HEMBRUGBOS BEDANKT

Hembrugbos bedankt,

een filmpje over de vernietiging van een uniek en bijzonder bos. Ooit het het leefgebied van in de rest van Zaanstreek niet of weinig voorkomende dieren en planten.  De broedplaats van onze grootste reigerkolonie, boomvalk, buizerd enz. enz. Kortom een zeldzaam voorkomend biotoop.

 

Advertenties

DE SPOORDIJK – HERINNERINGEN UIT DE HAVENBUURT

De havenbuurt te Zaandam is een buurt die grotendeels is gebouwd voor de werknemers van de Artillerie Inrichtingen Hembrug. Het is altijd overigens net als andere gemeenschapjes  uit de Zaanstreek een min of meer gesloten gebied geweest  met zijn eigen regels en gebruiken. Een aantal bewoners heeft zijn / haar belevenissen uit de tijd dat zij er kwamen wonen, woonden en werkten aan het papier toevertrouwd. Deze prachtige boekjes, die een mooi tijdsbeeld vormen uit een voorbije tijd hadden een beperkte oplage en werden voornamelijk door mede Havenezen gekocht of bij diverse gelegenheden geschonken. Sommige van deze boekjes waren alleen voor familieleden bestemd. De rest van Zaandam had er weinig interesse in  of zelfs helemaal geen weet van. Eén van de schrijvers van zo’n boekje was een zoon van een werknemer van de Artillerie Inrichtingen. Het boekje dat hij schreef heet  “Buitenbeentje in het Havenkwartier” en het onderstaande verhaal komt uit het hoofdstuk De Spoordijk.

DE SPOORDIJK

Lang geleden, rond 1906, was de Hembrug, toen de grootste Europese draaibrug voor treinen, gebouwd. Daarvoor was er een paar honderd meter meer oostwaarts al een eerdere spoorlijn en spoorbrug geweest. Die eerste brug was echter te laag voor het vele scheepvaartverkeer en moest worden vervangen en de spoorlijn werd meer naar het Westen verlegd. Maar een stukje oude spoorlijn dat vlak achter de huizen aan de Archangelstraat liep was blijven liggen en splitste zich nu voor aan de haven af van de NS hoofdlijn van Zaandam naar Amsterdam. Dat liep nu via een toegangshek naar het A.I. terrein. Regelmatig werd dat deel van die oude spoorlijn, ook op een dijklichaam was aangelegd, nog gebruikt voor aan- en afvoer van materiaal voor deze fabriek.

1. de aftakking, 2. de poort naar de AI, 3. de spoorlijn naar Amsterdam

Tussen deze spoorlijn en de achtertuintjes van de mensen aan de Archangelstraat stond een ca. 2 meter hoog hek met harmonica gaas bespannen en weelderig begroeid met winde die vaak prachtig bloeide. In het gaas van dat hek zaten echter veel gaten waardoor jong en oud gemakkelijk op de spoordijk kon komen. Die spoordijk was in de oorlog en de eerste jaren daarna een ontmoetingsplaats voor de jongeren waar van alles te doen was en op het brede laatste toegankelijke deel zelfs ruimte genoeg om te voetballen. Er waren wat plekken grasvrij gemaakt die als zandbak benut werden door veel buurtkinderen. Als je er heen ging, ging je  ‘nog even naar de dijk’.

R. Klopper op de wissel in het smalle gedeelte van de spoorlijn

Schuin tegenover onze straat zat in de Archangelstraat een steeg naar het Hembrug hek en daar was een poort in dat hek naar het pad wat vanuit de woonbuurt over de dijk leidde naar de volkstuinen. Die volkstuinen, ´Nut en Genoegen´ geheten, waren met smalle kikkerslootjes gescheiden van de oude spoordijk en aan de andere kant van de Provinciale weg. Als het winter was konden we er zo over de bevroren slootjes lopen en dan scoorden we wel eens een spruitje op die volkstuinen om dat rauw op te eten.

Volkstuinen complex “Nut en Genoegen” op de achtergrond de spoordijk achter de woningen van de Havenstraat.

Er werden ook wel eens stiekem vuurtjes gestookt op de dijk. Soms ging er zelfs een klein hooiklampje in de hens en daardoor kwam ikzelf helaas nog eens bij de kinderpolitie terecht, toen nog gevestigd op de hoek Gedempte Gracht en Carinastraat. Maar ja fikkies stoken was dan ook wel een spannende bezigheid voor jongetjes van bepaalde leeftijd. Als je ‘lucies’ bij je had was je een hele Piet. 

Zomers was er op die dijk een pracht aan bloemen en vlinders te zien van grote pauwen tot kleine blauwe en gele die je tegenwoordig bijna nooit meer ziet.En uiteraard vingen we er ook veel sprinkhanen en plukten er bramen waarvan we even aten in het voorbijgaan. Aan de kant van de woonwijk was de dijk niet zo hoog maar aan de andere zijde liep hij vrij steil af met een hoogte tot wel een meter of zes bij het hek van de A.I.

In de winter kon je geweldig van die kant van de dijk af sleeën en de slootjes ernaast en die tussen de volkstuintjes en de Provinciale Weg waren de plekken waar ik en vele andere het schaatsen nog hebben geleerd.Toen ik ooit aan mijn ouders wilde tonen dat ik ook kon schaatsen en ze speciaal naar de slootjes kwamen om te kijken naar mijn vorderingen lukte dat ineens helemaal niet meer en gleed ik steeds met één been weg. Ik begreep er niets van maar toen we daarna teleurgesteld naar huis terugliepen ontdekte ik dat bij één van de schaatsen het ijzer er niet meer onder zat. Mijn schaatscapriolen met 1 ijzer werden nog jaren aangehaald in ons gezin.

Sleeën kon je er dus ook geweldig, van de dijk af, op de hoogste plaatsen ging dat zelfs in twee delen eerst een stijl stukje, dan vlak en dan weer stijl. Je ging er als een speer van af. Onze slee was door buurman van het Veer gemaakt, de timmerman die achter in zijn schuurtje in opdracht van ouders voor speelgoed en kindermeubilair van de kinderen in de buurt heeft gezorgd. Alleen waren zijn ontwerpen wel eens niet zo geweldig, de deurtjes van de garages waren zo krap dat je er bijna geen autootje in kon krijgen. Hij maakte ook ophaalbruggen naar het voorbeeld van de kippenbrug bij het Zwarte Pad en pakhuizen. In de meeste gezinnen was wel iets van hem te vinden en ik had ook een dergelijke garage en ophaalbrug, gekregen op een verjaardag of van de Goedheiligman. En later kwam er nog een kindertafeltje en -stoeltje en poppenwieg voor mijn zus.

De slee was ook verkeerd gemaakt met de ondersteuning er in de breedte opgetimmerd in plaats van overlangs. Hij zag er mooi uit, roodgelakt met blanke spijlen, en gewoon met sneeuw op straat ging het sleeën er prima mee maar toen ik samen met zus Erica van de spoordijk af roetsjte viel de slee vrijwel in onderdelen uiteen en lag het hele zitgedeelte eraf. We hebben hem wel weer in elkaar gezet maar nooit meer echt gebruikt, alleen nog als zitplaats op onze slaapkamer. Hij bleef toch een beetje krakkemikkig. 

Als je op die spoordijk met je oor op de rails luisterde kon je het Hembrug treintje in de verte al horen aankomen en dan kon je zo mooi oude munten of kiezels laten pletten op de spoorrails als het treintje, dat waren van die kleine motorlocs, langs kwam. Dan legden we die centen of stenen op de rails en verscholen ons in het lange gras tot ze al knarsend en vaak fluitend voorbij waren. Soms mocht je ook op die trein meerijden van voor aan de haven tot het Hembrug terrein en als het soms niet mocht en het was een beetje lange trein probeerde je er later al rijdend toch op te klimmen want ze gingen nooit hard.

Motorloc 225 “de Sik” het Hembrugtreintje.

In de sloten naast de dijk en door het weiland naast de volkstuinen en langs de Provinciale Weg kon je ook dikkopjes, stekelbaarsjes en salamanders met die mooie oranje buiken vangen. We namen ook wel watertorretjes en slakken mee naar huis om de glazen potten etc. waarin we salamanders of stekeltjes hielden schoon van algen te likken. We wisten op den duur precies de plekken waar het meeste te vangen was. En dan gingen we later kleine wormpjes zoeken in het plantsoen om ze te voeren.  Maar meestal gingen de vissen en salamanders binnen een week al weer dood door bedorven of stilstaand zuurstofarm water en het overvoeren.

Veel ouders kwamen regelmatig op de dijk kijken naar de bezigheden van hun kroost en vooral ’s avonds bij het voetballen was het er aardig druk. En natuurlijk was het daar door het ontbreken van verkeer ook een vrij veilige speelplaats. Later, ik denk zo tegen 1951, werd er een betonnen schutting neergezet met prikkeldraad er bovenlangs en was het er over klimmen veel moeilijker. Ook waren er toen af en toe bewakers die je wegjoegen en achtervolgden en dus kwamen de ouders er ook niet meer maar was het voor ons jongens nog wel spannend om uit hun handen te blijven. Overigens een tamelijk ondoordachte actie voor een terrein wat verder helemaal niet in gebruik was. Het heeft vermoedelijk alleen maar extra geld gekost maar dat was bij het toenmalig staatsbedrijf vermoedelijk geen bezwaar.¹

De kinderen moesten nu weer tussen huizen in de smalle straatjes spelen en voetballen en dat gaf veel meer overlast in de buurt. Ik zag recent dat veel bewoners van de Archangelstraat stukken van de van rails ontdane spoordijk bij hun erf getrokken hebben.

Hier nog een klein stukje spoordijk en de betonnen schutting maar waar de rails echter al weg waren.

Verhaal ©J. de Jong, overige tekst ©PDKAIH2018, Foto’s ©J.de Jong / PDKAIH2018 

¹(de werkelijke redenen voor het vervangen van het gazen hek door een betonnen schutting en prikkeldraad waren de vele gevaarlijke plaatsen op het terrein, het ontvreemden van rijks eigendommen, op en van de trein springen, voorwerpen op de rails leggen en de belangrijkste en echt ontoelaatbare: het ondergraven van de spoordijk!. De enthousiaste jeugd bouwde hutten (holen) in het hoge deel van de spoordijk zich totaal niet bewust van de onvoorspelbare gevolgen dit kon hebben wanneer een al dan niet met munitie geladen trein plots in de dijk zou wegzakken).

MET “DE SIK” NAAR DE ARTILLERIE INRICHTINGEN.

MET “DE SIK” NAAR DE ARTILLERIE INRICHTINGEN.

1000 km op een groene Jumbo was de titel van een door mij verslonden jongensboek uit de bibliotheek aan de Vinkenstraat. Wij zeiden altijd dat we naar de leeszaal gingen. Het ging over en jongen, die mee mocht rijden op een stoomlocomotief. Nu vraag je je af waarom werd het een jongensboek genoemd. Kennelijk werden meisjes niet geacht zoiets te doen. Het was niet alleen een leuk boek, je leerde meteen van alles over hoofdseinen, voorseinen, baanvakken enz.

Geïnspireerd door het boek trok ik naar het rangeerterrein bij het station aan de provinciale weg. Ik keek geboeid naar het keren van stoomlocomotieven op de draaikuil en het rangeren met de goederenwagens. Ook praatte ik mij naar binnen bij het overwachters huis bij de Hoornse lijn over de Provincialeweg. Heel interessant waren de signalen die hier binnenkwamen wanneer het boemeltje naar Purmerend onderweg was. De spoorbomen werden handmatig gesloten en met grote hendels wissels en seinen omgezet.

Op het rangeerterrein maakte ik kennis met rangeerder Pierre, een heel vriendelijke man van ik denk Vlaamse afkomst. Hij was altijd in de weer met “De Sik”, een kleine diesellocomotief.

De Sik onderweg naar de Artillerie Inrichtingen ©A.Heino

Reeksen volle goederenwagens moesten verdeeld worden op de verschillende laad en losplaatsen en lege wagons moesten weer opgehaald en tot een sleep aan elkaar gekoppeld. Dat laatste was link werk. De Sik gaf een uitgekiende stoot aan een losse wagon. Die reed dan langzaam richting van de sleep. Pierre rende dan voorbij de rijdende wagon en sprong vlak voor het botsen tussen de wagons en tilde de koppeling omhoog. Op het moment dat de verende buffers in elkaar veerden, gooide Pierre de koppeling over de haak.

Ik mocht meerijden. Soms een echte rit naar station Oostzaan om een wagon te brengen of te halen. Dan reden we over het hoofdnet en soms naar de Artillerie Inrichtingen, in de volksmond de Hembrug genoemd. Dat vond ik geweldig. Na telefonisch contact met de seinpost bij de Westzanerdijk reden we dan een stukje over het hoofdspoor tot de wissel naar links. Vervolgens kwamen we dan bij een op geen enkele manier beveiligde oversteek van de Provincialeweg. Pierre pakte dan een rode vlag en ging op de weg staan.

De kruising met de Provinciale weg en het hek naar de Artillerie Inrichtingen ©PDKAIH2018

En dan mocht ik de Sik rijden naar de overkant. Daar was de rails richting Artillerie Inrichtingen, afgesloten met een groot hek en hangslot. Pierre opende het hek en ik reed de Sik tot voorbij het hek, dat door Pierre zorgvuldig werd afgesloten.

Goederenwagons op het terrein van de Artillerie Inrichtingen ©PDKAIH2018

Nee, ik werd geen machinist maar kantoorbediende en daarna Marechaussee. En daar kwam mijn droom toch nog uit. Meerijden voorin een echte locomotief, weliswaar geen stoom maar een elektrische loc. Ik moest dan mee als beveiliger met een transport militair materiaal van rangeerterrein Watergraafsmeer naar Amersfoort. In de nacht voorin bij de machinist. Fascinerend al die seinen. De machinist was verbaasd over hoeveel ik wist over het seinstelsel. © Dick Bakker 

In memoriam. De naam van deze zeer ervaren rangeerder was E.G.M. (Pierre) Boussen, hij woonde destijds met zijn gezin in de Anna Paulownastraat tegenover het toenmalige station Zaandam. Pierre is na zijn pensionering  als rangeerder, hetwelk hij 40 jaar geweest was, op 10-11-1960 ’s avonds tijdens zijn werkzaamheden als express goederen transporteur bij het oversteken van perron 1 naar perron 2 misgestapt en daarbij onder zijn geliefde Sik terecht gekomen en als gevolg daarvan overleden. Het gezin heeft daarna nog jaren tegenover het station gewoond. Niet lang na dit voorval zijn de motorlocs van dit type als zijnde gevaarlijk uit dienst genomen. ©PDKAIH2018

DE AI IN DE STELLING VAN AMSTERDAM.

DE AI IN DE STELLING VAN AMSTERDAM.

Regelmatig wordt deze site benaderd met vragen als: “De Artillerie Inrichtingen Hembrug lagen in het laatste bolwerk van de landsverdediging, de Stelling van Amsterdam, maar wat is dat nu eigenlijk die stelling?, Hoe stak dat in elkaar?, Hoe werkt dat nu precies zo’n stelling?”enz.

Hoewel er op het wereld wijde web heel veel informatie te vinden is over het hoe wat en waarom van de stelling en ook op de vele forten veel wordt uitgelegd, zullen we ook hier het één en ander met behulp van een aantal filmpjes uitleggen en verduidelijken.

De Stelling van Amsterdam is de laatste van een aantal verdedigingslinies en had als doel in geval van een oorlog, als laatste te verdedigen gebied enige maanden geheel zelfstandig te kunnen functioneren, dit in afwachting van buitenlandse bondgenoten die ons zouden komen helpen.

Deze laatste verdedigingskring die voor het grootste deel tussen 1881 en 1914 door het Departement van Oorlog is aangelegd, heeft een lengte van 135 km en ligt op afstanden tussen de 15 en 20 km rondom het centrum van Amsterdam. Verder is de stelling verdeeld in 5 sectoren. Aan de buitenzijden bevinden zich 3 tot 5 km brede inundatie gebieden die in geval van nood onder water gezet kunnen worden. De vijand kan dan niet zien waar wegen, paden, greppels en sloten zijn en zakken met hun zware materiaal in slappe grond of lopen in sloten. Verder zijn ze door hun langzame en soms stagnerende opmars een makkelijke prooi voor de verdedigers en kanonnen en mitrailleurs van de forten, die bij de weinige accessen (doorgangen) staan opgesteld en elkaars schootsveld bestrijken.

De Stelling van Amsterdam

De verdediging bestaat uit:  Fort bij Edam, Fort bij Kwadijk, Fort benoorden Purmerend, Fort aan de Nekkerweg, Fort aan de Middenweg, Fort aan de Jisperweg, Fort bij Spijkerboor, Fort bij Marken-Binnen, Fort bij Krommeniedijk, Fort aan Den Ham, Fort bij Veldhuis, Fort aan de St. Aagtendijk, Fort bij Velsen, Fort Zuidwijkermeer, Fort bij IJmuiden, Fort benoorden Spaarndam, Fort bezuiden Spaarndam, Fort bij Penningsveer, Fort bij de Liebrug, Fort aan de Liede, Fort bij Vijfhuizen, Fort bij Heemstede, Batterij aan de IJweg, Fort bij Hoofddorp, Batterij aan de Sloterweg, Fort bij Aalsmeer, Fort bij Kudelstaart, Fort bij De Kwakel, Fort aan de Drecht, Fort bij Uithoorn, Fort Waver-Amstel, Fort in de Botshol, Fort aan de Winkel, Fort Abcoude, Batterij aan het Gein, Fort bij Nigtevecht, Fort bij Hinderdam, Fort Uitermeer, Vesting Weesp Fort aan de Ossenmarkt, Vesting Muiden Muizenfort, Vesting Muiden Fort H, Vesting Muiden Westbatterij, Fort Coehoorn, Kustbatterij bij Diemerdam, Fort aan het Pampus, Kustbatterij bij Durgerdam

In september 1995 werden de Nieuwe Hollandse Waterlinie en dit deel van de Stelling van Amsterdam aangemeld om op de UNESCO Werelderfgoedlijst geplaatst te worden. In 1996 werd het geheel op deze lijst geplaatst. (De Organisatie der Verenigde Naties voor Onderwijs, Wetenschap en Cultuur (United Nations Educational, Scientific and Cultural Organization, UNESCO))

Verder een aantal nevenbatterijen, magazijnen, inundatiesluizen en natuurlijk een groot aantal manschappen.

Binnen de Stelling bevonden zich vele zaken die alle monden binnen in de stelling van voedsel, kleding, materialen en nog veel meer moesten voorzien en verder waren er ziekenhuizen, pakhuizen, transportmiddelen enz. En natuurlijk ook een wapen en munitiefabriek (De Artillerie Inrichtingen Hembrug). Omdat dit bedrijf zich zo’n beetje in het midden van de stelling bevond, wordt het vaak aangeduid als “Het hart van de Stelling.” De Artillerie Inrichtingen bevoorraden de sectorparken en van daaruit werden de forten en baterijen van de nodige wapens, munitie en materialen voorzien. Al deze voorzieningen staan niet op de Werelderfgoedlijst maar vele van deze gebouwen behoren wel tot lands Rijksmonumenten. ©PDKAIH2017

Bron van de kaart en lijst van de forten : © Stelling van Amsterdam 

Bron van de filmpjes Museion Media iov ©Provincie Noord Holland 

“Onderstaande filmpjes zijn gemaakt door Museion Media in opdracht van de provincie Noord Holland en maken onderdeel uit van de Les kist Stelling van Amsterdam” Een project om scholieren kennis bij te brengen over het waarom en de werking van de Stelling en het dagelijks leven op en in de forten.

Deel 1, De stelling van Amsterdam en de mobilisatie van 1914 – 1918.

Deel 2, De werking van een fort, bewapening en bescherming.

Deel 3, Het leven op de forten.

Deel 4, De inundatie, het geheim van de militaire onderwaterzetting.

 

Deel 5, Het nationale reduit, de strategie van de laatste wijkplaats.

NEDERLANDS EERSTE TANK

NEDERLANDS EERSTE TANK

In de periode vlak na de 1e wereldoorlog had Nederland behoefte aan een zwaar wapen dat zonder problemen ons vochtige polderland kon bedwingen. Na veel wikken en wegen werd besloten tot de aanschaf van een kleine en vooral lichte tank. De keuze viel uiteindelijk op de Franse Renault FT-17. Het was de enige tank die Nederland tussen beide wereldoorlogen bezat. Hij is uitvoerig getest en aan diverse proeven onderworpen. Waarom het bij deze ene tank bleef ziet u in dit filmpje.

BALDADIGHEDEN IN DE WERKLIEDENTREINEN DOOR WERKVOLK AI.

BALDADIGHEDEN IN DE WERKLIEDENTREINEN DOOR WERKVOLK AI.

Begin oktober 1901 regende het bij de H.IJ.S.M.¹ en bij de redacties van diverse Amsterdamse en Zaanse kranten klachten over het gedrag van het Amsterdamsche werkvolk van de Zaanse Artillerie Inrichtingen dat ’s middags met de trein van 17.45 uur vanaf de halte Hembrug naar Amsterdam terugkeert.

 

Een werkliedentrein anno 1901

 

Een inzender die zijn klacht bij de Amsterdamse Courant deponeerde, deelde mede, “ dat opgeschoten jongens van ongeveer 20 jaar door het plegen van allerlei baldadigheden, zoals het smijten met de portieren en deuren (met name in de doorloop van de 3e klasse), het tegen elkaar open zetten van de raampjes en niet in het minst door het bezigen van liederlijke taal, dag aan dag voor de medereizigers een grote ergernis zijn”.

Niet zelden gebeurde het dan ook, dat de toorn van het reizend publiek werd opgewekt en dat men door hardhandig optreden de belhamels tot orde trachtte te dwingen, wat niet zelden kleine vechtpartijen tot gevolg had.

Bij den Stationschef van het Centraal station waren dan ook meermalen ernstige klachten dienaangaande ingekomen; waren de namen van de onruststokers bekend, dan werden hunne werkmanskaarten ingetrokken, doch overigens was de directie van de H.IJ.S.M. niet bij machte verbetering in den toestand aan te brengen.

De redactie van de Amsterdamsche Courant was om zichzelf te overtuigen met de bovengenoemde trein naar Amsterdam meegereden. Van de halte chef aan de Hembrug hadden zij vernomen dat het voornamelijk de jongens uit de geweermakerij van de Artillerie Inrichtingen waren die de last veroorzaakten. Ook hij had zich bijna dagelijks over hun gedrag beklaagd.

Zelfs was er onlangs even voorbij de Hembrug, in drie wagons, die geheel gevuld waren met aan de Artillerie Inrichtingen werkende jongeren, aan den noodrem getrokken, waardoor de trein tot stilstand werd gebracht. Het was onder zo’n groot aantal jongeren onmogelijk geweest de daders te vinden.

Dat de klachten niet overdreven waren, had de Redactie zelf kunnen constateren. Een minuut of tien voordat de trein aan zou komen, kwam er een groep van circa 180 man de fabrieken uit, waaronder een honderdtal opgeschoten jongens, die de halte onveilig maakten door het gooien met stenen.

Nog voor de trein op het grindperron was aangekomen, waren de jongens al op de treeplanken gesprongen, wat natuurlijk uiterst gevaarlijk was. Portieren werden opengesmeten en alle coupés te gelijk bestormd. Ze liepen over de banken en bevuilden deze in ernstige mate en stoorden zich niet in de minste aan de vele verzoeken van medereizigers en maakten gedurende de rit een hels kabaal. Nauwelijks was de trein op het emplacement van het Centraal station, of de portieren werden reeds geopend, men ging op de treeplanken staan en sprongen er nog voor de trein onder de kap van het station was vanaf.

Het was te hopen dat de autoriteiten van de Artillerie Inrichtingen aan de Hembrug maatregelen zouden nemen om een einde aan dergelijk taferelen te maken want dat was hoog nodig. Door het sturen van enige militairen die toezicht moesten houden, zou het kabaal spoedig tot het verleden moeten gaan behoren.

De redactie van de Amsterdamse Courant wees er tevens op dat het werkvolk de spoorwegmaatschappijen er zeker niet toe zouden bewegen tot het inleggen² van meer werkliedentreinen, wat ze dan ook aan hun eigen gedrag te wijten zouden hebben.

Ruim een maand later op 9 november 1901 deelde de directie van de Artillerie Inrichtingen het volgende mee:

Voor eenige tijd kwamen herhaaldelijk klachten in over het gedrag van jongens, werkzaam aan de Artillerie Inrichtingen Hembrug alhier tegenover passagiers in den trein van en naar Amsterdam. Naar aanleiding daarvan is een ernstig onderzoek daaromtrent is ingesteld met het gevolg, dat eenige dier jongens ontslagen zijn en van anderen het salaris verminderd is.

Na dit bericht werd het weer rustig in de werklieden treinen al zouden er in de jaren erna nog regelmatig berichten verschijnen over het op en van de trein springen alvorens deze stil stond en ook over de ernstige en zelfs dodelijke gevolgen van deze gevaarlijke bezigheden. ©PDKAIH2018 

¹ H.IJ.S.M. = Hollandsche IJzeren Spoorweg Maatschappij.   ² Inleggen = het toevoegen van meer wagons aan de bestaande treinen.

ARTILLERIE INRICHTINGEN HEMBRUG VERVAARDIGDT SIGAREN.

ARTILLERIE INRICHTINGEN HEMBRUG VERVAARDIGDT SIGAREN.

In juli 1934 verscheen in verschillende kranten het volgende bericht:

De Hembrug vervaardigt ,,Wascana” sigaren.

Staatsmunitie-bedrijf verpakt munitie onder valsche naam.

Op de Artillerie Inrichtingen Hembrug, de staatsmunitiebedrijven waar recent 20 arbeiders zijn ontslagen omdat ze niet betrouwbaar zouden zijn in gevallen waarin dit nodig zou moeten zijn, gebeuren rare dingen. Daar is recentelijk munitie afgeleverd in kisten, waarop vermeldt stond ,,Wascana” sigaren. De directie van de Artillerie Inrichtingen Hembrug werkt op bevel van hogerhand dus mee aan het camoufleren van zendingen die oorlogsmateriaal bevatten. De verantwoordelijk minister Decker heeft indertijd al openlijk aan de Tweede Kamer moeten toegegeven dat het staatmunitiebedrijf levert aan het buitenland. Ook voor de vreemde manier van verpakken verontschuldigde hij zich en gaf toe dat dit een internationale gewoonte is.

Wascana sigaren

De transportarbeiders die de Wascana-sigaren moeten verladen, weten nu inmiddels wat voor vreemde sigaren dit zijn. ©PDKAIH2017

BAAS ARTILLERIE INRICHTINGEN KRIJGT BEKEURING.

BAAS ARTILLERIE INRICHTINGEN KRIJGT BEKEURING.

In de jaren 20 van de vorige eeuw was het een levensgevaarlijke gewoonte om van nog rijdende treinen die een perron of halte naderden de deuren voortijdig te openen en op het perron te springen. Ook werd er op vertrekkende treinen gesprongen Dit werd ook gedaan door personeel van de Artillerie Inrichtingen en het is dan ook niet verwonderlijk dat menige arbeider door zo’n onbezonnen actie zijn ledematen gekneusd of gebroken heeft, of er in het gunstigste geval er met schrammen, schaafwonden en blauwe plekken van af kwam. Ook kwamen velen er achter dat dit gedrag in artikel 25 van het Algemeen Reglement op Spoorwegvervoer strafbaar was gesteld. Als beloning voor hun gedrag kregen zij een boete van hfl. 10,- . Daar moest in die tijd menige uurtje voor gewerkt worden.

Trein nabij station Amsterdam

De directeur van de Artillerie Inrichtingen, de heer W.G. Houtwipper, die  als goede werkgever over  lijf, leden en gezondheid van zijn personeel waakt en het goede voorbeeld wilde geven, liet in alle werkplaatsen, kantoren en fabrieken een dienstorder op hangen. Daarin stond dat een ieder zich diende te houden aan artikel 25 en dat degene die dat niet deden konden rekenen op strenge straffen. De roekeloze medewerkers waren nu voor eens en altijd gewaarschuwd. Hoe lang het goed ging is onbekend, maar op zaterdagmiddag 26 januari 1929 gebeurde het volgende: De trein uit de Zaanstreek, met daarin enige honderden ambtenaren en ander personeel van de Artillerie Inrichtingen naderde het Centraal Station van Amsterdam en als of er geen artikel 25 en dienstorder bestonden werd  er een deur geopend en sprong er een meneer uit de trein en rende het perron op. Regelrecht in de armen van een ,, smeris” En meneer of niet, hij moest net als iedereen zijn naam, adres en abonnement afgeven aan de man der wet. De overige mensen die ondertussen uit de stilstaande trein waren gestapt proesten het uit van het lachen bij het aanschouwen van de overtreder. Zij hadden hem direct herkend, het was hun directeur de heer Houtwipper, die daar een bekeuring en preek kreeg. De dagen daarna deed het verhaal de ronde dat de heer Houtwipper slechts had willen aantonen wat er gebeurd als je je niet aan zijn dienstorder en artikel 25 houdt. Of  dat de waarheid was weet behalve de heer Houtwipper zelf niemand, wel is zeker dat hij een slechte dag had. ©PDKAIH2015.

DE ARTILLERIE INRICHTINGEN VAN 1679 TOT 1925 deel 11 van 11.

DE ARTILLERIE INRICHTINGEN VAN 1679 TOT 1925 deel 10 van 11.

DELFT IS DE ARTILLERIE INRICHTINGEN NOG NIET GEHEEL KWIJT.

Zoals al gezegd, was Delft tijdens de mobilisatie de Artillerie Inrichtingen niet geheel kwijt. Er werd daar een rijwielafdeling opgericht en later een automobielafdeling. Het aantal werknemers was 600 a 700 man.

Rijwielwerkplaats Delft 1915

Tijdens de mobilisatie waren zeer veel rijwielen gevorderd. Deze waren echter van zeer verschillend model en niet berekend op militair gebruik. Men kwam daarom tot een legermodel.

Carosserie bouw in de Automobielenwerkplaats Delft 1915

De autodienst was in de mobilisatietijd geïmproviseerd met krachten uit de burgerindustrie en handel. De werkplaats te Delft was alleen ingericht voor herstellingen en assemblage van automobielen en motorrijwielen.

Drie schepen van de motordienst Hembrug

In de mobilisatietijd werd er tevens de beschikking gekregen over een 8 tal (mogelijk zelfs 10) motorboten voor de verzending van de goederen. Deze  motorschepen  kregen de naam Motordienst Hembrug en een eigen nr.

Na afloop van de oorlog ging al spoedig het gerucht dat de Constructie werkplaatsen naar de Hembrug zouden worden verplaatst. Dit gerucht werd al spoedig waarheid. Ondanks verwoede pogingen van het gemeentebestuur en anderen mocht het niet lukken de werkplaatsen voor Delft te behouden. In 1924 werden de machines en werktuigen geleidelijk over gebracht naar Hembrug. Delft was daarmee een voorname bestaansbron kwijt. In 1925 was de verhuizing voltooid. Een zeer klein gedeelte van het bedrijf en de automobiel en rijwielafdeling bleven in Delft achter. Hieraan kwam na het uitbreken van de 2e wereldoorlog een einde. De gebouwen te Delft werden door het Rijk verhuurd en gedeeltelijk als opslagplaatsen voor de Artillerie Inrichtingen bestemd. Later zijn daarin diverse industrieën gevestigd of zijn zij als bergruimten in gebruik genomen.

Nu, we schrijven 2014 is vrijwel alles door de modernisering verdwenen. Het gehele staatsbedrijf was  dus sinds die tijd bij de Hembrug geconcentreerd. Het is begrijpelijk dat deze concentratie enorm bijdraagt aan een zo efficiënt mogelijk beheer. Niet alleen oorlogsgoederen werden er vervaardigd, sinds 1919 voerden de Artillerie Inrichtingen de autodiensten uit voor de posterijen te Amsterdam en Rotterdam en voor de departementen van Defensie en Justitie.

Door de AI geassembleerde en gebruikte postauto met het AI embleem op het portier

Er wordt vaak verteld en geschreven dat dit was om de militairen bekend te maken met aardrijkskundige kennis van Nederland. Dit voor het geval er weer oorlog zou komen. In werkelijkheid was het om het automateriaal, dat bij de demobilisatie voor het leger niet meer nodig was, productief te maken. Maar de fabricage van wapens en munitie was toch hoofdzaak gebleven. Wij verlangden, ook nu nog, allemaal naar de wereldvrede maar zelfs nu hij is nog niet verzekerd. Zolang er nog geen internationale ontwapening is, blijft de nationale bewapening een noodzakelijk kwaad. En als er dan bewapening nodig is, moet zij goed zijn. Aan de Artillerie Inrichtingen heeft het zeker niet gelegen. Zij hebben getoond wat te kunnen presteren als onze neutraliteit gevaar dreigde te lopen. Dat ons leger in 1914 tot 1918 paraat was, danken wij voor een zeker niet gering deel aan haar. En daarvoor zijn wij, ook nu het bedrijf niet meer bestaat, nog zeer erkentelijk. ©PDKAIH2014