerstandsvermogen had. Men hoopt hierdoor langzamerhand een eenheidsrijwiel te krijgen. De meeste onderdeelen moeten nog uit het buitenland verkregen worden omdat de binnenlandsche industrie ze niet kan leveren. Nu kan men ook langzamerhand een stapelmagazijn krijgen, van waaruit voor alle rijwielen de verwisselstukken kunnen verkregen worden. Tijdens ons bezoek was er juist een compagnie wielrijders aan de fabriek, die de oude karretjes kwam inleveren, om daarvoor een nieuw rijwiel –militair model– in ontvangst te nemen. De rijwielen met de uniforme uitmonstering zagen er keurig uit en gaven een indruk van buitengewone soliditeit.

Men is thans ook bezig met het maken van affuiten voor afweergeschut tegen vliegtuigen. Een exemplaar van een afweerkanon op affuit was in de fabriek opgesteld.

Belangrijk is ook, dat de meeste richtwerktuigen voor het geschut geheel hier worden gemaakt en hersteld, terwijl speciale afstandmeters voor de kust-artillerie in de fabriek worden gemaakt, ook alle optische instrumenten, telefoon, telescopen enz. kunnen in de instrumentwerkplaatsen worden hersteld.

Detailtekening van een Houwitser en Affuit 1904

Binnenkort zal de werkplaats voor het herstellen en maken van optische werktuigen, die in de tegenwoordige oorlog van zulk een groote waarde zijn gebleken, aanzienlijk worden uitgebreid.

We hadden verder gelegenheid enkele juist aangekomen exemplaren van het Zweedsche houwitsergeschut te bezichtigen, dat reeds in gebruik is genomen en spoedig in de eigen fabrieken zal worden gemaakt, daar het gieten van geschut, dat in 1904 werd gestaakt, thans opnieuw zal worden ter hand genomen en wel allereerst het gieten van houwitsers.

In de elders gelegen automobielherstelplaats kregen we een idee van de omvang van deze afdeeling. Niet minder dan 60 auto’s waren in herstelling.

De indrukken, die wij hebben opgedaan, samenvattende, menen we te mogen constateren, dat het staatsbedrijf der artillerie-inrichtingen alleszins rekening heeft gehouden met de eischen, die aan een dergelijke inrichting onder de tegenwoordige tijdsomstandigheden moeten worden gesteld; dat het is geworden een enorme industrie of liever een complex van industrieën; dat men alle moeilijkheden zoo goed mogelijk heeft overwonnen en dat, als we binnenkort ook zelf weer geschut gieten, onze legervoorziening in gene deele van het buitenland afhankelijk is.

We willen geenszins ontkennen, dat niet te een of anderen tijd gebrek aan enkele materialen groote moeilijkheden zal kunnen veroorzaken, doch daartegen over meenen we te mogen vaststellen, dat onze wapen- en munitie-productie, ieder geval van oorlog toch ongetwijfeld de belangrijkste takken van het artillerie-bedrijf, in afzienbaren tijd geen gevaar loopen. Niet alleen toch, dat nu reeds maanden en maanden door de tot het maximum opgevoerde productie ongetwijfeld een belangrijke voorraad is aangemaakt, maar zoals ons uit eigen bezichtiging gebleken is —  voor zover dit althans door ons te beoordelen is — zal de nog beschikbare voorraad grondstoffen nog langen tijd voor de grootst mogelijke massa-productie voldoende zijn.

De gehele legeruitrusting, die een belangrijke factor is gebleken te zijn, is bij de artillerie-inrichting in goede handen.

Bronnen, de Middelburgsche Courant, foto’s Emiel, ANP en eigen collectie  ©PDKAIH2019

DE SPOORDIJK – HERINNERINGEN UIT DE HAVENBUURT

De havenbuurt te Zaandam is een buurt die grotendeels is gebouwd voor de werknemers van de Artillerie Inrichtingen Hembrug. Het is altijd overigens net als andere gemeenschapjes  uit de Zaanstreek een min of meer gesloten gebied geweest  met zijn eigen regels en gebruiken. Een aantal bewoners heeft zijn / haar belevenissen uit de tijd dat zij er kwamen wonen, woonden en werkten aan het papier toevertrouwd. Deze prachtige boekjes, die een mooi tijdsbeeld vormen uit een voorbije tijd hadden een beperkte oplage en werden voornamelijk door mede Havenezen gekocht of bij diverse gelegenheden geschonken. Sommige van deze boekjes waren alleen voor familieleden bestemd. De rest van Zaandam had er weinig interesse in  of zelfs helemaal geen weet van. Eén van de schrijvers van zo’n boekje was een zoon van een werknemer van de Artillerie Inrichtingen. Het boekje dat hij schreef heet  “Buitenbeentje in het Havenkwartier” en het onderstaande verhaal komt uit het hoofdstuk De Spoordijk.

DE SPOORDIJK

Lang geleden, rond 1906, was de Hembrug, toen de grootste Europese draaibrug voor treinen, gebouwd. Daarvoor was er een paar honderd meter meer oostwaarts al een eerdere spoorlijn en spoorbrug geweest. Die eerste brug was echter te laag voor het vele scheepvaartverkeer en moest worden vervangen en de spoorlijn werd meer naar het Westen verlegd. Maar een stukje oude spoorlijn dat vlak achter de huizen aan de Archangelstraat liep was blijven liggen en splitste zich nu voor aan de haven af van de NS hoofdlijn van Zaandam naar Amsterdam. Dat liep nu via een toegangshek naar het A.I. terrein. Regelmatig werd dat deel van die oude spoorlijn, ook op een dijklichaam was aangelegd, nog gebruikt voor aan- en afvoer van materiaal voor deze fabriek.

1. de aftakking, 2. de poort naar de AI, 3. de spoorlijn naar Amsterdam

Tussen deze spoorlijn en de achtertuintjes van de mensen aan de Archangelstraat stond een ca. 2 meter hoog hek met harmonica gaas bespannen en weelderig begroeid met winde die vaak prachtig bloeide. In het gaas van dat hek zaten echter veel gaten waardoor jong en oud gemakkelijk op de spoordijk kon komen. Die spoordijk was in de oorlog en de eerste jaren daarna een ontmoetingsplaats voor de jongeren waar van alles te doen was en op het brede laatste toegankelijke deel zelfs ruimte genoeg om te voetballen. Er waren wat plekken grasvrij gemaakt die als zandbak benut werden door veel buurtkinderen. Als je er heen ging, ging je  ‘nog even naar de dijk’.

R. Klopper op de wissel in het smalle gedeelte van de spoorlijn

Schuin tegenover onze straat zat in de Archangelstraat een steeg naar het Hembrug hek en daar was een poort in dat hek naar het pad wat vanuit de woonbuurt over de dijk leidde naar de volkstuinen. Die volkstuinen, ´Nut en Genoegen´ geheten, waren met smalle kikkerslootjes gescheiden van de oude spoordijk en aan de andere kant van de Provinciale weg. Als het winter was konden we er zo over de bevroren slootjes lopen en dan scoorden we wel eens een spruitje op die volkstuinen om dat rauw op te eten.

Volkstuinen complex “Nut en Genoegen” op de achtergrond de spoordijk achter de woningen van de Havenstraat.

Er werden ook wel eens stiekem vuurtjes gestookt op de dijk. Soms ging er zelfs een klein hooiklampje in de hens en daardoor kwam ikzelf helaas nog eens bij de kinderpolitie terecht, toen nog gevestigd op de hoek Gedempte Gracht en Carinastraat. Maar ja fikkies stoken was dan ook wel een spannende bezigheid voor jongetjes van bepaalde leeftijd. Als je ‘lucies’ bij je had was je een hele Piet. 

Zomers was er op die dijk een pracht aan bloemen en vlinders te zien van grote pauwen tot kleine blauwe en gele die je tegenwoordig bijna nooit meer ziet.En uiteraard vingen we er ook veel sprinkhanen en plukten er bramen waarvan we even aten in het voorbijgaan. Aan de kant van de woonwijk was de dijk niet zo hoog maar aan de andere zijde liep hij vrij steil af met een hoogte tot wel een meter of zes bij het hek van de A.I.

In de winter kon je geweldig van die kant van de dijk af sleeën en de slootjes ernaast en die tussen de volkstuintjes en de Provinciale Weg waren de plekken waar ik en vele andere het schaatsen nog hebben geleerd.Toen ik ooit aan mijn ouders wilde tonen dat ik ook kon schaatsen en ze speciaal naar de slootjes kwamen om te kijken naar mijn vorderingen lukte dat ineens helemaal niet meer en gleed ik steeds met één been weg. Ik begreep er niets van maar toen we daarna teleurgesteld naar huis terugliepen ontdekte ik dat bij één van de schaatsen het ijzer er niet meer onder zat. Mijn schaatscapriolen met 1 ijzer werden nog jaren aangehaald in ons gezin.

Sleeën kon je er dus ook geweldig, van de dijk af, op de hoogste plaatsen ging dat zelfs in twee delen eerst een stijl stukje, dan vlak en dan weer stijl. Je ging er als een speer van af. Onze slee was door buurman van het Veer gemaakt, de timmerman die achter in zijn schuurtje in opdracht van ouders voor speelgoed en kindermeubilair van de kinderen in de buurt heeft gezorgd. Alleen waren zijn ontwerpen wel eens niet zo geweldig, de deurtjes van de garages waren zo krap dat je er bijna geen autootje in kon krijgen. Hij maakte ook ophaalbruggen naar het voorbeeld van de kippenbrug bij het Zwarte Pad en pakhuizen. In de meeste gezinnen was wel iets van hem te vinden en ik had ook een dergelijke garage en ophaalbrug, gekregen op een verjaardag of van de Goedheiligman. En later kwam er nog een kindertafeltje en -stoeltje en poppenwieg voor mijn zus.

De slee was ook verkeerd gemaakt met de ondersteuning er in de breedte opgetimmerd in plaats van overlangs. Hij zag er mooi uit, roodgelakt met blanke spijlen, en gewoon met sneeuw op straat ging het sleeën er prima mee maar toen ik samen met zus Erica van de spoordijk af roetsjte viel de slee vrijwel in onderdelen uiteen en lag het hele zitgedeelte eraf. We hebben hem wel weer in elkaar gezet maar nooit meer echt gebruikt, alleen nog als zitplaats op onze slaapkamer. Hij bleef toch een beetje krakkemikkig. 

Als je op die spoordijk met je oor op de rails luisterde kon je het Hembrug treintje in de verte al horen aankomen en dan kon je zo mooi oude munten of kiezels laten pletten op de spoorrails als het treintje, dat waren van die kleine motorlocs, langs kwam. Dan legden we die centen of stenen op de rails en verscholen ons in het lange gras tot ze al knarsend en vaak fluitend voorbij waren. Soms mocht je ook op die trein meerijden van voor aan de haven tot het Hembrug terrein en als het soms niet mocht en het was een beetje lange trein probeerde je er later al rijdend toch op te klimmen want ze gingen nooit hard.

Motorloc 225 “de Sik” het Hembrugtreintje.

In de sloten naast de dijk en door het weiland naast de volkstuinen en langs de Provinciale Weg kon je ook dikkopjes, stekelbaarsjes en salamanders met die mooie oranje buiken vangen. We namen ook wel watertorretjes en slakken mee naar huis om de glazen potten etc. waarin we salamanders of stekeltjes hielden schoon van algen te likken. We wisten op den duur precies de plekken waar het meeste te vangen was. En dan gingen we later kleine wormpjes zoeken in het plantsoen om ze te voeren.  Maar meestal gingen de vissen en salamanders binnen een week al weer dood door bedorven of stilstaand zuurstofarm water en het overvoeren.

Veel ouders kwamen regelmatig op de dijk kijken naar de bezigheden van hun kroost en vooral ’s avonds bij het voetballen was het er aardig druk. En natuurlijk was het daar door het ontbreken van verkeer ook een vrij veilige speelplaats. Later, ik denk zo tegen 1951, werd er een betonnen schutting neergezet met prikkeldraad er bovenlangs en was het er over klimmen veel moeilijker. Ook waren er toen af en toe bewakers die je wegjoegen en achtervolgden en dus kwamen de ouders er ook niet meer maar was het voor ons jongens nog wel spannend om uit hun handen te blijven. Overigens een tamelijk ondoordachte actie voor een terrein wat verder helemaal niet in gebruik was. Het heeft vermoedelijk alleen maar extra geld gekost maar dat was bij het toenmalig staatsbedrijf vermoedelijk geen bezwaar.¹

De kinderen moesten nu weer tussen huizen in de smalle straatjes spelen en voetballen en dat gaf veel meer overlast in de buurt. Ik zag recent dat veel bewoners van de Archangelstraat stukken van de van rails ontdane spoordijk bij hun erf getrokken hebben.

Hier nog een klein stukje spoordijk en de betonnen schutting maar waar de rails echter al weg waren.

Verhaal ©J. de Jong, overige tekst ©PDKAIH2018, Foto’s ©J.de Jong / PDKAIH2018 

¹(de werkelijke redenen voor het vervangen van het gazen hek door een betonnen schutting en prikkeldraad waren de vele gevaarlijke plaatsen op het terrein, het ontvreemden van rijks eigendommen, op en van de trein springen, voorwerpen op de rails leggen en de belangrijkste en echt ontoelaatbare: het ondergraven van de spoordijk!. De enthousiaste jeugd bouwde hutten (holen) in het hoge deel van de spoordijk zich totaal niet bewust van de onvoorspelbare gevolgen dit kon hebben wanneer een al dan niet met munitie geladen trein plots in de dijk zou wegzakken).

MET “DE SIK” NAAR DE ARTILLERIE INRICHTINGEN.

MET “DE SIK” NAAR DE ARTILLERIE INRICHTINGEN.

1000 km op een groene Jumbo was de titel van een door mij verslonden jongensboek uit de bibliotheek aan de Vinkenstraat. Wij zeiden altijd dat we naar de leeszaal gingen. Het ging over en jongen, die mee mocht rijden op een stoomlocomotief. Nu vraag je je af waarom werd het een jongensboek genoemd. Kennelijk werden meisjes niet geacht zoiets te doen. Het was niet alleen een leuk boek, je leerde meteen van alles over hoofdseinen, voorseinen, baanvakken enz.

Geïnspireerd door het boek trok ik naar het rangeerterrein bij het station aan de provinciale weg. Ik keek geboeid naar het keren van stoomlocomotieven op de draaikuil en het rangeren met de goederenwagens. Ook praatte ik mij naar binnen bij het overwachters huis bij de Hoornse lijn over de Provincialeweg. Heel interessant waren de signalen die hier binnenkwamen wanneer het boemeltje naar Purmerend onderweg was. De spoorbomen werden handmatig gesloten en met grote hendels wissels en seinen omgezet.

Op het rangeerterrein maakte ik kennis met rangeerder Pierre, een heel vriendelijke man van ik denk Vlaamse afkomst. Hij was altijd in de weer met “De Sik”, een kleine diesellocomotief.

De Sik onderweg naar de Artillerie Inrichtingen ©A.Heino

Reeksen volle goederenwagens moesten verdeeld worden op de verschillende laad en losplaatsen en lege wagons moesten weer opgehaald en tot een sleep aan elkaar gekoppeld. Dat laatste was link werk. De Sik gaf een uitgekiende stoot aan een losse wagon. Die reed dan langzaam richting van de sleep. Pierre rende dan voorbij de rijdende wagon en sprong vlak voor het botsen tussen de wagons en tilde de koppeling omhoog. Op het moment dat de verende buffers in elkaar veerden, gooide Pierre de koppeling over de haak.

Ik mocht meerijden. Soms een echte rit naar station Oostzaan om een wagon te brengen of te halen. Dan reden we over het hoofdnet en soms naar de Artillerie Inrichtingen, in de volksmond de Hembrug genoemd. Dat vond ik geweldig. Na telefonisch contact met de seinpost bij de Westzanerdijk reden we dan een stukje over het hoofdspoor tot de wissel naar links. Vervolgens kwamen we dan bij een op geen enkele manier beveiligde oversteek van de Provincialeweg. Pierre pakte dan een rode vlag en ging op de weg staan.

De kruising met de Provinciale weg en het hek naar de Artillerie Inrichtingen ©PDKAIH2018

En dan mocht ik de Sik rijden naar de overkant. Daar was de rails richting Artillerie Inrichtingen, afgesloten met een groot hek en hangslot. Pierre opende het hek en ik reed de Sik tot voorbij het hek, dat door Pierre zorgvuldig werd afgesloten.

Goederenwagons op het terrein van de Artillerie Inrichtingen ©PDKAIH2018

Nee, ik werd geen machinist maar kantoorbediende en daarna Marechaussee. En daar kwam mijn droom toch nog uit. Meerijden voorin een echte locomotief, weliswaar geen stoom maar een elektrische loc. Ik moest dan mee als beveiliger met een transport militair materiaal van rangeerterrein Watergraafsmeer naar Amersfoort. In de nacht voorin bij de machinist. Fascinerend al die seinen. De machinist was verbaasd over hoeveel ik wist over het seinstelsel. © Dick Bakker 

In memoriam. De naam van deze zeer ervaren rangeerder was E.G.M. (Pierre) Boussen, hij woonde destijds met zijn gezin in de Anna Paulownastraat tegenover het toenmalige station Zaandam. Pierre is na zijn pensionering  als rangeerder, hetwelk hij 40 jaar geweest was, op 10-11-1960 ’s avonds tijdens zijn werkzaamheden als express goederen transporteur bij het oversteken van perron 1 naar perron 2 misgestapt en daarbij onder zijn geliefde Sik terecht gekomen en als gevolg daarvan overleden. Het gezin heeft daarna nog jaren tegenover het station gewoond. Niet lang na dit voorval zijn de motorlocs van dit type als zijnde gevaarlijk uit dienst genomen. ©PDKAIH2018

DE AI IN DE STELLING VAN AMSTERDAM.

DE AI IN DE STELLING VAN AMSTERDAM.

Regelmatig wordt deze site benaderd met vragen als: “De Artillerie Inrichtingen Hembrug lagen in het laatste bolwerk van de landsverdediging, de Stelling van Amsterdam, maar wat is dat nu eigenlijk die stelling?, Hoe stak dat in elkaar?, Hoe werkt dat nu precies zo’n stelling?”enz.

Hoewel er op het wereld wijde web heel veel informatie te vinden is over het hoe wat en waarom van de stelling en ook op de vele forten veel wordt uitgelegd, zullen we ook hier het één en ander met behulp van een aantal filmpjes uitleggen en verduidelijken.

De Stelling van Amsterdam is de laatste van een aantal verdedigingslinies en had als doel in geval van een oorlog, als laatste te verdedigen gebied enige maanden geheel zelfstandig te kunnen functioneren, dit in afwachting van buitenlandse bondgenoten die ons zouden komen helpen.

Deze laatste verdedigingskring die voor het grootste deel tussen 1881 en 1914 door het Departement van Oorlog is aangelegd, heeft een lengte van 135 km en ligt op afstanden tussen de 15 en 20 km rondom het centrum van Amsterdam. Verder is de stelling verdeeld in 5 sectoren. Aan de buitenzijden bevinden zich 3 tot 5 km brede inundatie gebieden die in geval van nood onder water gezet kunnen worden. De vijand kan dan niet zien waar wegen, paden, greppels en sloten zijn en zakken met hun zware materiaal in slappe grond of lopen in sloten. Verder zijn ze door hun langzame en soms stagnerende opmars een makkelijke prooi voor de verdedigers en kanonnen en mitrailleurs van de forten, die bij de weinige accessen (doorgangen) staan opgesteld en elkaars schootsveld bestrijken.

De Stelling van Amsterdam

De verdediging bestaat uit:  Fort bij Edam, Fort bij Kwadijk, Fort benoorden Purmerend, Fort aan de Nekkerweg, Fort aan de Middenweg, Fort aan de Jisperweg, Fort bij Spijkerboor, Fort bij Marken-Binnen, Fort bij Krommeniedijk, Fort aan Den Ham, Fort bij Veldhuis, Fort aan de St. Aagtendijk, Fort bij Velsen, Fort Zuidwijkermeer, Fort bij IJmuiden, Fort benoorden Spaarndam, Fort bezuiden Spaarndam, Fort bij Penningsveer, Fort bij de Liebrug, Fort aan de Liede, Fort bij Vijfhuizen, Fort bij Heemstede, Batterij aan de IJweg, Fort bij Hoofddorp, Batterij aan de Sloterweg, Fort bij Aalsmeer, Fort bij Kudelstaart, Fort bij De Kwakel, Fort aan de Drecht, Fort bij Uithoorn, Fort Waver-Amstel, Fort in de Botshol, Fort aan de Winkel, Fort Abcoude, Batterij aan het Gein, Fort bij Nigtevecht, Fort bij Hinderdam, Fort Uitermeer, Vesting Weesp Fort aan de Ossenmarkt, Vesting Muiden Muizenfort, Vesting Muiden Fort H, Vesting Muiden Westbatterij, Fort Coehoorn, Kustbatterij bij Diemerdam, Fort aan het Pampus, Kustbatterij bij Durgerdam

In september 1995 werden de Nieuwe Hollandse Waterlinie en dit deel van de Stelling van Amsterdam aangemeld om op de UNESCO Werelderfgoedlijst geplaatst te worden. In 1996 werd het geheel op deze lijst geplaatst. (De Organisatie der Verenigde Naties voor Onderwijs, Wetenschap en Cultuur (United Nations Educational, Scientific and Cultural Organization, UNESCO))

Verder een aantal nevenbatterijen, magazijnen, inundatiesluizen en natuurlijk een groot aantal manschappen.

Binnen de Stelling bevonden zich vele zaken die alle monden binnen in de stelling van voedsel, kleding, materialen en nog veel meer moesten voorzien en verder waren er ziekenhuizen, pakhuizen, transportmiddelen enz. En natuurlijk ook een wapen en munitiefabriek (De Artillerie Inrichtingen Hembrug). Omdat dit bedrijf zich zo’n beetje in het midden van de stelling bevond, wordt het vaak aangeduid als “Het hart van de Stelling.” De Artillerie Inrichtingen bevoorraden de sectorparken en van daaruit werden de forten en baterijen van de nodige wapens, munitie en materialen voorzien. Al deze voorzieningen staan niet op de Werelderfgoedlijst maar vele van deze gebouwen behoren wel tot lands Rijksmonumenten. ©PDKAIH2017

Bron van de kaart en lijst van de forten : © Stelling van Amsterdam 

Bron van de filmpjes Museion Media iov ©Provincie Noord Holland 

“Onderstaande filmpjes zijn gemaakt door Museion Media in opdracht van de provincie Noord Holland en maken onderdeel uit van de Les kist Stelling van Amsterdam” Een project om scholieren kennis bij te brengen over het waarom en de werking van de Stelling en het dagelijks leven op en in de forten.

Deel 1, De stelling van Amsterdam en de mobilisatie van 1914 – 1918.

Deel 2, De werking van een fort, bewapening en bescherming.

Deel 3, Het leven op de forten.

Deel 4, De inundatie, het geheim van de militaire onderwaterzetting.

 

Deel 5, Het nationale reduit, de strategie van de laatste wijkplaats.

NEDERLANDS EERSTE TANK

NEDERLANDS EERSTE TANK

In de periode vlak na de 1e wereldoorlog had Nederland behoefte aan een zwaar wapen dat zonder problemen ons vochtige polderland kon bedwingen. Na veel wikken en wegen werd besloten tot de aanschaf van een kleine en vooral lichte tank. De keuze viel uiteindelijk op de Franse Renault FT-17. Het was de enige tank die Nederland tussen beide wereldoorlogen bezat. Hij is uitvoerig getest en aan diverse proeven onderworpen. Waarom het bij deze ene tank bleef ziet u in dit filmpje.