DE 2e WERELDOORLOG EN DE ARTILLERIE INRICHTINGEN deel 1 van 4

PLANNEN VOOR VERNIETIGING VAN DE ARTILLERIE INRICHTINGEN

Toen aan het einde van de dertiger jaren van de vorige eeuw de dreiging van een 2e wereldoorlog steeds heviger werd, waren er door de Artillerie Inrichtingen in het diepste geheim plannen gemaakt om te voorkomen dat het bedrijf in Duitse handen zou vallen.

De plannen behelsden als eerste de verbranding van alle geclassificeerde documenten, tekeningen etc. Daarna dienden de elektrische installaties en hun schakelborden te worden vernield. Als dat was gebeurd stonden er nog een groot aantal zaken in de lijst die handmatig vernield dienden te worden. Nadat het voorgaande naar behoren was uitgevoerd zou men volgens de plannen een groot aantal zware machines, kranen, transformatorruimtes, stoomhamers, smeedhamers, persen, ketels, vulmachines, gebouwen en munitiemagazijnen opblazen.

WAAROM

Dit rigoureuze ingrijpen was nodig omdat de Artillerie Inrichtingen een Staatsbedrijf waren, wat volgens het Landsoorlogsrecht inhield, dat het bedrijf na een capitulatie met alles erop en eraan in handen van de Duitsers zou vallen.

MEERDERE PLANNEN

Voor deze vernielingen met behulp van explosieven bestonden verschillende versies van de plannen.

Als de munitiemagazijnen werden opgeblazen, had dit zoveel vervolgschade dat andere gebouwen al zo zwaar beschadigd waren dat verdere actie waarschijnlijk niet meer nodig was.
Werden de munitie gebouwen in eerste instantie gespaard. Dan werden eerst alle andere panden opgeblazen. Te beginnen bij het centraal, aan de Hemkade gelegen gebouw nr. 2. Mocht er gezien het feit dat de beslissing voor de uitvoering van de plannen pas zo laat mogelijk zou worden genomen, geen tijd meer zijn om alles op te blazen, dan zouden alleen de machines en hun voorzieningen met kleine springladingen, die geen gevaar konden vormen voor de munitiemagazijnen worden opgeblazen.

STRIKTE REGELS VOOR DE VERNIETIGING MET EXPLOSIEVEN

Voor vernietiging met explosieven waren er strikte regels in het plan opgenomen. Er mocht alleen met tijdontstekers worden gewerkt en ook waren er instructies met betrekking tot het gebruik van de ladingen en de vertragers. Ladingen van 500, 1500 en 18000 gram werden specifiek omschreven.

Bij het gebruik van deze zware explosieven moest er een gebied met een straal van 3 km worden geëvacueerd. Die evacuatie zou in voorkomend geval, de tijd die nodig was om de plannen voor vernietiging uit te voeren flink korter maken. De tijd tussen de verschillende zware explosies diende een kwartier te zijn. Waardoor het geheel volgens het ene plan na 3 uur en het andere plan na 4 uur moest zijn uitgevoerd.

LIJST VAN DE GEBOUWEN DIE VERNIETIGD DIENDEN TE WORDEN

1 Machinefabriek voor lichte werktuigen (gebouwen 20, 40 en 293)

afdeling Gereedschappen aanmaak
afdeling Centrale meetafdeling

2 Machinefabriek voor zware werktuigen (gebouw 320)

3 Wapen en projectielen fabriek (geb. 1, 84)

afdeling Projectielen
afdeling Wapen (onderdelen)

4 Warm bedrijf  (gebouwen 55,72 en 333)

afdeling Modelmakerij
afdeling Machinale vormerij (gieterij)
(gebouw 155)
afdeling Harderij
(gebouw 156)
afdeling Smederij

5 Wapen revisie bedrijf

(gebouwen 151, 290, 366)
afdeling Geschut
(gebouw 309)
afdeling Draagbare wapens

6 Hulzen en kogelfabriek

(gebouw 322)
afdeling Kleine hulzen (7,7 en 9 mm)
(gebouw 284)
afdeling Kleine kogels (7,7 en 9 mm)
(gebouw 269)
afdeling Controle afdeling

(gebouwen 294 en 330)
afdeling Middelbare munitie (12,7; 20; 40 mm)
(gebouwen 29 en 112)
afdeling Grote munitie (>40 mm)

7 Munitiesamenstelling

(gebouw 274)
afdeling Trotyl gieterij
(gebouwen 47,48 en 49)
afdeling Aanmaak slagkwik
(gebouw 45)
afdeling Aanmaak slaghoedjes
(gebouw 511)
afdeling Lichtspoorperserij
gebouw 52)
afdeling Trotyl en tetrylperserij
(gebouw 207)
afdeling Samenstelling grote munitie
(gebouw 24)
afdeling Samenstelling kleine munitie
(gebouw 91)
afdeling Inzetten slaghoedjes
(gebouw 57)
afdeling Samenstellen schokbuizen
(gebouw 272a t/m f)
afdeling Loodazyde

 8 Munitie magazijn

(gebouwen 53, 54, 106, 107, 108, 299, 300 en 301)

9 Centrale magazijn )

(gebouw 14)

10 Bedrijfsdienst

(gebouw 40)
afdeling Compressoren bedrijf
(gebouwen 277,325 en 339) 
afdeling  Transformatoren

11 Laboratorium

(gebouw12)

12 Kade

afdeling Kranen

13 Nieuwbouw c.q. uitbreiding

(gebouw 156)
afdeling Granaten perserij
(gebouwen 308 en 342)
afdeling Projectielendraaierij

14 Leger munitie magazijnen

(gebouwen 701 t/m 705)

15 Werkplaatsen firma Sterel en Wechelaar

(gebouw 313)

NOOIT UITGEVOERD

Op de 14e mei 1940 had de toenmalige directeur Ir. F(ranciscus).Q, den Hollander aan Nederlands hoogste regeringsmacht, de Generaal H(enry). G. Winkelman gevraagd of hij de plannen voor de vernielingen moest uitvoeren. Het antwoord luidde, nee dat mag niet. En zo kwam de bezetter in het ongeschonden bezit van het Staatsbedrijf der Artillerie inrichtingen.

Ir F.G. Jungeling / Kolonel H.G. Winkelman / de brief

ENQUETTE COMMISIE

Na de oorlog werd er een Enquête Commissie in het leven geroepen die o.a. zich bezig hield met militair beleid en gebeurtenissen gedurende ww2

In december 1955 schreef O.J. Siersema, Kolonel van de Generale Staf, in een brief aan de toenmalige directeur van de Artillerie Inrichtingen, Ir. F.G. Jungeling over de vraag die Den Hollander op 14 mei 1940 gesteld had.

“Naar aanleiding van de door Ir. F.Q. Den Hollander voor de Enquête- Commissie afgelegde verklaring (deel 7c/verhoren blz. 632 e.v.) moge ik u het volgende berichten omtrent het tot stand komen van het besluit tot het intact laten van de Artillerie Inrichtingen op 14 mei 1940.
Nadat ik de Heer Den Hollander had ingelicht over het besluit van de O.L.Z.1 om tot capitulatie over te gaan en hij de vraag omtrent het eventueel vernietigen van de fabriek had gesteld, besprak ik deze kwestie met mijn directe chef. Onze opvatting was, dat een dergelijke gewichtige beslissing moest worden genomen door de hoogste autoriteit. Ten gevolge van de vele dringende zaken, die moesten worden geregeld, kon de vraag eerst laat in de avond worden voorgelegd. Er vond toen een overleg plaats; Ik kan mij niet meer precies herinneren, wie daarbij aanwezig zijn geweest. De O.L.Z. besliste uiteindelijk dat de fabriek intact moest blijven, waarop ik de Heer Den Hollander hiervan. telefonisch op de hoogte stelde.

Het besluit werd genomen op grond van twee overwegingen.

1. gelet op het feit, dat in Nederland zelf nog gevochten werd en de Franse, Engelse en Belgische legers in Noord België stonden, mocht de mogelijkheid, dat het getij alsnog zou kunnen keren, niet worden uitgesloten.

2.de capaciteit van de fabriek was in verhouding tot de totale capaciteit, die ter beschikking van de vijand stond gering.

Wellicht kunt u aanleiding vinden, deze brief bij de betreffende dossiers te voegen.”

Bronnen NIMH, Grebbenberg,Archieven.nl ©PDKAIH2019

1O.L.Z. =  Opperbevelhebber van Land en Zeemacht

Advertenties

HOE ONS LEGER AAN ZIJN BEWAPENING KOMT.

HOE ONS LEGER AAN ZIJN BEWAPENING KOMT.

Deze week (28 october 1916) heeft, de Minister van Oorlog aan een twintigtal vertegenwoordigers van de Nederlandsche pers gelegenheid gegeven een kijkje te nemen in onze wapen- en ammunitiefabrieken. Een goede gedachte voorwaar. Wel was reeds eenige tijd geleden een overzicht gegeven van wat er voor ons leger is aangemaakt sedert het begin der mobilisatie, maar het publiek leest in de oorlogsberichten voortdurend van zoo’n ontzaglijk verbruik van ammunitie en wapens, dat werkelijk wel meer dan een officieele meededeling gewenscht is, om de overtuiging te vestigen dat er inderdaad héél wat gedaan is om de bewapening van ons leger te brengen op het peil dat de oorlog van onze dagen eist.

Dat journalistenbezoek gold natuurlijk allereerst de artillerie-inrichting aan de Hembrug, waarheen in 1897 al de wapen-inrichtingen werden overgebracht die wij toen in verschillende plaatsen hadden, en waar sedert 1904 onze geweren in hun geheel worden gemaakt.

Oude foto van de Artillerie Inrichtingen

Toch is sedert de mobilisatie de inrichting aan de Hembrug tot een volledige wapenfabriek geworden. Het aantal werklieden is er vertiendubbeld, de gebouwen zijn vergroot door bijbouw en door nieuwe verdiepingen. Maar nu wordt dan ook de geheele bewapening van ons leger in al zijn tallooze onderdeelen, daar vervaardigd. Om een klein begrip te geven wat bijvoorbeeld het maken van een geweer beteekent, vermelden we, dat een geweer bestaat uit 88 onderdelen. Er zijn onder die onderdelen verschillende, die 60 en 70 bewerkingen en meer, ja tot zelfs 138 bewerkingen moeten ondergaan.

Voor de bewerking van de kolven alleen is een geheele afdeeling ontstaan, die zelf haar boomen koopt, zelf de planken zaagt, waaruit de kolven, na droging van het hout, machinaal worden vervaardigd.

Tegenwoordig worden ook de propellers (schroefbladen) der vliegmachines hier gemaakt. Vroeger werden deze uit Frankrijk betrokken. Onze vliegers wilden aanvankelijk van het Ned. fabrikaat weinig weten, doch toen ten slotte geen invoer meer plaats had, moest men noodgedwongen gebruik maken van het eigen fabrikaat en… ze bleken beter te zijn dan de buitenlandsche.

De wapenfabriek bezichtigende, zagen we achtereenvolgens alle bewerkingen die de verschillende onderdeelen van het geweer moeten ondergaan, alles met machines, zoo vernuftig en zeker arbeidend dat één man vaak vijf machines kan bedienen, we denken bv. aan het boren der loopen. Dit gedeelte van het werk is zeker wel het meest belangrijke en toch is er slechts één werkman voor verschillende machines noodig. De boor der machine is zo gesteld, dat zij tot op een gedeelte van een millimeter nauwkeurig steeds ‘t gat op de juiste plaats in den juiste vorm boort.

Na de interessante bewerkingen te hebben gezien, kregen we in de controle-afdeeling gelegenheid ons een denkbeeld te vormen van de scherpe controle, die ieder onderdeel tot het allerkleinste deeltje van het geweer, moet ondergaan, alvorens gebruikt te mogen worden. Met allerlei werktuigen worden de onderdeelen onderzocht op de maten, de hardheid van het staal enz. Een buitengewoon secuur werkje is het onderzoeken van de looprichtingen, wat op het oog geschiedt, slechts door langdurige ervaring kan men daarin een zekere vaardigheid verkrijgen. De tenslotte goedgekeurde deelen komen dan in de afdeling ,,samenstelling”, waar de geweren in elkaar worden gezet, om dan geheel gereed te worden afgeleverd. Zonder het juiste aantal te noemen, mogen we wel vermelden, dat dagelijks honderden geweren dit gedeelte van de fabriek verlaten. Nog eenmaal worden dan de geweren beproefd. Geen enkel geweer wordt in gebruik genomen, voordat het is ingeschoten.

Zoals met de geweren, geschiedt ook de afwerking van alle andere wapens. Ook deze fabricatie geschiedt machinaal. Handenarbeid is er, behalve de controle, bijna niet. De werklieden van deze fabrieken zijn in hoofdzaak burger-werklieden, doch een groot deel hunner is aan de verschillende troepenafdeelingen onttrokken, dit zijn dienstplichtigen met verlof. In den laatsten tijd is een inrichting aan de fabriek geopend, waar militieplichtigen tot geweermaker worden opgeleid.

Getuigschrift wapenmaker ©Emiel

Maar ook de munitie-industrie moest worden aangevat. Het was noodzakelijk, dat men er op rekende op eigen kracht te zijn aangewezen. Gelukkig hebben we ons kunnen overtuigen, dat ook onze munitie-productie een groote vlucht genomen heeft. Het is ons niet geoorloofd mede te deelen, wat op dit gebied gemaakt wordt, doch wel kunnen we vermelden, dat in de munitiefabrieken alle ammunitie gemaakt wordt, alle soorten kogels voor handvuurwapens en voor kanonnen van de kleinste tot de grootste afmetingen, waarbij bleek, dat ook het zware geschut niet meer ontbreekt, handgranaten, mijnenwerpers, bommen voor vliegmachines, granaatkartetsen, eenheidsprojectielen, brisantgranaten, enz.

Heintje Garenstroom met de grootste en kleinste granaat. ©ANP

Op aanschouwelijke wijze werd ook hier weer aangetoond, hoeveel machines er noodig zijn voor de afwerking van één patroon, één bom of granaat. Hoe tot in tiende deelen van millimeters nauwkeurig de afwerking moet zijn. Slechts voor enkele onderdelen van de munitiefabricage wordt op dit ogenblik gebruik gemaakt van de particuliere industrie.

Het aantal onderdeelen van granaten enz. is al even talrijk als van de handvuurwapens en de bewerking dier onderdeelen moet zo mogelijk, met nog grooter nauwkeurigheid plaats hebben dan die van de vuurwapens. De minste afwijking kan niet alleen het projectiel onbruikbaar of ondeugdelijk maken, maar bovendien alle berekeningen omtrent den tijd van ontploffing enz. omver werpen. Zoo nauwkeurig is dan ook de controle, dat b.v. voor één granaat 156 mallen en meetwerktuigen noodig zijn, om de controleering te doen plaatshebben.

De afdeeling voor de vervaardiging en de behandeling van de springstoffen ligt geheel afzonderlijk. Alle springstoffen worden ook al weer in de artillerie-inrichting vervaardigd. Het spreekt vanzelf, dat alle mogelijke voorzorgen zijn genomen zoowel voor de werklieden, die met de springstof omgaan, als voor hun in de omgeving werkende mede-arbeiders.

Het zeer gevaarlijke slagkwik wordt in huisjes, achter af liggende, gedroogd en met andere ontplofbare bestanddeelen vereenigd tot sas, de springstof voor de slaghoedjes. In ieder huisje, dat met een netwerk van bliksemafleiders is omgeven, werkt slechts één man. Het huisje is door hooge aarden wallen geheel geïsoleerd. Nimmer kan dus iemand, die hier werkt, door de onvoorzichtigheid van een collega een ongeluk krijgen, terwijl ook door eigen onvoorzichtigheid nimmer een ernstige ramp kan ontstaan.

Vullen van munitie

Het sas wordt verdeeld in kleine hoeveelheden in doosjes, die van buitenaf, door den vervaardiger worden geplaatst in een lokaaltje, dat geheel met pantserstaal is afgesloten. In een volgend lokaaltje, dat verdeeld is in celletjes, weer met pantserstaal omgeven, zitten eenige werklieden, die belast zijn met het vullen van de slaghoedjes en die daartoe de gevulde doosjes wegnemen door een klein luikje. Ze nemen een hoeveelheid voor een paar vullingen en zetten het doosje dan weer achter het luikje. De vulling geschiedt door de verdeeling over een messing-liniaal, waarin twaalf slaghoedjes zijn geplaatst. Door een spleet, die juist ruim genoeg is, om de gevulde liniaal door te geven, schuiven ze de gevulde linialen naar den achter den pantsermuur werkende man, die de liniaal verder doorgeeft ter afwerking. De vulling der linialen geschiedt onder een plaat van onbreekbaar glas, zodat wanneer de kleine hoeveelheid sas nog eens tot ontploffing zou komen, de werkman daarvan geen of althans weinig hinder zou hebben.

We hadden nog gelegenheid een kijkje te nemen in de kogelgieterij, waar de kartetsen en handgranaten o.a. gegoten worden.

Uit de groote koepelovens vloeit het vloeibare ijzer als water weg om dan in de vormen gegoten te werden voor de gietijzeren projectielen. Het smelten van messing, het metaal voor de patroon en granaathulzen heeft plaats in hel opvlammende olie-ovens.

Koepelovens in de gieterij

In wording is de inrichting voor het persen van stalen granaten, die tot dusver uit het buitenland betrokken werden.

Het vullen der hulzen, het mallen en controleeren daarvan, het vullen van de projectielen, geschiedt in afzonderlijk liggende gebouwen onder de strengst mogelijke controle en voorzorgen.

Ons volgend bezoek gold de elders gelegen opslagplaatsen en werkplaatsen der artillerie, een sedert de mobilisatie in gebruik genomen, uitgestrekt terrein met grote magazijnen en stapelplaatsen. Op de buitenterreinen zagen we grote voorraden staal voor projectielen en reeds gedeeltelijk afgewerkte projectielen, terwijl de magazijnen volgepakt zijn met allerlei onderdeelen.

Vullen en samenstellen

De munitie zelf wordt hier niet opgestapeld, doch zoo spoedig mogelijk gedistribueerd of elders opgeslagen. Het vullen der granaten met springstof en buskruit is een arbeid, die niet alleen buitengewone voorzichtigheid vereischt, maar vooral groote nauwkeurigheid, wat de hoeveelheid buskruit betreft. Het buskruit wordt gedeeltelijk nog ingevoerd, in hoofdzaak uit Zweden, doch tegenwoordig ook reeds voor een groot deel in ons land gefabriceerd. De springstof voor de granaten, het trinitrotoluol of TNT wordt machinaal in ronde blokken geperst, en in dien vorm in de hulzen gebracht.

Het vullen van de revolver-patronen en het verpakken geschiedt mede in deze afdeeling. Ondanks de bergen materiaal en de groote voorraden afgewerkte artikelen, heeft de directie van de artillerie-inrichtingen op deze terreinen nog flinke ruimte om zoo noodig tot uitbreiding te kunnen overgaan.

Ten slotte stond nog op het programma een bezoek aan de constructie-werkplaatsen. Deze werkplaatsen zijn een afdeeling van het staatsbedrijf der Artillerie-Inrichtingen, doch munitie of wapens worden hier niet gemaakt.

De werkzaamheden beslaan in het fabriceeren en herstellen der affuitage, artillerie-voertuigen, richtmiddelen en bedieningsgereedschappen van het geschut, van de bespanningen, de hulpmiddelen voor het in richting brengen der vuurmonden, de optische instrumenten,  kijkers, afstandmeters, telescopen enz.

Gedurende de mobilisatie is een afdeeling ingericht waar de rijwielen hersteld en gefabriceerd worden, benevens een afdeeling waar de motorrijwielen en automobielen hersteld worden.

Voor de goede uitvoering van één en ander heeft men de beschikking over een metaaldraaierij, instrumentmakerij, wagenmakerij, ververij, rijwielafdeeling, motorrijwiel-herstelwerkplaats, automobiel-herstelwerkplaats, magazijnen voor materialen, controle en expeditie.

Het bedrijf werd tijdens de mobilisatie belangrijk uitgebreid. Het aantal werklieden van voor de mobilisatie is thans ongeveer vervijfvoudigd. Het meerdere personeel moest voor een groot gedeelte werden onttrokken aan de gemobiliseerden. Toch ondervond de uitbreiding in den aanvang groote moeilijkheden, omdat men hier, in tegenstelling met de munitie- en wapenfabrieken, in hoofdzaak bekwame vaklieden noodig had. Dit was dan ook de oorzaak, dat een belangrijk deel van het personeel aan het leger onttrokken moest worden.

Hoewel het hoofddoel is het verrichten van herstellingen, voor zoover dit bij de verschillende korpsen niet ter plaatse kan geschieden, wordt toch tegenwoordig vooral, ook zeer veel materieel aangemaakt als: goederenwagens, proviandwagens, keukenwagens, keuken-automobielen (de motoren niet), affuiten voor de veldartillerie en de houwitserafdeeling, caissons voor houwitserafdeelingen, zadels, raderen, materieel, bestemd voor vervoer van mitrailleurpatronen, instrumenten voor het richten, en niet te vergeten, rijwielen.

Bij het begin van de mobilisatie waren er betrekkelijk weinig rijwielen bij het leger in gebruik, dadelijk werden er toen een groot aantal gerequireerd, meest natuurlijk gewone toerkarretjes. ’t Bleek spoedig, dat deze niet zo geschikt waren voor het meer ruwe gebruik van den soldaat, terwijl er ook zooveel soorten waren, dat men vaak groote moeilijkheden had met het verkrijgen van de noodige verwisselstukken.

Dit leidde tot de samenstelling van een militair-rijwiel, dat met vermijding van alle luxe, een maximumweerstandsvermogen had. Men hoopt hierdoor langzamerhand een eenheidsrijwiel te krijgen. De meeste onderdeelen moeten nog uit het buitenland verkregen worden omdat de binnenlandsche industrie ze niet kan leveren. Nu kan men ook langzamerhand een stapelmagazijn krijgen, van waaruit voor alle rijwielen de verwisselstukken kunnen verkregen worden. Tijdens ons bezoek was er juist een compagnie wielrijders aan de fabriek, die de oude karretjes kwam inleveren, om daarvoor een nieuw rijwiel –militair model– in ontvangst te nemen. De rijwielen met de uniforme uitmonstering zagen er keurig uit en gaven een indruk van buitengewone soliditeit.

Men is thans ook bezig met het maken van affuiten voor afweergeschut tegen vliegtuigen. Een exemplaar van een afweerkanon op affuit was in de fabriek opgesteld.

Belangrijk is ook, dat de meeste richtwerktuigen voor het geschut geheel hier worden gemaakt en hersteld, terwijl speciale afstandmeters voor de kust-artillerie in de fabriek worden gemaakt, ook alle optische instrumenten, telefoon, telescopen enz. kunnen in de instrumentwerkplaatsen worden hersteld.

Detailtekening van een Houwitser en Affuit 1904

Binnenkort zal de werkplaats voor het herstellen en maken van optische werktuigen, die in de tegenwoordige oorlog van zulk een groote waarde zijn gebleken, aanzienlijk worden uitgebreid.

We hadden verder gelegenheid enkele juist aangekomen exemplaren van het Zweedsche houwitsergeschut te bezichtigen, dat reeds in gebruik is genomen en spoedig in de eigen fabrieken zal worden gemaakt, daar het gieten van geschut, dat in 1904 werd gestaakt, thans opnieuw zal worden ter hand genomen en wel allereerst het gieten van houwitsers.

In de elders gelegen automobielherstelplaats kregen we een idee van de omvang van deze afdeeling. Niet minder dan 60 auto’s waren in herstelling.

De indrukken, die wij hebben opgedaan, samenvattende, menen we te mogen constateren, dat het staatsbedrijf der artillerie-inrichtingen alleszins rekening heeft gehouden met de eischen, die aan een dergelijke inrichting onder de tegenwoordige tijdsomstandigheden moeten worden gesteld; dat het is geworden een enorme industrie of liever een complex van industrieën; dat men alle moeilijkheden zoo goed mogelijk heeft overwonnen en dat, als we binnenkort ook zelf weer geschut gieten, onze legervoorziening in gene deele van het buitenland afhankelijk is.

We willen geenszins ontkennen, dat niet te een of anderen tijd gebrek aan enkele materialen groote moeilijkheden zal kunnen veroorzaken, doch daartegen over meenen we te mogen vaststellen, dat onze wapen- en munitie-productie, ieder geval van oorlog toch ongetwijfeld de belangrijkste takken van het artillerie-bedrijf, in afzienbaren tijd geen gevaar loopen. Niet alleen toch, dat nu reeds maanden en maanden door de tot het maximum opgevoerde productie ongetwijfeld een belangrijke voorraad is aangemaakt, maar zoals ons uit eigen bezichtiging gebleken is —  voor zover dit althans door ons te beoordelen is — zal de nog beschikbare voorraad grondstoffen nog langen tijd voor de grootst mogelijke massa-productie voldoende zijn.

De gehele legeruitrusting, die een belangrijke factor is gebleken te zijn, is bij de artillerie-inrichting in goede handen.

Bronnen, de Middelburgsche Courant, foto’s Emiel, ANP en eigen collectie  ©PDKAIH2019

DE SPOORDIJK – HERINNERINGEN UIT DE HAVENBUURT

De havenbuurt te Zaandam is een buurt die grotendeels is gebouwd voor de werknemers van de Artillerie Inrichtingen Hembrug. Het is altijd overigens net als andere gemeenschapjes  uit de Zaanstreek een min of meer gesloten gebied geweest  met zijn eigen regels en gebruiken. Een aantal bewoners heeft zijn / haar belevenissen uit de tijd dat zij er kwamen wonen, woonden en werkten aan het papier toevertrouwd. Deze prachtige boekjes, die een mooi tijdsbeeld vormen uit een voorbije tijd hadden een beperkte oplage en werden voornamelijk door mede Havenezen gekocht of bij diverse gelegenheden geschonken. Sommige van deze boekjes waren alleen voor familieleden bestemd. De rest van Zaandam had er weinig interesse in  of zelfs helemaal geen weet van. Eén van de schrijvers van zo’n boekje was een zoon van een werknemer van de Artillerie Inrichtingen. Het boekje dat hij schreef heet  “Buitenbeentje in het Havenkwartier” en het onderstaande verhaal komt uit het hoofdstuk De Spoordijk.

DE SPOORDIJK

Lang geleden, rond 1906, was de Hembrug, toen de grootste Europese draaibrug voor treinen, gebouwd. Daarvoor was er een paar honderd meter meer oostwaarts al een eerdere spoorlijn en spoorbrug geweest. Die eerste brug was echter te laag voor het vele scheepvaartverkeer en moest worden vervangen en de spoorlijn werd meer naar het Westen verlegd. Maar een stukje oude spoorlijn dat vlak achter de huizen aan de Archangelstraat liep was blijven liggen en splitste zich nu voor aan de haven af van de NS hoofdlijn van Zaandam naar Amsterdam. Dat liep nu via een toegangshek naar het A.I. terrein. Regelmatig werd dat deel van die oude spoorlijn, ook op een dijklichaam was aangelegd, nog gebruikt voor aan- en afvoer van materiaal voor deze fabriek.

1. de aftakking, 2. de poort naar de AI, 3. de spoorlijn naar Amsterdam

Tussen deze spoorlijn en de achtertuintjes van de mensen aan de Archangelstraat stond een ca. 2 meter hoog hek met harmonica gaas bespannen en weelderig begroeid met winde die vaak prachtig bloeide. In het gaas van dat hek zaten echter veel gaten waardoor jong en oud gemakkelijk op de spoordijk kon komen. Die spoordijk was in de oorlog en de eerste jaren daarna een ontmoetingsplaats voor de jongeren waar van alles te doen was en op het brede laatste toegankelijke deel zelfs ruimte genoeg om te voetballen. Er waren wat plekken grasvrij gemaakt die als zandbak benut werden door veel buurtkinderen. Als je er heen ging, ging je  ‘nog even naar de dijk’.

R. Klopper op de wissel in het smalle gedeelte van de spoorlijn

Schuin tegenover onze straat zat in de Archangelstraat een steeg naar het Hembrug hek en daar was een poort in dat hek naar het pad wat vanuit de woonbuurt over de dijk leidde naar de volkstuinen. Die volkstuinen, ´Nut en Genoegen´ geheten, waren met smalle kikkerslootjes gescheiden van de oude spoordijk en aan de andere kant van de Provinciale weg. Als het winter was konden we er zo over de bevroren slootjes lopen en dan scoorden we wel eens een spruitje op die volkstuinen om dat rauw op te eten.

Volkstuinen complex “Nut en Genoegen” op de achtergrond de spoordijk achter de woningen van de Havenstraat.

Er werden ook wel eens stiekem vuurtjes gestookt op de dijk. Soms ging er zelfs een klein hooiklampje in de hens en daardoor kwam ikzelf helaas nog eens bij de kinderpolitie terecht, toen nog gevestigd op de hoek Gedempte Gracht en Carinastraat. Maar ja fikkies stoken was dan ook wel een spannende bezigheid voor jongetjes van bepaalde leeftijd. Als je ‘lucies’ bij je had was je een hele Piet. 

Zomers was er op die dijk een pracht aan bloemen en vlinders te zien van grote pauwen tot kleine blauwe en gele die je tegenwoordig bijna nooit meer ziet.En uiteraard vingen we er ook veel sprinkhanen en plukten er bramen waarvan we even aten in het voorbijgaan. Aan de kant van de woonwijk was de dijk niet zo hoog maar aan de andere zijde liep hij vrij steil af met een hoogte tot wel een meter of zes bij het hek van de A.I.

In de winter kon je geweldig van die kant van de dijk af sleeën en de slootjes ernaast en die tussen de volkstuintjes en de Provinciale Weg waren de plekken waar ik en vele andere het schaatsen nog hebben geleerd.Toen ik ooit aan mijn ouders wilde tonen dat ik ook kon schaatsen en ze speciaal naar de slootjes kwamen om te kijken naar mijn vorderingen lukte dat ineens helemaal niet meer en gleed ik steeds met één been weg. Ik begreep er niets van maar toen we daarna teleurgesteld naar huis terugliepen ontdekte ik dat bij één van de schaatsen het ijzer er niet meer onder zat. Mijn schaatscapriolen met 1 ijzer werden nog jaren aangehaald in ons gezin.

Sleeën kon je er dus ook geweldig, van de dijk af, op de hoogste plaatsen ging dat zelfs in twee delen eerst een stijl stukje, dan vlak en dan weer stijl. Je ging er als een speer van af. Onze slee was door buurman van het Veer gemaakt, de timmerman die achter in zijn schuurtje in opdracht van ouders voor speelgoed en kindermeubilair van de kinderen in de buurt heeft gezorgd. Alleen waren zijn ontwerpen wel eens niet zo geweldig, de deurtjes van de garages waren zo krap dat je er bijna geen autootje in kon krijgen. Hij maakte ook ophaalbruggen naar het voorbeeld van de kippenbrug bij het Zwarte Pad en pakhuizen. In de meeste gezinnen was wel iets van hem te vinden en ik had ook een dergelijke garage en ophaalbrug, gekregen op een verjaardag of van de Goedheiligman. En later kwam er nog een kindertafeltje en -stoeltje en poppenwieg voor mijn zus.

De slee was ook verkeerd gemaakt met de ondersteuning er in de breedte opgetimmerd in plaats van overlangs. Hij zag er mooi uit, roodgelakt met blanke spijlen, en gewoon met sneeuw op straat ging het sleeën er prima mee maar toen ik samen met zus Erica van de spoordijk af roetsjte viel de slee vrijwel in onderdelen uiteen en lag het hele zitgedeelte eraf. We hebben hem wel weer in elkaar gezet maar nooit meer echt gebruikt, alleen nog als zitplaats op onze slaapkamer. Hij bleef toch een beetje krakkemikkig. 

Als je op die spoordijk met je oor op de rails luisterde kon je het Hembrug treintje in de verte al horen aankomen en dan kon je zo mooi oude munten of kiezels laten pletten op de spoorrails als het treintje, dat waren van die kleine motorlocs, langs kwam. Dan legden we die centen of stenen op de rails en verscholen ons in het lange gras tot ze al knarsend en vaak fluitend voorbij waren. Soms mocht je ook op die trein meerijden van voor aan de haven tot het Hembrug terrein en als het soms niet mocht en het was een beetje lange trein probeerde je er later al rijdend toch op te klimmen want ze gingen nooit hard.

Motorloc 225 “de Sik” het Hembrugtreintje.

In de sloten naast de dijk en door het weiland naast de volkstuinen en langs de Provinciale Weg kon je ook dikkopjes, stekelbaarsjes en salamanders met die mooie oranje buiken vangen. We namen ook wel watertorretjes en slakken mee naar huis om de glazen potten etc. waarin we salamanders of stekeltjes hielden schoon van algen te likken. We wisten op den duur precies de plekken waar het meeste te vangen was. En dan gingen we later kleine wormpjes zoeken in het plantsoen om ze te voeren.  Maar meestal gingen de vissen en salamanders binnen een week al weer dood door bedorven of stilstaand zuurstofarm water en het overvoeren.

Veel ouders kwamen regelmatig op de dijk kijken naar de bezigheden van hun kroost en vooral ’s avonds bij het voetballen was het er aardig druk. En natuurlijk was het daar door het ontbreken van verkeer ook een vrij veilige speelplaats. Later, ik denk zo tegen 1951, werd er een betonnen schutting neergezet met prikkeldraad er bovenlangs en was het er over klimmen veel moeilijker. Ook waren er toen af en toe bewakers die je wegjoegen en achtervolgden en dus kwamen de ouders er ook niet meer maar was het voor ons jongens nog wel spannend om uit hun handen te blijven. Overigens een tamelijk ondoordachte actie voor een terrein wat verder helemaal niet in gebruik was. Het heeft vermoedelijk alleen maar extra geld gekost maar dat was bij het toenmalig staatsbedrijf vermoedelijk geen bezwaar.¹

De kinderen moesten nu weer tussen huizen in de smalle straatjes spelen en voetballen en dat gaf veel meer overlast in de buurt. Ik zag recent dat veel bewoners van de Archangelstraat stukken van de van rails ontdane spoordijk bij hun erf getrokken hebben.

Hier nog een klein stukje spoordijk en de betonnen schutting maar waar de rails echter al weg waren.

Verhaal ©J. de Jong, overige tekst ©PDKAIH2018, Foto’s ©J.de Jong / PDKAIH2018 

¹(de werkelijke redenen voor het vervangen van het gazen hek door een betonnen schutting en prikkeldraad waren de vele gevaarlijke plaatsen op het terrein, het ontvreemden van rijks eigendommen, op en van de trein springen, voorwerpen op de rails leggen en de belangrijkste en echt ontoelaatbare: het ondergraven van de spoordijk!. De enthousiaste jeugd bouwde hutten (holen) in het hoge deel van de spoordijk zich totaal niet bewust van de onvoorspelbare gevolgen dit kon hebben wanneer een al dan niet met munitie geladen trein plots in de dijk zou wegzakken).

MET “DE SIK” NAAR DE ARTILLERIE INRICHTINGEN.

MET “DE SIK” NAAR DE ARTILLERIE INRICHTINGEN.

1000 km op een groene Jumbo was de titel van een door mij verslonden jongensboek uit de bibliotheek aan de Vinkenstraat. Wij zeiden altijd dat we naar de leeszaal gingen. Het ging over en jongen, die mee mocht rijden op een stoomlocomotief. Nu vraag je je af waarom werd het een jongensboek genoemd. Kennelijk werden meisjes niet geacht zoiets te doen. Het was niet alleen een leuk boek, je leerde meteen van alles over hoofdseinen, voorseinen, baanvakken enz.

Geïnspireerd door het boek trok ik naar het rangeerterrein bij het station aan de provinciale weg. Ik keek geboeid naar het keren van stoomlocomotieven op de draaikuil en het rangeren met de goederenwagens. Ook praatte ik mij naar binnen bij het overwachters huis bij de Hoornse lijn over de Provincialeweg. Heel interessant waren de signalen die hier binnenkwamen wanneer het boemeltje naar Purmerend onderweg was. De spoorbomen werden handmatig gesloten en met grote hendels wissels en seinen omgezet.

Op het rangeerterrein maakte ik kennis met rangeerder Pierre, een heel vriendelijke man van ik denk Vlaamse afkomst. Hij was altijd in de weer met “De Sik”, een kleine diesellocomotief.

De Sik onderweg naar de Artillerie Inrichtingen ©A.Heino

Reeksen volle goederenwagens moesten verdeeld worden op de verschillende laad en losplaatsen en lege wagons moesten weer opgehaald en tot een sleep aan elkaar gekoppeld. Dat laatste was link werk. De Sik gaf een uitgekiende stoot aan een losse wagon. Die reed dan langzaam richting van de sleep. Pierre rende dan voorbij de rijdende wagon en sprong vlak voor het botsen tussen de wagons en tilde de koppeling omhoog. Op het moment dat de verende buffers in elkaar veerden, gooide Pierre de koppeling over de haak.

Ik mocht meerijden. Soms een echte rit naar station Oostzaan om een wagon te brengen of te halen. Dan reden we over het hoofdnet en soms naar de Artillerie Inrichtingen, in de volksmond de Hembrug genoemd. Dat vond ik geweldig. Na telefonisch contact met de seinpost bij de Westzanerdijk reden we dan een stukje over het hoofdspoor tot de wissel naar links. Vervolgens kwamen we dan bij een op geen enkele manier beveiligde oversteek van de Provincialeweg. Pierre pakte dan een rode vlag en ging op de weg staan.

De kruising met de Provinciale weg en het hek naar de Artillerie Inrichtingen ©PDKAIH2018

En dan mocht ik de Sik rijden naar de overkant. Daar was de rails richting Artillerie Inrichtingen, afgesloten met een groot hek en hangslot. Pierre opende het hek en ik reed de Sik tot voorbij het hek, dat door Pierre zorgvuldig werd afgesloten.

Goederenwagons op het terrein van de Artillerie Inrichtingen ©PDKAIH2018

Nee, ik werd geen machinist maar kantoorbediende en daarna Marechaussee. En daar kwam mijn droom toch nog uit. Meerijden voorin een echte locomotief, weliswaar geen stoom maar een elektrische loc. Ik moest dan mee als beveiliger met een transport militair materiaal van rangeerterrein Watergraafsmeer naar Amersfoort. In de nacht voorin bij de machinist. Fascinerend al die seinen. De machinist was verbaasd over hoeveel ik wist over het seinstelsel. © Dick Bakker 

In memoriam. De naam van deze zeer ervaren rangeerder was E.G.M. (Pierre) Boussen, hij woonde destijds met zijn gezin in de Anna Paulownastraat tegenover het toenmalige station Zaandam. Pierre is na zijn pensionering  als rangeerder, hetwelk hij 40 jaar geweest was, op 10-11-1960 ’s avonds tijdens zijn werkzaamheden als express goederen transporteur bij het oversteken van perron 1 naar perron 2 misgestapt en daarbij onder zijn geliefde Sik terecht gekomen en als gevolg daarvan overleden. Het gezin heeft daarna nog jaren tegenover het station gewoond. Niet lang na dit voorval zijn de motorlocs van dit type als zijnde gevaarlijk uit dienst genomen. ©PDKAIH2018

DE AI IN DE STELLING VAN AMSTERDAM.

DE AI IN DE STELLING VAN AMSTERDAM.

Regelmatig wordt deze site benaderd met vragen als: “De Artillerie Inrichtingen Hembrug lagen in het laatste bolwerk van de landsverdediging, de Stelling van Amsterdam, maar wat is dat nu eigenlijk die stelling?, Hoe stak dat in elkaar?, Hoe werkt dat nu precies zo’n stelling?”enz.

Hoewel er op het wereld wijde web heel veel informatie te vinden is over het hoe wat en waarom van de stelling en ook op de vele forten veel wordt uitgelegd, zullen we ook hier het één en ander met behulp van een aantal filmpjes uitleggen en verduidelijken.

De Stelling van Amsterdam is de laatste van een aantal verdedigingslinies en had als doel in geval van een oorlog, als laatste te verdedigen gebied enige maanden geheel zelfstandig te kunnen functioneren, dit in afwachting van buitenlandse bondgenoten die ons zouden komen helpen.

Deze laatste verdedigingskring die voor het grootste deel tussen 1881 en 1914 door het Departement van Oorlog is aangelegd, heeft een lengte van 135 km en ligt op afstanden tussen de 15 en 20 km rondom het centrum van Amsterdam. Verder is de stelling verdeeld in 5 sectoren. Aan de buitenzijden bevinden zich 3 tot 5 km brede inundatie gebieden die in geval van nood onder water gezet kunnen worden. De vijand kan dan niet zien waar wegen, paden, greppels en sloten zijn en zakken met hun zware materiaal in slappe grond of lopen in sloten. Verder zijn ze door hun langzame en soms stagnerende opmars een makkelijke prooi voor de verdedigers en kanonnen en mitrailleurs van de forten, die bij de weinige accessen (doorgangen) staan opgesteld en elkaars schootsveld bestrijken.

De Stelling van Amsterdam

De verdediging bestaat uit:  Fort bij Edam, Fort bij Kwadijk, Fort benoorden Purmerend, Fort aan de Nekkerweg, Fort aan de Middenweg, Fort aan de Jisperweg, Fort bij Spijkerboor, Fort bij Marken-Binnen, Fort bij Krommeniedijk, Fort aan Den Ham, Fort bij Veldhuis, Fort aan de St. Aagtendijk, Fort bij Velsen, Fort Zuidwijkermeer, Fort bij IJmuiden, Fort benoorden Spaarndam, Fort bezuiden Spaarndam, Fort bij Penningsveer, Fort bij de Liebrug, Fort aan de Liede, Fort bij Vijfhuizen, Fort bij Heemstede, Batterij aan de IJweg, Fort bij Hoofddorp, Batterij aan de Sloterweg, Fort bij Aalsmeer, Fort bij Kudelstaart, Fort bij De Kwakel, Fort aan de Drecht, Fort bij Uithoorn, Fort Waver-Amstel, Fort in de Botshol, Fort aan de Winkel, Fort Abcoude, Batterij aan het Gein, Fort bij Nigtevecht, Fort bij Hinderdam, Fort Uitermeer, Vesting Weesp Fort aan de Ossenmarkt, Vesting Muiden Muizenfort, Vesting Muiden Fort H, Vesting Muiden Westbatterij, Fort Coehoorn, Kustbatterij bij Diemerdam, Fort aan het Pampus, Kustbatterij bij Durgerdam

In september 1995 werden de Nieuwe Hollandse Waterlinie en dit deel van de Stelling van Amsterdam aangemeld om op de UNESCO Werelderfgoedlijst geplaatst te worden. In 1996 werd het geheel op deze lijst geplaatst. (De Organisatie der Verenigde Naties voor Onderwijs, Wetenschap en Cultuur (United Nations Educational, Scientific and Cultural Organization, UNESCO))

Verder een aantal nevenbatterijen, magazijnen, inundatiesluizen en natuurlijk een groot aantal manschappen.

Binnen de Stelling bevonden zich vele zaken die alle monden binnen in de stelling van voedsel, kleding, materialen en nog veel meer moesten voorzien en verder waren er ziekenhuizen, pakhuizen, transportmiddelen enz. En natuurlijk ook een wapen en munitiefabriek (De Artillerie Inrichtingen Hembrug). Omdat dit bedrijf zich zo’n beetje in het midden van de stelling bevond, wordt het vaak aangeduid als “Het hart van de Stelling.” De Artillerie Inrichtingen bevoorraden de sectorparken en van daaruit werden de forten en baterijen van de nodige wapens, munitie en materialen voorzien. Al deze voorzieningen staan niet op de Werelderfgoedlijst maar vele van deze gebouwen behoren wel tot lands Rijksmonumenten. ©PDKAIH2017

Bron van de kaart en lijst van de forten : © Stelling van Amsterdam 

Bron van de filmpjes Museion Media iov ©Provincie Noord Holland 

“Onderstaande filmpjes zijn gemaakt door Museion Media in opdracht van de provincie Noord Holland en maken onderdeel uit van de Les kist Stelling van Amsterdam” Een project om scholieren kennis bij te brengen over het waarom en de werking van de Stelling en het dagelijks leven op en in de forten.

Deel 1, De stelling van Amsterdam en de mobilisatie van 1914 – 1918.

Deel 2, De werking van een fort, bewapening en bescherming.

Deel 3, Het leven op de forten.

Deel 4, De inundatie, het geheim van de militaire onderwaterzetting.

 

Deel 5, Het nationale reduit, de strategie van de laatste wijkplaats.

NEDERLANDS EERSTE TANK

NEDERLANDS EERSTE TANK

In de periode vlak na de 1e wereldoorlog had Nederland behoefte aan een zwaar wapen dat zonder problemen ons vochtige polderland kon bedwingen. Na veel wikken en wegen werd besloten tot de aanschaf van een kleine en vooral lichte tank. De keuze viel uiteindelijk op de Franse Renault FT-17. Het was de enige tank die Nederland tussen beide wereldoorlogen bezat. Hij is uitvoerig getest en aan diverse proeven onderworpen. Waarom het bij deze ene tank bleef ziet u in dit filmpje.

BALDADIGHEDEN IN DE WERKLIEDENTREINEN DOOR WERKVOLK AI.

BALDADIGHEDEN IN DE WERKLIEDENTREINEN DOOR WERKVOLK AI.

Begin oktober 1901 regende het bij de H.IJ.S.M.¹ en bij de redacties van diverse Amsterdamse en Zaanse kranten klachten over het gedrag van het Amsterdamsche werkvolk van de Zaanse Artillerie Inrichtingen dat ’s middags met de trein van 17.45 uur vanaf de halte Hembrug naar Amsterdam terugkeert.

 

Een werkliedentrein anno 1901

 

Een inzender die zijn klacht bij de Amsterdamse Courant deponeerde, deelde mede, “ dat opgeschoten jongens van ongeveer 20 jaar door het plegen van allerlei baldadigheden, zoals het smijten met de portieren en deuren (met name in de doorloop van de 3e klasse), het tegen elkaar open zetten van de raampjes en niet in het minst door het bezigen van liederlijke taal, dag aan dag voor de medereizigers een grote ergernis zijn”.

Niet zelden gebeurde het dan ook, dat de toorn van het reizend publiek werd opgewekt en dat men door hardhandig optreden de belhamels tot orde trachtte te dwingen, wat niet zelden kleine vechtpartijen tot gevolg had.

Bij den Stationschef van het Centraal station waren dan ook meermalen ernstige klachten dienaangaande ingekomen; waren de namen van de onruststokers bekend, dan werden hunne werkmanskaarten ingetrokken, doch overigens was de directie van de H.IJ.S.M. niet bij machte verbetering in den toestand aan te brengen.

De redactie van de Amsterdamsche Courant was om zichzelf te overtuigen met de bovengenoemde trein naar Amsterdam meegereden. Van de halte chef aan de Hembrug hadden zij vernomen dat het voornamelijk de jongens uit de geweermakerij van de Artillerie Inrichtingen waren die de last veroorzaakten. Ook hij had zich bijna dagelijks over hun gedrag beklaagd.

Zelfs was er onlangs even voorbij de Hembrug, in drie wagons, die geheel gevuld waren met aan de Artillerie Inrichtingen werkende jongeren, aan den noodrem getrokken, waardoor de trein tot stilstand werd gebracht. Het was onder zo’n groot aantal jongeren onmogelijk geweest de daders te vinden.

Dat de klachten niet overdreven waren, had de Redactie zelf kunnen constateren. Een minuut of tien voordat de trein aan zou komen, kwam er een groep van circa 180 man de fabrieken uit, waaronder een honderdtal opgeschoten jongens, die de halte onveilig maakten door het gooien met stenen.

Nog voor de trein op het grindperron was aangekomen, waren de jongens al op de treeplanken gesprongen, wat natuurlijk uiterst gevaarlijk was. Portieren werden opengesmeten en alle coupés te gelijk bestormd. Ze liepen over de banken en bevuilden deze in ernstige mate en stoorden zich niet in de minste aan de vele verzoeken van medereizigers en maakten gedurende de rit een hels kabaal. Nauwelijks was de trein op het emplacement van het Centraal station, of de portieren werden reeds geopend, men ging op de treeplanken staan en sprongen er nog voor de trein onder de kap van het station was vanaf.

Het was te hopen dat de autoriteiten van de Artillerie Inrichtingen aan de Hembrug maatregelen zouden nemen om een einde aan dergelijk taferelen te maken want dat was hoog nodig. Door het sturen van enige militairen die toezicht moesten houden, zou het kabaal spoedig tot het verleden moeten gaan behoren.

De redactie van de Amsterdamse Courant wees er tevens op dat het werkvolk de spoorwegmaatschappijen er zeker niet toe zouden bewegen tot het inleggen² van meer werkliedentreinen, wat ze dan ook aan hun eigen gedrag te wijten zouden hebben.

Ruim een maand later op 9 november 1901 deelde de directie van de Artillerie Inrichtingen het volgende mee:

Voor eenige tijd kwamen herhaaldelijk klachten in over het gedrag van jongens, werkzaam aan de Artillerie Inrichtingen Hembrug alhier tegenover passagiers in den trein van en naar Amsterdam. Naar aanleiding daarvan is een ernstig onderzoek daaromtrent is ingesteld met het gevolg, dat eenige dier jongens ontslagen zijn en van anderen het salaris verminderd is.

Na dit bericht werd het weer rustig in de werklieden treinen al zouden er in de jaren erna nog regelmatig berichten verschijnen over het op en van de trein springen alvorens deze stil stond en ook over de ernstige en zelfs dodelijke gevolgen van deze gevaarlijke bezigheden. ©PDKAIH2018 

¹ H.IJ.S.M. = Hollandsche IJzeren Spoorweg Maatschappij.   ² Inleggen = het toevoegen van meer wagons aan de bestaande treinen.

ARTILLERIE INRICHTINGEN HEMBRUG VERVAARDIGDT SIGAREN.

ARTILLERIE INRICHTINGEN HEMBRUG VERVAARDIGDT SIGAREN.

In juli 1934 verscheen in verschillende kranten het volgende bericht:

De Hembrug vervaardigt ,,Wascana” sigaren.

Staatsmunitie-bedrijf verpakt munitie onder valsche naam.

Op de Artillerie Inrichtingen Hembrug, de staatsmunitiebedrijven waar recent 20 arbeiders zijn ontslagen omdat ze niet betrouwbaar zouden zijn in gevallen waarin dit nodig zou moeten zijn, gebeuren rare dingen. Daar is recentelijk munitie afgeleverd in kisten, waarop vermeldt stond ,,Wascana” sigaren. De directie van de Artillerie Inrichtingen Hembrug werkt op bevel van hogerhand dus mee aan het camoufleren van zendingen die oorlogsmateriaal bevatten. De verantwoordelijk minister Decker heeft indertijd al openlijk aan de Tweede Kamer moeten toegegeven dat het staatmunitiebedrijf levert aan het buitenland. Ook voor de vreemde manier van verpakken verontschuldigde hij zich en gaf toe dat dit een internationale gewoonte is.

Wascana sigaren

De transportarbeiders die de Wascana-sigaren moeten verladen, weten nu inmiddels wat voor vreemde sigaren dit zijn. ©PDKAIH2017

BAAS ARTILLERIE INRICHTINGEN KRIJGT BEKEURING.

BAAS ARTILLERIE INRICHTINGEN KRIJGT BEKEURING.

In de jaren 20 van de vorige eeuw was het een levensgevaarlijke gewoonte om van nog rijdende treinen die een perron of halte naderden de deuren voortijdig te openen en op het perron te springen. Ook werd er op vertrekkende treinen gesprongen Dit werd ook gedaan door personeel van de Artillerie Inrichtingen en het is dan ook niet verwonderlijk dat menige arbeider door zo’n onbezonnen actie zijn ledematen gekneusd of gebroken heeft, of er in het gunstigste geval er met schrammen, schaafwonden en blauwe plekken van af kwam. Ook kwamen velen er achter dat dit gedrag in artikel 25 van het Algemeen Reglement op Spoorwegvervoer strafbaar was gesteld. Als beloning voor hun gedrag kregen zij een boete van hfl. 10,- . Daar moest in die tijd menige uurtje voor gewerkt worden.

Trein nabij station Amsterdam

De directeur van de Artillerie Inrichtingen, de heer W.G. Houtwipper, die  als goede werkgever over  lijf, leden en gezondheid van zijn personeel waakt en het goede voorbeeld wilde geven, liet in alle werkplaatsen, kantoren en fabrieken een dienstorder op hangen. Daarin stond dat een ieder zich diende te houden aan artikel 25 en dat degene die dat niet deden konden rekenen op strenge straffen. De roekeloze medewerkers waren nu voor eens en altijd gewaarschuwd. Hoe lang het goed ging is onbekend, maar op zaterdagmiddag 26 januari 1929 gebeurde het volgende: De trein uit de Zaanstreek, met daarin enige honderden ambtenaren en ander personeel van de Artillerie Inrichtingen naderde het Centraal Station van Amsterdam en als of er geen artikel 25 en dienstorder bestonden werd  er een deur geopend en sprong er een meneer uit de trein en rende het perron op. Regelrecht in de armen van een ,, smeris” En meneer of niet, hij moest net als iedereen zijn naam, adres en abonnement afgeven aan de man der wet. De overige mensen die ondertussen uit de stilstaande trein waren gestapt proesten het uit van het lachen bij het aanschouwen van de overtreder. Zij hadden hem direct herkend, het was hun directeur de heer Houtwipper, die daar een bekeuring en preek kreeg. De dagen daarna deed het verhaal de ronde dat de heer Houtwipper slechts had willen aantonen wat er gebeurd als je je niet aan zijn dienstorder en artikel 25 houdt. Of  dat de waarheid was weet behalve de heer Houtwipper zelf niemand, wel is zeker dat hij een slechte dag had. ©PDKAIH2015.