MET “DE SIK” NAAR DE ARTILLERIE INRICHTINGEN.

MET “DE SIK” NAAR DE ARTILLERIE INRICHTINGEN.

1000 km op een groene Jumbo was de titel van een door mij verslonden jongensboek uit de bibliotheek aan de Vinkenstraat. Wij zeiden altijd dat we naar de leeszaal gingen. Het ging over en jongen, die mee mocht rijden op een stoomlocomotief. Nu vraag je je af waarom werd het een jongensboek genoemd. Kennelijk werden meisjes niet geacht zoiets te doen. Het was niet alleen een leuk boek, je leerde meteen van alles over hoofdseinen, voorseinen, baanvakken enz.

Geïnspireerd door het boek trok ik naar het rangeerterrein bij het station aan de provinciale weg. Ik keek geboeid naar het keren van stoomlocomotieven op de draaikuil en het rangeren met de goederenwagens. Ook praatte ik mij naar binnen bij het overwachters huis bij de Hoornse lijn over de Provincialeweg. Heel interessant waren de signalen die hier binnenkwamen wanneer het boemeltje naar Purmerend onderweg was. De spoorbomen werden handmatig gesloten en met grote hendels wissels en seinen omgezet.

Op het rangeerterrein maakte ik kennis met rangeerder Pierre, een heel vriendelijke man van ik denk Vlaamse afkomst. Hij was altijd in de weer met “De Sik”, een kleine diesellocomotief.

De Sik onderweg naar de Artillerie Inrichtingen ©A.Heino

Reeksen volle goederenwagens moesten verdeeld worden op de verschillende laad en losplaatsen en lege wagons moesten weer opgehaald en tot een sleep aan elkaar gekoppeld. Dat laatste was link werk. De Sik gaf een uitgekiende stoot aan een losse wagon. Die reed dan langzaam richting van de sleep. Pierre rende dan voorbij de rijdende wagon en sprong vlak voor het botsen tussen de wagons en tilde de koppeling omhoog. Op het moment dat de verende buffers in elkaar veerden, gooide Pierre de koppeling over de haak.

Ik mocht meerijden. Soms een echte rit naar station Oostzaan om een wagon te brengen of te halen. Dan reden we over het hoofdnet en soms naar de Artillerie Inrichtingen, in de volksmond de Hembrug genoemd. Dat vond ik geweldig. Na telefonisch contact met de seinpost bij de Westzanerdijk reden we dan een stukje over het hoofdspoor tot de wissel naar links. Vervolgens kwamen we dan bij een op geen enkele manier beveiligde oversteek van de Provincialeweg. Pierre pakte dan een rode vlag en ging op de weg staan.

De kruising met de Provinciale weg en het hek naar de Artillerie Inrichtingen ©PDKAIH2018

En dan mocht ik de Sik rijden naar de overkant. Daar was de rails richting Artillerie Inrichtingen, afgesloten met een groot hek en hangslot. Pierre opende het hek en ik reed de Sik tot voorbij het hek, dat door Pierre zorgvuldig werd afgesloten.

Goederenwagons op het terrein van de Artillerie Inrichtingen ©PDKAIH2018

Nee, ik werd geen machinist maar kantoorbediende en daarna Marechaussee. En daar kwam mijn droom toch nog uit. Meerijden voorin een echte locomotief, weliswaar geen stoom maar een elektrische loc. Ik moest dan mee als beveiliger met een transport militair materiaal van rangeerterrein Watergraafsmeer naar Amersfoort. In de nacht voorin bij de machinist. Fascinerend al die seinen. De machinist was verbaasd over hoeveel ik wist over het seinstelsel. © Dick Bakker 

In memoriam. De naam van deze zeer ervaren rangeerder was E.G.M. (Pierre) Boussen, hij woonde destijds met zijn gezin in de Anna Paulownastraat tegenover het toenmalige station Zaandam. Pierre is na zijn pensionering  als rangeerder, hetwelk hij 40 jaar geweest was, op 10-11-1960 ’s avonds tijdens zijn werkzaamheden als express goederen transporteur bij het oversteken van perron 1 naar perron 2 misgestapt en daarbij onder zijn geliefde Sik terecht gekomen en als gevolg daarvan overleden. Het gezin heeft daarna nog jaren tegenover het station gewoond. Niet lang na dit voorval zijn de motorlocs van dit type als zijnde gevaarlijk uit dienst genomen. ©PDKAIH2018

Advertenties

DE AI IN DE STELLING VAN AMSTERDAM.

DE AI IN DE STELLING VAN AMSTERDAM.

Regelmatig wordt deze site benaderd met vragen als: “De Artillerie Inrichtingen Hembrug lagen in het laatste bolwerk van de landsverdediging, de Stelling van Amsterdam, maar wat is dat nu eigenlijk die stelling?, Hoe stak dat in elkaar?, Hoe werkt dat nu precies zo’n stelling?”enz.

Hoewel er op het wereld wijde web heel veel informatie te vinden is over het hoe wat en waarom van de stelling en ook op de vele forten veel wordt uitgelegd, zullen we ook hier het één en ander met behulp van een aantal filmpjes uitleggen en verduidelijken.

De Stelling van Amsterdam is de laatste van een aantal verdedigingslinies en had als doel in geval van een oorlog, als laatste te verdedigen gebied enige maanden geheel zelfstandig te kunnen functioneren, dit in afwachting van buitenlandse bondgenoten die ons zouden komen helpen.

Deze laatste verdedigingskring die voor het grootste deel tussen 1881 en 1914 door het Departement van Oorlog is aangelegd, heeft een lengte van 135 km en ligt op afstanden tussen de 15 en 20 km rondom het centrum van Amsterdam. Verder is de stelling verdeeld in 5 sectoren. Aan de buitenzijden bevinden zich 3 tot 5 km brede inundatie gebieden die in geval van nood onder water gezet kunnen worden. De vijand kan dan niet zien waar wegen, paden, greppels en sloten zijn en zakken met hun zware materiaal in slappe grond of lopen in sloten. Verder zijn ze door hun langzame en soms stagnerende opmars een makkelijke prooi voor de verdedigers en kanonnen en mitrailleurs van de forten, die bij de weinige accessen (doorgangen) staan opgesteld en elkaars schootsveld bestrijken.

De Stelling van Amsterdam

De verdediging bestaat uit:  Fort bij Edam, Fort bij Kwadijk, Fort benoorden Purmerend, Fort aan de Nekkerweg, Fort aan de Middenweg, Fort aan de Jisperweg, Fort bij Spijkerboor, Fort bij Marken-Binnen, Fort bij Krommeniedijk, Fort aan Den Ham, Fort bij Veldhuis, Fort aan de St. Aagtendijk, Fort bij Velsen, Fort Zuidwijkermeer, Fort bij IJmuiden, Fort benoorden Spaarndam, Fort bezuiden Spaarndam, Fort bij Penningsveer, Fort bij de Liebrug, Fort aan de Liede, Fort bij Vijfhuizen, Fort bij Heemstede, Batterij aan de IJweg, Fort bij Hoofddorp, Batterij aan de Sloterweg, Fort bij Aalsmeer, Fort bij Kudelstaart, Fort bij De Kwakel, Fort aan de Drecht, Fort bij Uithoorn, Fort Waver-Amstel, Fort in de Botshol, Fort aan de Winkel, Fort Abcoude, Batterij aan het Gein, Fort bij Nigtevecht, Fort bij Hinderdam, Fort Uitermeer, Vesting Weesp Fort aan de Ossenmarkt, Vesting Muiden Muizenfort, Vesting Muiden Fort H, Vesting Muiden Westbatterij, Fort Coehoorn, Kustbatterij bij Diemerdam, Fort aan het Pampus, Kustbatterij bij Durgerdam

In september 1995 werden de Nieuwe Hollandse Waterlinie en dit deel van de Stelling van Amsterdam aangemeld om op de UNESCO Werelderfgoedlijst geplaatst te worden. In 1996 werd het geheel op deze lijst geplaatst. (De Organisatie der Verenigde Naties voor Onderwijs, Wetenschap en Cultuur (United Nations Educational, Scientific and Cultural Organization, UNESCO))

Verder een aantal nevenbatterijen, magazijnen, inundatiesluizen en natuurlijk een groot aantal manschappen.

Binnen de Stelling bevonden zich vele zaken die alle monden binnen in de stelling van voedsel, kleding, materialen en nog veel meer moesten voorzien en verder waren er ziekenhuizen, pakhuizen, transportmiddelen enz. En natuurlijk ook een wapen en munitiefabriek (De Artillerie Inrichtingen Hembrug). Omdat dit bedrijf zich zo’n beetje in het midden van de stelling bevond, wordt het vaak aangeduid als “Het hart van de Stelling.” De Artillerie Inrichtingen bevoorraden de sectorparken en van daaruit werden de forten en baterijen van de nodige wapens, munitie en materialen voorzien. Al deze voorzieningen staan niet op de Werelderfgoedlijst maar vele van deze gebouwen behoren wel tot lands Rijksmonumenten. ©PDKAIH2017

Bron van de kaart en lijst van de forten : © Stelling van Amsterdam 

Bron van de filmpjes Museion Media iov ©Provincie Noord Holland 

“Onderstaande filmpjes zijn gemaakt door Museion Media in opdracht van de provincie Noord Holland en maken onderdeel uit van de Les kist Stelling van Amsterdam” Een project om scholieren kennis bij te brengen over het waarom en de werking van de Stelling en het dagelijks leven op en in de forten.

Deel 1, De stelling van Amsterdam en de mobilisatie van 1914 – 1918.

Deel 2, De werking van een fort, bewapening en bescherming.

Deel 3, Het leven op de forten.

Deel 4, De inundatie, het geheim van de militaire onderwaterzetting.

 

Deel 5, Het nationale reduit, de strategie van de laatste wijkplaats.

NEDERLANDS EERSTE TANK

NEDERLANDS EERSTE TANK

In de periode vlak na de 1e wereldoorlog had Nederland behoefte aan een zwaar wapen dat zonder problemen ons vochtige polderland kon bedwingen. Na veel wikken en wegen werd besloten tot de aanschaf van een kleine en vooral lichte tank. De keuze viel uiteindelijk op de Franse Renault FT-17. Het was de enige tank die Nederland tussen beide wereldoorlogen bezat. Hij is uitvoerig getest en aan diverse proeven onderworpen. Waarom het bij deze ene tank bleef ziet u in dit filmpje.

BALDADIGHEDEN IN DE WERKLIEDENTREINEN DOOR WERKVOLK AI.

BALDADIGHEDEN IN DE WERKLIEDENTREINEN DOOR WERKVOLK AI.

Begin oktober 1901 regende het bij de H.IJ.S.M.¹ en bij de redacties van diverse Amsterdamse en Zaanse kranten klachten over het gedrag van het Amsterdamsche werkvolk van de Zaanse Artillerie Inrichtingen dat ’s middags met de trein van 17.45 uur vanaf de halte Hembrug naar Amsterdam terugkeert.

 

Een werkliedentrein anno 1901

 

Een inzender die zijn klacht bij de Amsterdamse Courant deponeerde, deelde mede, “ dat opgeschoten jongens van ongeveer 20 jaar door het plegen van allerlei baldadigheden, zoals het smijten met de portieren en deuren (met name in de doorloop van de 3e klasse), het tegen elkaar open zetten van de raampjes en niet in het minst door het bezigen van liederlijke taal, dag aan dag voor de medereizigers een grote ergernis zijn”.

Niet zelden gebeurde het dan ook, dat de toorn van het reizend publiek werd opgewekt en dat men door hardhandig optreden de belhamels tot orde trachtte te dwingen, wat niet zelden kleine vechtpartijen tot gevolg had.

Bij den Stationschef van het Centraal station waren dan ook meermalen ernstige klachten dienaangaande ingekomen; waren de namen van de onruststokers bekend, dan werden hunne werkmanskaarten ingetrokken, doch overigens was de directie van de H.IJ.S.M. niet bij machte verbetering in den toestand aan te brengen.

De redactie van de Amsterdamsche Courant was om zichzelf te overtuigen met de bovengenoemde trein naar Amsterdam meegereden. Van de halte chef aan de Hembrug hadden zij vernomen dat het voornamelijk de jongens uit de geweermakerij van de Artillerie Inrichtingen waren die de last veroorzaakten. Ook hij had zich bijna dagelijks over hun gedrag beklaagd.

Zelfs was er onlangs even voorbij de Hembrug, in drie wagons, die geheel gevuld waren met aan de Artillerie Inrichtingen werkende jongeren, aan den noodrem getrokken, waardoor de trein tot stilstand werd gebracht. Het was onder zo’n groot aantal jongeren onmogelijk geweest de daders te vinden.

Dat de klachten niet overdreven waren, had de Redactie zelf kunnen constateren. Een minuut of tien voordat de trein aan zou komen, kwam er een groep van circa 180 man de fabrieken uit, waaronder een honderdtal opgeschoten jongens, die de halte onveilig maakten door het gooien met stenen.

Nog voor de trein op het grindperron was aangekomen, waren de jongens al op de treeplanken gesprongen, wat natuurlijk uiterst gevaarlijk was. Portieren werden opengesmeten en alle coupés te gelijk bestormd. Ze liepen over de banken en bevuilden deze in ernstige mate en stoorden zich niet in de minste aan de vele verzoeken van medereizigers en maakten gedurende de rit een hels kabaal. Nauwelijks was de trein op het emplacement van het Centraal station, of de portieren werden reeds geopend, men ging op de treeplanken staan en sprongen er nog voor de trein onder de kap van het station was vanaf.

Het was te hopen dat de autoriteiten van de Artillerie Inrichtingen aan de Hembrug maatregelen zouden nemen om een einde aan dergelijk taferelen te maken want dat was hoog nodig. Door het sturen van enige militairen die toezicht moesten houden, zou het kabaal spoedig tot het verleden moeten gaan behoren.

De redactie van de Amsterdamse Courant wees er tevens op dat het werkvolk de spoorwegmaatschappijen er zeker niet toe zouden bewegen tot het inleggen² van meer werkliedentreinen, wat ze dan ook aan hun eigen gedrag te wijten zouden hebben.

Ruim een maand later op 9 november 1901 deelde de directie van de Artillerie Inrichtingen het volgende mee:

Voor eenige tijd kwamen herhaaldelijk klachten in over het gedrag van jongens, werkzaam aan de Artillerie Inrichtingen Hembrug alhier tegenover passagiers in den trein van en naar Amsterdam. Naar aanleiding daarvan is een ernstig onderzoek daaromtrent is ingesteld met het gevolg, dat eenige dier jongens ontslagen zijn en van anderen het salaris verminderd is.

Na dit bericht werd het weer rustig in de werklieden treinen al zouden er in de jaren erna nog regelmatig berichten verschijnen over het op en van de trein springen alvorens deze stil stond en ook over de ernstige en zelfs dodelijke gevolgen van deze gevaarlijke bezigheden. ©PDKAIH2018 

¹ H.IJ.S.M. = Hollandsche IJzeren Spoorweg Maatschappij.   ² Inleggen = het toevoegen van meer wagons aan de bestaande treinen.

ARTILLERIE INRICHTINGEN HEMBRUG VERVAARDIGDT SIGAREN.

ARTILLERIE INRICHTINGEN HEMBRUG VERVAARDIGDT SIGAREN.

In juli 1934 verscheen in verschillende kranten het volgende bericht:

De Hembrug vervaardigt ,,Wascana” sigaren.

Staatsmunitie-bedrijf verpakt munitie onder valsche naam.

Op de Artillerie Inrichtingen Hembrug, de staatsmunitiebedrijven waar recent 20 arbeiders zijn ontslagen omdat ze niet betrouwbaar zouden zijn in gevallen waarin dit nodig zou moeten zijn, gebeuren rare dingen. Daar is recentelijk munitie afgeleverd in kisten, waarop vermeldt stond ,,Wascana” sigaren. De directie van de Artillerie Inrichtingen Hembrug werkt op bevel van hogerhand dus mee aan het camoufleren van zendingen die oorlogsmateriaal bevatten. De verantwoordelijk minister Decker heeft indertijd al openlijk aan de Tweede Kamer moeten toegegeven dat het staatmunitiebedrijf levert aan het buitenland. Ook voor de vreemde manier van verpakken verontschuldigde hij zich en gaf toe dat dit een internationale gewoonte is.

Wascana sigaren

De transportarbeiders die de Wascana-sigaren moeten verladen, weten nu inmiddels wat voor vreemde sigaren dit zijn. ©PDKAIH2017

BAAS ARTILLERIE INRICHTINGEN KRIJGT BEKEURING.

BAAS ARTILLERIE INRICHTINGEN KRIJGT BEKEURING.

In de jaren 20 van de vorige eeuw was het een levensgevaarlijke gewoonte om van nog rijdende treinen die een perron of halte naderden de deuren voortijdig te openen en op het perron te springen. Ook werd er op vertrekkende treinen gesprongen Dit werd ook gedaan door personeel van de Artillerie Inrichtingen en het is dan ook niet verwonderlijk dat menige arbeider door zo’n onbezonnen actie zijn ledematen gekneusd of gebroken heeft, of er in het gunstigste geval er met schrammen, schaafwonden en blauwe plekken van af kwam. Ook kwamen velen er achter dat dit gedrag in artikel 25 van het Algemeen Reglement op Spoorwegvervoer strafbaar was gesteld. Als beloning voor hun gedrag kregen zij een boete van hfl. 10,- . Daar moest in die tijd menige uurtje voor gewerkt worden.

Trein nabij station Amsterdam

De directeur van de Artillerie Inrichtingen, de heer W.G. Houtwipper, die  als goede werkgever over  lijf, leden en gezondheid van zijn personeel waakt en het goede voorbeeld wilde geven, liet in alle werkplaatsen, kantoren en fabrieken een dienstorder op hangen. Daarin stond dat een ieder zich diende te houden aan artikel 25 en dat degene die dat niet deden konden rekenen op strenge straffen. De roekeloze medewerkers waren nu voor eens en altijd gewaarschuwd. Hoe lang het goed ging is onbekend, maar op zaterdagmiddag 26 januari 1929 gebeurde het volgende: De trein uit de Zaanstreek, met daarin enige honderden ambtenaren en ander personeel van de Artillerie Inrichtingen naderde het Centraal Station van Amsterdam en als of er geen artikel 25 en dienstorder bestonden werd  er een deur geopend en sprong er een meneer uit de trein en rende het perron op. Regelrecht in de armen van een ,, smeris” En meneer of niet, hij moest net als iedereen zijn naam, adres en abonnement afgeven aan de man der wet. De overige mensen die ondertussen uit de stilstaande trein waren gestapt proesten het uit van het lachen bij het aanschouwen van de overtreder. Zij hadden hem direct herkend, het was hun directeur de heer Houtwipper, die daar een bekeuring en preek kreeg. De dagen daarna deed het verhaal de ronde dat de heer Houtwipper slechts had willen aantonen wat er gebeurd als je je niet aan zijn dienstorder en artikel 25 houdt. Of  dat de waarheid was weet behalve de heer Houtwipper zelf niemand, wel is zeker dat hij een slechte dag had. ©PDKAIH2015.

DE ARTILLERIE INRICHTINGEN VAN 1679 TOT 1925 deel 11 van 11.

DE ARTILLERIE INRICHTINGEN VAN 1679 TOT 1925 deel 10 van 11.

DELFT IS DE ARTILLERIE INRICHTINGEN NOG NIET GEHEEL KWIJT.

Zoals al gezegd, was Delft tijdens de mobilisatie de Artillerie Inrichtingen niet geheel kwijt. Er werd daar een rijwielafdeling opgericht en later een automobielafdeling. Het aantal werknemers was 600 a 700 man.

Rijwielwerkplaats Delft 1915

Tijdens de mobilisatie waren zeer veel rijwielen gevorderd. Deze waren echter van zeer verschillend model en niet berekend op militair gebruik. Men kwam daarom tot een legermodel.

Carosserie bouw in de Automobielenwerkplaats Delft 1915

De autodienst was in de mobilisatietijd geïmproviseerd met krachten uit de burgerindustrie en handel. De werkplaats te Delft was alleen ingericht voor herstellingen en assemblage van automobielen en motorrijwielen.

Drie schepen van de motordienst Hembrug

In de mobilisatietijd werd er tevens de beschikking gekregen over een 8 tal (mogelijk zelfs 10) motorboten voor de verzending van de goederen. Deze  motorschepen  kregen de naam Motordienst Hembrug en een eigen nr.

Na afloop van de oorlog ging al spoedig het gerucht dat de Constructie werkplaatsen naar de Hembrug zouden worden verplaatst. Dit gerucht werd al spoedig waarheid. Ondanks verwoede pogingen van het gemeentebestuur en anderen mocht het niet lukken de werkplaatsen voor Delft te behouden. In 1924 werden de machines en werktuigen geleidelijk over gebracht naar Hembrug. Delft was daarmee een voorname bestaansbron kwijt. In 1925 was de verhuizing voltooid. Een zeer klein gedeelte van het bedrijf en de automobiel en rijwielafdeling bleven in Delft achter. Hieraan kwam na het uitbreken van de 2e wereldoorlog een einde. De gebouwen te Delft werden door het Rijk verhuurd en gedeeltelijk als opslagplaatsen voor de Artillerie Inrichtingen bestemd. Later zijn daarin diverse industrieën gevestigd of zijn zij als bergruimten in gebruik genomen.

Nu, we schrijven 2014 is vrijwel alles door de modernisering verdwenen. Het gehele staatsbedrijf was  dus sinds die tijd bij de Hembrug geconcentreerd. Het is begrijpelijk dat deze concentratie enorm bijdraagt aan een zo efficiënt mogelijk beheer. Niet alleen oorlogsgoederen werden er vervaardigd, sinds 1919 voerden de Artillerie Inrichtingen de autodiensten uit voor de posterijen te Amsterdam en Rotterdam en voor de departementen van Defensie en Justitie.

Door de AI geassembleerde en gebruikte postauto met het AI embleem op het portier

Er wordt vaak verteld en geschreven dat dit was om de militairen bekend te maken met aardrijkskundige kennis van Nederland. Dit voor het geval er weer oorlog zou komen. In werkelijkheid was het om het automateriaal, dat bij de demobilisatie voor het leger niet meer nodig was, productief te maken. Maar de fabricage van wapens en munitie was toch hoofdzaak gebleven. Wij verlangden, ook nu nog, allemaal naar de wereldvrede maar zelfs nu hij is nog niet verzekerd. Zolang er nog geen internationale ontwapening is, blijft de nationale bewapening een noodzakelijk kwaad. En als er dan bewapening nodig is, moet zij goed zijn. Aan de Artillerie Inrichtingen heeft het zeker niet gelegen. Zij hebben getoond wat te kunnen presteren als onze neutraliteit gevaar dreigde te lopen. Dat ons leger in 1914 tot 1918 paraat was, danken wij voor een zeker niet gering deel aan haar. En daarvoor zijn wij, ook nu het bedrijf niet meer bestaat, nog zeer erkentelijk. ©PDKAIH2014

 

 

 

DE ARTILLERIE INRICHTINGEN VAN 1679 TOT 1925 deel 10 van 11.

DE ARTILLERIE INRICHTINGEN VAN 1679 TOT 1925 deel 10 van 11.

Artillerie Inrichtingen worden Staatsbedrijf en de 1e wereldoorlog breekt uit.

In 1913 werden de Artillerie Inrichtingen een Staatsbedrijf met een eigen begroting en kregen een burger directie. Ook de leiding van de bedrijven gingen in burgerdienst over. Dit was een grote vooruitgang omdat men zodoende personeel kreeg dat zich blijvend aan het bedrijf kon wijden. Kort nadat deze maatregel was genomen, brak de 1e wereldoorlog uit.

 

De directie der Artillerie Inrichtingen. Zittend vlnr de heren: Directeur G. Th. van Dam, Directeur; J.H.A. Mijsberg, Directeur; H.M. van Unen, Secretaris; B.J. Top. Staand vlnr. L.L.E. Ornstein,Bedrijfschef Patroonfabriek; J. Jungeling.Bureauchef voor de Technische Zaken; D. Rijnders.bedrijfschef Vuurwerkerij; J.D. Berkhout,Technoloog; N.P.A. du Quesne van Bruchem, waarnemend Bedrijfschef Wapenfabriek; E. Zuidema. Administrateur.

 

Wat is er in die tijd aan de Hembrug gebeurd? Voor het organiseren van de munitieaanmaak met behulp van de particuliere industrie werd het Munitiebureau ingesteld. Later heeft de zorg van dat bureau zich ook over andere zaken dan enkel munitie uitgestrekt. Bij de aanmaak door particulieren werden aanvankelijk opdrachten gegeven aan verschillende fabrikanten. Tenslotte kwam men echter tot geconcentreerde aanmaak, die in een fabriek over het IJ door Belgische fabrikanten van automobielen en met behulp van uit het Oosten van het land overgebrachte werktuigen werd opgezet.  Dit bleek grote voordelen op te leveren. Het benodigde buskruit kon van de fabriek te Muiden worden betrokken. Trotyl werd eerst op kleine schaal uit toluol dat van de gasfabrieken kwam gemaakt.Later werd er een afzonderlijke fabriek gebouwd bij de Hembrug, waar de Bataafsche het maakte uit toluolbenzine.  Deze fabriek bevond zich aan de Amsterdamse zijde van het Noordzeekanaal.

 

Kruitfabriek te Muiden.

 

Behalve artillerieprojectielen werden ook handgranaten in verschillende soorten aangemaakt.Omdat de weermacht die ondertussen was versterkt met de langzamerhand goed geoefende reservetroepen te kunnen bewapenen werd besloten de productie van wapens belangrijk opvoeren. De particuliere industrie hielp om zo snel mogelijk de aan de Hembrug aanwezige werktuigen in een behoorlijk aantal te vermenigvuldigen. Dit ging in een rap tempo omdat zij alleen maar gekopieerd hoefden te worden en er van een groot gedeelte van deze werktuigen al gietmodellen aanwezig waren. Het doel was het zogenaamde wisselbedrijf aan de Hembrug om te vormen in een inrichting waar alle onderdelen van het wapen tegelijkertijd naast elkaar konden worden afgewerkt.

 

Machines bestemd voor fabricage van geweerlopen.Op de voorgrond vier trekbanken waarop de geweerlopen van trekken voorzien worden. Op den voorgrond links: de Bedrijfschef van de Wapenfabriek, D.H.Peereboom Voller. rechts van hem: de Opzichter van de lopenfabricage, M.A. v.d.Ende.

 

De honderden werktuigen die daarvoor nodig waren zijn alle in Nederland gemaakt. Het personeel werd in die tijd sterk uitgebreid naar ongeveer 8500 personen. Een groot probleem tijdens deze oorlog was het verkrijgen van de benodigde materialen. De gewoonlijk gebruikte materialen waren niet te krijgen en men moest zich vaak behelpen met allerlei mindere kwaliteit. Tenslotte zijn zelfs geweren gemaakt van oude rails (het enige staal dat nog in het binnenland in grote hoeveelheden aanwezig was). Telegraafdraad dat eigenlijk bestemd was om prikkeldraad van te maken maar dat toevallig hardbaar bleek werd gebruikt.

 

De voorraad notenhout 1916-1917

 

Ook de inlandse notenbomen werden niet gespaard. Toen het land werd afgezocht bleken er heel wat meer aanwezig dan men aanvankelijk dacht en vielen er duizenden ten offer aan de wapenproductie. Gemiddeld was slechts één op de drie bomen voor het doel geschikt. Al spoedig beschikte men voor de vordering, het rooien en vervoeren van de bomen over zodanig geoefend personeel dat de aanvoer geregeld geschiede. En het kwam slechts zeer zelden voor dat een boom verborgen gebreken vertoonde. ©PDKAIH2017

 

DE ARTILLERIE INRICHTINGEN VAN 1679 TOT 1925 deel 9 van 11.

DE ARTILLERIE INRICHTINGEN VAN 1679 TOT 1925 deel 9 van 11.

 

De Vuurwerkerij, de Projectielen en de Buizenfabriek

De Vuurwerkerij omvatte de laboreerwerkplaatsen en verder de projectielen en een buizenfabriek. De laboreerwerkplaatsen zorgen voor het maken van verschillende sassen, waaronder die voor de sasringen van de tijdbuizen en de sassen voor de slaghoedjes. (Een sas is een mengsel van een zuurstof gevende stof en één of meer andere stoffen dat en zorgt voor een explosieve ontsteking van de lading van een projectiel).

Hierbij hoorde ook de bereiding van het slagkwik. (een giftige instabiele stof die gemakkelijk explodeerd. De ontsteking geschied mechanisch of chemisch. Het werd veel gebruikt in ontstekers en slaghoedjes).

 

1. Projectieldraaierij van de Vuurwerkerij. 2. Vuurwerkerij het vullen van de brisantgranaat kartetsen met kogeltjes en de onderste laag hiervan vastzetten met hars. 3. Projectieldraaierij met op de voorgrond oefenpantsergranaten. 4. Samenstelling met geheel links dhr. Baijards ©Miranda Rozemeijer

 

 

Ook vervaardigde men hier verschillende andere vuurwerken zoals onder andere: seinpatronen, vuurpijlen, vliegtuigbommen, trotylpatronen, pijpjes voor de ontsteking van het geschut enz. en ook werden hier projectielen met kruit of andere ontplofbare stoffen gevuld. Allemaal werkzaamheden voor rustige en zeer nauwkeurig werkende mensen.

Men onderscheidt granaten, granaatkartetsen, brisantgranaten, brisantgranaatkartetsen of eenheidsprojectielen en kartetsen. In de Buizenfabriek maakte men de zeer nauwkeurig ingestelde, uiterst precieze inrichtingen die in de kop of in de bodem van het projectiel werden geplaatst met het doel om deze te laten springen. Dit kan geschieden tijdens de vlucht vóór en boven het doel, na een vooraf ingestelde tijd of bij het treffen van het doel. In het eerste geval spreekt men van een tijdbuis, in het laatste van een schokbuis. Ook werd er vaak een combinatie van deze twee gebruikt, de tijdschokbuis. ©PDKAIH2017